Leviticus
Inleiding 1 Het dank- of vredeoffer van de runderen 2 Slachten en sprenkelen 3-5 Het vet 6 Het dank- of vredeoffer van kleinvee 7-11 Een lam als dank- of vredeoffer 12-16 Een geit als dank- of vredeoffer 17 Verbod om vet en bloed te eten
Inleiding

Het “dankoffer” of “vredeoffer” is het middelste van de vijf offers. Het brandoffer en het spijsoffer zijn vrijwillige offers en voor God. Het zondoffer en het schuldoffer die hierna volgen zijn verplichte offers en zijn noodzakelijk voor de zonden van het volk of een lid van het volk. Het dank- of vredeoffer staat terecht centraal. Het brengt de gemeenschap tot uitdrukking die er is tussen God en Zijn volk op grond van de krachtdadige werking van het offer. Het stelt een gemeenschapsmaaltijd voor.

Van dit offer krijgt God Zijn deel. Het vet wordt “voedsel … voor de HEERE” (verzen 11,1611De priester moet dat daarna op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer voor de HEERE.16De priester moet die vervolgens op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer met een aangename geur. Al het vet moet voor de HEERE zijn.) genoemd. Van dit offer krijgen de priester en de priesterlijke familie hun deel (Lv 7:3131De priester moet vervolgens het vet op het altaar in rook laten opgaan, maar het borststuk is voor Aäron en zijn zonen.). En van dit offer mogen, als enige offer in het Oude Testament, allen van het volk eten die rein zijn (Lv 7:1919Ook het vlees dat met iets onreins in aanraking is gekomen, mag niet gegeten worden. Het moet in het vuur verbrand worden. Maar wat het [andere] vlees betreft, ieder die rein is, mag [dat] vlees eten.). Het is een feest met een offer waardoor verzoening tot stand is gebracht en waarin de ‘partijen’ die verzoend zijn, elk hun aandeel hebben (God en de mens) en ook de priester – als een beeld de Heer Jezus door Wie de verzoening tot stand is gebracht (1Jh 1:3-43wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook u met ons gemeenschap hebt. En onze gemeenschap nu is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.4En deze dingen schrijven wij <u>, opdat onze blijdschap volkomen is.).

Wat het vredeoffer voor ons betekent, wordt in 1 Korinthiërs 10:16-21 uitgelegd. Het betekent voor ons de tafel van de Heer waar in het avondmaal de gemeenschap tussen God en de Heer Jezus en al de Zijnen wordt gevierd. De tafel van de Heer wordt in het Oude Testament gebruikt als een uitdrukking voor het altaar (Ez 44:1616Zíj mogen Mijn heiligdom binnenkomen en zíj mogen in de nabijheid van Mijn tafel komen om Mij te dienen en zij zullen [hun] taak ten behoeve van Mij vervullen.; Ml 1:77[Doordat] u onrein brood op Mijn altaar brengt. En u zegt: Waardoor maken wij U onrein? Doordat u zegt: De tafel van de HEERE, die is verachtelijk.).

Het avondmaal is een gedachtenismaaltijd. Elke keer dat het avondmaal wordt gevierd, wordt er teruggedacht aan wat de Heer Jezus aan het kruis heeft gedaan. Dat heeft de Heer ook gevraagd: “Doet dit tot Mijn gedachtenis” (1Ko 11:23-2623Want ik heb van de Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij overgeleverd werd, brood nam;24en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: ‘Dit is Mijn lichaam, dat voor u is; doet dit tot Mijn gedachtenis’.25Evenzo ook de drinkbeker na de maaltijd, en Hij zei: ‘Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed; doet dit, zo dikwijls u die drinkt, tot Mijn gedachtenis’.26Want zo dikwijls u dit brood eet en de drinkbeker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.). Hem gedenken wil zeggen aan God vertellen hoe groot Hij is van Wie ook wij nu genieten, samen met de Vader. Dan hebben we ook gemeenschap met elkaar. Dat brengen we symbolisch tot uitdrukking in het breken van het brood.

Om gemeenschap tot uitdrukking te brengen in het samen eten moet er wel wat te eten zijn. Er moet in geestelijk opzicht besef zijn van wat gemeenschap is. Paulus zegt daarom: Ik spreek als tot verstandigen; beoordeelt u wat ik zeg” (1Ko 10:1515Ik spreek als tot verstandigen; beoordeelt u wat ik zeg.). Kinderen aan het avondmaal is mede daarom onmogelijk.

Evenals bij de vorige offers vinden we ook hier eerst de grotere en daarna de geringere offers. Maar hier vinden we geen vogels zoals in Leviticus 1:14-17.


Het dank- of vredeoffer van de runderen

1Als [iemands] offergave een dankoffer is, als wat hij aanbiedt van de runderen is, of het nu een mannetje of een vrouwtje is: zonder enig gebrek moet hij het voor het aangezicht van de HEERE aanbieden.

Een dank- of vredeoffer is, evenals het brandoffer en het spijsoffer, een vrijwillig offer. Zo is ook de avondmaalsviering geen zaak van verplichting. Ieder die het voorrecht daarvan beseft, en vooral het verlangen van God en de Heer Jezus kent om daarin gemeenschap met Zijn volk te hebben, zal niet lichtvaardig wegblijven van het avondmaal.

Het dank- of vredeoffer mag een mannelijk of een vrouwelijk dier zijn. Bij het brandoffer mag het alleen een mannelijk dier zijn. Mannelijk of vrouwelijk heeft niet te maken met groter of kleiner. Of een offer groter of kleiner is, komt tot uitdrukking in het verschil in diersoort. Het verschil in mannelijk of vrouwelijk heeft te maken met een bepaald aspect van het werk van de Heer Jezus.

In het algemeen kan worden gezegd dat in de beelden van de Schrift het vrouwelijke meer iemands positie naar voren brengt en het mannelijke meer de handelwijze die bij die positie hoort. Het mannelijke stelt meer de actieve, krachtige gehoorzaamheid voor, het vrouwelijke meer de passieve, geduldige en onderdanige gehoorzaamheid. In verbinding met het offer dat iemand brengt, is iemand die een mannelijk offer brengt meer bezig met de wijze waarop de Heer Jezus het werk verrichtte, terwijl iemand die een vrouwelijk offer brengt meer kijkt naar de houding tijdens het verrichten van dat werk.

Waarom brengt een Israëliet vrijwillig een dank- of vredeoffer en niet bijvoorbeeld een vrijwillig brandoffer? Omdat hij zijn dankbaarheid voor de HEERE, voor wat Hij doet en Wie Hij is, samen met anderen wil delen. Als iemand een brandoffer brengt, denkt hij eraan wat de Heer Jezus is in Zichzelf voor God. Bij het dank- of vredeoffer gaat het hem erom zijn vreugde over de Heer Jezus voor God te brengen samen met anderen die deze vreugde herkennen en ermee instemmen. Zoals bij ouders de blijdschap groter wordt als zij samen van hun kinderen genieten, juist omdat ze samen genieten, zo is het ook met de aanbidders.


Slachten en sprenkelen

2Dan moet hij zijn hand op de kop van zijn offergave leggen en die slachten [bij] de ingang van de tent van ontmoeting. En de zonen van Aäron, de priesters, moeten het bloed rondom op het altaar sprenkelen.

Het opleggen van de handen is het teken van eenmaking. De offeraar maakt zich een met de waarde van het offerdier. Het is het bewustzijn van de gelovige dat hij gemeenschap met God kan hebben omdat God hem ziet in de waarde van het offer. Onze vrede met God en de dankbaarheid die daarvan het gevolg is, zijn gegrond op het feit dat wij een gemaakt zijn met Christus. Als we God danken voor de Heer Jezus, mogen we weten dat Christus alles heeft volbracht om dit mogelijk te maken.

Het slachten van het offerdier spreekt van de dood van Christus op grond waarvan we nu gemeenschap kunnen hebben met God, met de Heer Jezus en met elkaar. Als we het avondmaal vieren, verkondigen we ook niet ’het leven van de Heer’, maar we verkondigen “de dood van de Heer” (1Ko 11:2626Want zo dikwijls u dit brood eet en de drinkbeker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.). Het is een verkondiging zonder woorden. De handeling van het breken van het brood en het drinken van de wijn is die verkondiging. Daardoor zeggen we dat we alles te danken hebben aan Zijn dood.

Het bloed spreekt van de verzoening, van de vergeving en uitdelging van de zonden (Hb 9:2222En met bloed wordt bijna alles naar de wet gereinigd, en zonder bloedstorting is er geen vergeving.). Elke verhindering om door God te worden aangenomen is daardoor weggenomen. Het is de grondslag waarop we voor God staan, waardoor we gemeenschap met Hem kunnen hebben. Daarom wordt “de gemeenschap van het bloed van Christus” in 1 Korinthiërs 10:16 ook genoemd vóór “de gemeenschap met het lichaam van Christus”.


Het vet

3Daarna moet hij van het dankoffer het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat aan de ingewanden vastzit, als vuuroffer aan de HEERE aanbieden, 4en [ook] de beide nieren met het vet dat eraan vastzit, tegen de lendenen aan, en de kwab aan de lever, die hij [tegelijk] met de nieren verwijderen moet. 5De zonen van Aäron moeten dat dan op het altaar in rook laten opgaan, op het brandoffer dat op het hout op het vuur ligt. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.

Het vet wordt hier uitvoeriger genoemd dan bij enig ander offer. Het wordt “voedsel … voor de HEERE” genoemd (verzen 11,1611De priester moet dat daarna op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer voor de HEERE.16De priester moet die vervolgens op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer met een aangename geur. Al het vet moet voor de HEERE zijn.; Nm 28:22Gebied de Israëlieten en zeg tegen hen: U moet zorg dragen voor Mijn offergave – Mijn voedsel voor Mijn vuuroffers, voor Mij een aangename geur – door Mij [die] op de ervoor vastgestelde tijd aan te bieden.). Al het vet is voor de HEERE. De grote hoeveelheid vet geeft aan dat het een gezond dier is. Vet stelt de energie voor waarmee de Heer Jezus het werk heeft volbracht. Alleen God is in staat dat volkomen te waarderen. Wij offeren dat vet als we God vertellen hoe alles in de Heer Jezus erop gericht is om God op aarde te verheerlijken, dat Hij Zijn hele leven daaraan volkomen heeft overgegeven.

“De ingewanden” spreken van de gevoelens van de Heer Jezus. Het vet dat die ingewanden bedekt en al het vet dat eraan vastzit zien op de volkomen toewijding van het hart waarmee Hij Zijn werk heeft verricht. In Zijn overgave tot in de dood is Hij innerlijk gedreven door volmaakte liefde. Het is Zijn verlangen geweest om Gods wil te doen, zoals Hij al “bij Zijn komen in de wereld” (Hb 10:55Daarom zegt Hij bij Zijn komen in de wereld: ‘Slachtoffer en offerande hebt U niet gewild, maar U hebt Mij een lichaam toebereid;) zegt: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen” (Hb 10:99zei Hij daarna: ‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen’. Hij neemt het eerste weg om het tweede te stellen.). Zijn hele hart is daarop gericht als Hij in de wereld komt. ‘Ingewanden’ wordt in het Nieuwe Testament wel vertaald met ‘hart’, terwijl er ‘ingewanden’ staat (Fp 1:88Want God is mijn Getuige dat ik naar u allen verlang met [het] hart van Christus Jezus.).

De “nieren” zijn een beeld van wijsheid. Het is wijsheid om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad. Nieren scheiden de schadelijke stoffen in ons lichaam af. Het vet aan de nieren spreekt van de volmaakte gevoelens van de Heer Jezus in het maken van onderscheid tussen goed en kwaad. God heeft Zijn hart en nieren beproefd (Ps 16:77Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven;
zelfs 's nachts onderwijzen mij mijn nieren.
; 26:22Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef,
toets mijn nieren en mijn hart.
; Ps 7:1010Laat er toch een einde komen aan de slechtheid van de goddelozen,
maar doe de rechtvaardige standhouden,
o rechtvaardige God, Die harten en nieren beproeft.
; Jr 11:2020Maar, HEERE van de legermachten, rechtvaardige Rechter,
U Die de nieren en het hart beproeft,
laat mij Uw wraak aan hen zien,
want aan U heb ik mijn rechtszaak bekendgemaakt.
; 20:1212HEERE van de legermachten, Die de rechtvaardige beproeft,
Die de nieren en het hart ziet,
laat mij Uw wraak op hen zien,
want ik heb mijn rechtszaak aan U bekendgemaakt.
).
Dit onderscheid tussen goed en kwaad heeft Hem de kracht voor Zijn wandel gegeven, waarvan “de lendenen” spreken.

De “lever” wordt buiten de offers driemaal in de Schrift genoemd (Sp 7:2323totdat een pijl zijn lever splijt,
zoals een vogel zich haast naar een strik,
en niet weet dat het tegen zijn leven gericht is.
; Kl 2:1111Mijn ogen zijn verteerd door tranen, /kaph/
mijn binnenste is vol onrust.
Mijn ingewanden zijn ter aarde uitgestort,
vanwege de breuk van de dochter van mijn volk,
om het bezwijken van kind en zuigeling
op de pleinen van de stad.
; Ez 21:2626zo zegt de Heere HEERE: Doe die tulband weg en zet die kroon af! Niets blijft hetzelfde! Wie nederig is, zal [Ik] verheffen, en wie hoogmoedig is, zal [Ik] vernederen.)
. In deze teksten zien we een zeker gebrek aan oriëntatie. Dat is bij de Heer volkomen anders. Zijn oriëntatie is het oog van Zijn Vader. Daardoor heeft Hij Zich laten leiden. Het is de innerlijke kracht in Zijn toewijding.

Het dankoffer van rundvee wordt geofferd op het brandoffer. Dat toont de nauwe verbinding aan die er is tussen deze vorm van het dankoffer en het brandoffer. Bij het dankoffer van kleinvee vinden we dat niet.


Het dank- of vredeoffer van kleinvee

6Als zijn offergave als dankoffer voor de HEERE [afkomstig] uit het kleinvee is, of het nu een mannetje of een vrouwtje is: zonder enig gebrek moet hij het aanbieden.

Evenals bij de voorgaande offers is er ook bij het dank- of vredeoffer de mogelijkheid om met een kleiner offer te komen. God begint altijd met het grootste, maar Hij geeft Zijn volk de gelegenheid ook een kleiner offer te brengen als een groter offer (nog) niet gebracht kan worden.

Het dank- of vredeoffer van kleinvee mag een mannetje of een vrouwtje zijn, als het maar volmaakt is. Wat we God ook aanbieden van ons besef van de Heer Jezus en Zijn werk, God kan niets aannemen wat niet volmaakt is. Hoe weinig we ook weten van de Heer Jezus, toch zal ons duidelijk moeten zijn dat er aan Hem geen gebrek is. Al Zijn eigenschappen zijn volmaakt en komen altijd op volmaakte wijze tot uiting.


Een lam als dank- of vredeoffer

7Als het een lam is dat hij als zijn offergave aanbiedt, moet hij het aanbieden voor het aangezicht van de HEERE. 8Vervolgens moet hij zijn hand op de kop van zijn offergave leggen en die slachten vóór de tent van ontmoeting. En de zonen van Aäron moeten zijn bloed rondom op het altaar sprenkelen. 9Daarna moet hij van het dankoffer een vuuroffer aan de HEERE aanbieden: zijn vet, de hele staart, die hij dicht bij de ruggengraat moet verwijderen; het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat aan de ingewanden vastzit, 10dan de beide nieren met het vet dat eraan vastzit, tegen de lendenen aan, en de kwab aan de lever, die hij [tegelijk] met de nieren moet verwijderen. 11De priester moet dat daarna op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer voor de HEERE.

Bij een lam als dank- of vredeoffer denken we aan eigenschappen als zachtmoedigheid en overgave, het verdraagzaam ondergaan van mishandeling. We zien die kenmerken bij de Heer Jezus in de evangeliën. We kunnen ons samen met de Vader en de gemeente daarover verblijden. Het is indrukwekkend en de Vader hoort graag van ons hoezeer we daarvan onder de indruk zijn.

Toch is dat meer passief, terwijl we in het rund meer de actieve wilskracht zien die in de Heer Jezus is als om het werk volkomen tot eer van God volbrengt. Dit laatste wordt in vers 55De zonen van Aäron moeten dat dan op het altaar in rook laten opgaan, op het brandoffer dat op het hout op het vuur ligt. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. dan ook met het brandoffer verbonden, wat bij het lam niet wordt vermeld. Maar het is “voedsel … voor de HEERE”. ‘Voedsel’ is letterlijk ‘brood’.

De handelingen die moeten worden verricht bij het brengen van een lam, zijn precies dezelfde als bij een rund. Wel worden nog extra de vetstaart en de ruggengraat genoemd. De vetstaart is een speciale lekkernij. Het wijst op de bijzondere aspecten van het werk van de Heer Jezus, waar de gelovige bijzonder van heeft genoten en waarover Hij aan God vertelt. De ruggengraat wijst op de onbuigzaamheid van de Heer in Zijn weg op aarde met betrekking tot alle ongerechtigheid die Hem wordt aangedaan of wordt aangeboden. Hij is in de ware zin van het gezegde een Man ‘met ruggengraat’.


Een geit als dank- of vredeoffer

12Als nu zijn offergave een geit is, moet hij die voor het aangezicht van de HEERE aanbieden. 13Vervolgens moet hij zijn hand op de kop van [het dier] leggen en het slachten vóór de tent van ontmoeting. En de zonen van Aäron moeten zijn bloed rondom op het altaar sprenkelen. 14Daarna moet hij hiervan zijn offergave aanbieden, een vuuroffer voor de HEERE: het vet dat de ingewanden bedekt en al het vet dat aan de ingewanden vastzit, 15dan de beide nieren met het vet dat eraan vastzit, tegen de lendenen aan, en de kwab aan de lever, die hij [tegelijk] met de nieren moet verwijderen. 16De priester moet die vervolgens op het altaar in rook laten opgaan. Het is voedsel, een vuuroffer met een aangename geur. Al het vet moet voor de HEERE zijn.

Bij de geit als dank- of vredeoffer zien we een nog zwakker beeld. Een geit is eigenlijk het dier voor het zondoffer. Hierbij denken we niet zozeer aan een bepaalde eigenschap, zoals bij het rund en het schaap, maar aan iets negatiefs: het wegdoen van de zonden.

Veel gelovigen die de Heer Jezus aanbidden en graag een dank- of vredeoffer willen brengen, komen toch niet verder dan Hem te danken voor het feit dat Hij hun zonden heeft weggenomen door Zijn werk op het kruis. De gemeenschap met de andere leden van de gemeente en de blijdschap die ze samen hebben, worden vooral genoten in de dankbaarheid die er is omdat de zonden vergeven zijn. Toch is ook dit een offer met ”een aangename geur” voor God.


Verbod om vet en bloed te eten

17[Dit] moet in al uw woongebieden een eeuwige verordening zijn, [al] uw generaties door: u mag totaal geen vet of bloed eten.

God behoudt Zich het recht op het vet en het bloed voor. De innerlijke energie waarmee de Heer Jezus het werk heeft verricht, is alleen door Hem ten volle te doorgronden. Omdat God de Gever van het leven is, heeft Hij ook als Enige daar recht op. Aangezien het leven in het bloed is, is het bloed voor Hem alleen. Het verbod om vet en bloed te eten wordt in Leviticus 7:22-27 ook daar in verbinding met het dank- of vredeoffer – nader uitgewerkt.


Lees verder