1 Samuel
Inleiding 1 Saul tot koning gezalfd 2 Het teken bij het graf van Rachel 3-4 Het teken bij Elon-Tabor 5-6 Het teken op de heuvel van God 7 God wil met Saul zijn 8 Saul moet naar Gilgal en daar wachten 9-12 De tekenen gebeuren 13-16 De oom van Saul 17-24 Saul als koning voorgesteld 25-27 Reacties op de aanstelling van Saul
Inleiding

Dit hoofdstuk heeft twee delen. In beide delen gaat het over de aanwijzing van Saul als koning. We zien hoe in de hele voorbereiding daarop God zeer bezig is met Saul.

In het eerste deel (verzen 1-161Toen nam Samuel een oliekruik, goot die leeg op zijn hoofd, kuste hem en zei: Is het niet zo, dat de HEERE u tot een vorst over Zijn eigendom gezalfd heeft?2Als u deze dag bij mij weggegaan bent, zult u twee mannen vinden bij het graf van Rachel, in het gebied van Benjamin, in Zelzah. Die zullen tegen u zeggen: De ezelinnen die u bent gaan zoeken, zijn gevonden, en zie, uw vader heeft de zaak van de ezelinnen laten rusten, maar hij is [nu] bezorgd over u en zegt: Wat kan ik [nu] voor mijn zoon doen?3Als u vandaar verdergaat en bij Elon-Tabor aankomt, zullen drie mannen u daar ontmoeten, die op weg zijn naar God, in Bethel; één draagt er drie bokjes, één draagt drie ronde broden en één draagt een kruik wijn.4Zij zullen u naar [uw] welstand vragen en u twee broden geven; die moet u uit hun hand aannemen.5Daarna zult u op de heuvel van God komen, waar garnizoenen van de Filistijnen liggen. En het zal gebeuren, als u daar in de stad komt, dat u een groep profeten tegen zult komen, die van de hoogte afkomt. Zij hebben luiten, tamboerijnen, fluiten en harpen bij zich, en zijn aan het profeteren.6Dan zal de Geest van de HEERE over u vaardig worden en u zult samen met hen profeteren; u zult in een ander mens veranderd worden.7En het zal gebeuren als deze tekenen u overkomen, doe [dan] wat uw hand vindt, want God zal met u zijn.8Ga voor mij uit naar Gilgal; zie, ik zal naar u toe komen om brandoffers te brengen [en] om dankoffers te brengen. Zeven dagen moet u [daar] wachten, totdat ik bij u kom en u bekendmaak wat u moet doen.9En het gebeurde, toen Saul zich omkeerde om bij Samuel weg te gaan, dat God zijn hart [in] een ander veranderde; en al die tekenen overkwamen [hem] op die dag.10Toen zij daar bij de heuvel kwamen, zie, een groep profeten kwam hem tegemoet; en de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en hij profeteerde in hun midden.11Toen ieder die hem sinds jaar en dag kende, zag dat hij – zie! – met de profeten profeteerde, zei het volk, de een tegen de ander: Wat is er toch gebeurd met de zoon van Kis? Is Saul ook onder de profeten?12Toen antwoordde iemand daarvandaan: En wie is hun vader? Daarom is het een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?13Toen hij opgehouden had met profeteren, kwam hij aan op de hoogte.14De oom van Saul zei tegen hem en zijn knecht: Waar zijn jullie heen gegaan? Hij zei: De ezelinnen zoeken, en toen wij zagen dat ze er niet waren, kwamen wij bij Samuel.15Toen zei de oom van Saul: Vertel mij toch, wat heeft Samuel tegen jullie gezegd?16Saul zei tegen zijn oom: Hij heeft ons duidelijk laten weten dat de ezelinnen gevonden waren. Maar de zaak van het koningschap, waar Samuel over gesproken had, vertelde hij hem niet.) wordt Saul in het verborgene door Samuel, dat wil zeggen door God, voorbereid op het koningschap, terwijl nog geen mens in Israël van zijn koningschap weet. Saul is niet vanaf het begin door God verworpen. God heeft hem zó voorbereid, dat Saul elke gelegenheid krijgt God te leren kennen om te weten hoe hij moet regeren. Deze voorbereiding is ook van belang voor iedere gelovige, want de Heer heeft een dienst, een opgave, voor iedere gelovige.

In het tweede deel (verzen 17-2717Maar Samuel riep het volk samen bij de HEERE, in Mizpa.18En hij zei tegen de Israëlieten: Zo heeft de HEERE, de God van Israël, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte geleid, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered, en uit de hand van alle koninkrijken die u onderdrukten.19Maar u hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en u hebt tegen Hem gezegd: Stel een koning over ons aan. Nu dan, stel u op voor het aangezicht van de HEERE, overeenkomstig uw stammen en uw duizenden.20Toen Samuel al de stammen van Israël naar voren liet komen, werd de stam van Benjamin [door het lot] aangewezen.21Toen hij de stam van Benjamin naar voren liet komen, [opgesteld] naar zijn geslachten, werd het geslacht van Matri aangewezen; en Saul, de zoon van Kis, werd aangewezen. Ze zochten hem, maar hij werd niet gevonden.22Toen raadpleegden zij de HEERE opnieuw: Is die man wel hierheen gekomen? De HEERE zei: Zie, hij heeft zich tussen de bagage verstopt.23Zij snelden erheen en namen hem vandaar mee. Hij ging midden tussen het volk staan, en van zijn schouders en hoger was hij langer dan heel het volk.24Toen zei Samuel tegen heel het volk: Ziet u wie de HEERE uitgekozen heeft? Want zoals hij is er niemand onder het hele volk. Toen juichte het hele volk, en zij zeiden: Leve de koning!25Samuel sprak tot het volk over de bepalingen met betrekking tot het koningschap, schreef ze op een boekrol, en legde die voor het aangezicht van de HEERE. Toen liet Samuel het hele volk gaan, ieder naar zijn huis.26Saul ging ook naar zijn huis in Gibea, en uit het leger gingen zij met hem mee van wie God het hart had aangeraakt.27Maar verdorven lieden zeiden: Hoe zou deze [man] ons verlossen? Zij verachtten hem en brachten hem geen geschenk. Hij hield zich echter doof.) wordt Saul openlijk aangewezen. Niet Samuel wijst hem aan, opdat het niet zou lijken dat hij erachter zit, maar God wijst hem aan. God doet dat op een manier dat het volk de keus voor Saul aan niemand anders dan aan zichzelf kan toeschrijven.


Saul tot koning gezalfd

1Toen nam Samuel een oliekruik, goot die leeg op zijn hoofd, kuste hem en zei: Is het niet zo, dat de HEERE u tot een vorst over Zijn eigendom gezalfd heeft?

Saul wordt gezalfd uit een kruik, David uit een oliehoorn (1Sm 16:1313Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama.). Een kruik is breekbaar. Het is hier een symbool voor het koningschap van Saul dat niets meer is dan mensenwerk en ten slotte verbroken zal worden. Olie spreekt van de Heilige Geest. God geeft hiermee aan dat Hij Saul wil gebruiken, maar dat Saul zich dan wel door de Heilige Geest moet laten leiden. Later wordt Saul ook door de Geest geleid, echter slechts uiterlijk (vers 1010Toen zij daar bij de heuvel kwamen, zie, een groep profeten kwam hem tegemoet; en de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en hij profeteerde in hun midden.). De hoorn waaruit David wordt gezalfd, is niet breekbaar, maar spreekt van kracht (1Sm 2:1010Zij die de HEERE ter verantwoording roepen, zullen verpletterd worden;
Hij zal in de hemel over hen donderen.
De HEERE zal rechtspreken over de einden der aarde;
Hij zal Zijn Koning kracht geven,
en de hoorn van Zijn Gezalfde opheffen.
)
. De hoorn komt van een rein dier dat eerst aan God is geofferd, en daarin ligt de kracht. Uitoefening van het koningschap kan alleen op de grondslag van het offer.

Er is bij Samuel geen jaloersheid (vgl. 1Ko 13:4b4De liefde is lankmoedig, is goedertieren; de liefde is niet jaloers; <de liefde> praalt niet, is niet opgeblazen,), maar respect. Hij onderwerpt zich met een kus van liefde aan de nieuwe koning. Dat doet hij niet in het openbaar, maar in dit persoonlijke onderhoud, als een uiting van zijn hart. Hij is de eerste die zonder opzien te baren Saul vanaf dat ogenblik als zijn nieuwe koning erkent. Hier zien we een liefde die “niet haar eigen belang zoekt” (1Ko 13:5b5handelt niet onwelvoeglijk, zoekt niet haar eigen [belang], wordt niet verbitterd, rekent het kwade niet toe,; 1Ko 10:2424Laat niemand het zijne zoeken, maar dat van de ander.). In een wereld vol egoïsme is de vreugde om de voorspoed van een ander, bijvoorbeeld om de promotie van een collega, zeldzaam.

Samuel handelt in naam van de HEERE en zalft Saul tot vorst over het “eigendom” van de HEERE, dat is Zijn land. Dat betekent een grote verantwoordelijkheid. Hij moet dat eigendom beschermen, ervoor zorgen, het beheren voor de HEERE en daarover aan Hem verantwoording afleggen.


Het teken bij het graf van Rachel

2Als u deze dag bij mij weggegaan bent, zult u twee mannen vinden bij het graf van Rachel, in het gebied van Benjamin, in Zelzah. Die zullen tegen u zeggen: De ezelinnen die u bent gaan zoeken, zijn gevonden, en zie, uw vader heeft de zaak van de ezelinnen laten rusten, maar hij is [nu] bezorgd over u en zegt: Wat kan ik [nu] voor mijn zoon doen?

De drie gebeurtenissen die Samuel vervolgens voorzegt, zijn drie tekenen (vers 99En het gebeurde, toen Saul zich omkeerde om bij Samuel weg te gaan, dat God zijn hart [in] een ander veranderde; en al die tekenen overkwamen [hem] op die dag.). Het gaat om veel meer dan om toevallige gebeurtenissen. Het zijn gebeurtenissen waaraan een betekenis verbonden is, waaruit Saul iets moet leren. Aan elke gebeurtenis is een bepaalde plaats of locatie verbonden. Deze plaatsen kunnen we ‘gedenkplaatsen’ noemen. Zulke plaatsen spelen een beslissende rol in het leven van de gelovige omdat hij daar belangrijke dingen leert. Iedere dienaar wordt zo gevormd.

De eerste gedenkplaats is “het graf van Rachel” in Zelzah. Daar zal Saul twee mannen ontmoeten. Het graf van Rachel bepaalt ons bij Rachel als de voormoeder van Saul en bij haar dood. Rachel sterft als ze Benjamin baart (Gn 35:16-1916Zij braken op uit Bethel. Toen zij nog maar een kleine afstand af hoefden te leggen om bij Efrath te komen, baarde Rachel, en zij had het zwaar tijdens het baren.17En het gebeurde, toen zij het [zo] zwaar had tijdens het baren, dat de vroedvrouw tegen haar zei: Wees niet bevreesd, want ook deze keer hebt u een zoon!18En het gebeurde, toen haar ziel [het lichaam] verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin.19Zo stierf Rachel en zij werd begraven langs de weg naar Efrath, dat is [het tegenwoordige] Bethlehem.), uit wie Saul is voortgekomen. Benjamin is uit de nood van zijn moeder geboren, tot vreugde voor zijn vader. Samuel zegt ook dat het graf van Rachel in het gebied van Benjamin ligt in Zelzah. Het erfdeel van Benjamin vindt zijn begin in het graf van Rachel. “Zelzah” betekent ‘bescherming tegen de zon’.

Elke ware dienst kan alleen goed beginnen en goed worden voortgezet, als we ons voor de zonde dood houden (Rm 6:1111Zo ook u, rekent het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn, maar voor God levend in Christus Jezus.). Dat biedt bescherming tegen de hitte van de begeerte om zelf te willen schitteren. Daardoor komt er ruimte voor het ware leven, het leven uit God, om dat te openbaren.

Al het goede voor God komt voort uit de dood, want daardoor kan het nieuwe zich openbaren en kan het oude vergeten worden. De mededeling van de ezelinnen sluit daarop aan. Het is niet nodig nog te denken aan vroeger, want de vroegere inspanningen zijn vruchteloos gebleken. Dit leren we bij het graf, de plaats van de dood. De man die zich tevergeefs ingespannen heeft in zijn zoektocht naar de ezelinnen, moet ook leren dat alles al zonder hem tot stand is gebracht. “Twee mannen” vertellen hem dat. Dat wijst op een betrouwbaar, geloofwaardig getuigenis, want “in [de] mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan” (2Ko 13:11Dit is [de] derde keer dat ik naar u toe kom: in [de] mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan.).


Het teken bij Elon-Tabor

3Als u vandaar verdergaat en bij Elon-Tabor aankomt, zullen drie mannen u daar ontmoeten, die op weg zijn naar God, in Bethel; één draagt er drie bokjes, één draagt drie ronde broden en één draagt een kruik wijn. 4Zij zullen u naar [uw] welstand vragen en u twee broden geven; die moet u uit hun hand aannemen.

Het eerste teken is voor Saul persoonlijk. Het tweede teken laat aan Saul zien dat er in Israël mensen zijn die in getrouwheid de HEERE willen dienen. Drie trouwe mannen zijn op weg naar God om Hem te bezoeken in Zijn eigen huis. “Bethel” betekent ‘huis van God’. Deze mannen zijn een overblijfsel waarin geloof aanwezig is en ze zijn het bewijs dat God nog werkt in Israël. Als Saul er oog voor heeft, zal hij dat ontdekken en erdoor bemoedigd worden.

De drie mannen gaan niet zomaar naar Bethel, maar werkelijk om God te ontmoeten. Er staat van hen dat zij “op weg zijn naar God”. Is dat bij ons de reden om naar ‘Gods huis’ te gaan, naar de samenkomsten van de gemeente, waarvan we mogen weten dat de Heer Jezus daar in het midden is (Mt 18:2020Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.)?

De ontmoeting van Saul met deze drie mannen vindt plaats bij “Elon-Tabor” of ‘de eik van Tabor’. De eik is een symbool van kracht en duurzaamheid. Een eik kan heel hoog en heel oud worden en is heel schaduwrijk. “Tabor” betekent ‘hoogte’. Na de dood en het graf van Rachel bij Zelzah spreekt de eik van Tabor van de kracht van het geestelijk leven dat beleefd wordt op de hoogte van gemeenschap met God én met anderen.

Na het inzien van eigen zwakheid moeten we leren waar Gods kracht te vinden is. Leven in gemeenschap met anderen geeft kracht. Dat gebeurt in het “huis van God, dat is [de] gemeente van [de] levende God” (1Tm 3:1515Maar als ik uitblijf, [schrijf ik] opdat je weet hoe men zich moet gedragen in [het] huis van God, dat is [de] gemeente van [de] levende God, [de] pilaar en grondslag van de waarheid.). Na de persoonlijke les in het vorige teken, moeten we daarna zien dat we niet alleen zijn. God kunnen we vinden in Zijn huis. In de praktijk is dat in de gemeente, zoals die plaatselijk samenkomt (1Ko 1:22aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan [de] geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen, in elke plaats, die de Naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, zowel hun als onze [Heer]:).

De drie mannen hebben ook iets bij zich. Ze hebben drie bokjes, dat is voor ieder één. Een geitenbokje is het dier dat voornamelijk wordt gebruikt als zondoffer. Dat leert ons dat we bij God komen in het besef van wie we van nature zijn, maar dat God ons kan aannemen op grond van het werk dat de Heer Jezus als het ware Zondoffer voor onze zonden heeft gedaan. Ze hebben ook ieder een brood bij zich. Dit brood kunnen ze met anderen delen, wat ze in het volgende vers ook doen. De ene kruik wijn kan als drankoffer worden gebracht.

Het spreekt ervan dat we geestelijk voedsel meenemen als we naar de samenkomst van de gemeente gaan om dat met anderen te delen. Samen kunnen we onze dankbaarheid en blijdschap, waarvan de wijn spreekt, aan God aanbieden. Alles op de grondslag van het zondoffer.

Samuel zegt ook dat deze mannen, zonder dat ze Saul kennen, hem naar zijn welstand zullen vragen en hem twee broden zullen geven. Het brood kan hij gebruiken op zijn verdere reis. Zij gaan naar Bethel om het offer aan de priester te geven. Het is alsof ze Saul uitnodigen met hen mee te gaan. Het is belangrijk om priesterdienst te leren kennen. Er is voor Saul geen bokje. Hij vraagt er ook niet naar.

Enkele verzen verder komt Saul in contact met profeten op een wijze dat er zelfs wordt gevraagd of Saul onder de profeten is. Nog later wordt hij koning. We zien dat God Saul in verbinding brengt met het priesterschap, de profetendienst en het koningschap. Maar welke invloed heeft dat op zijn leven? Hij zal alleen als koning gaan optreden. In hoeverre hij koning is naar Gods gedachten zonder iets van priesterdienst en ware profetendienst te kennen, zal zijn geschiedenis laten zien.


Het teken op de heuvel van God

5Daarna zult u op de heuvel van God komen, waar garnizoenen van de Filistijnen liggen. En het zal gebeuren, als u daar in de stad komt, dat u een groep profeten tegen zult komen, die van de hoogte afkomt. Zij hebben luiten, tamboerijnen, fluiten en harpen bij zich, en zijn aan het profeteren. 6Dan zal de Geest van de HEERE over u vaardig worden en u zult samen met hen profeteren; u zult in een ander mens veranderd worden.

Na de ontmoeting met de twee mannen in Zelzah en de drie mannen bij Tabor, voorzegt Samuel dat Saul een groep profeten zal ontmoeten. Dat zal gebeuren bij “de heuvel van God”. Daar liggen “garnizoenen van de Filistijnen”. Als hij daar is, is hij bijna thuis, want het is in de buurt van zijn huis (vers 2626Saul ging ook naar zijn huis in Gibea, en uit het leger gingen zij met hem mee van wie God het hart had aangeraakt.). Na de tegenwoordigheid van God in Bethel, komt Saul nu in de tegenwoordigheid van de vijand. Daar krijgt hij ook belangrijk onderwijs.

Op de heuvel van God ligt een stad die niet is bezet door de Filistijnen, maar waar zij toch wel garnizoenen hebben liggen. Waar de heerlijkheid van God gezien moet worden, wordt de macht van de vijand gezien. Het teken dat Saul hier krijgt, wil zoveel zeggen dat hij, om de vijand te verdrijven, de Geest van God zal krijgen. Na onderwijs over zelfoordeel bij het graf en bemoediging in verbinding met het huis van God krijgt Saul in dit teken onderricht in de kracht en de leiding van de Heilige Geest. Dit gaat gepaard met muziek, met uitingen van vreugde die mensen mogen beleven in de tegenwoordigheid van God, in het aangezicht van de vijand.

Dat Saul door de Geest aangegrepen wordt, wil niet zeggen dat hij wedergeboren is of dat op dit moment wordt. Ook ongelovigen kunnen door de vrijmacht van God bij gelegenheid door de Geest aangegrepen worden. We zien dat bij de ongelovige hogepriester Kajafas (Jh 11:5151Dit nu zei hij niet uit zichzelf, maar daar hij hogepriester in dat jaar was, profeteerde hij dat Jezus zou sterven voor het volk;) en de ongelovige Bileam (Nm 23-24). Ongelovigen die volop meedraaien in een gemeente, zijn tijdens hun verblijf in dit christelijk gezelschap waar de Geest werkt, “deelgenoten van [de] Heilige Geest” (Hb 6:4b4Want het is onmogelijk hen die eens verlicht zijn geweest en van de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoten van [de] Heilige Geest geworden zijn,).

Van een inwoning van de Geest in de persoon is in zulke gevallen echter geen sprake. De verandering van Saul “in een ander mens” heeft alleen op het uiterlijk betrekking. Ook de verandering van zijn innerlijk is slechts een verandering van gevoel. Van bekering is geen sprake. Hij zal zich als een hardnekkige vijand van Gods gezalfde koning (David) openbaren en in volslagen duisternis sterven.


God wil met Saul zijn

7En het zal gebeuren als deze tekenen u overkomen, doe [dan] wat uw hand vindt, want God zal met u zijn.

In de hele voorbereiding van Saul op het koningschap maakt God duidelijk dat Hij aan zijn kant staat. Saul is niet vanaf het begin verworpen, evenmin als Israël vanaf het begin verworpen is geweest. Pas als het volk ondanks al Gods vermaningen zijn hardnekkige weigering om Hem te dienen heeft getoond, verwerpt Hij hen en laat Hij hen in ballingschap wegvoeren.

Nadat God door al deze tekenen Saul heeft laten zien dat hij onder Zijn speciale leiding staat, geeft God hem de extra verzekering dat hij niet bang hoeft te zijn om te doen wat zijn hand vindt om te doen. Het eerste wat zijn hand vindt, is de strijd in het volgende hoofdstuk.

Al deze tekenen zijn bedoeld om hem te laten nadenken over zijn leven en de opdracht die God voor hem heeft. Hij moet de indruk hebben gekregen dat Samuel een man Gods is die heeft gesproken wat God hem in de mond heeft gelegd. Als alles precies zo gebeurt als Samuel heeft voorzegd, zou hem dat zeker tot het besef hebben moeten brengen dat God hem wil gebruiken. Het vragen naar de betekenis van gebeurtenissen en gelijkenissen maakt de ware discipel openbaar (Mk 4:10-1210En toen Hij alleen was, vroegen zij die Hem omringden, met de twaalf, Hem naar de gelijkenissen.11En Hij zei tot hen: U is de verborgenheid van het koninkrijk van God gegeven; maar tot hen die buiten zijn, komt alles in gelijkenissen,12opdat zij kijkend kijken en niet zien, en horend horen en niet verstaan; opdat zij niet misschien zich bekeren en hun vergeven wordt.).

Wat Saul overkomt, laat zien dat God tegen ons zegt dat wij ons geheiligde, nuchtere verstand moeten gebruiken. Eerst laat Hij zien dat ons leven volkomen voor Hem openligt. De gebeurtenissen worden bekendgemaakt. Maar de reactie daarop laat Hij aan ons over. Het is ermee als met Petrus, als hij eenmaal uit de gevangenis is bevrijd. Hij overlegt dan bij zichzelf wat hij zal doen (Hd 12:11-1211En Petrus, tot zichzelf gekomen, zei: Nu weet ik waarlijk, dat <de> Heer Zijn engel heeft uitgezonden en mij heeft verlost uit [de] hand van Herodes en uit al de verwachting van het volk der Joden.12En toen hij dit had overlegd, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die bijgenaamd was Markus, waar velen waren samenvergaderd en in gebed waren.). Een van de meest Goddelijke bekwaamheden die we hebben, is het vormen van een oordeel na afweging van voor en tegen. Dat gaat buiten het afgaan op tekenen om.


Saul moet naar Gilgal en daar wachten

8Ga voor mij uit naar Gilgal; zie, ik zal naar u toe komen om brandoffers te brengen [en] om dankoffers te brengen. Zeven dagen moet u [daar] wachten, totdat ik bij u kom en u bekendmaak wat u moet doen.

Na de voorzegging van de tekenen geeft Samuel de opdracht aan Saul om naar Gilgal te gaan en daar op hem te wachten. Gilgal is de plaats waar de besnijdenis heeft plaatsgevonden (Jz 5:2-92In die tijd zei de HEERE tegen Jozua: Maak u stenen messen en besnijd de Israëlieten opnieuw, voor de tweede keer.3Toen maakte Jozua voor zich stenen messen en besneed de Israëlieten op de Heuvel van de voorhuiden.4Dit was de reden waarom Jozua hen besneed: heel het volk dat uit Egypte getrokken was, de mannen, alle strijdbare mannen, waren onderweg gestorven in de woestijn, nadat zij uit Egypte getrokken waren.5Immers, al het volk dat er uittrok, was besneden. Al het volk echter dat onderweg geboren was in de woestijn, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.6Want de Israëlieten waren veertig jaar onderweg in de woestijn, totdat heel het volk van strijdbare mannen die uit Egypte getrokken waren, omgekomen was. Zij hadden niet naar de stem van de HEERE geluisterd, [en daarom] had de HEERE hun gezworen dat Hij aan hen het land dat de HEERE aan hun vaderen gezworen had ons te geven, niet zou laten zien, een land dat overvloeit van melk en honing.7Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld. Jozua heeft hen besneden, omdat zij de voorhuid hadden, want zij hadden hen onderweg niet besneden.8En het gebeurde, toen zij het besnijden van heel het volk voltooid hadden, dat zij op hun plaats bleven in het kamp tot zij genezen waren.9Verder zei de HEERE tegen Jozua: Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld. Daarom gaf men die plaats de naam Gilgal, tot op deze dag.). De besnijdenis is een beeld van het oordeel over het vlees van de gelovige dat Christus aan het kruis heeft ondergaan (Ko 2:1111In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus,). Door deze opdracht zorgt Samuel ervoor dat hij in verbinding met Saul blijft. Deze opdracht moet Saul het voortdurende bewustzijn geven dat hij alleen naar Gods Woord, waarvan Samuel de verpersoonlijking is, moet handelen. De opdracht is een oefening in geduld. Hoe Saul daarmee omgaat, wordt in 1 Samuel 13 beschreven.


De tekenen gebeuren

9En het gebeurde, toen Saul zich omkeerde om bij Samuel weg te gaan, dat God zijn hart [in] een ander veranderde; en al die tekenen overkwamen [hem] op die dag. 10Toen zij daar bij de heuvel kwamen, zie, een groep profeten kwam hem tegemoet; en de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en hij profeteerde in hun midden. 11Toen ieder die hem sinds jaar en dag kende, zag dat hij – zie! – met de profeten profeteerde, zei het volk, de een tegen de ander: Wat is er toch gebeurd met de zoon van Kis? Is Saul ook onder de profeten? 12Toen antwoordde iemand daarvandaan: En wie is hun vader? Daarom is het een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?

Als Saul bij Samuel vandaan gaat, geeft God hem een ander hart. Dat wil niet zeggen dat Hij Saul nieuw leven geeft, maar Hij geeft hem de innerlijke bekwaamheid of wijsheid om Zijn volk te besturen en goede beslissingen te nemen. Het sluit aan bij vers 66Dan zal de Geest van de HEERE over u vaardig worden en u zult samen met hen profeteren; u zult in een ander mens veranderd worden. waar Samuel tegen Saul zegt dat de Geest van de HEERE over hem vaardig zal worden, waardoor hij in een andere man zal veranderen. De boerenzoon zal zich zijn koninklijke waardigheid bewust worden. Dat zal aan hem te zien zijn en uit zijn daden blijken.

Hieruit blijkt dat God Saul alles ter beschikking stelt om hem bekwaam te maken voor zijn taak. Het zijn echter slechts uiterlijke kenmerken, zonder dat er sprake is van nieuw leven. Nieuw leven wordt alleen gegeven op grond van berouw over de zonden en bekering tot God met belijdenis daarvan. Dat heeft bij Saul nooit plaatsgevonden.

Alle tekenen gebeuren zoals tegen Saul is gezegd. Op het derde teken gaat de Heilige Geest nader in vanwege de bijzonderheden die daarmee verbonden zijn. Er wordt duidelijk dat geestelijke uitingen voor Saul een volkomen vreemde zaak zijn. Anderen nemen waar dat hij zich ‘geestelijk’ gedraagt en spotten over zijn houding. Wat ze nu zien, is voor hen verbazingwekkend. Zo kennen ze Saul niet. Saul is dan ook alleen uiterlijk een profeet, hij gedraagt zich als een profeet onder hen. Zijn leven dat zij tot nu toe hebben gezien, heeft niets met dat van de discipelen van de profeten gemeen.

Het is duidelijk dat Saul niet gekenmerkt wordt door enige vrees voor God of geloof in Hem, maar Gods Geest laat zien wat Saul had moeten zijn. Om koning te zijn naar Gods hart, is de leiding van Gods Geest nodig. Het gaat niet om een nieuwe instelling, maar om nieuw leven door wedergeboorte.

“Iemand daarvandaan” (vers 1212Toen antwoordde iemand daarvandaan: En wie is hun vader? Daarom is het een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?) is iemand uit Gibea of iemand uit de menigte die om de profeten heen staat. De vraag “wie is hun vader?” kan betekenen dat wordt gevraagd naar hun afstamming, hoe ze gezien moeten worden. De vraag “wie is hun vader?” (en niet ‘wie is hun president of voorzitter?’) kan ook betekenen: ‘Is hun vader ook een profeet’ dat wil zeggen ‘hebben zij de profetische geest krachtens hun geboorte?’ Als met “vader” het hoofd of de leider van de profeten wordt bedoeld (vgl. 1Kr 25:66Deze allen [stonden] onder leiding van hun vader [opgesteld] voor het lied in het huis van de HEERE met cimbalen, luiten, en harpen, voor de dienst in het huis van God, onder leiding van de koning – Asaf, Jeduthun en Heman.; 2Kn 2:1212Elisa zag het en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen van Israël en zijn ruiters! En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn kleren en scheurde ze in twee stukken.), betekent de vraag: ‘Wat voor soort leider hebben zij dat zij een persoon als Saul in hun gezelschap toelaten?’

Het spreekwoord zegt veel over Saul. Het spreekwoord wordt gebruikt om een volkomen onverwacht en onverklaarbaar verschijnsel te beschrijven. Het brengt de verbazing tot uitdrukking over een persoon die verschijnt in een sfeer van leven waar hij tot dan toe volkomen vreemd is geweest, waarin hij zich nooit heeft vertoond.


De oom van Saul

13Toen hij opgehouden had met profeteren, kwam hij aan op de hoogte. 14De oom van Saul zei tegen hem en zijn knecht: Waar zijn jullie heen gegaan? Hij zei: De ezelinnen zoeken, en toen wij zagen dat ze er niet waren, kwamen wij bij Samuel. 15Toen zei de oom van Saul: Vertel mij toch, wat heeft Samuel tegen jullie gezegd? 16Saul zei tegen zijn oom: Hij heeft ons duidelijk laten weten dat de ezelinnen gevonden waren. Maar de zaak van het koningschap, waar Samuel over gesproken had, vertelde hij hem niet.

Aan het profeteren van Saul komt een einde. Ook verlaat hij het gezelschap van de profeten. Hij is even in de ban ervan geweest, maar het gevolg is niet blijvend. Zijn leven gaat door op dezelfde voet als ervoor. Hij komt bij zijn oom, die vraagt waar ze zijn geweest. Saul geeft antwoord. Dat hij bij Samuel is geweest, is voor zijn oom aanleiding om door te vragen. Heeft hij iets aangevoeld van wat er met Saul gaat gebeuren?

Saul vertelt in zijn antwoord geen onwaarheden, maar hij is niet volledig. Hij houdt iets achter. Saul zwijgt over het koningschap. Wat daarvan de reden is, staat er niet bij. We kunnen dat positief duiden en het toeschrijven aan een nederige houding van Saul. We kunnen het ook negatief duiden, als een begeerte naar macht en roem waarmee hij nog niet naar buiten wil komen, omdat hij daarvoor de tijd nog niet gekomen acht.


Saul als koning voorgesteld

17Maar Samuel riep het volk samen bij de HEERE, in Mizpa. 18En hij zei tegen de Israëlieten: Zo heeft de HEERE, de God van Israël, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte geleid, en Ik heb u uit de hand van de Egyptenaren gered, en uit de hand van alle koninkrijken die u onderdrukten. 19Maar u hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en u hebt tegen Hem gezegd: Stel een koning over ons aan. Nu dan, stel u op voor het aangezicht van de HEERE, overeenkomstig uw stammen en uw duizenden. 20Toen Samuel al de stammen van Israël naar voren liet komen, werd de stam van Benjamin [door het lot] aangewezen. 21Toen hij de stam van Benjamin naar voren liet komen, [opgesteld] naar zijn geslachten, werd het geslacht van Matri aangewezen; en Saul, de zoon van Kis, werd aangewezen. Ze zochten hem, maar hij werd niet gevonden. 22Toen raadpleegden zij de HEERE opnieuw: Is die man wel hierheen gekomen? De HEERE zei: Zie, hij heeft zich tussen de bagage verstopt. 23Zij snelden erheen en namen hem vandaar mee. Hij ging midden tussen het volk staan, en van zijn schouders en hoger was hij langer dan heel het volk. 24Toen zei Samuel tegen heel het volk: Ziet u wie de HEERE uitgekozen heeft? Want zoals hij is er niemand onder het hele volk. Toen juichte het hele volk, en zij zeiden: Leve de koning!

Na Gods privéhandelingen met Saul in het verborgene wordt Saul nu aan het volk voorgesteld. Samuel roept daartoe het volk op om bij de HEERE in Mizpa te komen. Het volk wordt in Gods tegenwoordigheid geplaatst. Samuel treedt op als vertegenwoordiger van de HEERE. Hij herinnert het volk nog eens aan Wie God is en wat Hij voor hen heeft gedaan. Daartegenover stelt hij dat ze nu hun God verwerpen, Die zo goed voor hen is geweest, en dat ze in Zijn plaats een mens als leider verkiezen.

Saul wordt door het lot aangewezen. Op deze wijze wordt elke verdachtmaking aan een vooropgezet plan door Samuel, of de gedachte aan een geheime afspraak tussen Samuel en Saul, onmogelijk gemaakt. Het is voor iedereen duidelijk dat de HEERE Saul aanwijst. “Het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daardoor komt van de HEERE” (Sp 16:3333Het lot wordt in de schoot geworpen,
maar elke beslissing daardoor komt van de HEERE.
)
. Het lot “doet geschillen ophouden” (Sp 18:18a18Het lot doet geschillen ophouden,
en maakt scheiding tussen de machtigen.
)
.

Als men Saul naar voren wil halen, blijkt hij onvindbaar. Zou dat het volk in zijn enthousiasme kunnen remmen? Zouden ze hierdoor op hun schreden terugkeren? Het lijkt een laatste poging van de HEERE te zijn om Zijn volk tot inkeer te brengen.

Als Saul niet te vinden is, wordt aan de HEERE gevraagd of de man wel gekomen is. Dit zal ongetwijfeld gebeurd zijn via de hogepriester door middel van de urim en de tummim (Nm 27:2121En hij moet voor Eleazar, de priester, gaan staan, en die zal voor hem vragen naar het oordeel van de urim, voor het aangezicht van de HEERE. Op zijn bevel zullen zij uitgaan en op zijn bevel zullen zij ingaan, hij, en al de Israëlieten met hem, heel de gemeenschap.; Ri 20:27-2827En de Israëlieten raadpleegden de HEERE, want in die dagen bevond zich daar de ark van het verbond van God.28En Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, stond in die dagen voor Zijn aangezicht en zei: Zal ik nog eens ten strijde trekken tegen mijn broeder, de Benjaminieten, of zal ik [ervan] afzien? En de HEERE zei: Trek op, want morgen zal Ik hem in uw hand geven.). Bij een zo belangrijke vergadering van het volk waar een koning wordt gekozen, zal de hogepriester zeker aanwezig zijn geweest, hoewel dit niet uitdrukkelijk wordt vermeld. Hoofdpersoon is niet de priester, maar Samuel die als profeet van de HEERE de leiding bij deze samenkomst heeft.

De HEERE antwoordt en laat weten dat Saul zich heeft verstopt tussen de bagage. Saul lijkt een stuk bagage te zijn geworden, iets wat door anderen wordt versleept, terwijl er nuttige zaken in zitten. Is dit verstoppen een daad van bescheidenheid of een daad van angst? Ziet hij op tegen de verantwoordelijkheden die het koningschap met zich meebrengt?

Hij weet van tevoren dat hij door het lot zal worden aangewezen. Toch loopt hij weg. Voor God kun je echter niet weglopen. Weglopen is niet goed en werkt niet ten goede van Gods volk. Het komt voort uit een denken aan jezelf en niet aan de belangen van God en Zijn volk. Het uiteindelijke gevolg is dat de mens wordt verhoogd en niet God.

De Heer Jezus heeft Zich ook eens aan de menigte onttrokken, als ze Hem koning willen maken (Jh 6:1515Daar nu Jezus wist dat zij zouden komen en Hem met geweld wegvoeren om Hem koning te maken, ontweek Hij opnieuw op de berg, Hij alleen.). Bij Hem wordt hierin Zijn volmaaktheid openbaar. Hij wil niet de koning naar de vleselijke wensen van het volk zijn. Het is op dat moment niet de tijd van de Vader om Zich als Koning te openbaren. Eerst moest Hij de verheerlijking van Zijn Vader op aarde volkomen volbrengen.

Als Saul te midden van het volk staat, spreekt Samuel niet over Saul als de keus van het volk, maar als de keus van de HEERE. Dat is niet om de verantwoordelijkheid van het volk weg te nemen, maar omdat niemand beter weet wat de keus van het volk is, dan de HEERE. Daarom heeft Hij een man uitgekozen met wie niemand kan concurreren. De man beantwoordt volledig aan de smaak van het volk.

Als het volk hem ziet, zijn ze dan ook allemaal diep onder de indruk van deze geweldige man en ze bejubelen hem. Saul is een man van wie elke centimeter koning is. Hij steekt met kop en schouders boven het volk uit. Maar … waarmee hij boven het volk uitsteekt, zal bij zijn dood van hem worden afgehouwen (1Sm 31:8-98En het gebeurde de volgende dag, toen de Filistijnen kwamen om de gesneuvelden te plunderen, dat zij Saul en zijn drie zonen vonden, liggend op het gebergte Gilboa.9Zij hakten zijn hoofd af en trokken [hem] zijn wapenrusting uit, en zij stuurden die rond in het land van de Filistijnen, om de boodschap te brengen in het huis van hun afgoden en aan het volk.). Ook de nieuwtestamentische Saul steekt boven zijn leeftijdsgenoten uit (Gl 1:1414en in het Jodendom meer toenam dan vele leeftijdgenoten in mijn geslacht, daar ik een nog groter ijveraar was voor de overleveringen van mijn vaderen.; Fp 3:4b-64hoewel ik zelfs reden heb op vlees te vertrouwen. Als iemand anders meent op vlees te [kunnen] vertrouwen, ik nog meer:5besneden op [de] achtste dag, uit [het] geslacht van Israël, van [de] stam van Benjamin,6een Hebreeër uit [de] Hebreeën; wat [de] wet betreft een farizeeër; wat [de] ijver betreft een vervolger van de gemeente; wat [de] gerechtigheid betreft die in [de] wet is, onberispelijk.). Hij wordt echter in een ontmoeting met de verheerlijkte Heer klein gemaakt. De man die hoog in het zadel zat, ”viel op de grond” (Hd 9:44en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?).

De Israëlieten vergelijken hun koning met zichzelf en niet met de HEERE. Dat komt neer op het vergelijken van onszelf met onszelf (vgl. 2Ko 10:12b12Want wij durven ons niet rekenen tot of vergelijken met sommigen van hen die zichzelf aanbevelen; maar dezen, terwijl zij zichzelf naar zichzelf afmeten en zichzelf met zichzelf vergelijken, zijn onverstandig.). Dat doen we namelijk als we onszelf met andere mensen vergelijken. De anderen zijn evenzeer mens als wij dat zijn.


Reacties op de aanstelling van Saul

25Samuel sprak tot het volk over de bepalingen met betrekking tot het koningschap, schreef ze op een boekrol, en legde die voor het aangezicht van de HEERE. Toen liet Samuel het hele volk gaan, ieder naar zijn huis. 26Saul ging ook naar zijn huis in Gibea, en uit het leger gingen zij met hem mee van wie God het hart had aangeraakt. 27Maar verdorven lieden zeiden: Hoe zou deze [man] ons verlossen? Zij verachtten hem en brachten hem geen geschenk. Hij hield zich echter doof.

Samuel legt op een boekrol vast wat van belang is naar aanleiding van de keus van het volk. Eerder heeft hij verteld wat de koning zal doen (1Sm 8:1111Hij zei: Dit zal de handelwijze zijn van de koning die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen om hen voor zich in te zetten bij zijn wagens en zijn ruiterij, en om hen voor zijn wagen uit te laten lopen.), nu legt hij het volk het recht van het koningschap voor, de wetten en inzettingen voor het volk. Het is niet onmogelijk dat Samuel bij deze gelegenheid eenvoudig de koningswet heeft overgeschreven (Dt 17:14-2014Wanneer u in het land komt dat de HEERE, uw God, u geeft, en u dat in bezit neemt en erin woont, en u [dan] zegt: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals al de volken die rondom mij zijn,15dan moet u voorzeker hem tot koning over u aanstellen die de HEERE, uw God, verkiezen zal. Uit het midden van uw broeders moet u een koning over u aanstellen; u mag geen buitenlander over u zetten, die uw broeder niet is.16Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.17Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn hart afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen.18Verder moet het [zó] zijn, als hij op de troon van zijn koninkrijk zit, dat hij voor zichzelf op een boekrol een afschrift van deze wet schrijft, vanuit [de rol] die onder het toezicht van de Levitische priesters is.19Dat moet bij hem zijn en hij moet er alle dagen van zijn leven in lezen om de HEERE, zijn God, te leren vrezen [en] om alle woorden van deze wet en deze verordeningen in acht te nemen door [ze] te houden,20opdat zijn hart zich niet verheft boven zijn broeders, opdat hij niet afwijkt van het gebod, naar rechts of naar links en opdat hij [zijn] dagen verlengt in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, te midden van Israël.). Wat hij heeft geschreven, legt hij neer “voor het aangezicht van de HEERE”, dat wil zeggen bij de ark (Dt 31:2626Neem dit wetboek en leg het naast de ark van het verbond van de HEERE, uw God, zodat het daar is als getuige tegen u.). Na deze gebeurtenissen laat Samuel het hele volk gaan, ieder naar zijn huis, naar hun eigen, vertrouwde woonomgeving.

Saul gaat ook naar zijn huis en nog niet naar de troon. Het gejuich is verstomd. Het volk heeft de koning die ze willen, maar de verbondenheid aan hem lijkt niet groot te zijn. Alleen zij, bij wie God dat in hun hart heeft gewerkt, gaan met hem mee. Zij erkennen Saul als door God over hen aangesteld. Misschien zou er anders helemaal niemand met de nieuw gekozen koning mee zijn gegaan. Ook David zal later Saul erkennen, zoals Samuel dat ook heeft gedaan.

Er zijn ook mensen die niets in Saul zien. Dat is niet omdat ze meer van de HEERE verwachten dan van deze man. Zij leggen zich eenvoudig niet bij de door God gegeven koning neer, mogelijk uit jaloersheid dat hij en niet zij tot leider zijn gekozen. Elke keus van God maakt de gedachten van harten openbaar. Ze hadden hun vraag (vers 2727Maar verdorven lieden zeiden: Hoe zou deze [man] ons verlossen? Zij verachtten hem en brachten hem geen geschenk. Hij hield zich echter doof.) moeten stellen toen het om God ging. Nu is het een boze vraag. Op deze uitingen reageert Saul op een goede manier. We kunnen daaraan een voorbeeld nemen als er van onze lelijke dingen worden gezegd.


Lees verder