Deuteronomium
Inleiding 1-7 De daden van de HEERE voor het volk 8-12 Verschil tussen Egypte en Kanaän 13-15 Belofte van zegen 16-17 Waarschuwing voor afgoderij 18-21 Inprenten en zichtbaar maken 22-25 Overwinning door gehoorzaamheid 26-28 Voor de keus gesteld 29-32 Berg van de zegen en berg van de vloek
Inleiding

Deuteronomium 11 is het laatste hoofdstuk van het eerste deel van het boek. Dat is te zien aan vers 11Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen. van Deuteronomium 12. In Deuteronomium 1-11 hebben we een terugblik op de woestijnreis en een vooruitblik naar het land dat Israël in bezit zal nemen. Eerst krijgen ze onderwijs ten aanzien van wat ze zelf zijn, wat in hun hart is, en wat het vlees, dat is de zondige natuur, betekent. Dan wordt de blik gericht op het land dat ze zullen erven om het hart van het volk warm te maken om het in bezit te gaan nemen. Beide aspecten komen in Deuteronomium 11 weer aan de orde.

Deuteronomium 11 is in drie delen te verdelen:
1. De verzen 1-91Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen.2U moet heden weten dat ik niet [spreek] tot uw kinderen, die het niet weten, en het onderwijs van de HEERE, uw God, niet gezien hebben – Zijn grootheid, Zijn sterke hand en Zijn uitgestrekte arm:3Zijn tekenen en Zijn daden die Hij in het midden van Egypte verricht heeft, bij de farao, de koning van Egypte, en heel zijn land,4en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag.5Ook wat Hij voor u gedaan heeft in de woestijn, totdat u op deze plaats gekomen bent,6en wat Hij gedaan heeft met Dathan en Abiram, zonen van Eliab, de zoon van Ruben: dat de aarde haar mond opende en hen verzwolg, met hun gezinnen en hun tenten en alles wat bij hen hoorde, te midden van heel Israël.7Want uw ogen hebben al deze grote daden van de HEERE, die Hij verricht heeft, gezien.8Daarom moet u alle geboden die ik u heden gebied, in acht nemen. Dan zult u sterk zijn en het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, binnengaan en in bezit nemen.9Dan zult u [uw] dagen verlengen in het land waarvan de HEERE uw vaderen gezworen heeft het hun en hun nageslacht te geven, een land dat overvloeit van melk en honing. geven een terugblik op wat achter hen ligt, opdat ze daaruit lessen zullen leren.
2. De verzen 10-2110Want het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, is niet zoals het land Egypte, waaruit u weggetrokken bent, dat u met uw zaad moest bezaaien en al lopend water moest geven, zoals een groentetuin.11Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel.12[Het is] een land waar de HEERE, uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van de HEERE, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.13En het zal gebeuren, wanneer u nauwgezet luistert naar mijn geboden die ik u heden gebied, door de HEERE, uw God, lief te hebben en Hem te dienen met heel uw hart en met heel uw ziel,14dat Ik regen voor uw land zal geven op zijn tijd, vroege regen en late regen, zodat u uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie kunt inzamelen.15Ook zal Ik gewas op uw veld geven voor uw dieren; en u zult eten en verzadigd worden.16Wees op uw hoede dat uw hart niet verleid wordt, zodat u afwijkt, andere goden dient en u voor hen neerbuigt.17Anders zal de toorn van de HEERE tegen u ontbranden en zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen [meer] zal zijn, de aardbodem zijn opbrengst niet [meer] zal geven en u spoedig verdwenen zult zijn uit het goede land dat de HEERE u geeft.18Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.19En leer ze aan uw kinderen door erover te spreken als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat;20en schrijf ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten,21opdat uw dagen en de dagen van uw kinderen in het land waarvan de HEERE uw vaderen gezworen heeft het hun te geven, [zo] talrijk worden als de dagen dat de hemel boven de aarde staat. laten zien wat voor hen ligt, een beschrijving van het land, om het volk op te wekken ernaar te verlangen het land binnen te trekken.
3. De verzen 22-3222Want als u al deze geboden die ik u gebied, nauwlettend in acht neemt door ze te houden, door de HEERE, uw God, lief te hebben, door in al Zijn wegen te gaan en u aan Hem vast te houden,23dan zal de HEERE al deze volken van voor uw [ogen] uit hun bezit verdrijven, en zult u [het land van] volken die groter en machtiger zijn dan u, in bezit nemen.24Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.25Niemand zal tegenover u standhouden; de HEERE, uw God, zal over heel het land dat u zult betreden, angst en vrees voor u geven, zoals Hij tot u gesproken heeft.26Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor:27de zegen, als u luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied;28de vloek, als u niet luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, en van de weg die ik u heden gebied, afwijkt om achter andere goden aan te gaan, die u niet gekend hebt.29Het zal gebeuren, wanneer de HEERE, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, dat u de zegen uit zult spreken op de berg Gerizim en de vloek op de berg Ebal.30Die liggen immers aan de overzijde van de Jordaan, achter de weg naar de zonsondergang, in het land van de Kanaänieten die in de Vlakte wonen, tegenover Gilgal, bij de eiken van More.31Want u zult de Jordaan oversteken om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen.32Neem dan alle verordeningen en bepalingen die ik u heden voorhoud, nauwlettend in acht. stellen het volk voor de verantwoordelijkheid nu de juiste keus te maken: de zegen of de vloek.
4. In elk deel komt de liefde tot God voor (verzen 1,13,221Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen.13En het zal gebeuren, wanneer u nauwgezet luistert naar mijn geboden die ik u heden gebied, door de HEERE, uw God, lief te hebben en Hem te dienen met heel uw hart en met heel uw ziel,22Want als u al deze geboden die ik u gebied, nauwlettend in acht neemt door ze te houden, door de HEERE, uw God, lief te hebben, door in al Zijn wegen te gaan en u aan Hem vast te houden,). God heeft alle aanleiding van ons het antwoord van de liefde te vragen.


De daden van de HEERE voor het volk

1Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen. 2U moet heden weten dat ik niet [spreek] tot uw kinderen, die het niet weten, en het onderwijs van de HEERE, uw God, niet gezien hebben – Zijn grootheid, Zijn sterke hand en Zijn uitgestrekte arm: 3Zijn tekenen en Zijn daden die Hij in het midden van Egypte verricht heeft, bij de farao, de koning van Egypte, en heel zijn land, 4en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag. 5Ook wat Hij voor u gedaan heeft in de woestijn, totdat u op deze plaats gekomen bent, 6en wat Hij gedaan heeft met Dathan en Abiram, zonen van Eliab, de zoon van Ruben: dat de aarde haar mond opende en hen verzwolg, met hun gezinnen en hun tenten en alles wat bij hen hoorde, te midden van heel Israël. 7Want uw ogen hebben al deze grote daden van de HEERE, die Hij verricht heeft, gezien.

Mozes richt het woord tot hen die met eigen ogen (vers 77Want uw ogen hebben al deze grote daden van de HEERE, die Hij verricht heeft, gezien.) gezien hebben wat de HEERE heeft gedaan in Egypte (vers 33Zijn tekenen en Zijn daden die Hij in het midden van Egypte verricht heeft, bij de farao, de koning van Egypte, en heel zijn land,) en in de woestijn (vers 55Ook wat Hij voor u gedaan heeft in de woestijn, totdat u op deze plaats gekomen bent,). Zij behoren dus niet tot het geslacht dat veroordeeld is geworden om te sterven in de woestijn vanwege hun ongehoorzaamheid bij Kades-Barnéa (Dt 1:35-3635Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven!36Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne: die zal het zien en aan hem zal Ik het land geven dat hij betreden heeft, en aan zijn kinderen, omdat hij erin volhard heeft de HEERE na [te volgen].). Het zijn mensen die toen tussen de nul en twintig jaar oud waren (Nm 14:29-3029In deze woestijn zullen uw dode lichamen vallen, [te weten] allen van u die geteld zijn, naar hun volledige aantal, van twintig jaar oud en daarboven, [u] die tegen Mij gemord hebt.30U zult beslist niet in dat land komen waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou laten wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.) en in leven zijn gebleven (Nm 14:3131Uw kleine kinderen, van wie u zei: Zij zullen tot prooi worden [van de vijand]! hen zal Ik erin brengen; zij zullen dat land, dat u verworpen hebt, leren kennen.). Hoewel ze toen jong waren, hebben ze toch de grote verlossende handelingen van God gezien als gevolg waarvan ze nu op het punt staan het beloofde land in te gaan.

Mozes spreekt dus tot mannen van tussen de veertig en zestig jaar oud, de meest verantwoordelijken, een geslacht dat rijk is aan ervaring. Die ervaring hebben hun kinderen niet. Hij herhaalt zijn vermaning de HEERE lief te hebben en Zijn geboden te bewaren. Liefde en gehoorzaamheid horen altijd bij elkaar.

De voortdurende herhaling van gedachten, woorden en zinnen is kenmerkend voor de boodschap van dit boek. De herhaling toont de intensiteit van het verlangen van de HEERE om Zijn volk zo te vormen, dat ze er klaar voor zijn om Kanaän te veroveren en zich er te vestigen. Door deze herhaling tracht Mozes de noodzaak van een volledig aanhangen van de HEERE in de gedachten van het volk te prenten. Dit hoofdstuk is een opmerkelijke illustratie van deze hamerend herhalende stijl. We treffen er de vermaningen aan om lief te hebben, te herinneren, waar te nemen, te aanbidden en te dienen, te gehoorzamen, te leren en in de wegen van de HEERE te wandelen.

In de terugblik op het verleden wijst Mozes op drie bijzondere lessen:
1. De verlossing uit Egypte (verzen 3-43Zijn tekenen en Zijn daden die Hij in het midden van Egypte verricht heeft, bij de farao, de koning van Egypte, en heel zijn land,4en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag.).
2. De tocht door de woestijn (vers 55Ook wat Hij voor u gedaan heeft in de woestijn, totdat u op deze plaats gekomen bent,).
3. De opstand van Dathan en Abiram (verzen 6-76en wat Hij gedaan heeft met Dathan en Abiram, zonen van Eliab, de zoon van Ruben: dat de aarde haar mond opende en hen verzwolg, met hun gezinnen en hun tenten en alles wat bij hen hoorde, te midden van heel Israël.7Want uw ogen hebben al deze grote daden van de HEERE, die Hij verricht heeft, gezien.).

De HEERE heeft Egypte verdelgd “tot op deze dag”. Hoewel het verdelgen van de Egyptenaren veertig jaar geleden heeft plaatsgevonden, is de uitwerking ervan op de dag waarop Mozes zijn woorden tot het volk spreekt merkbaar. Een geestelijke toepassing is dat wat God met de wereld heeft gedaan toen Zijn Zoon aan het kruis stierf (Gl 6:1414Maar ik wil volstrekt niet roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij [de] wereld gekruisigd is en ik voor [de] wereld.), op elke dag van ons leven zijn effect moet hebben.

De les van Egypte is dat de wijsheid van de wereld heeft afgedaan. De brief aan de Kolossenzen laat het gevaar ervan zien. Alles van God is in Christus, van Wie tegen ons wordt gezegd: En u bent voleindigd in Hem, Die het Hoofd is van alle overheid en gezag” (Ko 2:1010en u bent voleindigd in Hem, Die het Hoofd is van alle overheid en gezag.). Wie meent dat de wijsheid van de wereld iets kan bijdragen aan het in bezit nemen van het land, heeft de les niet geleerd wat God met Egypte heeft gedaan.

De tweede les is de tocht door de woestijn, waar ik de tweede vijand ontmoet: mijn eigen hart. Ken en onderken ik die vijand? Geef ik het vlees de plaats die het toekomt, de dood, dat wil zeggen, houd ik “het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn” (Rm 6:11a11Zo ook u, rekent het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn, maar voor God levend in Christus Jezus.)? Om het land in bezit te nemen moet er altijd een vijand verdreven worden.

De derde vijand vinden we in Dathan en Abiram, waar we de derde les leren. Deze vijand bevindt zich onder het volk van God, beschouwd als het christelijk getuigenis. Dathan en Abiram hebben zich het gezag van Mozes aangematigd en zijn ertegen in opstand gekomen. (Korach wordt niet genoemd, mogelijk omdat zijn zonen gespaard zijn gebleven, Nm 26:9-119De zonen van Eliab nu waren Nemuel, Dathan en Abiram. Deze Dathan en Abiram waren afgevaardigden van de gemeenschap, die tegen Mozes en tegen Aäron in opstand waren gekomen, [samen] met de aanhang van Korach, toen die tegen de HEERE in opstand gekomen was.10Maar de aarde had haar mond geopend en hen samen met Korach verzwolgen, toen [zijn] aanhang stierf, doordat het vuur tweehonderdvijftig mannen verteerd had. Zo waren zij tot een teken geworden.11Maar de kinderen van Korach waren niet gestorven..) Deze opstand is al sinds de Middeleeuwen te zien in de aanmatiging van de rooms-katholieke kerk. De vraag die we eraan kunnen verbinden, is: Heeft Christus alle gezag onder ons?


Verschil tussen Egypte en Kanaän

8Daarom moet u alle geboden die ik u heden gebied, in acht nemen. Dan zult u sterk zijn en het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, binnengaan en in bezit nemen. 9Dan zult u [uw] dagen verlengen in het land waarvan de HEERE uw vaderen gezworen heeft het hun en hun nageslacht te geven, een land dat overvloeit van melk en honing. 10Want het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, is niet zoals het land Egypte, waaruit u weggetrokken bent, dat u met uw zaad moest bezaaien en al lopend water moest geven, zoals een groentetuin. 11Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel. 12[Het is] een land waar de HEERE, uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van de HEERE, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.

Het bewaren van het Woord van God geeft geestelijke kracht (1Jh 2:14b14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt.). Als we de lessen van de verzen 1-71Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen.2U moet heden weten dat ik niet [spreek] tot uw kinderen, die het niet weten, en het onderwijs van de HEERE, uw God, niet gezien hebben – Zijn grootheid, Zijn sterke hand en Zijn uitgestrekte arm:3Zijn tekenen en Zijn daden die Hij in het midden van Egypte verricht heeft, bij de farao, de koning van Egypte, en heel zijn land,4en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag.5Ook wat Hij voor u gedaan heeft in de woestijn, totdat u op deze plaats gekomen bent,6en wat Hij gedaan heeft met Dathan en Abiram, zonen van Eliab, de zoon van Ruben: dat de aarde haar mond opende en hen verzwolg, met hun gezinnen en hun tenten en alles wat bij hen hoorde, te midden van heel Israël.7Want uw ogen hebben al deze grote daden van de HEERE, die Hij verricht heeft, gezien. ter harte nemen, krijgt het Woord van God gelegenheid ons kracht te geven om het land in bezit te nemen: Met alle kracht bekrachtigd, naar de sterkte van Zijn heerlijkheid, tot alle volharding en lankmoedigheid, met blijdschap, terwijl u de Vader dankt, Die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht” (Ko 1:11-1211met alle kracht bekrachtigd, naar de sterkte van Zijn heerlijkheid, tot alle volharding en lankmoedigheid, met blijdschap,12terwijl u de Vader dankt, Die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht;).

Het erfdeel spreekt van het vrederijk dat zowel de aarde als de hemel omvat en waarover we naar het raadsbesluit van God samen met de Heer Jezus zullen regeren. Hiervan zegt Paulus: Dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande [de] bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één Hoofd samen te brengen in Christus; in Hem, in Wie wij ook erfgenamen zijn geworden, waartoe wij tevoren bestemd waren naar [het] voornemen van Hem Die alles werkt naar de raad van Zijn wil” (Ef 1:10-1110dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande [de] bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één Hoofd samen te brengen in Christus;11in Hem, in Wie wij ook erfgenamen zijn geworden, waartoe wij tevoren bestemd waren naar [het] voornemen van Hem Die alles werkt naar de raad van Zijn wil,).

Er is ook sprake van een erfdeel in het licht dat nu al ons deel is en door ons genoten kan worden. Dat is het koninkrijk van de Zoon van de liefde van de Vader, Die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde” (Ko 1:1313Die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde,). Daarin bevinden we ons nu al. De vruchten die het land Kanaän oplevert, zijn een beeld van de zegeningen daar.

Aan het kenmerkende “overvloeit van melk en honing” wordt hier nog een bijzonder kenmerk met betrekking tot het land toegevoegd en dat is dat het land water zal drinken “door de regen uit de hemel” (vers 1111Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel.). De regen van de hemel zorgt ervoor dat de vrucht in het land gedijt (verzen 14,1714dat Ik regen voor uw land zal geven op zijn tijd, vroege regen en late regen, zodat u uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie kunt inzamelen.17Anders zal de toorn van de HEERE tegen u ontbranden en zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen [meer] zal zijn, de aardbodem zijn opbrengst niet [meer] zal geven en u spoedig verdwenen zult zijn uit het goede land dat de HEERE u geeft.). In dit kenmerk ligt het grote verschil met de manier waarop het land Egypte van water wordt voorzien. Egypte kent praktisch geen regen. Vruchtbaarheid wordt in Egypte verkregen door een jaarlijkse overstroming van de rivier de Nijl en irrigatie daarvan door de mens. Dat betekent dat de vruchtbaarheid in Egypte het gevolg is van eigen inspanning en niet veroorzaakt wordt door de regen van de hemel zoals bij Israël.

Egypte zegt dat de Nijl van hem is (Ez 29:33Spreek, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE:
Zie, Ik zál u, farao,
koning van Egypte,
groot zeemonster,
dat in het midden van zijn rivieren ligt,
dat gezegd heeft: Mijn Nijl is van mij
en ik heb [die] zelf voor mij gemaakt!
)
. Hij denkt niet aan de oorsprong ervan. Egypte stelt de mens van de wereld voor die meent dat hij alle zegen aan natuurlijke bronnen ontleent. De natuurlijke mens eigent zich deze zegen toe zonder aan God te denken. Hij meent er recht op te hebben en ziet ze als het resultaat van eigen inzet.

De zegen van het beloofde land komt zomaar uit de hemel van God. Het land staat onder Zijn voortdurende zorg. Zijn ogen zijn er steeds op gericht, het hele jaar door (Ps 65:10-1410U zag om naar het land en gaf het overvloed,
U maakt het zeer rijk;
de beek van God is vol water;
U geeft hun koren; ja, zó geeft U het:
11U doordrenkt zijn omgeploegde aarde,
U doet [water in] zijn voren dalen,
U doorweekt het met regendruppels,
U zegent zijn gewas.
12U kroont het jaar van Uw goedheid,
Uw voetstappen druipen van overvloed,
13zij bedruipen de weiden van de woestijn.
De heuvels omgorden zich met vreugde.
14De velden zijn bekleed met kudden,
de dalen zijn bedekt met koren;
zij juichen, ook zingen zij.
)
. Zouden deze ogen niet al de behoeften van Zijn kinderen opmerken? En zijn Zijn liefde en Zijn macht niet groot genoeg om in deze behoeften te voorzien?

De regen heeft te maken met leer, onderwijzing. Zo is ook de leer van Mozes een regen (Dt 32:22Laat mijn leer neerdruppelen als de regen,
laten mijn woorden stromen als de dauw,
als een zachte regen op het groen,
en als regendruppels op het gewas.
)
. Het stelt de zegen voor die wij ontvangen door de prediking die van het heerlijk Hoofd in de hemel uitgaat en door middel van Zijn gaven tot ons komt om de heiligen te volmaken.

De regen staat hier in verbinding met het land. Ook deze zegen is er maar niet vanzelf. Het vereist het neerstromen van de hemel, zonder natuurlijke hulpbronnen. In alle kerkelijke stelsels waar via menselijke regelingen en inzettingen ‘het water’ wordt gedirigeerd, is zo weinig over de hemelse zegeningen te horen. Dat is niet voor niets. Het verstrekken of verkrijgen van zegen van de Heer loopt niet via theologische opleidingen en diploma's, maar via gehoorzaamheid van het hart.


Belofte van zegen

13En het zal gebeuren, wanneer u nauwgezet luistert naar mijn geboden die ik u heden gebied, door de HEERE, uw God, lief te hebben en Hem te dienen met heel uw hart en met heel uw ziel, 14dat Ik regen voor uw land zal geven op zijn tijd, vroege regen en late regen, zodat u uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie kunt inzamelen. 15Ook zal Ik gewas op uw veld geven voor uw dieren; en u zult eten en verzadigd worden.

De regen komt niet op afroep, maar op Gods tijd, als Hij het geeft. Hij verbindt de regen aan gehoorzaamheid. De vroege regen is voor ons de tijd dat we voor het eerst iets zijn gaan zien van wat verder gaat dan de vergeving van de zonden. Wij leven in de tijd van de late regen, sinds de Heer in Zijn goedheid in het begin van de negentiende eeuw opnieuw zicht gaf op de zegeningen van het land. Hebben we ervan gedronken en geproefd?

De regen van de hemel is nodig om “uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie” in te zamelen. In Psalm 104:14-15 zien we dat koren bedoeld is voor voedsel, wijn verbonden is aan blijdschap en olie voor een glanzend gezicht zorgt.

Voor ons betekent dit, dat wij ons voortdurend mogen voeden met het voedsel van het land, dat is voor ons de Heer Jezus als het brood uit de hemel (Jh 6:47-5847Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie <in Mij> gelooft, heeft eeuwig leven.48Ik ben het brood van het leven.49Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zijn gestorven.50Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat men daarvan eet en niet sterft.51Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees <dat Ik zal geven> voor het leven van de wereld.52De Joden dan twistten onder elkaar en zeiden: Hoe kan Deze ons Zijn vlees te eten geven?53Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij u het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt u geen leven in uzelf.54Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.55Want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank.56Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.57Zoals de levende Vader Mij heeft gezonden en Ik leef door de Vader, zo zal ook degene die Mij eet, leven door Mij.58Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; niet zoals de vaderen <het manna> hebben gegeten en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal leven tot in eeuwigheid.). Voeden met Hem als het eeuwige leven wil zeggen dat we innerlijk verwerkelijken dat Hij ons leven is en wij daardoor gemeenschap hebben met de Vader en de Zoon. De Vader en de Zoon zijn van eeuwigheid in dat land. Daarmee mogen wij ons versterken, we mogen op een praktische manier delen met de Vader waarvan Zijn hart vol is.

De nieuwe wijn stelt de volkomen blijdschap voor die we mogen kennen als een gevolg van gemeenschap met de Vader en de Zoon. Ook dat is een zegen van het eeuwige leven (1Jh 1:1-41Wat van [het] begin af was, wat wij gehoord, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd en onze handen betast hebben betreffende het Woord van het leven2(en het leven is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en ons geopenbaard is);3wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook u met ons gemeenschap hebt. En onze gemeenschap nu is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.4En deze dingen schrijven wij <u>, opdat onze blijdschap volkomen is.). De olie stelt weer een ander aspect van het eeuwige leven voor. Iets ervan zien we in Psalm 133: “Een pelgrimslied, van David. Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed. Het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HEERE de zegen [en] het leven tot in eeuwigheid” (Ps 133:1-31Een pelgrimslied, van David.
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het
dat broeders ook eensgezind samenwonen.
2Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
3Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.
)
.

In deze psalm wordt het eeuwige leven genoten door broeders en zusters die samenwonen. Het is een plaats waar de HEERE de zegen gebiedt. Die plaats is de hemelse gewesten. Hier wordt dat genoten op een plaats waar broeders samenwonen. In het begin van 1 Johannes 1 is niet alleen sprake van gemeenschap met de Vader en de Zoon, maar ook met onze broeders en zusters (1Jh 1:33wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook u met ons gemeenschap hebt. En onze gemeenschap nu is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.). Wat ons in aards opzicht kan scheiden, is daar verdwenen.

Wat ons bindt, geeft ons een intense liefde voor elkaar. Dat komt door het bezit van hetzelfde eeuwige leven. Juist waar wij samen zijn, kunnen we het meest intens die gemeenschap met de Vader en de Zoon beleven. Onze eenheid is in de besloten eenheid van de Vader en de Zoon opgenomen. Door onze verdeeldheid beleven we dat vaak niet, maar in beginsel is het er en kan het daarom ook genoten worden. Daar daalt de olie neer.


Waarschuwing voor afgoderij

16Wees op uw hoede dat uw hart niet verleid wordt, zodat u afwijkt, andere goden dient en u voor hen neerbuigt. 17Anders zal de toorn van de HEERE tegen u ontbranden en zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen [meer] zal zijn, de aardbodem zijn opbrengst niet [meer] zal geven en u spoedig verdwenen zult zijn uit het goede land dat de HEERE u geeft.

De zegen komt als het volk gehoorzaam is. Wijkt het volk echter af van de HEERE om andere goden te gaan dienen, dan zal de toorn van de HEERE tegen hen ontbranden. Als zij menen dat andere goden hun de zegen zullen geven, zal de HEERE hun de zegen onthouden.


Inprenten en zichtbaar maken

18Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand, en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. 19En leer ze aan uw kinderen door erover te spreken als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat; 20en schrijf ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten, 21opdat uw dagen en de dagen van uw kinderen in het land waarvan de HEERE uw vaderen gezworen heeft het hun te geven, [zo] talrijk worden als de dagen dat de hemel boven de aarde staat.

De waarschuwende woorden van de verzen 16-1716Wees op uw hoede dat uw hart niet verleid wordt, zodat u afwijkt, andere goden dient en u voor hen neerbuigt.17Anders zal de toorn van de HEERE tegen u ontbranden en zal Hij de hemel sluiten, zodat er geen regen [meer] zal zijn, de aardbodem zijn opbrengst niet [meer] zal geven en u spoedig verdwenen zult zijn uit het goede land dat de HEERE u geeft. moeten een extra aansporing zijn voor Gods volk om zichzelf en hun kinderen Gods woorden in te prenten. Ze moeten zichtbaar zijn aan de huizen waarin ze wonen, in de gezinnen die ze vormen, en onderwezen worden aan de kinderen die ze hebben.

Wat is er veel energie voor nodig dit alles levend te houden. Het hele leven behoort ervan doortrokken te zijn. We kunnen pas met vrucht met onze kinderen erover spreken als het bij onszelf te zien is. Het eeuwige leven is niet alleen een genot in de samenkomsten, maar kan er alle dagen van ons leven in alle omstandigheden zijn. Dan beleven we nu al op aarde de dagen van de hemel. “De dagen dat de hemel boven de aarde staat”, wil niet alleen iets zeggen over de kwaliteit van het leven, maar stelt ook de duur ervan voor: dit leven wordt geleefd zolang de hemel boven de aarde staat, dat wil zeggen altijd, zolang de aarde bestaat.


Overwinning door gehoorzaamheid

22Want als u al deze geboden die ik u gebied, nauwlettend in acht neemt door ze te houden, door de HEERE, uw God, lief te hebben, door in al Zijn wegen te gaan en u aan Hem vast te houden, 23dan zal de HEERE al deze volken van voor uw [ogen] uit hun bezit verdrijven, en zult u [het land van] volken die groter en machtiger zijn dan u, in bezit nemen. 24Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken. 25Niemand zal tegenover u standhouden; de HEERE, uw God, zal over heel het land dat u zult betreden, angst en vrees voor u geven, zoals Hij tot u gesproken heeft.

Gehoorzaamheid zal overwinning geven, terwijl de voorgaande zegeningen verloren zullen gaan door ongehoorzaamheid. Maar eerst komt nog de bemoediging wat het gevolg is van gehoorzaamheid. We moeten in bezit nemen wat nog in handen van vijanden is, die moeten worden verdreven. Welke terreinen in ons hart en leven moeten nog veroverd worden? Welke vijanden heersen daar nog? We moeten bolwerken slechten door elke gedachte gevangen te nemen tot de gehoorzaamheid van Christus (2Ko 10:3-53Want al wandelen wij in [het] vlees, wij voeren geen strijd naar [het] vlees;4want de wapens van onze strijd zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God, tot afbreking van bolwerken;5daar wij [de] overleggingen en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, afbreken en elke gedachte gevangennemen tot de gehoorzaamheid van Christus,).


Voor de keus gesteld

26Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: 27de zegen, als u luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied; 28de vloek, als u niet luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, en van de weg die ik u heden gebied, afwijkt om achter andere goden aan te gaan, die u niet gekend hebt.

Dit is geen herhaling, maar een nieuw aspect in de rede van Mozes. Na alles wat hij heeft gezegd, wordt het volk nu voor de keus gesteld. Het is een conclusie.


Berg van de zegen en berg van de vloek

29Het zal gebeuren, wanneer de HEERE, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, dat u de zegen uit zult spreken op de berg Gerizim en de vloek op de berg Ebal. 30Die liggen immers aan de overzijde van de Jordaan, achter de weg naar de zonsondergang, in het land van de Kanaänieten die in de Vlakte wonen, tegenover Gilgal, bij de eiken van More. 31Want u zult de Jordaan oversteken om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen. 32Neem dan alle verordeningen en bepalingen die ik u heden voorhoud, nauwlettend in acht.

De zegen en de vloek worden aan twee bergen verbonden. Deze bergen liggen midden in het land. De Gerizim ligt aan de zuidzijde, de berg Ebal aan de noordzijde. Op de Gerizim wordt de zegen uitgesproken, mogelijk omdat die berg aan de zuidkant, de kant van de warmte en het licht, ligt. De berg Ebal ligt aan de noordkant, de kant van koude en donkerheid.

God plaatst ons voor de keus “tegenover Gilgal”. Gilgal is de plaats waar vlak na de intocht in het land het volk is besneden. Als deze besnijdenis heeft plaatsgevonden, zegt de HEERE: “Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld” (Jz 5:99Verder zei de HEERE tegen Jozua: Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld. Daarom gaf men die plaats de naam Gilgal, tot op deze dag.). Geestelijk gesproken wil de besnijdenis zeggen dat het oordeel over het vlees wordt voltrokken (Ko 2:1111In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus,).

“More” betekent ‘onderwijs’, voor ons: geestelijk onderwijs. Het woord voor “eiken” heeft de betekenis van ‘sterk’ of ‘hard’ wat zich uit in de lange levensduur van die boom. In de ‘eiken’ kunnen we in dit verband dan ook de geestelijke kracht zien die het gevolg is van het genoten onderwijs. Als we het onderwijs van Gods Woord ter harte nemen, wordt de keus tussen zegen of vloek, tussen eeuwig leven of verderf, eenvoudig.


Lees verder