Deuteronomium
Inleiding
Inleiding

De schrijver van het boek Deuteronomium is Mozes. Dat wordt in het Nieuwe Testament op verschillende plaatsen vermeld in verband met citaten uit dit boek (Dt 25:5-65Wanneer broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag de vrouw van de gestorvene niet [de vrouw] van een vreemde man buiten [de familie] worden. Haar zwager moet bij haar komen en haar voor zichzelf tot vrouw nemen, en [zo zijn] zwagerplicht tegenover haar vervullen.6En het moet [zó] zijn dat het eerste kind dat zij baart, op naam van zijn gestorven broer zal staan, zodat diens naam niet uit Israël wordt uitgewist. in Mt 22:2424en zij vroegen Hem aldus: Meester, Mozes heeft gezegd: Als iemand kinderloos sterft, dan zal zijn broer met diens vrouw het zwagerhuwelijk sluiten en zijn broer nageslacht verwekken.; Dt 18:15-1915Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,16overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag [dat u daar] bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.17Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben.18Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.19En [met] de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal [het zó] zijn: Ík zal [rekenschap] van hem eisen. in Hd 3:22-2322Mozes heeft immers gezegd: ‘Een Profeet zal [de] Heer uw God u verwekken uit uw broeders, zoals Hij mij [verwekte]: naar Hem zult u horen overeenkomstig alles wat Hij tot u zal spreken;23en het zal gebeuren, dat elke ziel die niet hoort naar die Profeet, zal worden uitgeroeid uit het volk’.; Dt 9:1919Want ik was bevreesd vanwege [Zijn] toorn en grimmigheid: de HEERE was [zo] toornig op u dat Hij u [wilde] wegvagen. De HEERE verhoorde mij echter ook die keer. in Hb 12:2121en zo vreselijk was het gezicht, dat Mozes zei: ‘Ik ben vol vrees en ik beef zeer’),). Mozes heeft het boek kort voor zijn dood geschreven (Dt 31:2424En het gebeurde, toen Mozes gereed was met het schrijven van de woorden van deze wet in een boek totdat zij voltooid waren,). Het laatste hoofdstuk, waarin zijn dood wordt opgetekend, is waarschijnlijk door Jozua geschreven.

Het boek beschrijft de bijzondere situatie waarin het volk verkeert. Enerzijds heeft het de woestijnreis achter zich. Anderzijds staat het op het punt in het bezit te worden gesteld van wat God aan de aartsvaders heeft beloofd. Het is de HEERE erom te doen het volk voor te bereiden op het veroveren en in bezit nemen van het land.

Het boek heeft een eigen bijzonder karakter. De namen van de vijf boeken van Mozes zijn gegeven door de vertalers van het Oude Testament vanuit het Hebreeuws in het Grieks. Zij hebben boven elk boek een Griekse titel geplaatst. ‘Deuteronomium’ betekent ‘tweede wet’, in de zin van herhaling. Het boek is echter geen herhaling. Veel onderwerpen die in eerdere boeken aan de orde zijn geweest, komen wel terug, maar ze worden in dit boek voorgesteld met een speciaal doel dat de andere boeken niet hebben.

In Deuteronomium wordt iets nieuws toegevoegd. Het volk heeft de ervaringen van de woestijn achter de rug. Het heeft ondervonden wat in hun hart is. In de veertig jaar die ze in de woestijn hebben rondgetrokken, hebben ze niets geleerd, niet over zichzelf en niet over God Die hen heeft gedragen en verzorgd. In enkele lange toespraken stelt Mozes in dit boek die ervaringen voor, zowel met zichzelf als met God. Hij stelt hun ook de toekomst voor.

Voordat ze de Jordaan doorgaan, roept Mozes hen met dit lange boek op tot bezinning. Hij stelt hun de zegen, maar ook de vloek voor. Gods genade hebben ze ervaren, wat zullen ze daarmee doen? De dringende vraag die gaandeweg op het volk afkomt, is deze: Zijn jullie van plan God te dienen of willen jullie je eigen weg gaan?

Het is tragisch dat het vanaf het begin duidelijk is dat ze van het verleden niets hebben geleerd en dat ze het ook in de toekomst zullen verderven. Dat laten Deuteronomium 28–29 zien. Maar er is een keerpunt in Deuteronomium 29 waar we lezen over “de verborgen dingen” (Dt 29:2929De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen.). De “geopenbaarde dingen” waarvan in dat vers ook sprake is, zijn in de voorgaande hoofdstukken besproken. Daarin is gehoorzaamheid voorgesteld als de zekere weg naar de zegen, en ongehoorzaamheid als de zekere weg naar het verderf. Maar in “de verborgen dingen” zien we wat God achter de hand heeft als het volk het heeft verdorven. Nadat God hen vanwege hun ontrouw heeft verstrooid onder de volken, zal Hij hen tot bekering brengen. God wil met hen te maken hebben, al willen zij niet met Hem te maken hebben. Dat is ook nu nog toekomst.

We hebben in het Oude Testament te maken met typologische voorstellingen waarin God bepaalde waarheden uit het Nieuwe Testament illustreert. Daartoe is alles wat Israël is overkomen, opgetekend. Het is zelfs gebeurd tot voorbeelden voor ons, opdat wij geen begeerte in [het] kwade zouden hebben, zoals zij er begeerte in hadden” (1Ko 10:66En deze dingen gebeurden tot voorbeelden voor ons, opdat wij geen begeerte in [het] kwade zouden hebben, zoals zij er begeerte in hadden.; 10:1111<Al> deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, op wie de einden van de eeuwen zijn gekomen.).

In Genesis, de eerste helft van Exodus en in Numeri hebben we veel geschiedenissen. De tweede helft van Exodus en het boek Leviticus geven voorschriften. Die voorschriften geven aan hoe het volk in verbinding met God kan zijn en met Hem gemeenschap kan hebben. Dat kan op de grondslag van het offer, wat dan ook het centrale thema van de voorschriften is. Ook die voorschriften hebben in de eerste plaats betekenis voor ons, want Israël heeft zich in de praktijk nooit aan die voorschriften gehouden (Am 5:25-2625Hebt u Mij slachtoffers en graanoffers gebracht
in de woestijn, veertig jaar [lang], huis van Israël?26U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen,
en Kewan, uw beelden,
de sterren, uw goden, die u voor uzelf hebt gemaakt!
)
. In de brief aan de Hebreeën wordt de betekenis voor ons genoemd: het zijn “de zinnebeelden van de dingen die in de hemelen zijn” (Hb 9:2323Het was dus nodig dat wel de zinnebeelden van de dingen die in de hemelen zijn hierdoor gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelf door betere slachtoffers dan deze.).

In dit boek zien ook wij terug op wie wij zijn geweest en wat God voor ons is geweest. We leren hoe de zegeningen die nu al ons deel zijn, werkelijkheid voor ons kunnen worden. De hemel is al in ons. De vraag die op Israël afkomt, komt ook op ons af: Wat is ons erfdeel ons waard? De kortste weg van Egypte naar het beloofde land is elf dagen (Dt 1:22Vanaf de Horeb in de richting van het Seïrgebergte, tot aan Kades-Barnea, is het elf dagen [reizen].). Maar net als Israël hebben ook wij veel tijd nodig om te leren wie we zelf zijn en Wie God is. Als we dat enigszins hebben geleerd door de soms harde en langdurige ervaringen van het leven van elke dag, is het mogelijk om ons hart te richten op het land vóór ons, waar de Heer Jezus is.

Het hele boek speelt zich af in de vlakten van Moab aan de Jordaan (Nm 36:1313Dit zijn de geboden en de bepalingen die de HEERE de Israëlieten door de dienst van Mozes geboden heeft, in de vlakten van Moab, aan de Jordaan, [ter hoogte] van Jericho.; Dt 1:11Dit zijn de woorden die Mozes tot heel Israël gesproken heeft, aan deze zijde van de Jordaan, in de woestijn, op de Vlakte tegenover Suf, tussen Paran enerzijds en Tofel, Laban, Hazeroth en Dizahab anderzijds.). Om de betekenis van het boek voor ons te leren kennen, moeten we begrijpen wat de geestelijke betekenis van deze vlakten van Moab voor ons is. We kunnen daarvan iets leren uit de brieven van Paulus. In de brief aan de Romeinen legt hij uit, hoe iemand verlost wordt uit de wereld, waarvan Egypte een beeld is. Hij spreekt in Romeinen 6 over de doop als de overgang naar een nieuw leven: Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood, opdat, zoals Christus uit [de] doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen” (Rm 6:44Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood, opdat, zoals Christus uit [de] doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen.). In beeld zien we dat in de doortocht door de Rode Zee (1Ko 10:1-21Want ik wil niet, broeders, dat u onbekend is, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee zijn heengegaan,2allen tot Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee,).

De gedoopte gelovige hoort niet meer bij de wereld. Die is voor hem een woestijn geworden. In die woestijn doet hij, net als het volk Israël, allerlei ervaringen op, zowel met zichzelf als met God. Naarmate hij meer leeft door het geloof in de Zoon van God en minder geleefd wordt door de omstandigheden, nadert hij om zo te zeggen de vlakten van Moab. Er is geestelijke groei als de Heilige Geest gelegenheid krijgt het hart van de christen steeds meer op Christus te richten.

Iemand is, geestelijk gesproken, in de vlakten van Moab aangekomen, als zijn hart vol is van Christus. Dat zien we in de brief aan de Filippenzen. Daar horen we iemand zeggen, niet als een leerstuk, maar door ervaring geleerd: ”Ik vermag alles door Hem Die mij kracht geeft” (Fp 4:1313Ik vermag alles door Hem Die mij kracht geeft.). Hoe komt het dat we elke keer door honger en gevaar ondersteboven raken? Omdat we, geestelijk gesproken, nog niet in de vlakten van Moab zijn aangekomen. Iemand die niet meer onder de indruk komt van de gevaren en problemen van de woestijn, is aangekomen in de vlakten van Moab. Zo iemand ziet terug op de ervaringen van de woestijn als een beleven van de goedheid van de Heer. Zo iemand is Paulus in de brief aan de Filippenzen. Hij is daar vol “van de hemelse roeping van God in Christus Jezus” (Fp 3:1414maar één ding [doe ik]: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat vóór is, jaag ik in de richting van [het] doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus.).

Het boek Deuteronomium is de oudtestamentische tegenhanger van de brief aan de Filippenzen. De harten worden in Deuteronomium warm gemaakt voor het land. In de brief aan de Filippenzen worden de harten door de Heilige Geest bij monde van Paulus warm gemaakt voor de hemel. In Deuteronomium doet Mozes dat. Hij is hier een beeld van de Heer Jezus als Degene Die de woestijnreis heeft meegemaakt. Hij kent alle omstandigheden, Hij is ons voorgegaan, wij mogen Zijn voetstappen drukken. Deze Leermeester is volmaakt. In Filippenzen 2 zien we Hem als de ware Mozes, beproefd in de woestijn waar Zijn gezindheid en gehoorzaamheid duidelijk worden. In Filippenzen 3 wordt ons oog gericht op de Heer Jezus in de heerlijkheid, Hij Die de zegeningen voor ons bevat, om Hem te winnen.

Ook in de letterlijke zin is de Heer in de woestijn geweest. Hij heeft daar veertig dagen doorgebracht, terwijl Hij werd verzocht door de duivel (Mt 4:1-101Toen werd Jezus naar de woestijn omhooggeleid door de Geest om verzocht te worden door de duivel.2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger.3En de verzoeker kwam en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden.4Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door [de] mond van God uitgaat’.5Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en liet Hem op de dakrand van de tempel staan6en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan naar beneden; want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij bevel geven aangaande U, en zij zullen U op [de] handen dragen, opdat U niet misschien Uw voet aan een steen stoot’.7Jezus zei tot hem: Er staat eveneens geschreven: ‘U zult [de] Heer, uw God, niet verzoeken’.8Opnieuw nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en toonde Hem alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid9en zei tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, als U neervalt en mij aanbidt.10Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: ‘[De] Heer, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen’.). Elke verzoeking heeft Hij met een citaat uit dit boek beantwoord (Dt 8:33Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en [ook] uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.; Mt 4:44Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door [de] mond van God uitgaat’.; Dt 6:1616U mag de HEERE, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt.; Mt 4:77Jezus zei tot hem: Er staat eveneens geschreven: ‘U zult [de] Heer, uw God, niet verzoeken’.; Dt 6:1313U moet de HEERE, uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren.; Mt 4:1010Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: ‘[De] Heer, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen’.). Zoals we zien, komen de citaten uit het eerste deel van het boek, waarin een terugblik op de woestijnreis wordt gegeven.

Als wij dit boek lezen en op ons laten inwerken, zullen we in elk onderdeel van Israëls geschiedenis onszelf herkennen. Steeds wordt een ander gezichtspunt genomen. Het volk is een geheel nieuw volk, want het oude geslacht – bestaande uit allen van twintig jaar en ouder – is omgekomen in de woestijn, behalve Jozua en Kaleb. Tot dit nieuwe volk richt Mozes in dit boek zijn toespraken. Deze nieuwe generatie heeft het nodig om de geschiedenis van het volk te horen om te weten wat er is gebeurd, zodat ze de les eruit kunnen leren.

We kunnen het boek Deuteronomium als volgt indelen:
1. Eerste grote rede van Mozes: terugblik op de woestijnreis (Deuteronomium 1:1-4:43).
2. Tweede grote rede van Mozes (Deuteronomium 4:44-26:19), die in drie delen onderverdeeld kan worden:
a. Gebeurtenissen bij de Horeb (Deuteronomium 4:44-5:33).
b. Geboden en inzettingen, gehoorzaamheid als voorwaarde voor het genieten van de zegen van het land (Deuteronomium 6:1-11:32).
c. Inzettingen voor het leven in het land rondom de plaats die de HEERE uitgekozen heeft om Zijn Naam daar te doen wonen (Deuteronomium 12:1-26:19).
3. Derde en vierde rede van Mozes, zijn lied en het bericht van zijn dood (Deuteronomium 27:1-34:12), met als onderverdeling:
a. Derde rede: zegen en vloek (Deuteronomium 27:1-28:68).
b. Vierde rede: vernieuwing van het verbond, berouw en verlossing, de keus voorgehouden (Deuteronomium 29:1-30:20).
c. Mozes wijst Jozua als zijn opvolger aan (Deuteronomium 31:1-8).
d. Elke zeven jaar moet de wet aan het hele volk worden voorgelezen (Deuteronomium 32:1-33:29).
e. Lied en zegen van Mozes (Deuteronomium 31:9-13).
f. De dood van Mozes (Deuteronomium 34:1-12).


Lees verder