Genesis
1-2 Begin van het geslachtsregister van Adam 3-5 Adam 6-20 En hij stierf 21-24 Henoch wordt door God weggenomen 25-27 De oudste mens 28-32 Noach
Begin van het geslachtsregister van Adam

1Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. 2Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden.

Na het failliet van het menselijk geslacht via de lijn van Kaïn is het alsof God de geschiedenis met de mens opnieuw begint. Kaïn en zijn nageslacht stellen de mensen voor die niets met God te maken willen hebben. Zij bouwen hun eigen wereld op waar God bewust buiten wordt gesloten.

“Het boek van de afstammelingen van Adam” geeft een verslag van allen die uit hem via de lijn van Seth geboren zijn. De beschrijving gaat van Adam tot Noach, dat zijn tien generaties. Eerst wordt er herinnerd aan oorsprong van de mens: hij is niet verwekt door iemand anders (geen evolutie), maar direct door God geschapen (Gn 1:2727En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.). Tegelijk wordt verwezen naar zijn hoge afkomst: hij is “naar de gelijkenis van God” gemaakt. Dat houdt kennis van en heerschappij over de schepping in en vrij zijn van het kwaad.

God heeft de mens in een mannelijke en vrouwelijke vorm geschapen. Hiermee bevestigt Hij het huwelijk als de enige vorm van samenleving om nageslacht voort te brengen. Hij zegent hen met alle goede dingen van de schepping, waaronder het krijgen van nageslacht. Dat Hij hun de naam “mens” geeft, is om hen eraan te herinneren dat God hen uit het stof van de aarde heeft gemaakt. Dit is vanaf hun schepping hun naam. Mens is in het Hebreeuws adam en betekent ‘van aarde’. Paulus verwijst daarnaar als hij zegt dat de mens “uit [de] aarde, stoffelijk”, is (1Ko 15:4747De eerste mens is uit [de] aarde, stoffelijk, de tweede Mens is uit [de] hemel.).


Adam

3Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte [een zoon] naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth. 4Adams dagen waren, nadat hij Seth verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 5Al de dagen die Adam leefde, waren negenhonderddertig jaar; en hij stierf.

Het geslachtsregister van Adam dat God hier geeft, loopt niet via Kaïn, maar via Seth, die in de plaats van Abel is gekomen (Gn 4:2525En Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon, en zij gaf hem de naam Seth. Want, [zei ze,] God heeft mij ander nageslacht gegeven in de plaats van Abel; Kaïn heeft hem immers gedood.). Het is een compleet ander geslachtsregister dan dat van Kaïn (Gn 4:17-2417En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Henoch. [Kaïn] was een stad aan het bouwen, en hij noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon, Henoch.18En bij Henoch werd Hirad geboren; en Hirad verwekte Mechujaël; en Mechujaël verwekte Methusaël; en Methusaël verwekte Lamech.19Lamech nam voor zichzelf twee vrouwen; de naam van de ene was Ada, en de naam van de andere Zilla.20Ada baarde Jabal; die werd de vader van wie tenten bewonen en vee houden.21En de naam van zijn broer was Jubal. Deze werd de vader van allen die harp en fluit kunnen bespelen.22Ook Zilla baarde: Tubal Kaïn, een smid, [vader van] alle koper- en ijzerbewerkers; en de zuster van Tubal Kaïn was Naëma.23En Lamech zei tegen zijn vrouwen:
Ada en Zilla, luister naar mijn stem,
vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan:
Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond
en een jongen om mijn striem!
24Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken,
maar Lamech zeventig maal zevenmaal.
)
. Hierin worden mensen vermeld die in geloof hebben geleefd. Er worden geen bijzondere inspanningen van hen vermeld, zoals bij de nakomelingen van Kaïn. Het lijkt er niet op dat zij in de wereld in aanzien zijn geweest.

Maar ondanks de kenmerken van het geloof merken we ook in dit geslachtsregister de gevolgen van de zonde. Adam kan niet anders dan een zoon verwekken “naar zijn gelijkenis”. Het gevolg daar weer van kan niet anders zijn dan dat hij zijn zoon zijn eigen zondige natuur meegeeft. Het bewijs van de zonde en tevens het loon ervan is de dood (Rm 6:2323Want het loon van de zonde is [de] dood; maar de genadegave van God is [het] eeuwige leven in Christus Jezus onze Heer.) die is doorgegaan tot alle mensen (Rm 5:1212Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, doordat allen gezondigd hebben …). Het vervolg van dit hoofdstuk en de hele geschiedenis van de mensheid laten dat zien. Adam kan nog zo oud worden, liefst negenhonderddertig jaar, hij ontkomt niet aan het oordeel dat God heeft uitgesproken: “Op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven” (Gn 2:1717maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.).


En hij stierf

6Seth leefde honderdvijf jaar, en verwekte Enos. 7En Seth leefde, nadat hij Enos verwekt had, achthonderdzeven jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 8Al de dagen van Seth waren negenhonderdtwaalf jaar; en hij stierf. 9Enos leefde negentig jaar, en verwekte Kenan. 10En Enos leefde, nadat hij Kenan verwekt had, achthonderdvijftien jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 11Al de dagen van Enos waren negenhonderdvijf jaar; en hij stierf. 12Kenan leefde zeventig jaar, en verwekte Mahalaleël. 13En Kenan leefde, nadat hij Mahalaleël verwekt had, achthonderdveertig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 14Al de dagen van Kenan waren negenhonderdtien jaar; en hij stierf. 15Mahalaleël leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Jered. 16En Mahalaleël leefde, nadat hij Jered verwekt had, achthonderddertig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 17Al de dagen van Mahalaleël waren achthonderdvijfennegentig jaar; en hij stierf. 18Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch. 19En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 20Al de dagen van Jered waren negenhonderdtweeënzestig jaar; en hij stierf.

Niet alleen over Adam, maar over allen die in dit geslachtsregister worden genoemd, horen we de doodsklok luiden als we, als in een refrein, de woorden “en hij stierf” horen klinken.

Een belangrijke bijkomstigheid is dat door de hoge leeftijden de waarheid van God door zo min mogelijk tussenpersonen kon worden doorgegeven. Zo zijn er tussen Adam en Mozes, dat wil zeggen over een periode van ongeveer vijfentwintighonderd jaar, niet meer dan zeven tussenschakels geweest.


Henoch wordt door God weggenomen

21Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach. 22En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 23Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. 24Henoch wandelde met God, en hij was niet [meer], want God nam hem weg.

Henoch verwekte Methusalach en zonen en dochters, werd driehonderdvijfenzestig jaar, en hij stierf niet, “want God nam hem weg”. Henoch vormt daarmee een prachtige uitzondering op de wetmatigheid “en hij stierf” die in de vorige verzen klonk en die voor alle mensen door de eeuwen heen geldt. De enige andere nakomeling van Adam die zonder te sterven naar de hemel is gegaan, is Elia (2Kn 2:1111Het gebeurde, terwijl zij al sprekend verdergingen, zie, dat er een vurige wagen met vurige paarden kwam, die tussen hen beiden scheiding maakte. Zo voer Elia in een storm naar de hemel.). De enige mens die zonder te sterven naar de hemel had kunnen gaan, is de Heer Jezus. Maar Hij stierf vrijwillig de dood van de zondaar om hem te kunnen verlossen.

Henoch “heeft getuigenis verkregen dat hij God behaagd had” (Hb 11:55Door [het] geloof werd Henoch weggenomen opdat hij [de] dood niet zag, en hij werd niet gevonden, omdat God hem had weggenomen; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis verkregen dat hij God behaagd had.). De reden daarvan is dat hij met Hem wandelt. Henoch wandelt met God, omdat hij het eens is met God (Am 3:33Gaan er twee samen
zonder elkaar ontmoet te hebben?
)
. God heeft met Adam willen wandelen in de hof (Gn 3:88En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.), maar door de zonde is dat onmogelijk geworden. Henoch gelooft in God, houdt in alles rekening met Hem.

Hij waarschuwt zijn tijdgenoten voor het komende oordeel: En ook Henoch, [de] zevende van Adam af, heeft van dezen geprofeteerd door te zeggen: Zie, [de] Heer is gekomen te midden van Zijn heilige tienduizenden, om oordeel uit te oefenen tegen allen en elke ziel te bestraffen om al hun werken van goddeloosheid die zij goddeloos bedreven hebben, en om alle harde [woorden] die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben” (Jd 1:14-1514En ook Henoch, [de] zevende van Adam af, heeft van dezen geprofeteerd door te zeggen: Zie, [de] Heer is gekomen te midden van Zijn heilige tienduizenden,15om oordeel uit te oefenen tegen allen en elke ziel te bestraffen om al hun werken van goddeloosheid die zij goddeloos bedreven hebben, en om alle harde [woorden] die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.). God heeft Henoch hierover verteld, omdat Hij altijd Zijn gedachten bekendmaakt aan hen die met Hem wandelen en Hem behagen.

Dat Henoch echt met God heeft gewandeld, blijkt wel uit het feit dat Hij Gods mededeling niet voor zichzelf heeft gehouden, maar die heeft doorgegeven aan de mensen om hem heen. ”Henoch” betekent ‘onderwezen’. Wij zijn ook door God onderwezen over wat Hij gaat doen met de wereld. Brengt ons dat ook tot een wandel met God en een prediking van het oordeel aan de mensen om ons heen om hen te waarschuwen?

Henoch is ook een beeld van de leden van de gemeente die op aarde leven en die bij de komst van de Heer Jezus zonder te sterven door Hem zullen worden opgenomen (1Th 4:15-1815(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan.16Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;17daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.18Vertroost daarom elkaar met deze woorden.)). Henoch wordt weggenomen voordat het oordeel van de zondvloed over de wereld komt. Net zo zal de gemeente worden opgenomen, voordat Gods oordelen over de wereld komen als inleiding op de wederkomst van de Heer Jezus naar de aarde.


De oudste mens

25Methusalach leefde honderdzevenentachtig jaar, en verwekte Lamech. 26En Methusalach leefde, nadat hij Lamech verwekt had, zevenhonderdtweeëntachtig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 27Al de dagen van Methusalach waren negenhonderdnegenenzestig jaar; en hij stierf.

Methusalach verwekte Lamech – niet te verwarren met de nakomeling van Kaïn (Gn 4:19-2419Lamech nam voor zichzelf twee vrouwen; de naam van de ene was Ada, en de naam van de andere Zilla.20Ada baarde Jabal; die werd de vader van wie tenten bewonen en vee houden.21En de naam van zijn broer was Jubal. Deze werd de vader van allen die harp en fluit kunnen bespelen.22Ook Zilla baarde: Tubal Kaïn, een smid, [vader van] alle koper- en ijzerbewerkers; en de zuster van Tubal Kaïn was Naëma.23En Lamech zei tegen zijn vrouwen:
Ada en Zilla, luister naar mijn stem,
vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan:
Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond
en een jongen om mijn striem!
24Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken,
maar Lamech zeventig maal zevenmaal.
)
– en zonen en dochters, werd negenhonderdnegenenzestig jaar, “en hij stierf”. Hij is de oudste mens ter wereld tot nu toe. In het duizendjarig vrederijk zullen de mensen nog ouder worden (Js 65:20,2220Daar zal niet meer zijn
een zuigeling die [maar enkele] dagen [leeft]
of een oude man
die zijn dagen niet zal volmaken,
want een jonge man zal sterven als een honderdjarige,
maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.
22In [wat] zij bouwen, zal geen ander wonen,
van [wat] zij planten, zal geen ander eten.
Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom,
en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van het werk van hun handen.
)
.


Noach

28Lamech leefde honderdtweeëntachtig jaar, en verwekte een zoon. 29En hij gaf hem de naam Noach, en zei: Deze zal ons troosten over ons werk en over het zwoegen van onze handen, vanwege de aardbodem, die door de HEERE vervloekt is. 30En Lamech leefde, nadat hij Noach verwekt had, vijfhonderdvijfennegentig jaar; en hij verwekte zonen en dochters. 31Al de dagen van Lamech waren zevenhonderdzevenenzeventig jaar; en hij stierf. 32Toen Noach vijfhonderd jaar oud was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafeth.

Lamech verwekt Noach en zonen en dochters, wordt zevenhonderdzevenenzeventig jaar, “en hij stierf”. Evenals bij Henoch wordt bij Lamech de herhaalde loop van de gebeurtenissen van geboorte, leven, kinderen krijgen en sterven onderbroken. Dat gebeurt hier om het motief van de naamgeving van zijn zoon mee te delen. Lamech leeft in een wereld waar de geweldenarij en het verderf steeds meer toenemen (Gn 6:12-1312Toen zag God de aarde, en zie, zij was verdorven; want alle vlees had een verdorven levenswandel op de aarde.13Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten.). Dat neemt hij waar. Hij beseft en erkent dat de aardbodem vervloekt is. Te midden van die situatie zoekt hij rust. De zoon die geboren wordt, noemt hij dan ook in het geloof “Noach”, dat ‘rust’ betekent.

Met deze rust hangt ook de vertroosting samen waarover Lamech bij de naamgeving spreekt. Dat geeft een verband aan tussen rust en vertroosting. In het Nederlands is het niet te zien, maar er is een woordspeling tussen de naam Noach (‘rust’) en het Hebreeuwse woord voor ‘troosten’. Zijn verlangen naar die rust is het verlangen van een Godvrezende ziel. Alleen kan die rust pas komen na het oordeel. Ook kan Noach die rust niet geven en vergist Lamech zich vergist als hij zegt dat “deze” hem en anderen zal troosten. Het is de vergissing die ook Eva heeft gemaakt, als ze Kaïn krijgt (Gn 4:11En Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn, en zei: Ik heb een man van de HEERE gekregen!) en in hem de beloofde Nakomeling ziet (Gn 3:1515En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen.
)
.

Terwijl Henoch vóór het oordeel wordt weggenomen (vers 2424Henoch wandelde met God, en hij was niet [meer], want God nam hem weg.), wordt Noach dóór de oordelen heen bewaard, veilig in de ark. Noach is een beeld van het gelovig overblijfsel van Israël dat door God bewaard wordt tijdens de grote verdrukking die over het hele aardrijk zal komen.

Met het noemen van de zonen van Noach eindigt het geslachtsregister van het geloof. Er wordt hier niet vermeld hoe oud Noach uiteindelijk is geworden. Van Noach worden de namen van zijn drie zonen vermeld en niet van slechts één door wie de geslachtslijn wordt voortgezet, zoals in alle vorige gevallen. Dit wijst ook vooruit naar het verdere verloop dat duidelijk zal maken dat er een nieuw begin wordt gemaakt door deze drie zonen.

Hoewel Jafeth de oudste is (Gn 10:2121Ook bij Sem zijn zonen geboren; hij is de voorvader van alle zonen van Heber, [en] de broer van Jafeth, de oudste.), wordt Sem eerst genoemd. Dat zal zijn, omdat via hem de geslachtslijn verder gaat naar Abraham, de stamvader van Gods aardse volk Israël. God wordt dan ook “de God van Sem” (Gn 9:2626Ook zei hij:
Gezegend is de HEERE, de God van Sem!
Laat Kanaän een dienaar voor hem zijn!
)
genoemd. Via hem zal ten slotte de Christus geboren worden (Lk 3:23,3623En Hij, Jezus, begon ongeveer dertig jaar oud te worden, en was, naar men meende, een Zoon van Jozef, de [zoon] van Eli,36van Kaïnan, van Arfachsad, van Sem, van Noach, van Lamech,).

Naam

Geb.

jaar

1e kind

verwekt

Adam

0

130

Seth

130

105

Enos

235

90

Kenan

325

70

Mahalaleël

395

65

Jered

460

162

Henoch

622

65

Methusalach

687

187

Lamech

874

182

Noach

1056

500

De zondvloed is in het zeshonderdste jaar van Noach (Gn 7:66Noach was zeshonderd jaar oud toen de watervloed over de aarde kwam.) over de aarde gekomen, dat wil zeggen in 1056 + 600 = 1656 jaar na de schepping van Adam.


Lees verder