1 Kronieken
1-3 David verovert Rabba 4-8 Overwinningen op de Filistijnen
David verovert Rabba

1Het gebeurde ten tijde van het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen [ten strijde] trekken, dat Joab de legermacht liet uitrukken. Hij richtte het land van de Ammonieten te gronde en kwam en belegerde Rabba. David bleef echter in Jeruzalem. En Joab versloeg Rabba en maakte het met de grond gelijk. 2En David nam de kroon van hun koning van diens hoofd en stelde vast [dat] het gewicht ervan een talent goud was en [dat] er edelgesteente in zat. Die werd op Davids hoofd [gezet]. Ook haalde hij een zeer grote buit uit de stad. 3Het volk dat daarin was, liet hij eruit halen en zaagde het met een zaag, met ijzeren houwelen en met bijlen. Zo deed David met alle steden van de Ammonieten. Daarna keerde David met heel het volk terug naar Jeruzalem.

De geschiedenis van de verovering van Rabba door Joab wordt ook beschreven in 2 Samuel 11-12. De woorden van vers 11Het gebeurde ten tijde van het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen [ten strijde] trekken, dat Joab de legermacht liet uitrukken. Hij richtte het land van de Ammonieten te gronde en kwam en belegerde Rabba. David bleef echter in Jeruzalem. En Joab versloeg Rabba en maakte het met de grond gelijk. hier lezen we ook in het eerste vers van 2 Samuel 11 (2Sm 11:11Het gebeurde bij het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen [ten strijde] trekken, dat David Joab en zijn manschappen met hem en heel Israël eropuit stuurde. Zij richtten de Ammonieten te gronde en belegerden Rabba. David bleef echter in Jeruzalem.). In het gedeelte van 2 Samuel 11:2-12:25 wordt vervolgens de zonde van David met Bathseba beschreven. Daarover vinden we hier niets. Vanaf 2 Samuel 12:26 wordt verder beschreven wat we hier in 1 Kronieken 20 vanaf vers 22En David nam de kroon van hun koning van diens hoofd en stelde vast [dat] het gewicht ervan een talent goud was en [dat] er edelgesteente in zat. Die werd op Davids hoofd [gezet]. Ook haalde hij een zeer grote buit uit de stad. lezen.

Dat heeft te maken met Gods bedoeling met de boeken 1 Kronieken en 2 Kronieken. In deze boeken beschrijft God de geschiedenis van Zijn volk en van de Zijnen zoals die verloopt volgens Zijn raadsbesluit. Daarom wordt in 1 Kronieken en 2 Kronieken vaak voorbijgegaan aan de zwakheden en zonden van de gelovigen. Dat past bij dit boek, omdat we hierin de vervulling zien van de wegen en gedachten van God in het huis van Zijn uitverkoren koning.

In het verhaal over de verovering van Rabba ligt de nadruk op de heerschappij van David (verzen 2-32En David nam de kroon van hun koning van diens hoofd en stelde vast [dat] het gewicht ervan een talent goud was en [dat] er edelgesteente in zat. Die werd op Davids hoofd [gezet]. Ook haalde hij een zeer grote buit uit de stad.3Het volk dat daarin was, liet hij eruit halen en zaagde het met een zaag, met ijzeren houwelen en met bijlen. Zo deed David met alle steden van de Ammonieten. Daarna keerde David met heel het volk terug naar Jeruzalem.). Joab belegert Rabba, maar verder zien we wat David doet. Hij neemt de kroon van de overwonnen vijand. Die kroon vertegenwoordigt een grote waarde. Deze kroon wordt op zijn hoofd gezet. Het verwijst naar de verschijning van de Heer Jezus om Zijn heerschappij te aanvaarden. Als dat moment daar is, zal Hij verschijnen, met “op Zijn hoofd … vele diademen” (Op 19:1212En Zijn ogen zijn <als> een vuurvlam en op Zijn hoofd zijn vele diademen en Hij heeft een geschreven Naam, die niemand kent dan Hijzelf.).


Overwinningen op de Filistijnen

4Daarna gebeurde het dat er in Gezer opnieuw oorlog met de Filistijnen ontstond. Toen versloeg Sibbechai uit Husa, Sippai, die [een] van de kinderen van Rafa was, en zij werden vernederd. 5Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath. De schacht van zijn speer was als een weversboom. 6Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die aan beide kanten zes vingers en zes tenen had, vierentwintig [in totaal]. Ook deze was bij Rafa geboren. 7Hij hoonde Israël, maar Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David, versloeg hem. 8Deze waren bij Rafa geboren in Gath. Zij vielen door de hand van David en door de hand van zijn manschappen.

Dat het hier gaat om de majesteit en luister van David in zijn regering, zien we ook in de overwinningen op enkele Filistijnse reuzen. In 2 Samuel worden deze overwinningen pas in 2 Samuel 21 beschreven (2Sm 21:15-2215De Filistijnen waren opnieuw in oorlog met Israël. David trok eropuit en zijn manschappen met hem. Zij streden tegen de Filistijnen, en David was uitgeput.16En Isbi Benob, die [een] van de kinderen van Rafa was – het gewicht van zijn speer was driehonderd sikkel brons, en hij had een nieuw [zwaard] aan zijn gordel – dacht David neer te kunnen slaan.17Maar Abisaï, de zoon van Zeruja, hielp hem, sloeg de Filistijn neer en doodde hem. Toen bezwoeren de mannen van David hem: U moet niet meer met ons ten strijde trekken, opdat u de lamp van Israël niet uitdooft.18Daarna gebeurde het dat er in Gob opnieuw oorlog met de Filistijnen was. Toen versloeg Sibbechai uit Husa, Saf, die [een] van de kinderen van Rafa was.19Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen in Gob, en Elhanan, de zoon van Jaäre-Oregim, versloeg Beth-halachmi, [die] met Goliath uit Gath was. De schacht van zijn speer was als een weversboom.20Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die zes vingers aan zijn handen had en zes tenen aan zijn voeten, vierentwintig in getal. Ook deze was bij Rafa geboren.21Hij hoonde Israël, maar Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David, versloeg hem.22Deze vier waren bij Rafa geboren in Gath. Zij vielen door de hand van David en door de hand van zijn manschappen.), maar hier worden ze direct genoemd na de overwinning op de Ammonieten en Rabba. De hier genoemde Filistijnse reuzen worden verslagen door enkele helden van David. Hiermee wordt het hoogtepunt van Davids regering gekenmerkt.

Reuzen zijn in de Schrift altijd verbonden met kwaad, de opstand van de mens tegen God. Een reus is het symbool van trots en eigendunk. Een reus staat tegenover het kleine en nederige, waarin God behagen heeft en waar Hij bij woont. De reus is een beeld van satanische misleiding, zoals we zien in Goliath. In de reuzen die hier de vijanden van David zijn, kunnen we misleidende, gewelddadige machten zien, die wonen in een systeem van dwaling, wat de Filistijnen voorstellen. Het heeft te maken met “de verborgenheid van de wetteloosheid” (2Th 2:7a7Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen Hij Die nu tegenhoudt, [blijft] totdat Hij weggenomen wordt.) die in de tijd van de christenheid werkzaam is en zich steeds duidelijker manifesteert.

Sibbechai (vers 44Daarna gebeurde het dat er in Gezer opnieuw oorlog met de Filistijnen ontstond. Toen versloeg Sibbechai uit Husa, Sippai, die [een] van de kinderen van Rafa was, en zij werden vernederd.) is een van Davids legerbevelhebbers (1Kr 27:1111De achtste, in de achtste maand, was Sibbechai uit Husa, van de Zerahieten; tot zijn afdeling behoorden vierentwintigduizend [man].) en wordt genoemd in de lijst van de helden van David (1Kr 11:2929Sibbechai uit Husa; Ilai, de Ahohiet;). In de lijst wordt geen speciale daad van hem genoemd. Hier wordt een van zijn daden vermeld. Hij verslaat de reus Sippai met als bijkomend effect dat alle Filistijnen worden vernederd. Het verslaan van die ene is als het verslaan van allen. Dat is ook te zien bij het verslaan van Goliath door David (1Sm 17:51-5251Daarom snelde David [naar voren] en ging bij de Filistijn staan. Hij nam diens zwaard, trok het uit zijn schede en doodde hem en hij hakte zijn hoofd ermee af. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, vluchtten zij.52Toen stonden de mannen van Israël en Juda op, juichten en achtervolgden de Filistijnen tot waar u bij de vallei komt en tot bij de poorten van Ekron. De Filistijnen vielen dodelijk gewond op de weg van Saäraïm, tot aan Gath en tot aan Ekron.).

Ook Elhanan (vers 55Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath. De schacht van zijn speer was als een weversboom.) wordt genoemd in de lijst van Davids helden (1Kr 11:2626De strijdbare helden waren: Asahel, de broer van Joab; Elhanan, de zoon van Dodo, uit Bethlehem;). Hij verslaat een Filistijnse reus die in de eerste plaats een broer van Goliath is en in de tweede plaats net als Goliath een speer als een weversboom heeft (1Sm 17:77De schacht van zijn speer was als een weversboom, en de punt van zijn speer was van zeshonderd sikkel ijzer; en de schilddrager ging voor hem uit.). Elhanan is er niet van onder de indruk en verslaat hem. Hij volgt het voorbeeld van zijn koning en doodt de broer van Goliath.

De derde Filistijnse reus wordt verslagen door Jonathan (verzen 6-76Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die aan beide kanten zes vingers en zes tenen had, vierentwintig [in totaal]. Ook deze was bij Rafa geboren.7Hij hoonde Israël, maar Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David, versloeg hem.). Jonathan betekent ‘gave van de HEERE’. Dé gave van God is de Heer Jezus. Hij zal het beest uit het boek Openbaring, waarnaar deze Filistijnse reus verwijst, de dictator van het verenigd Europa, samen met zijn bondgenoot de antichrist of valse profeet in Israël, in de hel werpen (Op 19:2020En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.). Deze reus wordt gekenmerkt door het getal zes (vers 66Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die aan beide kanten zes vingers en zes tenen had, vierentwintig [in totaal]. Ook deze was bij Rafa geboren.). Dat is ook het getal waardoor het beest uit de aarde wordt gekenmerkt. We lezen van hem dat het getal van zijn naam “is [het] getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig” (Op 13:17-1817<en> dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam.18Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is [het] getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.).

Van deze reus wordt nog als bijzonder kenmerk gezegd dat hij Israël hoont. Hij bralt in hoogmoed tegen het volk van God. Dat is een kenmerk van het andere beest uit Openbaring 13, het beest uit de zee. Van dat beest lezen wij dat hij zijn mond opent “tot lasteringen tegen … hen die in de hemel wonen”, dat wil zeggen tegen Gods volk.

De reuzen die worden gedood, vallen “door de hand van David en door de hand van zijn manschappen” (vers 88Deze waren bij Rafa geboren in Gath. Zij vielen door de hand van David en door de hand van zijn manschappen.). Hoewel het in feite enkele helden van David zijn die de reuzen doden (verzen 4-74Daarna gebeurde het dat er in Gezer opnieuw oorlog met de Filistijnen ontstond. Toen versloeg Sibbechai uit Husa, Sippai, die [een] van de kinderen van Rafa was, en zij werden vernederd.5Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath. De schacht van zijn speer was als een weversboom.6Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die aan beide kanten zes vingers en zes tenen had, vierentwintig [in totaal]. Ook deze was bij Rafa geboren.7Hij hoonde Israël, maar Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David, versloeg hem.), wordt ook gezegd dat ze door de hand van David vallen. We zien hier achter het optreden van de helden de grote heldendaad van David. David heeft de grote reus Goliath gedood. De helden treden in zijn voetsporen en doen wat hij gedaan heeft. In hun daden wordt zichtbaar wat David heeft gedaan. Op dezelfde wijze kunnen wij meer dan overwinnaars over onze vijanden zijn door Hem Die de grote overwinning over de aartsvijand van God en de Zijnen heeft behaald.


Lees verder