Leviticus
Inleiding 1-8 Wijding van personen 9-13 Wijding van dieren 14-15 Wijding van een huis 16-24 Wijding van een stuk grond 25 De heilige sikkel 26-27 Lossing eerstgeborene van vee 28-29 Wat niet gelost worden 30-33 Alle tienden zijn voor de HEERE 34 Slot
Inleiding

Dit hoofdstuk heeft te maken met de rechten van God op Zijn volk. Hij zal Zijn volk tot Zijn eigendom maken, hoever het ook is afgeweken. In dit hoofdstuk zien we de weg waarlangs God dat gaat verwezenlijken.

Het gaat niet om de vraag wat God zal doen als iemand ontrouw is, maar wat Hij doet als iemand trouw wil zijn en daarover voor de HEERE een gelofte aflegt. We vinden hier de beginselen van de genade en van de verantwoordelijkheid met elkaar verweven. Genade in die zin dat God toewijding kan bewerken in gelovigen, maar ook verantwoordelijkheid dat de gelovige in die toewijding handelt naar de geboden van God. Als er toewijding is, legt God de maatstaf daarvan aan, niet de mens. De maatstaf is de maat van het heiligdom (vers 2525Alle door u te bepalen waarden moeten overeenkomstig de sikkel van het heiligdom zijn. De sikkel is twintig gera [waard].).

Het doen van geloften is, net als de offers, zeer oud (Gn 28:2020Jakob legde een gelofte af en zei: Als God met mij zal zijn en mij zal beschermen op deze weg, waar ik op ga, en mij brood zal geven om te eten en kleren om aan te trekken,; Jb 22:2727Je zult vurig tot Hem bidden, en Hij zal je verhoren;
en je zult je geloften nakomen.
)
. Een gelofte kan bestaan in de belofte God iets te geven. Iemand kan ook, Hem ter eer, afstand van iets doen wat best geoorloofd is om te bezitten. De gedachte die bij het doen van een gelofte een rol speelt, is dat men daardoor iets doet, wat Hem welgevallig is en waardoor men dan Zijn bijzondere genade deelachtig wordt. Het kan ook de bedoeling zijn om in een speciaal geval, waarin men de hulp van God dringend nodig heeft, zich van deze hulp te verzekeren, door zich vooraf al plechtig tot een wederdienst te verplichten.

In de bepalingen van de wet kunnen we met betrekking tot geloften twee aspecten onderscheiden:

1. Wie geen geloften doet, zondigt niet, maar als iemand wel iets aan God heeft beloofd, moet hij die gelofte houden (Dt 23:22-2322Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u.23Wat er over uw lippen komt, moet u houden en doen, net als wanneer u de HEERE, uw God, een vrijwillige gave beloofd hebt, iets wat u met uw [eigen] mond gesproken hebt.).
2. Er mag niets aan de HEERE worden beloofd wat Hem al toebehoort, of waardoor Zijn door de wet geheiligde orde verbroken wordt, of waaraan zonde en schande kleeft (Lv 27:2626Het eerstgeborene echter, dat als eerste voor de HEERE onder het vee geboren wordt, dat mag niemand heiligen. Of het [nu] een rund is, [of] een schaap, het is voor de HEERE [bestemd].; Nm 30:3-43Maar wanneer een vrouw de HEERE een gelofte doet, [en] in haar jeugd, terwijl ze [nog] in het huis van haar vader [woont], een verplichting [op zich] neemt,4en haar vader van haar gelofte hoort en van haar verplichting, die zij op zich genomen heeft, en haar vader tegen haar zwijgt, dan zijn al haar geloften en elke verplichting die zij op zich genomen heeft, van kracht.; Dt 23:1818U mag geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE, uw God, brengen [ter inlossing] van welke gelofte dan ook, want die zijn beide een gruwel voor de HEERE, uw God.). Ook mag nooit iets wat minder in waarde is dan het eigenlijk beloofde Hem als betaling van de gelofte gebracht worden. Het omgekeerde mag ook niet (Lv 27:1010Hij mag het niet vervangen of omruilen, een goed voor een slecht [dier], of een slecht voor een goed [dier]. En als hij toch een dier voor een [ander] dier omruilt, dan zal zowel het [ene dier] als wat daarvoor omgeruild is, heilig zijn.).

Geloften kunnen bestaan uit óf de belofte van een toewijding aan God, óf een onthouding van iets. In beide gevallen gaat het om een gelofte waarvan het doel is Hem te eren. De wet onderscheidt de beide gevallen in toewijdingsgeloften en onthoudingsgeloften. Tot de onthoudingsgeloften kunnen we het nazireeërschap van Numeri 6 rekenen. In ons hoofdstuk gaat het alleen om toewijdingsgeloften. Wat men de HEERE kan toewijden, wordt opgenoemd:

1. een mens (verzen 2-82Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer iemand een gelofte aflegt, zullen de personen die aan de HEERE [gewijd zijn], tegen een door u bepaalde waarde [vrijgekocht worden].3Als de door u bepaalde waarde een man van twintig jaar tot zestig jaar betreft, dan is de door u bepaalde waarde vijftig sikkel zilver, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom.4Maar als het een vrouw betreft, is de door u bepaalde waarde dertig sikkel.5Is het [iemand] tussen vijf jaar en twintig jaar, dan is de door u bepaalde waarde voor een man twintig sikkel en voor een vrouw tien sikkel.6Is het [een kind] van een maand tot vijf jaar, dan is de door u bepaalde waarde bij een man vijf sikkel zilver en de door u bepaalde waarde bij een vrouw drie sikkel zilver.7En is het [iemand] van zestig jaar oud of daarboven, is het een man, dan is de door u bepaalde waarde vijftien sikkel en voor een vrouw tien sikkel.8Maar als hij te arm is om de door u bepaalde waarde [te betalen], dan moet men hem vóór de priester plaatsen, zodat de priester zijn waarde kan bepalen. Overeenkomstig wat voor hem die de gelofte afgelegd heeft, wél binnen handbereik is, moet de priester zijn waarde bepalen.),
2. een dier (verzen 9-139En als het een dier is dat men als offergave aan de HEERE aanbiedt, [dan] zal alles wat hij ervan aan de HEERE geeft, heilig zijn.10Hij mag het niet vervangen of omruilen, een goed voor een slecht [dier], of een slecht voor een goed [dier]. En als hij toch een dier voor een [ander] dier omruilt, dan zal zowel het [ene dier] als wat daarvoor omgeruild is, heilig zijn.11En als het een onrein dier betreft – welk dan ook – dat men niet aan de HEERE als offergave mag aanbieden, dan moet hij het dier vóór de priester plaatsen.12Vervolgens moet de priester de waarde ervan bepalen al naargelang het goed of slecht is. Volgens de door u bepaalde waarde, priester, zo is het.13Als hij het toch wil vrijkopen, dan moet hij het vijfde deel ervan aan de door u bepaalde waarde toevoegen.),
3. een huis (verzen 14-1514Wanneer nu iemand zijn huis geheiligd heeft, [zodat] het heilig is voor de HEERE, dan moet de priester de waarde ervan bepalen, al naargelang het goed of slecht is. Zoals de priester de waarde ervan bepaald heeft, zo staat het vast.15En als hij die het [huis] geheiligd heeft, het wil vrijkopen, dan moet hij het vijfde deel van het bedrag van de door u bepaalde waarde eraan toevoegen, en het zal [weer] van hem zijn.),
4. een stuk grond (verzen 16-2516En als iemand [een deel] van de akker die hij bezit, aan de HEERE geheiligd heeft, dan moet de door u bepaalde waarde in overeenstemming zijn met het [benodigde] zaaigoed ervoor, vijftig sikkel zilver per homer gerstezaad.17Als hij zijn akker vanaf het jubeljaar geheiligd heeft, staat het volgens de door u bepaalde waarde vast.18Maar als hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd heeft, dan moet de priester voor hem het bedrag berekenen overeenkomstig de jaren die nog overgebleven zijn tot het jubeljaar. Dat moet vervolgens van de door u bepaalde waarde afgetrokken worden.19Als hij die de akker geheiligd heeft, die toch wil vrijkopen, dan moet hij een vijfde deel van het bedrag van de door u bepaalde waarde eraan toevoegen. Dan is deze weer voor hem.20Maar als hij de akker niet vrijkoopt en als hij de akker aan een andere man verkoopt, dan mag deze niet meer vrijgekocht worden.21De akker zal, wanneer deze in het jubeljaar vrijkomt, heilig zijn voor de HEERE, als een met de ban [aan Hem] gewijde akker. Het bezit ervan komt de priester toe.22Als [iemand] aan de HEERE een akker geheiligd heeft die hij gekocht heeft [en] die niet afkomstig is van een akker die hij [al] in bezit had,23dan moet de priester hem het totaalbedrag berekenen van de door u bepaalde waarde tot het jubeljaar. Hij moet dan op die dag de door u bepaalde waarde afdragen als heilig voor de HEERE.24In het jubeljaar komt de akker weer terug aan hem van wie hij die gekocht heeft, aan hem die het land in bezit had.25Alle door u te bepalen waarden moeten overeenkomstig de sikkel van het heiligdom zijn. De sikkel is twintig gera [waard].).

Een gelofte kan vrijwillig worden gedaan, maar niet vrijwillig ongedaan worden gemaakt. Iemand die een gelofte aflegt en van de verplichting eraan vrij wil worden, moet worden geschat door de priester. Daarbij is van belang of iemand zich volledig bewust is van wat hij beloofde of dat hij toch wat overijld zijn belofte heeft gedaan. In het laatste geval kan hij weer van zijn belofte worden ontslagen. Hij kan zijn belofte afkopen en daarvoor moet hij geschat worden.

Voor het overijld afleggen van geloften wordt vaker gewaarschuwd (Pr 5:4-54Het is beter dat u niet belooft,
dan dat u belooft maar niet nakomt.
5Sta uw mond niet toe,
uw vlees te doen zondigen.
Zeg ook niet in de tegenwoordigheid van de engel:
dat was een vergissing.
Waarom zou God zeer toornig worden om wat u zegt,
en het werk van uw handen te gronde richten?
; Dt 23:21-2321Wanneer u de HEERE, uw God, een gelofte gedaan hebt, mag u niet aarzelen die na te komen, want de HEERE, uw God, zal dat zeker van u eisen, en [dan] zou er zonde in u zijn.22Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u.23Wat er over uw lippen komt, moet u houden en doen, net als wanneer u de HEERE, uw God, een vrijwillige gave beloofd hebt, iets wat u met uw [eigen] mond gesproken hebt.; Sp 20:2525Het is een valstrik voor een mens ondoordacht een heilige [gelofte] te doen,
en [pas] daarna de [gedane] geloften te overwegen.
)
. Israël heeft zo’n belofte afgelegd. Bij de Sinaï hebben ze tot drie keer toe beloofd: alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen we doen (Ex 19:88Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.; 24:3,73Mozes kwam [terug] en vertelde al de woorden van de HEERE en al de bepalingen aan het volk. Toen antwoordde heel het volk eenstemmig en zij zeiden: Al de woorden die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.7Hij nam het boek van het verbond en las [dit] ten aanhoren van het volk voor. En zij zeiden: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en [Hem] gehoorzamen.). Een dergelijke belofte heeft de HEERE niet geëist. Ze hebben die belofte niet kunnen waarmaken. Om hen ervan te ontslaan moet een prijs worden betaald. Dat heeft de Heer Jezus gedaan.


Wijding van personen

1De HEERE sprak tot Mozes: 2Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer iemand een gelofte aflegt, zullen de personen die aan de HEERE [gewijd zijn], tegen een door u bepaalde waarde [vrijgekocht worden]. 3Als de door u bepaalde waarde een man van twintig jaar tot zestig jaar betreft, dan is de door u bepaalde waarde vijftig sikkel zilver, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom. 4Maar als het een vrouw betreft, is de door u bepaalde waarde dertig sikkel. 5Is het [iemand] tussen vijf jaar en twintig jaar, dan is de door u bepaalde waarde voor een man twintig sikkel en voor een vrouw tien sikkel. 6Is het [een kind] van een maand tot vijf jaar, dan is de door u bepaalde waarde bij een man vijf sikkel zilver en de door u bepaalde waarde bij een vrouw drie sikkel zilver. 7En is het [iemand] van zestig jaar oud of daarboven, is het een man, dan is de door u bepaalde waarde vijftien sikkel en voor een vrouw tien sikkel. 8Maar als hij te arm is om de door u bepaalde waarde [te betalen], dan moet men hem vóór de priester plaatsen, zodat de priester zijn waarde kan bepalen. Overeenkomstig wat voor hem die de gelofte afgelegd heeft, wél binnen handbereik is, moet de priester zijn waarde bepalen.

Iemand die een gelofte aflegt, doet dat meestal in geval van een ziekte of dreigend gevaar. Op voorwaarde van herstel of uitredding belooft zo iemand dan zichzelf, of zijn vrouw, of zijn kind, of zijn slaaf aan de HEERE te wijden, tot een bijzonder eigendom.

In het algemeen zijn allen in Israël het eigendom van de HEERE (Ex 19:55Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.). Maar wie zo zichzelf aan de HEERE heeft beloofd, of door zijn ouders of meester aan Hem is beloofd, is daardoor een lijfeigene van het heiligdom geworden. Zo iemand heeft niets meer met het maatschappelijk leven van doen, maar moet voor zover hij daartoe in de gelegenheid is, in de tent der samenkomst dienst doen.

Iemand die op deze speciale manier het eigendom van de HEERE is geworden, kan zichzelf loskopen of losgekocht worden. Het geld van de lossing komt in zijn plaats ten goede aan de dienst van het heiligdom (2Kn 12:44Joas zei tegen de priesters: Al het geld van de geheiligde [gaven] dat in het huis van de HEERE gebracht wordt, [namelijk] het geld van wie [bij de getelden] gaat behoren, het geld voor elke persoon, [dat] zijn waarde [vertegenwoordigt en] elk [bedrag aan] geld, dat in ieders hart opkomt om [dat] in het huis van de HEERE te brengen,). Bij de bepaling van de prijs van de waarde waarvoor hij zichzelf kan lossen of gelost moet worden, wordt rekening gehouden met leeftijd, geslacht en bezit. Het meest betaalt hij die in de kracht van zijn leven is.

In Exodus 30:11-16 is sprake van eenzelfde bedrag voor iedere getelde van twintig jaar en ouder. Dat heeft te maken met de verzoening. De prijs die de Heer Jezus voor de verzoening heeft betaald, is voor ieder lid van de gemeente gelijk: de prijs van Zijn bloed. Maar in het geestelijke leven dat iedere gelovige bezit, is de ontwikkeling verschillend en de mate van toewijding is verschillend. Er is sprake van baby’s in het geloof, van jongelingen in het geloof en van vaders in het geloof (1Jh 2:12-1812Ik schrijf u, kinderen, omdat de zonden u vergeven zijn ter wille van Zijn Naam.13Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik schrijf u, jongelingen, omdat u de boze overwonnen hebt. Ik heb u geschreven, kinderen, omdat u de Vader kent.14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt.15Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.17En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.18Kinderen, het is [het] laatste uur; en zoals u hebt gehoord dat [de] antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het [het] laatste uur is.).

De waarde van ieders leven naar zijn geestelijke ontwikkeling wordt bepaald door onze Priester, de Heer Jezus. Als wij elkaar beoordelen en inschatten, kunnen we ons zeer vergissen. De Heer niet. Hij heeft recht op heel onze persoon en alles wat we hebben. De Macedoniërs hebben dit beginsel begrepen en “gaven zichzelf eerst aan de Heer” (2Ko 8:55En het was niet zoals wij verwachtten, maar zij gaven zichzelf eerst aan de Heer en [daarna] aan ons door [de] wil van God,).

Dat de schatting boven de zestig jaar zo enorm zakt, van vijftig naar vijftien sikkels, kan te maken hebben met een terugval in het geestelijk leven. Als men ouder wordt, is er het gevaar dat alles niet meer zo leeft. Izak werd blind. Maar zo hoeft het niet te gaan. Mozes was honderdtwintig en Kaleb vijfentachtig jaar oud, maar de kracht van hun geestelijk leven was niet verminderd.

Het verschil tussen man en vrouw heeft ook een geestelijke betekenis. Het vrouwelijke spreekt van de positie, het mannelijke stelt de kracht voor waarmee die positie wordt verwerkelijkt. Het is één ding te weten dat je in Christus bent, een kind van God, dat is iemands positie; het is iets anders daar ook naar te leven, dat is de verwerkelijking. Ook daarop weet de Heer ons te taxeren. Het kan zijn dat we weten wat we zijn, maar dat we er in de praktijk niet veel van laten zien.

Samuel is iemand die vanaf zijn geboorte door zijn moeder aan de HEERE is gewijd. Voor hem hoeft geen schatting betaald te worden, want zijn moeder voldoet aan de belofte (1Sm 1:11,2811Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.28Daarom heb ik hem ook voor al de dagen dat hij [op aarde] is, aan de HEERE overgegeven; hij is van de HEERE gebeden. En hij boog zich daar voor de HEERE neer.).

Naar Zijn leeftijd gerekend moet de Heer Jezus op vijftig sikkels worden geschat. De schatting waarop Hij echter wordt gewaardeerd, bedraagt slechts dertig zilverstukken (Zc 11:12-1312Want Ik had tegen hen gezegd: Als het goed is in uw ogen, geef [Mij] Mijn loon; zo niet, laat het na. Toen hebben zij Mijn loon afgewogen: dertig zilverstukken.13Maar de HEERE zei tegen Mij: Werp dat de pottenbakker toe – een mooie prijs waarop Ik door hen geschat ben! Daarop nam Ik de dertig zilverstukken en wierp ze [in] het huis van de HEERE de pottenbakker toe.). Maar dat is een waardering door de mens. God heeft Hem geschat op Zijn werkelijke waarde en Hem de plaats van heerlijkheid aan Zijn rechterhand gegeven.

Wie zijn schatting niet kan betalen (vers 88Maar als hij te arm is om de door u bepaalde waarde [te betalen], dan moet men hem vóór de priester plaatsen, zodat de priester zijn waarde kan bepalen. Overeenkomstig wat voor hem die de gelofte afgelegd heeft, wél binnen handbereik is, moet de priester zijn waarde bepalen.), wie zijn tekort voelt, kan naar de priester, de Heer Jezus, gaan. Hij weet volmaakt wat we voor Hem waard zijn. Dat komt mooi tot uiting in de gelijkenissen van de talenten (Mt 25:14-3014Want [het is] als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde.15En de een gaf hij vijf talenten, de ander twee, de derde één, ieder naar zijn eigen bekwaamheid; en hij ging terstond buitenslands.16Hij nu die de vijf talenten had ontvangen, ging heen en handelde daarmee en won er vijf andere bij.17Evenzo won <ook> die met de twee er twee bij.18Degene echter die het ene had ontvangen, ging weg en groef in [de] grond en verborg het geld van zijn heer.19Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.20En hij die de vijf talenten had ontvangen, kwam bij hem en bracht vijf andere talenten en zei: Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, vijf andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen.21Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in.22Degene <nu> met de twee talenten kwam ook bij hem en zei: Heer, twee talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, twee andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen.23Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in.24Hij nu die het ene talent had ontvangen, kwam ook bij hem en zei: Heer, ik wist van u dat u een hard mens bent, die maait waar u niet hebt gezaaid en inzamelt vanwaar u niet hebt uitgestrooid;25en ik was bang en ben weggegaan en heb uw talent verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe.26Zijn heer antwoordde echter en zei tot hem: Boze en luie slaaf! Je wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, en inzamel vanwaar ik niet heb uitgestrooid?27Dan had je mijn geld bij de bankiers moeten brengen, en ik zou bij mijn komst het mijne met rente hebben teruggekregen.28Neemt dan het talent van hem af en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.29Want aan ieder die heeft, zal worden gegeven en hij zal overvloedig hebben; van hem echter die niet heeft, ook wat hij heeft zal van hem worden genomen.30En werpt de nutteloze slaaf uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.) en de ponden (Lk 19:11-2711Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.12Hij zei dan: Een man van hoge geboorte reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk te ontvangen en terug te keren.13Hij nu riep zijn tien slaven en gaf hun tien ponden en zei tot hen: Doet zaken totdat ik kom.14Zijn burgers echter haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna om te zeggen: Wij willen niet dat deze over ons regeert.15En het gebeurde toen hij terugkwam, nadat hij het koninkrijk had ontvangen, dat hij zei dat die slaven aan wie hij het geld had gegeven, bij hem geroepen moesten worden, om te weten wat zij aan de zaken hadden verdiend.16De eerste nu verscheen en zei: Heer, uw pond heeft tien ponden opgebracht.17En hij zei tot hem: Goed zo, goede slaaf; omdat je in [het] geringste trouw bent geweest, heb gezag over tien steden.18En de tweede kwam en zei: Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgeleverd.19Hij nu zei ook tot deze: En jij, wees [heer] over vijf steden.20En de volgende kwam en zei: Heer, kijk, uw pond, dat ik in een zweetdoek had weggelegd;21want ik was bang voor u, omdat u een streng mens bent; u neemt weg wat u niet neergelegd en u maait wat u niet gezaaid hebt.22Hij zei tot hem: Uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf. Je wist dat ik een streng mens ben, die wegneem wat ik niet neergelegd en maai wat ik niet gezaaid heb.23Waarom heb je mijn geld dan niet aan een bank gegeven? Dan zou ik het bij mijn komst met rente hebben opgevraagd.24En hij zei tot hen die daarbij stonden: Neemt het pond van hem af en geeft het aan hem die de tien ponden heeft.25<En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft [al] tien ponden.>26Ik zeg u, dat aan ieder die heeft, zal worden gegeven; van hem echter die niet heeft, zal ook wat hij heeft worden afgenomen.27Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.).

Er is verschil tussen de gave – de talenten – die iemand heeft en de trouw – de ponden – waarmee de gave wordt gebruikt. De gave is verschillend, wat in de gelijkenis van de talenten tot uiting komt, waar aan de slaven een verschillend aantal talenten wordt gegeven. Het pond is voor ieder gelijk, wat we zien in de gelijkenis van de ponden, waar iedere slaaf één pond krijgt. Iemand die een kleine gave heeft, maar die trouw uitoefent, wordt hoger geschat dan iemand die een grote gave heeft, maar in de uitoefening daarvan ontrouw is.

Het streven naar de grootste genadegave is een opdracht aan ons allen (1Ko 12:31a31Streeft echter naar de grootste genadegaven. En ik wijs u een nog uitnemender weg.). Iemand die trouw is, krijgt meer toevertrouwd. Begaafdheden geeft de Heer, het ermee handelen tot Zijn eer, het ons ervoor inzetten, is onze verantwoordelijkheid.


Wijding van dieren

9En als het een dier is dat men als offergave aan de HEERE aanbiedt, [dan] zal alles wat hij ervan aan de HEERE geeft, heilig zijn. 10Hij mag het niet vervangen of omruilen, een goed voor een slecht [dier], of een slecht voor een goed [dier]. En als hij toch een dier voor een [ander] dier omruilt, dan zal zowel het [ene dier] als wat daarvoor omgeruild is, heilig zijn. 11En als het een onrein dier betreft – welk dan ook – dat men niet aan de HEERE als offergave mag aanbieden, dan moet hij het dier vóór de priester plaatsen. 12Vervolgens moet de priester de waarde ervan bepalen al naargelang het goed of slecht is. Volgens de door u bepaalde waarde, priester, zo is het. 13Als hij het toch wil vrijkopen, dan moet hij het vijfde deel ervan aan de door u bepaalde waarde toevoegen.

Als een offer eenmaal aan God is aangeboden, is er geen weg meer terug. Dit spreekt van de Heer Jezus. Hij is Zijn gelofte nagekomen (Hb 10:77Toen zei Ik: zie, Ik kom (in [de] boekrol is over Mij geschreven) om Uw wil te doen, o God!’). De mensen hebben Hem geschat op dertig zilverstukken. Die prijs werd door God verworpen (Zc 11:1313Maar de HEERE zei tegen Mij: Werp dat de pottenbakker toe – een mooie prijs waarop Ik door hen geschat ben! Daarop nam Ik de dertig zilverstukken en wierp ze [in] het huis van de HEERE de pottenbakker toe.).

Een onrein dier mag niet als offer worden aangeboden, maar het kan wel voor een ander doel aan de HEERE gewijd worden, bijvoorbeeld als lastdier. De kwaliteit van het dier moet worden beoordeeld door de priester. Wil men het weer lossen, dan moet het vrijgekocht worden voor de geschatte prijs die wordt verhoogd met twintig procent. Elke toewijding aan Hem is voor Hem groter dan wij denken.


Wijding van een huis

14Wanneer nu iemand zijn huis geheiligd heeft, [zodat] het heilig is voor de HEERE, dan moet de priester de waarde ervan bepalen, al naargelang het goed of slecht is. Zoals de priester de waarde ervan bepaald heeft, zo staat het vast. 15En als hij die het [huis] geheiligd heeft, het wil vrijkopen, dan moet hij het vijfde deel van het bedrag van de door u bepaalde waarde eraan toevoegen, en het zal [weer] van hem zijn.

In Leviticus 14 kan een huis melaats zijn, dat is negatief. Hier kan het aan God gewijd worden, dat is positief. De wijding van een huis kunnen we in de eerste plaats toepassen op de tabernakel, het huis van God. Dat is volmaakt heilig voor de HEERE. Daarin woont God bij Zijn volk en mag Zijn volk bij Hem wonen, als ze Hem toegewijd zijn. De waarde die de priester ervan bepaalt, staat vast.

In de toepassing op de gemeente als het huis van God kunnen we zeggen dat voor de Heer Jezus de waarde van Gods huis vaststaat. Hij heeft de volle prijs betaald. Hij heeft het huis, de gemeente, vrijgekocht door Zijn dood. Hij heeft er ook het vijfde deel aan toegevoegd, dat wil zeggen dat Hij in Zijn dood God op het hoogst heeft verheerlijkt.

Het huis kunnen we ook toepassen op het huis Israël. De HEERE kan daar nu niet meer in wonen, maar het zal weer voor Hem worden geheiligd. Dat zal gebeuren op grond van hetzelfde werk dat de Heer Jezus heeft gedaan om het nieuwtestamentische huis, de gemeente, aan God te wijden.

Een huis spreekt ook van een plaatselijke gemeente. Een plaatselijke gemeente kan collectief aan God gewijd zijn. Dan zijn de samenkomsten en het broederlijke samenwonen op de eer van God gericht. Helaas is door allerlei drukte de plaatselijke gemeente vaak niet meer als geheel op de Heer Jezus gericht. Ieder is te druk met de eigen bezigheden. Dan is daar toch de Heer Jezus Die de prijs heeft vastgesteld en heeft betaald en ook het vijfde deel extra. Daardoor kunnen wij er nu in wonen en de gemeenschap met God, met de Heer Jezus en met elkaar genieten.


Wijding van een stuk grond

16En als iemand [een deel] van de akker die hij bezit, aan de HEERE geheiligd heeft, dan moet de door u bepaalde waarde in overeenstemming zijn met het [benodigde] zaaigoed ervoor, vijftig sikkel zilver per homer gerstezaad. 17Als hij zijn akker vanaf het jubeljaar geheiligd heeft, staat het volgens de door u bepaalde waarde vast. 18Maar als hij zijn akker na het jubeljaar geheiligd heeft, dan moet de priester voor hem het bedrag berekenen overeenkomstig de jaren die nog overgebleven zijn tot het jubeljaar. Dat moet vervolgens van de door u bepaalde waarde afgetrokken worden. 19Als hij die de akker geheiligd heeft, die toch wil vrijkopen, dan moet hij een vijfde deel van het bedrag van de door u bepaalde waarde eraan toevoegen. Dan is deze weer voor hem. 20Maar als hij de akker niet vrijkoopt en als hij de akker aan een andere man verkoopt, dan mag deze niet meer vrijgekocht worden. 21De akker zal, wanneer deze in het jubeljaar vrijkomt, heilig zijn voor de HEERE, als een met de ban [aan Hem] gewijde akker. Het bezit ervan komt de priester toe. 22Als [iemand] aan de HEERE een akker geheiligd heeft die hij gekocht heeft [en] die niet afkomstig is van een akker die hij [al] in bezit had, 23dan moet de priester hem het totaalbedrag berekenen van de door u bepaalde waarde tot het jubeljaar. Hij moet dan op die dag de door u bepaalde waarde afdragen als heilig voor de HEERE. 24In het jubeljaar komt de akker weer terug aan hem van wie hij die gekocht heeft, aan hem die het land in bezit had.

Wat de akker oplevert, is voor de HEERE. We kunnen de akker vergelijken met ons leven. Levert ons leven, alles wat we daarin zaaien, vrucht op voor Hem? Dit heeft niet te maken met een grote of kleine gave, maar met ons leven van elke dag. Ieder heeft daarin de mogelijkheid Hem te dienen.


De heilige sikkel

25Alle door u te bepalen waarden moeten overeenkomstig de sikkel van het heiligdom zijn. De sikkel is twintig gera [waard].

De norm, waarnaar alles wordt beoordeeld, is de heilige sikkel, de sikkel van het heiligdom, de plaats waar God woont. Hij bepaalt de waarde van alles en dat moet ons leiden in onze waardebepaling van alles.


Lossing eerstgeborene van vee

26Het eerstgeborene echter, dat als eerste voor de HEERE onder het vee geboren wordt, dat mag niemand heiligen. Of het [nu] een rund is, [of] een schaap, het is voor de HEERE [bestemd]. 27Maar als het van een onrein dier is, moet hij het vrijkopen tegen de door u bepaalde waarde en het vijfde deel ervan eraan toevoegen. En als het niet vrijgekocht wordt, dan kan het verkocht worden tegen de door u bepaalde waarde.

De eerstgeborene van het vee is vanzelf van de HEERE, zonder gelofte (Ex 13:22Heilig voor Mij alle eerstgeborenen: alles wat de baarmoeder opent onder de Israëlieten, van de mensen en van het vee, dat behoort Mij toe.). Het is niet slechts een vrijwillige zaak. Heiliging is ook een verplichting. We zijn niet van onszelf, we zijn “voor een prijs gekocht” en op grond daarvan verplicht om God te verheerlijken (1Ko 6:2020Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam!).

De samenkomsten bezoeken mag vrijwillig gebeuren, maar is niet een vrijblijvende aangelegenheid. We worden vermaand de onderlinge bijeenkomst niet te verzuimen (Hb 10:2525en laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen gewoon zijn, maar [elkaar] vermanen en dat zoveel temeer naarmate u de dag ziet naderen.). Hetzelfde geldt voor aanbidding. “De Vader zoekt zulke [personen] die Hem aanbidden.” Maar daarop volgt: “Wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Jh 4:2323Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; immers, de Vader zoekt zulke [personen] die Hem aanbidden.).


Wat niet gelost worden

28Niets echter van wat iemand door de ban aan de HEERE gewijd heeft, van alles wat hij bezit, van mens of dier, of van de akker die hij bezit, mag verkocht of vrijgekocht worden. Alles wat door de ban gewijd is, is voor de HEERE allerheiligst. 29Niets van wat door de ban gewijd is, dat door mensen door de ban gewijd is, mag vrijgekocht worden. Het moet zeker gedood worden.

Wat onder de ban ligt, is van de HEERE (Jz 6:2424De stad verbrandden zij met vuur, met alles wat daarin was. Alleen het zilver en het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen legden zij bij de schat van het huis van de HEERE.; 1Sm 15:3-93Ga nu heen, en versla Amalek, en sla alles wat hij heeft met de ban. Spaar hem niet, maar dood hen van man tot vrouw, van kind tot zuigeling, van rund tot schaap, [en] van kameel tot ezel.4Saul riep het volk op en telde hen in Telaïm: tweehonderdduizend [man] voetvolk, en tienduizend mannen van Juda.5Toen Saul bij de stad van Amalek kwam, legde hij een hinderlaag in het dal,6en Saul liet tegen de Kenieten zeggen: Ga, ga weg, trek uit het midden van de Amalekieten, opdat ik u niet samen met hen wegvaag. Want u hebt goedertierenheid bewezen aan al de Israëlieten toen zij uit Egypte kwamen. Toen gingen de Kenieten weg uit het midden van de Amalekieten.7Saul versloeg de Amalekieten vanaf Havila tot in de richting van Sur, dat tegenover Egypte ligt.8Agag, de koning van de Amalekieten, greep hij levend, maar al het volk sloeg hij met de ban, met de scherpte van het zwaard.9Maar Saul en het volk spaarden Agag, de beste schapen en runderen, en wat bijna het beste was, de lammeren en alles wat goed was. Zij wilden die niet met de ban slaan. Maar elk gebruiksvoorwerp dat waardeloos en vergaan was, sloegen zij met de ban.). De Heer Jezus is onder de ban van de vloek geweest, in de uren dat Hij aan het kruis tot zonde is gemaakt. Een toepassing kan zijn dat zaken die voor ons een strik zijn geweest, door ons worden vernietigd en niet aan anderen te koop worden aangeboden (vgl. Hd 19:1919Ook velen van hen die toverkunsten hadden bedreven, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze in bijzijn van allen; en zij berekenden de waarde daarvan en kwamen op vijftigduizend zilverstukken.).


Alle tienden zijn voor de HEERE

30Alle tienden van het land, [zowel] van het zaaigoed van het land [als] van de vruchten aan de bomen, zijn voor de HEERE [bestemd]. Ze zijn heilig voor de HEERE. 31Maar als iemand toch [een deel] van zijn tienden vrijkoopt, moet hij het vijfde deel ervan daaraan toevoegen. 32En alle tienden van runderen en kleinvee, van alles wat [bij de telling] onder de staf doorgaat, het tiende is heilig voor de HEERE. 33Men mag niet onderzoeken of het goed is of slecht, en men mag het niet omruilen. Als men het toch omruilt, dan is zowel dit [dier] als wat daarvoor omgeruild is, heilig. Ze mogen niet vrijgekocht worden.

Het geven van de tienden betekent de erkenning van de soevereine rechten van God op ons hele bezit. Hij heeft recht op het eerste en het beste. Doen we dat, dan beloont Hij dat (Ml 3:1010Breng al de tienden naar het voorraadhuis,
zodat er voedsel in Mijn huis is.
Beproef Mij toch hierin,
zegt de HEERE van de legermachten,
of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen,
en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen [schuren] genoeg zullen zijn.
)
.


Slot

34Dit zijn de geboden die de HEERE Mozes gegeven heeft, voor de Israëlieten, op de berg Sinaï.

Dit boek over het heiligdom sluit af met heiliging in ons persoonlijke en gemeenschappelijke leven, hoe we toegewijd kunnen leven. Het is het antwoord op de vraag die in de loop van dit boek is opgekomen: ‘Heer, hoe wilt U dat wij in gemeenschap met U leven en U dienen?’ Daarom is dit hoofdstuk aan het boek toegevoegd en sluit het nog een keer af met een verwijzing naar “de geboden die de HEERE Mozes gegeven heeft, voor de Israëlieten, op de berg Sinaï”. Deze verwijzing naar de geboden van de HEERE is Gods antwoord op de gestelde vraag.

Als Gods geboden ons hart besturen, zullen we van harte gehoor geven aan de aansporing: “Daar wij dus, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg die Hij ons heeft ingewijd door het voorhangsel heen, dat is Zijn vlees, en wij een grote Priester over het huis van God hebben, laten wij naderen” (Hb 10:19-2119Daar wij dus, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,20langs [de] nieuwe en levende weg die Hij ons heeft ingewijd door het voorhangsel heen, dat is Zijn vlees,21en [wij] een grote Priester over het huis van God [hebben],).