Deuteronomium
1-3 Rechtvaardige strafmaat 4 Een dorsende os niet muilbanden 5-10 De zwagerplicht 11-12 Ongeoorloofde wijze van bevrijden 13-16 Een zuivere maat en gewicht 17-19 Opdracht Amalek uit te roeien
Rechtvaardige strafmaat

1Wanneer er tussen mannen onenigheid is en zij voor het gerecht komen en men over hen rechtspreekt, dan moet men de rechtvaardige rechtvaardig verklaren en de schuldige schuldig verklaren. 2En als de schuldige tot stokslagen is [veroordeeld], moet het [zó] zijn dat de rechter hem [op de grond laat] leggen en hem voor zijn [ogen] de slagen [laat] geven die in aantal overeenkomen met zijn onrechtvaardige daad. 3Veertig slagen mag hij hem [laten] geven; hij mag er niets aan toevoegen, omdat uw broeder anders, als hij hem boven deze [nog] meer slagen zou [laten] geven, voor uw ogen verachtelijk zou worden.

Straf moet worden gegeven waar dat nodig is, maar ook niet meer dan nodig is. De straf moet met de misdaad in overeenstemming zijn en met de verantwoordelijkheid van de misdadiger: Die slaaf nu, die de wil van zijn heer heeft gekend, en [zich] niet bereid en niet naar zijn wil gedaan heeft, zal met vele [slagen] worden geslagen; maar wie die niet gekend en dingen gedaan heeft die slagen waard zijn, zal met weinige worden geslagen. Ieder nu wie veel gegeven is, van hem zal veel worden geëist; en wie veel is toevertrouwd, van hem zal men des te meer vragen” (Lk 12:47-4847Die slaaf nu, die de wil van zijn heer heeft gekend, en [zich] niet bereid en niet naar zijn wil gedaan heeft, zal met vele [slagen] worden geslagen;48maar wie die niet gekend en dingen gedaan heeft die slagen waard zijn, zal met weinige worden geslagen. Ieder nu wie veel gegeven is, van hem zal veel worden geëist; en wie veel is toevertrouwd, van hem zal men des te meer vragen.).

Het aantal van veertig stokslagen is een maximum, waarbij het getal veertig staat voor een volle straf (Gn 7:1212En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.; Nm 14:33-3433Uw kinderen zullen veertig jaar in deze woestijn rondzwerven, en zij zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen in deze woestijn vergaan zijn.34Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar [lang], en u zult van Mij tegenstand ondervinden.). Bij het toedienen van de straf hebben de rabbijnen, uit angst voor overtreding van de letter van wet, vastgesteld dat er veertig min één stokslagen moeten worden toegediend voor het geval men zich zou vertellen. Dit maximum heeft Paulus vijf keer gekregen (2Ko 11:2424Van [de] Joden heb ik vijfmaal veertig [slagen] min één ontvangen,). Het geeft aan dat Paulus door de Joden als een groot misdadiger is gezien.

In de gemeente van God is wat hier rechtspraak wordt genoemd tucht. Tucht wordt door de hele gemeente uitgeoefend. In de praktijk zullen geestelijk gezinde broeders een tuchtzaak voorbereiden. Ook hier is het van belang dat een tuchtmaatregel in overeenstemming is met de begane zonde. Zo moet bijvoorbeeld iemand die ontrouw is, worden getekend, terwijl hij nog wel als een broeder moet worden gezien en ook als zodanig moet worden vermaand (2Th 3:14-1514Maar als iemand ons woord door de brief niet gehoorzaamt, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd wordt;15beschouwt hem echter niet als een vijand, maar wijst hem terecht als een broeder.). Daar past de zwaarste tuchtmaatregel van uitsluiting uit de gemeente niet (1Ko 5:13b13Maar hen die buiten zijn, zal God oordelen. Doet de boze uit uw midden weg.). Dat zou neerkomen op een verachtelijk maken van de broeder.

De stokslagen moeten worden gegeven in tegenwoordigheid van de rechter. Dat legt er de nadruk op dat het vonnis wordt uitgevoerd zoals het is uitgesproken en dat de straf direct moet worden uitgevoerd.


Een dorsende os niet muilbanden

4Een rund mag u niet muilkorven als hij aan het dorsen is.

Zoals het vorige gedeelte leert dat straf moet worden gegeven in overeenstemming met het vergrijp, zo leert dit vers dat er voedsel mag worden genoten in overeenstemming met het werk dat men verricht. Zoals de misdaad straf waard is, zo is de arbeider zijn loon waard.

Dit vers wordt twee keer in het Nieuwe Testament aangehaald:
1. Want in de wet van Mozes staat geschreven: ‘U zult een dorsende os niet muilbanden’. Zorgt God voor de ossen? Of zegt hij dit eigenlijk ter wille van ons? Want ter wille van ons is dit geschreven, dat de ploeger op hoop moet ploegen, en de dorser op hoop zijn deel te ontvangen” (1Ko 9:9-109Want in de wet van Mozes staat geschreven: ‘U zult een dorsende os niet muilbanden’. Zorgt God voor de ossen?10Of zegt hij dit eigenlijk ter wille van ons? Want ter wille van ons is dit geschreven, dat de ploeger op hoop moet ploegen, en de dorser op hoop zijn deel te ontvangen.).
2. “Laat de oudsten die goed besturen, dubbele eer worden waard geacht, vooral zij die arbeiden in woord en leer; want de Schrift zegt: ‘Een dorsende os zult u niet muilbanden’, en: ‘De arbeider is zijn loon waard’” (1Tm 5:17-1817Laat de oudsten die goed besturen, dubbele eer worden waard geacht, vooral zij die arbeiden in woord en leer;18want de Schrift zegt: ‘Een dorsende os zult u niet muilbanden’, en: ‘De arbeider is zijn loon waard’.).

Uit de eerste aanhaling blijkt dat dit voorschrift niet in de eerste plaats gegeven is uit zorg voor de os, maar dat het bedoeld is voor de werker in Gods koninkrijk. Het is geen toepassing maar uitleg.

Dit voorschrift maakt de gelovigen duidelijk dat zij die geestelijk werk verrichten, recht hebben op stoffelijke ondersteuning van hen aan wie dit geestelijk werk ten goede komt.


De zwagerplicht

5Wanneer broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag de vrouw van de gestorvene niet [de vrouw] van een vreemde man buiten [de familie] worden. Haar zwager moet bij haar komen en haar voor zichzelf tot vrouw nemen, en [zo zijn] zwagerplicht tegenover haar vervullen. 6En het moet [zó] zijn dat het eerste kind dat zij baart, op naam van zijn gestorven broer zal staan, zodat diens naam niet uit Israël wordt uitgewist. 7Maar als deze man niet genegen is zijn schoonzuster [tot vrouw] te nemen, dan moet zijn schoonzuster naar de poort gaan, naar de oudsten, en zeggen: Mijn zwager weigert een naam voor zijn broer in Israël in stand te houden. Hij wil [zijn] zwagerplicht tegenover mij niet vervullen. 8Dan moeten de oudsten van zijn stad hem roepen en tot hem spreken; blijft hij bij zijn standpunt en zegt hij: Ik ben niet genegen haar [tot vrouw] te nemen, 9dan moet zijn schoonzuster voor de ogen van de oudsten naar hem toe gaan, zijn schoen van zijn voet trekken, hem in het gezicht spuwen, en [daarbij] het woord nemen en zeggen: Zo wordt met de man gedaan die het gezin van zijn broer niet wil bouwen. 10En zijn naam zal in Israël luiden: Het huis van hem bij wie de schoen is uitgetrokken.

In deze verzen wordt een regeling getroffen ter bescherming van het erfdeel, dat het niet in andere handen zal vallen. Het beschrijft de situatie van twee broers die op hetzelfde erfdeel wonen en van wie de een getrouwd is en de ander nog ongetrouwd. Als de getrouwde broer sterft zonder een nakomeling, moet de broer de weduwe tot vrouw nemen. Dit wordt de “zwagerplicht” (verzen 5,75Wanneer broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag de vrouw van de gestorvene niet [de vrouw] van een vreemde man buiten [de familie] worden. Haar zwager moet bij haar komen en haar voor zichzelf tot vrouw nemen, en [zo zijn] zwagerplicht tegenover haar vervullen.7Maar als deze man niet genegen is zijn schoonzuster [tot vrouw] te nemen, dan moet zijn schoonzuster naar de poort gaan, naar de oudsten, en zeggen: Mijn zwager weigert een naam voor zijn broer in Israël in stand te houden. Hij wil [zijn] zwagerplicht tegenover mij niet vervullen.) genoemd. De zoon die dan verwekt wordt, wordt toegerekend aan de eerste man en is diens erfgenaam. Dit gebruik, dat nu als wet wordt vastgelegd, is al langer bekend (Gn 38:88Toen zei Juda tegen Onan: Kom bij de vrouw van je broer, vervul je zwagerplicht tegenover haar en verwek nageslacht voor je broer.).

Bij het huwelijk van Boaz met Ruth gaat het om een verder verwijderd familielid, want er is geen broer (Ru 4). Ook is daar het land al in andere handen overgegaan. Boaz moet zowel de losser worden als de zwagerplicht vervullen. God heeft deze bestaande, ongeschreven wet nu vastgelegd en gebracht op menselijk niveau. Daardoor kan de broer zich aan het zwagerhuwelijk onttrekken. Dat kan hij doen omdat hij het gewoon niet wil of omdat hij zijn eigen belangen daarmee op het spel zet.

De schoen uittrekken is een symbolische aanduiding. Ergens de schoen op zetten spreekt van het in bezit nemen, het zich toe-eigenen en eigen maken (Jz 1:33Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven, overeenkomstig wat Ik tot Mozes gesproken heb.; Ps 60:1010Moab is mijn waskom,
op Edom zal ik mijn schoen werpen.
Juich over mij, Filistea!
; 108:1010Moab is mijn waskom,
op Edom zal ik mijn schoen werpen,
over Filistea zal ik juichen.
)
. Het uittrekken van de schoen spreekt van het omgekeerde en wil zeggen ergens afstand van doen. Dat doet de man in het geval van Ruth (Ru 4:77Nu was het vroeger in Israël bij lossing en bij ruil [de gewoonte] om de hele zaak te bevestigen: iemand trok zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit diende als bewijs in Israël.). Hij doet dat omdat hij door een huwelijk met Ruth zijn eigen erfdeel te gronde richt. Hij denkt meer aan zijn eigen belang. Hij doet dan afstand van de vrouw en het land. Hier trekt de vrouw hem de schoen van zijn voeten. Dat wordt een scheldnaam voor de man.

In Ruth is een losser die nader is. Deze eerste losser is een type van de wet. De wet is als eerste verplichting aan de mens gegeven om via die weg leven te ontvangen. De wet stelt: Doe dit en u zult leven. Maar deze eerste losser kan niet lossen. Mensen die de wet handhaven, zijn als dieven en rovers. De farizeeën en schriftgeleerden denken alleen aan hun eigen belang en niet aan het volk. Zij leggen zware lasten op.

Dan komt de Losser Die het kan en doet, de Heer Jezus. Hij cijfert Zichzelf weg. Hij is niet bevreesd Zijn eigen erfdeel kwijt te raken. Hij wil uitgeroeid worden, “maar het zal niet voor Hemzelf zijn”, of, zoals het ook vertaald kan worden: “Hij zal niets hebben” (Dn 9:26b26Na de tweeënzestig weken
zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn.
Een volk van een vorst, [een volk] dat komen zal,
zal de stad en het heiligdom te gronde richten.
Het einde ervan zal zijn in de [overstromende] vloed
en tot het einde toe zal er oorlog zijn,
verwoestingen [waartoe] vast besloten is.
)
. De Heer Jezus is de ware Boaz (dat betekent ‘in hem is kracht’). Ruth is een beeld van het overblijfsel van Israël en Naomi van het Israël dat alles kwijt is. Hoe treffend laat Ruth, die een Moabitische is, de rechteloosheid van het overblijfsel zien en dat alles wat wordt verkregen alleen op de grondslag van genade is.

De betekenis voor ons is wat wij moeten doen voor de ander. Het laat zien dat wij onszelf moeten wegcijferen voor de ander. Zijn wij bereid voor de belangen van de broeder op te komen, of lijken wij op de eerste losser? Het kost misschien wel wat aan tijd of inspanning, maar hoe belangrijk is het dat de ander zijn erfdeel behoudt?

De sadduceeën verwijzen in een van hun twistgesprekken met de Heer Jezus naar de zwagerplicht om de onaannemelijkheid van de opstanding te ‘bewijzen’ (Mt 22:23-3323Op die dag kwamen er sadduceeën naar Hem toe, die zeggen dat er geen opstanding is;24en zij vroegen Hem aldus: Meester, Mozes heeft gezegd: Als iemand kinderloos sterft, dan zal zijn broer met diens vrouw het zwagerhuwelijk sluiten en zijn broer nageslacht verwekken.25Nu waren er bij ons zeven broers; en nadat de eerste getrouwd was, stierf hij; en daar hij geen nageslacht had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broer.26Evenzo ook de tweede en de derde, tot zeven toe.27Het laatst van allen nu stierf de vrouw.28In de opstanding dan, wie van de zeven zal zij tot vrouw zijn? Want zij hebben haar allen gehad.29Jezus nu antwoordde en zei tot hen: U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God.30Want in de opstanding trouwen zij niet en worden niet uitgehuwelijkt, maar zij zijn als engelen <van God> in de hemel.31Wat nu de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei:32‘Ik ben de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob’? Hij is niet <de> God van doden maar van levenden.33En toen de menigten dit hoorden, stonden zij versteld over Zijn leer.). De sadduceeën zijn de vrijzinnigen van die tijd. Zij geloven alleen in wat ze kunnen beredeneren. Daarom geloven ze niet in de opstanding en ook niet in engelen en geesten (Hd 23:88Want sadduceeën zeggen dat er geen opstanding is, en geen engel of geest; farizeeën echter belijden beide.). Ze stellen de Heer het door hen verzonnen geval voor van zeven broers die achtereenvolgens met dezelfde vrouw trouwen. Ze lichten vanuit hun verdorven denken toe hoe in hun verzonnen voorbeeld de situatie zich ontwikkelt.

Toch doet de Heer moeite om hun verduisterde verstand te verlichten. Hij wijst op de Schriftplaats die spreekt over God als de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob (Ex 3:6,15-166Hij zei verder: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was bevreesd God aan te kijken.15Toen zei God verder tegen Mozes: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De HEERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn [Naam ter] gedachtenis, van generatie op generatie.16Ga, verzamel de oudsten van Israël en zeg tegen hen: De HEERE, de God van uw vaderen, is aan mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob. [Hij] zei: Ik heb zeker naar u omgezien en [naar] wat u in Egypte wordt aangedaan.). De Heer haalt deze Schriftplaats aan om aan te tonen dat in de dagen van Mozes de aartsvaders in een andere wereld leven, hoewel ze nog niet opgewekt zijn uit de doden. Het feit dat hun geesten daar zijn, staat er garant voor dat ze aan het einde met opgewekte lichamen erbij zullen zijn.

Als God dit tegen Mozes zegt, zijn Abraham, Izaäk en Jakob allang overleden. Maar God heeft hun Zijn beloften gedaan. Zal Hij die dan niet meer kunnen waarmaken? Zeker zal Hij die waarmaken en wel in de opstanding. Hoe heel anders is het geloof van Abraham dan dat van de sadduceeën. Hij heeft geloofd dat God machtig is zelfs doden op te wekken (Hb 11:1818van wie gesproken was: ‘In Izaäk zal uw nageslacht genoemd worden’. Hij heeft overwogen, dat God machtig was hem zelfs uit [de] doden op te wekken,).


Ongeoorloofde wijze van bevrijden

11Wanneer mannen met elkaar vechten en de vrouw van de een naderbij komt om haar man te bevrijden uit de hand van degene die hem slaat, en zij haar hand uitsteekt en [hem bij] zijn geslachtsdelen grijpt, 12dan moet u haar hand afhakken. Laat uw oog haar niet ontzien!

Dit geval heeft verwantschap met het voorgaande gedeelte, maar dan als tegenhanger. Als de broer van haar man weigert op grond van de zwagerplicht het zwagerhuwelijk met haar te sluiten, mag de vrouw in grote zelfstandigheid haar verachting hiervoor kenbaar maken (vers 99dan moet zijn schoonzuster voor de ogen van de oudsten naar hem toe gaan, zijn schoen van zijn voet trekken, hem in het gezicht spuwen, en [daarbij] het woord nemen en zeggen: Zo wordt met de man gedaan die het gezin van zijn broer niet wil bouwen.). Maar nu wordt duidelijk gemaakt dat deze zelfstandigheid haar niet tot ongeoorloofde, schaamteloze handelingen moet verleiden. Enerzijds is het begrijpelijk dat zij voor haar man wil opkomen. Anderzijds getuigt de wijze waarop zij dat doet van boosaardigheid. Zij wil de man ongeschikt maken tot het verwekken van nageslacht.

De lichamelijke verminking die hier als straf moet worden toegepast, is het enige voorbeeld dat in de wet wordt gegeven. Het kwaad dat hier geschiedt, moet gestraft worden met een straf die een blijvend gevolg heeft. Bij de uitvoering van de straf mag medelijden, bijvoorbeeld omdat het een vrouw betreft, geen rol spelen (vgl. Dt 13:88bewillig er dan niet in en luister niet naar hem! Laat uw oog hem niet ontzien, heb geen medelijden en houd hem niet verborgen.; 19:13,2113Laat uw oog hem niet ontzien, maar doe het bloed van de onschuldige uit Israël weg, opdat het u goed gaat.21Laat uw oog [hem] niet ontzien: leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet.).

De Heer wijst mogelijk op dit voorschrift als Hij spreekt over het afhouwen van de hand die ons tot een val kan brengen. Het voorkomen van een ongepaste daad gebeurt door zichzelf te oordelen. Wie in geestelijk opzicht zijn hand afhouwt, zal haar niet letterlijk hoeven te verliezen. De Heer gaat veel verder: wie in geestelijk opzicht zijn hand afhouwt, ontkomt daardoor aan het oordeel van de hel (Mk 9:4343En als uw hand u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan, dan met twee handen naar de hel te gaan, naar het onuitblusbare vuur. [).


Een zuivere maat en gewicht

13U mag niet twee verschillende [weeg]stenen in uw zak hebben, een grote en een kleine. 14U mag in uw huis niet twee verschillende efa's hebben, een grote en een kleine. 15U moet een zuivere en rechtmatige [weeg]steen hebben, u moet een zuivere en rechtmatige efa hebben, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft. 16Want iedereen die dat doet, iedereen die onrecht doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel.

Het verbod op tweeërlei gewicht en maat betreft niet slechts het gebruik, maar ook het bezit ervan. De slechte koopman heeft een grote maat voor de inkoop en een kleine voor de verkoop. Tegen dit kwaad treedt ook de profeet Amos met duidelijke taal op (Am 8:5b5door te zeggen: Wanneer is de nieuwemaansdag voorbij, zodat wij graan kunnen verkopen? En de sabbat, zodat wij de korenschuren kunnen openen? U maakt de efa kleiner, de sikkel groter, en u bedriegt met valse weegschalen.). Het verbod is al eerder gegeven (Lv 19:35-3635U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, met de lengtemaat, met het gewicht en met de inhoudsmaat.36U moet een zuivere weegschaal hebben, zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft.). In dezelfde zin lezen we in Psalm 12 ook over het “dubbelhartig, met gladde lippen” spreken (Ps 12:33Valse [dingen] spreekt men tot elkaar,
[met] vleiende lippen; dubbelhartig spreekt men.
)
.

Het kwaad van een meten met twee maten kan in ons eigen hart en in het gemeenteleven zo gemakkelijk een rol spelen. Als het om onszelf gaat, leggen wij vaak andere maatstaven aan dan wanneer het gaat om een ander. We zijn vaak veel toegeeflijker tegenover familieleden dan tegenover buitenstaanders. Daarom is het bijvoorbeeld wijs om als familie buiten een tuchtzaak te blijven.

Voor God is een dergelijke handelwijze van tweeslachtigheid een gruwel (Sp 20:1010Tweeërlei [weeg]steen en tweeërlei efa,
ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.
; Sp 11:11Een bedrieglijke weegschaal is voor de HEERE een gruwel,
maar een zuivere [weeg]steen is Hem welgevallig.
; 20:2323Tweeërlei [weeg]steen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke weegschaal is niet goed.
)
. In vers 1616Want iedereen die dat doet, iedereen die onrecht doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel. wordt van ieder door wie met twee maten wordt gemeten, gezegd dat zo iemand “voor de HEERE, uw God, een gruwel” is. De HEERE wenst oordeel zonder aanzien des persoons. In Zijn regeringswegen houdt Hij er rekening mee welke maat we voor anderen hebben aangelegd. Hoe we anderen hebben beoordeeld, naar die norm zullen we zelf door Hem beoordeeld worden, zoals de Hij Zelf zegt: “Want met de <zelfde> maat waarmee u meet, zal u ook worden gemeten” (Lk 6:3838geeft en u zal worden gegeven; een goede, ingedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met de <zelfde> maat waarmee u meet, zal u ook worden gemeten.).

Een eerlijke handelwijze beloont God met een lang leven in het land. Wie eerlijk is, doet zichzelf niet tekort, hoewel dat soms zo lijkt. De volle zegen die God Zijn volk te genieten geeft in het land dat Hij Zijn volk gegeven heeft, is voor de christen de hemelse gewesten. Eerlijk zijn in alle betrekkingen is een voorwaarde om het genot van de geestelijke zegeningen te hebben.


Opdracht Amalek uit te roeien

17Denk aan wat Amalek u onderweg aangedaan heeft, toen u uit Egypte wegtrok: 18hij ontmoette u onderweg en overviel bij u in de achterhoede alle zwakken achter u, terwijl u moe en uitgeput was; en hij vreesde God niet. 19Als de HEERE, uw God, u rust gegeven heeft van al uw vijanden van rondom, in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, moet het [zó] zijn dat u de gedachtenis aan Amalek van onder de hemel uitwist. Vergeet het niet!

Amalek is een gemeen volk dat een volk dat nog maar nauwelijks aan de slavernij is ontkomen, op de zwakste plekken aanvalt (Ex 17:14-1714Toen zei de HEERE tegen Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek en prent het Jozua in dat Ik de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel zal uitwissen.15En Mozes bouwde een altaar en gaf het de naam: De HEERE is mijn Banier!16Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!). Het valt ook een volk aan dat nog geen enkele ervaring met strijd heeft en dat hun niets heeft misdaan. In het aanvallen van Gods volk tonen zij dat geen vrees voor God hun voor ogen staat.

God vergeet niet wat deze lafhartige vijand Zijn volk heeft aangedaan. Het enige oordeel is de herinnering aan deze vijand totaal uit te wissen door een compleet oordeel. Het is te vergelijken met het oordeel in de dagen van Noach en over Sodom en Gomorra (Gn 6:5-75En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.6Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart.7En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb.; 18:20-2120Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar.21Ik zal nu afdalen en zien of zij [werkelijk] alles gedaan hebben zoals de roep luidt die over haar tot Mij gekomen is. En zo niet, Ik zal het weten.; 19:24-2524Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. [Het kwam] van de HEERE uit de hemel.25Hij keerde deze steden en heel de vlakte ondersteboven, met alle inwoners van de steden en het gewas op het land.). Saul krijgt de opdracht Amalek uit te roeien, maar faalt door ongehoorzaamheid (1Sm 15:1-3,18-191Toen zei Samuel tegen Saul: De HEERE heeft mij gezonden om u tot koning te zalven over Zijn volk, over Israël. Luister daarom nu naar de woorden van de HEERE.2Zo zegt de HEERE van de legermachten: Ik heb acht geslagen op wat Amalek Israël aangedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gekeerd heeft op de weg, toen hij uit Egypte kwam.3Ga nu heen, en versla Amalek, en sla alles wat hij heeft met de ban. Spaar hem niet, maar dood hen van man tot vrouw, van kind tot zuigeling, van rund tot schaap, [en] van kameel tot ezel.18De HEERE heeft u op weg gezonden en gezegd: Ga heen, sla de zondaars met de ban, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat u hen vernietigd hebt.19Waarom hebt u niet geluisterd naar de stem van de HEERE, maar bent u op de buit aangevallen en hebt u gedaan wat slecht was in de ogen van de HEERE?). Enige tijd later verslaat David de Amalekieten (2Sm 1:11Het gebeurde na de dood van Saul, toen David teruggekeerd was van het verslaan van de Amalekieten en David twee dagen in Ziklag gebleven was,). In de dagen van Hizkia wordt definitief met Amalek afgerekend (1Kr 4:41-4441Deze bij name beschrevenen kwamen [daar] in de dagen van Hizkia, de koning van Juda. Zij vernielden de tenten en woningen van hen die daar aangetroffen werden, en sloegen hen met de ban, tot op deze dag. Zij gingen [daar] in hun plaats wonen, want daar was weidegrond voor hun kleinvee.42Ook gingen er van hen, [dus] van de nakomelingen van Simeon, vijfhonderd mannen naar het gebergte van Seïr. En Pelatja, Nearja, Refaja en Uzziël, de zonen van Jiseï, waren hun hoofden.43Zij versloegen het overblijfsel van hen die van de Amalekieten ontkomen waren, en zij wonen daar tot op deze dag.).

Amalek is een beeld van het zondige vlees. Het vlees, de zonde in ons, moet volledig terzijde worden gesteld. Het geloof mag weten dat de zonde in het vlees is geoordeeld toen Christus onder Gods oordeel stierf op het kruis en dat wij daar met Hem gekruisigd zijn (Rm 6:66daar wij dit weten, dat onze oude mens met [Hem] gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou zijn, opdat wij niet meer de zonde dienen.; 8:33Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was – God heeft, doordat Hij Zijn eigen Zoon in een [gedaante] gelijk aan [het] vlees van [de] zonde en voor [de] zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld;). Nu is het onze verantwoordelijkheid om ons voor de zonde dood te houden (Rm 6:1111Zo ook u, rekent het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn, maar voor God levend in Christus Jezus.).

Evenals Amalek is ook het zondige vlees heel gemeen. Het valt ons aan op momenten van zwakheid en op de zwakste plekken. Juist dan is het van belang aan Christus en Zijn werk te denken en aan onze vereniging met Hem in dat werk. Dan krijgt het vlees geen kans zich te laten gelden en ons tot zonde te verleiden waardoor we de nederlaag lijden.

We moeten ver gaan in onze liefde voor anderen, maar aan het vlees mogen we geen enkele ruimte geven. We moeten God toelaten in al onze zaken, in al onze betrekkingen. Dan zullen dingen als naastenliefde, vastberadenheid, juistheid in onze oordelen, allemaal hun plaats vinden en in al onze wegen gevonden worden. Liefde voor het vlees, voor de satan en zijn machten, mag er nooit zijn, anders zullen we nooit toekomen aan de prachtige boodschap van het volgende hoofdstuk.


Lees verder