Psalmen
Inleiding 1-2 De blijdschap van de pelgrim 3-5 De lofprijzing van de pelgrim 6-9 Het gebed van de pelgrim
Inleiding

In deze psalm horen we in de pelgrimsliederen voor de eerste keer over medepelgrims. Na zijn persoonlijke blik op de HEERE en de bemoediging die hij daardoor heeft gekregen in de vorige psalm, ziet pelgrim in deze psalm met grote vreugde dat er medepelgrims zijn.


De blijdschap van de pelgrim

1Een pelgrimslied, van David.
Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:
Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan!
2Onze voeten staan
binnen uw poorten, Jeruzalem!

Van dit “pelgrimslied”, het derde, weten we wie de dichter is (vers 11Een pelgrimslied, van David.
Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:
Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan!
)
. Het is “David”. Hij spreekt zijn blijdschap erover uit wanneer “zij” tegen hem zeggen: “Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan.” Zijn Godvrezende volksgenoten vertellen hem hun voornemen om ter gelegenheid van een van de feesten op te trekken naar Gods huis, de tempel in Jeruzalem (vgl. Ex 23:1717Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht van de Heere HEERE verschijnen.; 34:2323Alles wat onder u mannelijk is, moet drie keer per jaar verschijnen voor het aangezicht van de Heere HEERE, de God van Israël.; Dt 26:1616Op deze dag gebiedt de HEERE, uw God, u deze verordeningen en bepalingen te houden. U moet ze in acht nemen en houden met heel uw hart en met heel uw ziel.). Zijn hart springt op van vreugde als hij van dit verlangen hoort. Wat doet het een hart goed als het gelijkgezinde gelovigen ontmoet.

In vers 22Onze voeten staan
binnen uw poorten, Jeruzalem!
ziet de pelgrims zichzelf in het geloof in de stad aangekomen. Zo kan het geloof spreken, want het geloof weet zeker dat wat beloofd is, zal gebeuren. Ze spreken de stad als een persoon aan, zo enthousiast zijn ze erover dat ze er weer terug zijn.

Ze zien hun voeten in de poorten van de stadstaan. Ergens met de voeten staan, betekent dat het in bezit wordt genomen en tot eigendom wordt verklaard (Jz 1:33Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven, overeenkomstig wat Ik tot Mozes gesproken heb.). Vaak is de poort de plaats van de rechtspraak (Ru 4:1,111Intussen ging Boaz naar de poort en ging daar zitten. En zie, de losser over wie Boaz gesproken had, kwam voorbij. Toen zei hij: Kom [eens] hier [en] ga hier zitten, u [daar], hoe u ook heet. En hij kwam daarheen en ging zitten.11En heel het volk dat in de poort was en de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen. Moge de HEERE deze vrouw, die in uw huis komt, maken als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël gebouwd hebben. Doe krachtige daden in Efratha en maak uw naam beroemd in Bethlehem.; Am 5:10,12,1510Zij haten wie in de poort opkomt voor het recht,
zij hebben een afschuw van wie de waarheid spreekt.12Want Ik weet dat uw overtredingen veel zijn,
en uw zonden talrijk:
u drijft de rechtvaardige in het nauw, u neemt zwijggeld aan,
u duwt armen in de poort opzij.15Haat het kwade en heb het goede lief,
handhaaf het recht in de poort.
Misschien zal de HEERE, de God van de legermachten, genadig zijn
voor het overblijfsel van Jozef.
)
. De pelgrims hebben recht op de stad, ze horen er thuis. Ze kunnen door de poorten naar binnen gaan omdat ze door belijdenis van hun zonden geschikt zijn om in Gods tegenwoordigheid te komen.


De lofprijzing van de pelgrim

3Jeruzalem is gebouwd als een stad
die hecht samengevoegd is.
4Daarheen trekken de stammen op,
de stammen van de HEERE,
[naar de ark van] de getuigenis van Israël,
om de Naam van de HEERE te loven.
5Want daar staan de zetels van het recht,
de zetels van het huis van David.

Vol bewondering bekijken ze de stad en merken op dat hij “hecht samengevoegd is” (vers 33Jeruzalem is gebouwd als een stad
die hecht samengevoegd is.
)
. Het is ermee als met de tentkleden die over de tabernakel liggen, die ook zo aan elkaar zijn vastgemaakt dat ze één geheel vormen. Daar wordt in het Hebreeuws hetzelfde woord ‘hecht samengevoegd’ gebruikt (Ex 26:6,9,116Dan moet u vijftig gouden haken maken en met die haken de tentkleden aan elkaar vastmaken, zodat de tabernakel één [geheel] is.9En u moet vijf van de tentkleden apart aan elkaar vastmaken en zes van de [andere] tentkleden eveneens apart. Vervolgens moet u het zesde tentkleed dubbelvouwen aan de voorkant van de tent.11Vervolgens moet u vijftig koperen haken maken en u moet de haken in de lussen aanbrengen en de tent[delen zo] aan elkaar vastmaken dat ze één [geheel] vormen.). Het brengt de eenheid en harmonie van het volk van God tot uitdrukking onder zijn koning en God.

In het geloof zien de getrouwen het totaal van het volk dat nu nog zo verdeeld en verspreid is. Het volk van God wordt gevormd door “de stammen”, dat zijn de twaalf stammen, die met nadruk “de stammen van de HEERE” worden genoemd (vers 44Daarheen trekken de stammen op,
de stammen van de HEERE,
[naar de ark van] de getuigenis van Israël,
om de Naam van de HEERE te loven.
)
. Ze behoren Hem toe, want Hij heeft ze voor Zichzelf uitgekozen om samen Zijn volk te zijn.

Dit zullen ze zich in de eindtijd bewust worden, als ze oog in oog komen te staan met hun Messias. Ze zullen zien op Hem Die zij hebben doorstoken (Zc 12:1010Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.). Dan zullen “alle stammen van het land … over Hem weeklagen” (Op 1:77Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen.; vgl. Zc 12:12-1412Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,13het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,14al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.). Dit zal hun bekering zijn. Vervolgens zal het verlangen in hen ontwaken om bij Hem in Zijn stad te zijn.

De stad heeft grote aantrekkingskracht op hen. Die aantrekkingskracht zit in Wie daar is en wat daar wordt gedaan. Daar bevindt zich namelijk “[de ark van] de getuigenis van Israël”, het symbool van de woonplaats van God. Ze komen daar om Zijn Naam te loven. Om Hem gaat het. Hij is het door Wie zij als stammen aan elkaar verbonden zijn en samen Zijn volk vormen. Ze ontmoeten elkaar daar bij Hem.

De stad is niet alleen het centrum van aanbidding, maar ook het centrum van de rechtspraak (vers 55Want daar staan de zetels van het recht,
de zetels van het huis van David.
)
. Daarnaar verwijzen “de zetels van het recht”. Deze zetels, ofwel deze rechtspraak wordt direct verbonden aan “het huis van David”. Er is sprake van zetels, meervoud. Dit wijst erop dat er meerdere zetels of tronen staan. Anderen mogen met Christus regeren (Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.).


Het gebed van de pelgrim

6Bid om vrede voor Jeruzalem,
laat het goed gaan met hen die u liefhebben.
7Laat vrede binnen uw vestingwal zijn,
rust in uw burchten.
8Omwille van mijn broeders en mijn vrienden
spreek ik nu: Vrede zij in u!
9Omwille van het huis van de HEERE, onze God,
zal ik het goede voor u zoeken.

Na de zetels van het recht, die staan voor gerechtigheid, kan er sprake zijn van vrede (vers 66Bid om vrede voor Jeruzalem,
laat het goed gaan met hen die u liefhebben.
)
. Vrede is gebaseerd op gerechtigheid. Terwijl ze daar zijn, stellen ze de vraag op om te bidden “om vrede voor Jeruzalem” (vgl. Jr 29:77Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd. Bid ervoor tot de HEERE, want in haar vrede zult u vrede hebben.), want het is nog niet de situatie van het vrederijk. Vrede is meer dan alleen de afwezigheid van oorlog. Het is harmonie en welvaart.

Er wordt een zegenwens verbonden aan het gebed om vrede: “Laat het goed gaan met hen die u liefhebben.” Wie Jeruzalem, de stad van de vrede, liefhebben, hebben de vrede lief. Daarom kan voor hen worden gevraagd aan de HEERE om het goed met hen te laten gaan (vgl. Mt 10:40-4240Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij heeft gezonden.41Wie een profeet ontvangt in naam van een profeet, zal [het] loon van een profeet krijgen; en wie een rechtvaardige ontvangt in naam van een rechtvaardige, zal [het] loon van een rechtvaardige krijgen.42En wie een van deze kleinen slechts een beker koud <water> te drinken zal geven in naam van een discipel, voorwaar, Ik zeg u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.). Jeruzalem betekent ‘stad van de vrede’, maar er is sinds een korte periode onder de regering Salomo, nooit vrede in de stad geweest. Die vrede wordt pas werkelijkheid als de stad zijn poorten voor de Vredevorst opent.

Er is een groot verlangen naar “vrede in uw vestingwal” en “rust in uw burchten” (vers 77Laat vrede binnen uw vestingwal zijn,
rust in uw burchten.
)
. Dat de vestingwal en burchten er zijn, betekent dat er nog dreiging van vijanden is. Maar ondanks de dreiging kan er vrede en rust zijn als het hart in gemeenschap met de HEERE is.

Voor een plaatselijke gemeente kan een situatie van vrede en rust ook werkelijkheid zijn (vgl. Hd 9:3131De gemeente dan door heel Judéa, Galiléa en Samaria had vrede, terwijl zij werd opgebouwd en wandelde in de vrees van de Heer, en zij vermeerderde door de vertroosting van de Heilige Geest.). Dat zal het geval zijn als de gelovigen zich persoonlijk onder het gezag van de Heer Jezus stellen. Ze zullen dan de “rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest” ervaren.

Wie persoonlijk die vrede en rust heeft, zal die ook voor “mijn broeders en mijn vrienden” wensen (vers 88Omwille van mijn broeders en mijn vrienden
spreek ik nu: Vrede zij in u!
)
. Hij heeft met hen een gemeenschappelijke liefde voor Jeruzalem en de tempel, dat wil zeggen voor Hem Die daar woont. Samen dienen en aanbidden ze Hem. Dit aspect is ook voor de gemeente van belang. Wij worden opgeroepen ons te beijveren “de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede” (Ef 4:33[en] u beijvert de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede:), want we zijn met alle gelovigen “samengevoegd en verbonden” (Ef 4:1616uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning [verleent] naar [de] werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde.).

De uiteindelijke wens naar vrede heeft te maken met het feit dat in de stad “het huis van de HEERE, onze God” staat (vers 99Omwille van het huis van de HEERE, onze God,
zal ik het goede voor u zoeken.
)
. Dat is de motivatie van de Godvrezende om het goede voor de stad te zoeken. Zo moet het ook ons gaan om de Heer Jezus. Waar Hij wordt verheerlijkt en aangebeden, daar is ook onze plaats.


Lees verder