Jesaja
1-4 Het vrederijk 5-8 De dwaas en de edelmoedige 9-14 Oordeel over zorgeloosheid 15-20 Nog eens het vrederijk
Het vrederijk

1Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid,
en vorsten zullen heersen overeenkomstig het recht.
2[Die] Man zal zijn als een beschutting tegen de wind,
een schuilplaats tegen de vloed,
als waterbeken in een dorre streek,
als de schaduw van een zware rots in een dorstig land.
3Dan zullen de ogen van wie zien, zich niet afwenden,
en de oren van wie horen, zullen er acht op slaan.
4Het hart van onbedachtzamen zal inzicht krijgen,
en de tong van stamelaars zal bedreven zijn om duidelijk te spreken.

Het begin van dit hoofdstuk beschrijft de situatie die volgt op de bevrijding van het vorige hoofdstuk, waar Christus gekomen is om Zijn volk uit te redden. Daarop volgt nu de ontmoeting met Christus persoonlijk en de voorzegging van de persoonlijke, duizendjarige regering van Christus (vers 11Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid,
en vorsten zullen heersen overeenkomstig het recht.
; vgl. 2Sm 23:33De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
[Er komt] een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige,
een Heerser [in] de vreze Gods.
; Jr 23:55Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan.
Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen,
Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
)
. Het overgebleven volk van Israël zal de vermaningen van het vorige hoofdstuk ter harte nemen en zich bekeren. Nu kan Christus Zich aan Zijn volk bekendmaken, net als de onderkoning van Egypte, Jozef, dat heeft gedaan aan zijn broers nadat zij tot inkeer zijn gekomen. Dat zal heel persoonlijk zijn, zonder de aanwezigheid van anderen (vgl. Gn 45:11Toen kon Jozef zich niet [meer] bedwingen voor allen die bij hem stonden en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte.).

Dit kan nooit op de huidige tijd slaan. De Heer Jezus regeert nu niet in gerechtigheid. Hoe iemand dat kan veronderstellen bij alle oorlogen en alle ellende op aarde, is onbegrijpelijk. De wereld is nog vol ongerechtigheid. Als Hij regeert, zullen er ook “vorsten” zijn die onder Hem “zullen heersen” (Op 5:1010en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren.; Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.; 2Tm 2:1212als wij verdragen, zullen wij ook met [Hem] regeren; als wij [Hem] verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen;; Op 20:66Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren.; 22:55En er zal geen nacht meer zijn en lamplicht en zonlicht hebben zij niet nodig, want [de] Heer, God, zal over hen lichten; en zij zullen regeren tot in alle eeuwigheid.).

De koningen van deze wereld, zoals de antichrist en de koning van het noorden, zijn te vergelijken met beesten, draken, roofdieren, tegen wie het volk zich moet beschermen. Daarentegen wordt Christus, de Koning, in dit vers geschilderd als de goede Herder, de Vorst Die Zijn leven inzet tot het welzijn van het volk. Hij is de Herder Die Zijn leven heeft gegeven voor de schapen, de Zoon des Mensen Die gekomen is, niet om gediend te worden, “maar om te dienen en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen” (Mt 20:2828zoals de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen.).

Christus – Hij is “[die] Man” (vers 22[Die] Man zal zijn als een beschutting tegen de wind,
een schuilplaats tegen de vloed,
als waterbeken in een dorre streek,
als de schaduw van een zware rots in een dorstig land.
)
– zal persoonlijk de bescherming en verkwikking zijn voor hen die aan het begin van het vrederijk nog bedreigd worden door vijandige machten uit het uiterste noorden (Ez 38-39). Mogelijk dat deze bescherming en verkwikking mede worden gegeven door de vorsten die in die tijd met Hem regeren (Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.).

Van de heersers in de verzen 1-21Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid,
en vorsten zullen heersen overeenkomstig het recht.
2[Die] Man zal zijn als een beschutting tegen de wind,
een schuilplaats tegen de vloed,
als waterbeken in een dorre streek,
als de schaduw van een zware rots in een dorstig land.
gaat de profeet over op het volk (vers 33Dan zullen de ogen van wie zien, zich niet afwenden,
en de oren van wie horen, zullen er acht op slaan.
)
. Christus doet Zich aan Zijn volk kennen in Zijn Goddelijke almacht als Hij blinden en doven geneest (Mt 11:2-62Toen nu Johannes in de kerker de werken van de Christus hoorde, zond hij door middel van zijn discipelen [een vraag] en zei tot Hem:3Bent U Degene Die zou komen, of moeten wij een ander verwachten?4En Jezus antwoordde en zei tot hen: Gaat heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet:5blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd;6en gelukkig is hij die over Mij niet ten val komt!). Tegelijk zien we daarin Zijn medegevoel. Nergens in het Oude Testament lezen we erover dat een blinde is genezen. Genezing van een blinde wordt dan ook door de Joden gezien als het ultieme teken van de Messias. In wat de Heer Jezus tegen de discipelen van Johannes de doper zegt over Zichzelf, dat Hij de Messias is, noemt Hij in Zijn bewijsvoering als eerste punt dat Hij blinden geneest (Mt 11:55blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd;).

Hij bewerkt niet alleen lichamelijke genezing. Weer kunnen zien en weer kunnen horen heeft een geestelijke tegenhanger. De verhindering om inzicht te hebben in Gods gedachten is verdwenen (vers 44Het hart van onbedachtzamen zal inzicht krijgen,
en de tong van stamelaars zal bedreven zijn om duidelijk te spreken.
; Js 6:9-109Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk:
Luister voortdurend, maar u zult [het] niet begrijpen.
Zie voortdurend, maar u zult [het] niet opmerken.
10Maak het hart van dit volk vet,
en stop hun oren toe, en sluit hun ogen;
anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen,
en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.
)
. Het oordeel van verharding is opgeheven. Ze hebben inzicht en kennis. En nu de oren weer geopend zijn, kunnen ze horen wat God zegt en zijn ze ook in staat om zonder te stamelen een duidelijk getuigenis af te leggen van de grootheid van de HEERE.

Tevens zijn blindheid en doofheid de geestelijke kenmerken van het volk Israël (Js 42:1919Wie is er zo blind als Mijn dienaar,
doof zoals Mijn bode [die] Ik zend?
Wie is blind zoals de volmaakte,
blind zoals de knecht van de HEERE?
; 6:9-109Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk:
Luister voortdurend, maar u zult [het] niet begrijpen.
Zie voortdurend, maar u zult [het] niet opmerken.
10Maak het hart van dit volk vet,
en stop hun oren toe, en sluit hun ogen;
anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen,
en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.
; Hd 28:2727want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet misschien met hun ogen zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’.)
. Een knecht die blind en doof is, is voor geen enkele taak geschikt. Maar Christus, de volmaakte Knecht van de HEERE, is gekomen om de blinde en dove knecht Israël te genezen.


De dwaas en de edelmoedige

5Een dwaas zal niet langer edelmoedig genoemd worden,
en van een bedrieger zal niet gezegd worden: [Hij is] vrijgevig,
6want een dwaas spreekt dwaasheid
en zijn hart bedrijft onrecht
door het plegen van goddeloosheid,
het spreken van lastertaal tegen de HEERE,
het onverzadigd laten van de hongerige,
en het de dorstige aan drinken doen ontbreken.
7De middelen van de bedrieger zijn slecht;
híj beraamt schandelijke plannen
om de ellendigen te gronde te richten door leugenachtige woorden,
en wanneer de arme spreekt, het recht.
8Maar de edelmoedige beraamt edelmoedige [plannen]
en híj staat voor edelmoedige [daden].

In die tijd zal gerechtigheid heersen en zal er ook een einde zijn gekomen aan een omkering van de waarden en aan de volkomen verkeerde beoordeling van de verhoudingen in Gods volk. Het volk als geheel heeft de dwaze antichrist edel genoemd, en deze “bedrieger” is bij hen in aanzien geweest vanwege zijn bedrieglijke vrijgevigheid (vers 55Een dwaas zal niet langer edelmoedig genoemd worden,
en van een bedrieger zal niet gezegd worden: [Hij is] vrijgevig,
; Jh 5:4343Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.)
. De verzen 6-76want een dwaas spreekt dwaasheid
en zijn hart bedrijft onrecht
door het plegen van goddeloosheid,
het spreken van lastertaal tegen de HEERE,
het onverzadigd laten van de hongerige,
en het de dorstige aan drinken doen ontbreken.
7De middelen van de bedrieger zijn slecht;
híj beraamt schandelijke plannen
om de ellendigen te gronde te richten door leugenachtige woorden,
en wanneer de arme spreekt, het recht.
geven een nadere beschrijving van wat er allemaal in het verdorven hart van de dwaas en de bedrieger beraamd wordt. Daartegenover staat wat de “edelmoedige” bedenkt, wat zijn leven uitstraalt en wat consequent bij hem aanwezig is (vers 88Maar de edelmoedige beraamt edelmoedige [plannen]
en híj staat voor edelmoedige [daden].
)
.

Maar in het vrederijk zal alles bij zijn ware naam worden genoemd, net als bij de schepping, waar Adam aan elk wezen de passende naam geeft (Gn 2:19-20a19De HEERE God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij Adam, om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam elk levend wezen noemen zou, zo zou zijn naam zijn.20Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als [iemand] tegenover hem.). Er zal geen omkering van zaken meer plaatsvinden. Niemand kan zich anders voordoen dan hij in werkelijkheid is. Dé “edelmoedige” kan niemand anders zijn dan de Heer Jezus. Maar ook iedere gelovige, ieder die Hem als zijn leven heeft en leeft in gemeenschap met Hem, mag zo’n ‘edelmoedige’ zijn. Van de gelovige wordt ook gevraagd “edelmoedige [plannen]” te beramen (Fp 4:88Overigens, broeders, al wat waar, al wat eerzaam, al wat rechtvaardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, als er enige deugd en als er enige lof is, bedenkt dat.) – en niet het “kwaad tegen elkaar” (Zc 7:1010Onderdruk weduwe noch wees,
vreemdeling noch arme.
Bedenk in uw hart
geen kwaad tegen elkaar.
; 8:1717bedenk in uw hart geen kwaad tegen elkaar en heb een valse eed niet lief, want dit alles is [iets] wat Ik haat, spreekt de HEERE.)
– en te staan voor “edelmoedige daden”.


Oordeel over zorgeloosheid

9Zorgeloze vrouwen, sta op,
luister naar mijn stem!
Onbezorgde dochters,
neem mijn woorden ter ore!
10Over ruim een jaar
zult u sidderen, onbezorgde [dochters],
want het zal gedaan zijn met de wijnoogst;
geen inzameling [van de oogst] zal er komen.
11Beef, zorgeloze [vrouwen];
sidder, onbezorgde [dochters]!
Trek uw kleren uit, doe alles uit!
Omgord uw heupen [met een rouwgewaad].
12Men zal rouw bedrijven om de borsten,
om de begerenswaardige akkers,
om de vruchtbare wijnstokken.
13Op het land van mijn volk
zullen dorens [en] distels opkomen,
ja, op alle vreugdehuizen
[in] de uitgelaten stad.
14Want het paleis zal verlaten zijn,
het stadsrumoer zal ophouden;
Ofel en wachttoren zullen
tot in eeuwigheid als grotten zijn,
een vreugde voor wilde ezels,
een weide voor kudden.

In vers 99Zorgeloze vrouwen, sta op,
luister naar mijn stem!
Onbezorgde dochters,
neem mijn woorden ter ore!
is Jesaja weer terug in Jeruzalem. Voordat de gerechtigheid gaat heersen in het vrederijk, moet het volk eerst gelouterd worden gedurende de grote verdrukking. In die tijd zal het volk de bede opzenden: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg” (Ps 139:23-2423Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.
24Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg.
)
. Daartoe wordt de geestelijke toestand van het volk beschreven, een toestand die de loutering door God noodzakelijk maakt.

Jesaja keert zich met scherpe woorden tegen de zelfverzekerde vrouwen in de stad (vgl. Js 3:16-2616Verder zegt de HEERE:
Omdat de dochters van Sion uit de hoogte doen,
met uitgestrekte hals lopen,
met de ogen lonken,
met kleine pasjes lopen,
en hun enkelringen laten rinkelen,
17daarom zal de Heere de schedel van de dochters van Sion schurftig maken,
en hun schaamdelen zal de HEERE ontbloten.
18Op die dag zal de Heere de [mooiste] sieraden wegnemen: de enkelringen, de voorhoofdbanden, de maantjes,19de oorhangers, de armbanden, de sluiers,20de hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de gordels, de reukflesjes, de amuletten,21de ringen, de neusringen,22de feestkleren, de mantels, de omslagdoeken, de tasjes,23de handspiegels, de onderkleding, de mutsen en de sluiers.
24Dan zal er in plaats van balsemgeur stank zijn,
en er zal een touw zijn in plaats van een gordel,
kaalheid in plaats van haarvlechten,
het aandoen van een rouwgewaad in plaats van een pronkgewaad,
een brandmerk in plaats van schoonheid.
25Uw mannen zullen door het zwaard vallen
en uw helden in de strijd.
26Haar poorten zullen treuren en rouwen.
Als alles haar ontnomen is, zal zij neerzitten op de aarde.
)
. Hij veroordeelt hun zorgeloosheid terwijl het oordeel voor de deur staat (vgl. Am 6:1a1Wee de zorgelozen in Sion,
en de onbezorgden op de berg van Samaria,
de beroemdsten van de voornaamste van de volken,
en tot wie het huis van Israël komt.
)
. Ze maken zich nergens druk om, behalve om hun eigen genot. Ze leven rustig hun leven van luxe en welvaart, zonder enige angst voor het dreigende gevaar. Deze zorgeloosheid en rust zijn niet het gevolg van vertrouwen op de HEERE, maar van hun onverschilligheid aangaande de HEERE en Zijn woorden door de profeet.

Daarom zullen ze binnen niet al te lange tijd – en die tijd wordt vrij nauwkeurig aangeduid – uit die zorgeloosheid worden wakker geschud (vers 1010Over ruim een jaar
zult u sidderen, onbezorgde [dochters],
want het zal gedaan zijn met de wijnoogst;
geen inzameling [van de oogst] zal er komen.
)
. Het komt nog niet direct, maar het komt zeker. Hun rust zal veranderen in sidderen. Het zal uit zijn met de pret waarin de wijn zo’n belangrijke rol speelt.

Jesaja roept hen op zich te ontkleden, zich te ontdoen van al hun pracht en praal (vers 1111Beef, zorgeloze [vrouwen];
sidder, onbezorgde [dochters]!
Trek uw kleren uit, doe alles uit!
Omgord uw heupen [met een rouwgewaad].
)
. Hij roept op om tot inkeer te komen en droefheid te tonen over de aangenomen levensstijl waarvan de HEERE buitengesloten is (vgl. Lk 15:17-1917Toen kwam hij tot zichzelf en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben overvloed aan broden, en ik verga hier van honger.18Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u,19ik ben niet meer waard uw zoon te heten; maak mij als een van uw dagloners.). Jesaja stelt hun voor hoe het er over niet al te lange tijd zal uitzien (verzen 12-1412Men zal rouw bedrijven om de borsten,
om de begerenswaardige akkers,
om de vruchtbare wijnstokken.
13Op het land van mijn volk
zullen dorens [en] distels opkomen,
ja, op alle vreugdehuizen
[in] de uitgelaten stad.
14Want het paleis zal verlaten zijn,
het stadsrumoer zal ophouden;
Ofel en wachttoren zullen
tot in eeuwigheid als grotten zijn,
een vreugde voor wilde ezels,
een weide voor kudden.
)
. Het zal er allemaal troosteloos en hopeloos uitzien.

Er is geen melk meer voor de baby’s; er staat geen goudgeel koren meer op de akkers; er zijn geen wijnstokken meer met hun weelderige vrucht (vers 1212Men zal rouw bedrijven om de borsten,
om de begerenswaardige akkers,
om de vruchtbare wijnstokken.
)
. De gevolgen van de zonde, de “doornen [en] distels”, zullen het land vullen en de vreugdehuizen en de uitgelaten stad overwoekeren (vers 1313Op het land van mijn volk
zullen dorens [en] distels opkomen,
ja, op alle vreugdehuizen
[in] de uitgelaten stad.
)
. Alles is verlaten als hun koning weg is en het volk uit hun huizen is weggevoerd in ballingschap (vers 1414Want het paleis zal verlaten zijn,
het stadsrumoer zal ophouden;
Ofel en wachttoren zullen
tot in eeuwigheid als grotten zijn,
een vreugde voor wilde ezels,
een weide voor kudden.
; Zc 14:2b2Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad.)
. De stad is een spookstad geworden, zonder enige bescherming. De enigen die er nog wat vreugde beleven zijn de wilde ezels die er misschien nog iets eetbaars kunnen vinden.


Nog eens het vrederijk

15Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte.
Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden
en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden.
16Het recht zal wonen in de woestijn
en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld.
17De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn,
en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid.
18Mijn volk zal verblijven in een woonplaats van vrede,
in veilige woningen, in oorden van zorgeloze rust;
19maar waar men afdaalt in het woud, zal het hagelen
en de stad zal wegzinken in de diepte.
20Welzalig bent u die aan alle wateren zaait,
die rund en ezel [daarheen] drijft.

Dan klinkt weer het hoopvolle “totdat” (vers 1515Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte.
Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden
en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden.
)
. Vanaf dit vers kijkt Jesaja weer vooruit naar de situatie die er in het duizendjarig vrederijk zal zijn. Door het woord “ons” vereenzelvigt de profeet zich met het verloste volk, dat is het overblijfsel. Het begint met de uitstorting van de Geest (Ez 36:25-2725Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.26Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.27Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en [dat] u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.; Jl 2:2828Daarna zal het geschieden
dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees:
uw zonen en uw dochters zullen profeteren,
uw ouderen zullen dromen dromen,
uw jongemannen zullen visioenen zien.
; Zc 12:1010Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.; Hd 2:1-4,161En toen de dag van het Pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.2En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten.3En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen.4En zij werden allen vervuld met [de] Heilige Geest en ze begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.16Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël:)
op dit gelovig overblijfsel van Israël.

De Bijbel leert niet alleen een eerste en een tweede komst van de Heer Jezus, maar ook een eerste en een tweede komst van de Heilige Geest. Door de eerste komst van de Heilige Geest is de gemeente ontstaan, Gods hemelse volk, het lichaam van Christus, waarin de Geest sinds die gebeurtenis woont (Hd 2:1-41En toen de dag van het Pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.2En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten.3En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen.4En zij werden allen vervuld met [de] Heilige Geest en ze begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.; 1Ko 12:1313Immers, wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden hetzij Grieken, hetzij slaven hetzij vrijen, en ons allen is van één Geest te drinken gegeven.). Het volk dat door de tweede komst van de Heilige Geest ontstaat, is een aards volk dat de kern vormt van het volk dat de Heer Jezus als Messias zal erkennen en Zijn zegen zal ontvangen.

Met deze tweede uitstorting van de Heilige Geest zal een overvloed aan vruchtbaarheid (vers 1515Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte.
Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden
en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden.
)
, gerechtigheid (vers 1616Het recht zal wonen in de woestijn
en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld.
)
en vrede, rust en veiligheid (verzen 17-1817De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn,
en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid.
18Mijn volk zal verblijven in een woonplaats van vrede,
in veilige woningen, in oorden van zorgeloze rust;
)
komen. We moeten wel bedenken dat het hier niet gaat om de inwoning van de Geest, maar om de werking van de Geest in dit verloste volk.

Wat een woestijn is, wordt een vruchtbaar veld. Wat een vruchtbaar veld is, zal nog vruchtbaarder worden. Het recht zal in het vrederijk in de woestijn “wonen” [dat is ‘tabernakelen’, ‘in tenten (wonen)’], dat betekent dat het er zijn rust zal hebben (vers 1616Het recht zal wonen in de woestijn
en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld.
)
. Overal zal op volkomen rechtvaardige wijze recht worden gesproken.

Als gevolg daarvan zal er vrede zijn, waarvoor de volken zich zo lang tevergeefs hebben ingespannen (vers 1717De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn,
en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid.
)
, want vrede is gefundeerd op gerechtigheid. Daaruit vloeien weer “rust en veiligheid” voort die geen einde zullen hebben. Dit volk dat in rust woont, zal nog door Gog worden aangevallen (Ez 38:1111U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij [mensen] die rustig [en] onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben,). Maar dat zal op hun rust geen enkel effect hebben omdat de HEERE deze vijand naar het land brengt om hem daar te verdelgen.

In vers 1818Mijn volk zal verblijven in een woonplaats van vrede,
in veilige woningen, in oorden van zorgeloze rust;
zoekt de Geest als het ware naar woorden om te beschrijven hoe groot de weldaad is om dan op aarde te wonen. Er is geen enkele angst meer voor een vijandige macht, want de hagel van Gods oordelen zal over hen, het woud (vgl. Js 10:1818Hij zal ook de luister van zijn wouden en zijn vruchtbare velden
vernietigen met [alles] wat [daar] leeft.
En hij zal zijn als een wegkwijnende zieke.
)
, worden neergestort en de stad in de diepte doen neerzinken (vers 1919maar waar men afdaalt in het woud, zal het hagelen
en de stad zal wegzinken in de diepte.
)
. Het aan de wateren gezaaide zaad zal overvloedig vrucht voortbrengen (vers 2020Welzalig bent u die aan alle wateren zaait,
die rund en ezel [daarheen] drijft.
)
. De opbrengst van de bodem zal zo groot zijn, dat de boer zijn werkdieren niet in hun stallen zal hoeven te voeren met stro, maar hen kan drijven naar de overvloed die langs de wateren is opgekomen om zich daaraan te goed te doen.

Er is ook een geestelijke toepassing van dit laatste vers. Het zaaien aan alle wateren wijst op de volkomen vrijheid om Gods Woord over de hele wereld uit te zaaien en te onderwijzen. Wie daarmee bezig is, wordt “welzalig” genoemd. Het zaaien aan de wateren wijst erop dat het ook in het vrederijk noodzakelijk is het evangelie te prediken, omdat ieder mens die geboren wordt, als zondaar geboren wordt en zich moet bekeren.

“Rund en ezel” staan symbool voor het bezig zijn in de dienst van de Heer, zowel in de prediking van het evangelie als in het onderwijs van de gemeente van God (vgl. 1Ko 9:9-109Want in de wet van Mozes staat geschreven: ‘U zult een dorsende os niet muilbanden’. Zorgt God voor de ossen?10Of zegt hij dit eigenlijk ter wille van ons? Want ter wille van ons is dit geschreven, dat de ploeger op hoop moet ploegen, en de dorser op hoop zijn deel te ontvangen.; 1Tm 5:17-1817Laat de oudsten die goed besturen, dubbele eer worden waard geacht, vooral zij die arbeiden in woord en leer;18want de Schrift zegt: ‘Een dorsende os zult u niet muilbanden’, en: ‘De arbeider is zijn loon waard’.).


Lees verder