Psalmen
Inleiding 1 Opschrift 2-5 Gods is bekend in Juda 6-11 Gods majesteit en macht 12-13 God is gevreesd bij de koningen
Inleiding

Deze psalm gaat over het verbreken van de macht van vijand door God. Op welke historische gebeurtenis de psalm betrekking heeft, wordt niet meegedeeld. Het verslaan van de Assyriërs geeft wel een indruk van wat in de psalm wordt weergegeven (2Kn 19:32-3532Daarom, zo zegt de HEERE over de koning van Assyrië:
Hij zal deze stad niet binnenkomen,
daar geen pijl in schieten,
haar met geen schild tegemoetkomen,
en tegen haar geen belegeringsdam opwerpen.
33Langs de weg waarover hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar deze stad zal hij niet binnenkomen, spreekt de HEERE.34Want Ik zal deze stad beschermen door haar te verlossen, omwille van Mijzelf en omwille van David, Mijn dienaar.35Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE [ten strijde] trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neersloeg. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.
; Js 37:3636Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.)
. In elk geval zal God Zijn volk in de toekomst uit de omsingeling door vijandige volken redden door de macht van die volken te breken.


Opschrift

1Voor de koorleider, bij snarenspel, een psalm van Asaf, een lied.

Voor “voor de koorleider” zie bij Psalm 4:1. Voor “bij snarenspel” zie bij Psalm 4:1. Voor “een psalm van Asaf” zie bij Psalm 50:1. Deze psalm is ook “een lied”, wat wil zeggen dat het een loflied is.


Gods is bekend in Juda

2God is bekend in Juda,
Zijn Naam is groot in Israël.
3In Salem is Zijn hut,
en Zijn woning in Sion.
4Daar brak Hij de vurige pijlen van de boog,
het schild, het zwaard en de strijd. /Sela/
5U bent schitterender [en] machtiger
dan de roofzuchtige bergen.

Door de verdelging van de vijanden van Zijn volk heeft God Zich “in Juda” bekendgemaakt (vers 22God is bekend in Juda,
Zijn Naam is groot in Israël.
)
. Nu is Hij er nog niet bekend, Hij wordt niet gekend, maar is verworpen. Dat verandert zodra de Zoon van God, de Messias, in Juda terugkomt. Door Zijn optreden in oordeel tegen de heidense koningen is Zijn Naam groot “in Israël”. Hij komt voor heel Israël, dat zal bestaan uit rechtvaardigen, want de afvalligen zijn door Hem geoordeeld.

“In Salem”, dat is in Jeruzalem (Gn 14:1818En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was een priester van God, de Allerhoogste.
; Hb 7:1-21Want deze Melchizédek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, die Abraham tegemoet ging toen hij van het verslaan van de koningen terugkeerde, en hem zegende,2aan wie ook Abraham een tiende van alles gaf, is in de eerste plaats naar de uitleg [van zijn naam]: koning van [de] gerechtigheid, en vervolgens ook: koning van Salem, dat is koning van [de] vrede,)
, “is Zijn hut” (vers 33In Salem is Zijn hut,
en Zijn woning in Sion.
)
. Door Jeruzalem bij haar verkorte naam te noemen valt de nadruk op de betekenis ervan. Salem betekent ‘vrede’. Hij zorgt ervoor dat Zijn volk in vrede kan wonen. En Hij woont bij Zijn volk in “Zijn hut”, wat aangeeft dat Hij hen met Zijn tegenwoordigheid beschermt (vgl. Ps 27:55Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.
)
. De psalmist voegt eraan toe dat “Zijn woning”, dat is Zijn tempel, “in Sion” is. Sion is het deel van Jeruzalem waar Gods woning staat.

Daar, bij Jeruzalem, waar Hij woont, heeft Hij “de vurige pijlen van de boog” verbroken (vers 44Daar brak Hij de vurige pijlen van de boog,
het schild, het zwaard en de strijd. /Sela/
)
. Ook de andere aanvalswapens, “het schild” en “het zwaard”, heeft Hij onbruikbaar gemaakt. God heeft de vijand van Zijn slagkracht beroofd. Zo heeft Hij een einde gemaakt aan “de strijd”. Het beëindigen van de strijd is niet te danken aan bekwaam verdedigen door de verdedigers van de stad, maar aan Gods handelen.

Het gevolg is dat het lang verachte Sion nu “schitterender en machtiger dan de roofzuchtige bergen” is (vers 55U bent schitterender [en] machtiger
dan de roofzuchtige bergen.
)
. ‘De roofzuchtige bergen’ zijn een symbool van machtige heersers die op roof uit zijn (vgl. Ez 38:12-1312om roof te plegen, om buit te roven, om u tegen de [nu] bewoonde puinhopen te keren en tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is, dat vee en bezit verworven heeft, dat in het midden van het land woont.13Sjeba, Dedan, de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tegen u zeggen: Komt u om een roof te plegen? Hebt u uw strijdmacht bijeengebracht om buit te roven, om zilver en goud mee te voeren, om vee en bezit mee te nemen, om een grote roof te plegen?). De berg Sion straalt licht uit waardoor hij schittert. Deze uitstraling van licht is het gevolg van de aanwezigheid van God Die licht is. God woont daar. Daarom is deze berg ook machtiger dan alle aardse roofzuchtige machthebbers.


Gods majesteit en macht

6De heldhaftigen werden beroofd
terwijl zij sluimerden en sliepen,
geen van de strijdbare mannen
vond [nog kracht in] zijn handen.
7Door Uw bestraffing, o God van Jakob,
vielen strijdwagen en paard in een diepe slaap.
8U, ontzagwekkend bent U!
Wie zal voor Uw aangezicht bestaan, zodra Uw toorn [ontvlamt]?
9U liet een oordeel uit de hemel horen;
de aarde vreesde en werd stil,
10toen [U,] o God, opstond ten oordeel,
om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. /Sela/
11Want de woede van mensen zal U tot lof zijn,
wat aan woede overblijft, zult U beteugelen.

Als de Messias komt, zal Hij de “heldhaftigen” van hun wapens beroven (vers 66De heldhaftigen werden beroofd
terwijl zij sluimerden en sliepen,
geen van de strijdbare mannen
vond [nog kracht in] zijn handen.
)
. Hun heldhaftigheid stelt niets voor. Hij zal hen beroven terwijl zij ‘sluimeren en slapen’ (vgl. Ps 121:44Zie, de Bewaarder van Israël
zal niet sluimeren of slapen.
)
. Ze menen een gemakkelijke overwinning te kunnen behalen, maar worden dan onverhoeds overvallen. Met hun wapens is ook de kracht in hun handen verdwenen. “Geen van de strijdbare mannen” is nog in staat om strijd te voeren.

De bestraffing die hun wordt toegediend, komt van “de God van Jakob” (vers 77Door Uw bestraffing, o God van Jakob,
vielen strijdwagen en paard in een diepe slaap.
)
. Juda en Israël hebben zelf geen kracht om zich te verweren. Door Gods bestraffing is de hele artillerie van de vijand voorgoed uitgeschakeld. De “diepe slaap” is de doodsslaap, de slaap die eindigt in de dood (vgl. Ri 4:2121Vervolgens nam Jaël, de vrouw van Heber, een tentpin, nam een hamer in haar hand, ging stilletjes naar hem toe en dreef de pin in zijn slaap, zodat hij aan de grond vastzat. Hij was namelijk in een diepe slaap gevallen, en uitgeput. En hij stierf.). Er gaat geen enkele dreiging meer van hen uit. Ze hoeven geen angst meer voor de vijand te hebben.

De Enige Die ontzag inboezemt, is God (vers 88U, ontzagwekkend bent U!
Wie zal voor Uw aangezicht bestaan, zodra Uw toorn [ontvlamt]?
)
. Hoe ontzagwekkend heeft Hij Zich in het uitschakelen van de vijand getoond. Dit roept als vanzelf de vraag op: “Wie zal voor Uw aangezicht bestaan, zodra Uw toorn [ontvlamt]?” Op deze vraag is slechts één antwoord denkbaar: niemand.

In tegenwoordigheid van Hem Die Zijn oordeel uit de hemel heeft doen horen, vreest de aarde en wordt het er stil (vers 99U liet een oordeel uit de hemel horen;
de aarde vreesde en werd stil,
)
. Dat Hij Zijn oordeel “uit de hemel” laat horen, benadrukt Zijn verhevenheid boven alles. Vanaf Zijn troon in de hemel bestuurt Hij het universum. Op aarde verstomt alles en iedereen bij het vernemen van Zijn stem. Niemand durft zijn tong nog te roeren.

God heeft niet alleen Zijn stem uit de hemel laten horen, maar Hij is ook opgestaan “ten oordeel om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen” (vers 1010toen [U,] o God, opstond ten oordeel,
om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. /Sela/
)
. De zachtmoedigen zijn allen die bij de Heer Jezus, de Messias, horen. Zij hebben van Hem geleerd om zachtmoedig te zijn (Mt 11:2929Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;). Ze worden verlost om de door Hem uitgesproken belofte in de ‘zaligsprekingen’ in ontvangst te nemen: zij zullen de aarde beërven (Mt 5:55Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.).

Alle handelingen en gevoelens van alle mensen staan onder Gods controle en werken mee aan Zijn verheerlijking, vaak tegen wil en dank. Zo zal zelfs “de woede van de mensen” Hem “tot lof zijn” (vers 1111Want de woede van mensen zal U tot lof zijn,
wat aan woede overblijft, zult U beteugelen.
)
. Het duidelijkste bewijs daarvan is de grootste zonde die de mens ooit heeft gedaan door in blinde woede de Zoon van God te kruisigen. God gebruikt deze zonde om Zijn raad te vervullen (Hd 2:2323Hem, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt u door [de] hand van wettelozen aan [het kruis] gehecht en gedood.).

“Wat aan woede overblijft”, alle woede die de mens nog steeds onder de inspiratie van de satan uit tegen de Zijnen, gebruikt Hij daar ook voor. Hij zal die woede namelijk beteugelen. Hij bepaalt de grens ervan. Daarin openbaart Hij Zijn macht. Alles waarin Hij Zich openbaart, betekent Zijn verheerlijking.


God is gevreesd bij de koningen

12Doe geloften en kom ze aan de HEERE, uw God, na,
u allen die Hem omringt!
Laten ze Hem Die te vrezen is, geschenken brengen,
13Die de adem van vorsten als druiven afsnijdt,
Die gevreesd is bij de koningen van de aarde.

De bevrijding is tot stand gekomen. Nu is het zaak om de geloften die in de nood “aan de HEERE, uw God”, zijn gedaan, na te komen (vers 12a12Doe geloften en kom ze aan de HEERE, uw God, na,
u allen die Hem omringt!
Laten ze Hem Die te vrezen is, geschenken brengen,
)
. Daaraan wordt het overblijfsel hier herinnerd. Ze worden hier aangesproken als “u allen die Hem omringt”. Ze wonen om Hem heen, Hij is in hun midden. Dat maakt het nakomen van hun geloften des te gewenster.

Vervolgens worden ook de omringende volken aangesproken (vers 12b12Doe geloften en kom ze aan de HEERE, uw God, na,
u allen die Hem omringt!
Laten ze Hem Die te vrezen is, geschenken brengen,
)
. Hun wordt gezegd dat ze “Hem Die te vrezen is, geschenken brengen”. Ze zullen er verstandig aan doen Hem te erkennen in Zijn opperheerschappij die Hij heeft bewezen in het oordeel over Zijn vijanden. Aan hun vrees voor Hem, wat tevens de erkenning van Zijn gezag inhoudt, kunnen ze uiting geven door Hem geschenken te brengen.

De adem van de vorsten van de omringende volken is in Zijn hand (vers 1313Die de adem van vorsten als druiven afsnijdt,
Die gevreesd is bij de koningen van de aarde.
; Dn 5:23b23U hebt zich verheven tegenover de Heere van de hemel, want de voorwerpen van Zijn huis heeft men bij u gebracht. En u, uw machthebbers, uw vrouwen en bijvrouwen hebben wijn eruit gedronken, en u hebt [uw] goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen geprezen, die niet kunnen zien en niet kunnen horen en geen kennis hebben. U hebt echter de God in Wiens hand uw adem is en aan Wie al uw wegen toebehoren, niet verheerlijkt.)
. Hij snijdt hun adem af met het gemak waarmee men “druiven afsnijdt” om die in de wijnpersbak te gooien om vertrapt te worden (vgl. Op 14:18-2018En een andere engel, die macht had over het vuur, <kwam> uit het altaar; en hij riep met luider stem tegen hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp.19En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God.20En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën ver.). “De koningen van de aarde” vrezen Hem, want Hij is “de Overste van de koningen van de aarde” (Op 1:55en van Jezus Christus, de trouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden en de Overste van de koningen van de aarde. Hem Die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door Zijn bloed,). Aan Hem moeten alle koningen verantwoording afleggen. Als dat moment is aangebroken, zullen ze Hem terecht vrezen.


Lees verder