Jeremia
Inleiding
Inleiding

Het boek Jeremia is een profetisch boek dat zich vooral tot het geweten van het volk Israël en dan in het bijzonder tot dat van Jeruzalem en Juda richt. Dat is nodig, omdat het volk zich van God heeft afgekeerd met als gevolg de dreiging van het oordeel. De opleving onder koning Josia die het volk in diezelfde tijd beleeft, zal blijken slechts tijdelijk en oppervlakkig te zijn. Jeremia weet dat het volk innerlijk niet is veranderd.

De periode waarin Jeremia profeteert, is lang. Hij begint met profeteren na het jaar waarin Josia Jeruzalem en het land van de afgoden reinigt en eindigt met profeteren nadat de stad Jeruzalem door Nebukadnezar is verwoest. De hele periode beslaat een tijd van ruim veertig jaar. Jeremia is rond 646 v.Chr. geboren, wordt rond 626 v.Chr. tot profeet geroepen en sterft waarschijnlijk niet lang na 586 v.Chr., het jaar van de val van Jeruzalem. Die hele periode is voor Jeremia een tijd van ellende en nood. Zijn leven kan worden gekarakteriseerd als één lang martelaarschap.

Jeremia, de profeet

Jeremia vertelt meer dan enige andere profeet over zichzelf. We horen veel uitingen van zijn emoties. Het hart van de profeet is vol pijn en verdriet omdat hij het volk liefheeft en tegelijk een diep gevoel heeft van de betrekking waarin het volk tot de HEERE, Jahweh, staat. Dat veroorzaakt een voortdurende innerlijke strijd. Enerzijds ziet hij de waarde die het volk voor de HEERE heeft en anderzijds wordt hij gedrongen door een heilige jaloersheid voor de heerlijkheid en de rechten van God.

De omstandigheden waarin Jeremia zich bevindt en de ervaringen die hij daarin beleeft, tonen duidelijker dan waar ook aan wat het is om ‘profeet’ te zijn. Hij heeft als een eenzame gediend, zonder familie – hij was niet getrouwd (Jr 16:22U mag u geen vrouw nemen en in deze plaats geen zonen en dochters hebben,), nagenoeg zonder vrienden en verworpen door zijn volk. Zijn dienst is, menselijk gesproken, ook nog eens zonder resultaat.

In veel van zijn dienst herinnert hij meer dan enige andere profeet aan de Heer Jezus. Jeremia lijkt in veel opzichten op Hem. Hij is verworpen, net als de Heer Jezus. De Heer Jezus heeft gehuild over Jeruzalem, Jeremia ook. Jeremia is de eenzame profeet, evenals de Heer Jezus. Hij is gevangengenomen zonder oorzaak en veroordeeld zonder schuldig te zijn, evenals de Heer Jezus.

De overeenkomsten zijn echter ook ten dele, want de Heer Jezus is in alles volmaakt en dat is Jeremia niet. Bovenal heeft de Heer Jezus Zijn leven gegeven tot een losprijs voor velen, wat onmogelijk van Jeremia gezegd kan worden.

Jeremia heeft voor het volk gepleit bij God, maar ziet dat het niets uitwerkt bij het volk. Het volk verwerpt God en het getuigenis dat Hij zendt. Het resultaat is dat de HEERE niet meer naar de gebeden voor Israël wil luisteren en zelfs niet meer naar de gebeden van Jeremia. Dit alles maakt van de profeet een ware man van smarten.

Twee dingen houden hem staande. In de eerste plaats de kracht van de Geest van God Die zijn hart vervult en door Wie hij het oordeel aankondigt, ondanks de tegenspraak en de vervolging die zijn deel zijn. In de tweede plaats de openbaring van de eindzegen waarmee het volk naar de onveranderlijke raadsbesluiten van God gezegend zal worden.

Indeling van het boek

1. Jeremia 1 verhaalt de roeping van Jeremia door de HEERE om Zijn profeet te zijn.

2. Jeremia 2-20 van zijn profetie zijn niet voorzien van een datering. Het lijkt erop dat de meeste profetieën in die hoofdstukken zijn ontstaan tijdens de regering van Josia. De onderwerpen ervan zijn krachtige getuigenissen tegen het volk over hun ontrouw, doorweven met uitingen van de zielensmart van de profeet. Ook zijn er ernstige waarschuwingen voor de inval van een vijand die uit het noorden zal komen.

3. Jeremia 21-45 volgen niet overal een chronologische volgorde. Ze bestaan uit profetieën die waarschijnlijk in verschillende tijdvakken zijn gedaan. Ze bevatten het oordeel dat achtereenvolgens zal komen over de verschillende geslachten van het huis van David, maar ook over de valse profeten die het volk misleiden. We vinden daarbij gebeurtenissen die Jeremia zelf betreffen.

4. Jeremia 46-51 bevatten profetieën over tien heidense volken.

5. De profetieën eindigen in Jeremia 52 met de mededelingen van het verschillende lot van hen die als gevangenen naar Babel zijn weggevoerd en van hen die met Zedekia in Jeruzalem zijn achtergebleven.

Een suggestie voor een historische volgorde in verbinding met de koningen die tijdens het profeteren van Jeremia hebben geregeerd, is als volgt:
Overzicht van de koningen die hebben geregeerd gedurende de tijd dat Jeremia profeteerde:
De regering van Josia (639-609 v.Chr.) (Jeremia 1-6)
De regering van Joahaz (609 v.Chr., drie maanden) – geen verwijzing (Jeremia 22:10-12)
De regering van Jojakim (609-597 v.Chr.) (Jeremia 7:1-13:17; 25-26; 35-36; 47-48?; 49)
De regering van Jojachin (597 v.Chr., drie maanden) (Jeremia 13:18-19; 22-23?)
De regering van Zedekia (597-586 v.Chr.) (Jeremia 21; 24; 27-34; 37-44; 50-52)


Lees verder