Jesaja
1-3 Uitnodiging 4-5 Heerschappij van David 6-9 Oproep de HEERE te zoeken 10-11 Gods woord doet wat God behaagt 12-13 Vreugde, vrede en welvaart
Uitnodiging

1O, alle dorstigen, kom tot de wateren,
en u die geen geld hebt, kom,
koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,
zonder prijs, wijn en melk.
2Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is,
en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar Mij, eet het goede,
en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.
3Neig uw oor en kom tot Mij,
luister, en uw ziel zal leven;
want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.

Nadat het werk van de Knecht is volbracht (Jesaja 53), kunnen de zegeningen van het nieuwe verbond rijkelijk tot Israël komen (Jesaja 54). De zegeningen stromen dan zo overvloedig, dat ze tot buiten de grenzen van Israël stromen. Voor Israël geldt dat deze dag een dag van blijde boodschap is. Dus mogen zij zich niet stilhouden (vgl. 2Kn 7:99Toen zeiden zij tegen elkaar: Wij doen [hier] niet goed [aan]. Deze dag is een dag met een goede boodschap en wij zwijgen [erover]. Als wij wachten tot het morgenlicht, staan wij schuldig. Nu dan, kom, laten wij [dit] in het huis van de koning gaan vertellen.) en moeten ze de zegeningen doorgeven. Ze nodigen anderen uit (vers 11O, alle dorstigen, kom tot de wateren,
en u die geen geld hebt, kom,
koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,
zonder prijs, wijn en melk.
)
.

De profeet doet nu een uitnodiging om te komen en deel te nemen aan de geestelijke voorziening die de HEERE heeft getroffen voor hen die zich gewillig afwenden van hun eigen plannen en handelingen om ijverig naar Zijn stem te luisteren. De uitnodiging begint met de uitroep “o” (Hebr. hoy). Deze uitdrukking wordt meestal gebruikt voor een rouwklacht of een oordeel, maar is hier positief en is een uitroep voor hen die ver weg zijn. In de oproep in vers 11O, alle dorstigen, kom tot de wateren,
en u die geen geld hebt, kom,
koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,
zonder prijs, wijn en melk.
klinkt drie keer de uitnodiging “kom” (Hebr. halach, letterlijk ‘ga’).

De eersten die worden geroepen zijn “alle dorstigen”. Dat wijst, zoals de verzen daarna ook laten zien, op iedereen, zowel de nog verstrooide Israëlieten als alle heidenvolken in de toekomst. De enige voorwaarde om te mogen komen is het hebben van dorst. Dorst is het verlangen naar God (Ps 42:3a3Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God.
Wanneer zal ik binnengaan
om voor Gods aangezicht te verschijnen?
)
. In onze tijd is het op onszelf van toepassing.

Tot de dorstigen klinkt de uitnodiging: “Kom tot de wateren.” Tot welke wateren? Waarheen moeten ze gaan? Het antwoord is: naar de Rots, dat is Christus (1Ko 10:44en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.)). Nu de Rots geslagen is (Js 53:1010Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt.
Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben,
zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;
het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
)
, stroomt het water rijkelijk en kunnen allen die dorst hebben naar de Rots gaan om water te ontvangen (Jh 7:3737En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus [daar] en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken!).

De tweede keer “kom” horen we in de uitnodiging om te kopen en te eten, “kom, koop en eet”. Hoe moet dat? Hoe is het heil te verkrijgen? Door te kopen, dat wil zeggen dat er een persoonlijke daad mee gemoeid is. Dat betekent niet dat er een eigen prestatie en goede werken geleverd moeten worden, want het vervolg luidt “koop zonder geld”. Het is echter niet gratis, want de prijs is door een Ander, namelijk de Knecht van de HEERE, betaald. Het is een prijs die zo hoog is, dat niemand anders dan Hij die kon betalen (Ps 49:8-98Niemand [van hen] kan [zijn] broeder metterdaad verlossen,
hij kan God zijn losgeld niet geven.
9De losprijs voor hun leven is immers te kostbaar
en zal voor eeuwig ontoereikend zijn.
)
.

De derde keer is, letterlijk, “kom, koop … wijn en melk”. Wat moeten ze kopen? Wijn en melk. Wijn spreekt van de vreugde van het heil. Voor Israël en de volken in het vrederijk zijn het de zegeningen van het nieuwe verbond, waaronder vergeving van zonden en nieuw leven. Melk spreekt dan van geestelijk voedsel namelijk het Woord van God dat het nieuwe leven nodig heeft om te groeien (1Pt 2:22Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis;).

Het is duidelijk dat het niet gaat om letterlijk water, wijn en melk. Het zijn beelden van hogere dingen dan natuurlijke producten. De ware spijs en de ware drank zijn het vlees en het bloed van de Heer Jezus die Hij aan het kruis heeft gegeven voor het leven van de wereld (Jh 6:5454Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.). De HEERE biedt het levenswater aan om niet (Op 22:17b17En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; laat hij die wil, [het] levenswater nemen om niet.). De geestelijke betekenis van water is genoemd in Jesaja 44, waar verwezen wordt naar de Heilige Geest (Js 44:33Want Ik zal water gieten op het dorstige
en stromen op het droge.
Ik zal Mijn Geest op uw nageslacht gieten
en Mijn zegen op uw nakomelingen.
; vgl. Jh 7:3838Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.)
. Ook de wijn is eerder genoemd (Js 25:6-76De HEERE van de legermachten zal
op deze berg voor alle volken
een feestmaal met uitgelezen gerechten aanrichten,
een feestmaal met gerijpte wijnen,
met uitgelezen gerechten vol merg,
met gezuiverde gerijpte wijnen.
7En Hij zal op deze berg verslinden
de sluier waarmee het gezicht van alle volken omsluierd is,
en de bedekking waarmee alle naties bedekt zijn.
)
en is een beeld van de vreugde (Ps 104:1515wijn, die het hart van de sterveling verblijdt,
olie, die [zijn] gezicht doet glanzen,
en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.
)
. Zo moeten we ook de vermelding van melk begrijpen (zie de vorige alinea).

Er kan gekocht worden “zonder geld, zonder prijs”. Dit is allemaal Goddelijke genade. Het bezit van geestelijke zegeningen is vanuit het oogpunt van de ontvanger alleen afhankelijk van het gevoel van nood en een bereidheid om ze te aanvaarden. Het kopen zonder geld veronderstelt een geestelijk failliet. Er wordt niets meer verwacht van eigen inspanning (Rm 11:66Maar [is het] door genade, dan [is het] niet meer op grond van werken, anders is de genade geen genade meer.). Israël heeft geld en werk aan afgoden geïnvesteerd. Vandaar het ernstige beroep dat tot uitdrukking wordt gebracht aan het begin van het hoofdstuk “o”. Deze uitroep is niet slechts een uitnodiging, maar werpt licht op de staat van zaken van hen die hun eigen belangen najagen in plaats van te luisteren naar de stem van de HEERE.

De HEERE vervolgt Zijn oproep met de genadige woorden van vers 22Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is,
en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar Mij, eet het goede,
en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.
. De voldoening van de ziel wordt verkregen via de gehoorzaamheid van het geloof. Als we ijverig naar de stem van de Heer luisteren en Zijn wil doen, kunnen we ware geestelijke vreugde genieten. Maar vaak twijfelen we om Hem te gehoorzamen. Wij geven dan veel tijd en energie aan dingen die ons wel bezighouden, maar geen voedsel zijn voor de ziel, die niet het ware brood voor het hart zijn.

Wat God hier zegt, gaat verder dan alleen tegemoetkomen aan onze nood. Hij wil ons een overvloedige voldoening geven. Dit is “de rijkdom van Zijn genade” (Ef 1:77in Wie wij de verlossing hebben door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn genade,). Dan vraagt Hij Zijn volk hun oor tot Hem te richten om te luisteren en bij Hem te komen, opdat hun ziel zal leven (vers 33Neig uw oor en kom tot Mij,
luister, en uw ziel zal leven;
want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.
)
. Iets dergelijks zegt Hij ook tegen de gemeente in Laodicéa (Op 3:2020Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik <ook> bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij.).

De oproep “kom” in vers 33Neig uw oor en kom tot Mij,
luister, en uw ziel zal leven;
want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.
is de vierde oproep om te komen, na de drie keer in vers 11O, alle dorstigen, kom tot de wateren,
en u die geen geld hebt, kom,
koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,
zonder prijs, wijn en melk.
. Het is nu: “Kom tot Mij.” Nu is het duidelijk. De geslagen Rots waaruit water komt, de overvloedige wijn en melk, het is alles verkrijgbaar bij een Persoon, een Verkoper Die zonder geld verkoopt. Die Persoon is de Knecht van de HEERE, opgestaan uit de doden, Wiens werk is volbracht en Die nu de bron is van alle genade, de bron van al Gods zegeningen.

Hoewel er in deze eerste drie verzen veel is wat op het evangelie kan worden toegepast, is het in de eerste plaats een oproep aan hen die ver weg zijn. Het gaat om zielen die herleving nodig hebben en die kan alleen worden beleefd door terug te keren naar de HEERE.

De HEERE verbindt een belofte aan de bekering van Zijn volk. In menselijke aangelegenheden wordt een verbond gemaakt dat door elk van de partijen wordt bekrachtigd. Hier laat de HEERE zien dat Hij vrij is om de zegeningen van het verbond te geven aan hen die tot Hem komen. Dit kan gebeuren doordat een Ander, namelijk de Knecht van de HEERE, de verplichtingen van het verbond op Zich heeft genomen. Daarom is dit verbond in werkelijkheid een belofte die zeker vervuld zal worden (vgl. Gl 3:17-1817En dit zeg ik: een verbond dat vroeger door God bekrachtigd is, maakt de wet die vierhonderddertig jaar later is gekomen niet krachteloos om de belofte teniet te doen.18Want als de erfenis op grond van [de] wet is, dan is zij niet meer op grond van [de] belofte; maar God heeft haar aan Abraham door belofte geschonken.).

“De betrouwbare gunstbewijzen aan David” zijn volgens Handelingen 13, waar dit vers wordt aangehaald uit de Septuaginta, “de betrouwbare weldadigheden” (Hd 13:3434En dat Hij Hem uit [de] doden heeft opgewekt om niet meer tot ontbinding terug te keren, heeft Hij zo gezegd: ’Ik zal u de betrouwbare weldadigheden van David geven’.) die gegrond zijn op de opstanding van Christus. De opstanding van Christus maakt de weldadigheden betrouwbaar. Hier zijn de weldadigheden de overvloedige zegeningen van het nieuwe verbond. Paulus gebruikt deze aanhaling als de tweede van drie aanhalingen uit het Oude Testament die bewijzen dat ze zijn vervuld in Christus. De eerste heeft betrekking op Zijn geboorte (Hd 13:3333zoals ook in de tweede Psalm geschreven staat: ‘U bent Mijn Zoon, heden heb ik U verwekt’.), de tweede op Zijn opstanding (Hd 13:3434En dat Hij Hem uit [de] doden heeft opgewekt om niet meer tot ontbinding terug te keren, heeft Hij zo gezegd: ’Ik zal u de betrouwbare weldadigheden van David geven’.) en de derde op Zijn onvergankelijkheid (Hd 13:3535Daarom zegt Hij ook in een andere [Psalm]: ‘U zult Uw Heilige geen ontbinding te zien geven’.).

Tevens zien we hier een verwijzing naar de gunstbewijzen van God wat Zijn beloften betreft die Hij aan David beloofd heeft (2Sm 7:12-1612Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen.13Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen.14Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat [wil zeggen]: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok [als] van mensen en met slagen [als] van mensenkinderen.15Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van Saul, die Ik voor uw [ogen] weggenomen heb.16Uw huis en uw koningschap zullen voor uw [ogen] voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.). Het verbond van Mozes wordt nu niet meer genoemd, wel het verbond met David. Het is alsof de HEERE hier wil wijzen naar het verbond dat gegrond is op het werk van de Knecht, Die tevens de Zoon van David is.


Heerschappij van David

4Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken,
als Vorst en Gebieder voor de volken.
5Zie, U zult een volk roepen dat U niet kende,
en het volk dat U niet kende, zal naar U toe snellen,
omwille van de HEERE, Uw God,
voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.

Wat David was, zal de ware David zijn. In vers 44Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken,
als Vorst en Gebieder voor de volken.
is David een type van Christus, van Hem, Die meer is dan David, de Zoon van David. Christus is de door God gegeven “Getuige voor de volken” en hun “Vorst en Gebieder” (vers 44Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken,
als Vorst en Gebieder voor de volken.
; Ez 34:2424En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken.; 37:2424En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn. Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en Mijn verordeningen in acht nemen en die houden.)
. David was ‘vorst en gebieder’, maar de Zoon van David is ook “Getuige voor de volken”. Dat is niet zozeer getuige in een rechtszaak, maar een Getuige Die de waarheid van God openbaart aan de volken (Jh 18:3737Pilatus dan zei tot Hem: Bent U dus toch een Koning? Jezus antwoordde: U zegt het, Ik ben een Koning. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen. Ieder die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.).

Wanneer Christus de wereldheerschappij zal bezitten, zal Hij “een volk roepen dat” Hem “niet kende”, waarmee de heidenen in het algemeen worden aangeduid (vers 55Zie, U zult een volk roepen dat U niet kende,
en het volk dat U niet kende, zal naar U toe snellen,
omwille van de HEERE, Uw God,
voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.
)
. De heidenen zullen tot Hem snellen vanwege “de HEERE, uw God, voor de Heilige van Israël”, om wat Hij heeft gedaan met Zijn volk. Hem komt daarvoor alle eer toe.

Daarmee is de Zoon van David ook de Zoon van Abraham (Mt 1:11Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.), tot wie gezegd wordt: “In uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden” (Gn 22:1818En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.). In de tegenwoordige tijd, de tijd dat Israël gevallen is, is de behoudenis al tot de volken gekomen. Hoeveel te meer zal de volheid van Israël – en daar gaat het in onze verzen over – tot behoudenis zijn van de volken (Rm 11:11-1211Ik zeg dan: Zijn zij gestruikeld, opdat zij zouden vallen? Volstrekt niet! Maar door hun overtreding is de behoudenis tot de volken [gekomen], om hun jaloersheid op te wekken.12En als hun overtreding [de] rijkdom van [de] wereld is en hun verlies [de] rijkdom van [de] volken, hoeveel te meer hun volheid!).


Oproep de HEERE te zoeken

6Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is,
roep Hem aan terwijl Hij nabij is.
7Laat de goddeloze zijn weg verlaten,
de man van ongerechtigheid zijn gedachten.
Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen,
tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.
8Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen,
spreekt de HEERE.
9Want [zoals] de hemel hoger is dan de aarde,
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.

In vers 66Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is,
roep Hem aan terwijl Hij nabij is.
is er een algemene oproep tot de afgedwaalde om de HEERE te zoeken nu Hij nog te vinden is. Er komt een ogenblik dat de genadetijd afgelopen zal zijn. Dan zullen ze zoeken, maar Hem niet vinden. Al in de dagen van Kores klinkt die oproep. Voor allen die geen gehoor geven en in Babel blijven, wordt de HEERE de vergeten God. Maar ook voor de Joden en de heidenvolken in de grote verdrukking is deze boodschap een laatste oproep voordat het te laat is. Er komt een einde aan Gods lankmoedigheid. De deur van de ark gaat een keer dicht. Dat geldt voor de wereld, dat geldt ook voor iedere persoon in zijn of haar leven.

De afgedwaalde wordt opgeroepen “zijn weg” en “zijn gedachten” te verlaten en terug te keren tot de HEERE (vers 77Laat de goddeloze zijn weg verlaten,
de man van ongerechtigheid zijn gedachten.
Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen,
tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.
)
. Bij terugkeer wordt hij opgewacht door een God Die Zich ontfermt en veelvuldig vergeeft – letterlijk ‘Hij vermenigvuldigt de vergeving’. Dat zijn de vrijwilligheid en volheid van de Goddelijke genade voor de waarachtig berouwvolle zondaar.

De gedachten en wegen van de afgedwaalde vormen een groot contrast met de gedachten en wegen van de HEERE (verzen 8-98Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen,
spreekt de HEERE.
9Want [zoals] de hemel hoger is dan de aarde,
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.
)
. Het geheel van deze schitterende profetie aangaande de dood en opstanding van Christus en de heerlijke resultaten daarvan staan volkomen boven alle menselijke gedachten en wegen (1Ko 2:99maar zoals geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’.).


Gods woord doet wat God behaagt

10Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel
en daarheen niet terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
11zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

Bij Zijn gedachten en wegen worden nu Zijn woorden gevoegd, waardoor Hij Zijn gedachten en wegen openbaart en bekendmaakt. Zoals Hij absolute controle heeft over de regen en de sneeuw en wat de aarde voortbrengt en waaraan de mens volkomen onmachtig is iets te veranderen, zo zal Zijn woord zijn dat uit Zijn mond uitgaat (verzen 10-1110Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel
en daarheen niet terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
11zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.
)
. Daarmee worden Zijn gedachten in vervulling gebracht, in genade! Laten we wel bedenken dat Gods gedachten te talrijk zijn om te noemen (Ps 40:66HEERE, mijn God, veel zijn Uw wonderen, die Ú hebt gedaan,
en Uw gedachten, die U over ons hebt.
Men kan ze voor U niet uiteenzetten.
Zou ik ze verkondigen en uitspreken,
[dan] zijn ze zó machtig veel dat ik ze niet kan tellen.
)
en dat Zijn gedachten altijd vol vrede en heilrijke toekomst zijn (Jr 29:1111Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, [namelijk] om u toekomst en hoop te geven.).

Het is met Zijn woord als met de regen en de sneeuw waardoor Hij vruchtbaarheid bewerkt. Als ze dat werk hebben gedaan, stijgen ze weer op als damp. Evenzo zal Zijn woord niet terugkeren zonder dat het heeft gedaan waartoe Hij het heeft gezonden. Wie zijn hart als vruchtbare grond opent en het Woord ontvangt en opneemt, zal in zijn leven de uitwerking daarvan laten zien. Het doet er zijn werk. Zijn woord is vruchtbaar en krachtig, dat nooit zal falen in de bedoeling waartoe God het zendt, hetzij in genade hetzij in oordeel (vgl. Hb 6:7-87Want [de] grond die de dikwijls daarop komende regen indrinkt en nuttig gewas voortbrengt voor hen ten behoeve van wie hij ook bebouwd wordt, ontvangt zegen van God;8maar als hij dorens en distels voortbrengt, is hij verwerpelijk en [de] vervloeking nabij, en het einde ervan [leidt] tot verbranding.).

Zijn woord is Zijn boodschapper (Js 9:77De Heere heeft een woord gezonden in Jakob,
en het is gevallen in Israël.
; Ps 107:2020Hij zond Zijn woord uit, genas hen
en bevrijdde hen uit hun [graf]kuilen.
; 147:15,1815Hij zendt Zijn bevel [naar] de aarde:
Zijn woord loopt zeer snel.
18Hij zendt Zijn woord en doet dat [alles] smelten,
Hij doet Zijn wind waaien, de wateren stromen.
)
. Zijn woord wordt hier als persoon voorgesteld. Het rent als een snelle boodschapper en vervult Gods wil met al de levendige kracht, zowel in de natuur als te midden van de mensen.

Een woord is de uitdrukking van een gedachte. Christus wordt het Woord van God genoemd. Hij heeft God verklaard (Jh 1:1818Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon Die in de schoot van de Vader is, Die heeft [Hem] verklaard.). Door het woord dat van God uitgaat, leeft men (Dt 8:33Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en [ook] uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.). Zoals wat uit de bodem van de aarde komt, is voortgebracht door regen en sneeuw, zo is het met de bodem van het hart van de mens en het woord van God.


Vreugde, vrede en welvaart

12Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.
De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich
en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
13Voor een doornstruik zal een cipres opkomen,
voor een distel zal een mirt opkomen;
en het zal de HEERE zijn tot een naam,
tot een eeuwig teken, [dat] niet zal worden uitgewist.

In vers 1212Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.
De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich
en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
past de HEERE genadig de beginselen die verband houden met Zijn Woord toe op de belofte van de onuitsprekelijke zegen voor Israël in de komende dag. Hij maakt Zijn Woord waar aan een overblijfsel naar de verkiezing van de genade dat Hij zal terugbrengen naar het land. Dit zal plaats vinden als de “tijden van [de] volken” (Lk 21:2424En zij zullen vallen door [het] scherp van [het] zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door [de] volken worden vertrapt, totdat [de] tijden van [de] volken zijn vervuld.) voorbij zijn. Alle activiteiten van het leven zullen door dit overblijfsel zonder vreesachtige haast in vrede worden uitgevoerd. Ze zullen zich nooit weer een weg hoeven te banen door vijandelijke legers heen of voor hen op de vlucht slaan.

Niet alleen de mensheid, ook de natuur zal in harmonie met Gods voornemens van genade zijn gebracht. Er zal een overeenstemming zijn tussen de natuur die juicht (Ps 98:88Laten de rivieren in de handen klappen,
de bergen tezamen vrolijk zingen
)
en de harten van Gods verlosten die jubelen. In plaats van die jubel zucht de schepping nu nog vanwege de vloek die door de zonde over haar is gekomen (Rm 8:2222Want wij weten, dat de hele schepping tezamen zucht en tezamen in barensnood is tot nu toe.). Wat aan de zonde herinnert, de “doornstruik” en de “distel” die het gevolg zijn van de zondeval van de mens (Gn 3:1818dorens en distels zal hij voor u laten opkomen
en u zult het gewas van het veld eten.
)
, zal plaatsmaken voor de machtige onvergankelijke cipres en de nederige, zoetgeurende, altijdgroene mirt (vers 1313Voor een doornstruik zal een cipres opkomen,
voor een distel zal een mirt opkomen;
en het zal de HEERE zijn tot een naam,
tot een eeuwig teken, [dat] niet zal worden uitgewist.
)
. Deze bomen zullen een gedachtenis vormen aan al de goedheid van de HEERE. Het geheel van het vrederijk zal een eeuwige gedachtenis aan de HEERE zijn. Zijn heerlijkheid en Zijn kenmerken en handelingen van genade en kracht vormen de zegen van het vrederijk.


Lees verder