Psalmen
1-2 Alle volken, loof de HEERE!
Alle volken, loof de HEERE!

1Loof de HEERE, alle heidenvolken;
prijs Hem, alle natiën.
2Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons;
de trouw van de HEERE is voor eeuwig.
Halleluja!

Deze kortste psalm en het kortste hoofdstuk van de Bijbel heeft een enorme spanwijdte. De uitnodiging gaat naar “alle heidenvolken” om de HEERE te loven, en naar “alle natiën” om Hem te prijzen (vers 11Loof de HEERE, alle heidenvolken;
prijs Hem, alle natiën.
)
. Het gaat hier om de tijd dat de HEERE Koning van heel de aarde is. Een degelijke uitnodiging heeft Israël in zijn geschiedenis onder de wet nooit gedaan. Maar nu ze in de zegen van het vrederijk zijn binnen gevoerd, kunnen ze die uitnodiging doen.

Daar komt bij dat God recht heeft op de lofprijzing van alle volken. Israël heeft geen alleenrecht op het loven van God. Het volk is door God tot Zijn volk gemaakt, opdat Hij door hen Zijn Naam aan de volken kan bekendmaken en zij ook Hem zullen eren voor Wie Hij is. Hij is niet alleen de God van de Joden, maar ook van de volken (Rm 3:2929Is [God] alleen de God van [de] Joden? Niet ook van [de] volken? Ja, ook van de volken;).

Paulus citeert vers 11Loof de HEERE, alle heidenvolken;
prijs Hem, alle natiën.
van deze psalm in Romeinen 15 om aan te geven dat God ook in het Oude Testament zegen voor de volken op het oog heeft (Rm 15:1111En verder: ‘Looft de Heer, alle volken, en laten alle naties Hem prijzen’.; vgl. Gn 12:33Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.; Gl 3:88De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.). Hij doet dat in verband met de Heer Jezus Die een Dienstknecht van de besnijdenis is geworden “opdat de volken God verheerlijken wegens de barmhartigheid” (Rm 15:8-9a8Want ik zeg, dat Christus een Dienstknecht van [de] besnijdenis geworden is ter wille van [de] waarheid van God, om de beloften van de vaderen te bevestigen,9en opdat de volken God verheerlijken wegens [de] barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden onder [de] volken en Uw Naam lofzingen’.). Hier maakt Paulus duidelijk dat de komst van de Heer Jezus niet alleen zegen inhoudt voor Israël, maar ook voor de volken.

Het is in Gods hart dat de Heer Jezus Israël herstelt. Maar dat is niet het enige. Voor God is het werk van Zijn Zoon zo groot, dat Hij de gevolgen daarvan niet tot Israël wil beperken. Hij wil dat alle volken delen in de barmhartigheid die door Christus tot de mensen is gekomen. Het resultaat is dat God wordt verheerlijkt en groot gemaakt.

De barmhartigheid voor de volken is niet iets nieuws dat pas in het Nieuwe Testament is geopenbaard. Let wel: het gaat niet om de gemeente. Die is in het Oude Testament wél een verborgenheid. Het gaat er hier over, dat Gods hart in het Oude Testament ook is uitgegaan naar de volken buiten Israël. Ze hebben daar een andere plaats, dat is waar. Israël is en blijft Gods uitverkoren volk en heeft in de heilsgeschiedenis een aparte plaats. Maar daarmee heeft God de andere volken niet verworpen.

In de eindtijd zullen de volken de HEERE leren kennen door de wegen die Hij met Israël is gegaan. Ze zullen Hem leren kennen als de goedertieren en trouwe God. Daarvan getuigt Gods volk als het zegt: “Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons” (vers 22Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons;
de trouw van de HEERE is voor eeuwig.
Halleluja!
)
. Die goedertierenheid “is machtig”, want ze heeft een einde gemaakt aan de macht van de zonde en aan de macht van de vijandige volken. Van deze machten heeft het volk zichzelf niet kunnen bevrijden, maar Hij heeft het gedaan.

Daardoor is tevens “de trouw van de HEERE” aan Zijn verbond gebleken. De zonden van het volk en de vijandschap van de volken doen Zijn trouw aan Zijn verbond niet teniet. Aan die trouw komt geen einde, ze is “voor eeuwig”, dat wil hier zeggen, gedurende de hele periode van het vrederijk. Daarom zal het “halleluja”, loof de HEERE, waarmee deze psalm eindigt, tijdens de duur van het vrederijk onophoudelijk klinken.


Lees verder