Exodus
1-4 Aankondiging tweede plaag 5-7 Tweede plaag: kikkers 8-11 De farao vraagt voorbede 12-15 Het gebed van Mozes verhoord 16-19 Derde plaag: muggen 20-21 Aankondiging vierde plaag 22-23 Scheiding tussen Egypte en Gods volk 24 Vierde plaag: steekvliegen 25-27 Mozes verwerpt het compromis 28 Tweede compromisvoorstel 29-32 Mozes bidt weer voor de farao
Aankondiging tweede plaag

1Daarna zei de HEERE tegen Mozes: Ga naar de farao toe en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen. 2En indien u weigert [het] te laten gaan, zie, dan zal Ik heel uw gebied met kikkers treffen, 3zodat de Nijl krioelen zal van kikkers. Ze zullen [eruit] omhoog klimmen en in uw huis komen, in uw slaapkamer, ja, op uw bed, ook in de huizen van uw dienaren en bij uw volk, ja, in uw ovens en in uw baktroggen. 4Tegen u, tegen uw volk en tegen al uw dienaren zullen de kikkers omhoog klimmen.

Mozes krijgt opnieuw de opdracht tot de farao te gaan om hem in de Naam van de HEERE op te dragen Zijn volk te laten gaan opdat het Hem zal dienen. Als de farao weigert, moet de tweede plaag worden aangekondigd. Uit de Nijl zullen ontelbare kikkers komen die het land zullen overspoelen.

Kikkers worden door de Egyptenaren als heilig beschouwd en met eerbied behandeld. Ze mogen daarom niet worden gedood. Deze afgoden nemen onder de oordelende hand van God nu de vorm van een plaag aan.


Tweede plaag: kikkers

5Verder zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Strek je hand met je staf uit over de stromen, over de rivieren en over de [water]poelen, en laat [er] kikkers [uit] omhoog klimmen over het land Egypte. 6Toen strekte Aäron zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er klommen kikkers uit en zij bedekten het land Egypte. 7Maar de magiërs deden met hun bezweringen hetzelfde. Ook zij lieten kikkers over het land Egypte omhoog klimmen.

De farao geeft geen krimp en de plaag komt. De kikkers komen uit de Nijl, het beeld van de natuurlijke zegeningen. Wat God als een zegen heeft bedoeld, wordt een plaag. De kikkers zijn een beeld van onreine geesten, met name de seksuele onreinheid: En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers; want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet” (Op 16:13-1513En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers;14want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.15Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet.).

De liefde tussen man en vrouw in het huwelijk is een natuurlijke zegen die God aan de mens heeft gegeven. Maar die zegen is tot een vloek geworden. Denk bijvoorbeeld aan de homoseksuele relaties, de buitenhuwelijkse of voorhuwelijkse seksuele relaties, pornografie in tijdschriften en via televisie en internet, seksshops, seksclubs.

Deze plaag komt de huizen van de Egyptenaren binnen en ook die van de Israëlieten. Er is nog geen scheiding, want die brengt God vanaf de vierde plaag aan. Deze plaag overwoekert de wereld en dringt ook de huizen van de christenen binnen. Soms ongevraagd via reclamefolders door de brievenbus, maar helaas ook wel omdat men de huizen daarvoor openstelt. De onreinheid komt in de slaapkamers, in de bedden. De waarschuwing in Hebreeën 13 is in dit verband belangrijk en veelzeggend (Hb 13:44Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijksleven onbezoedeld, want hoereerders en overspelers zal God oordelen.).

De kikkers komen in de baktroggen, wat erop duidt dat het met het voedsel wordt vermengd. De uitwerking van het tot zich nemen (‘eten’) via de massamedia van de onreinheid kan niet uitblijven. Homohuwelijken en de inzegening ervan in de kerk zijn praktijk geworden. Wie zelf niet praktiserend is, praat het goed. Liefde is toch van God?

Deze onreinheid is het gevolg van het niet erkennen van God. Daarom geeft Hij een plaag als deze. De toepassing voor onze dagen is duidelijk (Rm 1:24-2824Daarom heeft God hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren;25zij die de waarheid van God vervangen hebben door de leugen en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, Die gezegend is tot in eeuwigheid. Amen.26Daarom heeft God hen overgegeven aan onterende hartstochten; want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke;27en evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven en zijn in hun lust tegen elkaar ontbrand, zodat mannen met mannen schandelijkheid bedrijven en het verdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangen.28En daar het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verkeerd denken, om dingen te doen die niet betamen;; let op het redengevende “daarom”). De mens die God buitenspel zet, roept deze plaag over zichzelf af. De mens die God niet erkent, onteert zichzelf. De lusten die hij zoekt te bevredigen, ontspruiten aan zijn verlaten van God. Terugkeer naar Hem is het enige middel dat helpt de plaag te verdrijven.

De tovenaars doen met hun bezweringen hetzelfde en laten ook kikkers over het land Egypte omhoog klimmen. Ze kunnen de plaag niet wegnemen, ze kunnen die alleen maar erger maken. In de toepassing zien we dit bij zogenaamde christelijke leiders die de filosofen napraten en spreken over wat de Bijbel onreinheid noemt van een ‘natuurlijke, gezonde ontwikkeling’. De kracht van het Woord van God wordt weggenomen en de plaag wordt alleen maar erger.


De farao vraagt voorbede

8Toen liet de farao Mozes en Aäron roepen en zei: Bid vurig tot de HEERE dat Hij de kikkers van mij en mijn volk wegneemt; dan zal ik het volk laten gaan, zodat zij offers aan de HEERE kunnen brengen. 9Maar Mozes zei tegen de farao: Houd tegenover mij de eer aan uzelf! Wanneer zal ik voor u, uw dienaren en uw volk vurig bidden om deze kikkers bij u vandaan [te halen] en uit uw huizen uit te roeien, zodat ze alleen in de Nijl overblijven? 10Hij zei: Morgen. Toen zei [Mozes]: Overeenkomstig uw woorden [zal het gebeuren], opdat u weet dat er niemand is zoals de HEERE, onze God. 11Dan zullen de kikkers bij u vandaan [gaan], uit uw huizen, bij uw dienaren en uw volk weggaan. Ze zullen alleen in de Nijl overblijven.

Nu reageert de farao wel. Hij roept Mozes en Aäron en vraagt om gebed dat de kikkers zullen verdwijnen. Hij beweert dat hij dan het volk zal laten gaan. Het is een treffend bewijs van genade dat Mozes tegen de farao zegt, dat hij mag bepalen wanneer hij zal bidden. De farao bepaalt dat moment op morgen. Mogelijk meent hij dat door even uitstel te krijgen de kikkers alsnog vanzelf zullen verdwijnen.

Heel wat mensen die in nood zijn, willen toch niet direct toegeven dat het Gods hand is die zwaar op hen drukt. Ze stellen een beslissing nog even uit, in de hoop dat de druk ‘morgen’ wat lichter zal zijn.


Het gebed van Mozes verhoord

12Toen gingen Mozes en Aäron bij de farao weg. En Mozes riep tot de HEERE vanwege de kikkers, waarmee Hij de farao getroffen had. 13En de HEERE deed overeenkomstig het woord van Mozes. De kikkers stierven [weg] uit de huizen, uit de binnenplaatsen en van de velden. 14Zij verzamelden ze bij hopen, en het land stonk [ervan]. 15Toen nu de farao zag dat er verlichting was gekomen, maakte hij zijn hart onvermurwbaar, zodat hij niet naar hen luisterde, zoals de HEERE gesproken had.

Mozes roept tot de HEERE en de HEERE doet naar het woord van Mozes. Omdat de farao zelf het tijdstip van het wegdoen van de kikkers heeft bepaald, en het ook op dat tijdstip gebeurt, moet hem duidelijk zijn dat hij met de HEERE te maken heeft. Daarom is het hem ten volle aan te rekenen dat, als de plaag is weggenomen, hij weer zijn hart verhardt.

Zo is de mens van nature. Wie zich verzet tegen het duidelijke spreken van God, is bij het volgende spreken van God nog moeilijker te overtuigen. God heeft gesproken in oordeel, maar ook in genade op het gebed van Mozes. Er is echter niets waardoor het hart van de farao wordt vermurwd.

Deze dingen zijn voor de wakkere christen tekenen waaraan te zien is dat God Zijn oordelen over de wereld brengt. De komst van de Heer is nabij.


Derde plaag: muggen

16Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Strek je staf uit en sla het stof van de aarde, zodat het tot muggen wordt in heel het land Egypte. 17En zo deden zij. Aäron strekte zijn hand met zijn staf uit en sloeg het stof van de aarde, en de muggen kwamen op de mensen en op de dieren. Al het stof van de aarde werd tot muggen, in heel het land Egypte. 18De magiërs deden met hun bezweringen hetzelfde om muggen voort te brengen, maar zij konden [het] niet. De muggen zaten op de mensen en op de dieren. 19Toen zeiden de magiërs tegen de farao: Dit is de vinger van God! Maar het hart van de farao verhardde zich, zodat hij niet naar hen luisterde, zoals de HEERE gesproken had.

De derde plaag komt, zonder enige nadere aankondiging, doordat Aäron zijn staf uitstrekt en op het stof van de aarde slaat. De plaag treft alle mensen en dieren. De tovenaars proberen ook deze plaag na te bootsen, maar dat lukt niet. Bij het tevoorschijn brengen van leven uit het dode stof houdt de macht van de satan op. De tovenaars moeten erkennen dat dit het werk van God is.

De uitdrukking “de vinger van God” komt ook voor in Lukas 11 (Lk 11:2020Als Ik echter door [de] vinger van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.). Uit de paralleltekst in Mattheüs 12 (Mt 12:2828Als Ik echter door [de] Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God tot u gekomen.) blijkt dat met “de vinger van God” de Heilige Geest wordt bedoeld. Van de wet staat dat deze is “beschreven met [of door] de vinger van God” (Ex 31:1818En toen [de HEERE] geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinaï, gaf Hij Mozes de twee tafelen van de getuigenis, tafelen van steen, beschreven met de vinger van God.; Dt 9:1010En de HEERE gaf mij de twee stenen tafelen, beschreven door de vinger van God; daarop [stonden] alle woorden die de HEERE met u gesproken had op de berg, vanuit het midden van het vuur, op de dag [dat u daar] bijeenkwam.). Daar ziet “de vinger van God” op het gezag van Zijn Woord. In Psalm 8 wordt Gods scheppingsmacht beschreven als “het werk van Uw vingers” (Ps 8:44Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U [hun] plaats gegeven hebt,
)
.

Alleen God de Heilige Geest is in staat nieuw leven in het hart van een dode zondaar, een mens gemaakt uit het stof van de aardbodem, te bewerken. Hij zal ook de “sterfelijke lichamen” van de gelovigen “levend maken door Zijn Geest” Die in hen woont (Rm 8:1111En als de Geest van Hem Die Jezus uit [de] doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij Die Christus uit [de] doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest Die in u woont.) bij de terugkeer van de Heer Jezus om de gemeente tot Zich te nemen. Hij zal dat doen door het veranderen van de levende gelovigen en door de opstanding van de ontslapen gelovigen: “Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar [ogenblik], in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden” (1Ko 15:51-5251Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,52in een ondeelbaar [ogenblik], in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden.).

De muggen komen uit het stof. Stof wordt met de dood verbonden (Ps 22:1616Mijn kracht is verdroogd als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
U legt mij in het stof van de dood.
)
. Nadat de mens heeft gezondigd, spreekt God het oordeel van de dood uit: “Want stof bent u en u zult tot stof terugkeren” (Gn 3:1919In het zweet van uw gezicht zult u brood eten,
totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent;
want stof bent u
en u zult tot stof terugkeren.
)
. Het stof wordt tot muggen, dat zijn diertjes die het bloed, het leven, uit de mens wegzuigen. Onze gecompliceerde maatschappij is vol muggen. Talloze mensen zijn angstig, verward, zenuwziek, achterdochtig. De psychiatrische inrichtingen raken steeds voller. Geestelijke spanningen nemen hand over hand toe. Velen worden tot zelfmoord gedreven. Het leven heeft voor hen geen zin meer, het biedt geen uitzicht meer. De muggen doen hun vernietigend werk.

Hier is ook nog geen onderscheid tussen Egypte en Israël. Heel wat gelovigen worden meegesleurd in de maalstroom van het leven. Het leven wordt voor hen een gejaagd bestaan met zenuwslopende, bovenmatige inspanningen en kwellingen. De rust en kalmte zijn eruit verdwenen. De muggen doen ook hier hun vernietigend werk.

Er is een manier om de muggen geen kans te geven zich aan ons bloed te goed te doen. Op die manier wijst de Heer Jezus als Hij zegt: “Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (Jh 6:5656Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.). Zij die dagelijks hun rust en kalmte vinden in de dood van de Heer Jezus, die er de tijd voor nemen zich met Hem en Zijn werk op het kruis bezig te houden, blijven buiten bereik van de muggen. Dit vraagt ook een bepaalde vorm van inspanning: je moet er tijd voor vrijmaken op je agenda en je er daadwerkelijk toe zetten om bij Hem te zijn, Die heeft gezegd: “Komt tot Mij allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Mt 11:2828Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.).


Aankondiging vierde plaag

20Toen zei de HEERE tegen Mozes: Sta morgen vroeg op en ga voor de farao staan. Zie, wanneer hij naar het water toe gaat, moet u tegen hem zeggen: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen. 21Want als u Mijn volk niet laat gaan, zie, dan zal Ik steekvliegen op u, uw dienaren, uw volk en uw huizen afzenden, zodat de huizen van de Egyptenaren, en zelfs de grond waarop zij [staan], vol steekvliegen zullen zijn.

Mozes krijgt de opdracht vroeg in de morgen naar de farao te gaan. Deze zal naar zijn gewoonte bij het water te vinden zijn. Mozes moet voor de farao gaan staan, hij moet hem blokkeren in zijn goddeloze weg, zonder enige angst voor deze machtige man. Weer moet hij hem namens de HEERE het bevel geven Zijn volk te laten gaan om Hem te dienen. Doet de farao dit niet dan zal dat een nieuwe plaag tot gevolg hebben.

Dat de HEERE Mozes vroeg in de morgen naar de Nijl zendt om daar voor de farao te gaan staan, betekent dat niet alleen Mozes vroeg opstaat, maar ook de farao. De farao doet dat ongetwijfeld om bij de Nijl een afgodische eredienst te houden. Mensen van de wereld zijn ook vaak heel gedisciplineerd als het gaat om het verrichten van allerlei rituelen waaraan zij hun geluk verbinden. Ze leveren soms inspanningen waaraan gelovigen, zij die zeggen de Heer te kennen, een voorbeeld kunnen nemen.

Telkens weer vindt de farao Mozes en Aäron op zijn weg. Hij zal hen zeker hebben beschouwd als mensen die Egypte in het ongeluk storten. Zo kijkt later Achab ook naar Elia (1Kn 18:1717En het gebeurde, toen Achab Elia zag, dat Achab tegen hem zei: Bent u diegene die Israël in het ongeluk stort?). Achab en de farao vergeten allebei dat zijzelf het volk waar zij verantwoordelijkheid over dragen in het verderf meeslepen.


Scheiding tussen Egypte en Gods volk

22Maar op die dag zal Ik de landstreek Gosen, waar Mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen steekvliegen zullen zijn, opdat u zult weten dat Ik, de HEERE, in het midden van het land [aanwezig] ben. 23Ik zal Mijn volk [ervan] vrijwaren en uw volk niet. Morgen zal dit teken gebeuren.

Bij deze plaag is sprake van een bijzonderheid die bij de vorige plagen ontbreekt. Vanaf deze plaag zondert God namelijk Zijn volk af van Egypte (vers 2222Maar op die dag zal Ik de landstreek Gosen, waar Mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen steekvliegen zullen zijn, opdat u zult weten dat Ik, de HEERE, in het midden van het land [aanwezig] ben.). De afzondering is een verlossing of bevrijding. God noemt deze afzondering een “teken” (vers 2323Ik zal Mijn volk [ervan] vrijwaren en uw volk niet. Morgen zal dit teken gebeuren.). Als de satan ergens een hekel aan heeft, is het dat Gods volk zich houdt aan de afzondering die God heeft aangebracht voor Zijn volk ten opzichte van de wereld.


Vierde plaag: steekvliegen

24En zo deed de HEERE: er kwam een zwerm steekvliegen in het huis van de farao, in de huizen van zijn dienaren en in heel het land Egypte. Het land werd door de steekvliegen te gronde gericht.

De steekvliegen, mogelijk een mengsel van allerlei ongedierte, dragen allerlei ziekten over. Hierdoor wordt het leven van de mensen verontreinigd en verdorven. Als toepassing voor onze tijd kunnen we denken aan allerlei irritaties, jaloezie, pesterijen, elkaar op alle mogelijke manieren dwarszitten. Dit soort dingen verderft de sfeer tussen mensen en maakt dat het leven er ondraaglijk door kan worden. Harde muziek bij de buren, wangedrag in het verkeer, uitdagend gedrag in de winkel en zoveel andere dingen die je het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen.

Als gelovigen zullen we er geen last van hebben als we ons werkelijk als Gods volk, als kinderen van God, gedragen. Helaas, hoe vaak doen we mee aan kwaadspreken over anderen, zeggen we dingen achter iemands rug?

De farao ziet dat deze plaag de samenleving van zijn volk danig bemoeilijkt. Het is ermee als met zinloos geweld. ‘Het mag niet meer voorkomen!’ roept iedereen en men organiseert protestmarsen om aan te geven dat deze ‘plaag’ moet stoppen. Maar niemand steekt de hand in eigen boezem, waar het eigenlijke kwaad huist.


Mozes verwerpt het compromis

25Toen riep de farao Mozes en Aäron, en zei: Ga heen, breng offers aan uw God in dit land. 26Maar Mozes zei: Het is niet juist om dat te doen, want wij zouden aan de HEERE, onze God, een offer kunnen brengen [dat] een gruwel voor de Egyptenaren is. Zie, als wij voor de ogen van de Egyptenaren een offer zouden brengen [dat] een gruwel [voor hen] is, zouden zij ons dan niet stenigen? 27Laat ons drie dagreizen ver de woestijn ingaan, zodat wij aan de HEERE, onze God, offers kunnen brengen, zoals Hij tegen ons zeggen zal.

Voor de eerste keer doet de farao een aanbod om het volk te laten gaan om God te dienen. Maar hij verbindt daaraan een voorwaarde. Die voorwaarde houdt in dat het volk God dient in zijn land, Egypte. Hij wil de afstand tussen hem en het volk van God zo klein mogelijk houden. Hij zegt als het ware: dien mij en God.

Als een gelovige ernst maakt met de afzondering van de wereld komt de satan met zijn voorstellen, zoals de farao hier doet. Daarover wil hij praten. Vier keer stelt hij een compromis voor (Ex 8:25,2825Toen riep de farao Mozes en Aäron, en zei: Ga heen, breng offers aan uw God in dit land.28Toen zei de farao: Ík zal u laten gaan, zodat u aan de HEERE, uw God, in de woestijn offers kunt brengen. Alleen, ga beslist niet te ver weg! Bid vurig voor mij!; Ex 10:7-9,247De dienaren van de farao zeiden tegen hem: Hoelang zal deze [man] voor ons tot een valstrik zijn? Laat de mannen gaan, zodat zij de HEERE, hun God, kunnen dienen! Beseft u nog niet dat Egypte verloren is?8Toen werden Mozes en Aäron weer bij de farao gebracht en hij zei tegen hen: Ga! Dien de HEERE, uw God! Wie precies zullen er gaan?9En Mozes zei: Wij zullen met onze jongeren en ouderen gaan. Met onze zonen en dochters, met ons kleinvee en onze runderen zullen wij gaan, want wij hebben een feest voor de HEERE.24Toen riep de farao Mozes, en zei: Ga [en] dien de HEERE. Alleen uw kleinvee en uw runderen moeten achterblijven. Uw kleine kinderen mogen wel met u meegaan.). Over elke centimeter ruimte zal hij discussiëren. Maar God en Mozes en ieder die bij God hoort door het geloof in de Heer Jezus, neemt met niets anders genoegen dan met duidelijke afzondering van de wereld.

Dit compromis is voor Mozes onacceptabel. Wie werkelijk een kind van God is, kan onmogelijk in de wereld blijven. Door de doop wil hij er vrij van komen. Pas dan is iemand echt vrij om God te dienen. Hij is dan (in beeld) door de Rode Zee heengegaan en in de woestijn gekomen.

Het antwoord van Mozes spreekt van de dood en opstanding van de Heer Jezus: het volk moet drie dagreizen de woestijn ingaan. De dienst die het volk voor zijn God wil houden, is voor de wereld een gruwel. Als de Egyptenaren zouden zien dat de Israëlieten een stier of een koe slachtten, dieren die door hen als heilig werden gezien, zouden ze de Israëlieten stenigen. Elk offer aan God dat een gelovige brengt, maar wat de ongelovige voor zichzelf claimt, omdat hij het voor zichzelf waardevol vindt, wekt de woede van die mens op.


Tweede compromisvoorstel

28Toen zei de farao: Ík zal u laten gaan, zodat u aan de HEERE, uw God, in de woestijn offers kunt brengen. Alleen, ga beslist niet te ver weg! Bid vurig voor mij!

De farao komt dan met een tweede listig aanbod. Ze mogen dan wel de woestijn ingaan, maar niet te ver. Ze moeten onder zijn invloedsfeer blijven. Dus niet de drie dagreizen de woestijn in. In beeld wil dat zeggen: niet een dienst aan God in verbinding met en gebaseerd op de dood en opstanding van de Heer Jezus.

Zolang een gelovige niet leeft in overeenstemming met het oordeel op het kruis over zijn zonden en in de kracht van de opstanding van de Heer Jezus, zal de satan hem zijn gang laten gaan. Wij zullen ons als gelovigen moeten afvragen: Is de wereld werkelijk voor mij gekruisigd en ik voor de wereld? Voor Paulus is dat werkelijk zo (Gl 6:1414Maar ik wil volstrekt niet roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij [de] wereld gekruisigd is en ik voor [de] wereld.).

Na zijn aanbod vraagt de farao voor de tweede keer of Mozes voor hem wil bidden.


Mozes bidt weer voor de farao

29En Mozes zei: Zie, ik ga naar buiten, bij u vandaan, en zal vurig tot de HEERE bidden dat de steekvliegen morgen van de farao, zijn dienaren en zijn volk geweken zullen zijn. Laat de farao alleen niet met bedriegen doorgaan door dit volk niet te laten gaan om de HEERE offers te brengen. 30Toen ging Mozes bij de farao weg, en hij bad vurig tot de HEERE. 31En de HEERE deed overeenkomstig het woord van Mozes, en de steekvliegen weken van de farao, van zijn dienaren en van zijn volk. Niet één bleef er over. 32Maar de farao maakte ook deze keer zijn hart onvermurwbaar: hij liet het volk niet gaan.

Mozes reageert niet op het voorstel van de farao, hij gaat er niet op in. Wij moeten ook zonder enig compromis en zonder enige invloed van de wereld God dienen. De reis van drie dagen in de woestijn moet worden gemaakt.

Wel is Mozes weer bereid voor de farao te bidden. Hij zit hiermee op de lijn van de grote lankmoedigheid van God. Nogmaals doet hij een beroep op het geweten van de farao. Maar steeds meer blijkt hoe onvermurwbaar diens hart is. Als er werkelijk geen restant van de plaag meer over is, wat erop wijst hoe effectief het gebed van Mozes is en hoe volkomen de verhoring ervan door de HEERE, waagt de farao het toch nog om het volk niet te laten gaan.


Lees verder