Exodus
1-7 Israël uitgeleid, Egypte geoordeeld 8-13 Een wonderteken voor de farao 14-18 Aankondiging eerste plaag 19-25 Eerste plaag: water wordt bloed
Israël uitgeleid, Egypte geoordeeld

1Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao [tot] een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn. 2Ú moet alles wat Ik u gebieden zal [tegen Aäron] zeggen, en Aäron, uw broer, moet tot de farao spreken, dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten gaan. 3Maar Ík zal het hart van de farao verharden en Mijn tekenen en Mijn wonderen in het land Egypte talrijk maken. 4De farao zal niet naar u luisteren, maar Ik zal Mijn hand op Egypte leggen en Mijn legers, Mijn volk, de Israëlieten, uit het land Egypte wegleiden onder zware strafgerichten. 5Dan zullen de Egyptenaren weten dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn hand over Egypte uitstrek en de Israëlieten uit hun midden wegleid. 6Toen deden Mozes en Aäron zoals de HEERE hun geboden had. Dat deden zij. 7Mozes was tachtig jaar oud en Aäron drieëntachtig jaar oud, toen zij tot de farao spraken.

De HEERE stuurt Mozes en Aäron met Zijn volmacht naar de farao. Dat de HEERE Mozes tot “een god” voor de farao stelt, betekent dat Mozes, Gods vertegenwoordiger, als rechter tegenover de farao moet optreden. Rechters worden ook wel ‘goden’ genoemd (Ps 82:66Ík heb [wel] gezegd: U bent goden,
u bent allen zonen van de Allerhoogste;
; Jh 10:3434Jezus antwoordde hun: Staat er niet geschreven in uw wet: ‘Ik heb gezegd: U bent goden’?)
.

De HEERE deelt Mozes mee wat Hij van plan is te gaan doen. Mozes moet het op zijn beurt tegen Aäron zeggen, want Aäron is zijn “profeet”, dat wil zeggen dat hij de spreekbuis van Mozes is. God licht Zijn dienaren in om hen te bemoedigen, hun geloof te versterken en hen voor te bereiden op hun taak. Daartoe is voor ons, christenen, het boek Openbaring gegeven. Het is gegeven “om Zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren” (Op 1:11Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om Zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.).

De HEERE spreekt tot bemoediging van Mozes over “Mijn tekenen en Mijn wonderen” die Hij in het land Egypte talrijk zal maken. Wat voor Egypte “strafgerichten” zijn, zijn voor Gods volk tekenen en wonderen die erop duiden dat hun verlossing nabij. Zo is het ook voor de christen die ziet hoe de plagen van het boek Openbaring in onze dagen al een soort voorvervulling krijgen. Daaraan kunnen we zien dat de komst van de Heer nabij is.

God had Israël ook zonder de plagen kunnen laten vertrekken. Hij had de farao zonder meer kunnen laten omkomen. Maar Hij wil door middel van een duidelijk getuigenis van Zijn heerlijkheid en majesteit laten zien Wie het is Die Zijn volk roept.

Een prachtige beschrijving daarvan vinden we in Psalm 105:
“Hij zond Mozes, Zijn dienaar, en Aäron, die Hij verkozen had.
Zij verrichtten onder hen de tekenen die Hij bevolen had, en wonderen in het land van Cham.
Hij zond duisternis en maakte het duister – zij waren Zijn woord niet ongehoorzaam –
Hij veranderde hun water in bloed en doodde hun vissen.
Hun land wemelde van kikkers, [tot] in de kamers van hun koningen.
Hij sprak, en er kwamen steekvliegen [en] muggen in hun hele gebied.
Hij maakte hun regen tot hagel, [bracht] vlammend vuur in hun land.
Hij trof hun wijnstok en hun vijgenboom, Hij brak de bomen in hun gebied in stukken.
Hij sprak, en er kwamen veldsprinkhanen, treksprinkhanen, niet te tellen,
die al het gewas in hun land opaten, ja, zij aten de vrucht van hun akker op.
Hij trof alle eerstgeborenen in hun land, de eerste [vruchten] van al hun mannelijke kracht” (Ps 105:26-3626Hij zond Mozes, Zijn dienaar,
en Aäron, die Hij verkozen had.
27Zij verrichtten onder hen de tekenen die Hij bevolen had,
en wonderen in het land van Cham.
28Hij zond duisternis en maakte het duister
– zij waren Zijn woord niet ongehoorzaam –
29Hij veranderde hun water in bloed
en doodde hun vissen.
30Hun land wemelde van kikkers,
[tot] in de kamers van hun koningen.
31Hij sprak, en er kwamen steekvliegen
[en] muggen in hun hele gebied.
32Hij maakte hun regen tot hagel,
[bracht] vlammend vuur in hun land.
33Hij trof hun wijnstok en hun vijgenboom,
Hij brak de bomen in hun gebied in stukken.
34Hij sprak, en er kwamen veldsprinkhanen,
treksprinkhanen, niet te tellen,
35die al het gewas in hun land opaten,
ja, zij aten de vrucht van hun akker op.
36Hij trof alle eerstgeborenen in hun land,
de eerste [vruchten] van al hun mannelijke kracht.
)
.


Een wonderteken voor de farao

8En de HEERE zei tegen Mozes en Aäron: 9Als de farao tot u spreekt: Doe voor uzelf een wonderteken, dan moet u tegen Aäron zeggen: Neem je staf en werp [die] neer voor de farao; [en de staf] zal tot een slang worden. 10Toen kwamen Mozes en Aäron bij de farao en deden precies zoals de HEERE geboden had. Aäron wierp zijn staf neer voor de farao en voor zijn dienaren en hij werd tot een slang. 11Maar de farao op zijn beurt riep de wijzen en de tovenaars, en ook zij, de Egyptische magiërs, deden met hun bezweringen hetzelfde. 12Want ieder wierp zijn staf neer en zij werden tot slangen, maar de staf van Aäron verslond hun staven. 13Het hart van de farao verhardde zich echter, zodat hij niet naar hen luisterde, zoals de HEERE gesproken had.

Voordat de plagen losbarsten, wordt in het wonderteken dat de farao vraagt als het ware een laatste kans aan hem gegeven aan de eis van God tegemoet te komen. Maar hij luistert niet. Integendeel, hij wil de kracht van het wonderteken tenietdoen door het zijn tovenaars na te laten doen. Iets imiteren wat van God komt, is altijd een succesnummer van de satan geweest. Tallozen zijn daardoor al misleid geworden en worden nog dagelijks misleid.

De verandering van de staf in een slang is een inleiding op de plagen. Dit keer is het de staf van Aäron en gebeurt dit teken voor de farao. Eerst is het de staf van Mozes en hij heeft hem voor het volk gebruikt (Ex 4:1-51Toen antwoordde Mozes en zei: Maar zie, zij zullen mij niet geloven en niet naar mijn stem willen luisteren, want zij zullen zeggen: De HEERE is niet aan u verschenen.2De HEERE zei tegen hem: Wat hebt u [daar] in uw hand? Hij zei: Een staf.3Hij zei: Werp hem op de grond. En hij wierp hem op de grond en hij werd een slang. En Mozes vluchtte ervoor.4Maar de HEERE zei tegen Mozes: Strek uw hand uit, en grijp hem bij zijn staart, – toen stak hij zijn hand uit en greep hem vast, en hij werd [weer] een staf in zijn hand –5opdat zij geloven, dat de HEERE aan u verschenen is, de God van hun vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob.). Omdat nu de staf van Aäron wordt gebruikt, heeft het teken een iets andere betekenis. De staf van Aäron zal gaan bloeien (Nm 17:88De volgende dag gebeurde het, toen Mozes in de tent van de getuigenis kwam, dat, zie, de staf van Aäron voor het huis van Levi in bloei stond. Hij bracht bloesem voort en bloeiende bloemen, en droeg amandelen.). Daardoor is aan de staf de kracht van leven uit de dood, de kracht van de opstanding, verbonden.

Aäron is een beeld van de Heer Jezus als de opgestane Heer. Aäron komt tot de farao als degene in wiens hand de staf is. Hij heeft als het ware de staf gekregen die in de hand van Mozes is teruggekeerd en oefent daarmee nu zijn gezag uit. We zien bij de Heer Jezus dat Hij na Zijn opstanding zegt dat Hem “is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde” (Mt 28:1818En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde.).

Dat zien wij nu nog niet in werkelijkheid, maar wel in het geloof (Hb 2:88alles hebt U onder zijn voeten onderworpen’. Want door <Hem> alles te onderwerpen heeft Hij niets overgelaten dat Hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien wij nog niet alles aan Hem onderworpen;). Als we naar de wereld kijken, lijkt het of de duivel de macht in handen heeft. Dat is echter schijn. De macht is in handen van de Heer Jezus en Hij geeft die aan wie Hij wil (Rm 13:11Elke ziel zij aan [de] over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld.; Sp 21:11Het hart van een koning is in de hand van de HEERE [als] waterbeken,
Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.
; Dn 2:21a21Hij verandert de tijden en gelegenheden,
Hij zet koningen af en stelt koningen aan,
Hij geeft de wijsheid aan wijzen,
de kennis aan wie verstand hebben.
)
. Hij staat boven alle machten en uiteindelijk verslindt Hij alle machten. Deze inleiding op de plagen toont ons dan ook tegelijk de afloop van de plagen: God is Overwinnaar, Hij verdelgt elke tegenstand.

Paulus noemt de namen van de tovenaars van de farao. Hij wijst op deze tovenaars, omdat in naambelijdende christenen dezelfde verdorven karaktertrekken openbaar worden als bij deze tovenaars: “Zoals nu Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten ook dezen zich tegen de waarheid, mensen, bedorven van denken en verwerpelijk wat het geloof betreft” (2Tm 3:88Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten ook dezen zich tegen de waarheid, mensen, bedorven van denken, verwerpelijk wat het geloof betreft.). Het gaat om mensen die het christelijke geloof verderven, van wie Paulus tegen Timotheüs zegt: “Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij” (2Tm 3:55Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af.).

De plagen komen over Egypte, dat de wereld voorstelt. Maar door het noemen van de tovenaars in 2 Timotheüs 3 zien we dat de plagen ook betrekking hebben op de christenheid. Dat komt omdat de christenheid zich volledig met de wereld verenigt. Hierdoor deelt de christenheid in het oordeel dat God over de wereld laat komen. Daarom komt tot de ware christen de oproep: “Laat ieder die de Naam van [de] Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid zich te onttrekken aan de ongerechtigheid” (2Tm 2:1919Evenwel, het vaste fundament van God staat en heeft dit zegel: [De] Heer kent hen die de Zijnen zijn; en: Laat ieder die de Naam van [de] Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid.; Op 18:44En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt;).

Wij leven “in [de] laatste dagen” (2Tm 3:11Maar weet dit, dat er in [de] laatste dagen zware tijden zullen zijn;). Het zijn de dagen waarin de tovenaars van de farao met hun toverkunsten proberen de kracht van Gods Woord weg te nemen. Er is hier nog geen onderscheid tussen Israël en Egypte (Ex 8:2222Maar op die dag zal Ik de landstreek Gosen, waar Mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen steekvliegen zullen zijn, opdat u zult weten dat Ik, de HEERE, in het midden van het land [aanwezig] ben.), tussen de wereld en Gods volk. Daarom hebben wij er ook mee te maken.


Aankondiging eerste plaag

14Toen zei de HEERE tegen Mozes: Het hart van de farao is onvermurwbaar. Hij weigert het volk te laten gaan. 15Ga in de ochtend naar de farao, zie, hij zal naar het water toe gaan. Ga dan aan de oever van de Nijl staan om hem te ontmoeten, en de staf die veranderd is geweest in een slang, moet u in uw hand nemen. 16U moet dan tegen hem zeggen: De HEERE, de God van de Hebreeën, heeft mij tot u gezonden om te zeggen: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen in de woestijn. Zie, u hebt echter tot nu toe niet [willen] luisteren. 17Zo zegt de HEERE: Hieraan zult u weten dat Ik de HEERE ben. Zie, ik zal met deze staf die in mijn hand is, op het water slaan dat in de Nijl is, en het zal in bloed veranderd worden. 18En de vissen die in de Nijl zijn, zullen sterven, zodat de Nijl zal stinken. De Egyptenaren zullen moeite doen om het water uit de Nijl te kunnen drinken.

Algemene inleiding op de plagen

De eerste negen plagen zijn te verdelen in drie groepen van drie plagen. De tiende plaag staat op zichzelf. Bij de eerste, vierde en zevende plaag moet Mozes vroeg in de morgen naar de farao gaan (Ex 7:1515Ga in de ochtend naar de farao, zie, hij zal naar het water toe gaan. Ga dan aan de oever van de Nijl staan om hem te ontmoeten, en de staf die veranderd is geweest in een slang, moet u in uw hand nemen.; Ex 8:2020Toen zei de HEERE tegen Mozes: Sta morgen vroeg op en ga voor de farao staan. Zie, wanneer hij naar het water toe gaat, moet u tegen hem zeggen: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen.; Ex 9:1313Toen zei de HEERE tegen Mozes: Sta morgen vroeg op, ga voor de farao staan en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen.). Dat ziet iedere keer op een nieuw begin. De derde, zesde en negende plaag komen elk zonder voorafgaande waarschuwing.

De plagen 1-3 komen alle drie vanaf de aarde en gebeuren door de staf van Aäron. Het volk Israël wordt samen met de Egyptenaren door de plaag getroffen. In deze eerste drie plagen spelen de Egyptische tovenaars een rol. Zij proberen de plagen van God te imiteren. Zoals gezegd, hebben vanwege het noemen van deze tovenaars in 2 Timotheüs 3 vooral deze plagen een speciale boodschap voor ons, die leven in de laatste dagen van de christenheid.

De plagen 4-6 gebeuren zonder melding te maken van de staf van Mozes of de staf van Aäron. Ook hun oorsprong (vanuit de hemel of vanaf de aarde) wordt niet vermeld. Er staat eenvoudig dat de HEERE het doet (Ex 8:2424En zo deed de HEERE: er kwam een zwerm steekvliegen in het huis van de farao, in de huizen van zijn dienaren en in heel het land Egypte. Het land werd door de steekvliegen te gronde gericht.; Ex 9:66En de HEERE deed deze zaak de volgende dag. Al het vee van de Egyptenaren stierf, maar van het vee van de Israëlieten stierf niet één [beest].). Bij de zesde plaag is wel Mozes de uitvoerder. Hij strooit as uit de oven in de lucht. Israël blijft van deze plagen verschoond (Ex 8:2222Maar op die dag zal Ik de landstreek Gosen, waar Mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen steekvliegen zullen zijn, opdat u zult weten dat Ik, de HEERE, in het midden van het land [aanwezig] ben.). De Egyptische tovenaars kunnen deze plagen niet imiteren.

De plagen 7-9 treffen Israël ook niet. Ze komen direct uit de hemel over Egypte en worden door de staf van Mozes tot uitvoering gebracht.

De plagen die we hier vinden, vinden we bijna allemaal terug in Openbaring. We vinden daarin “het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen” (Op 3:1010Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen.), niet alleen over Israël (Jr 30:77Wee!
Want die dag is groot,
er is er geen als hij.
Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob,
toch zal hij daaruit verlost worden.
)
. In Openbaring 16:9 staat dat het de plagen van God zijn en wel speciaal ook over de christenheid. In de zeven schalen in Openbaring 16 komen veel van de plagen voor die over Egypte zijn gekomen.

Mozes krijgt in vers 1515Ga in de ochtend naar de farao, zie, hij zal naar het water toe gaan. Ga dan aan de oever van de Nijl staan om hem te ontmoeten, en de staf die veranderd is geweest in een slang, moet u in uw hand nemen. de opdracht om in de morgen naar de farao te gaan met de boodschap Gods volk te laten gaan om Hem te dienen in de woestijn. God eist het recht op Zijn volk nu op. Hij wil dat het Hem dient en niet de farao. Maar de farao wil dat het volk hem dient en niet God.

De HEERE laat Mozes de eerste plaag aankondigen vanwege het onvermurwbare hart van de farao. Daarom moet Mozes de staf van Aäron nemen, de staf die in een slang veranderd is geweest, en daarmee op het water van de Nijl slaan. Het water van de Nijl zal dan in bloed veranderen en ondrinkbaar worden (Op 16:3-43En de tweede goot zijn schaal uit op de zee, en zij werd bloed als van een dode, en elke levende ziel, [alles] wat in de zee is, stierf.4En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en de waterbronnen, en het werd bloed.).

De Nijl is de afgod van de Egyptenaren. Zij ontlenen er al hun welvaart aan. De vis van de Nijl dient tot voedsel (Nm 11:55Wij denken terug aan de vis die wij in Egypte voor niets aten, aan de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en de knoflook.). Maar de vis zal sterven, waardoor hun bron van welvaart zal veranderen in een stinkende rivier. Als God buiten de zegen wordt gehouden die we genieten, kan het zomaar gebeuren dat de zegen verandert in een vloek en dat het leven (water) verandert in de dood (bloed). Het is Gods bedoeling dat de mens hierdoor erkent dat Hij spreekt, evenals de farao aan dit oordeel van de HEERE zal weten dat Hij de HEERE is.


Eerste plaag: water wordt bloed

19Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte. [Strek hem uit] over hun stromen, over hun rivieren, over hun [water]poelen en over hun hele watervoorraad, zodat zij bloed worden. Er zal bloed zijn in heel het land Egypte, zelfs in de houten en stenen [vaten]. 20Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd. 21De vissen die in de Nijl waren, stierven en de Nijl stonk, zodat de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken. Er was bloed in heel het land Egypte. 22Maar de Egyptische magiërs deden met hun bezweringen hetzelfde, zodat het hart van de farao zich verhardde. Hij luisterde niet naar hen, zoals de HEERE gesproken had. 23En de farao keerde zich om, ging naar zijn huis en nam ook dit niet ter harte. 24Maar alle Egyptenaren groeven in de omgeving van de Nijl naar drinkwater, want van het water van de Nijl konden zij niet drinken. 25Zo gingen zeven dagen voorbij, nadat de HEERE de Nijl geslagen had.

Precies zoals God gezegd heeft, doen Mozes en Aäron. Aäron strekt zijn staf uit, niet alleen over de Nijl, maar over de wateren van Egypte. De Nijl wordt onder de wateren apart genoemd als doelwit van de plagen. De Nijl wordt door de Egyptenaren aangebeden onder een grote verscheidenheid aan namen. Hij vertegenwoordigt al het goede. God verderft deze grote macht waar de Egyptenaren op steunen. Hij treft hen in wat hun genot en welvaart geeft. De vis sterft, de Nijl gaat stinken en wat water is, is niet meer te drinken.

Water spreekt van wat verkwikt en leven geeft. Bloed dat vergoten is, spreekt van de dood. In Gods Woord staat de Nijl voor aardse zegeningen die worden genoten zonder daar God op enige wijze voor te danken. Het op die manier genieten van allerlei zegeningen kan alleen de dood tot gevolg hebben, want alles wat los van God staat, is dood en bewerkt de dood.

Het leven op aarde kan “een tijdelijke genieting van [de] zonde” geven (Hb 11:2525omdat hij er de voorkeur aan gaf met het volk van God slecht behandeld te worden, boven een tijdelijke genieting van [de] zonde,), maar het einde ervan is de dood. De stank ervan vervult de lucht. In de samenleving vandaag nemen we er steeds meer de voorboden van waar. De mens zwelgt in welvaart en komt erin om. De verdorvenheid van zijn denken neemt steeds grovere vormen aan. Wat de mens uitdenkt, gaat steeds meer stinken.

De tovenaars kunnen wel nadoen wat Mozes heeft gedaan, maar ze kunnen de kwaal niet wegnemen. Ze maken de plaag alleen maar erger. Het is te zien in de politiek en de samenleving, waar altijd weer excuses gezocht worden voor de dwaasheden die de mens begaat. De oplossingen die worden aangedragen maken de kwaal alleen erger. Zo is bijvoorbeeld zwangerschap een zegen van God. Maar zo is het niet in het verdorven denken van de mens die onafhankelijk wil zijn van God. De mens wil kunnen ingrijpen, zowel in het ‘maken’ van leven als in het wegdoen van wat niet gewenst is (abortus). Het resultaat is stank.

De plaag duurt “zeven dagen”, wat ziet op een volheid van tijd die door God is bepaald. Van een reactie van de farao is niets te lezen.


Lees verder