Genesis
1-12 Jakob ontmoet Rachel 13-20 Zeven jaar dienst voor Rachel 21-26 Jakob wordt bedrogen 27-30 Zeven jaar extra dienst voor Rachel 31-35 Eerste vier kinderen van Lea
Jakob ontmoet Rachel

1Daarna begaf Jakob zich op weg en ging hij naar het land van de mensen van het oosten. 2Hij keek [om zich heen] en zie, er was een [water]put in het veld, en zie, er lagen drie kudden kleinvee naast. Uit die put gaf men namelijk de kudden te drinken. Er lag een grote steen op de opening van de put. 3Als al de kudden daar bij elkaar gedreven waren, rolde men de steen van de opening van de put en gaf men het kleinvee te drinken. Daarna legde men de steen weer op zijn plaats, op de opening van de put. 4Toen vroeg Jakob hun: Mijn broeders, waar komt u vandaan? Daarop zeiden zij: Wij komen uit Haran. 5Hij vroeg hun: Kent u Laban, de zoon van Nahor? Zij zeiden: Wij kennen [hem]. 6Vervolgens vroeg hij hun: Gaat het goed met hem? Zij zeiden: Het gaat goed. En zie, [daar] komt zijn dochter Rachel aan met het kleinvee. 7Hij zei: Zie, het is nog volop dag! Het is [toch nog] geen tijd om het vee bij elkaar te drijven? Geef het kleinvee te drinken en ga dan [weer] weg om ze te laten grazen. 8Zij zeiden echter: [Dat] kunnen wij niet [doen] voordat al de kudden bij elkaar gedreven zijn en men de steen van de opening van de put gerold heeft. Pas dan kunnen wij het kleinvee te drinken geven. 9Terwijl hij nog met hen sprak, kwam Rachel met het kleinvee van haar vader; zij was namelijk herderin. 10En het gebeurde, toen Jakob Rachel, de dochter van Laban, de broer van zijn moeder, en het kleinvee van Laban, de broer van zijn moeder zag, dat Jakob naar voren liep, de steen van de opening van de put rolde en het kleinvee van Laban, de broer van zijn moeder, te drinken gaf. 11Jakob kuste Rachel en begon luid te huilen. 12Jakob vertelde Rachel dat hij een neef van haar vader was en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij snel weg en vertelde [het] aan haar vader.

Er is een groot verschil tussen het zoeken naar een bruid voor Izak en de manier waarop Jakob dat doet. Bij het zoeken naar Rebekka neemt het gebed een grote plaats in (Gn 24:12-14,21,26,27,42-48,52,6312Toen zei hij: HEERE, God van mijn heer Abraham, laat het mij vandaag toch gebeuren en bewijs Abraham, mijn heer, Uw goedertierenheid.13Zie, ik sta bij deze waterbron en de dochters van de mannen van de stad komen om water te putten.14Laat het zo zijn dat het meisje tegen wie ik zeg: Laat toch de kruik van uw schouder zakken, zodat ik kan drinken, en dat zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kamelen te drinken geven, dat zij het meisje is dat U voor Uw dienaar Izak bestemd hebt. Daaraan zal ik dan weten dat U mijn heer goedertierenheid bewezen hebt.21De man sloeg haar zwijgend gade om te weten te komen of de HEERE zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet.26Toen knielde die man en boog zich voor de HEERE neer.27Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die mijn heer Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onthouden heeft. Wat mij aangaat, de HEERE heeft mij op deze weg geleid naar het huis van de broeders van mijn heer.42Toen ik vandaag bij de bron aankwam, zei ik: HEERE, God van mijn heer Abraham, als U de weg die ik ga voorspoedig wilt maken –43zie, ik sta bij de waterbron – laat het dan zo gebeuren dat het meisje dat naar buiten komt om te putten, tegen wie ik zal zeggen: Geef mij toch wat water uit uw kruik te drinken,44en dat tegen mij zal zeggen: Drinkt u maar en ik zal ook water putten voor uw kamelen, dat zij de vrouw zal zijn die de HEERE bestemd heeft voor de zoon van mijn heer.45Nog voordat ik geëindigd had dit in mijn hart te spreken, zie, Rebekka kwam de stad uit, met haar kruik op haar schouder, en daalde af naar de bron en putte water. Ik zei tegen haar: Geef mij toch wat te drinken.46Zij haastte zich, liet haar kruik van haar schouder glijden en zei: Drinkt u maar, ik zal ook uw kamelen te drinken geven. Ik dronk en zij gaf ook de kamelen te drinken.47Toen vroeg ik haar en zei: Van wie bent u een dochter? Zij antwoordde: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Nahor, die Milka hem gebaard heeft. Toen deed ik een ring in haar neus en de armbanden aan haar armen.48Ik knielde en boog mij neer voor de HEERE; ik loofde de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die mij op de goede weg geleid had om voor zijn zoon de dochter van de broeder van mijn heer tot vrouw te nemen.52En het gebeurde, toen de dienaar van Abraham hun woorden hoorde, dat hij zich ter aarde neerboog voor de HEERE.63Izak ging tegen het vallen van de avond naar buiten om te bidden in het veld. Hij sloeg zijn ogen op, en zag, en zie, er kwamen kamelen aan.). Daarover lezen we hier niets. De dienaar in Genesis 24 heeft alle schatten van zijn heer bij zich. Jakob heeft niets. Maar evenals de dienaar vindt de ontmoeting bij een waterput plaats. Hoewel, de put is hier afgesloten en in Genesis 24 niet. En terwijl de dienaar direct met Rebekka teruggaat, verblijft Jakob in totaal twintig jaar in den vreemde.

Jakob komt op zijn reis naar het land van zijn moeder bij een put. Daarbij zijn drie kudden gelegerd. Op de put ligt een grote steen. Deze is moeilijk alleen te verwijderen, daarvoor zijn meerdere herders nodig. Daarom wachten de herders met hun kudden bij de put tot ze er allemaal zijn om dan samen de steen van de put af te nemen. Als het vee gedronken heeft, wordt de steen weer teruggelegd.

Jakob vraagt de herders of zij Laban kennen. Door het bevestigende antwoord weet Jakob dat hij op de goede weg is. Dan vraagt hij of het met Laban goed gaat. Ook daarop komt een bevestigend antwoord. Tegelijk voegen de herders eraan toe dat ze Rachel, de dochter van Laban aan zien komen, met haar kudde. Rachel is een herderin. Dan stelt Jakob voor dat zij hun vee te drinken geven en dat ze daarna kunnen gaan. Dan kan hij, zo lijkt de achtergrond van zijn voorstel te zijn, alleen met Rachel blijven. De afspraak tussen de herders is echter dat zij op elkaar wachten, om dan samen de steen te verwijderen waarna de kudden kunnen drinken.

Inmiddels is Rachel bij de put gekomen. Als Jakob haar ziet, geeft hem dat zoveel kracht, dat hij in zijn eentje de steen wegneemt. Ook zorgt hij ervoor dat de schapen van Laban kunnen drinken. In Jakob komt de herder naar boven. Dit is een teken dat hij de man is met wie God Zijn weg gaat.

God gaat met hem, hoewel hij nog niet met God gaat. De school die hij moet doorlopen, is een leerschool die ook wij moeten doorlopen. God is niet voor niets de God van Jakob. God is bezig deze Jakob te vormen. Jakob is een beeld van een gelovige die door de tucht van God steeds meer gaat beantwoorden aan Gods bedoeling met hem.


Zeven jaar dienst voor Rachel

13En het gebeurde, zodra Laban het bericht over Jakob, de zoon van zijn zuster, hoorde, dat hij hem snel tegemoet liep, hem omhelsde, hem kuste en hem naar zijn huis bracht. En hij vertelde Laban al deze dingen. 14Daarop zei Laban: Inderdaad, je bent mijn beenderen en mijn vlees. En hij bleef een volle maand bij hem. 15Toen zei Laban tegen Jakob: Omdat je familie van mij bent, hoef je toch niet voor niets voor mij te werken? Vertel mij [maar] wat je loon moet zijn. 16Nu had Laban twee dochters: de naam van de oudste was Lea, en de naam van de jongste was Rachel. 17Lea had fletse ogen, maar Rachel was mooi van gestalte en knap om te zien. 18Jakob had Rachel lief. Daarom zei hij: Ik zal zeven jaar voor u werken om Rachel, uw jongste dochter. 19Toen zei Laban: Het is beter dat ik haar aan jou geef dan dat ik haar aan een andere man geef. Blijf bij me. 20Zo werkte Jakob zeven jaar om Rachel, en [de jaren] waren in zijn ogen als dagen, omdat hij haar liefhad.

Als Laban hoort dat Jakob er is, loopt hij hem snel tegemoet, begroet hem hartelijk en neemt hem mee naar huis. Het lijkt er niet op dat dit gebeurt uit liefde voor een familielid, maar meer uit het eigenbelang waarvan hij ook al in Genesis 24 blijk heeft gegeven. Het verblijf van Jakob bij Laban bevestigt dat. Bij Laban in huis vertelt Jakob “Laban al deze dingen”, waarmee hoogstwaarschijnlijk wordt bedoeld dat hij vertelt wat er bij de waterput is gebeurd. Daardoor erkent Laban hem als zijn familie, “mijn beenderen en mijn vlees”.

De wijze waarop Jakob door Laban wordt behandeld, zegt veel van Laban. Als Jakob een maand bij hem heeft gediend en hij heeft gezien wat voor een waardevolle kracht Jakob is, doet hij Jakob onder de schijn van recht en billijkheid het voorstel om tegen betaling voor hem te werken. Hij doet hierbij ook een beroep op het familiegevoel. Mogelijk weet hij wel waar het hart van Jakob naar uitgaat en speelt hij daar handig op in.

Jakobs liefde voor Rachel zorgt ervoor dat hij graag zeven jaar voor haar werkt. De profeet Hosea herinnert Gods volk aan deze dienst (Hs 12:13a13Jakob vluchtte naar het gebied van Syrië,
Israël diende om een vrouw
en om een vrouw hoedde hij [vee].
)
. Eerst zegt Hosea dat Jakob, omdat hij als Jakob heeft gehandeld, als Jakob heeft moeten vluchten. Maar dan spreekt Hosea over Israël en wel in verbinding met zijn dienen om een vrouw. Daar zien we het geloof en de trouw van Jakob op de voorgrond komen en dan wordt hij ‘Israël’ genoemd. Israël betekent ‘vorst Gods’ of ‘strijder van God’ (Gn 32:2828Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.).

De wijze waarop Jakob dient om met Rachel te kunnen trouwen, is een trouwe dienst geweest. Later, wanneer hij voor Laban is gevlucht en door hem is ingehaald, kan hij daarvan getuigen. Daarbij geeft hij God de eer (Gn 31:41-4241Twintig jaar ben ik nu bij u in huis geweest: veertien jaar heb ik u gediend voor uw beide dochters en zes jaar voor uw kleinvee, en u hebt mijn loon tien keer veranderd.42Als de God van mijn vader, de God van Abraham en de Gevreesde van Izak niet met mij geweest was, zou u mij nu met lege [handen] weggestuurd hebben. God heeft mijn ellende en de inspanning van mijn handen gezien en heeft u gisternacht bestraft.). Daar handelt en spreekt hij als Israël. Hosea wil met dit voorbeeld Gods volk aanspreken, opdat het tot inkeer komt en weer trouw de HEERE zal gaan dienen. In dit opzicht is de trouwe dienst van Jakob ook voor ons een voorbeeld.

Hierin is hij een zwakke afschaduwing van de Heer Jezus, Die ook heeft gewerkt voor het verkrijgen van Zijn bruid. Als onze liefde voor de Heer Jezus net zo groot is als Jakobs liefde voor Rachel, zal het ons ook niet moeilijk vallen Hem te dienen.


Jakob wordt bedrogen

21Toen zei Jakob tegen Laban: Geef [mij] mijn vrouw, want mijn dagen zijn om, zodat ik bij haar kan komen. 22Daarom verzamelde Laban al de mannen van die plaats en hij richtte een maaltijd aan. 23En het gebeurde 's avonds dat hij zijn dochter Lea nam en haar bij hem bracht; en [Jakob] kwam bij haar. 24Ook gaf Laban haar zijn slavin Zilpa; aan zijn dochter Lea [gaf hij haar] als slavin. 25En het gebeurde 's morgens – zie, het was Lea! Daarom zei hij tegen Laban: Wat hebt u me nu aangedaan? Heb ik niet voor u gewerkt om Rachel? Waarom hebt u me dan bedrogen? 26Laban antwoordde: Zo doet men niet bij ons, dat men de jongste vóór de eerstgeborene [ten huwelijk] geeft.

Nadat Jakob zeven jaar heeft gediend, vraagt hij om de vrouw voor wie hij al die tijd heeft gewerkt. Laban maakt er een officiële aangelegenheid van. Hij nodigt gasten uit en richt een maaltijd aan. De bruiloft is een openbare aangelegenheid (vers 2222Daarom verzamelde Laban al de mannen van die plaats en hij richtte een maaltijd aan.). Zo hoort het te zijn. Pas daarna heeft Jakob gemeenschap met zijn bruid. Dat is de juiste volgorde.

Maar Laban bedriegt Jakob. In plaats van Rachel brengt hij Lea bij Jakob. De volgende morgen merkt Jakob het bedrog. Het bedrog van Laban vindt plaats in de duisternis, zoals ook Jakob zijn vader in de duisternis van de tent heeft bedrogen (Gn 27:19-2419Jakob zei tegen zijn vader: Ik ben Ezau, uw eerstgeborene. Ik heb gedaan wat u mij gezegd hebt. Richt u toch op, ga zitten en eet van mijn wildbraad, zodat uw ziel mij kan zegenen.20Izak zei daarop tegen zijn zoon: Hoe is het [mogelijk] dat je dat zo snel gevonden hebt, mijn zoon? Hij zei: Omdat de HEERE, uw God, het mij heeft laten tegenkomen.21Izak zei tegen Jakob: Kom toch wat dichterbij zodat ik je kan betasten, mijn zoon, of je werkelijk mijn zoon Ezau bent of niet.22Toen kwam Jakob dichter bij zijn vader Izak en die betastte hem. Hij zei: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezaus handen.23Hij herkende hem dus niet, omdat zijn handen, net als de handen van zijn broer Ezau, behaard waren. En hij zegende hem.24Hij zei: Ben je echt mijn zoon Ezau? Hij antwoordde: Dat ben ik.). We zien hier dat Jakob op zijn weg maait wat hij heeft gezaaid (Gl 6:7b7Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.). Jakob heeft ook met list het eerstgeboorterecht van Ezau afgetroggeld. Hier wordt hij bedrogen in verband met de eerstgeboren Lea.

Het verweer van Laban met betrekking tot wat in Haran gebruikelijk is, is onoprecht. Als het inderdaad zo is, zou hij daar Jakob al eerder bekend mee hebben moeten maken. Laban is in het najagen van zijn eigen belang ook bereid zijn beide dochters in te zetten. Hij houdt er helemaal geen rekening mee dat hij daartoe ook nog aanzet tot een overtreding van Gods inzetting dat een man slechts één vrouw mag hebben.

Daarmee houdt Jakob overigens ook geen rekening. Hij gaat voor een tweede vrouw aan het werk. De ellende die daarvan in zijn gezin het gevolg is, blijkt duidelijk uit de beschrijving van zijn verdere leven. Het overtreden van Gods inzettingen geeft altijd ellende. Dat God dit alles gebruikt tot volvoering van Zijn plan, bewijst dat Zijn plan gegrond is op genade en daarom wordt vervuld.


Zeven jaar extra dienst voor Rachel

27Maak de [bruilofts]week van deze [dochter] vol; daarna zullen wij je ook de andere geven, voor het werk waarmee je mij nog [eens] zeven jaar dienen zult. 28Dat deed Jakob en hij maakte de [bruilofts]week van deze [dochter] vol. Daarna gaf [Laban] hem zijn dochter Rachel tot vrouw. 29Laban gaf zijn dochter Rachel zijn slavin Bilha als haar slavin. 30Hij kwam ook bij Rachel en ook had hij Rachel meer lief dan Lea. Hij werkte nog eens zeven jaar bij hem.

Laban is bereid ook Rachel aan Jakob te geven, maar dan moet hij hem nog eens zeven jaar dienen. Jakob gaat akkoord. Wat de verantwoordelijkheid van Jakob zelf betreft, is het niet goed om voor Rachel te werken. De opdracht van zijn vader is een vrouw te nemen (Gn 28:22Sta op, ga naar Paddan-Aram, naar het huis van Bethuel, de vader van je moeder, en neem vandaar een vrouw voor je uit de dochters van Laban, de broer van je moeder.) en niet meerdere vrouwen. Dat is ook niet Gods wil. Dat hierin toch Gods raad wordt vervuld, is van een andere orde.

Deze samenloop van het handelen van de mens en het vervullen van de raad van God zien we vaker in de Schrift. Dat de Heer Jezus naar de bepaalde raad en voorkennis van God is overgeleverd (Hd 2:2323Hem, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven, hebt u door [de] hand van wettelozen aan [het kruis] gehecht en gedood.), maakt de schuld van de mens niet minder. Zo is het ook in het geval van Judas, die de Heer heeft verraden. Zo is het ook bij de zondeval.


Eerste vier kinderen van Lea

31Toen de HEERE zag dat Lea minder geliefd was, opende Hij haar baarmoeder; Rachel daarentegen was onvruchtbaar. 32Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij gaf hem de naam Ruben. Want, zei zij, de HEERE heeft mijn verdrukking gezien. Voorzeker, nu zal mijn man mij liefhebben. 33[Lea] werd weer zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Omdat de HEERE gehoord heeft dat ik minder geliefd ben, heeft Hij mij ook deze [zoon] gegeven. Zij gaf hem de naam Simeon. 34Nogmaals werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Nu, ditmaal, zal mijn man zich aan mij hechten; ik heb hem immers drie zonen gebaard. Daarom gaf men hem de naam Levi. 35Weer werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda. Toen hield zij op met baren.

De HEERE vergoedt aan Lea het gebrek aan liefde van Jakob voor haar. God is ook de God van de compensatie. Lea is de eerste die kinderen krijgt. De namen van de kinderen vertellen over haar ervaringen.

De eerste noemt zij “Ruben”, dat betekent ‘zie, een zoon’. Ze is vol vreugde en dankbaarheid aan de HEERE. Ze ziet in deze jongen een bewijs van de bemoeienis die de HEERE met haar heeft. Dat is goed. Tevens verwacht ze nu de liefde van Jakob. Daarin vergist ze zich.

Het tweede kind dat zij krijgt, noemt ze “Simeon”, wat ‘verhoord’ of ‘gehoord’ betekent. Ze brengt daarmee tot uiting dat zij met haar nood naar de HEERE is gegaan en dat Hij haar heeft gehoord.

De derde zoon noemt ze “Levi”, dat ‘verenigd’, ‘toegevoegd’ betekent. Hierin komt haar hoop tot uitdrukking dat zij nu toch wel de genegenheid van Jakob zal hebben gewonnen en dat hij zich met haar zal verenigen. Zij verlangt ernaar, waar ook veel vrouwen naar verlangen, dat de vereniging niet beperkt blijft tot een lichamelijke, maar dat Jakob zich nu echt aan haar zal hechten, dat hij haar zal laten merken dat ze echt bij hem hoort en er maar niet bij hangt.

In de naam van de vierde zoon die zij baart, die ze “Juda” noemt, richt ze zich alleen op de HEERE. Teleurgesteld in mensen, in haar man, weet ze dat haar sterkte in de HEERE is. Hem wil zij loven. Dat is wat ‘Juda’ betekent: ‘Hij zal geprezen zijn.’


Lees verder