Psalmen
Inleiding 1-2 Zegen van de Godvrezende 3-6 Zegen van het Godvrezend gezin
Inleiding

Er is in deze psalm vooruitgang van zegen: eerst voor de individuele Godvrezende, dan voor zijn gezin en ten slotte voor het hele volk.


Zegen van de Godvrezende

1Een pelgrimslied.
Welzalig is eenieder die de HEERE vreest,
die in Zijn wegen gaat.
2Want u zult eten van de inspanning van uw handen;
welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan.

Dit is het negende “pelgrimslied” (vers 11Een pelgrimslied.
Welzalig is eenieder die de HEERE vreest,
die in Zijn wegen gaat.
)
. Dit lied bezingt het geluk van “eenieder die de HEERE vreest, die in Zijn wegen gaat”. De vrees voor de HEERE blijkt uit het gaan in Zijn wegen (Sp 14:22Wie in zijn oprechtheid wandelt, vreest de HEERE,
maar wie van zijn wegen afwijkt, veracht Hem.
)
. Het “welzalig” dat daaraan verbonden is, is het hoogste geluk, het ware en blijvende geluk.

Het geluk bestaat dan ook niet uit voorbijgaande dingen als geld en goederen, aanzien en macht, maar het ontvangen van de blijvende zegen van de HEERE in het werk en in het gezin, zoals die in het vrederijk zal worden genoten. Dit is de volle oudtestamentische zegen van de rechtvaardige (vgl. Dt 28:1-51En het zal gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaam bent, door al Zijn geboden, die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen, dat de HEERE, uw God, u dan [een plaats] zal geven hoog boven alle volken van de aarde.2En al deze zegeningen zullen over u komen en u bereiken, wanneer u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam bent:3Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld.4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.; Jb 1:1,81Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job. En die man was vroom en oprecht; hij was Godvrezend en keerde zich af van het kwaad.8De HEERE zei tegen de satan: Hebt u [ook] acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is Godvrezend en keert zich af van het kwaad.; 2:33De HEERE zei tegen de satan: Hebt u [ook] acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is Godvrezend en keert zich af van het kwaad. Hij houdt nog steeds vast aan zijn vroomheid, hoewel u Mij tegen hem opgezet hebt om hem zonder reden te verslinden.). Bij ontrouw eten anderen het resultaat van het werk (Lv 26:16b16dan zal Ik Zelf dit met u doen: Ik zal verschrikking over u brengen, tering en koorts, die [uw] ogen doen bezwijken en [uw] leven doen wegkwijnen. U zult uw zaad voor niets zaaien, want uw vijanden zullen het opeten.; Dt 28:33a33Een volk dat u niet kent, zal de vrucht van uw land en heel uw arbeid opeten. U zult alle dagen alleen maar onderdrukt en uitgebuit worden.).

Het woord “want” (vers 22Want u zult eten van de inspanning van uw handen;
welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan.
)
geeft aan dat nu volgt waaruit de ‘welzaligheid’ van het vrezen van de HEERE en het gaan in Zijn wegen bestaat. Het eerste wat tegen de Godvrezende wordt toegezegd, is dat hij zal “eten van de inspanning van uw handen” (vgl. Js 3:1010Zeg de rechtvaardige dat het [hem] goed zal gaan,
dat hij de vrucht van zijn daden zal eten.
)
. De HEERE zal zijn werk zegenen. Dit is een enorm verschil met de man die hard werkt, maar zonder rekening te houden met God (Ps 127:22Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat,
laat opblijft,
brood eet waarvoor u moet zwoegen:
[de HEERE] geeft [het] Zijn beminde [in de] slaap.
)
. De belofte dat het goed zal gaan, houdt geen voorspoed in van dingen die het leven aangenaam maken, maar houdt het vreugdevolle genot van de gunst van God in het leven op aarde in.


Zegen van het Godvrezend gezin

3Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
uw kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
4Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
5De HEERE zal u zegenen vanuit Sion;
u zult het goede van Jeruzalem zien,
al de dagen van uw leven.
6U zult de kinderen van uw kinderen zien.
Vrede over Israël!

Telkens komt in de pelgrimsliederen naar voren dat God juist de sfeer van het leven van de Godvrezende in zijn gezin zegent (vers 33Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
uw kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
)
. Dit is de vervulling van de zegen die God bij de schepping van Adam en Eva heeft toegezegd (Gn 1:27-28a27En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.28En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!). In het vrederijk zal dit oorspronkelijke doel van God met het huwelijk worden verwerkelijkt tot grote zegen voor de hele aarde (vgl. Gn 15:55Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo [talrijk] zal uw nageslacht zijn.; 22:1717zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.; 32:1212U hebt immers gezegd: Ik zal u zéker weldoen en Ik zal uw nageslacht maken als het zand van de zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!).

De vrouw van de Godvrezende “zal zijn als een vruchtbare wijnstok binnen in uw huis”. Zij zal hem veel kinderen geven en hij zal daaraan vreugde beleven. De wijnstok levert wijn, die een beeld van vreugde is (Ri 9:1313Maar de wijnstok zei tegen hen: Zou ik mijn nieuwe wijn opgeven, die God en mensen vrolijk maakt, en zou ik weggaan om boven de [andere] bomen te zweven?). Zij zal er voor de kinderen zijn en door haar opvoeding ervoor zorgen dat de kinderen een vreugde in zijn huis zijn.

Zijn “kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen” (vgl. Ps 52:1010Maar ik zal zijn als een bladerrijke olijfboom
in het huis van God;
ik vertrouw op Gods goedertierenheid,
eeuwig en altijd.
)
. De olijfboom levert olijfolie, die een beeld is van de Heilige Geest. De kinderen zullen in de kracht van de Heilige Geest tot eer van God leven. Maar het zijn nog “jonge olijfbomen”. Ze moeten nog groeien ofwel opgevoed worden. Daarvoor zitten ze “rondom uw tafel”. Een tafel is een beeld van gemeenschap, van samen genieten van hetzelfde. Daar zullen vader en moeder hen onderwijzen over het leven tot eer van God (vgl. Ef 6:1-41Kinderen, weest jullie ouders gehoorzaam <in [de] Heer>, want dat is terecht.2‘Eer uw vader en uw moeder’, – dit is het eerste gebod met een belofte:3‘opdat het u goed gaat en u lang leeft op de aarde’.4En u, vaders, prikkelt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in [de] tucht en vermaning van de Heer.).

Met een “zie” (vers 44Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
)
wijst de psalmist op de man die hij in de voorgaande verzen heeft beschreven. Hij zegt als het ware: ‘Kijk naar die man, hoe hij samen met zijn vrouw en kinderen aan tafel zit en samen met hen van de vrucht van de inspanning van zijn handen eet. Dit huiselijke tafereel, dat wordt gekenmerkt door een vreugdevolle gemeenschap, is de geweldige zegen die de man ontvangt “die de HEERE vreest”.

Behalve de zegen die in het heden wordt genoten, is er ook de belofte van zegen in de toekomst (vers 55De HEERE zal u zegenen vanuit Sion;
u zult het goede van Jeruzalem zien,
al de dagen van uw leven.
)
. De zegen komt vanuit Sion, het heiligdom waar God woont en vanwaar de genade naar Zijn volk stroomt. Daarbij komt nog dat hij het goede van Jeruzalem zal zien, wat inhoudt dat hij zal delen in de vrede van Jeruzalem. De Godvrezende zal de zegenrijke regering van de Messias vanaf Zijn troon ervaren. Deze zegen duurt “al de dagen van uw leven” in het vrederijk voort.

Hij zal “de kinderen van uw kinderen zien” (vers 66U zult de kinderen van uw kinderen zien.
Vrede over Israël!
)
, wat inhoudt dat hij een talrijk en gelukkig nageslacht zal zien. Zij zullen in het vrederijk het land bevolken. De psalmist besluit dan ook met de wens dat er “vrede over Israël”, dat is het hele volk van de twaalf stammen, zal zijn.

Er kan geen vrede voor het volk zijn als er in de gezinnen geen blijdschap van de Heilige Geest aanwezig is. Zo is het ook in de gemeente. De gezinnen zijn een gemeenschap. Wat daar wordt gedeeld, kenmerkt de gemeente.


Lees verder