Psalmen
Inleiding 1-3 Dien de HEERE met blijdschap 4-5 De HEERE is goed
Inleiding

Dit is de op één na laatste van de reeks psalmen die de komst van de HEERE als Koning, de Messias, beschrijven (Psalmen 93-101).


Dien de HEERE met blijdschap

1Een lofpsalm.
Juich voor de HEERE, heel de aarde;
2dien de HEERE met blijdschap,
kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang.
3Weet dat de HEERE God is;
Híj heeft ons gemaakt – en niet wij –
Zijn volk en de schapen van Zijn weide.

Als Christus regeert, zal deze “lofpsalm” worden gezongen (vers 1a1Een lofpsalm.
Juich voor de HEERE, heel de aarde;
)
. Dat het ‘een lofpsalm’ wordt genoemd, geeft aan dat hij wordt gezongen bij het brengen van het dank- of vredeoffer in de tempel. Het is een opwekking om “voor de HEERE” te juichen, een opwekking die “heel de aarde” aangaat (vers 1b1Een lofpsalm.
Juich voor de HEERE, heel de aarde;
)
. Alle bewoners van de aarde worden opgeroepen te delen in de blijdschap en aanbidding van Israël (vgl. Dt 32:4343Juich, heidenen, [met] Zijn volk!
Want Hij zal het bloed van Zijn dienaren wreken.
Hij zal de wraak laten terugkomen op Zijn tegenstanders,
en Zijn land [en] Zijn volk verzoenen!
)
.

Het is een voorrecht om in Gods tegenwoordigheid te komen en Hem daar “met blijdschap” en “met vrolijk gezang” te dienen (vers 22dien de HEERE met blijdschap,
kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang.
)
. Dienen is de dienst van aanbidding en ook de dienst van het hele leven. We mogen God aanbidden en ons leven Hem ter beschikking stellen. We mogen Hem dienen met alles wat we zijn en hebben. Omdat Gods volk dat heeft nagelaten, heeft God vijanden op hen afgestuurd en hen het ijzeren juk van de slavernij opgelegd (Dt 28:47-4847Omdat u de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met blijdschap en hartelijke vreugde, vanwege de overvloed van alles,48zult u uw vijanden, die de HEERE op u af zal sturen, dienen met honger en dorst, met naaktheid en gebrek aan alles. Hij zal u een ijzeren juk op de hals leggen, totdat Hij u wegvaagt.).

Gods volk getuigt tot heel de aarde “dat de HEERE God is” (vers 33Weet dat de HEERE God is;
Híj heeft ons gemaakt – en niet wij –
Zijn volk en de schapen van Zijn weide.
)
. Zij erkennen Hem als hun Schepper, want “Hij heeft ons gemaakt – en niet wij” (vgl. Js 29:2323want als hij zijn kinderen ziet, het werk van Mijn handen in zijn midden,
dan zullen zij Mijn Naam als heilig erkennen,
zij zullen de Heilige van Jakob als heilig erkennen,
zij zullen bevreesd zijn voor de God van Israël.
; 60:2121Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.
Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant,
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.
)
. Ze zijn niet in eigen kracht ontstaan en tot Zijn volk geworden. Het is alleen Zijn werk. Hij heeft hen tot Zijn volk gemaakt. Hij is hun Formeerder (Js 43:11Maar nu, zo zegt de HEERE,
uw Schepper, Jakob, uw Formeerder, Israël:
Wees niet bevreesd, want Ik heb u verlost,
Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij.
; 45:1111Zo zegt de HEERE,
de Heilige van Israël, zijn Formeerder:
Zij hebben Mij naar de toekomstige dingen gevraagd, aangaande Mijn kinderen –
zou u Mij bevel geven aangaande het werk van Mijn handen?
)
. Hij is de Schepper van alle mensen van de hele aarde en Hij heeft hen in volken bij elkaar gebracht. Daarmee zullen ze instemmen.

Gods volk staat ook nog eens in een bijzondere betrekking tot Hem, namelijk als schapen ten opzichte van een herder. Zij zijn “Zijn volk en de schapen van Zijn weide”. God is niet alleen hun Schepper, Hij is ook hun Herder. Hij brengt hen naar “Zijn weide”, waar Hij hen verzorgt met alles wat goed voor hen is.


De HEERE is goed

4Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer,
Zijn voorhoven met een lofzang;
loof Hem, prijs Zijn Naam.
5Want de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie.

Tegen Israël en alle volken wordt gezegd dat ze “Zijn poorten” zullen binnengaan “met een lofoffer” (vers 44Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer,
Zijn voorhoven met een lofzang;
loof Hem, prijs Zijn Naam.
)
. ‘Zijn poorten’ zijn de poorten van Jeruzalem. De HEERE zegt daarvan dat Hij ze meer liefheeft dan alle woningen van Jakob (Ps 87:22De HEERE heeft de poorten van Sion lief
boven alle woningen van Jakob.
)
. Hij woont in die stad, want daar staat Zijn woonplaats, de tempel. Alle aanbidders mogen hun lofoffer “met een lofzang” in “Zijn voorhoven”, dat zijn de voorhoven van de tempel, brengen. Zo dicht bij Hem, zo in Zijn tegenwoordigheid, is het niet moeilijk om Hem te loven en Zijn Naam te prijzen.

De aanleiding om zo bij Hem te komen en Hem te prijzen zijn Zijn goedheid, Zijn goedertierenheid en Zijn trouw (vers 55Want de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie.
)
. Van alle mensen geldt dat er niemand is die goeddoet, “er is er zelfs niet één” (Rm 3:12b12allen zijn zij afgeweken; samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één’;). Alleen “de HEERE is goed” (vers 55Want de HEERE is goed,
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,
Zijn trouw van generatie op generatie.
; Mk 10:1818Jezus echter zei tot hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed dan Eén: God.)
. Hij heeft altijd het goede voor ogen. Alles wat Hij doet en wat Hij geeft, is goed. Altijd laat Hij voor hen “die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede” (Rm 8:2828Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar [Zijn] voornemen zijn geroepen.).

Hij is niet slechts af en toe goed. Hij is goed en daarom is “Zijn goedertierenheid … voor eeuwig” (vgl. Ps 136:11Loof de HEERE, want Hij is goed,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
)
. Zijn goedertierenheid is niet alleen goedheid als eigenschap, maar goedheid die zich in daden uit. Daarom wordt in Psalm 136 in elk van de zesentwintig verzen van deze psalm Gods goedertierenheid telkens verbonden aan een daad waaruit Zijn goedertierenheid is gebleken. Voor eeuwig wil hier zeggen gedurende het vrederijk.

In directe verbinding met Zijn goedertierenheid, die voor eeuwig is, wordt “Zijn trouw” genoemd, die “van generatie op generatie” is. Elke nieuwe generatie die in het vrederijk wordt geboren, mag rekenen op Zijn trouw. Daarop mogen wij ook rekenen voor de tijd dat wij op aarde leven, evenals de generaties die na ons komen, als de Heer Jezus nog niet komt om Zijn gemeente op te nemen.


Lees verder