Psalmen
Inleiding 1 Opschrift 2-5 God is Koning 6-10 God is verheven
Inleiding

Deze psalm sluit aan op de vorige waarin het overblijfsel tot rust is gekomen door de gedachte aan de aanwezigheid van de Messias in Gods stad. De aanleiding tot het ontstaan van deze psalm is niet duidelijk. Er is wel verondersteld dat hierin de opperheerschappij van God wordt bezongen vanwege Zijn ingrijpen bij de belegering van Jeruzalem door Sanherib, waarbij Hij in één nacht honderdvijfentachtigduizend Assyrische soldaten doodt (Js 37:36-3736Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.37Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde [naar zijn land] terug; en hij bleef in Ninevé.).

Deze gebeurtenis is in elk geval een voorafschaduwing van het verslaan van de vijanden van Gods volk door de Heer Jezus, de Messias, in de eindtijd. Het gevolg is, zoals in deze psalm wordt beschreven, dat Hij wordt verheven en groot gemaakt als “een groot Koning over de hele aarde” (vers 33Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend,
een groot Koning over de hele aarde.
)
, Die door alle volken zal worden aangebeden (vers 1010De edelen van de volken voegen zich
[bij] het volk van de God van Abraham;
want de schilden van de aarde zijn van God.
Hij is zeer [hoog] verheven!
; vgl. Js 52:1313Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
; Op 15:44Wie toch zou <U> niet vrezen, Heer, en Uw Naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat Uw gerechtigheden openbaar zijn geworden.)
.

De psalm is door sela na vers 55Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:
de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. /Sela/
in twee coupletten te verdelen die elkaar aanvullen. Het eerste couplet gaat over Gods liefde voor Zijn volk waaraan Hij volken onderwerpt (vers 55Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:
de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. /Sela/
)
. Het tweede couplet gaat over Gods heiligheid: Hij zit als Koning op Zijn heilige troon en regeert over alle volken (vers 99God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.
)
.


Opschrift

1Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

Dit is de zesde “psalm … van de zonen van Korach”. Zie verder bij Psalm 42:1. Voor “voor de koorleider” zie bij Psalm 4:1.


God is Koning

2Alle volken, klap in de handen;
juich voor God met luide vreugdezang.
3Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend,
een groot Koning over de hele aarde.
4Hij onderwerpt volken aan ons,
Hij brengt natiën onder onze voeten.
5Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:
de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. /Sela/

De psalm begint met een oproep tot “alle volken” om in de handen te klappen (vers 22Alle volken, klap in de handen;
juich voor God met luide vreugdezang.
)
. In de handen klappen is hier een uiting van verrukking en eerbetoon (2Kn 11:1212Daarna bracht hij de zoon van de koning naar buiten, zette hem de diadeem op en [gaf hem] de getuigenis. Zij maakten hem koning en zalfden hem. Zij klapten in de handen en zeiden: Leve de koning!; Js 55:1212Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.
De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich
en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
)
. Voor de ogen van de toeschouwers heeft zich een schouwspel voltrokken waarover ze zo verrukt zijn, dat ze niet anders kunnen doen dan in de handen klappen. Ook de stem wordt gebruikt om uiting te geven aan die verrukking. Er klinkt gejuich “voor God met luide vreugdezang”.

Deze vreugde-uitingen vinden plaats omdat “de HEERE, de Allerhoogste, … ontzagwekkend” is (vers 33Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend,
een groot Koning over de hele aarde.
)
. God wordt hier “HEERE”, Jahweh, de God van het verbond met Zijn volk genoemd. Hij is voor Zijn volk opgetreden als “de Allerhoogste”, wat Zijn Naam is in verbinding met het vrederijk. In het vrederijk is Hij voor alles en iedereen “een groot Koning over heel de aarde” (vgl. Ml 1:14b14Ja, vervloekt is de bedrieger die een mannetjes[dier] in zijn kudde heeft, en een gelofte doet, maar aan de Heere offert wat geschonden is! Voorzeker, Ik ben een groot Koning, zegt de HEERE van de legermachten, en Mijn Naam is ontzagwekkend onder de volken.). Hij bestuurt alles en heeft gezag over alles.

Die almachtige en alomtegenwoordige Koning is de Koning van Zijn volk. Zijn volk is dan niet meer een geslagen en vertrapt volk. Ze zijn niet meer de staart van de volken, maar het hoofd ervan (Dt 28:13,15,4413De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied [dat u ze] in acht neemt en houdt,15Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen:44Hij zal aan u uitlenen, maar u zult niet aan hem uitlenen. Hij zal tot een hoofd zijn en u zult tot een staart zijn.). Dat hebben ze niet aan zichzelf, maar aan God te danken. Zo belijden ze het ook: “Hij onderwerpt volken aan ons, Hij brengt natiën onder onze voeten” (vers 44Hij onderwerpt volken aan ons,
Hij brengt natiën onder onze voeten.
)
.

En wat is de aanleiding? Niet iets in hen, maar in Hem, namelijk Zijn liefde voor hen (vers 55Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:
de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. /Sela/
; Dt 7:6-86Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat [Zijn] persoonlijk eigendom is.7Niet omdat u groter was dan al de [andere] volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken.8Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te nemen, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.; Ml 1:22Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE,
maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad?
Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE.
Toch heb Ik Jakob liefgehad,
)
. Hij heeft voor hen hun “erfelijk bezit” uitgekozen, dat is het land waar Hij hen naartoe heeft geleid. Dat heeft Hij vroeger gedaan, nadat Hij hen uit Egypte heeft bevrijd. Dat zal Hij in de toekomst weer doen – en daar is Hij nu al mee bezig! – als Hij hen uit de verstrooiing die Hij over hen heeft moeten brengen vanwege hun ontrouw aan Hem, naar hun land terugbrengt (Ez 36:22-2822Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe [het] niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.23Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd word.24Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.25Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.26Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.27Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en [dat] u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.28U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.).

God heeft dat land voor hen uitgezocht om het hun als “erfelijk bezit” te geven (Ez 20:6a6Op die dag heb Ik Mijn hand voor hen opgeheven om hen uit het land Egypte te leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, [een land] dat overvloeit van melk en honing. Het is een sieraad onder al de landen.). Dit betekent dat het hun onvervreemdbaar eigendom is. De vijandige volken betwisten hun recht erop, maar God heeft hun recht erop vastgelegd. Daarom is elk betwisten ervan opstand tegen Hem, wat Zijn oordeel tot gevolg heeft. Hij noemt het ook “de glorie van Jakob”, want het is ook een “sieraad onder al de landen” (Ez 20:6b6Op die dag heb Ik Mijn hand voor hen opgeheven om hen uit het land Egypte te leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, [een land] dat overvloeit van melk en honing. Het is een sieraad onder al de landen.), een land dat hun glorie en luister verleent. Dit alles hebben ze aan God te danken.


God is verheven

6God [vaart op] onder gejuich,
de HEERE vaart op onder bazuingeschal.
7Zing psalmen voor God, zing psalmen,
zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,
8want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen [met] een onderwijzing.
9God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.
10De edelen van de volken voegen zich
[bij] het volk van de God van Abraham;
want de schilden van de aarde zijn van God.
Hij is zeer [hoog] verheven!

Dat God “onder gejuich” en “onder bazuingeschal” ‘opvaart’ (vers 66God [vaart op] onder gejuich,
de HEERE vaart op onder bazuingeschal.
)
, houdt in dat Hij eerst is neergekomen. Hij heeft dat onder andere gedaan om bij Zijn volk in hun ellende en benauwdheid te zijn (Ex 3:88Daarom ben Ik neergekomen om het [volk] te redden uit de hand van de Egyptenaren, en het te leiden uit dit land naar een goed en ruim land, een land dat overvloeit van melk en honing, naar het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten.; Dn 3:23-2523Maar [toen] deze drie mannen – Sadrach, Mesach en Abed-Nego – gebonden midden in de brandende vuuroven gevallen waren,24sloeg koning Nebukadnezar de schrik om het hart. Haastig stond hij op, nam het woord en zei tegen zijn raadslieden: Hebben wij niet drie mannen gebonden midden in het vuur geworpen? Zij antwoordden en zeiden tegen de koning: Jazeker, o koning!25Hij antwoordde en zei: Zie, ik zie vier mannen midden in het vuur vrij rondlopen! Zij hebben geen letsel en de aanblik van de vierde lijkt op [die van] een zoon van de goden.; Js 63:99In al hun benauwdheid
was Hij benauwd;
de Engel van Zijn aangezicht heeft hen verlost.
Door Zijn liefde en door Zijn genade
heeft Híj hen bevrijd;
Hij hief hen op en droeg hen
al de dagen van weleer.
)
. Na de verlossing vaart Hij weer op naar de hemel.

Aan welke gelegenheid we hier moeten denken, is niet duidelijk. Het is wel te vergelijken met het opbrengen van de ark – waarop God tussen de cherubs woont – naar de berg Sion door David. Dat is ook gepaard gegaan “met gejuich en met bazuingeschal” (2Sm 6:1515Zo brachten David en heel het huis van Israël de ark van de HEERE over, met gejuich en met bazuingeschal.). Het heeft te maken met de afkondiging van het koningschap van God (vgl. Nm 23:2121Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob;
ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan.
De HEERE, zijn God, is met hem,
en de [jubel]klank van de Koning is bij hem.
)
.

We kunnen ook denken aan de verheerlijking van de Heer Jezus nadat Hij het werk op het kruis heeft volbracht (Ps 68:1919U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd,
U hebt gaven genomen [om uit te delen] onder de mensen,
ja, ook aan opstandigen: om [bij U] te wonen, HEERE God!
; Ef 4:8-108Daarom zegt Hij: ‘Opgevaren naar [de] hoge heeft Hij de gevangenschap gevangengenomen <en> heeft de mensen gaven gegeven’.9Dit nu: Hij is opgevaren, wat is het anders dan dat Hij ook is neergedaald naar de lagere <delen> van de aarde?10Hij Die is neergedaald, is ook Degene Die is opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen.)
. Hij wordt als beloning daarvoor direct door God verheerlijkt aan Zijn rechterhand in de hemel (Jh 13:3232<Als God in Hem verheerlijkt is,> zal God Hem ook in Zichzelf verheerlijken en Hij zal Hem terstond verheerlijken.) en door Hem “zowel tot Heer als tot Christus gemaakt” (Hd 2:3636Laat het hele huis van Israël dan zeker weten, dat God Hem zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus Die u hebt gekruisigd.).

In de verzen 7-87Zing psalmen voor God, zing psalmen,
zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,
8want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen [met] een onderwijzing.
wordt de oproep “zing psalmen” vijf keer herhaald. Eerst wordt twee keer gezegd om “voor God” psalmen te zingen (vers 77Zing psalmen voor God, zing psalmen,
zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,
)
. God is de Almachtige en Allerhoogste. Hij is de Enige, de Waarachtige. Hij alleen is het waard om aanbeden te worden (Mt 4:1010Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: ‘[De] Heer, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen’.; Op 14:6-76En ik zag een andere engel vliegen in [het] midden van de hemel, die [het] eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk,7en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen; en aanbidt Hem Die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen heeft gemaakt.).

Dan wordt twee keer gezegd om “voor onze Koning” psalmen te zingen. De grote, soevereine God is de Koning, de Heerser van Zijn volk. Een koning heeft een volk. God is Koning en heeft een volk. Het volk dat God als zijn Koning heeft, is een bijzonder gezegend volk. Dit volk is Israël. God is hun Koning en woont in hun midden. Dat geeft wel een speciale aanleiding om vrolijk te zingen en Hem te prijzen, zeker nadat Hij aan de tijd van de beproevingen een einde heeft gemaakt (Zf 3:14-1514Zing vrolijk, dochter van Sion!
Juich, Israël!
Wees blij en spring op van vreugde met heel [uw] hart,
dochter van Jeruzalem!
15De HEERE heeft uw oordelen weggenomen,
Hij heeft uw vijand weggevaagd.
De Koning van Israël, de HEERE, is in uw midden:
u zult geen kwaad meer zien.
)
.

Ook voor ons is het zo, dat wij een speciale aanleiding hebben God te prijzen na een tijd van beproeving. In de beproeving hebben we soms het idee gehad dat Hij ons is vergeten. Als Hij het dan voor ons doet oplichten, komt er een diepe vreugde en vrede in ons hart, waarvoor we Hem met grote dankbaarheid eren.

Omdat God “Koning over heel de aarde” is, houdt het zingen van psalmen voor en over Hem “een onderwijzing” in (vers 88want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen [met] een onderwijzing.
)
. ‘Onderwijzing’ is maskil, wat wijsheid, verstand betekent. Het is het woord dat we in het opschrift van diverse psalmen tegenkomen. Het is zingen met verstand en inzicht, zoals dat ook in de christelijke gemeente gebeurt (1Ko 14:1515Hoe is het dan? Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden; ik zal met mijn geest lofzingen, maar ik zal ook met mijn verstand lofzingen.; vgl. Ko 3:1515En laat de vrede van Christus, waartoe u ook geroepen bent in één lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar.).

Dat God Koning over heel de aarde is, wil zeggen dat Zijn heerschappij geen grenzen kent. Hij is niet zoals de afgoden van de volken een nationale God. Als dat tot ons doordringt, zullen wij ons erdoor laten ‘onderwijzen’ met betrekking tot ons hele leven, op alle terreinen ervan.

Het ‘onderwijs’ strekt zich ook uit naar de toekomst. Als Hij Koning over heel de aarde is, wil dat zeggen dat Hij alles bestuurt. We zien dat nu nog niet, maar wij zien wel Hem, aan Wie alle macht is gegeven in hemel en op aarde (Mt 28:1818En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde.; Hb 2:8-98alles hebt U onder zijn voeten onderworpen’. Want door <Hem> alles te onderwerpen heeft Hij niets overgelaten dat Hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien wij nog niet alles aan Hem onderworpen;9maar wij zien Jezus, Die een weinig minder dan [de] engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door [de] genade van God voor alles [de] dood smaakte.). Daardoor weten we dat Hij alles onder controle heeft en zo bestuurt, dat Gods plannen worden verwezenlijkt. De heerschappij over de wereld is wel door de mens uit handen gegeven aan de satan, maar dat betekent niet dat God niet meer regeert. We zien dat in het boek Job.

“God regeert over de heidenvolken” en “zit op Zijn heilige troon” (vers 99God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.
)
. Dat Hij op Zijn heilige troon zit, wil zeggen dat Hij heilig is en in heiligheid regeert. Dit wordt door het geloof nu al gezien. Binnenkort zal dat voor iedereen zichtbaar worden. Dan wordt gezegd: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid” (Op 11:1515En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid.).

In het vrederijk is Israël het middel waardoor God zegen voor de hele aarde en alle volken heeft, waardoor de volken ook de ene ware God zullen aanbidden. De volken zullen zich in hun “edelen” als hun vertegenwoordigers bij Gods volk voegen om door hen gezegend te worden (vers 1010De edelen van de volken voegen zich
[bij] het volk van de God van Abraham;
want de schilden van de aarde zijn van God.
Hij is zeer [hoog] verheven!
)
.

Gods volk wordt hier “het volk van de God van Abraham” genoemd. Het is namelijk de vervulling van de belofte van God aan Abraham dat Hij hem tot een vader van een menigte van volken zou maken (Gn 17:5-65U zult niet meer Abram heten, [maar] uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.6Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen.). En in hem zouden alle volken gezegend worden (Gn 12:33Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.; Gl 3:88De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.).

Met “de schilden van de aarde” worden de “edelen van de volken” uit de eerste regel van dit vers bedoeld. “Schilden” wordt ook wel vertaald met ‘vorsten’, zoals in Hosea 4, waar het woord ‘vorsten’ letterlijk ‘schilden’ is (Hs 4:1818Is hun drinkgelag voorbij,
[dan] geven zij zich over aan hoererij.
Hun vorsten – een schande – houden van [het woord]: Geef.
)
. Deze naam geeft aan dat ze voor de bescherming van het volk verantwoordelijk zijn. Deze ‘beschermers’ “zijn van God” (vgl. Sp 8:1515Door Mij regeren koningen,
verordenen vorsten gerechtigheid.
)
. Hij is hun Eigenaar, ze zijn aan Hem verantwoording schuldig. Ze zijn volledig in Zijn macht en kunnen niets doen zonder Hem. Ze zijn ook niet met Hem te vergelijken, want Hij alleen “is zeer [hoog] verheven” (vgl. Zc 14:99De HEERE zal Koning worden over heel de aarde.
Op die dag zal de HEERE de Enige zijn
en Zijn Naam de enige.
)
.


Lees verder