1 Samuel
Inleiding
Inleiding

De boeken 1 Samuel en 2 Samuel horen bij elkaar, ze vormen één boek. Ze geven het verslag van de geschiedenis van Israël vanaf het einde van de 12e eeuw v.Chr. tot het begin van de 10e eeuw v.Chr. De hoofdpersoon van die boeken is niet Samuel, maar David. Samuel heeft wel geschreven, maar is niet de schrijver van de boeken die zijn naam dragen. In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, vormen 1 Samuel en 2 Samuel samen met 1 Koningen en 2 Koningen één boek dat ‘Het boek van het koningschap’ wordt genoemd. Dat het in 1 Samuel en 2 Samuel ook om het koningschap gaat, blijkt wel uit het feit dat al vanaf 1 Samuel 8 de koning op de voorgrond staat.

Het grote thema in de boeken die de naam van Samuel dragen is dan ook niet de persoon Samuel, maar dat waarvan hij de voorloper is en wat door hem is ingevoerd: het koningschap. We vinden in 1 Samuel en 2 Samuel de geschiedenis van het koningschap in Israël gedurende een nieuwe periode onder leiding van de geest van de profetie. Het uiteindelijke doel is de vestiging van het koninkrijk van God in Hem naar Wie zowel het priesterschap van Aäron als de profetische orde waarvan Samuel de vertegenwoordiger is en het koningschap van Israël in David heen wijzen: de Heer Jezus Christus.

De grootste daad van alle daden die we van Samuel in dit boek vinden, is de zalving van David. De boeken die zijn naam dragen, zijn de boeken die in werkelijkheid gaan over de ware David, de grote Zoon van David, de Gezalfde (1Sm 2:3535Ik zal voor Mij een trouwe priester doen opstaan; die zal doen zoals het in Mijn hart en Mijn ziel is. Voor hem zal Ik een blijvend huis bouwen, en hij zal alle dagen voor [de ogen van] Mijn gezalfde wandelen.), Christus, Die altijd voor Gods aandacht staat. God heeft altijd Zijn koning op het oog gehad. Christus is het centrum van Gods raadsbesluiten.

Jakob spreekt van Hem in verband met Silo en de heersersstaf (Gn 49:1010De scepter zal van Juda niet wijken
en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten,
totdat Silo komt,
en Hem zullen de volken gehoorzamen.
)
. We horen het ook in de woorden van Bileam, als hij spreekt over een ster en een koning (Nm 24:17b17Ik zal hem zien, maar niet nu;
ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij.
Er zal een ster uit Jakob voortkomen,
er zal een scepter uit Israël opkomen;
hij zal de flanken van Moab verbrijzelen
en alle zonen van Seth vernietigen.
)
. Mozes spreekt over Hem in de koninklijke wet (Dt 17:14-2014Wanneer u in het land komt dat de HEERE, uw God, u geeft, en u dat in bezit neemt en erin woont, en u [dan] zegt: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals al de volken die rondom mij zijn,15dan moet u voorzeker hem tot koning over u aanstellen die de HEERE, uw God, verkiezen zal. Uit het midden van uw broeders moet u een koning over u aanstellen; u mag geen buitenlander over u zetten, die uw broeder niet is.16Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.17Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn hart afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen.18Verder moet het [zó] zijn, als hij op de troon van zijn koninkrijk zit, dat hij voor zichzelf op een boekrol een afschrift van deze wet schrijft, vanuit [de rol] die onder het toezicht van de Levitische priesters is.19Dat moet bij hem zijn en hij moet er alle dagen van zijn leven in lezen om de HEERE, zijn God, te leren vrezen [en] om alle woorden van deze wet en deze verordeningen in acht te nemen door [ze] te houden,20opdat zijn hart zich niet verheft boven zijn broeders, opdat hij niet afwijkt van het gebod, naar rechts of naar links en opdat hij [zijn] dagen verlengt in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, te midden van Israël.). Aan het einde van het boek Richteren ontbreekt de koning. Daar zien we hoe het dan gaat (Ri 21:2525In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen.).

Het laatste woord van het boek Ruth is de naam “David”. Daarmee is de inhoud gegeven van 1 Samuel en 2 Samuel die dan volgen. In hem gaat God Zijn raadsbesluit vervullen. Dat raadsbesluit is dat Hij Zijn heerschappij in handen van mensen zal leggen. Dat doet Hij bij Adam en dat doet Hij bij David. Dat kenmerkt het koninkrijk van God. Zowel Adam als David faalt. De gedachten van God komen in de Heer Jezus openbaar. Hij is de ware Adam en de ware David.

God wil orde brengen in een zondig volk door middel van Zijn koning, nadat het priesterschap heeft gefaald. Daarom gaat God Zijn koning invoeren. De gezalfde priester vertegenwoordigt het volk bij God. De hogepriester Eli is wel een gelovige, maar faalt volledig. Het priesterschap als middelaarschap heeft afgedaan. Eerst faalt ook nog de koning naar de keus van het volk, koning Saul. Dan komt God met Zijn man. Als hij regeert, krijgt ook het priesterschap zijn betekenis weer terug.

Eli wordt vervangen door een profeet, niet door een nieuwe hogepriester. Daarmee is een nieuw ambt in het volk ingevoerd. De profeet is ook een voorbidder. Door zijn spreken tot het volk namens God en door zijn voorbede voor het volk bij God maakt de profeet het volk klaar om Gods koning te ontvangen. Dat kan echter pas, nadat eerst de koning van het volk er is geweest. Als een toepassing voor onze tijd kunnen we zeggen dat de dienst van de nieuwtestamentische profeet het hart van het volk onder de heerschappij van de Heer Jezus brengt.

In het boek Richteren en de boeken 1 Samuel en 2 Samuel zien we een beeld van de geschiedenis van de christenheid. We kunnen dat vergelijken met de geschiedenis van de christenheid die ons profetisch in Openbaring 2-3 wordt gegeven. In Richteren herkennen we vooral de gemeente in Thyatira (Op 2:18-2918En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vuurvlam en Zijn voeten aan blinkend koper gelijk:19Ik weet uw werken, uw liefde, uw geloof, uw dienst en uw volharding, en dat uw laatste werken meer zijn dan uw eerste.20Maar Ik heb tegen u, dat u de vrouw Izebel, die zich een profetes noemt, laat begaan; en zij leert en misleidt Mijn slaven om te hoereren en afgodenoffers te eten.21En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren en zij wil zich niet bekeren van haar hoererij.22Zie, Ik werp haar op een bed en [werp] hen die met haar overspel bedrijven in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van haar werken.23En haar kinderen zal Ik door [de] dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven ieder naar uw werken.24Maar tegen u zeg Ik, tegen de overigen in Thyatira, allen die deze leer niet hebben, die de diepten van de satan, zoals zij zeggen, niet hebben gekend: Ik leg u geen andere last op;25wat u echter hebt, houdt dat vast totdat Ik kom.26En wie overwint en Mijn werken tot [het] einde toe bewaart, die zal Ik macht geven over de volken;27en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf; als pottenbakkersvaten worden zij verbrijzeld, zoals ook Ik [die macht] van Mijn Vader heb ontvangen;28en Ik zal hem de morgenster geven.29Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.). In Eli, in het begin van 1 Samuel, zien we de beginselen van Sardis (Op 3:1-61En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet uw werken, dat u [de] naam hebt dat u leeft, en u bent dood.2Word waakzaam en versterk het overige dat dreigde te sterven; want Ik heb uw werken niet volkomen bevonden voor Mijn God.3Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen.4Maar u hebt enkele namen in Sardis die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte [kleren], omdat zij het waard zijn.5Wie overwint, die zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.6Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.). Eli is een gelovig man, maar zijn werken zijn niet volkomen. Hij heeft de naam te leven, maar is dood. Dat zien we vooral in zijn zonen. In Richteren wordt weinig over priesters gesproken. Wat ervan wordt gezegd, toont ons de verwording van het priesterschap in de zonen van Eli. Het is een beeld van de wijze waarop het priesterschap zich in het protestantisme heeft ontwikkeld.

Daarna begint God opnieuw door middel van Zijn profeet. Er breekt een periode aan die doet denken aan wat wordt gezegd van de gemeente in Filadelfia. Na de dood in het protestantisme, voorgesteld in Sardis, komt de profetische dienst in al zijn klaarheid naar voren. Daaraan doet de gemeente in Filadelfia denken. Van de gelovigen in die gemeente wordt gezegd dat zij Gods Woord hebben bewaard (Op 3:8b8Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.).

Er zijn twee toepassingen te maken. De eerste toepassing is de profetische voor Israël. Profetisch zien we in dit boek het overblijfsel van Israël verbonden met David. We zien ook dat David en de zijnen worden vervolgd door Saul die een beeld is van de antichrist. In Hanna en haar zoon Samuel komt de geest van het overblijfsel naar voren.

De tweede toepassing is de praktische voor ons. Wij leven in de tijd dat de Gezalfde nog verworpen is. Wij zijn met Hem verbonden, als Zijn onderdanen. Wij hebben de dienst van profeten nodig. Daarmee worden geen profeten bedoeld die de toekomst voorzeggen, maar profeten die Gods Woord toepassen op hart en geweten. Zoals Samuel David invoert, zo voeren profeten vandaag in hun dienst de Heer Jezus in. Zij brengen ons onder Zijn gezag. Ze wijzen ons erop, door ons Gods Woord voor te houden en uit te leggen, hoe wij in de praktijk ons aan Hem moeten onderwerpen.

De dienst van Samuel is belangrijk. Hij is zowel richter, wat in zeker opzicht met koning te vergelijken is, als priester en profeet. Hij is de eerste profeet in de betekenis van een man Gods die in een tijd van verval optreedt om het volk van God tot Hem terug te voeren (Hd 3:2424En ook alle profeten, van Samuel en zijn opvolgers af, allen die hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd.; 13:20b20[dit is totaal] ongeveer vierhonderdvijftig jaar. En daarna gaf Hij richters, tot op Samuel, <de> profeet.). Zulke mannen en hun dienst hebben we nodig, om onze harten terug te brengen onder het gezag van Hem aan Wie “is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde” (Mt 28:18b18En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde.).

De naam Samuel wordt naast de naam van David in Gods Woord ook verbonden met die van Mozes en Aäron (Ps 99:66Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters,
Samuel onder wie Zijn Naam aanriepen;
zij riepen tot de HEERE
en Híj verhoorde hen.
; Jr 15:1a1De HEERE zei tegen mij: Al stond Mozes of Samuel voor Mijn aangezicht, dan [nog] zou Mijn ziel niet met dit volk van doen willen hebben. Stuur [hen] van voor Mijn aangezicht weg, laten zij weggaan!)
. Zijn naam betekent ‘verhoord door God’ of ‘van God gevraagd’. Die naam maakt hij waar in zijn leven als voorbidder voor het volk. Ook hierin is hij een type van de Heer Jezus. Samuel is “een man Gods” (1Sm 9:6-106Hij zei echter tegen hem: Zie toch, er is een man Gods in deze stad, hij is een geëerd man; alles wat hij spreekt, komt zeker uit. Laten wij nu daarheen gaan, misschien zal hij ons onze weg wijzen, die wij moeten gaan.7Toen zei Saul tegen zijn knecht: Maar zie, als wij gaan, wat zullen wij dan voor die man meebrengen? Want het brood uit onze [reis]zakken is op, en wij hebben geen geschenk om de man Gods te brengen; wat hebben wij bij ons?8De knecht antwoordde Saul verder en zei: Zie, ik heb het vierde deel van een zilveren sikkel in mijn hand, dat zal ik de man Gods geven, opdat hij ons onze weg wijst.9Vroeger zei iedereen in Israël het volgende als hij God ging raadplegen: Kom, laten wij naar de ziener gaan. Want wat [vandaag] de dag een profeet [genoemd wordt], werd vroeger een ziener genoemd.10Toen zei Saul tegen zijn knecht: Uw woord is goed, kom, laten wij gaan. Zo gingen zij naar de stad waar de man Gods was.). De titel ‘man Gods’ of ‘mens Gods’ is gereserveerd voor mensen die in moeilijke tijden voor Gods rechten staan. Mozes wordt zes keer zo genoemd (Dt 33:11Dit nu is de zegen waarmee Mozes, de man Gods, de Israëlieten gezegend heeft, vóór zijn dood.; Jz 14:66Toen kwamen de nakomelingen van Juda bij Jozua in Gilgal. En Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, zei tegen hem: U weet zelf van het woord dat de HEERE tegen Mozes, de man Gods, over mij en over u gesproken heeft in Kades-Barnea.; 1Kr 23:1414Wat betreft Mozes, de man Gods: zijn zonen werden genoemd onder de stam Levi.; 2Kr 30:1616Zij stonden op hun plaats overeenkomstig hun handelwijze, overeenkomstig de wet van Mozes, de man Gods. De priesters sprenkelden het bloed [nadat zij dat genomen hadden] uit de hand van de Levieten,; Ea 3:22Jesua, de zoon van Jozadak, stond op met zijn broeders, de priesters, en Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, met zijn broeders, en zij [her]bouwden het altaar van de God van Israël om daarop brandoffers te brengen volgens wat geschreven staat in de wet van Mozes, de man Gods.; Ps 90:11Een gebed van Mozes, de man Gods.
Heere, Ú bent ons een toevlucht geweest
van generatie op generatie.
)
. In het Nieuwe Testament wordt Timotheüs zo genoemd (1Tm 6:1111Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, Godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.) en ieder die zich volledig onder het gezag van de Schrift plaatst (2Tm 3:16-1716Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid,17opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust.).

De geschiedenis van Samuel begint hier net zo vroeg als die van Simson is begonnen, namelijk vóór zijn geboorte, zoals later de geschiedenis van Johannes de Doper en van onze gezegende Heiland. Sommige helden van de Schrift komen als het ware uit de lucht vallen. Bij hun eerste optreden verschijnen zij direct in volle dienst, terwijl van anderen het levensverhaal vanaf hun geboorte wordt beschreven. Maar van allen geldt wat God zegt van de profeet Jeremia: “Voordat Ik u in de [moeder]schoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd” (Jr 1:55Voordat Ik u in de [moeder]schoot vormde, heb Ik u gekend;
voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd.
Ik heb u aangesteld tot een profeet voor de volken.
)
.

Sommige grote mannen zijn bij hun komst in de wereld echter meer opgemerkt dan anderen en worden al op jonge leeftijd van gewone mensen onderscheiden, zoals dit met Samuel het geval is. In deze zaak handelt God naar Zijn vrijmacht en welbehagen.

De geschiedenis van Simson voert hem in als een kind van belofte (Ri 13:33Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen [kinderen] gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.), maar de geschiedenis van Samuel voert hem in als een kind van gebed (1Sm 1:9-119Toen stond Hanna op, nadat men in Silo gegeten en gedronken had. Nu zat Eli, de priester, op een stoel bij een deurpost van de tempel van de HEERE.10Bitter van gemoed bad zij tot de HEERE en zij huilde erg.11Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.). De geboorte van Simson wordt aan zijn moeder voorzegd door een engel, maar Samuel wordt door zijn moeder van God gebeden. Beide geboorten duiden aan welke wonderen gebeuren door het woord en het gebed.

Om over na te denken: Het is Gods bedoeling dat in mij een Samuel geboren wordt en opgroeit, als gevolg van de gezindheid, oefeningen en gebeden van Hanna in mij.


Lees verder