Jesaja
1-3 De blijde boodschap 4-9 Herstel van Israël 10-11 Zeer vrolijk in de HEERE
De blijde boodschap

1De Geest van de Heere HEERE is op Mij,
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.
Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,
om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen
en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
2om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
3om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden
sieraad in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van rouw,
een lofgewaad in plaats van een benauwde geest,
opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid,
een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.

Zoals Jesaja 50 en Jesaja 53 ons Christus en Zijn lijden hebben geschilderd, openbaart dit hoofdstuk ons Hem in de volle genade van Zijn Persoon met betrekking tot de zegen voor Israël. Tot het einde van het vorige hoofdstuk is de HEERE de Spreker. Nu komt er een verandering van heerlijkheid. Die verandering zien we in vers 11De Geest van de Heere HEERE is op Mij,
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.
Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,
om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen
en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
van dit hoofdstuk in de verandering van de Spreker Die optreedt. Het is hier niet meer de HEERE, maar het is Christus Die hier spreekt. Dat blijkt uit wat de Heer Jezus in de synagoge in Nazareth zegt, waar Hij aangeeft dat dit Schriftwoord van Jesaja dat Hij zojuist heeft voorgelezen in Hem is vervuld (Lk 4:17-2117En [het] boek van de profeet Jesaja werd Hem gegeven; en toen Hij het boek had ontrold, vond Hij de plaats waar geschreven stond:18‘[De] Geest van [de] Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen;19Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden [het] gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken [het] aangename jaar van [de] Heer’.20En nadat Hij het boek had opgerold en aan de dienaar teruggegeven, ging Hij zitten,21en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij nu begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld.).

In dit vers vinden we de drie-enige God. De naam “Heere HEERE” is de vertaling van Adonai Jahweh, dat vier keer voorkomt in Jesaja 50 (Js 50:4-94De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving,
zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken.
Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor,
zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen.
5De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend,
en Zelf ben Ik niet ongehoorzaam,
Ik wijk niet terug.
6Ik geef Mijn rug aan hen die [Mij] slaan,
Mijn wangen aan hen die [Mij] de baard uitplukken.
Mijn gezicht verberg Ik niet
voor smaad en speeksel.
7Want de Heere HEERE helpt Mij.
Daarom word Ik niet te schande.
Daarom heb Ik Mijn gezicht gemaakt als hard gesteente,
want Ik weet dat Ik niet beschaamd zal worden.8Hij is nabij Die Mij rechtvaardigt. Wie zal met Mij een rechtszaak voeren?
Laten wij samen opstaan!
Wie heeft een rechtszaak tegen Mij?
Laat hij tot Mij naderen!
9Zie, de Heere HEERE helpt Mij.
Wie is het die Mij schuldig verklaart?
Zie, zij allen zullen als een kleed verslijten,
de mot zal hen opeten.
)
. De zalving vindt plaats bij de doop van de Heer Jezus, als de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neerdaalt (Lk 3:21-2221Het gebeurde nu, toen al het volk werd gedoopt en ook Jezus was gedoopt en bad, dat de hemel werd geopend22en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neerdaalde, en er kwam een stem uit [de] hemel: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik welbehagen gevonden.). De zalving wordt ook genoemd bij de aankondiging van de Knecht van de HEERE: “Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd” (Js 42:11Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun,
Mijn Uitverkorene, [in Wie] Mijn ziel een welbehagen heeft;
Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd.
Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan.
)
. Zijn zalving betekent Zijn bijzondere toerusting voor Zijn dienst als Koning, Priester en Profeet.

In dit gedeelte van Jesaja leren wij dat de dienst van Christus drievoudig is:
1. een dienst in genade (verzen 1-2a1De Geest van de Heere HEERE is op Mij,
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.
Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,
om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen
en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
2om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
)
,
2. een dienst om te oordelen (vers 2b2om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
)
en
3. een dienst om te herstellen (vers 2c2om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
)
.

Het is opmerkelijk dat de Heer Jezus in Nazareth alleen het eerste deel over genade voorleest en dan verklaart: “Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld” (Lk 4:18-2118‘[De] Geest van [de] Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen;19Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden [het] gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken [het] aangename jaar van [de] Heer’.20En nadat Hij het boek had opgerold en aan de dienaar teruggegeven, ging Hij zitten,21en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij nu begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld.).

“Zachtmoedigen” heeft te maken met nederigheid, maar hier vooral als het gevolg van het ‘lijden’. De zachtmoedige is iemand die door lijden gevormd is en daardoor klein en afhankelijk is geworden. Een zachtmoedige is verbroken en verbrijzeld door het leed, maar ook innerlijk verbroken door het bewustzijn van de zonden. Daardoor heeft hij zich verootmoedigd en is hij gebroken van hart.

Het “verbinden” van “de gebrokenen van hart” is het verlichting brengen aan hen die in het hart gewond zijn (Ps 147:33Hij geneest de gebrokenen van hart,
Hij verbindt hen in hun leed.
)
. Het evangelie naar Lukas verhaalt deze tedere handelingen van de Heer (Lk 4:4040Toen nu de zon onderging, brachten allen die zieken met allerlei kwalen hadden, ze tot Hem; en Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen.; 7:13-1513En toen de Heer haar zag, werd Hij met ontferming over haar bewogen en zei tot haar: Ween niet.14En Hij kwam naderbij, raakte de baar aan en de dragers stonden stil; en Hij zei: Jongeman, Ik zeg je, sta op.15En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.; 13:11-1311En zie, er was een vrouw die achttien jaar een geest van ziekte had gehad, en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten.12Toen nu Jezus haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tot haar: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte.13En Hij legde haar de handen op en onmiddellijk richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.; 17:11-1911En het gebeurde toen Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij midden door Samaria en Galiléa ging.12En toen Hij in een dorp kwam, ontmoetten <Hem> tien melaatse mannen, die op een afstand bleven staan;13en zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, erbarm U over ons!14En toen Hij hen zag, zei Hij tot hen: Gaat heen, toont u aan de priesters. En het gebeurde terwijl zij heengingen, dat zij werden gereinigd.15Een van hen nu, toen hij zag dat hij gezond was geworden, keerde terug, terwijl hij met luider stem God verheerlijkte.16En hij viel op [zijn] gezicht aan Zijn voeten en dankte Hem; en deze was een Samaritaan.17Jezus nu antwoordde en zei: Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn echter de negen?18Zijn er niet gevonden die terugkeerden om God heerlijkheid te geven dan deze vreemdeling?19En Hij zei tot hem: Sta op en ga heen; uw geloof heeft u behouden.). Zo is het ook met “voor de gevangenen vrijlating uit te roepen”. Het gaat om hen die met ketenen van de zonde en de duivel gebonden zijn. Velen zijn gebonden en verblind door de godsdienstigheid van de farizeeën, schriftgeleerden en sadduceeën.

De Heer Jezus is gezonden om “het jaar van het welbehagen van de HEERE” uit te roepen (vers 22om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
)
. “Het jaar” staat niet voor een bepaalde tijdsduur, maar voor een periode, en wel een langere periode. Die periode duurt zolang Christus het evangelie predikt aan Israël. Uiteindelijk wordt hiermee het jaar bedoeld waarin alles wat door God aan Israël is beloofd, aan hen zal worden teruggegeven (Lv 25:10,1310U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn [eigen] bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie.13In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn [eigen] bezit.; 27:2424In het jubeljaar komt de akker weer terug aan hem van wie hij die gekocht heeft, aan hem die het land in bezit had.). Dat zal het ware jubeljaar zijn met uitbundige vreugde over dit welbehagen.

De tweede dienst van Christus is om ‘de dag van de wraak’ aan te kondigen. “Het jaar van het welbehagen” staat tegenover de “dag van de wraak”. In Zijn barmhartigheid zal God de uitoefening van Zijn wraak beperken tot een korte periode. In de aanhaling die de Heer Jezus in de synagoge van dit gedeelte doet, eindigt Hij bij “het jaar van het welbehagen”. Hij spreekt niet over de dag van de wraak. Hij is bij Zijn eerste komst op aarde niet gekomen om de dag van wraak aan te kondigen. Later zegt Hij dat er dagen van wraak zullen komen over het volk en dat Jeruzalem door de heidenen zal worden vertreden, totdat de volheid van de volken zal ingaan (Lk 21:22-2422Want dit zijn dagen van wraak, opdat alles wat geschreven staat, vervuld wordt.23Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen; want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk.24En zij zullen vallen door [het] scherp van [het] zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door [de] volken worden vertrapt, totdat [de] tijden van [de] volken zijn vervuld.).

Hier in Jesaja gaat het om het oordeel over de vijanden van Israël, met name de koning van het noorden. Dit oordeel is ook een van de diensten die de Heer zal uitvoeren. Het is noodzakelijk om Zijn koninkrijk in vrede op te richten. De wereld zal gerechtigheid leren, niet door genade, maar door oordeel (Js 26:9b9[Met heel] mijn ziel verlang ik naar U in de nacht,
ja, [met] mijn geest diep in mij zoek ik U ernstig.
Want wanneer Uw oordelen over de aarde [komen],
leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is.
)
.

Vers 33om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden
sieraad in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van rouw,
een lofgewaad in plaats van een benauwde geest,
opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid,
een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.
gaat over het derde deel van de dienst van Christus: troost en herstel. Dit zal worden vervuld na de tijd van de “benauwdheid van Jakob” (Jr 30:77Wee!
Want die dag is groot,
er is er geen als hij.
Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob,
toch zal hij daaruit verlost worden.
)
, als het Godvrezend overblijfsel door een tijd van ongekende droefheid zal zijn gegaan. Dan zal er sieraad zijn in plaats van as. In het Hebreeuws bestaan de woorden ‘sieraad’ en ‘as’ uit dezelfde letters (Pe’er en Epr), maar dan in een andere volgorde. Dat betekent dat de HEERE niet vreugde geeft in plaats van droefheid, maar nog meer, dat Hij hun droefheid verandert in vreugde. Dat wat oorzaak is van hun droefheid van nu, zal oorzaak zijn van hun vreugde!

De HEERE, Die als hun Verlosser zal komen bij Zijn tweede komst, zal hun met vreugde vertroosting brengen, waarbij Hij hun een lofgewaad zal geven in plaats van een kwijnende geest. Alle tekenen van rouw worden weggenomen en in plaats daarvan komen tekenen van vreugde. Als een kledingstuk aan een lichaam, zo zal de lof van de verlosten de uiting zijn van de innerlijke jubel. Als olie en wijn tot hun genezing (vgl. Lk 10:3434En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, terwijl hij daar olie en wijn op goot, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.) zal de Heer het ‘gelukkig’ van de bergrede (Mt 5:2-122En Hij opende Zijn mond en leerde hen aldus:3Gelukkig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen.4Gelukkig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.5Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.6Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.7Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen.8Gelukkig de reinen van hart, want zij zullen God zien.9Gelukkig de vredestichters, want zij zullen zonen van God worden genoemd.10Gelukkig zij die worden vervolgd ter wille van [de] gerechtigheid, want van hen is het koninkrijk der hemelen.11Gelukkig bent u wanneer zij u smaden en vervolgen en <liegend> allerlei kwaad van u spreken ter wille van Mij.12Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want zo hebben zij de profeten vervolgd die vóór u geweest zijn.) tot het gelovig overblijfsel uitspreken. Zij zullen vergeving van hun zonden kennen (Zc 13:11Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.).

Er zou niet zo’n vreugde zijn, als er niet eerst zo’n droefheid was geweest. Nooit schijnt de zon helderder dan na een donkere wolk. Er zal ook een geestelijke verandering door de HEERE worden bewerkt. Zij zullen “eiken van de gerechtigheid” worden genoemd. “Eiken” veronderstellen kracht en groenheid. Zo is het met “gerechtigheid” die het volk zal kenmerken. Dat zullen ze niet zelf bewerken, maar het zal “een planting door de HEERE” zijn tot Zijn verheerlijking (vgl. Js 60:2121Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.
Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant,
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.
)
. Het volk wordt gezien als een woud van grote, krachtige bomen die door geen storm of bijl te vellen zijn.


Herstel van Israël

4Zij zullen verwoeste [plaatsen] van weleer herbouwen,
de woeste [plaatsen] van vroeger weer oprichten,
de verwoeste steden vernieuwen,
die verwoest lagen, van generatie op generatie.
5Vreemden zullen klaarstaan en uw kudden weiden,
vreemdelingen zullen uw akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn.
6Ú echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE,
men zal u noemen: dienaren van onze God.
U zult het vermogen van heidenvolken eten,
u zult u beroemen in hun luister.
7In plaats van uw dubbele schaamte en schande
zullen zij juichen over hun deel.
Daarom zullen zij in hun land het dubbele in erfelijk bezit hebben,
zij zullen eeuwige blijdschap hebben.
8Want Ik, de HEERE, heb het recht lief,
Ik haat roof bij het brandoffer,
en Ik zal geven dat hun werk in waarheid zal zijn
en Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten.
9Hun nageslacht zal onder de heidenvolken bekend worden,
en hun nakomelingen te midden van de volken.
Allen die hen zien, zullen erkennen
dat zij een nageslacht zijn dat de HEERE heeft gezegend.

Deze verzen voorzeggen het toekomstig herstel van Israël en zijn verheffing tot een plaats van waardigheid, eer en gezag over de volken. Plaatsen die verlaten en woest zijn, zullen vruchtbaar zijn en dicht bevolkt (vers 44Zij zullen verwoeste [plaatsen] van weleer herbouwen,
de woeste [plaatsen] van vroeger weer oprichten,
de verwoeste steden vernieuwen,
die verwoest lagen, van generatie op generatie.
)
. Nu al komen resten van steden door opgravingen bloot, maar dan zullen ze volledig herrijzen. Zij die hen verdrukt hebben, zullen hen dienen en als herders van hun kudden en landbouwers werken (vers 55Vreemden zullen klaarstaan en uw kudden weiden,
vreemdelingen zullen uw akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn.
)
. Ze zullen dat graag doen, omdat ze in de zegen van dit volk willen delen (vgl. Js 14:1-21Want de HEERE zal Zich over Jakob ontfermen en Hij zal Israël nog verkiezen. Hij zal hen neerzetten op hun [eigen] grond. De vreemdeling zal zich bij hen aansluiten en zich bij het huis van Jakob voegen.2De volken zullen hen nemen en naar hun [woon]plaats brengen. Het huis van Israël zal hen in erfelijk bezit nemen als slaven en slavinnen in het land van de HEERE. Zo zullen zij gevangen houden wie hen gevangen hielden en heersen over hun onderdrukkers.). Die zegen komt van God. De volken zullen aan de zegen zien dat God met Zijn volk is (Js 60:1010Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen
en hun koningen zullen u dienen,
want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen,
maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.
; Zc 6:1515Men zal van verre komen en bouwen aan de tempel van de HEERE. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten mij tot u gezonden heeft. Dit zal gebeuren als u aandachtig zult luisteren naar de stem van de HEERE, uw God.)
.

Het is te wensen dat mensen zo worden aangetrokken door onze openbaring van de zegen die God ons heeft gegeven. Elke openbaring in het vrederijk heeft voor ons zijn tegenhanger in het geestelijk waarmaken van wat onze geestelijke zegeningen zijn. Daarvan is ook de bedoeling dat daarin gezien wordt dat Gód met ons is, dat de aandacht op Hém gericht wordt. Dat zal mensen aantrekken om ook bij die God te horen.

Israël zelf zal zijn wat Gods bedoeling vanaf het begin voor Zijn volk is, namelijk dat zij een priestervolk zijn, een koninkrijk van priesters (vers 66Ú echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE,
men zal u noemen: dienaren van onze God.
U zult het vermogen van heidenvolken eten,
u zult u beroemen in hun luister.
; Ex 19:6a6U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.)
. Zoals de nakomelingen van Aaron priesterdienst hebben uitgeoefend ten behoeve van heel het volk Israël, zo zal heel het volk Israël in de toekomst priesterdienst uitoefenen ten behoeve van de heidenvolken. Wij zijn dat nu al in positie, maar het is Gods bedoeling dat wij dat ook in praktijk brengen.

Al de naties die hun vermogen altijd hebben gebruikt voor zelfverrijking, zullen dit vermogen naar Israël brengen. Israël zal daarvan genieten. Zoals de priesters vroeger hebben geleefd van alles wat het volk Israël hun bracht, tienden en offers, zo zal Israël als geheel leven van alles wat de heidenvolken hun zullen brengen. Alles waarop de heidenen zich hebben beroemden en wat zij zich van de aarde hebben toegeëigend, zal op Israël overgaan onder de zegen en krachtige bediening van Christus.

Dit onderwerp wordt door Paulus in Romeinen 11 beschreven (Rm 11:13-3213Tot u dan, de volken, zeg ik: Voor zover ik [de] apostel van [de] volken ben, verheerlijk ik mijn bediening,14of ik op enigerlei wijze de jaloersheid mocht opwekken van mijn [verwanten naar het] vlees en enigen uit hen mocht behouden.15Want als hun verwerping [de] verzoening van [de] wereld is, wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit [de] doden?16Immers, als de eerstelingen heilig zijn, dan ook het deeg; en als de wortel heilig is, dan ook de takken.17En als enkele van de takken afgebroken zijn, en u die een wilde olijfboom was, daartussen geënt bent en mededeelgenoot van de wortel <en> de vettigheid van de olijfboom bent geworden,18beroem u dan niet tegen de takken; en als u zich beroemt, niet u draagt de wortel, maar de wortel u.19U zult dan zeggen: Er zijn takken afgebroken, opdat ik zou worden geënt.20Inderdaad! Zij zijn afgebroken door het ongeloof en u staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees;21want heeft God de natuurlijke takken niet gespaard, Hij mocht ook u niet sparen!22Zie dan [de] goedertierenheid en [de] strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, maar goedertierenheid van God over u, als u in de goedertierenheid blijft; anders zult ook u worden afgehouwen.23En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, weer geënt worden; want God is machtig hen opnieuw te enten.24Want als u uit de van nature wilde olijfboom uitgehouwen en tegen [de] natuur op [de] edele olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen dezen, die natuurlijke [takken] zijn, op hun eigen olijfboom geënt worden!25Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen [oog], dat er voor een deel over Israël verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan;26en zó zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat: ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal [de] goddeloosheden van Jakob afwenden.27En dit is voor hen het verbond Mijnerzijds, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen’.28Wat het evangelie betreft, zijn zij wel vijanden ter wille van u, maar wat de verkiezing betreft, geliefden ter wille van de vaderen.29Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.30Want evenals u voorheen niet in God geloofd hebt, maar nu barmhartigheid hebt verkregen door het ongeloof van dezen,31zo hebben nu ook dezen niet geloofd dat u barmhartigheid [verkregen hebt], opdat ook <zij> nu barmhartigheid verkrijgen.32Want God heeft allen onder [het] ongeloof besloten, opdat Hij aan allen barmhartigheid zou bewijzen.). Als de val en het huidige verlies van Israël de rijkdom van de volken betekent door het evangelie van de genade, nog veel groter zal het gevolg van hun volheid zijn, dat wil zeggen, de volle nationale voorspoed en welvaart van Israël. Als dienaar van God zal het volk Israël als het ware Levietendienst verrichten ten behoeve van de heidenvolken (Js 2:33Vele volken zullen gaan en zeggen:
Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan,
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
)
, zodat de heidenvolken onderwijs zullen ontvangen ten aanzien van de wegen en de gedachten van de HEERE.

Ze zullen een dubbel bezit krijgen in het land dat zich zal uitstrekken tot ver buiten de oorspronkelijke grenzen (vers 77In plaats van uw dubbele schaamte en schande
zullen zij juichen over hun deel.
Daarom zullen zij in hun land het dubbele in erfelijk bezit hebben,
zij zullen eeuwige blijdschap hebben.
)
. Het zal met hen gaan, zoals het ook met Job is gegaan die na een tijd van rampspoed het dubbele heeft ontvangen (Jb 42:10-1210En de HEERE bracht een omkeer in het levenslot van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden. De HEERE vermeerderde alles wat Job [bezeten] had tot het dubbele toe.11Al zijn broers en al zijn zusters en allen die hem vroeger gekend hadden, kwamen bij hem en gebruikten de maaltijd met hem in zijn huis. Zij betuigden hem hun medeleven en vertroostten hem over al het onheil dat de HEERE over hem gebracht had. Zij gaven hem ieder een geldstuk en een gouden ring.12En de HEERE zegende het latere [leven] van Job meer dan zijn eerdere. Hij had veertienduizend schapen, zesduizend kamelen, duizend juk runderen en duizend ezelinnen.). Waar zij vroeger in verwarring zijn geweest, voorwerpen van smaad en verachting, zullen ze nu vervuld zijn met een uitzonderlijke en oneindige vreugde. Er zal een dubbele vergoeding zijn voor al hun vroegere lijden, zoals zij ook dubbel hebben ontvangen voor al hun zonden (Js 40:22spreek naar het hart van Jeruzalem
en roep haar toe
dat haar strijd vervuld is,
dat haar ongerechtigheid verzoend is,
dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft
voor al haar zonden.
)
.

In vers 88Want Ik, de HEERE, heb het recht lief,
Ik haat roof bij het brandoffer,
en Ik zal geven dat hun werk in waarheid zal zijn
en Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten.
maakt de HEERE duidelijk dat in alle zegeningen Gods eigen kenmerken gehandhaafd zullen worden. Hij verklaart dat Hij het recht liefheeft en dat Hij onrechtmatige roof haat. Hij doelt hiermee op de wrede behandeling die Israël van hun tegenstanders heeft ondergaan. In directe tegenstelling daarmee zal Hij “geven dat hun werk in waarheid zal zijn”. Hij zal ervoor zorgen dat hun werk Hem welgevallig zal zijn en in trouw zal worden verricht. Voor de trouw waarmee ze de HEERE hebben gediend, zullen ze door Hem worden beloond (Mt 10:40-4240Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij heeft gezonden.41Wie een profeet ontvangt in naam van een profeet, zal [het] loon van een profeet krijgen; en wie een rechtvaardige ontvangt in naam van een rechtvaardige, zal [het] loon van een rechtvaardige krijgen.42En wie een van deze kleinen slechts een beker koud <water> te drinken zal geven in naam van een discipel, voorwaar, Ik zeg u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.).

Hij zal een eeuwig verbond met hen sluiten met als resultaat dat de volken hen zullen erkennen als een volk dat door de HEERE gezegend is (vers 99Hun nageslacht zal onder de heidenvolken bekend worden,
en hun nakomelingen te midden van de volken.
Allen die hen zien, zullen erkennen
dat zij een nageslacht zijn dat de HEERE heeft gezegend.
)
. Hun nageslacht zal roemrijk zijn onder alle volken – een volkomen verandering ten opzichte van de huidige toestand.


Zeer vrolijk in de HEERE

10Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,
mijn ziel verheugt zich in mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,
de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,
zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk [hoofd]sieraad,
en een bruid zich tooit met haar sieraden.
11Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt,
en zoals een tuin het daarin gezaaide doet opkomen,
zo zal de Heere HEERE gerechtigheid doen opkomen
en lof voor alle volken.

De Spreker in de verzen 10-1110Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,
mijn ziel verheugt zich in mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,
de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,
zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk [hoofd]sieraad,
en een bruid zich tooit met haar sieraden.
11Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt,
en zoals een tuin het daarin gezaaide doet opkomen,
zo zal de Heere HEERE gerechtigheid doen opkomen
en lof voor alle volken.
is Christus Zelf, hoewel in vereenzelviging met het overblijfsel. Namens hen verklaart Hij Zijn vreugde in de HEERE (vers 1010Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,
mijn ziel verheugt zich in mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,
de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,
zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk [hoofd]sieraad,
en een bruid zich tooit met haar sieraden.
)
. Op die dag komt de vreugde van Christus volkomen overeen met de vreugde van het gelovig overblijfsel. Hij beziet wat in de komende dag zal worden verwerkelijkt als al vervuld.

De klederen van het heil waarmee de Godvrezenden in Israël zijn bekleed, zijn Zijn eigen klederen. Zoals “een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk [hoofd]sieraad, en een bruid zich tooit met haar sieraden”, zo zal de HEERE Zich in Zijn heerlijkheid en schoonheid openbaren in verbinding met Zijn verloste volk. Het ombinden van het hoofdsieraad doet Hij zoals een priester dat doet. Dat spreekt van het feit dat het overblijfsel geschikt gemaakt is om als priester voor Gods aangezicht te verschijnen.

Christus zal dan als de ware Melchizedek verschijnen en handelen in de drievoudige hoedanigheid als Koning, Priester en Bruidegom. Met het oog op de gemeente zal Hij ook handelen als koninklijk Priester (Hb 7:1717want [van Hem] wordt getuigd: U bent Priester tot in eeuwigheid naar de orde van Melchizédek.; 9:1111Maar Christus, gekomen als Hogepriester van de komende goederen, door de grotere en volmaaktere tabernakel, niet met handen gemaakt (dat is niet van deze schepping),) en als haar hemelse Bruidegom (Ef 5:25-3225Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven,26opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigend door de wassing met water door [het] Woord,27opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn.28Zo behoren <ook> de mannen hun eigen vrouwen lief te hebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, evenals ook Christus de gemeente.30Want wij zijn leden van Zijn lichaam, <van Zijn vlees en van Zijn gebeente>.31‘Daarom zal een man <zijn> vader en <zijn> moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn’.32Deze verborgenheid is groot, maar ik doel op Christus en op de gemeente.).

Zoals de aarde haar gewas voortbrengt en zoals de tuin ervoor zorgt dat het in haar gezaaide uitspruit, zo zal “de Heere HEERE” ervoor zorgen dat “gerechtigheid” en “lof” (of roem) tot uitbarsting zullen komen tegenover alle volken. God veroorzaakt de ontkieming van het zaad. De Drager van het zaad is de Knecht van de HEERE.

Al deze processen zijn nu door het evangelie werkzaam onder alle volken, maar de directe toepassing hier is op de toestand van Israël in het duizendjarig vrederijk. Dan zal het gebed van Mozes verhoord worden: “De lieflijkheid van de Heere, onze God, zij over ons” (Ps 90:17a17De lieflijkheid van de Heere, onze God, zij over ons;
bevestig het werk van onze handen over ons,
ja, het werk van onze handen, bevestig dat.
)
. Dan zal Israël de heerlijkheid van de HEERE aan de volken tonen, namelijk ‘gerechtigheid’ en ‘lof’.


Lees verder