Deuteronomium
Inleiding 1-14 De zegen van gehoorzaamheid 15-19 Wanneer zegen verandert in vloek 20-26 Vloek van ziekte, droogte en vlucht 27-34 Kwellingen en berovingen 35-37 Verlamming en wegvoering 38-44 Vloek over de oogsten 45-46 De reden van de vervloekingen 47-57 Onder de wreedste vijanden 58-68 De volle maat van Gods vloek
Inleiding

Dit hoofdstuk gaat over de regering van God over Zijn volk. Bij trouw is er zegen voor het hele volk. Bij ontrouw is er vloek en zijn er rampen en plagen voor het hele volk. De zegen bevat slechts veertien verzen, terwijl de vloek breed wordt uitgemeten in liefst vierenvijftig verzen. In een lange rede ontvouwt Mozes de zegen en de vloek: bij gehoorzaamheid aan de wet zegen en bij ongehoorzaamheid aan de wet vloek. Hij neemt hier de beloften en dreigementen van de wet van Exodus 23:20-33 en Leviticus 26 weer op, vat ze samen en breidt ze uit.

In de geschiedenis van Israël is er alleen in de tijd van David en Salomo sprake van gehoorzaamheid en daardoor zegen. Verder is de geschiedenis er een van ontrouw en vloek. De opwekkingen onder enkele trouwe koningen hebben de uiteindelijke vloek niet kunnen keren, want het zijn slechts tijdelijke opwekkingen. Zegen en vloek zijn hier nationaal en tijdelijk, niet eeuwig.

God zal op grond van het nieuwe verbond het overblijfsel van Zijn volk zegenen. Dan heeft Hij Zijn wet in hun binnenste geschreven en hun zonden weggedaan (Jr 32:3333Zij keerden Mij de nek toe en niet het gezicht, hoewel Ik hen vroeg en laat onderwees. Zij luisterden echter niet en aanvaardden de vermaningen niet.; Ez 36:2626Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.; Hb 8:1010Want dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal maken, zegt [de] Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal ze in hun harten schrijven; en Ik zal hun tot een God en zij zullen Mij tot een volk zijn.). Aan alle voorwaarden van het nieuwe verbond is voldaan door de Heer Jezus.

In de geschiedenis van de christenheid als geheel zien we het volk van God niet in een staat van zegen, maar van vloek. Dat is het gevolg van onze ontrouw. In de christenheid is er alleen in het begin sprake van zegen en groei. Verder is er ontrouw en neergang. Ook in de christenheid zijn er tijden van opwekking en opleving. Maar ook dat zijn verschijnselen zonder blijvende effecten. De algemene lijn is een neergaande.

Dat leren we uit de beschrijving van de kerkgeschiedenis die ons in de zeven zendbrieven in Openbaring 2-3 wordt voorgesteld. Bij elk nieuw begin is alleen de eerste fase een tijd van zegen, daarna komt het verval. Voor de christenheid is er geen uiteindelijk herstel. Zij mondt uit in het grote Babylon, waarover het oordeel in Openbaring 17-18 wordt beschreven.


De zegen van gehoorzaamheid

1En het zal gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaam bent, door al Zijn geboden, die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen, dat de HEERE, uw God, u dan [een plaats] zal geven hoog boven alle volken van de aarde. 2En al deze zegeningen zullen over u komen en u bereiken, wanneer u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam bent: 3Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld. 4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee. 5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog. 6Gezegend zult u zijn bij uw komen, gezegend zult u zijn bij uw weggaan. 7De HEERE zal geven dat uw vijanden die u aanvallen, door u verslagen worden; over één weg zullen zij tegen u uittrekken, maar over zeven wegen zullen zij voor u wegvluchten. 8De HEERE zal de zegen over u gebieden in uw schuren en in alles wat u ter hand neemt. Hij zal u zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u geeft. 9De HEERE zal u voor Zichzelf bevestigen tot een heilig volk, zoals Hij u gezworen heeft, als u de geboden van de HEERE, uw God, in acht neemt en in Zijn wegen gaat. 10En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn. 11En de HEERE zal u een overvloed ten goede geven, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee en in de vrucht van uw land, in het land dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te [zullen] geven. 12De HEERE zal voor u Zijn rijke schatkamer, de hemel, openen, door uw land regen te geven op zijn tijd en door al het werk van uw handen te zegenen. U zult aan vele volken uitlenen, maar u zult zelf niet hoeven te lenen. 13De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied [dat u ze] in acht neemt en houdt, 14en [als] u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter andere goden aan te gaan [en] die te dienen.

De zegeningen die in deze veertien verzen aan het volk worden voorgehouden, zijn afhankelijk van voorwaarden. Slechts als daaraan wordt voldaan, zal de zegen bewaard blijven. Het is Gods verlangen te zegenen. Hij heeft altijd zegen achter de hand, zelfs als er slechts op beperkte schaal herstel is. Mozes stelt de zegeningen voor als machten die het volk op de voet zullen volgen en zullen inhalen. De zegen betreft alle levensterreinen (verzen 3-63Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld.4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.6Gezegend zult u zijn bij uw komen, gezegend zult u zijn bij uw weggaan.) en omstandigheden en levenssituaties (verzen 7-147De HEERE zal geven dat uw vijanden die u aanvallen, door u verslagen worden; over één weg zullen zij tegen u uittrekken, maar over zeven wegen zullen zij voor u wegvluchten.8De HEERE zal de zegen over u gebieden in uw schuren en in alles wat u ter hand neemt. Hij zal u zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.9De HEERE zal u voor Zichzelf bevestigen tot een heilig volk, zoals Hij u gezworen heeft, als u de geboden van de HEERE, uw God, in acht neemt en in Zijn wegen gaat.10En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn.11En de HEERE zal u een overvloed ten goede geven, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee en in de vrucht van uw land, in het land dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te [zullen] geven.12De HEERE zal voor u Zijn rijke schatkamer, de hemel, openen, door uw land regen te geven op zijn tijd en door al het werk van uw handen te zegenen. U zult aan vele volken uitlenen, maar u zult zelf niet hoeven te lenen.13De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied [dat u ze] in acht neemt en houdt,14en [als] u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter andere goden aan te gaan [en] die te dienen.).

Verzen 3-63Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld.4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.6Gezegend zult u zijn bij uw komen, gezegend zult u zijn bij uw weggaan.. De zegen “in de stad” stelt de zegen voor die gelovigen beleven in de dagelijkse gemeenschap met elkaar (vgl. Ps 133:1-31Een pelgrimslied, van David.
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het
dat broeders ook eensgezind samenwonen.
2Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
3Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.
)
. Bij zegen “op het veld” kunnen we denken aan de bezigheden die ieder op zijn eigen arbeidsterrein heeft. Gezegend in “de vrucht van uw schoot” ziet op de geestelijke vrucht die er voor God is vanwege een toestand van trouw en toewijding. De ‘schoot’ ziet op nieuw (geestelijk) leven. “De vrucht van het land” ziet op (geestelijk) voedsel en “de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee” zien op (geestelijke) offers.

De “korf”, waarin de vrucht van het land wordt gedaan, en de “baktrog”, waarin het dagelijks brood wordt bereid, geven aan dat opgedane zegen verwerkt wordt tot voedsel voor het hart. We kunnen denken aan het lezen van of luisteren naar de uitleg van het Woord wat het voedsel is voor het hart. De zegen “bij uw komen” en “bij uw weggaan” spreekt van vrijheid in Christus (Jh 10:99Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.); de hele wandel ligt onder Gods zegen.

Verzen 7-147De HEERE zal geven dat uw vijanden die u aanvallen, door u verslagen worden; over één weg zullen zij tegen u uittrekken, maar over zeven wegen zullen zij voor u wegvluchten.8De HEERE zal de zegen over u gebieden in uw schuren en in alles wat u ter hand neemt. Hij zal u zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.9De HEERE zal u voor Zichzelf bevestigen tot een heilig volk, zoals Hij u gezworen heeft, als u de geboden van de HEERE, uw God, in acht neemt en in Zijn wegen gaat.10En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn.11En de HEERE zal u een overvloed ten goede geven, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee en in de vrucht van uw land, in het land dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te [zullen] geven.12De HEERE zal voor u Zijn rijke schatkamer, de hemel, openen, door uw land regen te geven op zijn tijd en door al het werk van uw handen te zegenen. U zult aan vele volken uitlenen, maar u zult zelf niet hoeven te lenen.13De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied [dat u ze] in acht neemt en houdt,14en [als] u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter andere goden aan te gaan [en] die te dienen.. Een volk dat op deze manier in de zegen leeft, hoeft geen enkele vijand te vrezen. Hun veiligheid is gegarandeerd. Er zijn wel vijanden, maar die kunnen niets uitrichten. Hun vijanden zijn een prooi voor de HEERE. Hij levert ze verslagen aan Zijn volk over. Zij hoeven hen alleen maar te verjagen. Dat is met onze geestelijke vijanden ook zo. De vijand is verslagen. We kunnen de duivel weerstaan als we “de hele wapenrusting van God” hebben opgenomen (Ef 6:1313Neemt daarom de hele wapenrusting van God op, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, na alles volbracht te hebben, stand te houden.). Dan zal de duivel vluchten (Jk 4:77Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat echter de duivel en hij zal van u vluchten.).

Het gevolg is nieuwe zegen, een overvloed aan zegen, die door de HEERE geboden wordt. “Zijn rijke schatkamer, de hemel”, zal opengaan (vgl. Jb 38:2222Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw?
Hebt u de schatkamers van de hagel gezien,
)
. Hij levert die zegen uit Zijn eigen onuitputtelijke volheid. Hij zal het werk van hun handen zegenen, wat erop wijst dat zegen door arbeid verkregen wordt. Enerzijds geeft God de zegen, anderzijds moeten wij ons die eigen maken, wat betekent dat we ons ervoor moeten inspannen (Sp 10:44Wie met een bedrieglijke hand werkt, wordt arm,
maar de hand van de vlijtigen maakt rijk.
)
.

Naast alle eigen genot van de zegen zal Zijn volk tot een zegen voor anderen zijn. Uit hun eigen volheid zullen ze anderen kunnen geven. Een volk dat trouw is en wordt gezegend en van die zegen uitdeelt, zal respect afdwingen. Allen die dit volk zien, zullen erkennen dat de Naam van de HEERE over hen is uitgeroepen. De Naam van de HEERE is de openbaring van Zijn heerlijke Wezen. Het hoofd van dit volk zal hoofd van alle volken zijn. De zegen kent geen einde. Als ze maar zullen luisteren naar de geboden die de HEERE heeft gegeven.

God is bereid ook ons “een volheid van zegen van Christus” te geven (Rm 15:2929En ik weet, dat als ik tot u kom, ik in een volheid van zegen van Christus zal komen.). Die volheid van zegen is in Christus Zelf te vinden, “in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn” (Ko 2:33in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn.). God wil dat wij, dat wil zeggen “alle heiligen” (Ef 3:1818opdat u ten volle in staat bent te begrijpen met alle heiligen, wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is,), vervuld worden “tot de hele volheid van God” (Ef 3:1919en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot de hele volheid van God.). Daarvoor mogen we bidden, want Hij is in staat zeer overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt” (Ef 3:2020Hem nu, Die in staat is zeer overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt,). Als we maar met ons hele hart gericht zijn op de bron van alle zegen, op de Gever Zelf, en als ons doel maar is Hem de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus, tot in alle geslachten van alle eeuwigheid” te geven (Ef 3:2121Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus, tot in alle geslachten van alle eeuwigheid! Amen.)).


Wanneer zegen verandert in vloek

15Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen: 16Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt zult u zijn op het veld. 17Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog. 18Vervloekt zal zijn de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee. 19Vervloekt zult u zijn bij uw [thuis]komen, en vervloekt zult u zijn bij uw weggaan.

De verzen die nu volgen, vormen een groot contrast met de voorgaande verzen. Het is een aangrijpend gedeelte vol waarschuwingen. Het zijn voorzeggingen die letterlijk zijn vervuld. De uitleg van de Schrift is drievoudig: letterlijk in de geschiedenis, profetisch in de toekomst en de geestelijke of praktische toepassing voor ons.

Het is niet alleen voor Israël een ernstig gedeelte, maar ook voor ons. Ook dit gedeelte is tot onze lering geschreven. In Romeinen 11 horen we een zelfde waarschuwing en voorzegging voor de gemeente (Rm 11:16-2416Immers, als de eerstelingen heilig zijn, dan ook het deeg; en als de wortel heilig is, dan ook de takken.17En als enkele van de takken afgebroken zijn, en u die een wilde olijfboom was, daartussen geënt bent en mededeelgenoot van de wortel <en> de vettigheid van de olijfboom bent geworden,18beroem u dan niet tegen de takken; en als u zich beroemt, niet u draagt de wortel, maar de wortel u.19U zult dan zeggen: Er zijn takken afgebroken, opdat ik zou worden geënt.20Inderdaad! Zij zijn afgebroken door het ongeloof en u staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees;21want heeft God de natuurlijke takken niet gespaard, Hij mocht ook u niet sparen!22Zie dan [de] goedertierenheid en [de] strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, maar goedertierenheid van God over u, als u in de goedertierenheid blijft; anders zult ook u worden afgehouwen.23En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, weer geënt worden; want God is machtig hen opnieuw te enten.24Want als u uit de van nature wilde olijfboom uitgehouwen en tegen [de] natuur op [de] edele olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen dezen, die natuurlijke [takken] zijn, op hun eigen olijfboom geënt worden!). De christenheid heeft hetzelfde ondergaan. De vraag is: Wat doen wij met de les die dit gedeelte bevat?

In de verzen 16-1916Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt zult u zijn op het veld.17Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog.18Vervloekt zal zijn de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.19Vervloekt zult u zijn bij uw [thuis]komen, en vervloekt zult u zijn bij uw weggaan. wordt alles waarin het volk in de verzen 3-63Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld.4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.6Gezegend zult u zijn bij uw komen, gezegend zult u zijn bij uw weggaan. zal worden gezegend bij gehoorzaamheid, veranderd in een vloek bij ongehoorzaamheid. De vloek loopt parallel met de zegen. De vloek treft hen in de zegen. Dit is een indringende voorstelling van zaken. In geestelijk opzicht zien we dat bij ontrouw de zegeningen verdwijnen – het zicht daarop en het genot ervan – en dat in plaats daarvan boze leringen binnenkomen die het geloofsleven op alle manieren verwoesten.


Vloek van ziekte, droogte en vlucht

20De HEERE zal vloek, verwarring en verderf onder u zenden, in alles wat u ter hand neemt en doet, totdat u weggevaagd wordt en u [al] spoedig omkomt vanwege uw slechte daden, waarmee u Mij verlaten hebt. 21De HEERE zal de pest aan u laten kleven, totdat Hij u vernietigd heeft [en u verdwenen bent] uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen. 22De HEERE zal u treffen met tering, koorts en ontsteking, met hitte en droogte, en met korenbrand en meeldauw, die u achtervolgen zullen totdat u omkomt. 23Uw hemel, die boven uw hoofd is, zal van brons zijn, en de aarde, die onder u is, zal van ijzer zijn. 24De HEERE zal stuifzand en stof geven als regen voor uw land. Uit de hemel zal het op u neerdalen, totdat u weggevaagd bent. 25De HEERE zal geven dat u door uw vijanden verslagen wordt; over één weg zult u tegen hen uittrekken, maar over zeven wegen zult u voor hem wegvluchten. U zult een schrikbeeld worden voor alle koninkrijken van de aarde. 26Uw dode lichaam zal voedsel zijn voor alle vogels in de lucht en voor de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen.

De plagen die in deze en de volgende verzen worden genoemd, komen niet allemaal in één keer over het volk. Elke keer dat het volk verder wegzinkt in ongehoorzaamheid, zal God andere plagen zenden om het volk tot Zich te doen terugkeren. Het verlaten van de HEERE veroorzaakt slechte daden en noodzaakt God de vloek over hen te brengen, totdat het volk verdelgd en te gronde zal zijn gegaan.

De eerste plaag die wordt genoemd is de dodelijke pest. Het resultaat is dat ze weggevaagd worden uit het land. Daaraan vooraf zal de HEERE hen slaan met zeven ziekten, waardoor ze vervolgd en te gronde gericht zullen worden. De dreiging is vreselijk, de waarschuwing indringend. God zal hun niet alleen het goede ontnemen, maar Hij, de HEERE, zal Zelf ook het kwade over hen doen komen (verzen 21-2221De HEERE zal de pest aan u laten kleven, totdat Hij u vernietigd heeft [en u verdwenen bent] uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen.22De HEERE zal u treffen met tering, koorts en ontsteking, met hitte en droogte, en met korenbrand en meeldauw, die u achtervolgen zullen totdat u omkomt.).

Ziekten en plagen die uitbreken betekenen voor ons het uitbreken van zonde, valse leringen die gebracht worden, het verkeerde dat binnensluipt. Er is ook het verlies van het goede. Het genot van de zegen wordt hun ontnomen, tot God hun het land zelf ontneemt. Ze zullen dan verstoken zijn van de vruchten van het land, ze zullen er geen weet meer van hebben. Voor ons betekent het dat wij het zicht op het hemelse christendom kwijtraken evenals de plaats waar de Heer Jezus te midden van Zijn volk woont en met hen samenkomt.

In plaats van verkwikkende en vrucht verwekkende regen zal de HEERE “stuifzand en stof” laten regenen. Ongehoorzaamheid wordt beantwoord met droogte waarin geen leven aanwezig is en zelfs de belofte van leven ontbreekt. Elke hoop erop is weg.

Andere heren zullen over hen heersen. Wie belijden Gods volk te zijn, zullen geregeerd worden door het vlees en het eigen denken. Ze zullen ervaren: “Als u naar [het] vlees leeft, zult u sterven” (Rm 8:1313want als u naar [het] vlees leeft, zult u sterven; maar als u door [de] Geest de werkingen van het lichaam doodt, zult u leven.). Er wordt niet meer gevraagd naar wat God belangrijk vindt, maar er wordt gedaan naar wat de eigen genoegens bevredigt. De lijken, de dode lichamen, de lichamen zonder geest, zijn een prooi voor het gevogelte van de hemel en de wilde dieren, dat wil zeggen van demonische machten.


Kwellingen en berovingen

27De HEERE zal u treffen met zweren van Egypte, met gezwellen, met uitslag en schurft waarvan u niet genezen kunt worden. 28De HEERE zal u treffen met krankzinnigheid, met blindheid en met verdwaasdheid van hart. 29U zult op de middag rondtasten, zoals een blinde rondtast in het donker. U zult uw wegen niet voorspoedig maken. U zult alle dagen alleen maar onderdrukt en beroofd worden, en er zal geen verlosser zijn. 30Met een vrouw zult u in ondertrouw gaan, maar een andere man zal met haar slapen; een huis zult u bouwen, maar er niet in wonen; een wijngaard zult u planten, maar de vrucht ervan niet eten. 31Uw rund zal voor uw ogen geslacht worden, maar u zult er niet van eten; uw ezel zal van voor uw [ogen] weggeroofd worden en niet naar u terugkeren; uw kleinvee zal aan uw vijanden gegeven worden, en er zal geen verlosser voor u zijn. 32Uw zonen en uw dochters zullen aan een ander volk gegeven worden; uw ogen moeten het aanzien en zullen de hele dag naar hen smachten; maar u zult niet bij machte zijn [iets te doen]. 33Een volk dat u niet kent, zal de vrucht van uw land en heel uw arbeid opeten. U zult alle dagen alleen maar onderdrukt en uitgebuit worden. 34U zult krankzinnig worden vanwege het schouwspel dat uw ogen zien.

De eerste cluster van plagen is geëindigd met de dood (vers 2626Uw dode lichaam zal voedsel zijn voor alle vogels in de lucht en voor de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen.). In deze verzen stelt Mozes een tweede cluster van plagen voor die de HEERE over hen zal brengen. Hij spreekt over huidziekten die in Egypte thuis horen. Vervolgens noemt hij geestelijke ziekten. Ze zullen waanzinnig worden. Elk gevoel van oriëntatie zal verdwenen zijn. Ze zullen niet weten waar ze zich bevinden en waar ze heen moeten. Hun intiemste verwanten en hun bezittingen zullen hun ontnomen worden. Ze zullen het voor hun ogen zien gebeuren, maar totaal onmachtig zijn er iets aan te kunnen doen.


Verlamming en wegvoering

35De HEERE zal u treffen met vreselijke zweren, aan de knieën en aan de benen, waarvan u niet genezen kunt worden, vanaf uw voetzool tot aan uw schedel. 36De HEERE zal u en de koning die u over uzelf aangesteld hebt, naar een volk brengen dat u zelf niet kende, en [ook] uw vaderen [niet]. Daar zult u andere goden dienen, hout en steen. 37U zult een verschrikking, een spreekwoord en een voorwerp van spot zijn onder al de volken waar de HEERE u naartoe voeren zal.

De ziekten van vers 2727De HEERE zal u treffen met zweren van Egypte, met gezwellen, met uitslag en schurft waarvan u niet genezen kunt worden. doen in vers 3535De HEERE zal u treffen met vreselijke zweren, aan de knieën en aan de benen, waarvan u niet genezen kunt worden, vanaf uw voetzool tot aan uw schedel. hun slopend werk “aan de knieën en aan de benen”. Gaan en staan worden hun onmogelijk gemaakt, terwijl er geen enkel zicht is op verbetering. Integendeel, de ziekte tast hun hele lichaam aan. Zelf kunnen ze niets, maar ook hun koning, op wie ze hun hoop hebben gevestigd, kan niets voor hen doen. Ten slotte worden ze verstoten, weg uit het beloofde land en worden ze gebracht naar een vreemd land. Daar zullen ze andere goden dienen. Maar ook in het land van hun gevangenschap zullen ze geen rust hebben. Ze zullen een voorwerp van spot zijn (1Kn 9:77dan zal Ik Israël uitroeien uit het land dat Ik hun gegeven heb, en zal Ik het huis, dat Ik voor Mijn Naam geheiligd heb, van voor Mijn aangezicht wegwerpen, en zal Israël onder alle volken tot een spreekwoord en een voorwerp van spot worden.; Jr 24:99Ik zal hen voor alle koninkrijken van de aarde tot een schrikbeeld stellen hoe slecht [het kan aflopen], tot smaad en tot een spreekwoord, tot een voorwerp van spot en tot een vloek in alle plaatsen waarheen Ik hen zal verdrijven.).

Deze cluster van plagen zien we zich ook in de christenheid aftekenen. Afwijking van de Heer, van het Woord van God, zal leiden tot waanzin. De onzinnigste oplossingen worden aangedragen om uit een situatie te geraken waarin Gods volk door eigen ontrouw is terechtgekomen. Afwijking van Gods Woord brengt haat in de meest intieme betrekkingen. Verhoudingen in gezinnen en families gaan stuk. Het gebeurt voor hun ogen, maar ze zijn niet in staat het tij te keren. Vervolgens worden andere goden gediend. In plaats van terug te keren tot God en Zijn Woord neemt men de toevlucht tot het paranormale, waardoor ze een bespotting voor de wereld worden.


Vloek over de oogsten

38U zult veel zaad naar de akker brengen, maar weinig inzamelen, want de sprinkhaan zal het opvreten. 39Wijngaarden zult u planten en bewerken, maar u zult geen wijn drinken of iets verzamelen, want de worm zal het opeten. 40Olijfbomen zult u hebben in heel uw grondgebied, maar u zult u niet met olie zalven, want uw olijven zullen afvallen. 41Zonen en dochters zult u verwekken, maar zij zullen niet aan u toebehoren, want zij zullen in gevangenschap gaan. 42Al uw bomen en de vrucht van uw land zullen de sprinkhanen in bezit nemen. 43De vreemdeling die in uw midden is, zal hoger [en] hoger boven u uitstijgen, maar u zult lager [en] lager neerdalen. 44Hij zal aan u uitlenen, maar u zult niet aan hem uitlenen. Hij zal tot een hoofd zijn en u zult tot een staart zijn.

De eerste cluster eindigt met de dood (vers 2626Uw dode lichaam zal voedsel zijn voor alle vogels in de lucht en voor de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen.), de tweede met de wegvoering (vers 3636De HEERE zal u en de koning die u over uzelf aangesteld hebt, naar een volk brengen dat u zelf niet kende, en [ook] uw vaderen [niet]. Daar zult u andere goden dienen, hout en steen.). In vers 3838U zult veel zaad naar de akker brengen, maar weinig inzamelen, want de sprinkhaan zal het opvreten. begint Mozes opnieuw met een volk dat zich bevindt in het land te midden van de zegeningen die ze bezitten. De vloek zal vallen op elk werk dat ze ondernemen om van de zegen van het land – koren, wijn en olie – te genieten (Hg 1:9-119U rekent op veel, maar zie, het wordt weinig.
Wat u in huis bracht, daar blies Ik in.
Waarom? spreekt de HEERE van de legermachten.
Vanwege Mijn huis, dat verwoest ligt,
terwijl u zich uitslooft, ieder voor zijn eigen huis.10Daarom onthoudt de hemel u dauw,
en het land onthoudt [u] zijn opbrengst,
11want Ik riep droogte uit over het land en over de bergen
en over het koren, over de nieuwe wijn en over de olie,
en over wat het land oplevert,
over de mensen en over de dieren
en over al de inspanning van [uw] handen.
)
. God gebruikt daarvoor onder andere “de sprinkhaan” en “de worm”. Alles waarvan ze enig resultaat verwachten, zal hen vreselijk teleurstellen.

Zelfs de gedachte dat dan misschien hun nakomelingen van hun arbeid zullen kunnen genieten, wordt hun niet gegund. Hun kinderen zullen worden weggevoerd. Israël zal steeds armer worden, steeds verder wegzinken. De vreemdeling krijgt daardoor de kans zich boven Israël te verheffen. Israël zal van de gunst van de vreemdeling afhankelijk worden. Hierdoor zal het tegendeel van de verzen 12-1312De HEERE zal voor u Zijn rijke schatkamer, de hemel, openen, door uw land regen te geven op zijn tijd en door al het werk van uw handen te zegenen. U zult aan vele volken uitlenen, maar u zult zelf niet hoeven te lenen.13De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied [dat u ze] in acht neemt en houdt, gebeuren.

Afwijking van God en Zijn Woord levert nooit op wat ervan wordt verwacht. Integendeel, God heeft middelen die ervoor zorgen dat de verwachte opbrengst verloren gaat. Ondanks alle inspanning die geleverd wordt, zal die niet genoten worden.

Over Wie de Heer Jezus – van Wie het koren een beeld is (Jh 12:2424Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen; maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht.) – naar Gods gedachten is, wordt niets gehoord als Gods Woord wordt vervangen door een woord van mensen. Echte vreugde – waarvan de wijn spreekt (Ri 9:1313Maar de wijnstok zei tegen hen: Zou ik mijn nieuwe wijn opgeven, die God en mensen vrolijk maakt, en zou ik weggaan om boven de [andere] bomen te zweven?) – wordt niet genoten als alleen aards plezier wordt gezocht. Het werk van de Heilige Geest – Die in de olie wordt voorgesteld (1Jh 2:2020En u hebt [de] zalving vanwege de Heilige en u weet alles.) – vindt niet plaats als van vleselijke middelen gebruik wordt gemaakt om Gods zegen te krijgen.

De nakomelingen, die we kunnen toepassen op de geestelijke voortbrengselen, zullen geen lang leven in het land van God beschoren zijn. De geestelijke producten van eigen inspanning zullen in de wereld terechtkomen, want daar horen ze thuis.


De reden van de vervloekingen

45Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervolgen en u treffen, totdat u weggevaagd wordt, omdat u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam geweest bent, door Zijn geboden en Zijn verordeningen, die Hij u geboden heeft, in acht te nemen. 46Ze zullen voor u en uw nageslacht tot een teken en een wonder zijn, tot in eeuwigheid.

Deze woorden van Mozes vormen nog niet de afsluiting van zijn rede, maar hij maakt als het ware een korte pauze. Na drie clusters van dreigingen, die waarschuwingen zijn om niet af te wijken, verwijst hij met deze verzen terug naar vers 1515Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen:. Daar is hij begonnen met het aanzeggen van de vloeken. Door er hier tussendoor nog eens op te wijzen benadrukt hij de ernstige gevolgen van ongehoorzaamheid. Maar de toon wordt ook dreigender. In vers 1515Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen: zegt hij nog: Als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent”. Nu zegt hij: Omdat u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam geweest bent.”

Hij voegt eraan toe dat de vloeken ook tekenen en wonderen zijn. Ze dienen tot verbazing en ontzetting door hun grootte en verschrikkelijkheid, waarin het volk het bovennatuurlijke ingrijpen van God moet herkennen. Tot in eeuwigheid zal het goddeloze volk de oorsprong en rechtvaardigheid van het oordeel erkennen. Dit laat onverlet dat God niet het hele volk zal oordelen. God zal Zijn beloften aan een overblijfsel naar de verkiezing van de genade waarmaken (Js 10:2222Want, Israël, al is uw volk als het zand van de zee, [toch] zal [maar] een rest daarvan terugkeren; [tot] verdelging is vast besloten; het stroomt over van gerechtigheid.; Rm 11:55Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel naar [de] verkiezing van [de] genade.).


Onder de wreedste vijanden

47Omdat u de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met blijdschap en hartelijke vreugde, vanwege de overvloed van alles, 48zult u uw vijanden, die de HEERE op u af zal sturen, dienen met honger en dorst, met naaktheid en gebrek aan alles. Hij zal u een ijzeren juk op de hals leggen, totdat Hij u wegvaagt. 49De HEERE zal een volk van ver weg tegen u doen opkomen, van het einde van de aarde, zoals een arend aan komt zweven; een volk waarvan u de taal niet verstaat, 50een meedogenloos volk, dat oude mensen niet ontziet en jonge [mensen] niet genadig is. 51Het zal de vrucht van uw dieren en de vrucht van uw land opeten, totdat u weggevaagd bent. Het zal u geen koren, nieuwe wijn of olie overlaten, noch de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, totdat Hij u heeft omgebracht. 52Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat uw hoge en versterkte muren, waarop u in heel uw land vertrouwde, neervallen. Het zal u benauwen in al uw poorten, in heel uw land, dat de HEERE, uw God, u gegeven heeft. 53U zult de vrucht van uw schoot eten, het vlees van uw zonen en van uw dochters, die de HEERE, uw God, u gegeven zal hebben, tijdens de belegering en in de nood waarin uw vijanden u doen verkeren. 54De man onder u die weekhartig en zeer teergevoelig is, zal zijn broer, zijn innig geliefde vrouw en de rest van zijn zonen die hij [nog] over heeft, niets gunnen, 55zodat hij aan niemand van hen [iets] van het vlees van zijn zonen dat hij eet, zal geven, omdat hij [dan] niets voor zichzelf overhoudt, tijdens de belegering en in de nood, waarin uw vijand u in al uw poorten zal doen verkeren. 56De [vrouw] onder u die weekhartig en teergevoelig is, die [nog] nooit getracht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij [daarvoor] te teergevoelig en zachtaardig was, zal haar innig geliefde man, haar zoon en haar dochter niets gunnen 57van haar nageboorte, die tussen haar benen naar buiten komt, en van haar zonen, die zij baart, want zij zal hen in het geheim opeten, vanwege het gebrek aan alles, tijdens de belegering en in de nood, waarin uw vijand u in uw poorten zal doen verkeren.

In de voorgaande clusters is de vloek geplaatst op alle zijden en terreinen van het leven. Liefde voor zijn volk brengt Mozes ertoe om een nog afschrikwekkender beeld te schilderen, opdat het volk toch maar gehoorzaam aan Gods geboden zal blijven.

De HEERE heeft Zijn volk zegen in overvloed geschonken. Dat kan niet anders dan aanleiding zijn om Hem met “blijdschap en hartelijke vreugde” (vers 4747Omdat u de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met blijdschap en hartelijke vreugde, vanwege de overvloed van alles,) te dienen. Als dat niet gebeurt, is dat de grofste vorm van ondankbaarheid. God kan dan niet anders dan Zijn volk overgeven aan de wreedste onderdrukking.

Bij “een volk van ver weg” (vers 4949De HEERE zal een volk van ver weg tegen u doen opkomen, van het einde van de aarde, zoals een arend aan komt zweven; een volk waarvan u de taal niet verstaat,) kunnen we denken aan de Assyriërs, de Babyloniërs, of Chaldeeën, en de Romeinen. Alle drie hebben ze Jeruzalem veel kwaad aangedaan. In deze verzen lijkt het meer te gaan om de onderdrukking door de Romeinen – veelzeggend met een arend (vers 4949De HEERE zal een volk van ver weg tegen u doen opkomen, van het einde van de aarde, zoals een arend aan komt zweven; een volk waarvan u de taal niet verstaat,) in hun vaandel! –, terwijl de voorgaande verzen meer de Chaldeeër als vijand beschrijft.

De verzen 52-5752Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat uw hoge en versterkte muren, waarop u in heel uw land vertrouwde, neervallen. Het zal u benauwen in al uw poorten, in heel uw land, dat de HEERE, uw God, u gegeven heeft.53U zult de vrucht van uw schoot eten, het vlees van uw zonen en van uw dochters, die de HEERE, uw God, u gegeven zal hebben, tijdens de belegering en in de nood waarin uw vijanden u doen verkeren.54De man onder u die weekhartig en zeer teergevoelig is, zal zijn broer, zijn innig geliefde vrouw en de rest van zijn zonen die hij [nog] over heeft, niets gunnen,55zodat hij aan niemand van hen [iets] van het vlees van zijn zonen dat hij eet, zal geven, omdat hij [dan] niets voor zichzelf overhoudt, tijdens de belegering en in de nood, waarin uw vijand u in al uw poorten zal doen verkeren.56De [vrouw] onder u die weekhartig en teergevoelig is, die [nog] nooit getracht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij [daarvoor] te teergevoelig en zachtaardig was, zal haar innig geliefde man, haar zoon en haar dochter niets gunnen57van haar nageboorte, die tussen haar benen naar buiten komt, en van haar zonen, die zij baart, want zij zal hen in het geheim opeten, vanwege het gebrek aan alles, tijdens de belegering en in de nood, waarin uw vijand u in uw poorten zal doen verkeren. gaan over de belegering van Jeruzalem en beschrijven verbijsterende, onwezenlijke taferelen. Voorname, verwende vrouwen van Jeruzalem die zich in betere tijden hebben laten dragen (die [nog] nooit haar voetzool op de aarde hoefde te zetten), zullen elke natuurlijke liefde voor hun kinderen kwijtraken en veranderen in monsters met een onmenselijk, beestachtig gedrag. In hun onbeschrijflijke nood nemen zij niet de toevlucht tot God, maar tot het laagst denkbare: het eten van hun eigen kinderen (Kl 4:1010De handen van barmhartige vrouwen /jod/
hebben hun [eigen] kinderen gekookt.
Zij zijn hun tot voedsel geworden
bij de ondergang van de dochter van mijn volk.
; 2Kn 6:28-2928De koning zei verder tegen haar: Wat hebt u? Ze zei: Deze vrouw heeft tegen mij gezegd: Geef uw zoon, dan eten wij hem vandaag op. Dan zullen wij morgen mijn zoon eten.29Toen hebben wij mijn zoon gekookt en opgegeten, maar toen ik de volgende dag tegen haar zei: Geef uw zoon, dan zullen wij hém opeten, heeft zij haar zoon verborgen.)
. Tot deze diepe verdorvenheid voert de ongehoorzaamheid aan God.


De volle maat van Gods vloek

58Als u al de woorden van deze wet die in dit boek geschreven zijn, niet nauwlettend houdt, door deze heerlijke en ontzagwekkende Naam, de HEERE, uw God, te vrezen, 59dan zal de HEERE uw plagen en de plagen van uw nageslacht uitzonderlijk maken; het zullen grote en aanhoudende plagen, en kwaadaardige en aanhoudende ziekten zijn. 60Hij zal alle kwalen van Egypte, waarvoor u beducht geweest bent, op u laten terugkeren en zij zullen aan u blijven kleven. 61Ook iedere ziekte en iedere plaag die niet in het boek met deze wet geschreven is, zal de HEERE over u laten komen, totdat u weggevaagd wordt. 62U zult met weinig mensen overblijven, terwijl u zo talrijk was als de sterren aan de hemel, omdat u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam geweest bent. 63En het zal gebeuren, zoals de HEERE Zich over u verblijdde om u goed te doen en u talrijk te maken, dat de HEERE Zich zo over u zal verblijden om u om te brengen en weg te vagen. U zult weggerukt worden uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen. 64De HEERE zal u verspreiden onder al de volken, van het [ene] einde van de aarde tot aan het [andere] einde van de aarde. Daar zult u andere goden dienen, die u noch uw vaderen gekend hebben, hout en steen. 65Daarbij zult u onder die volken niet tot rust komen en uw voetzool zal geen rustplaats hebben, want de HEERE zal u daar een bevend hart, kwijnende ogen en een treurende ziel geven. 66Uw leven zal voor u [aan een zijden draad] hangen; u zult nacht en dag beangst zijn en uw leven niet zeker zijn. 67's Morgens zult u zeggen: Was het maar avond! En 's avonds zult u zeggen: Was het maar morgen! vanwege de angst die uw hart bevangen heeft en vanwege het schouwspel dat uw ogen zien. 68De HEERE zal u in schepen naar Egypte laten terugkeren, over de weg waarvan ik u gezegd heb: Die zult u nooit meer zien. Daar zult u uzelf als slaven en slavinnen aan uw vijanden willen verkopen, maar er zal geen koper zijn.

Deze verzen gaan over de woorden van dit boek en de Naam van de HEERE God. Het hele boek is een enthousiaste lofrede op het land. Maar God zegt in vers 6363En het zal gebeuren, zoals de HEERE Zich over u verblijdde om u goed te doen en u talrijk te maken, dat de HEERE Zich zo over u zal verblijden om u om te brengen en weg te vagen. U zult weggerukt worden uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen. dat Hij Zich erover zal verblijden het volk uit het land weg te rukken als zij niet trouw blijven aan Hem en Zijn Woord. Zo is als het ware de christenheid in ballingschap gegaan, omdat zij haar hemelse positie niet heeft bewaard en aards gericht is geworden. Het innemen van een uiterlijk standpunt is nooit een garantie om bij de waarheid te blijven.

In het vasthouden van de woorden van dit boek en het vasthouden of vrezen van de Naam is alles samengevat wat nodig is om de zegeningen te kunnen genieten. Waar deze twee dingen worden losgelaten, verliest het volk van God zijn plaats in het land en de plaats die God uitgekozen heeft om Zijn Naam daar te doen wonen. Voor ons betekent dit het verlies van ons hemelse standpunt en het verlies van de plaats waar de Heer Jezus de Zijnen rondom Zich vergadert, tot Zijn Naam.

De tot hiertoe beschreven taferelen van ongeëvenaarde nood zullen nog niet het einde van de ellende zijn als het volk zich niet laat waarschuwen. God zal de volle maat van de vloek over Zijn volk doen komen. Niets zal hen bespaard blijven. Dat de voorgaande rampen en plagen nog niet het einde betekenden, getuigt van Gods volharding om al het mogelijke te doen Zijn volk tot Zich te doen terugkeren. Pas als er geen enkele hoop op bekering meer is, velt Hij het definitieve oordeel. Daarbij behoudt Hij Zich toch nog weer het recht voor om op grond van de verkiezing naar genade een overblijfsel te sparen.

Altijd zal er vrees en angst zijn voor de komende dag (vers 6767's Morgens zult u zeggen: Was het maar avond! En 's avonds zult u zeggen: Was het maar morgen! vanwege de angst die uw hart bevangen heeft en vanwege het schouwspel dat uw ogen zien.). Ook de nacht biedt geen rust. Voor de nacht is men net zo bang (vgl. Jb 7:44Als ik mij te slapen leg, zeg ik:
Wanneer zal ik opstaan?
[Tot wanneer] heeft [God] de avond afgemeten?
Ik ben verzadigd van onrust tot aan de schemering.
; Ps 91:5-65U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht,
voor de pijl die overdag aan komt vliegen,
6voor de pest, die in het donker rondgaat,
voor het verderf dat midden op de dag verwoest.
).
De schrik en vrees ontstaan niet alleen vanwege het gezicht van de ogen, maar ook door de vrees van het hart. Anders gezegd: niet alleen werkelijke gevaren zullen hun schrik en vrees aanjagen, maar ook denkbeeldige of ingebeelde gevaren. Als men er toe komt om eens een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van de vrees, dan blijken zij dikwijls slechts de schepselen van de verbeelding te zijn.

Zoals de bevrijding uit de slavernij van Egypte te vergelijken is met de geboorte van het volk, zo is de terugkeer tot slavernij te vergelijken met de dood ervan. Niemand zal iets bruikbaars in hen zien en er ook maar een cent voor over hebben om hen te bezitten. Het duidt een toestand van volledige verachting en verwerping aan.


Lees verder