Jesaja
Inleiding
Inleiding

Vooraf

Deze toelichting op het boek Jesaja is een herziening van de toelichting die een aantal jaren als download beschikbaar was op www.oudesporen.nl. Deze herziening betreft het invoegen van de tekst van de Herziene Statenvertaling en een uitbreiding van de toelichting. De aanleiding is de verschijning ervan in boekvorm.

Het is – anders dan de eerdere internetversie – een commentaar van twee auteurs geworden. Dat moet overigens ruimer worden opgevat. We hebben dankbaar gebruikgemaakt van wat de Heer al aan anderen van de inhoud van dit bijbelboek heeft laten zien. We laten het aan de lezer over om aan de hand van Gods Woord zelf na te gaan of wat in deze toelichting wordt geschreven, inderdaad beantwoordt aan Gods bedoeling (Hd 17:1111Dezen nu waren edeler dan die in Thessalonika: zij ontvingen het Woord met alle bereidwilligheid, terwijl zij dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen zo waren.).

In deze tijd, waarin de gemeente wordt gekenmerkt door grote zwakheid en verschillende noden en problemen, hebben we het profetische woord hard nodig. Het is een bewijs van Gods genade dat Hij profeten heeft gegeven. Hij stuurt profeten als het volk van Hem afwijkt. Hun boodschap heeft twee kanten: oordeel over hen die volharden in hun afwijzing van Zijn Woord en zegen voor hen die gehoor geven aan de oproep die de profeet namens God doet.

Wie het boek Jesaja aandachtig leest, komt onder indruk van de actualiteit en de kracht van zijn boodschap voor ons. Het is meer dan ooit nodig elkaar te motiveren elke dag (Hd 17:11b11Dezen nu waren edeler dan die in Thessalonika: zij ontvingen het Woord met alle bereidwilligheid, terwijl zij dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen zo waren.) tijd vrij te maken om te luisteren naar wat de Geest door het Woord tot ons persoonlijk te zeggen heeft.

Laat wat God heeft gezegd ook een regelmatig onderwerp van gesprek zijn in het gezin (Dt 6:6-96Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.7U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.8U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.9U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.). Hierbij kan deze toelichting een goed hulpmiddel zijn. We kunnen bijvoorbeeld na de maaltijd een stukje uit het bijbelboek Jesaja lezen, daarna de toelichting van het betreffende gedeelte en daarover dan even met elkaar praten. Als we dat doen met een gebed in het hart dat de Heer ons “verlichte ogen van … hart” (Ef 1:1818verlichte ogen van <uw> hart, opdat u weet wat de hoop van Zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,) geeft, zal de zegen daarvan door het hele gezin ervaren worden (Hb 6:77Want [de] grond die de dikwijls daarop komende regen indrinkt en nuttig gewas voortbrengt voor hen ten behoeve van wie hij ook bebouwd wordt, ontvangt zegen van God;).

Als een gedeelte van Gods Woord duidelijk(er) is geworden, dank dan de Heer voor wat Hij heeft laten zien. Gods Woord kan ook duidelijk maken dat we iets als zonde moeten belijden. Door te danken en te belijden wordt wat we lezen ons geestelijk eigendom, waarmee we ook weer anderen kunnen dienen.

Als we biddend dit prachtige gedeelte van de schatkamer van Gods Woord binnengaan, zullen we er dankend uit tevoorschijn komen, omdat we in dit boek de Heer Jezus hebben ontmoet. Bij zijn roeping heeft Jesaja Zijn heerlijkheid gezien (Js 6:1-31In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn [gewaad] vulden de tempel.2Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte [ieder] zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
3De een riep tot de ander:
Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!
; Jh 12:36-4136Terwijl u het licht hebt, gelooft in het licht, opdat u zonen van [het] licht wordt. Dit sprak Jezus, en Hij ging weg en verborg Zich voor hen.37Maar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn had gedaan, geloofden zij niet in Hem;38opdat het woord van de profeet Jesaja werd vervuld, dat hij heeft gezegd: ‘Heer, wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van [de] Heer geopenbaard?’39Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw heeft gezegd:40‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met hun ogen zien en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’.41Dit zei Jesaja omdat hij Zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak.)
. In dit boek wordt de heerlijkheid van de Heer Jezus in vele kleuren voor ons geschilderd. Hoe meer we daarvan zien, hoe meer ons hart vervuld wordt met dank en aanbidding.

Ger de Koning / Tony Jonathan
Middelburg / Arnhem, mei 2014

Reageren op de inhoud kan door te mailen naar:
ger.de.koning@gmail.com of tonyjonathan@hetnet.nl

Inleiding op het boek Jesaja

Wat betekent de naam ‘Jesaja’ voor ons als we die naam lezen? Helaas vaak niet meer dan een naam. Maar als we de betekenis van deze naam kennen, zal het horen of lezen van die naam onze harten laten trillen van grote blijdschap, want zijn naam betekent ‘de behoudenis van de HEERE’. De naam ‘Jesaja’ geeft in één woord de inhoud van het hele boek weer.

Het boek Jesaja is het grootste en omvangrijkste profetische boek van de Bijbel. Het profetische woord is in tal van aspecten in dit boek aanwezig. Jesaja spreekt over de vervulling van Gods raadsbesluit met betrekking tot Zijn aardse volk. Dit raadsbesluit houdt in dat God Zijn voorgenomen heil of behoudenis over Israël brengt en door Israël ook over de heidenvolken (Rm 15:9-129en opdat de volken God verheerlijken wegens [de] barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden onder [de] volken en Uw Naam lofzingen’.10En verder zegt hij: ‘Weest vrolijk, volken, met Zijn volk’.11En verder: ‘Looft de Heer, alle volken, en laten alle naties Hem prijzen’.12En verder zegt Jesaja: ‘Er zal zijn de Wortel van Isaï, en Hij Die opstaat om over [de] volken te heersen; op Hem zullen [de] volken hopen’.). Deze vervulling zal plaatsvinden in het duizendjarig vrederijk. In meerdere gedeelten van het boek zien we daarvan in onze tijd al een voorvervulling. Gods heerlijkheid wordt in alle tijden in al Zijn wegen met de mensen zichtbaar, zowel in genade als in oordeel.

Centrale thema

Jesaja wordt wel ‘de evangelist van het Oude Testament’ genoemd. De goede boodschap – dat is wat het woord ‘evangelie’ betekent –, die zegenrijk en troostrijk is (Js 40:11Troost, troost Mijn volk,
zal uw God zeggen,
)
, gaat uit zowel tot Israël als tot de volken (Js 49:66Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn
om op te richten de stammen van Jakob
en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen.
Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken,
om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.
)
. Die boodschap hangt direct samen met het grote en centrale onderwerp van het profetische woord: de Messias, de Heer Jezus. Zijn eerste komst als de lijdende Knecht van de HEERE en ook Zijn tweede komst als Koning boven alle koningen worden uitvoerig belicht. Jesaja spreekt over de geboorte van de Heer Jezus, over Zijn voedsel, Zijn leven, Zijn dood, Zijn opstanding, Zijn terugkeer en Zijn vrederijk. We zullen het allemaal in dit bijbelboek tegenkomen.

Er is geen bijbelboek waarin we zoveel leren over het lijden, de verheerlijking en het koninkrijk van de Heer Jezus als dit van Jesaja. Het is ook niet verwonderlijk dat uit zijn profetie meer in het Nieuwe Testament wordt aangehaald dan uit enig ander boek van het Oude Testament. Het Nieuwe Testament bevat ca. vijfentachtig citaten uit Jesaja.

Profetie

Het is goed om nog een enkel woord over profetie in het algemeen te zeggen. Profetie is wel vergeleken met muziek die voor het gehoor van het geloof altijd welluidend klinkt (vgl. 1Kr 25:1a,31Verder zonderde David met de legerbevelhebbers [mensen] af voor het dienstwerk uit de nakomelingen van Asaf, Heman en Jeduthun. Zij profeteerden onder [het spel van] harpen, luiten en cimbalen. Dit is hun aantal, van de mannen werkzaam voor hun dienstwerk.3Wat betreft Jeduthun: de zonen van Jeduthun waren Gedalja, Zeri, Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes. [Zij stonden] onder leiding van hun vader Jeduthun die bij [het spel van] de harp profeteerde onder het loven en prijzen van de HEERE.). De betekenis van profetie wordt vooral gewaardeerd in tijden van beproeving en tuchtiging en verdriet en verval van Gods volk. Profeten worden door God tot Zijn volk gezonden in tijden van verval. Profeten zijn de mond van God, de woordvoerders van God (vgl. Ex 7:11Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao [tot] een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn.). Ze doen een beroep op een volk dat van Hem is afgeweken om naar Hem terug te keren, opdat Hij hen weer kan zegenen. Luisteren ze niet, dan moet het oordeel komen. Waarschuwingen worden gevolgd door oordeel. Oordeel geldt altijd de goddeloze massa van het volk.

Maar oordeel heeft niet het laatste woord. De profeten hebben namelijk ook altijd het oog gericht op een Godvrezend overblijfsel, “een gering aantal ontkomenen” (Js 1:99Als de HEERE van de legermachten
ons niet een gering aantal ontkomenen had overgelaten,
als Sodom zouden wij geworden zijn;
wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.
)
. Soms zijn de profeten zelf een type van dat overblijfsel, zoals Jesaja (Js 8:1818Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, dienen tot tekenen en wonderen in Israël,
afkomstig van de HEERE van de legermachten, Die op de berg Sion woont.
)
. Het kenmerk van een overblijfsel is dat het, als voorwerp van Gods genade, voor God en Zijn rechten blijft staan te midden van het verval.

Zij die het overblijfsel vormen, krijgen van de HEERE ook een bijzondere aankondiging aangaande de toekomst, de eindtijd (Js 46:1010Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn,
van oudsher [de dingen] die nog niet plaatsgevonden hebben;
Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand
en Ik zal al Mijn welbehagen doen;
)
. De eindtijd is de komst van de Heer Jezus en de vestiging van Zijn rijk. Veel profetieën hebben nog geen volledige vervulling gehad. Die volledige vervulling komt, wanneer de Heer Jezus het vrederijk vestigt en als Messias regeert. Wel hebben sommige profetieën al een gedeeltelijke, voorlopige vervulling gehad.

De werkelijke waarde van de profetie is dat deze zich bezighoudt met een Persoon en niet in de eerste plaats met gebeurtenissen. Het gaat om Christus – zie onder ‘Centrale thema’. Profetie is ook niet alleen het voorzeggen van toekomstige gebeurtenissen, maar ook het voortzeggen of doorgeven van Gods gedachten en de toepassing daarvan op hart en geweten (1Ko 14:33Maar wie profeteert, spreekt voor mensen [tot] opbouwing, vermaning en vertroosting.).

Deze ‘werkwijze’ geldt voor de schrijvende profeten, dat wil zeggen voor de profeten van wie we een geschrift in de Bijbel hebben. Niet-schrijvende profeten, bijvoorbeeld Elia en Elisa, profeteren met het oog op de actuele situatie van Gods volk. Ze profeteren ook wel aangaande toekomstige dingen, maar dan spreken ze toch vooral over de directe toekomst, over dingen die zij vaak ook zelf meemaken. Wel zien we in hun leven en geschiedenis de geestelijke kenmerken van de eindtijd, de kenmerken van het verval.

Bij de bestudering van de boeken van de profeten kunnen we drie lagen of benaderingen opmerken.
Profetie heeft in de eerste plaats een directe, eerste betekenis voor de situatie in de tijd waarin de profeet optreedt.
In de tweede plaats zien we in de boeken van de profeten een profetisch perspectief. Dan zien we in de gebeurtenissen van de dagen van de profeet een voorafschaduwing van gebeurtenissen die zich aan het einde van de tijd zullen afspelen.
In de derde plaats is elk bijbelboek van de profeten, ook het boek Jesaja, een typologisch boek. ‘Typologisch’ wil zeggen dat gebeurtenissen of personen typen of beelden zijn waaruit wij geestelijke lessen kunnen leren. De Schrift zelf zegt dat de geschiedenis van Gods volk met dat doel is geschreven en spoort ons aan de Schrift ook zo te lezen (1Ko 10:11,66En deze dingen gebeurden tot voorbeelden voor ons, opdat wij geen begeerte in [het] kwade zouden hebben, zoals zij er begeerte in hadden.11<Al> deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, op wie de einden van de eeuwen zijn gekomen.; Rm 15:44Want alles wat tevoren geschreven is, is tot onze lering geschreven, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop hebben.; Gl 4:21-3121Zegt mij, u die onder [de] wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet?22Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, één van de slavin en één van de vrije.23Maar die van de slavin was naar [het] vlees geboren en die van de vrije door [de] belofte.24Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis. Want dit zijn twee verbonden: het één van de berg Sinaï die tot slavernij baart, dat is Hagar.25Hagar nu is de berg Sinaï in Arabië en komt overeen met het tegenwoordige Jeruzalem, want dit is in slavernij met haar kinderen;26maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is onze moeder.27Want er staat geschreven: ‘Wees vrolijk, onvruchtbare die niet baart, barst los en juich, u die geen barensweeën hebt, want de kinderen van de eenzame zijn talrijker dan van haar die een man heeft’.28U echter, broeders, bent kinderen van [de] belofte naar [het voorbeeld van] Izaäk.29Maar zoals destijds hij die naar [het] vlees geboren was, hem vervolgde die naar [de] Geest was, zo ook nu.30Maar wat zegt de Schrift? ‘Drijf de slavin en haar zoon uit; want de zoon van de slavin zal geenszins erven met de zoon van de vrije’.31Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van de vrije.). De geestelijke toestand van het volk van God toen spreekt tot ons over de geestelijke toestand van ons als Gods volk nu.

Belangrijk is nog om op te merken dat we profetieën, die voor Israël letterlijke profetieën zijn, niet mogen overhevelen op de kerk of gemeente nu. De profetie heeft een letterlijke vervulling voor Israël en niet voor de gemeente. De letterlijke vervulling mag echter niet verhinderen dat de gemeente geestelijke lessen uit de profetieën trekt.

Persoon van Jesaja

De naam ‘Jesaja’ is de verkorte vorm van het Hebreeuwse Yeshayahu en betekent ‘behoudenis van de HEERE’, een naam die volkomen in overeenstemming is met de boodschap van zijn boek.

Jesaja is getrouwd. De naam van zijn vrouw wordt niet vermeld, maar wel wat ze doet. Ze wordt “de profetes” genoemd (Js 8:33Ik was tot de profetes genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj Baz.). Ze hebben twee zonen. De namen van deze twee zonen worden ook genoemd. Die namen hebben een profetische betekenis. De jongste heet Maher Sjalal Chasj Baz” (Js 8:33Ik was tot de profetes genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj Baz.), wat betekent ‘haastig roof spoedig buit’. De oudste heet “Sjear-Jasjub” (Js 7:33En de HEERE zei tegen Jesaja: Ga nu op weg, Achaz tegemoet, u en uw zoon Sjear-Jasjub, naar het einde van de waterloop van de bovenvijver, bij de weg naar het Blekersveld.), wat betekent ‘een overblijfsel zal terugkeren’.

Jesaja leeft in een tijd vol gevaren, als het voortbestaan van Israël en van Juda in het geding is. Hij wordt door de HEERE aan het einde van de regering van koning Uzzia geroepen tot profeet, dat het jaar 740 v.Chr. (Js 6:11In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn [gewaad] vulden de tempel.). Hij is dan nog betrekkelijk jong. De periode van zijn dienst beslaat veertig tot vijftig jaar. Het terrein van zijn dienst en leven is Jeruzalem en de omgeving daarvan.

Bij zijn roeping ziet hij de HEERE van de legermachten (Js 6:1-31In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn [gewaad] vulden de tempel.2Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte [ieder] zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
3De een riep tot de ander:
Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!
)
. Dat stempelt zijn leven en dienst, zoals ook Paulus’ dienst en leven gevormd zijn door zijn ontmoeting met de verheerlijkte Heer als hij op weg is naar Damascus (Hd 9:1-91Terwijl nu Saulus nog steeds dreiging en moord blies tegen de discipelen van de Heer, ging hij naar de hogepriester2en vroeg hem om brieven naar Damaskus, voor de synagogen, om, als hij er vond die van de Weg waren, zowel mannen als vrouwen geboeid naar Jeruzalem te brengen.3Terwijl hij echter reisde, gebeurde het dat hij Damaskus naderde; en plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel;4en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?5En hij zei: Wie bent U, Heer? En hij zei: Ik ben Jezus, Die jij vervolgt.6Maar sta op en ga de stad binnen en er zal tot je gesproken worden wat je moet doen.7De mannen nu die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen.8Saulus nu stond op van de grond; en hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. En zij leidden hem bij de hand en brachten hem in Damaskus.9En hij kon drie dagen niet zien en hij at en hij dronk niet.). De toepassing voor ons is dat aan de dienst die wij voor de Heer mogen doen, ook een persoonlijke ontmoeting met Hem vooraf moet gaan.

Volgens de traditie is Jesaja wreed gedood door de kind-puber koning Manasse na diens aantreden als koning in 686 v.Chr. Manasse is dan twaalf jaar oud. Manasse heeft hem, volgens de traditie, in een holle boomstam gestopt en in stukken gezaagd (vgl. Hb 11:3737Zij werden gestenigd, in stukken gezaagd, <verzocht,> met [het] zwaard vermoord, zij liepen rond in schapenvachten, in geitenvellen, leden gebrek, werden verdrukt, mishandeld –). Het is goed mogelijk en niet verwonderlijk dat de satan tegen Jesaja, die zo’n krachtige getuige van God is, als een brullende leeuw tekeer is gegaan en hem in stukken heeft laten zagen.

De satan heeft – volgens de overlevering – niet alleen de persoon Jesaja in stukken laten zagen. Hij heeft ook getracht, en tracht nog steeds, door toedoen van de moderne theologen zijn boek in stukken te zagen. Zij beweren namelijk dat niet één Jesaja, maar drie Jesaja’s en dat over een periode van enkele honderden jaren het boek hebben geschreven. Het laat zien dat de satan het belang van het boek Jesaja goed heeft begrepen, want anders zou hij niet zoveel moeite hebben gedaan en doen om Jesaja en zijn boek zo heftig aan te vallen.

Politieke achtergrond

Gedurende de oorlog in 734 v.Chr. tussen de coalitie van Syrië en Israël, het tienstammenrijk, enerzijds en Juda anderzijds is koning Achaz van Juda heel bang (Js 7:22Toen het huis van David verteld werd: Syrië is neergestreken op Efraïm, beefde zijn hart en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven voor de wind.). Jesaja verzekert hem dat de vijanden niet in staat zullen zijn om Juda te overwinnen. Om van die toezegging profijt te hebben moet Achaz zijn vertrouwen stellen op de HEERE en niet op een bondgenootschap met Assyrië. Achaz stelt zijn vertrouwen echter niet op de HEERE, maar op Assyrië. Daarom oordeelt God Juda door middel van Assyrië. Heel Juda, op Jeruzalem na, wordt verwoest. Op het laatste moment heeft God in Zijn genade Jeruzalem verlost door – in 701 v.Chr. – heel het leger van Assyrië in één nacht te vernietigen (Js 37:3636Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.).

Enkele kenmerkende uitdrukkingen

Kenmerkend voor het boek Jesaja is onder andere de uitdrukking Kadosh Yisrael, ‘de Heilige van Israël’, de driemaal heilige God Die Zich aan Jesaja heeft geopenbaard (Js 6:1-31In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn [gewaad] vulden de tempel.2Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte [ieder] zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
3De een riep tot de ander:
Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!
)
. Deze uitdrukking komt vijfentwintig keer in dit boek voor, twaalf keer in de eerste helft (Jesaja 1-39) en dertien keer in de tweede helft (Jesaja 40-66). Dit onderstreept de eenheid van dit boek. Dezelfde uitdrukking komt verder nog drie keer voor in Psalmen (Ps 71:2222Ook ik zal U loven met de luit
[en] Uw trouw [prijzen], mijn God;
ik zal voor U psalmen zingen met de harp,
Heilige van Israël!
; 78:4141Want telkens weer stelden zij God op de proef
en beperkten de Heilige van Israël.
; 89:1919Want ons schild is van de HEERE,
onze koning van de Heilige van Israël.
)
, twee keer in Jeremia (Jr 50:2929Laat [u] horen tegen Babel, schutters,
allen die de boog spannen.
Beleger het aan alle kanten,
laat niemand ervan ontkomen.
Vergeld het naar zijn werk,
doe het overeenkomstig alles wat het [zelf] gedaan heeft.
Want het heeft overmoedig gehandeld tegen de HEERE,
tegen de Heilige van Israël.
; 51:55Want Israël noch Juda wordt als weduwe achtergelaten
door zijn God, door de HEERE van de legermachten,
al is hun land vol van schuld
tegenover de Heilige van Israël.
)
en één keer in het boek 2 Koningen (2Kn 19:2222Wie hebt u gehoond en gelasterd?
Tegen Wie hebt u de stem verheven
en uw ogen hoog[moedig] opgeheven?
Tegen de Heilige van Israël!
)
.

Nog een sleutelwoord in dit boek is het woord jesha dat ‘behoudenis’ of ‘redding’ betekent. Dit woord komt ook vijfentwintig keer in dit boek voor, acht keer in het eerste deel en zeventien keer in het tweede deel. Dat dit woord zo vaak voorkomt, zal er wel toe hebben bijgedragen dat Jesaja de ‘evangelist van het Oude Testament’ wordt genoemd.

Een andere uitdrukking die kenmerkend is voor Jesaja, is Ebed Yahweh, dat ‘knecht van de HEERE’ betekent. In het meervoud is het een aanduiding voor het volk Israël. In het enkelvoud is deze uitdrukking echter vaak geen aanduiding voor Israël, maar voor de beloofde Messias. Met name is dit duidelijk in de vier liederen die we over de Knecht van de HEERE in dit boek hebben (Jesaja 42; 49; 50; 53).

Zegen voor de heidenvolken

Als de HEERE het heil of de behoudenis op grond van genade geeft, dan kan Hij die behoudenis niet beperken tot Israël. De behoudenis gaat tot heel de wereld.
Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn
om op te richten de stammen van Jakob
en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen.
Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken,
om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde” (Js 49:66Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn
om op te richten de stammen van Jakob
en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen.
Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken,
om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.
).

Jesaja is een van de grootste schrijvers die ooit hebben geleefd. Zijn schrijfstijl en literaire kwaliteiten zijn volgens sommige kenners dieper en schitterender dan bijvoorbeeld die van Shakespeare. Het hoeft ons niet te verwonderen dat de kamerling uit Ethiopië van alle oudtestamentische boeken het boek Jesaja heeft gekozen om mee te nemen uit Jeruzalem. In dat boek ontmoet hij Jezus als hij daarin zit te lezen tijdens de terugreis naar zijn land na zijn bezoek aan Jeruzalem (Hd 8:27-28,3527En hij stond op en ging. En zie, een Ethiopiër, een kamerling, een machthebber van Candacé, koningin van [de] Ethiopiërs, die haar schatbewaarder was, die naar Jeruzalem was gekomen om te aanbidden;28en hij was op de terugreis en zat op zijn wagen en las de profeet Jesaja.35En Filippus opende zijn mond en te beginnen van die Schrift verkondigde hij hem Jezus.). Jesaja heeft hem het evangelie verkondigd dat hij na de uitleg door Filippus aanneemt. Hij is de eerste uit de heidenvolken van wie de Schrift ons bericht dat hij deel heeft gekregen aan de behoudenis.

Onderverdeling van het boek

Het boek Jesaja is op meerdere manieren onder te verdelen. De grote indeling is die in twee hoofddelen, met daartussen een klein middendeel:

1. Hoofddeel 1: Profetisch deel (Jesaja 1-35).

Dit deel gaat over Gods oordeel over Israël en de volken. Daarin wordt Assyrië door God als instrument, als tuchtroede in Zijn hand, gebruikt. De jongste zoon van Jesaja krijgt een naam met een betekenis die de inhoud van dit deel aangeeft: “Maher Sjalal Chasj Baz” (Js 8:33Ik was tot de profetes genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj Baz.). Die naam betekent, zoals al is opgemerkt ‘haastig roof spoedig buit’.

2. Middendeel: Historisch deel (Jesaja 36-39).

Hierin zien we de geschiedenis van Hizkia als type en illustratie van de geschiedenis van het gelovig overblijfsel van Israël. Dat overblijfsel wordt beproefd en komt in moeiten zowel door eigen zonden als door vijanden van buiten. De HEERE geeft uitredding door genezing en bevrijding.

3. Hoofddeel 2: Messiaans deel (Jesaja 40-66).

Ook dit deel is een profetisch deel. Het gaat in dit deel over de behoudenis van de HEERE die ondanks het falen van Israël over het volk zal komen. God zal uiteindelijk toch het volk kunnen zegenen dankzij de komst van de Knecht van de HEERE, de Christus, de Messias. Beide namen betekenen hetzelfde. Zowel Christus (Grieks) als Messias (Hebreeuws) betekent ‘Gezalfde’.

De oudste zoon van Jesaja krijgt een naam met een betekenis die de inhoud van dit deel aangeeft “Sjear-Jasjub” (Js 7:33En de HEERE zei tegen Jesaja: Ga nu op weg, Achaz tegemoet, u en uw zoon Sjear-Jasjub, naar het einde van de waterloop van de bovenvijver, bij de weg naar het Blekersveld.). Die naam betekent, zoals al is opgemerkt, ‘een overblijfsel zal terugkeren’. Aan dit overblijfsel zal God al Zijn beloofde zegeningen schenken.

Het boek Jesaja is als het ware een Bijbel in het klein. Het eerste deel, inclusief het middendeel, heeft evenveel hoofdstukken als het Oude Testament aan bijbelboeken bevat, namelijk negenendertig. In dit deel ligt de nadruk op Gods oordelen over Zijn volk. Die oordelen moeten komen omdat God de Heilige van Israël is en Zijn volk onheilig is geworden. In het Oude Testament staat ook Gods heiligheid op de voorgrond.

Het tweede deel heeft evenveel hoofdstukken als het Nieuwe Testament aan bijbelboeken bevat, namelijk zevenentwintig. Dit deel benadrukt dat de behoudenis het gevolg is van Gods genade voor Israël. In het Nieuwe Testament staat ook Gods genade op de voorgrond.

De karakters van het eerste en het tweede hoofddeel zijn zeer verschillend. Dat hangt samen met de vijanden van Gods volk die in elk van deze delen een hoofdrol spelen. In het eerste deel is Assyrië de vijand, in het tweede deel is dat Babel. In het middendeel komt de verandering van de ene naar de andere vijand aan de orde. Maar Hij Die alles beheerst en bestuurt, is de God van Israël.

Het is ook mogelijk om het boek Jesaja in zeven gedeelten te verdelen:

1. Profetieën over Juda (Jesaja 1-12).
2. Lasten (of Godsspraken) over de heidenvolken (Jesaja 13-27).
3. Een zesvoudig wee over de dwaasheid van het ongeloof (Jesaja 28-35).

Elk van deze drie gedeelten eindigt met een loflied.

4. Geschiedenis van Hizkia (Jesaja 36-39).

In de volgende drie gedeelten hebben we drie keer negen hoofdstukken die over de behoudenis van God gaan. Elk van deze drie gedeelten eindigt met het lot van de goddelozen.
5. God tegenover de afgoderij en Babel (Jesaja 40-47).
6. Christus de Knecht van de HEERE, Zijn verheerlijking na Zijn lijden vanwege Zijn verwerping door het volk (Jesaja 48-57).
7. Het gelovig overblijfsel van Israël, door de Geest verbonden met de Knecht van de HEERE (Jesaja 58-66).

Overzicht hoofddeel 1.1 – Jesaja 1-12

Uitspraken over Juda en Jeruzalem

Het eerste gedeelte van het eerste hoofddeel (Jesaja 1-35) omvat Jesaja 1-12 en is als volgt onder te verdelen:
1. Aanklacht van de HEERE tegen Zijn volk (Jesaja 1:1-31)
2. Gods huis en Gods heerschappij (Jesaja 2:1-5)
3. De dag van de HEERE (Jesaja 2:6-22)
4. Gods oordeel over Jeruzalem en Juda (Jesaja 3:1-4:1)
5. Sions glorieuze toekomst (Jesaja 4:2-6)
6. De gelijkenis van de wijngaard (Jesaja 5:1-7)
7. Veroordeling van de zonden van Juda (Jesaja 5:8-30)
8, Het gezicht en de roeping van de Heilige (Jesaja 6:1-13)
9. Het teken van Sjear-Jasjub (Jesaja 7:1-9)
10. Het teken van Immanuel (Jesaja 7:10-25)
11. Het teken van Maher Sjalal Chasj Baz (Jesaja 8:1-10)
12. Jesaja en zijn kinderen als tekenen en wonderen (Jesaja 8:11-18)
13. Het licht en het Kind (Jesaja 8:19-9:7)
14. Het oordeel over Efraïm (Jesaja 9:8-10:4)
15. Het oordeel over Assyrië (Jesaja 10:5-19)
16. De bevrijding van het overblijfsel (Jesaja 10:20-34)
17. De Davidische Koning en Zijn weldadige regering (Jesaja 11:1-9)
18. Het volk en de volken (Jesaja 11:10-16)
19. Een blijde lofzang (Jesaja 12:1-6)

Inleiding op Jesaja 1

Dit hoofdstuk is de inleiding op het hele boek. Het beschrijft de rechtszaak van de HEERE tegen Juda. De rechtszaak maakt de noodzaak van het schrijven van het boek en de noodzaak van Gods ingrijpen in de geestelijke toestand van Zijn volk duidelijk. Dit ingrijpen is anders, hoger, dat wij zouden verwachten. Ook klinkt de oproep tot bekering.

De rechtszaak laat ons de toestand van het volk zien vanuit Gods gezichtspunt. In de rechtszaak zien we dat God hun rechtvaardige Rechter is Die hen moet oordelen. De reden daarvan is dat zij het verbond met Hem – dat gesloten is met de hemel en de aarde als getuige (Js 1:22Luister, hemel,
neem ter ore, aarde!
Want de HEERE spreekt:
Ik heb kinderen grootgebracht en doen opgroeien,
maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen.
)
– hebben overtreden. De rechtszaak laat ons echter ook zien dat God hun grote Redder en Heiland wil zijn. Dit boek laat ons de noodzaak van het oordeel zien en ook hoe de HEERE Zijn volk behoudt te midden van het oordeel.

Het boek laat ons ook zien wat profetie is. Profetie is het spreken namens God waardoor het geweten van het volk en van de enkeling in Gods licht geplaatst wordt. Daarom is profetie enerzijds droevig, omdat het hart van Gods zondige en ondankbare volk erdoor wordt blootgelegd. Anderzijds is profetie lieflijk en heerlijk, omdat ze ook het hart van God openbaart dat in liefde naar Zijn volk uitgaat. Het laat zien dat Hij hun welzijn zoekt en hen – nadat de zonde is ontdekt, beleden en vergeven op grond van het werk van Zijn Zoon – ten slotte zegent. Zegeningen worden voorgesteld als gevolg van bekering, maar ten diepste komen ze, nadat de straf over de zonde door de Middelaar gedragen is.

Zoals in de inleiding is gezegd, worden profeten vooral gezonden als Gods volk in verval is. Zij roepen op tot bekering, terwijl ze tegelijkertijd het oordeel aankondigen als het volk volhardt in de zonde. Voor hen die aan de stem van God gehoor geven, hebben profeten een bemoedigende boodschap. Zij wijzen hen op de zekerheid van de zegen die hun wacht. Dat vooruitzicht geeft het getrouwe overblijfsel kracht om te midden van de afvallige massa te volharden in heiligheid.


Lees verder