Jesaja
1-6 Sion uit het stof verhoogd 7-10 De vrede aangekondigd 11-12 Oproep uit Babel te vertrekken 13-15 Verhoogd en verheven
Sion uit het stof verhoogd

1Ontwaak, ontwaak,
bekleed u met uw kracht, Sion,
trek uw mooiste kleren aan,
Jeruzalem, heilige stad!
Want voortaan zal in u
geen onbesnedene of onreine meer komen.
2Schud het stof van u af, sta op,
zet u neer, Jeruzalem,
maak de ketenen [om] uw hals los,
gevangene, dochter van Sion!
3Want zo zegt de HEERE: Voor niets bent u verkocht, u zult ook zonder geld worden verlost. 4Want zo zegt de Heere HEERE: Vroeger daalde Mijn volk af naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, en Assyrië heeft het zonder oorzaak onderdrukt. 5En nu, wat staat Mij hier [te doen]? spreekt de HEERE. Want Mijn volk is voor niets weggevoerd, zijn overheersers doen [het] weeklagen, spreekt de HEERE, en voortdurend, heel de dag, wordt Mijn Naam gelasterd. 6Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, [zal het weten] dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, [hier] ben Ik.

Weer komt de roep van de HEERE tot Sion om te ontwaken (Js 51:17,99Ontwaak, ontwaak, bekleed u met kracht,
arm van de HEERE!
Ontwaak als in de dagen van weleer,
[als bij] de generaties van [vroeger] eeuwen!
Bent u het niet die Rahab hebt neergehouwen,
het zeemonster doorboord?
17Ontwaak, ontwaak,
sta op, Jeruzalem!
U die uit de hand van de HEERE gedronken hebt
de beker van Zijn grimmigheid;
de droesem uit de beker van bedwelming hebt u gedronken, opgedronken.
)
en zich met kracht te bekleden (vers 11Ontwaak, ontwaak,
bekleed u met uw kracht, Sion,
trek uw mooiste kleren aan,
Jeruzalem, heilige stad!
Want voortaan zal in u
geen onbesnedene of onreine meer komen.
)
. Die kracht is nodig om te vertrouwen op God. Jeruzalem wordt hier Sion genoemd, omdat God nu in genade tot Zijn doel gaat komen. Het wordt nu de “heilige stad” genoemd omdat het de stad is van de Heilige Israëls. Evenzo komt de oproep tot Jeruzalem om zich met prachtige kleding te bekleden. Dat prachtige kleed mogen zij aandoen, terwijl de Assyriërs onderweg zijn voor de tweede aanval, nu vanuit het zuiden.

De kracht of sterkte van de verlosten is de kracht van God die Hij hun door de verlossing schenkt (vgl. Ri 6:12-1612Toen verscheen de Engel van de HEERE aan hem en zei tegen hem: De HEERE is met u, strijdbare held!13Maar Gideon zei tegen Hem: Och, mijn heer, als de HEERE met ons is, waarom is dit alles ons dan overkomen? En waar zijn al Zijn wonderen, waarover onze vaderen ons verteld hebben, toen zij zeiden: Heeft de HEERE ons niet uit Egypte doen optrekken? Maar nu heeft de HEERE ons verlaten en ons in de hand van Midian gegeven!14Toen wendde de HEERE Zich tot hem en zei: Ga in deze kracht van u, en u zult Israël uit de hand van Midian verlossen. Heb Ik u niet gezonden?15Maar hij zei tegen Hem: Och, mijn heer! Waarmee zal ik Israël verlossen? Zie, mijn geslacht is het armste in Manasse en ik ben de jongste in mijn familie.16Maar de HEERE zei tegen hem: Omdat Ik met u zal zijn, zult u Midian verslaan alsof [het maar] één man [was].; Ps 84:6,86Welzalig de mens van wie de kracht in U is
– in hun hart zijn de gebaande wegen.
8Zij gaan voort van kracht tot kracht,
zij zullen verschijnen voor God in Sion.
)
. Dat zal pas ten volle waar worden in de eindtijd, want sinds en ook tijdens Kores, hun bevrijder uit de macht van Babel, is van het bekleden met sterkte geen sprake geweest.

Hij spreekt nog steeds de stad aan. Ze is in een toestand van uiterste verlatenheid en bedekt met stof. Ze is machteloos onder de behandeling van de vijand en beroofd van haar priesterlijke en koninklijke gewaden. In plaats daarvan draagt ze de ketenen van gevangenschap om haar nek (vers 22Schud het stof van u af, sta op,
zet u neer, Jeruzalem,
maak de ketenen [om] uw hals los,
gevangene, dochter van Sion!
)
. Ze moet wakker worden. Ze moet echter niet alleen opwaken, maar ook haar zetel innemen in een positie van rustige waardigheid en gezag; ze moet zich bekleden met geestelijke kracht.

Ze zal weer een feestelijke stad van de HEERE worden. Vreemden zullen niet meer door haar heen trekken. De vreselijke inval van de koning van het noorden is nu voltooid verleden tijd. Hoewel zij opnieuw Jeruzalem bedreigen (Jesaja 37-38), zullen zij net als toen verslagen worden. Geen natie ter wereld zal Jeruzalem meer veroveren, want de HEERE Zelf zal Zich om de heilige stad legeren en haar verdedigen (Js 27:2-32Op die dag
zal er een wijngaard zijn van bruisende wijn; zing ervan in beurtzang!
3Ik, de HEERE, bescherm hem,
elk ogenblik bevochtig Ik hem.
Opdat [de vijand] hem niet kan beschadigen,
bescherm Ik hem nacht en dag.
)
.

Dit is niet vervuld onder de Meden en Perzen en de volgende wereldrijken die steeds over Jeruzalem hebben geheerst tijdens de “tijden van [de] volken” (Lk 21:2424En zij zullen vallen door [het] scherp van [het] zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door [de] volken worden vertrapt, totdat [de] tijden van [de] volken zijn vervuld.). Babel heeft als koningin gezeten, maar zal tot in het stof vernederd worden, terwijl Jeruzalem vanuit het stof zal worden verhoogd om te zitten op de troon van heerlijkheid. Jeruzalem zal haar keten verbreken.

Babel wordt hier niet meer met name vermeld. Eerst wordt zij als religieuze macht verbroken. Vervolgens wordt de politieke en godsdienstige macht van de antichrist ofwel het tweede beest verbroken. Ten slotte wordt de politieke macht van het herstelde Romeinse rijk definitief verbroken. De “tijden van [de] volken” (Lk 21:2424En zij zullen vallen door [het] scherp van [het] zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door [de] volken worden vertrapt, totdat [de] tijden van [de] volken zijn vervuld.) zijn dan vervuld en voorbij.

De beloften die volgen in de verzen 3-63Want zo zegt de HEERE: Voor niets bent u verkocht, u zult ook zonder geld worden verlost.4Want zo zegt de Heere HEERE: Vroeger daalde Mijn volk af naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, en Assyrië heeft het zonder oorzaak onderdrukt.5En nu, wat staat Mij hier [te doen]? spreekt de HEERE. Want Mijn volk is voor niets weggevoerd, zijn overheersers doen [het] weeklagen, spreekt de HEERE, en voortdurend, heel de dag, wordt Mijn Naam gelasterd.6Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, [zal het weten] dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, [hier] ben Ik., staan, met hun vertroosting, tegen de achtergrond van de voorbije ellende. Het volk van de HEERE wordt eraan herinnerd dat zij “voor niets” zijn verkocht (vers 33Want zo zegt de HEERE: Voor niets bent u verkocht, u zult ook zonder geld worden verlost.). Ze zijn in handen van de volken gegeven, zonder dat de HEERE er voordeel van heeft gehad. Zijn enige doel is om hen tot bekering te brengen onder Zijn kastijdende roede. Er zal voor hun verlossing geen geld worden betaald. Hij zal hun verlossing bewerken door soevereine genade en almachtige kracht. Hun bevrijding zal uitsluitend uit Hem voortkomen. Hij zal dat doen door hun vijand te tuchtigen.

Als illustraties worden de bevrijding uit de macht van het verdrukkende Egypte en Assyrië genoemd (vers 44Want zo zegt de Heere HEERE: Vroeger daalde Mijn volk af naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, en Assyrië heeft het zonder oorzaak onderdrukt.). De vraag in vers 55En nu, wat staat Mij hier [te doen]? spreekt de HEERE. Want Mijn volk is voor niets weggevoerd, zijn overheersers doen [het] weeklagen, spreekt de HEERE, en voortdurend, heel de dag, wordt Mijn Naam gelasterd. heeft de betekenis: ‘Welk voordeel heb Ik in het midden van Mijn volk?’ Het volk is “voor niets” weggevoerd en hun verdrukkers lasteren voortdurend de Naam van de HEERE. Dit lasteren zal ophouden door het tussenbeide komen van de HEERE in macht en majesteit. Zijn Naam, die door de heidenen zo is gelasterd, zal aan Zijn volk bekendgemaakt worden (vers 66Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, [zal het weten] dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, [hier] ben Ik.).

Zijn natuur, Zijn kenmerken en Zijn macht, die door Zijn Naam worden vertegenwoordigd, zullen aan hen worden geopenbaard in de dag van hun verlossing. Hij maakt Zich bekend als de ‘Ik ben’, de trouwe God van het verbond. Zijn Zelfopenbaring bewerkt dat zij de stem van hun Verlosser zullen kennen (Js 63:11Wie is Deze Die uit Edom komt,
in helrode kleding uit Bozra,
Die luisterrijk is in Zijn gewaad,
Die voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid,
Die machtig ben om te verlossen.
)
. Dan zal het gebed “moge Uw Naam worden geheiligd” (Mt 6:99Bidt u dan zó: Onze Vader Die in de hemelen bent, moge Uw Naam worden geheiligd,) vervuld worden.

Op deze wijze openbaart de Heer Zich ook aan ons in tijden van verdrukking en moeiten. Hij gebruikt deze omstandigheden als middel om onze kennis van Hem, van Zijn kenmerken, kracht en genade, te doen toenemen. Als we zelf nergens meer toe in staat zijn, maakt Hij Zichzelf aan ons bekend in Zijn almacht. Het gaat ons dan als Petrus die in het water wegzakt, de Heer aanroept en dan de machtige kracht van de arm van de Heer leert kennen en meer dan dat.


De vrede aangekondigd

7Hoe lieflijk zijn op de bergen
de voeten van hem die het goede boodschapt,
die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede,
die heil laat horen,
die tegen Sion zegt:
Uw God is Koning.
8Een stem, uw wachters verheffen [hun] stem,
tezamen juichen zij,
want zij zullen [het] zien, oog in oog,
als de HEERE terugkeert [naar] Sion.
9Breek uit [in gejubel], juich tezamen,
puinhopen van Jeruzalem,
want de HEERE heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Jeruzalem verlost.
10De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot
voor de ogen van alle heidenvolken;
en alle einden der aarde zien
het heil van onze God.

De verzen 7-107Hoe lieflijk zijn op de bergen
de voeten van hem die het goede boodschapt,
die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede,
die heil laat horen,
die tegen Sion zegt:
Uw God is Koning.
8Een stem, uw wachters verheffen [hun] stem,
tezamen juichen zij,
want zij zullen [het] zien, oog in oog,
als de HEERE terugkeert [naar] Sion.
9Breek uit [in gejubel], juich tezamen,
puinhopen van Jeruzalem,
want de HEERE heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Jeruzalem verlost.
10De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot
voor de ogen van alle heidenvolken;
en alle einden der aarde zien
het heil van onze God.
bevatten de triomfantelijke uiting als gevolg van het nieuws van de grote verlossing die voor het volk van de HEERE is bewerkt voor de ogen van alle volken. Oorlogen zijn opgehouden tot het einde van de aarde. Vrede zal heersen, omdat God regeert en de HEERE terugkeert tot Sion. De voeten van de boodschapper zijn lieflijk om te zien – niet het geluid van zijn voetstappen, maar de verschijning van zijn voeten –, niet alleen vanwege hun veerkrachtige snelheid, maar vanwege de verrukking van het hart dat karakter aan hun beweging verleent en de inhoud van de boodschap (vers 77Hoe lieflijk zijn op de bergen
de voeten van hem die het goede boodschapt,
die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede,
die heil laat horen,
die tegen Sion zegt:
Uw God is Koning.
)
.

Het overblijfsel heeft vurig gebeden om de komst van de HEERE om te verlossen. Nu is dat moment eindelijk aangebroken. De HEERE is gekomen, Hij is onderweg naar Sion. De bergen zijn de bergen van het land en vooral die ten noorden van Jeruzalem. Het zijn de bergen die de HEERE “Mijn bergen” noemt (Js 49:1111Ik zal al Mijn bergen tot een weg maken,
Mijn gebaande wegen zullen verhoogd worden.
)
. Wat natuurlijke obstakels zijn, worden wegen waarlangs Gods herauten komen.

Hij kondigt vrede en heil aan, een totaal andere dan de vrede en veiligheid die de wereld zal uitroepen onder invloed van de satan (1Th 5:33Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.). Er is sprake van “vrede”, “het goede” en “heil”. Vrede met God door het bloed van Christus in plaats van vervreemding; het goede, wat tot nut strekt, in plaats van het verkeerde; heil, niet alleen redding van oordeel, maar ook voortdurende bewaring, tot in eeuwigheid in plaats van oordeel en eeuwig verloren zijn. Het is vrede met God door het offer van het kruis en de vrede van God in het leven met Hem. Er is ook heil, genezing van alle gevolgen van de zonde. Alle verwoestingen en verwondingen die door de zonde zijn aangericht, zullen geheeld worden. Dat is de situatie als God heerst als Koning.

Deze boodschappers van het goede nieuws zijn er ook vandaag. Het citaat van dit vers in Romeinen 10 bevestigt dit (Rm 10:1515En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden zijn? Zoals geschreven staat: ‘Hoe liefelijk zijn de voeten <van hen die vrede verkondigen,> van hen die <het> goede verkondigen’.). In het citaat worden ‘de bergen’ weggelaten. De apostel verheugt zich erover dat hij zo’n boodschapper mocht zijn. Het mag ook onze vreugde zijn om te delen in die activiteit en de vreugde daarvan. De voeten van iemand die uitgaat met het evangelie nabij of ver weg zijn lieflijk in de ogen van Hem Die stierf om de boodschap en de boodschapper uit te kunnen laten gaan.

De wachters in vers 88Een stem, uw wachters verheffen [hun] stem,
tezamen juichen zij,
want zij zullen [het] zien, oog in oog,
als de HEERE terugkeert [naar] Sion.
die hun stem verheffen, zijn de profeten, zoals Jesaja, die in de verte kijken als vanaf een wachttoren. Gewoonlijk verheffen wachters hun stem om te waarschuwen, maar nu beginnen ze te zingen. De wachters hebben ook geen verschil van mening over wat ze zien, maar zijn daar eenstemmig over. Zij zien hoe de HEERE tot Zijn volk komt, zij zien het licht worden.

Zij moeten worden onderscheiden van de boodschapper van het vorige vers die het nieuws van het koninkrijk verkondigt als Christus is gekomen. Deze trouwe wachters, die van verre de toekomstige gebeurtenissen zien, worden bedoeld in 1 Petrus 1 (1Pt 1:10-1210Over deze behoudenis hebben profeten onderzocht en nagevorst die van de voor u [bestemde] genade geprofeteerd hebben,11terwijl zij navorsten welke of wat voor tijd de Geest van Christus Die in hen was, aanduidde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat over Christus [zou komen] en van de heerlijkheden daarna.12Aan hen werd geopenbaard dat zij niet voor zichzelf, maar voor u de dingen bedienden die u nu zijn aangekondigd door hen die u het evangelie hebben verkondigd door [de] Heilige Geest Die van [de] hemel is gezonden; dingen waarin engelen begerig zijn een blik te werpen.; vgl. Js 21:8,118Hij roept: Een leeuw!
Heere, op de wachttoren
sta ik
overdag voortdurend.
En op mijn wachtpost
sta ik
hele nachten door.
11De last over Duma.
Men roept mij uit Seïr toe:
Wachter, hoe staat het met de nacht?
Wachter, hoe staat het met de nacht?
; Hk 2:1-31Ik ging op mijn wachtpost staan,
nam mijn plaats in op de vesting[wal],
en keek uit om te zien wat Hij in mij spreken zou
en wat ik antwoorden zou op mijn aanklacht.2Toen antwoordde de HEERE mij en zei:
Schrijf het visioen op,
grif het duidelijk in tafelen,
zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is.3Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd,
aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet.
Als Hij uitblijft, verwacht Hem,
want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.
)
. De dag komt dat ze met eigen ogen de terugkeer van de HEERE tot Sion zullen zien. Zij zullen zien hoe de HEERE Sion herstelt, ze zullen oog in oog met dit werk staan (vgl. Nm 14:1414Zij zullen [het] zeggen tegen de inwoners van dit land, [die] gehoord hebben dat U, HEERE, in het midden van dit volk bent, dat U oog in oog gezien wordt, HEERE, en dat Uw wolk boven hen staat, en dat U overdag in een wolkkolom voor hen uit gaat en 's nachts in een vuurkolom.). Geen wonder dat ze in vreugdegezang zullen uitbarsten.

In vers 99Breek uit [in gejubel], juich tezamen,
puinhopen van Jeruzalem,
want de HEERE heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Jeruzalem verlost.
worden de puinhopen van Jeruzalem opgeroepen hetzelfde te doen. De taal is levendig, het maakt de heerlijkheid van het herstel na de lange periode van verwoesting zichtbaar. Daar is een tweevoudige reden voor: Gods Woord en Gods werk (vgl. Lk 24:1919En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij nu zeiden tot Hem: De dingen betreffende Jezus de Nazaréner, Die een Profeet was, krachtig in werk en woord voor God en al het volk,; Hd 7:2222En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van [de] Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken.), het woord van vertroosting en het werk van bevrijdende macht. Vertroosting en bevrijding zijn de voortdurende bediening van de Heilige Geest in ons verdriet en onze moeiten, onze beproevingen en gevaren: vertroosting te midden ervan en verlossing eruit. We mogen ons verheugen in de vertroosting van en het vertrouwen op de bevrijding.

Vers 1010De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot
voor de ogen van alle heidenvolken;
en alle einden der aarde zien
het heil van onze God.
is een terugblik vanuit de toekomstige vervulling. Het is het beeld van een strijd, waarbij alle bedekking van Zijn arm is verwijderd om deze in zijn volle kracht te gebruiken. De arm van de HEERE is ontbloot om het overblijfsel te verlossen door zowel Assyrië als Babel te oordelen. De dwaze misvattingen van de volken over God zullen tenietgedaan worden. Hun weigering om Gods Zoon te erkennen zal krachtig worden neergeslagen door Zijn persoonlijke tussenkomst. Zo zullen zij het heil van de God van Israël aanschouwen.


Oproep uit Babel te vertrekken

11Vertrek, vertrek, ga daar weg,
raak het onreine niet aan,
ga uit haar midden weg, reinig u,
u die de [heilige] voorwerpen van de HEERE draagt!
12Maar u zult niet overhaast weggaan,
u zult niet [als] op de vlucht gaan,
want de HEERE zal vóór u uit trekken,
en de God van Israël zal uw achterhoede zijn.

De verzen 11-1211Vertrek, vertrek, ga daar weg,
raak het onreine niet aan,
ga uit haar midden weg, reinig u,
u die de [heilige] voorwerpen van de HEERE draagt!
12Maar u zult niet overhaast weggaan,
u zult niet [als] op de vlucht gaan,
want de HEERE zal vóór u uit trekken,
en de God van Israël zal uw achterhoede zijn.
gaan over een andere zijde van de omstandigheden en handelen over de vrijlating van de ballingen. Naar deze oproep hebben de vorige zes oproepen toe gewerkt. Gods volk wordt geboden het terrein van hun ballingschap te verlaten (vgl. Js 48:2020Ga weg uit Babel,
vlucht weg van de Chaldeeën,
verkondig met luide vreugdezang,
laat dit horen,
draag het uit
tot aan het einde der aarde,
zeg: De HEERE heeft
Zijn knecht Jakob verlost.
)
. De bevelende taal verwijst naar Babel, maar Babel staat hier voor meer dan alleen de stad. Het spreekt ook van vreselijke afgoderij door toedoen van het beest van het Romeinse rijk en de antichrist, zoals het verband aantoont (Js 2:8-98Hun land is vol afgoden;
voor het werk van hun handen buigen zij zich neer,
voor wat hun vingers gemaakt hebben.
9Zo bukt zich de [gewone] man en vernedert zich de man [van aanzien].
Vergeef het hun niet!
; Op 13:12-1512En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was.13En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen.14En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en [weer] leefde, een beeld moesten maken.15En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.)
.

Gods volk wordt bevolen bij het vertrek het onreine niet aan te raken. Ze moeten niets van Babel meenemen. Wat ze moeten meenemen, zijn “de [heilige] voorwerpen van de HEERE” die naar Babel zijn overgebracht. Dit verwijst naar de terugkeer op bevel van Kores en dat de voorwerpen die door Nebukadnezar waren weggenomen, weer worden teruggegeven (Ea 1:7-117Ook liet koning Kores de voorwerpen van het huis van de HEERE halen, die Nebukadnezar uit Jeruzalem had gehaald en in het huis van zijn goden had geplaatst.8Kores, de koning van Perzië, liet ze halen door de dienst van Mithredath, de schatbewaarder, en die telde ze [en droeg ze over] aan Sesbazar, de vorst van Juda.9Dit zijn de aantallen ervan: dertig gouden schalen, duizend zilveren schalen, negenentwintig messen,10dertig gouden bekers, vierhonderdtien andere zilveren bekers; andere voorwerpen: duizend.11Het totaal van de voorwerpen van goud en zilver: vijfduizend vierhonderd. Sesbazar bracht dit alles mee, toen de ballingen van Babel naar Jeruzalem gebracht werden.). Anders dan hun vlucht uit Egypte zal hun vertrek uit Babel niet in haast of als een vlucht plaatsvinden (Dt 16:33U mag er niets wat gezuurd is bij eten. Zeven dagen moet u er ongezuurd [brood] bij eten, brood van de ellende – want met haast bent u uit het land Egypte vertrokken – om de dag te gedenken dat u uit het land Egypte trok, alle dagen van uw leven.). Het is meer een zegetocht. Hun intocht in het vrederijk zal dat nog meer zijn.

Hun houding zal spreken van volkomen gereed zijn voor het hervatten van de dienst van aanbidding van de HEERE in Zijn tempel. Daarvoor is absolute reinheid vereist.

Wel zullen ze Zijn leiding en bescherming nodig hebben en daarvan krijgen ze de verzekering. De Messias zal er Zelf garant voor staan. Hij geeft de belofte: “Want de HEERE zal vóór u uit trekken, en de God van Israël zal uw achterhoede zijn.”

Dit heeft allemaal een directe boodschap voor hen die, omdat ze zelf voorwerpen of vaten zijn, apart gezet zijn om door de Heer gebruikt te worden (2Tm 2:2121Als dan iemand zich van deze [vaten] reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, tot alle goed werk toebereid.). Zij hebben de heilige verantwoordelijkheid “zichzelf onbesmet van de wereld te bewaren” (Jk 1:27b27Reine en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen te bezoeken in hun verdrukking [en] zichzelf onbesmet van de wereld te bewaren.) en ook dat zij zich “reinigen van alle bevlekking van [het] vlees en van [de], geest en [de] heiligheid volbrengen in [de] vrees voor God” (2Ko 7:11Daar wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van [het] vlees en van [de] geest, en [de] heiligheid volbrengen in [de] vrees van God.).

Het is ook van toepassing op het Babel van de eindtijd (Op 18:4a4En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt;), waarmee wij nu ook al te doen hebben. Het zijn de dingen die vanuit het naamchristendom op ons afkomen en waarmee wij ons niet moeten verontreinigen door opening te geven aan wereldse elementen om die in te voeren in de gemeente.


Verhoogd en verheven

13Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
14Zoals velen zich over U ontzet hebben
– zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand [anders],
en Zijn gestalte, meer dan van [andere] mensenkinderen –
15zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen,
koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan.
Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien,
en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.

Hier begint een heel nieuw gedeelte. De indeling in hoofdstukken is hier niet gelukkig. Jesaja 53 moet met vers 1313Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
van dit hoofdstuk beginnen. De laatste drie verzen van Jesaja 52 en heel Jesaja 53 bevatten één groot thema: de lijdende, verworpen, verzoenende en verhoogde Knecht van de HEERE. Dit hele gedeelte vormt het hart van het tweede grote deel van het boek Jesaja. Het staat precies in het midden ervan.

We kunnen wel zeggen dat we in dit gedeelte als het ware het heilige der heiligen binnengaan. Dat maakt het nog meer dan anders nodig dit gedeelte met grote eerbied en diep ontzag biddend te benaderen en in ons op te nemen (vgl. Ex 3:55En Hij zei: Kom hier niet dichterbij. Doe de schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.; Jz 5:1515Toen zei de Bevelhebber van het leger van de HEERE tegen Jozua: Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilig. En Jozua deed dat.). In het hart van dit gedeelte legt de HEERE Zijn hart bloot. En Wie anders is het hart van God dan de Heer Jezus, Die altijd in de schoot van de Vader was en is? De Heer Jezus is gekomen om Hem in genade te verklaren aan zondige mensen (Jh 1:1818Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon Die in de schoot van de Vader is, Die heeft [Hem] verklaard.). Om Christus en Zijn werk en de heerlijke gevolgen daarvan, zowel voor God als voor ons, gaat het in dit gedeelte.

Tevens is dit het vierde en laatste lied of de laatste profetie over de Knecht van de HEERE. In de vorige drie liederen of profetieën hebben we gezien dat de Knecht de Uitverkorene van God (Jesaja 42), de Verworpene door Israël (Jesaja 49) en de afhankelijke en gehoorzame Knecht (Jesaja 50) is. Nu wordt de bedekking van Israël weggenomen (2Ko 3:1616maar wanneer het tot [de] Heer zal terugkeren, wordt de bedekking weggenomen.)) en wordt de arm van de HEERE geopenbaard.

De uitverkoren en verworpen Knecht, gehoorzaam tot de dood van het kruis, blijkt het Schuldoffer te zijn voor Israël! Hij sterft als het plaatsvervangend offer voor Israël. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wat Israël ten kwade heeft bedoeld met de verwerping van Christus, heeft de HEERE ten goede gekeerd. De Knecht blijkt door God gezonden te zijn “om een groot volk in leven te houden” (Gn 50:2020Jullie [weliswaar], jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals [het] op deze dag [is]: om een groot volk in leven te houden.).

De broers van Jozef hebben zich niet gerealiseerd dat de machtige onderkoning van Egypte en hun verworpen broer een en dezelfde persoon is. Zo onderkent Israël niet dat de ontblote, machtige arm van de HEERE en de verworpen Jezus van Nazareth een en dezelfde Persoon is. Zo blind zijn zij als de knecht van de HEERE. Een sluier ligt over hun gezicht. Maar de volmaakte Knecht is gekomen om de blinde knecht te genezen, om de sluier van hun gezicht te verwijderen.

Zoals Jozef zich zonder vreemden in een heilige beslotenheid aan zijn broers bekendmaakt (Gn 45:11Toen kon Jozef zich niet [meer] bedwingen voor allen die bij hem stonden en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte.), zo zal de Knecht Zich bekendmaken aan het gelovig overblijfsel. Net als Thomas, een beeld van het overblijfsel, zullen ze Hem aan Zijn wonden herkennen en zich voor Hem neerbuigen en verklaren: “Mijn Heer en mijn God” (Jh 20:2828Thomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn Heer en mijn God!).

De in totaal vijftien verzen van dit gedeelte zijn in de vorm van een dichtwerk geschreven, bestaande uit vijf coupletten van elk drie verzen. Deze vijf coupletten zijn geschreven in een zogenoemd chiasme, een spiegelbeeldtechniek om de nadruk te leggen op het middelste couplet:
1. Js 52:13-1513Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
14Zoals velen zich over U ontzet hebben
– zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand [anders],
en Zijn gestalte, meer dan van [andere] mensenkinderen –
15zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen,
koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan.
Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien,
en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.
de verheerlijking van de Knecht
   2. Js 53:1-31Wie heeft onze prediking geloofd,
en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?
2Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
3Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen,
een Man van smarten, bekend met ziekte,
en als [iemand] voor wie men het gezicht verbergt;
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
het lijden van de Knecht
      3. Js 53:4-64Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,
onze smarten heeft Hij gedragen.
Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,
door God geslagen en verdrukt.
5Maar Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
6Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn [eigen] weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.
de verzoening door de Knecht
   4 Js 53:7-97Toen [betaling] geëist werd, werd Híj verdrukt,
maar Hij deed Zijn mond niet open.
Als een lam werd Hij ter slachting geleid;
als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
zo deed Hij Zijn mond niet open.
8Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen,
en wie zal Zijn leeftijd uitspreken?
Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden.
Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest.
9Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld,
en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest,
omdat Hij geen onrecht gedaan heeft
en geen bedrog in Zijn mond geweest is.
het lijden van de Knecht
5. Js 53:10-1210Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt.
Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben,
zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;
het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
11Om de moeitevolle [inspanning] van Zijn ziel zal Hij het zien,
Hij zal verzadigd worden.
Door de kennis van Hem zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken,
want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
12Daarom zal Ik Hem veel toedelen,
en machtigen zal Hij verdelen als buit,
omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood,
onder de overtreders is geteld,
[omdat] Hij de zonden van velen gedragen heeft
en voor de overtreders gebeden heeft.
de verheerlijking van de Knecht
a. Het eerste en vijfde couplet gaan over de verheerlijking van de Knecht;
b. het tweede en vierde couplet gaan over het lijden van de Knecht;
c. het middelste couplet gaat over de verzoening door de Knecht.

De HEERE begint met de woorden “zie, Mijn Knecht” (vers 1313Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
)
. Alle aandacht wordt op Hem gericht (vgl. Mt 25:66Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, <hem> tegemoet!). Het gaat niet over Israël, maar over de Messias. De verbinding met wat hieraan direct is voorafgegaan, is treffend, al is het in de vorm van een groot contrast. In het voorgaande staat de bevrijding uit de Babylonische ballingschap op de voorgrond, met daarachter de toekomstige en uiteindelijke bevrijding. Bevrijding kan echter alleen worden bewerkt door de Knecht van de HEERE, ongeacht of het gaat om de Jood of om de heiden. Er is geen vervulling mogelijk van welke profetie ook zonder de Heer Jezus en Zijn werk aan het kruis.

Daarom roept God op om naar Hem te zien, eerst in Zijn voorspoedig handelen en dan in Zijn verheven positie (vers 1313Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
)
. Daarna wordt kort melding gemaakt van Zijn vernedering, vooruitlopend op de komende openbaring in macht en heerlijkheid (verzen 14-1514Zoals velen zich over U ontzet hebben
– zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand [anders],
en Zijn gestalte, meer dan van [andere] mensenkinderen –
15zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen,
koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan.
Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien,
en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.
)
. Dit is allemaal, in een compacte vorm, het thema waarover na deze introductie in de volgende twaalf verzen wordt uitgeweid.

“Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen” (vers 13a13Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
)
. Er zijn twee betekenissen van het woord “verstandig”. De eerste is wijsheid – een kenmerk daarvan is voorzichtigheid – en de tweede is voorspoed of succes. Een volledige weergave van de tekst kan zijn: ‘Zal verstandig of wijs handelen, met als gevolg voorspoed.’ Dit beschrijft op een compacte manier Zijn leven op aarde tot en met het kruis, in alles wat Hij zegt en doet, met de voorspoedige gevolgen die daaraan onlosmakelijk verbonden zijn. Hij handhaaft Zijn getuigenis zonder Zijn leven over te geven tot het vastgestelde uur daar is. Nooit is er grotere voorspoed verbonden aan enige handeling dan aan het overgeven van Zijn leven als een gewillig en verzoenend offer (vgl. Js 53:1010Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt.
Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben,
zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;
het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
)
.

“Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden” (vers 13b13Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.
)
. Het gevolg van Zijn verstandig en voorspoedig handelen is dat God Hem uitermate verhoogd heeft. In die verhoging zijn drie etappen: Zijn opstanding, Zijn hemelvaart en Zijn verheerlijking aan Gods rechterhand (Hd 2:3333Nu Hij dan door de rechterhand van God is verhoogd en de belofte van de Heilige Geest heeft ontvangen van de Vader, heeft Hij dit uitgestort wat u <én> ziet én hoort.; Fp 2:99Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam geschonken die boven alle naam is,; Hb 1:3,133Deze, Die [de] uitstraling is van Zijn heerlijkheid en [de] afdruk van Zijn wezen en Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, is, nadat Hij <door Zichzelf> [de] reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan [de] rechterhand van de Majesteit in [de] hoge,13Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden stel tot een voetbank voor Uw voeten’?).

In vers 1414Zoals velen zich over U ontzet hebben
– zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand [anders],
en Zijn gestalte, meer dan van [andere] mensenkinderen –
verandert de vorm van een spreken over in een spreken tot om daarna weer te veranderen in een spreken over. De oorzaak van verbazing en ontzetting is het feit van Zijn misvorming. Dat bepaalt ons bij de wreedheden die Hem na Zijn gevangenneming zijn aangedaan. Zijn gezicht en Zijn lichaam zijn op ongeëvenaard gruwelijke wijze bewerkt. De soldaten hebben Hem met een namaakscepter op Zijn gezicht en op Zijn met doornen gekroonde voorhoofd geslagen, totdat Hij niet meer herkenbaar was. De toegediende geseling heeft het vlees zowel van Zijn rug als van Zijn borst weggerukt.

Dit was de Heer Jezus zoals Hij door Pilatus naar buiten werd gebracht en getoond werd aan het volk om hun medelijden op te wekken en te bewerken dat ze niet om nog meer van Zijn bloed zouden vragen. Dat was tevergeefs. Het maakte hun walging van Hem en de roep om Zijn bloed alleen maar groter. Zijn verschijning was zo totaal anders dan wat zij verwacht hadden van de Messias, dat zij met ontzetting naar Hem keken. Zo staarden zij naar Hem (Ps 22:18b18Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen;
en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij.
)
.

Terwijl Israël Hem zo verwierp, zal in de komende dag de verachting van de heidenvolken bij monde van Pilatus omslaan in verbazing en ontzetting over Zijn macht en heerlijkheid. Het “zó” van vers 1515zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen,
koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan.
Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien,
en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.
sluit aan op het “zoals” van vers 1414Zoals velen zich over U ontzet hebben
– zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand [anders],
en Zijn gestalte, meer dan van [andere] mensenkinderen –
. De verbazing zal zo groot zijn, dat koningen overvallen zullen worden door sprakeloosheid, met stomheid geslagen door wat ze zien en waarover ze nooit gehoord hebben. De ontzetting over Zijn lijden zal ver overtroffen worden door de ontzetting over Zijn verheerlijking. Het “besprenkelen” – ook vertaald met ‘doen opspringen’ – van “vele heidenvolken”, ziet op de zegen die voortkomt uit Zijn vernedering.

Deze verzen drukken dus twee keer grote verbazing en ontzetting uit: eerst over de afschuwelijke vernedering van de Messias, daarna over Zijn ontzagwekkende verheerlijking. Nu hebben de machthebbers de mond nog vol met grootspraak (Ps 2:1-31Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
2De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
3Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!
)
. Dan zullen ze de werkelijkheid en de betekenis van deze verbazingwekkende openbaring vernemen. Ze zullen zien dat het door hen geplaagde en gedrukte volk het door God uitverkoren en geliefde volk is onder een Koning Die Zijn heerlijkheid op dat volk gelegd heeft. Als ze het zullen zien en vernemen, zullen ze ook van harte geloven.

Dit vers slaat echter niet alleen op de toekomst. Paulus past het toe op de prediking van het evangelie in de tijd die ligt tussen het kruis en de wederkomst, dat is de periode waarin wij nu leven. Hij citeert dit vers om het evangelie in steeds verder gelegen plaatsen bekend te maken en zijn zendingsreizen uit te breiden naar gebieden waar het evangelie nog niet verkondigd is (Rm 15:20-2120en er een eer in heb gesteld het evangelie te verkondigen daar waar Christus nog niet genoemd was, opdat ik niet op andermans fundament zou bouwen,21maar zoals geschreven staat: ‘Zij aan wie niet van Hem verkondigd was, zullen zien, en zij die niet gehoord hebben, zullen verstaan’.).


Lees verder