Deuteronomium
Inleiding 1-8 Mozes bemoedigt het volk en Jozua 9-13 Voorlezing van de wet elke zeven jaar 14-18 De afval van Israël voorzegd 19-30 Mozes moet een lied tot lering schrijven
Inleiding

Met het voorstellen van de keus aan het volk tussen de zegen en de vloek en het leven en de dood heeft Mozes het ontvouwen en inscherpen van de wet (Dt 1:55Aan deze zijde van de Jordaan, in het land Moab, begon Mozes deze wet [als volgt] uit te leggen:) voltooid en de wetgeving afgesloten. Om het werk dat de HEERE hem heeft gegeven helemaal af te ronden, moeten er nog enkele dingen gebeuren. Hij wil vlak voor zijn dood de leiding over het volk overdragen aan Jozua. Hij wil vervolgens dat het zojuist door hem geschreven wetboek door de priesters bewaard zal worden naast de ark van het verbond.

Tevens beveelt de HEERE hem nog een lied te schrijven en dat aan het volk te leren tot een getuigenis. Over de inhoud van dat lied lezen we in Deuteronomium 31-32. In Deuteronomium 33 horen we hoe deze man Gods in een afscheidsrede de stammen van Israël zegent. Ten slotte wordt in Deuteronomium 34 de dood van Mozes beschreven. Hiermee sluit de Pentateuch.


Mozes bemoedigt het volk en Jozua

1Daarop is Mozes deze woorden tot heel Israël gaan spreken, 2en hij zei tegen hen: Ik ben heden honderdtwintig jaar oud. Ik kan niet meer uitgaan of ingaan; bovendien heeft de HEERE tegen mij gezegd: U zult deze Jordaan niet oversteken. 3De HEERE, uw God, Hij zal voor u uit overtrekken. Hij zal deze volken van voor uw [ogen] wegvagen, en u zult hen uit hun bezit verdrijven. Jozua zal voor u uit overtrekken, zoals de HEERE gesproken heeft. 4En de HEERE zal met hen doen zoals Hij met Sihon en Og, koningen van de Amorieten, en met hun land gedaan heeft, die Hij weggevaagd heeft. 5Wanneer de HEERE hen aan u gegeven heeft, moet u met hen doen overeenkomstig alle geboden die ik u gegeven heb. 6Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de HEERE, uw God, Die met u [mee]gaat. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. 7En Mozes riep Jozua en zei tegen hem voor de ogen van heel Israël: Wees sterk en moedig, want ú zult met dit volk het land binnengaan dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft hun te geven; en ú zult het hun in erfbezit laten nemen. 8De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.

Mozes weet dat de tijd van afscheid nemen is gekomen. In vers 1414De HEERE zei tegen Mozes: Zie, uw dagen zijn naderbijgekomen dat u zult sterven. Roep Jozua en ga staan in de tent van ontmoeting, dan zal Ik hem bevelen geven. Toen kwamen Mozes en Jozua en zij gingen staan in de tent van ontmoeting. zegt de HEERE hem dat ook. Hij is nu honderdtwintig jaar oud, ver boven de leeftijd die andere mensen bereiken, zoals hij zelf zegt in de door hem geschreven psalm (Ps 90:1,101Een gebed van Mozes, de man Gods.
Heere, Ú bent ons een toevlucht geweest
van generatie op generatie.
10De dagen van onze jaren: daarin zijn zeventig jaren,
of, als wij zeer sterk zijn, tachtig jaren,
maar het beste daarvan is moeite en verdriet,
want het wordt snel afgesneden en wij vliegen heen.
)
. God heeft ons met zijn leven iets te zeggen. Niet voor niets worden zijn honderdtwintig levensjaren door de Schrift in drie bijzondere perioden van veertig jaar onderverdeeld (Hd 7:23,3023Toen hij nu [de] leeftijd van veertig jaar had bereikt, kwam het in zijn hart op zijn broeders, de zonen van Israël, te bezoeken.30En toen veertig jaren waren vervuld, verscheen hem in de woestijn van de berg Sinaï een Engel in een vuurvlam van een braamstruik.).

Mozes neemt afscheid, maar laat het volk niet aan zichzelf over. Jozua zal zijn taak overnemen en voortzetten. We horen geen klacht of verwijt bij Mozes. Met liefde draagt hij het leiderschap over. Het is in Gods weg om te bepalen dat niet hij, maar Jozua het volk in het land zal brengen.

In Jozua hebben we een beeld van de Heer Jezus Die Zijn volk leidt door de Heilige Geest. In deze tijd geeft de Heilige Geest leiding aan de gemeente door broeders die moreel gezag hebben. Dat niet erkennen is een ontkenning van het gezag van de Geest.

Op alle mogelijke manieren bemoedigt Mozes zowel het volk als Jozua. Zo herinnert hij aan de overwinningen op Sihon en Og. Als wij terugdenken aan overwinningen die God ons in het verleden heeft gegeven, bemoedigt het ons ook met het oog op een komende strijd. Wat God in het verleden heeft gedaan, kan Hij nu nog steeds doen. Die gedachte geeft vertrouwen voor de toekomst.

Mannen die in hun leven met God hebben gewandeld, zijn bij uitstek in staat om anderen te bemoedigen. De bemoediging wees sterk en moedig” is geen holle klank, evenmin als de toezegging dat de HEERE met hen zal gaan en hen niet zal loslaten of verlaten. Mozes heeft dat zelf getoond en ervaren.

“Niet loslaten” wil zeggen dat we altijd op Hem kunnen rekenen voor raad en leiding, voor kracht en moed. “Niet verlaten” wil zeggen dat Hij altijd bij Zijn volk is op weg naar en bij de strijd in het land, om het hen te doen bezitten. Zo is Hij ook altijd bij ons, om ons te helpen onze zegeningen ons eigen te maken en samen met Hem te genieten. Hij is naar Zijn belofte bij ons totdat onze hele taak op aarde is volbracht: En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw”. (Mt 28:2020En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw.). Voor de vijand hoeven we daarom niet te vrezen, want als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn?” (Rm 8:3131Wat zullen wij dan hierop zeggen? Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn?).

Ook wij hebben het steeds nodig om deze aansporing te horen. Gelukkig als God mensen geeft die dit in hun leven hebben ervaren en ons hiermee bemoedigen. Paulus bemoedigt op deze wijze de Korintiërs: Waakt, staat vast in het geloof, weest mannelijk, weest sterk! (1Ko 16:1313Waakt, staat vast in het geloof, weest mannelijk, weest sterk!). Ook de Hebreeën worden bemoedigd: Hijzelf heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten? (Hb 13:55Laat uw wandel zonder geldzucht zijn en weest tevreden met wat u hebt; want Hijzelf heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten’,). Wij worden door deze uitspraken van de Schrift ook bemoedigd.


Voorlezing van de wet elke zeven jaar

9En Mozes schreef deze wet op en gaf ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond van de HEERE droegen, en aan alle oudsten van Israël. 10En Mozes gebood hun: Na verloop van zeven jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van de kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest, 11als heel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen, moet u deze wet ten aanhoren van heel Israël voorlezen. 12Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren de HEERE, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden. 13Zodat hun kinderen die het niet weten, [het ook] horen, en leren de HEERE, uw God, te vrezen, al de dagen dat u leeft in het land waarvoor u de Jordaan oversteekt om het in bezit te nemen.

Nadat Mozes het leiderschap in tegenwoordigheid van heel Israël aan Jozua heeft overgedragen, neemt hij het wetboek dat hij heeft geschreven. Hij zorgt ervoor dat het volk altijd herinnerd zal kunnen worden aan Gods Woord. Zo draagt ook Paulus, wanneer hij afscheid neemt, de gelovigen op “aan God en aan het Woord van Zijn genade” (Hd 20:3232En nu draag ik u op aan God en aan het Woord van Zijn genade, Die machtig is op te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden.). Ook Petrus wil dat Gods volk altijd aan Gods Woord herinnerd kan worden, als hij er niet meer is: “Daarom ben ik er altijd op uit u aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en bevestigd bent in de onderhavige waarheid” (2Pt 1:12-1312Daarom ben ik er altijd opuit u aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en bevestigd bent in de onderhavige waarheid.13Ik houd het echter voor juist, zolang ik in deze tent woon, u door herinnering op te wekken,). Mensen vallen weg, maar Gods Woord blijft.

In dit gedeelte gaat het om het Woord van God. Bij het gezag van de Geest, voorgesteld in Jozua, hoort het Woord van God. Gods Geest en Gods Woord horen bij elkaar. Het gezag van de opgewekte en verheerlijkte Heer Die dat gezag door Zijn Geest uitoefent en door Zijn Geest ons leidt, zal nooit in strijd zijn met het Woord van God. Het is er altijd mee in overeenstemming.

Kennis van Gods Woord is van groot belang om alles te toetsen wat zich als stem van de Geest aandient. We kunnen Gods Woord thuis lezen en bestuderen, maar hier gebeurt de voorlezing in een samenkomst van Gods volk. De samenkomsten tot verkondiging van het Woord zijn van groot belang. De uitdrukking “de plaats die Hij verkiezen zal” komt hier voor de laatste keer in dit boek voor. Het geeft extra nadruk aan de samenkomst van de gemeente rondom de Heer Jezus om naar Gods Woord te luisteren.

Het voorlezen moet gebeuren in het jaar van vrijlating, het sabbatsjaar (Dt 15:11Na verloop van zeven jaar moet u kwijtschelding verlenen.) en wel tijdens het Loofhuttenfeest (Dt 16:13-1513Het Loofhuttenfeest moet u zeven dagen houden, als u [de oogst] van uw dorsvloer en van uw perskuip hebt ingezameld.14Verblijd u op uw feest, u, uw zoon en uw dochter, uw slaaf en uw slavin, en de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen uw poorten zijn.15Zeven dagen moet u het feest vieren voor de HEERE, uw God, op de plaats die de HEERE zal uitkiezen. Want de HEERE, uw God, zal u zegenen in heel uw opbrengst en in al het werk van uw handen; daarom moet u werkelijk blij zijn.), dat wordt gevierd als de hele oogst is binnengehaald. Dat is de gepaste tijd om de hele wet voor te lezen. Bij dit Loofhuttenfeest in het sabbatsjaar komen niet alleen de mannen (Dt 16:1616Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen: op het Feest van de ongezuurde [broden], op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest. Men mag echter niet [met] lege [handen] voor het aangezicht van de HEERE verschijnen,), zoals in de zes voorgaande jaren, maar ook de vrouwen en de kinderen.

Deze zevenjaarlijkse voorlezing is niet ter vervanging van het onderwijs in de huizen (Dt 6:1-91Dit zijn de geboden, de verordeningen en de bepalingen die de HEERE, uw God, geboden heeft u te leren, om [ze] te doen in het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen,2opdat u de HEERE, uw God, vreest door al Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u gebied, in acht te nemen: u, uw kind en uw kleinkind, alle dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.3Luister dan, Israël, en neem [ze] nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – in het land dat overvloeit van melk en honing.4Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!5Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.6Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.7U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.8U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.9U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.) of het onderwijs door de priesters (Dt 17:1111Overeenkomstig de wetsregel die zij u leren, en overeenkomstig het vonnis dat zij voor u uitspreken, moet u handelen. U mag van de uitspraak die zij u bekendmaken, niet afwijken, naar rechts of naar links.; 24:88Wees op uw hoede voor de ziekte van de melaatsheid door bijzonder nauwlettend te handelen overeenkomstig alles wat de Levitische priesters u leren. U moet nauwlettend handelen zoals ik hun geboden heb.). Het is veelmeer ter ondersteuning en bevestiging of indien nodig ter correctie van alle andere onderwijs. Het zal de gedachten van het volk als geheel weer op één lijn brengen met het Woord van God. Hierdoor zal het volk als eenheid bewaard blijven.

Zowel het sabbatsjaar als het Loofhuttenfeest spreekt van het vrederijk. Dat is de tijd dat al Gods beloften in vervulling zijn gegaan en iedereen in zijn oorspronkelijke erfdeel woont. Het lezen van de wet zal de herinnering aan al die beloften én de wegen van God tot de vervulling ervan voor het volk brengen. Het volk zal alleen maar kunnen bevestigen dat alles wat God heeft gezegd, is uitgekomen. Ze zullen Hem ervoor eren.

Het wetboek wordt gegeven aan de priesters die de ark dragen. Het is normaal de taak van de Levieten de ark te dragen (Nm 4:1515Als Aäron en zijn zonen bij het opbreken van het kamp het bedekken van het heiligdom en van alle voorwerpen in het heiligdom voltooid hebben, mogen de nakomelingen van Kahath daarna komen om [alles] te dragen; maar zij mogen dat heilige niet aanraken, opdat zij niet sterven. Dit is wat de nakomelingen van Kahath in de tent van ontmoeting moeten dragen.). Bij bijzondere gelegenheden doen de priesters dat (Jz 3:3-83en het volk geboden: Wanneer u de ark van het verbond van de HEERE, uw God, ziet, en de Levitische priesters [die] hem dragen, moet ú vanaf uw plaats opbreken en hem volgen.4Er moet echter een afstand zijn tussen u en [de ark] van ongeveer tweeduizend el lengte. U mag er niet dichter bij komen, opdat u de weg zult weten die u moet gaan, want u bent die weg niet eerder gegaan.5Verder zei Jozua tegen het volk: Heilig u, want morgen zal de HEERE wonderen doen in uw midden.6En tegen de priesters zei Jozua: Neem de ark van het verbond op en ga voor het volk uit. Toen namen zij de ark van het verbond op en gingen voor het volk uit.7Want de HEERE had tegen Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zijn zal zoals Ik met Mozes geweest ben.8En ú moet de priesters die de ark van het verbond dragen, gebieden: Zodra u aan de rand van het water van de Jordaan komt, sta [dan] stil in de Jordaan.; 6:66Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zei tegen hen: Draag de ark van het verbond, en laat zeven priesters zeven ramsbazuinen dragen, voor de ark van de HEERE uit.; 1Kr 15:11-1211En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriël, Asaja, Joël, Semaja, Eliël en Amminadab.12Hij zei tegen hen: U bent familiehoofden van de Levieten. Heiligt u, u en uw broeders, om de ark van de HEERE, de God van Israël, op te halen [en] naar de [plaats te brengen die] ik voor hem gereedgemaakt heb.). Het wetboek wordt ook aan de oudsten gegeven. Zij zijn door hun leeftijd de natuurlijke leiders van het volk en behoren het voorbeeld van gehoorzaamheid te geven.


De afval van Israël voorzegd

14De HEERE zei tegen Mozes: Zie, uw dagen zijn naderbijgekomen dat u zult sterven. Roep Jozua en ga staan in de tent van ontmoeting, dan zal Ik hem bevelen geven. Toen kwamen Mozes en Jozua en zij gingen staan in de tent van ontmoeting. 15Toen verscheen de HEERE in de tent, in de wolkkolom, en de wolkkolom stond boven de ingang van de tent. 16En de HEERE zei tegen Mozes: Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in hoererij achter de vreemde goden van het land waar het naartoe gaat, aangaan, in het midden van [dat land]. Het zal Mij verlaten en Mijn verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken. 17Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrikkelijke dingen en noden zullen het [volk] treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is? 18Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot andere goden gekeerd.

De dagen van Mozes zijn door de HEERE geteld (Jb 14:55Als zijn dagen vastgesteld zijn,
het getal van zijn maanden bij U [bekend] is,
[en] U zijn grenzen bepaald hebt, die hij niet kan overschrijden,
)
. Nu gaat Hij de opvolging van Mozes door Jozua bevestigen. Mozes heeft Jozua al openlijk als zijn opvolger geroepen (Nm 27:22-2322Mozes deed zoals de HEERE hem geboden had: hij liet Jozua halen en plaatste hem voor Eleazar, de priester, en voor heel de gemeenschap.23Hij legde hem zijn handen op en droeg hem het bevel over, zoals de HEERE door de dienst van Mozes gesproken had.) en aangesteld (vers 77En Mozes riep Jozua en zei tegen hem voor de ogen van heel Israël: Wees sterk en moedig, want ú zult met dit volk het land binnengaan dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft hun te geven; en ú zult het hun in erfbezit laten nemen.). Mozes en Jozua gaan samen in “de tent van ontmoeting” of “de tent der samenkomst” staan. Dan verschijnt de HEERE aan hen in de wolkkolom. Dit is de enige verschijning in dit boek. Het is ook de enige keer dat de tent der samenkomst wordt genoemd.

Echt leiderschap begint altijd met een bijzondere blik op de Heer Jezus, in het heiligdom, dicht bij de Heer. Daarna pas kunnen leiders naar buiten gaan om de hun opgedragen taak te verrichten. Als ze diep onder de indruk zijn van de heerlijkheid van de Heer, zullen ze het volk in de juiste gezindheid als leiders dienen.

Wat de HEERE vertelt, is niet bemoedigend. Onomwonden voorzegt Hij dat het volk van Hem zal afwijken. Hij spreekt niet over de mogelijkheid daartoe, maar stelt het als zekerheid. Na de indruk van Zijn heerlijkheid geeft Hij hun nu een grondige indruk van wie het volk is. Beide indrukken zijn noodzakelijk, wil er op de juiste manier gediend kunnen worden. Iets dergelijks zien we als Elia zijn opvolger Elisa bij de hand neemt en hem langs enkele plaatsen voert (2Kn 2:1-111Het gebeurde nu, toen de HEERE Elia in een storm zou opnemen in de hemel, dat Elia met Elisa uit Gilgal wegging.2Elia zei tegen Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Bethel gezonden. Maar Elisa zei: Zo waar de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij naar Bethel.3Toen kwamen de leerling-profeten die in Bethel waren, [de stad] uit, naar Elisa toe en zeiden tegen hem: Weet u dat de HEERE heden uw meester van u zal wegnemen? En hij zei: Ik weet het ook, zwijg [erover].4En Elia zei tegen hem: Elisa, blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zei: [Zo waar] de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo kwamen zij in Jericho.5Toen kwamen de leerling-profeten die in Jericho waren, naar voren, naar Elisa toe en zeiden tegen hem: Weet u dat de HEERE heden uw meester van u zal wegnemen? En hij zei: Ik weet het ook, zwijg [erover].6En Elia zei tegen hem: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zei: [Zo waar] de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij beiden verder.7En vijftig mannen van de leerling-profeten gingen [erheen] en bleven op grote afstand staan, en zij beiden stonden bij de Jordaan.8Toen nam Elia zijn mantel, rolde [hem] op en sloeg het water. Dat werd naar beide zijden verdeeld, en zij gingen er beiden door, over het droge.9Het gebeurde nu, toen zij overgestoken waren, dat Elia tegen Elisa zei: Vraag [mij] wat ik voor u doen zal, voordat ik van u weggenomen word. Elisa zei: Laat er toch twee delen van uw geest op mij mogen zijn.10Maar hij zei: U hebt een moeilijke zaak gevraagd; als u mij zult zien als ik bij u vandaan weggenomen word, dan zal het u gebeuren, maar zo niet, dan zal het niet gebeuren.11Het gebeurde, terwijl zij al sprekend verdergingen, zie, dat er een vurige wagen met vurige paarden kwam, die tussen hen beiden scheiding maakte. Zo voer Elia in een storm naar de hemel.). Bij elke plaats staan ze stil. Dat is om enerzijds onder de indruk te komen van Gods visie daarop en anderzijds onder de indruk te komen van wat de mens ervan heeft gemaakt.

Op zeker moment zal het volk zien dat de rampen hen treffen omdat de HEERE niet in hun midden is. Maar God zal Zich nog voor hen blijven verbergen, want hun gemis van God is nog geen echte bekering. De HEERE verbergt Zijn aangezicht voor hen door het terugtrekken van het symbool van Zijn gunst en bescherming, de sjechinah, de wolk als de woning van Zijn heerlijkheid. Die is niet teruggekeerd in de herbouwde tempel in de dagen van Ezra. Dat zal pas gebeuren als het volk, dat wil zeggen een overblijfsel, zich zal hebben bekeerd.


Mozes moet een lied tot lering schrijven

19En nu, schrijf voor u dit lied op en leer het de Israëlieten; leg het hun in de mond, opdat dit lied voor Mij een getuige is tegen de Israëlieten. 20Want Ik zal dit [volk] brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, [een land] dat overvloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot andere goden wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn verbond verbreken. 21En het zal gebeuren, wanneer veel verschrikkelijke dingen en noden het [volk] getroffen hebben, dat dit lied dan voor zijn aangezicht als getuige zal antwoorden; want het zal niet vergeten worden [of] uit de mond van zijn nageslacht [verdwijnen]. Want Ik ken zijn overleggingen die het heden maakt, voordat Ik het breng in het land dat Ik [hun] onder ede beloofd heb. 22Mozes schreef op die dag dit lied en hij leerde het de Israëlieten. 23En Hij gebood Jozua, de zoon van Nun, en zei: Wees sterk en moedig, want ú zult de Israëlieten brengen in het land dat Ik hun onder ede beloofd heb; en Ík zal met u zijn. 24En het gebeurde, toen Mozes gereed was met het schrijven van de woorden van deze wet in een boek totdat zij voltooid waren, 25dat Mozes de Levieten, die de ark van het verbond van de HEERE droegen, gebood: 26Neem dit wetboek en leg het naast de ark van het verbond van de HEERE, uw God, zodat het daar is als getuige tegen u. 27Want ikzelf ken uw ongehoorzaamheid en uw halsstarrigheid. Zie, terwijl ik heden nog bij u in leven ben, bent u al opstandig geweest tegen de HEERE; hoeveel te meer na mijn dood! 28Roep alle oudsten van uw stammen en uw beambten bij mij samen. Ik zal deze woorden ten aanhoren van hen spreken en de hemel en de aarde tot getuige tegen hen nemen. 29Want ik weet dat u na mijn dood zeker op verderfelijke wijze zult handelen, en van de weg die ik u geboden heb, zult afwijken. Dan zal dit kwaad u in later tijd overkomen, wanneer u doet wat slecht is in de ogen van de HEERE om Hem door het werk van uw handen tot toorn te verwekken. 30Toen sprak Mozes ten aanhoren van heel de gemeente van Israël de woorden van dit lied, totdat ze voltooid waren:

Na het boek van de wet komt het lied. Dit is het lied dat in Deuteronomium 32 opgeschreven staat. Het boek en het lied vormen een prachtig geheel: Gods raad vervat in Zijn boek en Zijn wegen van waarschuwing en genade vervat in het lied. Het is een droevig lied dat blij eindigt met de triomf van Gods genade. Kun je een lied maken over het verval en de treurige geschiedenis van Gods volk? Ja, dat kan, want het loopt toch goed af door de genade van God.

Mozes leert het volk het lied. Hij onderwijst hun de inhoud ervan, hij vertelt hun wat het betekent. Hij laat het hen steeds weer herhalen, zodat het diep in het geheugen gegrift wordt. Een nationaal lied heeft een machtige invloed op de diepste gevoelens van een volk. Een lied kan uit het hoofd geleerd worden en aan de kinderen worden geleerd. De inhoud van de leer van Gods Woord kan goed door een lied worden doorgegeven (Ko 3:1616Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen, terwijl u in alle wijsheid elkaar leert en terechtwijst met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen [en] in <de> genade zingt in uw harten voor God.). Deze, door mensen gemaakte, liederen moeten wel getoetst worden aan de Schrift.

Na de opdracht tot het opschrijven van het lied zegt God, zoals alleen Hij dat kan doen, in één vers (vers 2020Want Ik zal dit [volk] brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, [een land] dat overvloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot andere goden wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn verbond verbreken.) wat Hij zal doen en wat het volk zal doen. Hij vervult Zijn belofte en brengt hen in het genot van de zegen, maar het volk wendt zich tot andere goden en versmaadt Hem.

Hij kent hun gezindheid. Hun hart is voor Hem een geopend boek (Hb 4:1313En geen schepsel is voor Hem onzichtbaar, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.). Daarom is het des te treffender dat Hij Mozes een lied laat schrijven. Daarin worden het afvallige handelen van het volk en Gods genadige handelen bezongen. Voor dit genadige handelen heeft God wel een rechtvaardige grondslag nodig. Die heeft Hij gevonden in Zijn Zoon.

Na de voorzegging van het afwijken van het volk is het nodig Jozua opnieuw te bemoedigen (vers 2323En Hij gebood Jozua, de zoon van Nun, en zei: Wees sterk en moedig, want ú zult de Israëlieten brengen in het land dat Ik hun onder ede beloofd heb; en Ík zal met u zijn.). Ditmaal doet de HEERE dat Zelf. Als jonge mensen in de samenkomst veel zwakheid en falen zien van oudere gelovigen die een voorbeeld behoren te zijn, is het nodig dat zij hun kracht in de Heer zoeken en niet opgeven. In een tijd van verval spoort Paulus zijn kind in het geloof, Timotheüs, aan: ”Jij dan, mijn kind, sterk je in de genade die in Christus Jezus is” (2Tm 2:11Jij dan, mijn kind, sterk je in de genade die in Christus Jezus is;).

Opnieuw volgt op de bemoediging van Jozua een aanwijzing met betrekking tot het boek. Mozes geeft opdracht het boek te leggen bij de ark van het verbond. Dat bepaalt ons bij Gods trouw aan Zijn verbond. Als Mozes spreekt over hun weerspannigheid, spreekt hij er niet over dat zij dat tegen hem zijn geweest, maar tegen de HEERE. Wat de HEERE wordt aangedaan, weegt voor hem zwaarder dan wat hem zelf wordt aangedaan.

Mozes is er klaar voor om de woorden van het lied dat de HEERE hem in de mond legt, uit te spreken. Hij roept alle oudsten en opzieners bij zich. Hij neemt de hemel en de aarde tot getuigen tegen hen. Mogelijk worden daarmee de bewoners van hemel en aarde bedoeld, engelen en mensen, die allen zullen instemmen met de waarheid die in dit lied tot uitdrukking wordt gebracht.

Het is ook mogelijk dat hemel en aarde hier als personen worden voorgesteld. Hemel en aarde worden door Gods Woord in stand gehouden en naar het doel gevoerd dat Hij ermee heeft (Hb 1:33Deze, Die [de] uitstraling is van Zijn heerlijkheid en [de] afdruk van Zijn wezen en Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, is, nadat Hij <door Zichzelf> [de] reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan [de] rechterhand van de Majesteit in [de] hoge,). Ze verzetten zich niet daartegen (Ps 119:89-9189Voor eeuwig, HEERE,
staat Uw woord vast in de hemel.
90Uw trouw duurt van generatie op generatie;
U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.
91Volgens Uw bepalingen blijven zij [ook] heden [nog] staan,
want zij alle zijn Uw dienaren.
)
. De schepping spreekt een vermanende taal voor ieder die ongehoorzaam is aan Gods geboden (Jb 20:2727De hemel zal zijn ongerechtigheid openbaren,
en de aarde staat tegen hem op.
)
. Zie ook Psalm 19 waar Gods schepping en Gods Woord beide getuigen van Gods majesteit (Ps 19:1-121Een psalm van David, voor de koorleider.2De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
3Dag op dag spreekt overvloedig,
nacht op nacht geeft kennis door.
4Geen spreken is er, geen woorden zijn er,
hun stem wordt niet gehoord.
5Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde,
hun boodschap tot aan het einde van de wereld.
Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon.
6En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat;
hij is vrolijk als een held om snel het pad te lopen.
7Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang,
zijn omloop is tot het andere einde;
niets is verborgen voor zijn gloed.8De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
9De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
10De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.
11Zij zijn begerenswaardiger dan goud,
ja, dan veel zuiver goud;
en zoeter dan honing
en honingzeem uit de raat.
12Ook wordt Uw dienaar daardoor gewaarschuwd,
in het houden ervan ligt groot loon.
)
.

De woorden die Mozes in vers 2929Want ik weet dat u na mijn dood zeker op verderfelijke wijze zult handelen, en van de weg die ik u geboden heb, zult afwijken. Dan zal dit kwaad u in later tijd overkomen, wanneer u doet wat slecht is in de ogen van de HEERE om Hem door het werk van uw handen tot toorn te verwekken. spreekt, vertonen een opmerkelijke verwantschap met de woorden van Paulus in zijn afscheidsrede tot de oudsten in Efeze: Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen” (Hd 20:2929Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen;). Mozes en Paulus tonen beiden in hun afscheidsrede inzicht in de ware toestand van het volk waaraan zij hun leven hebben gewijd. Zij spreken profetische woorden met het oog op de ontwikkelingen van dat volk na hun heengaan die in beide gevallen waarheid zijn gebleken.


Lees verder