Psalmen
1-3 Dankzegging voor verlossing 4-6 Koningen loven God 7-8 God voltooit Zijn werk
Dankzegging voor verlossing

1[Een psalm] van David.
Ik zal U loven met heel mijn hart,
in de tegenwoordigheid van de goden zal ik voor U psalmen zingen.
2Ik zal mij neerbuigen naar Uw heilig paleis
en Uw Naam loven,
om Uw goedertierenheid en om Uw trouw,
want om heel Uw Naam hebt U Uw belofte groot gemaakt.
3Op de dag dat ik riep, hebt U mij verhoord;
U hebt mij versterkt [met] kracht in mijn ziel.

Dit is een psalm “van David” (vers 1a1[Een psalm] van David.
Ik zal U loven met heel mijn hart,
in de tegenwoordigheid van de goden zal ik voor U psalmen zingen.
)
, de eerste van een groep van acht psalmen van David (Psalmen 138-145). Hij zegt tegen God dat hij Hem zal “loven met heel mijn hart” (vers 1b1[Een psalm] van David.
Ik zal U loven met heel mijn hart,
in de tegenwoordigheid van de goden zal ik voor U psalmen zingen.
)
. Zijn hart is vol lof voor God. Er is in zijn hart geen plaats voor andere goden of wat dan ook (vgl. Ps 9:22Ik zal de HEERE loven met heel mijn hart, /aleph/
ik zal al Uw wonderen vertellen.
)
. Hij geeft openlijk uiting aan zijn lof, want, zo zegt hij, “in de tegenwoordigheid van de goden zal ik voor U psalmen zingen”. De goden zijn de dragers van een gezag dat hun door God is gegeven, zoals aardse vorsten, maar ook hemelse machthebbers.

Hij buigt zich neer in de richting van “Uw heilig paleis”, dat kan de tabernakel zijn, de woonplaats van God, want de tempel was er nog niet (vers 22Ik zal mij neerbuigen naar Uw heilig paleis
en Uw Naam loven,
om Uw goedertierenheid en om Uw trouw,
want om heel Uw Naam hebt U Uw belofte groot gemaakt.
)
, maar het is in elk geval ook de hemelse woning van God. In die houding van aanbidding voor God looft hij Gods Naam. Zijn Naam heeft Hij op bijzondere wijze getoond in Zijn “goedertierenheid en trouw”, wat overeenkomt met liefde en waarheid. Gods Naam staat voor volkomen goedertierenheid en absolute trouw.

Deze twee eigenschappen van God zijn nooit met elkaar in strijd, maar altijd in volkomen harmonie met elkaar. Dit vloeit voort uit Zijn Wezen, want Hij is licht en Hij is liefde (1Jh 1:55En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.; 4:8,168Wie niet liefheeft, heeft God niet gekend, want God is liefde.16En wij hebben onderkend en geloofd de liefde die God ten aanzien van ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.). Uit Zijn handelen ten gunste van David is de waarde van “Uw belofte”, dat is Zijn Woord, gebleken, als de uiting van “Uw Naam”, dat is alles wat Hij is. Zijn Woord maakt Zijn Naam bekend (vgl. Ps 56:5,115In God prijs ik Zijn woord,
op God vertrouw ik, ik vrees niet;
wat zou een schepsel mij kunnen doen?11In God prijs ik het woord,
in de HEERE prijs ik het woord.
)
. Zo heeft Hij Zich aan David bekendgemaakt in trouwe goedertierenheid. Door te doen wat Hij heeft beloofd, waar Hij als het ware Zijn woord op heeft gegeven, heeft Hij Zijn belofte of Zijn Woord groot gemaakt.

De trouw aan Zijn belofte is gebleken toen de psalmist riep, want toen heeft God Hem verhoord (vers 33Op de dag dat ik riep, hebt U mij verhoord;
U hebt mij versterkt [met] kracht in mijn ziel.
)
. Daarbij zijn niet alleen het lijden en de nood weggenomen, maar door de verhoring is hij ook door God versterkt met kracht in zijn ziel. De Heer Jezus is het vleesgeworden Woord en in Hem zijn alle beloften van God ja en amen (2Ko 1:19-2019Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons gepredikt is, door mij en Silvánus en Timotheüs, was niet ja en nee, maar in Hem is het ja.20Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het amen, tot heerlijkheid van God door ons.). Wat we ook van God krijgen, het is alles door en in verbinding met de Zoon Die Mens is geworden.


Koningen loven God

4Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
5Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot.
6Want de HEERE is verheven;
toch ziet Hij om naar de nederige,
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

David zegt dat “alle koningen van de aarde” de HEERE zullen loven (vers 44Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
).
Hij is er zeker van omdat ”zij de woorden uit Uw mond” zullen horen. De woorden die hij bedoelt, zijn de woorden die God heeft gesproken over Zijn volk, de beloften die Hij aan hen heeft gedaan. Zij zullen zien dat God alles wat Hij over Zijn volk heeft gezegd, zal vervullen. Dan kunnen de koningen van de aarde niet anders doen dan Hem loven (vgl. Ps 68:32-3332Vorstelijke gezanten zullen uit Egypte komen,
Cusj zal zich haasten zijn handen naar God [uit te strekken].33Koninkrijken van de aarde, zing voor God;
zing psalmen voor de Heere, /Sela/
; Js 49:2323En koningen zullen uw verzorgers zijn
en hun vorstinnen uw voedsters.
Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aarde
en zij zullen het stof van uw voeten likken.
U zult weten dat Ik de HEERE ben:
zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten.
)
.

Dat God Zijn woorden vervult, zal blijken uit de wegen die Hij met Zijn volk en alle volken gaat (vers 55Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot.
)
. In die wegen openbaart Hij Zijn heerlijkheid, een heerlijkheid die groot is. Als de koningen van de volken dat zien, zullen ze daarover zingen. Ze zullen erkennen dat de heerlijkheid van de HEERE groot is en dat hun aardse heerlijkheid daarbij totaal verbleekt. We zien in de verzen 4-54Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
5Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot.
de uitwerking van Zijn woorden en Zijn wegen op de koningen van de aarde omdat daarin Zijn grote heerlijkheid zichtbaar wordt.

De verzen 4-54Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
5Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot.
laten zien dat de HEERE “verheven” is (vers 66Want de HEERE is verheven;
toch ziet Hij om naar de nederige,
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.
)
. Maar dat Hij verheven is, betekent niet dat Hij geen oog heeft voor de nederige – wat bij aardse heersers vaak wel het geval is. Zijn aandacht en zorg gaan naar hen uit. Anderzijds moet de hoogmoedige niet menen dat Hij aan Gods aandacht ontsnapt. God kent hem van verre, wat wil zeggen dat Hij zijn plannen tegen Zijn volk kent op het moment dat hij ze bedenkt. “God weerstaat hoogmoedigen, maar nederigen geeft Hij genade” (Jk 4:66Hij geeft echter grotere genade. Daarom zegt Hij: ‘God weerstaat hoogmoedigen, maar nederigen geeft Hij genade’.; 1Pt 5:55Evenzo u jongeren, weest aan [de] oudsten onderdanig. En weest allen tegenover elkaar met nederigheid omgord; want ‘God weerstaat [de] hoogmoedigen, maar [de] nederigen geeft Hij genade’.).


God voltooit Zijn werk

7Als ik midden in de benauwdheid verkeer, maakt U mij levend;
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van mijn vijanden,
Uw rechterhand verlost mij.
8De HEERE zal [Zijn werk] voor mij voltooien;
Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig;
laat de werken van Uw handen niet los.

Deze twee verzen spreken de taal van het geloof. De moeilijkheden zijn nog niet allemaal voorbij. Er kunnen nieuwe benauwdheden komen (vers 77Als ik midden in de benauwdheid verkeer, maakt U mij levend;
U strekt Uw hand uit tegen de toorn van mijn vijanden,
Uw rechterhand verlost mij.
)
. David ziet dat en vraagt bij voorbaat aan de HEERE hem levend te maken als hij er middenin zit. De bevrijding van de benauwdheid is dat hij te midden van de benauwdheid kan leven, dat wil zeggen dat hij daarin de gemeenschap met zijn God beleeft. Dat is het ware leven. De opgedane ervaring van de uitredding geeft vertrouwen dat God het opnieuw zal doen zodra dat nodig is.

David weet ook hoe de HEERE hem uit de benauwdheid zal redden. Zijn ene hand zal Hij als een schild uitstrekken tegen de toorn van zijn vijanden, om die af te weren. Daardoor kunnen ze hem onmogelijk meer kwaad doen. Met Zijn andere hand, Zijn rechterhand, de hand van kracht, verlost Hij hem. Deze dubbele verzekering brengt hem tot het uitspreken van de zekerheid van het volgende vers.

God heeft een doel met het leven van ieder van de Zijnen. David spreekt het vol vertrouwen uit dat de HEERE Zijn werk voor hem zal voltooien (vers 88De HEERE zal [Zijn werk] voor mij voltooien;
Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig;
laat de werken van Uw handen niet los.
)
, dat God Zijn doel met hem zal bereiken. Paulus spreekt hetzelfde vertrouwen uitten aanzien van Gods werk in de Filippenzen (Fp 1:66in dit vertrouwen, dat Hij Die een goed werk in u begonnen is, het ook zal voltooien tot op [de] dag van Christus Jezus.). De zegen is Gods zaak. Wij mogen erop vertrouwen dat Hij Zijn werk met ons afmaakt. Wij zijn “de werken van Uw handen” en mogen bidden dat Hij ons niet zal loslaten. We weten dat Hij het niet zal doen en daarom bidden we Hem daar ook om.


Lees verder