Psalmen
1-2 Gods onmisbare zegen 3-5 Kinderzegen
Gods onmisbare zegen

1Een pelgrimslied, van Salomo.
Als de HEERE het huis niet bouwt,
tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan;
als de HEERE de stad niet bewaart,
tevergeefs waakt de wachter.
2Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat,
laat opblijft,
brood eet waarvoor u moet zwoegen:
[de HEERE] geeft [het] Zijn beminde [in de] slaap.

Dit is het achtste “pelgrimslied” (vers 11Een pelgrimslied, van Salomo.
Als de HEERE het huis niet bouwt,
tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan;
als de HEERE de stad niet bewaart,
tevergeefs waakt de wachter.
)
. De dichter wordt vermeld: het is een lied “van Salomo”. De pelgrims zijn onderweg naar het land en denken na over wat hen daar allemaal te wachten staat aan huizen bouwen, de stad bewaken, hard werken en kinderen krijgen. In dit lied spreekt Salomo daarover.

Het zijn de dingen van het dagelijkse leven, waarover wij ook nadenken. Wat Salomo ervan zegt, komt erop neer dat alles wat daarin gebeurt van Gods zegen afhangt om in de plannen te slagen. Het gaat om het besef dat alles wat de rechtvaardige doet, volkomen afhankelijk is van God (vgl. Jk 1:1717Elke goede gave en elk volmaakt geschenk daalt van boven neer, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of schaduw van omkering.).

Als onze activiteiten niet worden bepaald en geleid door God, is alles wat we doen verspilling van tijd en energie. Van elk resultaat in een bepaald werk zullen we moeten zeggen dat het alleen door Gods hulp tot stand is gekomen (1Sm 14:45b45Maar het volk zei tegen Saul: Zou Jonathan moeten sterven, die deze grote verlossing in Israël bewerkt heeft? Geen sprake van! [Zo waar] de HEERE leeft, er zal geen haar van zijn hoofd op de aarde vallen! Want hij heeft [dit] vandaag met Gods [hulp] gedaan. Zo verloste het volk Jonathan, zodat hij niet hoefde te sterven.). Als een project slaagt, is dat Zijn zegen, zonder dat Hij enige prestatie, enig “zwoegen” van onze kant vraagt (Sp 10:2222De zegen van de HEERE, die maakt rijk,
Hij voegt er geen zwoegen aan toe.
)
. Alleen Zijn zegen maakt rijk.

Dit is niet in tegenspraak met de spreuk dat de hand van de vlijtigen rijk maakt (Sp 10:44Wie met een bedrieglijke hand werkt, wordt arm,
maar de hand van de vlijtigen maakt rijk.
)
. Zowel het een als het ander is waar. We moeten werken, maar ook beseffen dat de Heer ons de kracht ervoor moet geven en tevens de zegen erop. Dan beseffen we dat alles van Hem komt en zullen we Hem daarvoor de eer geven.

Salomo gebruikt vier voorbeelden uit het dagelijks leven om dat te illustreren. Hij begint met het bouwen van een huis. Mensen kunnen niet anders doen dan eraan bouwen. Ze kunnen er zelfs aan zwoegen. Maar waar het om gaat, is of dat met of zonder God gebeurt. Als het zonder Hem gebeurt, is alle zwoegen tevergeefs. We kunnen hierbij denken aan de herbouw van de tempel, het huis van God. In het vrederijk wordt de tempel door de HEERE Zelf gebouwd (Zc 6:12-1312en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT –
zal uit Zijn plaats opkomen,
en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen.13Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
)
.

Het tweede voorbeeld is dat van de beveiliging van een stad. Mensen kunnen goed kijken en goed luisteren, maar meer ook niet. Ze kunnen waakzaam zijn, maar de uiteindelijke bescherming van de stad ligt in de hand van God. Hij is de Bewaarder die niet sluimert of slaapt (Ps 121:3-43Hij zal uw voet niet laten wankelen,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.
4Zie, de Bewaarder van Israël
zal niet sluimeren of slapen.
)
. Alle menselijke inspanning om de stad af te schermen voor het binnendringen van het kwaad baat niets als God Zelf de stad niet bewaakt. Dit geldt in het bijzonder voor Jeruzalem. De stad is in zijn geschiedenis vele malen veroverd en verwoest. Maar als de HEERE in het vrederijk de bewaking op Zich neemt, zal de stad volkomen veilig zijn (Zc 2:55En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE,
een muur van vuur rondom,
en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.
)
.

Als we dit op onszelf toepassen, kunnen we zeggen dat het onze verantwoordelijkheid is om voor veiligheid te zorgen. De vraag waar het om gaat, is waarop we ons vertrouwen stellen. Vertrouwen we op onze technische kennis en vernuftige alarmsystemen of op God dat onze werkzaamheden alleen dan zullen baten als Hij ze zegent?

Het derde voorbeeld gaat over het verrichten van ons dagelijks werk (vers 22Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat,
laat opblijft,
brood eet waarvoor u moet zwoegen:
[de HEERE] geeft [het] Zijn beminde [in de] slaap.
)
. Het is duidelijk dat we moeten werken voor ons brood. Dat is al zo sinds de schepping. Maar het gaat erom wat daarbij onze instelling is. Als we er niet aan denken dat we werken omdat God het wil en dat Hij ons de kracht ervoor geeft, dan kunnen we werken zo hard en zo lang we willen en onszelf afbeulen, maar het levert niets op (vgl. Hg 1:66U zaait veel maar brengt weinig binnen.
U eet maar niet tot verzadiging.
U drinkt maar wordt niet dronken.
U kleedt u, maar wordt niet warm.
De dagloner ontvangt zijn loon in een doorboorde buidel.
)
.

Alle ijver van hen die niet met God leven of met Hem rekenen, brengt niets van blijvende waarde voort. De mensen van de wereld zoeken rust en vrede en veiligheid, maar het is allemaal tevergeefs. God geeft rust en vrede aan hem die met Hem leeft, zonder dat hij zich daarvoor hoeft in te spannen. Dat doet Hij, terwijl hij slaapt, ofwel op voor hen ongedachte wijze (vgl. Hd 12:6-76Toen nu Herodes hem zou laten voorkomen, sliep Petrus in die nacht tussen twee soldaten, geboeid met twee ketenen; en wachters voor de deur bewaakten de gevangenis.7En zie, een engel van [de] Heer kwam bij hem staan en een licht scheen in de cel; en door de zijde van Petrus aan te stoten wekte hij hem en zei: Sta vlug op. En zijn ketenen vielen van zijn handen.).

Hij doet het omdat de pelgrim “Zijn beminde” is. Het woord ‘beminde’ is de vertaling van het Hebreeuwse jedid, het woord dat ook voorkomt in de naam die God aan Salomo heeft gegeven bij zijn geboorte “Jedid-Jah”, de ‘beminde van de HEERE, want de HEERE had hem lief (2Sm 12:24-2524Daarna troostte David zijn vrouw Bathseba. Hij ging naar haar toe en sliep met haar. Zij baarde een zoon, die hij de naam Salomo gaf. De HEERE had hem lief,25en zond een [boodschap] door de dienst van de profeet Nathan en noemde zijn naam Jedid-Jah, omwille van de HEERE.). Misschien denkt Salomo hier aan zichzelf, maar het is van toepassing op iedere rechtvaardige die met God leeft.


Kinderzegen

3Zie, kinderen zijn het eigendom van de HEERE,
de vrucht van de schoot is [Zijn] beloning.
4Zoals pijlen in de hand van een held,
zo zijn de zonen, [ontvangen in] de jeugd.
5Welzalig de man die zijn pijlkoker
daarmee gevuld heeft;
zij worden niet beschaamd,
als zij met de vijanden spreken in de poort.

Het vierde voorbeeld gaat over gezinsvorming (vers 33Zie, kinderen zijn het eigendom van de HEERE,
de vrucht van de schoot is [Zijn] beloning.
)
. Kinderen zijn niet alleen een gave van de HEERE, maar “het eigendom van de HEERE”. Door hen zal Hij het vrederijk vestigen (Ps 110:33Uw volk is zeer gewillig
op de dag van Uw kracht,
[getooid] met heilig sieraad;
uit de baarmoeder van de dageraad
is voor U de dauw van Uw jeugd.
)
. Ze zijn ook als “de vrucht van de schoot … [Zijn] beloning”. Beloning is hier niet verbonden aan een prestatie, maar aan een positie. Het is een beloning uit genade, het is een geschenk, zoals de positie ook een geschenk is. De vrucht van de schoot is door Hem gegeven en blijft van Hem als Zijn eigendom. Door Hem is bij Zijn volk vrucht te vinden die tot Zijn eer is (Hs 14:9d9Efraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te maken?
Ík heb hem verhoord en zal naar hem omzien.
Ik zal zijn als een altijd groene cipres.
Door Mij is bij u vrucht te vinden.
; vgl. Jh 15:2-5,162Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke [rank] die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.3U bent al rein om het woord dat Ik tot u heb gesproken. Blijft in Mij, en Ik in u.4Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.5Ik ben de wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u helemaal niets doen.16U hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld dat u zou heengaan en vrucht dragen en dat uw vrucht zou blijven, opdat alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, Hij u dat geeft.)
.

Zonen die God heeft gegeven, zijn “als pijlen in de hand van een held” (vers 44Zoals pijlen in de hand van een held,
zo zijn de zonen, [ontvangen in] de jeugd.
)
. Zij zijn de helden door wie de HEERE – Hij is de Held – de macht van de goddelozen zal tenietdoen (Zc 9:1313als Ik Mij Juda zal hebben gespannen,
[en] Ik Efraïm [op] de boog zal hebben gelegd,
en Ik uw zonen, Sion, zal hebben opgezet
tegen uw zonen, Griekenland,
en Ik u gemaakt zal hebben als het zwaard van een held.
)
. De Zoon van God wordt ook met een pijl vergeleken die in de hand van de Almachtige is (Js 49:1-21Luister naar Mij, kustlanden,
sla er acht op, volken van ver!
De HEERE heeft Mij geroepen van de [moeder]schoot af,
van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd.
2Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard,
in de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij verborgen.
Hij heeft Mij gemaakt tot een puntige pijl,
Hij heeft Mij in Zijn pijlkoker gestoken.
)
.

“Zo zijn de zonen” die opgevoed zijn om de HEERE te dienen in de kracht die “de jeugd” eigen is, als pijlen. Dit is een belangrijke aanwijzing voor de opvoeding van kinderen als God die in Zijn genade als vrucht van de schoot heeft geschonken (Gn 30:2020Lea zei toen: God heeft mij, [ja] mij, een mooi geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij míj komen wonen, want ik heb hem zes zonen gebaard. En zij gaf hem de naam Zebulon.; 33:55Toen sloeg hij zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen. Hij vroeg: Wie heb je daar bij je? [Jakob] zei: Dat zijn de kinderen die God uw dienaar in Zijn genade geschonken heeft.). Wij mogen ze opvoeden voor Hem, zodat ze dienaren in Zijn koninkrijk zullen zijn.

De man die deze zegen van de HEERE heeft gekregen en “zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft”, is een gelukkig man (vers 55Welzalig de man die zijn pijlkoker
daarmee gevuld heeft;
zij worden niet beschaamd,
als zij met de vijanden spreken in de poort.
)
. Zijn zonen zullen niet beschaamd worden als zij het voor hun vader in de poort tegen “de vijanden” opnemen. De poort is de plaats van de rechtszitting (Dt 17:55dan moet u die man of die vrouw die deze wandaad verricht heeft, naar buiten brengen, naar uw poorten, die man of die vrouw, en u moet hen met stenen stenigen, zodat zij sterven.; 21:1919moeten zijn vader en zijn moeder hem grijpen en naar buiten brengen, naar de oudsten van zijn stad, naar de poort van zijn [woon]plaats.; 22:15,2415dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder [het bewijs] van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort.24dan moet u hen beiden naar buiten brengen, naar de poort van die stad, en moet u hen met stenen stenigen, zodat zij sterven; het meisje vanwege het feit dat zij binnen de stad niet om hulp geroepen heeft, en de man vanwege het feit dat hij de vrouw van zijn naaste vernederd heeft. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.; Am 5:1212Want Ik weet dat uw overtredingen veel zijn,
en uw zonden talrijk:
u drijft de rechtvaardige in het nauw, u neemt zwijggeld aan,
u duwt armen in de poort opzij.
)
. Daar zullen de zonen ten gunste van hun vader spreken als hij met vijanden te maken heeft die hem aanklagen.


Lees verder