Deuteronomium
Inleiding 1-4 Mozes ziet het land 5-8 Mozes sterft en wordt begraven 9 Jozua neemt de plaats van Mozes in 10-12 Mozes, de profeet zonder gelijke
Inleiding

Mozes’ leven bestaat uit drie perioden van veertig jaar:
1. veertig jaar aan het hof van de farao;
2. veertig jaar in de woestijn bij de schapen van Jethro in de school van God;
3. veertig jaar in de woestijn met het volk van God.

Dan komt het moment dat hij tot stof zal wederkeren, naar zijn eigen woord in Psalm 90: “U doet de sterveling terugkeren tot stof en zegt: Keer terug, mensenkinderen” (Ps 90:33U doet de sterveling terugkeren tot stof
en zegt: Keer terug, mensenkinderen.
)
. God Zelf regelt zijn begrafenis.


Mozes ziet het land

1Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga, die recht tegenover Jericho ligt. En de HEERE liet hem heel het land zien: [van] Gilead tot Dan, 2heel Naftali, het land van Efraïm en Manasse, heel het land van Juda tot aan de zee in het westen, 3het Zuiderland, de vlakte van de vallei van Jericho, de palmstad, tot aan Zoar. 4En de HEERE zei tegen hem: Dit is het land waarvan Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb: Aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw [eigen] ogen laten zien, maar u mag daarheen niet oversteken.

Nadat Mozes het volk heeft gezegend, beklimt hij naar het bevel van God de berg Nebo (Dt 32:4949Beklim het Abarimgebergte, dat is de berg Nebo, die in het land van Moab ligt [en] die zich tegenover Jericho bevindt, en zie het land Kanaän, dat Ik aan de Israëlieten in bezit geef.). Het volk zal hem beslist zolang mogelijk hebben nagekeken. Zonder enige hulp beklimt Mozes de berg. Hij is niet aan het einde van zijn krachten, hij is het leven niet moe. Toch rust hij in de beslissing van de HEERE dat zijn taak is afgelopen. Er is geen enkele vrees voor de dood bij hem waar te nemen. Hij beklimt de berg niet om te sterven, maar om bij God te zijn.

Op de berg laat de HEERE hem, zoals Hij had beloofd, het beloofde land in zijn hele uitgestrektheid zien. Mozes heeft het volk gezien in het bezit van het land. Het land wordt genoemd naar de namen van de stammen, zoals elk het eigen erfdeel zal bezitten. Hij heeft een oog gekregen dat verder ziet dan natuurlijke ogen kunnen kijken. De HEERE heeft het hem op een bovennatuurlijke wijze in een ogenblik laten zien.

Mozes heeft niet alleen het land gezien, maar ook de uiteindelijke zegen van het volk. Gods regering is dat hij daarheen niet zal overgaan; Gods genade is dat hij het heeft gezien zoals geen ander het heeft gezien. Hij heeft het onder Gods leiding in al zijn onderdelen gezien.

Mozes wordt zeven keer op een berg gevonden:
1. als voorbidder (Ex 17:8-168Toen kwam Amalek en bond de strijd aan met Israël in Rafidim.9Mozes zei tegen Jozua: Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan met Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met de staf van God in mijn hand.10Jozua deed zoals Mozes tegen hem gezegd had door de strijd aan te binden met Amalek. Mozes, Aäron en Hur klommen echter op de top van de heuvel.11En het gebeurde, als Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar als hij zijn hand neerliet, dat Amalek de overhand had.12De handen van Mozes werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere [kant]. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk, totdat de zon onderging.13Zo overwon Jozua Amalek en zijn volk met de scherpte van het zwaard.14Toen zei de HEERE tegen Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek en prent het Jozua in dat Ik de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel zal uitwissen.15En Mozes bouwde een altaar en gaf het de naam: De HEERE is mijn Banier!16Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!);
2. als hij de wet en een beschrijving van de tabernakel ontvangt (Ex 24:12-1812De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik opgeschreven heb om hen te onderwijzen.13Toen stond Mozes op, met zijn dienaar Jozua, en Mozes klom naar boven, de berg van God op.14Hij zei tegen de oudsten: Blijf hier op ons [wachten], totdat wij bij u terugkomen. En zie, Aäron en Hur blijven bij u. Wie bepaalde zaken heeft, moet naar hen toe gaan.15Toen Mozes de berg opklom, bedekte de wolk de berg.16De heerlijkheid van de HEERE bleef op de berg Sinaï rusten, en de wolk bedekte hem zes dagen [lang]. Op de zevende dag riep Hij Mozes, vanuit het midden van de wolk.17De aanblik van de heerlijkheid van de HEERE op de top van de berg was in de ogen van de Israëlieten als een verterend vuur.18Mozes ging de wolk binnen en klom de berg [verder] op. En Mozes was veertig dagen en veertig nachten op de berg.);
3. om te pleiten voor het volk na hun zonde met het gouden kalf (Ex 32:30-3230En het gebeurde de volgende dag dat Mozes tegen het volk zei: Ú hebt een grote zonde begaan, maar nu zal ik naar de HEERE opklimmen. Misschien zal ik verzoening kunnen bewerken voor uw zonde.31Toen keerde Mozes terug tot de HEERE en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde begaan, want zij hebben voor zichzelf een gouden god gemaakt.32Nu dan, of U toch hun zonden wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.);
4. om de tweede stenen tafelen te ontvangen (Ex 34:44Toen hieuw [Mozes] twee stenen tafelen uit, zoals de eerste. En Mozes stond vroeg in de morgen op, klom de berg Sinaï op, zoals de HEERE hem geboden had, en hij nam de twee stenen tafelen in zijn hand.);
5. op de berg Hor, om het priesterschap van Aäron te doen overgaan op Eleazar (Nm 20:23-2823En de HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron, bij de berg Hor, aan de grens van het land van Edom:24Aäron zal met zijn voorgeslacht verenigd worden, want hij zal niet in het land komen dat Ik aan de Israëlieten gegeven heb, omdat u bij het water van Meriba ongehoorzaam bent geweest aan Mijn bevel.25Neem Aäron en Eleazar, zijn zoon, en laat hen de berg Hor opklimmen.26En trek Aäron zijn kleding uit en trek ze Eleazar, zijn zoon, aan, want Aäron zal met zijn voorgeslacht verenigd worden en daar sterven.27Mozes deed zoals de HEERE geboden had: zij klommen de berg Hor op, voor de ogen van heel de gemeenschap.28En Mozes trok Aäron zijn kleding uit, en hij trok ze zijn zoon Eleazar aan. En Aäron stierf daar, op de top van de berg. Mozes daalde van de berg af, met Eleazar.);
6. op de Nebo, waar hij het land ziet (Dt 34:11Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga, die recht tegenover Jericho ligt. En de HEERE liet hem heel het land zien: [van] Gilead tot Dan,);
7. op de berg der verheerlijking, samen met Elia, met de Heer Jezus (Mt 17:1-81En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg.2En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.3En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.4Petrus nu antwoordde en zei tot Jezus: Heer, het is goed dat wij hier zijn; als U wilt, zal ik hier drie tenten maken, voor U een, voor Mozes een en voor Elia een.5Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk, die zei: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, hoort Hem.6En toen de discipelen dit hoorden, vielen zij op hun gezicht en werden zeer bang.7En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: Staat op en weest niet bang.8Toen zij nu hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen.).

Hij heeft de hele geschiedenis van het falen van Gods volk beschreven. Hier op de berg ziet hij het volk naar Gods gedachten. Zo is het de apostel Johannes ook vergaan. Johannes beschrijft in Openbaring 2-3 het falen van de gemeente, tot de afval toe in Openbaring 17-18. Maar dan mag hij op de berg de gemeente zien naar Gods gedachten (Op 21:9-109En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam tonen.10En hij voerde mij weg in [de] Geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, die uit de hemel neerdaalde van God). Mozes ziet de aardse zijde van het rijk, Johannes ziet de hemelse zijde ervan, het hemelse volk van God.


Mozes sterft en wordt begraven

5Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEERE, daar in het land van Moab, overeenkomstig het woord van de HEERE. 6En Hij begroef hem in een dal in het land van Moab, tegenover Beth-Peor. En niemand weet [waar] zijn graf [is], tot op deze dag. 7Mozes nu was honderdtwintig jaar oud toen hij stierf; zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen. 8En de Israëlieten beweenden Mozes in de vlakten van Moab, dertig dagen [lang]; toen waren de dagen van het bewenen, van de rouw over Mozes, voorbij.

Mozes is niet van ouderdom en uitgeput gestorven. Het oog van Mozes is niet verduisterd. Hij ziet nog even scherp als in zijn jeugd. Dat staat in tegenstelling tot Izak (Gn 27:11Het gebeurde, toen Izak oud geworden was en zijn ogen dof geworden waren zodat hij niet [meer] kon zien, dat hij zijn oudste zoon Ezau riep, en tegen hem zei: Mijn zoon! Hij zei: Zie, [hier] ben ik!) en Jakob (Gn 48:1010De ogen van Israël waren echter zwak van ouderdom; hij kon niet [goed meer] zien. Hij liet hen dichter bij zich komen; toen kuste hij hen en omhelsde hen.). De HEERE neemt het leven van Mozes. De HEERE heeft Zelf zorggedragen voor zijn begrafenis (niet: crematie). Niemand weet het graf van Mozes. De duivel weet het wel. Hij heeft over het lichaam van Mozes ruzie gemaakt met de aartsengel Michaël (Jd 1:99De aartsengel Michaël echter durfde, toen hij met de duivel redeneerde en redetwistte over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uitbrengen, maar zei: Moge [de] Heer u bestraffen!), mogelijk om aan het volk bekend te maken waar hij begraven ligt en daardoor het volk tot afgoderij te brengen.

De rouwperiode van dertig dagen voor het sterven van Mozes is net zo lang als die voor zijn broer Aäron (Nm 20:2929Toen heel de gemeenschap zag dat Aäron de geest gegeven had, beweenden zij Aäron dertig dagen, heel het huis van Israël.).


Jozua neemt de plaats van Mozes in

9Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten [nu] naar hém, en zij deden zoals de HEERE Mozes geboden had.

Na het bericht van de dood, de begrafenis en het bewenen van Mozes is het boek nog niet afgelopen. Jozua is de opvolger van Mozes als leider van het volk, niet als profeet, maar als aanvoerder in de strijd van het volk om het beloofde land in bezit te nemen.


Mozes, de profeet zonder gelijke

10En er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die de HEERE kende van aangezicht tot aangezicht, 11met al de tekenen en wonderen waarmee de HEERE hem gezonden had om die in het land Egypte te doen bij de farao, bij al zijn dienaren en bij heel zijn land; 12en met heel de sterke hand en met alle grote ontzagwekkende daden, die Mozes voor de ogen van heel Israël verrichtte.

Dit laatste hoofdstuk is niet door Mozes geschreven. Jozua zal daarvoor gebruikt zijn. Onder leiding van Gods Geest geeft Jozua in deze laatste verzen in een enkele pennenstreek het leven van Mozes weer. Misschien is er niemand van het volk tot wie het zo is doorgedrongen als tot Jozua wat voor buitengewone man Mozes is geweest. Jozua heeft Mozes van dichtbij en lang meegemaakt.

In deze laatste woorden over Mozes wordt zijn falen niet genoemd. De plaats van Mozes is volstrekt uniek geweest onder het volk van God. Ook zijn gemeenschap met God is uniek geweest (vers 1010En er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die de HEERE kende van aangezicht tot aangezicht,; Ex 33:11a11De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.; Nm 12:8a8met hem spreek Ik van mond tot mond, ja, zichtbaar, en niet in raadsels.
Hij aanschouwt de gestalte van de HEERE.
Waarom dan bent u niet bevreesd geweest
om over Mijn dienaar, over Mozes, te spreken?
)
. Zijn dienst voor ons is groot vanwege zijn voorstellen van de zegeningen van het land en de plaats die de HEERE uitgekozen heeft om Zijn Naam daar te doen wonen.

Mozes is getrouw geweest in heel Gods huis (Hb 3:1-61Daarom, heilige broeders, deelgenoten van [de] hemelse roeping, beschouwt de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis, Jezus,2Die trouw is aan Hem Die Hem heeft aangesteld, zoals ook Mozes was in <heel> Zijn huis.3Want Deze is zoveel groter heerlijkheid waard geacht dan Mozes, als hij die het huis gebouwd heeft, groter eer heeft dan het huis.4Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Die alles heeft gebouwd is God.5En Mozes was wel trouw in heel Zijn huis als dienaar tot getuigenis van wat gesproken zou worden,6maar Christus als Zoon over Zijn huis, Wiens huis wij zijn, als wij de vrijmoedigheid en het roemen in de hoop <tot [het] einde toe onwrikbaar> vasthouden.). Hij is een beeld van de Heer Jezus, de volmaakt Getrouwe. Mozes heeft over Hem geschreven (Jh 5:4646Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven, want hij heeft over Mij geschreven.). De Heer Jezus gaat deze uitnemende man van God ver te boven.