Genesis
Inleiding
Inleiding

Genesis is rond 1450 v.Chr. geschreven door Mozes, in de Sinaï woestijn.

In het Hebreeuws heet dit boek ‘Bereshith’, dat betekent ‘in het begin’, naar de eerste woorden waarmee dit boek begint. In het Grieks heet het Genesis, dat ‘geboorte’, of ‘ontstaan’, of ‘wording’ betekent.

Het is terecht het boek van het begin. We vinden er de oorsprong van alle dingen in. Dit boek vertelt ons onder andere over het ontstaan van de hemel en de aarde, de instelling van huwelijk en gezin, de eerste zonde en als gevolg daarvan de dood, het eerste offer, het oordeel, het ontstaan van volken, van het Hebreeuwse ras, van verbond en besnijdenis, van het hemelse priesterschap.

Het ontstaan van God zullen we er tevergeefs zoeken. God heeft geen begin. Hij is de eeuwige God Die “in [het] begin was” (Jh 1:11In [het] begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God.; Ps 90:22[Al] vóór de bergen geboren waren
en U de aarde en de wereld voortgebracht had,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.
)
.

Alle waarheden die in de volgende boeken van de Bijbel naar voren komen, worden in dit boek al aangegeven. Een waarheid kan rechtstreeks worden meegedeeld, een waarheid kan ook in beelden worden voorgesteld. Enkele voorbeelden van het eerste: de schepping, de mens en zijn val in de zonde, de macht van de satan. Enkele voorbeelden van het tweede: de verlossing – God bekleedde de mens na zijn val in de zonde met vellen van een dier, wat verwijst naar het plaatsvervangend sterven van de Heer Jezus; de opstanding – in de geschiedenis van Abraham en Izak; de regering van een verworpen Heer op de troon van de wereld – in de geschiedenis van Jozef.

Treffend mooi is de wijze waarop God Zich persoonlijk in dit boek aan de mens bekendmaakt. Zo komt Hij bij Adam in de koelte van de avond (Gn 3:8a8En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.), maakt Hij Noach Zijn voornemen over de zondvloed bekend (Gn 6:1313Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten.) en bezoekt Hij Abraham en spreekt met hem (Gn 18:1,10-141Daarna verscheen de HEERE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd.10En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, [dan] zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was.11Nu waren Abraham en Sara oud [en] op dagen gekomen; het ging Sara niet meer naar de wijze van de vrouwen.12Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en [ook] mijn heer oud is?13En de HEERE zei tegen Abraham: Waarom heeft Sara toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben?14Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben!). Hij gebruikt hier geen profeten of priesters, maar Hij komt Zelf in de vertrouwelijkheid waarmee een man met zijn vriend omgaat. We beleven in dit boek de levende, tastbare nabijheid van God tegenover Zijn schepsel.

Genesis is in zeven delen te verdelen, naar de zeven aartsvaders die erin voorkomen (er zijn ook andere indelingen mogelijk):

1. Genesis 1-4             Adam
2. Genesis 5(:21)         Henoch
3. Genesis 6-11           Noach
4. Genesis 12-23         Abraham
5. Genesis 24-26         Izak
6. Genesis 27-36         Jakob
7. Genesis 37-50         Jozef


Lees verder