Ezechiël
Inleiding 1-8 Het land dat voor de HEERE is 9-12 Rechtvaardige maten en gewichten 13-17 Hefoffer voor de vorst 18-20 Offer op nieuwjaar 21-25 De grote jaarfeesten
Inleiding

Dit hoofdstuk kan als volgt worden onderverdeeld:
1. Het land dat voor de HEERE is (verzen 1-81Wanneer u het land als erfelijk bezit toewijst, moet u de HEERE een heilig [deel] van het land [als] hefoffer brengen: de lengte moet vijfentwintigduizend [el] zijn en de breedte tienduizend. Dat zal, heel het gebied rond, heilig zijn.2Hiervan zal voor het heiligdom vijfhonderd bij vijfhonderd [el] bestemd zijn, rondom vierkant, en vijftig el weidegrond eromheen.3En met deze maat moet u een lengte van vijfentwintigduizend [el] en een breedte van tienduizend [el] afmeten. Daarin moet dan het heiligdom, het heilige der heiligen, zich bevinden.4Dat zal een heilig [deel] van het land zijn. Het zal bestemd zijn voor de priesters, die [in] het heiligdom dienstdoen, die naderen om de HEERE te dienen. Het zal voor hen dan een plaats zijn voor [woon]huizen en een heilige plaats voor het heiligdom.5En [een deel] van vijfentwintigduizend lang en tienduizend breed zal bestemd zijn voor de Levieten, die dienstdoen [in] het huis. Het zal voor hen als bezit zijn, [bestemd voor] twintig kamers.6U moet [als] bezit van de stad een [deel] van vijfduizend breed en van vijfentwintigduizend lang geven, dicht bij het heilige hefoffer. Het zal bestemd zijn voor heel het huis van Israël.7En voor de vorst zal [het gebied bestemd] zijn aan de ene kant en aan de andere kant van het heilige hefoffer en van het bezit van de stad, vóór aan het heilige hefoffer en vóór aan het bezit van de stad, aan de westzijde naar het westen, en aan de oostzijde naar het oosten. De lengte komt overeen met een van de delen, van de westgrens tot de oostgrens.8[Dat deel] van het land zal voor hem bestemd zijn als [grond]bezit in Israël. Dan zullen Mijn vorsten Mijn volk niet meer uitbuiten, maar zij zullen het land aan het huis van Israël geven, aan hun stammen.).
2. Vermaningen voor de vorsten om rechtvaardig te handelen (verzen 9-129Zo zegt de Heere HEERE: Laat het u genoeg zijn, vorsten van Israël! Doe geweld en verwoesting weg en doe recht en gerechtigheid. Hef uw afpersingen van Mijn volk op, spreekt de Heere HEERE.10U moet een zuivere weegschaal, een zuivere efa(1) en een zuivere bath(2) hebben.11De efa en de bath moeten een vaste [inhouds]maat hebben, zodat een bath een tiende van een homer(3) bevat, en [ook] een efa een tiende deel van een homer. De maat ervan moet volgens de homer zijn.12De sikkel zal twintig gera [waard] zijn. De pond zal voor u twintig sikkel(4) plus vijfentwintig sikkel plus vijftien sikkel [waard] zijn.).
3. De offers van het volk voor de vorst (verzen 13-1713Dit is het hefoffer dat u [de vorst] moet brengen: een zesde van een efa van een homer tarwe, en u moet een zesde van een efa van een homer gerst geven.14Wat de verordening van de olie betreft, [per] bath olie: een tiende van een bath uit een kor(1) – [dat] is een homer van tien bath, want tien bath is een homer.15[Verder] één lam van [elke] tweehonderd uit het kleinvee, uit het waterrijke land van Israël, als graanoffer, als brandoffer, en als dankoffers, om verzoening voor hen te doen, spreekt de Heere HEERE.16Dit hefoffer voor de vorst in Israël zal gelden voor heel de bevolking van het land.17Op de vorst rust [de taak te zorgen voor] de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaans[dagen] en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.).
4. De zondoffers in de eerste maand (verzen 18-2018Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste [maand], op de eerste van de maand, moet u een jonge stier zonder enig gebrek – het jong van een rund – nemen. Zo moet u het heiligdom van zonde reinigen.19Dan moet de priester [een deel] van het bloed van het zondoffer nemen en het op de deurposten van het huis strijken, op de vier hoeken van de omgang van het altaar en op de deurposten van de poorten van de binnenste voorhof.20Hetzelfde moet u doen op de zevende van de maand vanwege iemand die zonder opzet zondigt of vanwege [iemand die] onwetend [zondigt]. Zo moet u verzoening doen voor het huis.).
5. De viering van het Pascha en het Loofhuttenfeest (verzen 21-2521In de eerste [maand], op de veertiende dag van de maand, zal voor u het Pascha zijn, een feest van zeven dagen: men moet [dan] ongezuurde [broden] eten.22Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land voor een jonge stier als zondoffer zorgen.23En [op] de zeven dagen van het feest moet hij elke dag [gedurende] de zeven dagen voor een brandoffer voor de HEERE zorgen, van zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder enig gebrek, en elke dag een zondoffer van een geitenbok.24Verder moet hij voor een graanoffer zorgen, een efa per jonge stier, een efa per ram en een hin(1) olie per efa.25In de zevende [maand], op de vijftiende dag van de maand, moet hij op het feest [gedurende] zeven dagen hetzelfde doen, zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, zoals het graanoffer en zoals de olie.).


Het land dat voor de HEERE is

1Wanneer u het land als erfelijk bezit toewijst, moet u de HEERE een heilig [deel] van het land [als] hefoffer brengen: de lengte moet vijfentwintigduizend [el] zijn en de breedte tienduizend. Dat zal, heel het gebied rond, heilig zijn. 2Hiervan zal voor het heiligdom vijfhonderd bij vijfhonderd [el] bestemd zijn, rondom vierkant, en vijftig el weidegrond eromheen. 3En met deze maat moet u een lengte van vijfentwintigduizend [el] en een breedte van tienduizend [el] afmeten. Daarin moet dan het heiligdom, het heilige der heiligen, zich bevinden. 4Dat zal een heilig [deel] van het land zijn. Het zal bestemd zijn voor de priesters, die [in] het heiligdom dienstdoen, die naderen om de HEERE te dienen. Het zal voor hen dan een plaats zijn voor [woon]huizen en een heilige plaats voor het heiligdom. 5En [een deel] van vijfentwintigduizend lang en tienduizend breed zal bestemd zijn voor de Levieten, die dienstdoen [in] het huis. Het zal voor hen als bezit zijn, [bestemd voor] twintig kamers. 6U moet [als] bezit van de stad een [deel] van vijfduizend breed en van vijfentwintigduizend lang geven, dicht bij het heilige hefoffer. Het zal bestemd zijn voor heel het huis van Israël. 7En voor de vorst zal [het gebied bestemd] zijn aan de ene kant en aan de andere kant van het heilige hefoffer en van het bezit van de stad, vóór aan het heilige hefoffer en vóór aan het bezit van de stad, aan de westzijde naar het westen, en aan de oostzijde naar het oosten. De lengte komt overeen met een van de delen, van de westgrens tot de oostgrens. 8[Dat deel] van het land zal voor hem bestemd zijn als [grond]bezit in Israël. Dan zullen Mijn vorsten Mijn volk niet meer uitbuiten, maar zij zullen het land aan het huis van Israël geven, aan hun stammen.

NB In de HSV is ‘el’ tussen haakjes gezet, wat wil zeggen dat het niet in het origineel staat. Dat geeft de mogelijkheid om ‘latten’ te lezen. Een argument om toch ‘el’ te lezen is dat ‘el’ een meeteenheid is en ‘lat’ een meetinstrument. Een ander argument om ‘el’ te lezen is dat de berekeningen met ‘el’ betere maatverhoudingen opleveren

Voordat het land aan de stammen van Israël als erfelijk bezit wordt gegeven, moet een heilig deel ervan aan de HEERE als hefoffer worden gegeven (verzen 1-41Wanneer u het land als erfelijk bezit toewijst, moet u de HEERE een heilig [deel] van het land [als] hefoffer brengen: de lengte moet vijfentwintigduizend [el] zijn en de breedte tienduizend. Dat zal, heel het gebied rond, heilig zijn.2Hiervan zal voor het heiligdom vijfhonderd bij vijfhonderd [el] bestemd zijn, rondom vierkant, en vijftig el weidegrond eromheen.3En met deze maat moet u een lengte van vijfentwintigduizend [el] en een breedte van tienduizend [el] afmeten. Daarin moet dan het heiligdom, het heilige der heiligen, zich bevinden.4Dat zal een heilig [deel] van het land zijn. Het zal bestemd zijn voor de priesters, die [in] het heiligdom dienstdoen, die naderen om de HEERE te dienen. Het zal voor hen dan een plaats zijn voor [woon]huizen en een heilige plaats voor het heiligdom.). Een uitvoeriger bespreking volgt later, in Ezechiël 48. Het onderwerp wordt hier al genoemd om te laten zien wat de plaats is van de tempel in het hele omliggende gebied. Het heilige gebied van het land is een collecte of inzameling die het volk moet afdragen aan de HEERE.

Het is een heilige heffing. Altijd moet de HEERE als eerste Zijn deel ontvangen (vers 11Wanneer u het land als erfelijk bezit toewijst, moet u de HEERE een heilig [deel] van het land [als] hefoffer brengen: de lengte moet vijfentwintigduizend [el] zijn en de breedte tienduizend. Dat zal, heel het gebied rond, heilig zijn.). Dat deel is vijfentwintigduizend el lang en tienduizend el breed. Dat hele gebied is heilig gebied. In dat gebied staat ook het heiligdom, dat een grootte heeft van vijfhonderd el in het vierkant (vers 22Hiervan zal voor het heiligdom vijfhonderd bij vijfhonderd [el] bestemd zijn, rondom vierkant, en vijftig el weidegrond eromheen.). Daaromheen ligt vijftig el weidegrond.

Nog eens worden de maten van het stuk land gegeven en wordt erbij gezegd dat op dit stuk land zich het heilige der heiligen bevindt (vers 33En met deze maat moet u een lengte van vijfentwintigduizend [el] en een breedte van tienduizend [el] afmeten. Daarin moet dan het heiligdom, het heilige der heiligen, zich bevinden.). Dat stuk land, dat heilig is, dat wil zeggen afgezonderd voor de HEERE, bestemt de HEERE voor de priesters, de zonen van Zadok (vers 44Dat zal een heilig [deel] van het land zijn. Het zal bestemd zijn voor de priesters, die [in] het heiligdom dienstdoen, die naderen om de HEERE te dienen. Het zal voor hen dan een plaats zijn voor [woon]huizen en een heilige plaats voor het heiligdom.). Zij zullen daar wonen, vlak bij het heiligdom.

Een volgend deel, ook van vijfentwintigduizend el lang en tienduizend el breed, is bestemd voor de Levieten (vers 55En [een deel] van vijfentwintigduizend lang en tienduizend breed zal bestemd zijn voor de Levieten, die dienstdoen [in] het huis. Het zal voor hen als bezit zijn, [bestemd voor] twintig kamers.). Het is hun bezit en dient om er twintig kamers op te plaatsen, waar ze kunnen wonen.

Een derde deel, van vijfduizend el breed en vijfentwintigduizend el lang, is bestemd voor de stad (vers 66U moet [als] bezit van de stad een [deel] van vijfduizend breed en van vijfentwintigduizend lang geven, dicht bij het heilige hefoffer. Het zal bestemd zijn voor heel het huis van Israël.). Dit gebied is voor alle stammen van Israël.

Het hele gebied is dus vijfentwintigduizend el lang en vijfentwintigduizend el breed, waarbij het in de breedte is onderverdeeld in drie gebieden: twee van tienduizend el en één van vijfduizend el.

Het gebied ten westen en ten oosten van het vierkant, langs de drie gebieden, behoort aan de vorst (vers 77En voor de vorst zal [het gebied bestemd] zijn aan de ene kant en aan de andere kant van het heilige hefoffer en van het bezit van de stad, vóór aan het heilige hefoffer en vóór aan het bezit van de stad, aan de westzijde naar het westen, en aan de oostzijde naar het oosten. De lengte komt overeen met een van de delen, van de westgrens tot de oostgrens.). Zoals bij Ezechiël 44:3 is aangetoond, is deze vorst niet de Heer Jezus, maar Zijn vertegenwoordiger en in die hoedanigheid wel een beeld van Hem. Behalve deze vorst zullen er nog andere vorsten zijn (vers 88[Dat deel] van het land zal voor hem bestemd zijn als [grond]bezit in Israël. Dan zullen Mijn vorsten Mijn volk niet meer uitbuiten, maar zij zullen het land aan het huis van Israël geven, aan hun stammen.). Misschien kunnen we hierbij denken aan godsdienstige en politieke leiders. Deze vorsten zullen niet, zoals vroeger vaak is gebeurd, hun gebied willen vergroten ten koste van het deel dat aan anderen is gegeven (1Kn 21:7-10,15-167Toen zei Izebel, zijn vrouw, tegen hem: Moet ú nu het koningschap over Israël uitoefenen? Sta op, neem voedsel tot u, laat uw hart vrolijk zijn, dan zal ík u de wijngaard van Naboth uit Jizreël, geven.8Vervolgens schreef zij brieven in de naam van Achab, verzegelde die met zijn zegel, en zij stuurde de brieven naar de oudsten en naar de edelen die bij Naboth in diens stad woonden.9In die brieven schreef zij: Roep een vasten uit en laat Naboth aan het hoofd van het volk zitten.10En laat twee mannen tegenover hem zitten, verdorven lieden, die tegen hem getuigen: U hebt God en de koning vaarwel gezegd. Breng hem dan naar buiten en stenig hem, zodat hij sterft.15Het gebeurde nu, toen Izebel hoorde dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tegen Achab zei: Sta op, neem de wijngaard van Naboth uit Jizreël in bezit, die hij weigerde u voor geld te geven. Naboth leeft namelijk niet [meer], maar is dood.16En het gebeurde, toen Achab hoorde dat Naboth dood was, dat Achab opstond om naar de wijngaard van Naboth uit Jizreël af te dalen om die in bezit te nemen.; Js 5:88Wee hun die huis aan huis trekken,
veld aan veld voegen,
tot er geen plaats [meer] over is,
en alleen u in het midden van het land gevestigd bent.
)
.


Rechtvaardige maten en gewichten

9Zo zegt de Heere HEERE: Laat het u genoeg zijn, vorsten van Israël! Doe geweld en verwoesting weg en doe recht en gerechtigheid. Hef uw afpersingen van Mijn volk op, spreekt de Heere HEERE. 10U moet een zuivere weegschaal, een zuivere efa(1) en een zuivere bath(2) hebben. 11De efa en de bath moeten een vaste [inhouds]maat hebben, zodat een bath een tiende van een homer(3) bevat, en [ook] een efa een tiende deel van een homer. De maat ervan moet volgens de homer zijn. 12De sikkel zal twintig gera [waard] zijn. De pond zal voor u twintig sikkel(4) plus vijfentwintig sikkel plus vijftien sikkel [waard] zijn.

(1) Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter.
(2) Een bath is vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter en wordt gebruikt voor vloeistoffen.
(3) Een homer is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter.
(4) Een sikkel is 10 tot 13 gram.

Kenmerkend voor het vrederijk is dat er volkomen rechtvaardig gehandeld zal worden in een gezindheid die in schril contrast is met de gezindheid van de vorsten in de tijd van Ezechiël. Het volk is in ballingschap gevoerd, maar de gezindheid van de vorsten is niet veranderd. Zij handelen nog steeds gewelddadig en verwoestend. Die gezindheid zien wij ook nog terug in de tijd van de Heer Jezus. (vers 99Zo zegt de Heere HEERE: Laat het u genoeg zijn, vorsten van Israël! Doe geweld en verwoesting weg en doe recht en gerechtigheid. Hef uw afpersingen van Mijn volk op, spreekt de Heere HEERE.; vgl. Nm 7:22En de leiders van Israël, de hoofden van hun families, boden [offergaven] aan; zij waren de leiders van de stammen, zij stonden boven hen die geteld waren.; 7:8484Dit was [de offergave] van de leiders van Israël ter inwijding van het altaar op de dag dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden schalen.; Ez 21:1212Schreeuw het uit en weeklaag, mensenkind,
want het is tegen Mijn volk gericht,
het is tegen alle vorsten van Israël [gericht].
Zij zijn met Mijn volk aan het zwaard prijsgegeven.
Sla daarom op uw heup,
; 22:66Zie, de vorsten van Israël zijn in u geweest, ieder [vertrouwde] op zijn [eigen] kracht om bloed te vergieten.
).

Ezechiël roept de vorsten in zijn tijd en de vorsten die nog komen, in het licht van wat hij tot nu toe van de toekomst heeft gezien, op om op te houden met hun gewelddadigheid en recht en gerechtigheid te gaan doen. Daarin vindt de HEERE vreugde, want zo handelt Hij Zelf en zo hebben in het verleden Abraham, koning David en koning Salomo gehandeld (vgl. Gn 18:1919Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de HEERE in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de HEERE over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.; 2Sm 8:1515Zo regeerde David over heel Israël, en David deed recht en gerechtigheid aan heel zijn volk.; 1Kn 10:99Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, door u op de troon van Israël te zetten! Omdat de HEERE Israël voor eeuwig liefheeft, daarom heeft Hij u tot koning aangesteld, om recht en gerechtigheid te doen.; Jr 9:2424Maar laat wie zich beroemt, zich daarop beroemen
dat hij begrijpt en Mij kent
dat Ik de HEERE ben, Die goedertierenheid bewijs,
recht en gerechtigheid op de aarde [doe],
want in die dingen vind Ik vreugde, spreekt de HEERE.
; 22:33zo zegt de HEERE: Doe recht en gerechtigheid. Red wie beroofd is uit de hand van wie onderdrukt. Buit een vreemdeling, een wees en een weduwe niet uit. Doe niemand geweld aan en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.; 23:55Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan.
Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen,
Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
; 33:1515In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.)
. Laat ze denken aan hoe het in het verleden is geweest en hoe het straks zal zijn en laten zij hun gezindheid en daden veranderen. Zij dienen nu al rechtvaardig te handelen. Voor ons geldt hetzelfde (Rm 14:17-1817Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest.18Want wie Christus daarin dient, is voor God welbehaaglijk en bij de mensen beproefd.).

De zuiverheid van hun handelen komt tot uiting in het gebruik van zuivere maten en gewichten (verzen 10-1210U moet een zuivere weegschaal, een zuivere efa(1) en een zuivere bath(2) hebben.11De efa en de bath moeten een vaste [inhouds]maat hebben, zodat een bath een tiende van een homer(3) bevat, en [ook] een efa een tiende deel van een homer. De maat ervan moet volgens de homer zijn.12De sikkel zal twintig gera [waard] zijn. De pond zal voor u twintig sikkel(4) plus vijfentwintig sikkel plus vijftien sikkel [waard] zijn.). Daarop heeft de HEERE altijd al aangedrongen. Daarmee heeft het volk in zijn begeerte naar meer, in zijn hele geschiedenis steeds de hand gelicht (Lv 19:35-3635U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, met de lengtemaat, met het gewicht en met de inhoudsmaat.36U moet een zuivere weegschaal hebben, zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft.; Dt 25:13-1613U mag niet twee verschillende [weeg]stenen in uw zak hebben, een grote en een kleine.14U mag in uw huis niet twee verschillende efa's hebben, een grote en een kleine.15U moet een zuivere en rechtmatige [weeg]steen hebben, u moet een zuivere en rechtmatige efa hebben, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.16Want iedereen die dat doet, iedereen die onrecht doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel.; Sp 11:11Een bedrieglijke weegschaal is voor de HEERE een gruwel,
maar een zuivere [weeg]steen is Hem welgevallig.
; 16:1111Een betrouwbare waag en weegschaal behoren de HEERE toe,
alle [weeg]stenen in de buidel zijn Zijn werk.
; 20:10,2310Tweeërlei [weeg]steen en tweeërlei efa,
ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.23Tweeërlei [weeg]steen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke weegschaal is niet goed.
; Hs 12:88Kanaän heeft een bedrieglijke weegschaal in zijn hand,
hij houdt ervan af te persen.
; Am 8:55door te zeggen: Wanneer is de nieuwemaansdag voorbij, zodat wij graan kunnen verkopen? En de sabbat, zodat wij de korenschuren kunnen openen? U maakt de efa kleiner, de sikkel groter, en u bedriegt met valse weegschalen.; Mi 6:10-1110Zijn er [in] het huis van de goddeloze
nog schatten [door] goddeloosheid [verkregen]
en een krappe efa, wat te verfoeien is?
11Zou Ik rein zijn met een goddeloze weegschaal
en met een zak valse [weeg]stenen?
)
. Alles moet waardevast zijn. Er moet met eerlijke, vaste maten worden gemeten. Zo moeten wij in onze afweging van zaken ook eerlijk zijn en niet de een benadelen en de ander bevoordelen op grond van onze antipathie of sympathie.


Hefoffer voor de vorst

13Dit is het hefoffer dat u [de vorst] moet brengen: een zesde van een efa van een homer tarwe, en u moet een zesde van een efa van een homer gerst geven. 14Wat de verordening van de olie betreft, [per] bath olie: een tiende van een bath uit een kor(1) – [dat] is een homer van tien bath, want tien bath is een homer. 15[Verder] één lam van [elke] tweehonderd uit het kleinvee, uit het waterrijke land van Israël, als graanoffer, als brandoffer, en als dankoffers, om verzoening voor hen te doen, spreekt de Heere HEERE. 16Dit hefoffer voor de vorst in Israël zal gelden voor heel de bevolking van het land. 17Op de vorst rust [de taak te zorgen voor] de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaans[dagen] en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.

(1) Een kor is vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter.

De reden van het zorgen voor het gebruik van rechtvaardige maten en gewichten van de vorige verzen wordt nu genoemd. Rechtvaardige maten en gewichten moeten in de eerste plaats gebruikt worden om voor de HEERE het Hem toekomende deel af te wegen. Als we niemand tekort mogen doen, dan zeker God niet. Het volk moet de vorst een afgewogen hefoffer brengen (verzen 13-1613Dit is het hefoffer dat u [de vorst] moet brengen: een zesde van een efa van een homer tarwe, en u moet een zesde van een efa van een homer gerst geven.14Wat de verordening van de olie betreft, [per] bath olie: een tiende van een bath uit een kor(1) – [dat] is een homer van tien bath, want tien bath is een homer.15[Verder] één lam van [elke] tweehonderd uit het kleinvee, uit het waterrijke land van Israël, als graanoffer, als brandoffer, en als dankoffers, om verzoening voor hen te doen, spreekt de Heere HEERE.16Dit hefoffer voor de vorst in Israël zal gelden voor heel de bevolking van het land.). Dat hefoffer moet de vorst gebruiken om daarmee dienst te doen in de tempel en om voor het hele volk aan de HEERE te offeren (vers 1717Op de vorst rust [de taak te zorgen voor] de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaans[dagen] en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.).

Het eerste deel van het hefoffer is een graanoffer van tarwe en gerst. Van beide granen moet een zesde efa van een homer gebracht worden (vers 1313Dit is het hefoffer dat u [de vorst] moet brengen: een zesde van een efa van een homer tarwe, en u moet een zesde van een efa van een homer gerst geven.). Een efa is een tiende deel van een homer (vers 1111De efa en de bath moeten een vaste [inhouds]maat hebben, zodat een bath een tiende van een homer(3) bevat, en [ook] een efa een tiende deel van een homer. De maat ervan moet volgens de homer zijn.). Daarbij moet ook olie gebracht worden, waarvan ook weer nauwkeurig de hoeveelheid wordt aangegeven (vers 1414Wat de verordening van de olie betreft, [per] bath olie: een tiende van een bath uit een kor(1) – [dat] is een homer van tien bath, want tien bath is een homer.). Tarwe en gerst wijzen op het leven van de Heer Jezus. De olie wijst op de Heilige Geest door Wie Hij op volmaakte wijze is geleid (Lv 2:11Wanneer een persoon de HEERE een graanoffer als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er wierook op leggen.).

Voor de hoeveelheid olie die moet worden gebruikt, wordt verwezen naar een verordening. Dat legt er wel de nadruk op hoe belangrijk het is niet van die hoeveelheid af te wijken. Het is zelfs zo belangrijk, dat de inhoudsmaat waarvan moet worden uitgegaan, op dubbele wijze wordt bevestigd: het gaat om een “homer van tien bath, want tien bath is een homer”. Het is onmogelijk om hier een andere maat te gebruiken dan is aangegeven. In verbinding met het leven van de Heer Jezus – van Wie we in de vorst een afschaduwing zien, hij vertegenwoordigt de Heer Jezus – laat het zien dat Hij altijd vol is geweest van en altijd vervuld is geweest met de Heilige Geest. Daarover mag geen enkel misverstand bestaan.

Dan volgt de aanwijzing welke dierlijke offers als hefoffer moeten worden gebracht (vers 1515[Verder] één lam van [elke] tweehonderd uit het kleinvee, uit het waterrijke land van Israël, als graanoffer, als brandoffer, en als dankoffers, om verzoening voor hen te doen, spreekt de Heere HEERE.). Van elke tweehonderd lammeren moet één lam, dat is een half procent, worden gebracht. Een extra kenmerk van de herkomst van het lam is dat het moet komen uit “het waterrijke land van Israël”. Het lam heeft een goede weide gehad. Het is een gezond lam. De geestelijke toepassing is dat wij onze offers brengen in verbinding met het water van het Woord. Door uit het Woord te drinken, dat wil zeggen door overdenking van wat we daarin van de Heer Jezus hebben gezien, zullen we ons over Hem uiten in woorden die uit de ‘gezonde leer’ voortkomen.

Het graanoffer, het brandoffer en de dank- of vredeoffers worden gebracht om verzoening te doen. Verzoening is het algemene doel van al deze offers. Op grond van deze verzoening kan de HEERE in Zijn heiligdom te midden van Zijn volk wonen. Het hefoffer dat de bevolking van het land aan de vorst ter beschikking stelt, moet door “heel de bevolking van het land” (vers 1616Dit hefoffer voor de vorst in Israël zal gelden voor heel de bevolking van het land.), niemand uitgezonderd, worden gebracht.

De vorst heeft de verantwoordelijkheid om die offers te brengen op de jaarlijkse feesten, de maandelijkse nieuwemaansdagen en de wekelijkse sabbatten, dat betekent op alle feestdagen van het huis van Israël (vers 1717Op de vorst rust [de taak te zorgen voor] de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaans[dagen] en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.). De offers bestaan uit “brandoffers, het graanoffer en het plengoffer”. Het is opvallend dat ‘brandoffers’ in het meervoud staat en de andere offers in het enkelvoud. De nadruk ligt op de brandoffers, terwijl de andere offers niet mogen ontbreken, maar samen met de brandoffers worden gebracht.

Al deze offers spreken van Christus en Zijn werk. De brandoffers stellen Zijn volkomen overgave aan God op het kruis voor. Het graanoffer ziet op Zijn leven op aarde dat geheel aan God is toegewijd geweest. Het plengoffer is een offer van wijn, wat spreekt van de vreugde die God in Zijn Zoon, in Zijn werk en Zijn leven, heeft gevonden. Al deze offers dienen, het wordt nog een keer gezegd, tot verzoening voor het hele volk, “het huis van Israël” (vgl. vers 1616Dit hefoffer voor de vorst in Israël zal gelden voor heel de bevolking van het land.).


Offer op nieuwjaar

18Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste [maand], op de eerste van de maand, moet u een jonge stier zonder enig gebrek – het jong van een rund – nemen. Zo moet u het heiligdom van zonde reinigen. 19Dan moet de priester [een deel] van het bloed van het zondoffer nemen en het op de deurposten van het huis strijken, op de vier hoeken van de omgang van het altaar en op de deurposten van de poorten van de binnenste voorhof. 20Hetzelfde moet u doen op de zevende van de maand vanwege iemand die zonder opzet zondigt of vanwege [iemand die] onwetend [zondigt]. Zo moet u verzoening doen voor het huis.

De Heere HEERE heeft nog een voorschrift met betrekking tot het begin van een nieuw jaar, “de eerste [maand], op de eerste van de maand” (vers 1818Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste [maand], op de eerste van de maand, moet u een jonge stier zonder enig gebrek – het jong van een rund – nemen. Zo moet u het heiligdom van zonde reinigen.). Deze uitdrukking komt ook voor in Genesis 8 (Gn 8:1313En het was in het zeshonderdeerste jaar, in de eerste [maand], op de eerste [dag] van die maand, dat het water van boven de aarde opgedroogd was. Toen nam Noach het luik van de ark weg en keek [naar buiten], en zie, de aardbodem was opgedroogd.). Daar gaat het om de aarde die tevoorschijn is gekomen nadat het water van de zondvloed is opgedroogd, dat wil zeggen een door oordeel gereinigde aarde. God heeft “het gelaat van de aardbodem” vernieuwd (Ps 104:30b30Zendt U Uw Geest uit, [dan] worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.
)
. Dat is de situatie die we ook hier hebben, die van het vrederijk.

Evenals Noach nadat hij uit de ark is gegaan, aan God offert, zo is ook hier sprake van een offer. Er moet een jonge stier zonder enig gebrek als zondoffer genomen worden om het heiligdom te reinigen. De reiniging gebeurt door de priester die een deel van het bloed strijkt op de deurposten van “het huis”, dat is de tempel, op de vier hoeken van de omgang van het altaar en op de deurposten van de poorten van de binnenste voorhof (vers 1919Dan moet de priester [een deel] van het bloed van het zondoffer nemen en het op de deurposten van het huis strijken, op de vier hoeken van de omgang van het altaar en op de deurposten van de poorten van de binnenste voorhof.). Deze handelingen doen denken aan het Pascha in Egypte, als een nieuw jaar begint en waarbij ook bloed aan de deurposten is gedaan (Ex 12:2,72Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.7En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.).

Met het aanbreken van het vrederijk en het wonen van de HEERE in Zijn tempel begint een nieuwe periode in de geschiedenis van het volk. Het volk is nu werkelijk het volk van de HEERE. Die nieuwe betrekking is gegrond op het werk van de Heer Jezus. Maar ook in het vrederijk kunnen mensen nog zondigen (Js 65:2020Daar zal niet meer zijn
een zuigeling die [maar enkele] dagen [leeft]
of een oude man
die zijn dagen niet zal volmaken,
want een jonge man zal sterven als een honderdjarige,
maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.
)
. Het werk van de Heer Jezus geldt dan nog steeds, met name voor iemand die door een onopzettelijke, onbewuste zonde (Lv 4:1313Als echter heel de gemeenschap van Israël zonder opzet gezondigd heeft en de zaak voor de ogen van de gemeente verborgen is gebleven, en zij iets gedaan hebben [tegen] enig gebod van de HEERE, wat niet gedaan mag worden, en [dus] schuldig zijn geworden,; Nm 15:2222En wanneer u zonder opzet gezondigd hebt, en niet al deze geboden gedaan hebt, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft) geen gemeenschap met God kan hebben (vers 2020Hetzelfde moet u doen op de zevende van de maand vanwege iemand die zonder opzet zondigt of vanwege [iemand die] onwetend [zondigt]. Zo moet u verzoening doen voor het huis.). Door het bloed is er verzoening tot stand gebracht en ziet God de zonden niet meer. Er vindt dus twee keer per jaar een verzoening plaats: op de eerste dag (vers 1818Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste [maand], op de eerste van de maand, moet u een jonge stier zonder enig gebrek – het jong van een rund – nemen. Zo moet u het heiligdom van zonde reinigen.) en op de zevende dag (vers 20a20Hetzelfde moet u doen op de zevende van de maand vanwege iemand die zonder opzet zondigt of vanwege [iemand die] onwetend [zondigt]. Zo moet u verzoening doen voor het huis.) van de eerste maand.

In onze tijd geldt dat bij elke bekering die plaatsvindt, een nieuwe periode in iemands leven aanbreekt. Hetzelfde geldt voor een kind van God dat is afgedwaald, maar weer tot Hem terugkeert. Elk herstel – wat het begin is van een nieuwe periode – kan alleen gebeuren op de grondslag van het offer van Christus.


De grote jaarfeesten

21In de eerste [maand], op de veertiende dag van de maand, zal voor u het Pascha zijn, een feest van zeven dagen: men moet [dan] ongezuurde [broden] eten. 22Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land voor een jonge stier als zondoffer zorgen. 23En [op] de zeven dagen van het feest moet hij elke dag [gedurende] de zeven dagen voor een brandoffer voor de HEERE zorgen, van zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder enig gebrek, en elke dag een zondoffer van een geitenbok. 24Verder moet hij voor een graanoffer zorgen, een efa per jonge stier, een efa per ram en een hin(1) olie per efa. 25In de zevende [maand], op de vijftiende dag van de maand, moet hij op het feest [gedurende] zeven dagen hetzelfde doen, zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, zoals het graanoffer en zoals de olie.

(1) Een hin is vermoedelijk ongeveer 6 liter.

De HEERE gaat in de verzen 21-2521In de eerste [maand], op de veertiende dag van de maand, zal voor u het Pascha zijn, een feest van zeven dagen: men moet [dan] ongezuurde [broden] eten.22Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land voor een jonge stier als zondoffer zorgen.23En [op] de zeven dagen van het feest moet hij elke dag [gedurende] de zeven dagen voor een brandoffer voor de HEERE zorgen, van zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder enig gebrek, en elke dag een zondoffer van een geitenbok.24Verder moet hij voor een graanoffer zorgen, een efa per jonge stier, een efa per ram en een hin(1) olie per efa.25In de zevende [maand], op de vijftiende dag van de maand, moet hij op het feest [gedurende] zeven dagen hetzelfde doen, zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, zoals het graanoffer en zoals de olie. vervolgens spreken over drie van de zeven feesten die Hij in Leviticus 23 aan Zijn volk voorschrijft om die voor Hem te houden. Hij wil dat deze drie feesten ook worden gehouden in het vrederijk, wanneer Zijn Messias regeert. Het grote verschil met de feesten die Hij door Mozes aan Zijn volk voorschrijft, is dat de feesten nu worden voorgeschreven aan een volk waarmee Hij op grond van het nieuwe verbond gemeenschap heeft. Zij zullen die feesten ook van harte houden. Van de andere in Leviticus 23 genoemde feesten wordt hier niets gezegd. De drie hier genoemde feesten zijn de drie grote feesten ter gelegenheid waarvan het volk naar Jeruzalem moet gaan (Dt 16:1616Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen: op het Feest van de ongezuurde [broden], op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest. Men mag echter niet [met] lege [handen] voor het aangezicht van de HEERE verschijnen,).

God geeft Zijn voorschriften voor die feesten. Het eerste feest is het Pascha (vers 2121In de eerste [maand], op de veertiende dag van de maand, zal voor u het Pascha zijn, een feest van zeven dagen: men moet [dan] ongezuurde [broden] eten.). Dat feest moet “zeven dagen” worden gevierd, wat aangeeft dat het Pascha onlosmakelijk aan het tweede feest, het Feest van de ongezuurde broden van zeven dagen, verbonden is (vgl. Lk 22:11Het Feest van de ongezuurde broden nu, Pascha geheten, was nabij.). Dit feest is de basis van alle feesten en van het hele leven van Gods volk.

Het Pascha symboliseert dat de zegen van het vrederijk alleen kan worden genoten op grond van de dood van het Lam van God. Dit moet in gedachtenis worden gehouden om te komen tot een leven waarin de zonde geen plaats krijgt, wat wordt voorgesteld in het Feest van de ongezuurde broden. Dit heeft hier de nadruk, want er wordt alleen gesproken over het eten van de ongezuurde broden en niet over het slachten en eten van een paaslam. Zuurdeeg is overal in de Schrift een beeld van de zonde (Mt 13:3333Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was.; 16:6,11-126Jezus nu zei tot hen: Let op en past op voor het zuurdeeg van de farizeeën en sadduceeën.11Hoe begrijpt u niet, dat Ik u niet over broden heb gesproken? Past u echter op voor het zuurdeeg van de farizeeën en sadduceeën.12Toen beseften zij, dat Hij niet had gezegd dat zij moesten oppassen voor het zuurdeeg <van de broden>, maar voor de leer van de farizeeën en sadduceeën.; Mk 8:1515En Hij gebood hun en zei: Let op <en> kijkt uit voor het zuurdeeg van de farizeeën en voor het zuurdeeg van Herodes.; Lk 12:11Toen intussen de duizenden van de menigte bijeengekomen waren, zodat zij elkaar verdrongen, begon Hij allereerst tot Zijn discipelen te zeggen: Past u op voor het zuurdeeg, dat is [de] huichelarij van de farizeeën.; 13:2121Het is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was.; 1Ko 5:77Zuivert het oude zuurdeeg uit, opdat u een nieuw deeg bent; u bent immers ongezuurd. Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht.; Gl 5:99Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg.).

Ook wij, gelovigen van de gemeente, hebben alles te danken aan ons Pascha, Christus, door Wie we in staat zijn – en wat ook van ons verwacht wordt – tot het leven van een ‘ongezuurd’ leven, wat we zien in het beeld van de zeven dagen van de ongezuurde broden, dat is een leven waarin de zonde geen plaats heeft (1Ko 5:7-87Zuivert het oude zuurdeeg uit, opdat u een nieuw deeg bent; u bent immers ongezuurd. Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht.8Laten wij daarom feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde [broden] van oprechtheid en waarheid.).

Op de veertiende dag, dat is de dag van het Pascha, moet de vorst zorgen voor een jonge stier als zondoffer (vers 2222Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land voor een jonge stier als zondoffer zorgen.). Dat offer dient voor zichzelf en de hele bevolking van het land (vgl. Hb 5:33en wegens deze [zwakheid] moet hij, evenals voor het volk, ook voor zichzelf offeren voor [de] zonden.). Hier zien we duidelijk dat deze vorst niet de Heer Jezus kan zijn, want Hij heeft geen offer voor Zichzelf nodig.

Op elke dag van de zeven dagen van het feest van het Pascha moet de vorst een brandoffer voor de HEERE brengen (vers 2323En [op] de zeven dagen van het feest moet hij elke dag [gedurende] de zeven dagen voor een brandoffer voor de HEERE zorgen, van zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder enig gebrek, en elke dag een zondoffer van een geitenbok.). Het is een groot brandoffer, dat elke dag bestaat uit zeven jonge stieren en zeven rammen, zonder gebrek. Dat offer ziet op het volmaakte offer van de Heer Jezus dat helemaal aan God is gewijd. Tevens moet er elke dag een geitenbok als zondoffer worden gebracht. De Heer Jezus is ook het zondoffer, dat zowel voor God als voor Zijn volk alles heeft weggedaan wat aan de zonde herinnert, zodat God te midden van Zijn volk kan zijn.

Daarbij komt nog een graanoffer samen met een hin olie waar de vorst ook voor moet zorgen dat het wordt gebracht (vers 2424Verder moet hij voor een graanoffer zorgen, een efa per jonge stier, een efa per ram en een hin(1) olie per efa.). Dit graanoffer met de olie wordt gerekend per jonge stier. Die combinatie betekent dat het bloedige offer en het niet-bloedige offer ten nauwste met elkaar verbonden zijn. In geestelijk opzicht zien we dit ook in de Heer Jezus, Die een volmaakt leven heeft geleefd door de Heilige Geest – dat zien we in het graanoffer – en daarom ook het volmaakte offer op het kruis kon zijn om de weg tot God te openen en God de mogelijkheid te geven bij Zijn volk te wonen (dat zien we in de andere offers).

In de zevende maand moet “het feest” dat is het Loofhuttenfeest, worden gevierd (vers 2525In de zevende [maand], op de vijftiende dag van de maand, moet hij op het feest [gedurende] zeven dagen hetzelfde doen, zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, zoals het graanoffer en zoals de olie.). Ook dat feest duurt zeven dagen. Op die dagen moet de vorst hetzelfde doen en dezelfde offers brengen als in de eerste maand bij het Pascha en het Feest van de ongezuurde broden. Het Loofhuttenfeest is het laatste feest van de feesten van de HEERE (Lv 23:34-4334Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen [lang] Loofhuttenfeest voor de HEERE.35Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen.36Zeven dagen [lang] moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen.37Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen als heilige samenkomsten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naargelang het voorschrift voor die bepaalde dag,38naast de [offers op] de sabbatten van de HEERE, naast uw geschenken, naast al uw gelofteoffers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan de HEERE geeft.39Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen [lang] vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag.40Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen [lang] voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden.41Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen [lang] vieren. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren.42Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen,43zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.) en spreekt van de rust van het vrederijk. Dat er een zondoffer moet worden gebracht, is omdat de zonde nog steeds aanwezig is, hoewel die beteugeld wordt omdat de satan gebonden is.


Lees verder