1 Koningen
Inleiding 1-19 Het bestuur van Salomo 20-28 Grootheid van Salomo 29-34 De wijsheid van Salomo
Inleiding

Aan het eind van het vorige hoofdstuk hebben we een voorbeeld van de wijsheid die God aan Salomo heeft gegeven. In dit hoofdstuk lezen we over zijn rijkdom en voorspoed. Hij krijgt wat God beloofd heeft hem erbij te zullen geven, nadat hij om wijsheid heeft gevraagd (1Kn 3:1313En zelfs dat waar u niet om gevraagd hebt, geef Ik u: zowel rijkdom als eer, zodat niemand onder de koningen uws gelijke zal zijn, al uw dagen.). Wij zien hier zijn wijsheid in de manier waarop hij de interne orde in zijn rijk heeft geregeld en handhaaft:

1. zijn vorsten (verzen 1-61Zo was koning Salomo koning over heel Israël.2Dit waren de vorsten die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was de priester,3Elihoref en Ahia, de zonen van Sisa, waren schrijvers. Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.4Benaja, de zoon van Jojada, ging over het leger, en Zadok en Abjathar waren priesters.5En Azaria, de zoon van Nathan, ging over de opzichters, en Zabud, de zoon van Nathan, was priester en vriend van de koning.6En Ahisar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, ging over de herendienst.),
2. zijn landvoogden die voor zijn voedsel zorgen (verzen 7-19,277Ook had Salomo twaalf opzichters over heel Israël, die zorg droegen voor het levensonderhoud van de koning en zijn huis. Ieder moest er een maand per jaar zorg voor dragen.8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur, in het bergland van Efraïm;9de zoon van Deker, in Makaz, in Saälbim, Beth-Semes en Elon-Beth-Hanan;10de zoon van Hesed in Arubboth, die [bovendien] Socho en heel het land Hefer had;11de zoon van Abinadab [in] heel het heuvel[land] van Dor; hij had Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw;12Baäna, de zoon van Ahilud [in] Taänach, Megiddo en heel Beth-Sean, dat bij Zartana ligt, onder Jizreël, van Beth-Sean tot Abel-Mehola, tot aan de andere zijde van Jokmeam;13de zoon van Geber, in Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, de zoon van Manasse, die in Gilead liggen; [ook] had hij het gebied Argob, dat in Basan ligt: zestig grote steden met muren en bronzen grendels;14Abinadab, de zoon van Iddo, [in] Mahanaïm;15Ahimaäz in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo tot vrouw genomen: Basmath;16Baäna, de zoon van Husai, in Aser en in Aloth;17Josafat, de zoon van Paruah, in Issaschar;18Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin;19Geber, de zoon van Uri, in het land Gilead, het land van Sihon, de koning van de Amorieten, en van Og, de koning van Basan. Hij was de enige opzichter die er in dat land was.27Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van koning Salomo en van iedereen die tot de tafel van koning Salomo naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken.),
3. het aantal, de welvaart en de vrede van zijn onderdanen (verzen 20,2520Juda en Israël waren [met] velen, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn. Zij aten en dronken en waren blij.25En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo.),
4. de uitgestrektheid van zijn heerschappij (verzen 21,2421Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier [de Eufraat tot] het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.24Want hij heerste over al [het land] aan deze zijde van de rivier, vanaf Tifsah tot aan Gaza, over alle koningen aan deze zijde van de rivier, en hij had vrede aan al zijn zijden, van rondom.),
5. de hoeveelheid voedsel voor zijn huis (verzen 22-2322Het voedsel van Salomo voor één dag was: dertig kor meelbloem en zestig kor meel,23tien vetgemeste runderen, twintig weiderunderen en honderd schapen, naast de herten, gazellen, reebokken en gemeste vogels.) en
6. het voedsel voor zijn paarden (vers 2626Salomo had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters.).

Het hoofdstuk besluit met een uitvoerige beschrijving van zijn wijsheid en wetenschap en de roem die daarvan uitgaat (verzen 29-3429God gaf Salomo wijsheid, zeer veel inzicht en groot verstand, [overvloedig] als het zand dat aan de oever van de zee is.30De wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van alle mensen van het Oosten, en dan alle wijsheid van de Egyptenaren,31ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol, en zijn naam was [bekend] bij alle heidenvolken rondom.32Ook sprak hij drieduizend spreuken uit en waren er van hem duizend en vijf liederen.33Hij sprak ook over de bomen, van de ceder, die op de Libanon groeit, tot de hysop, die uit de muur komt. Hij sprak ook over het vee, over de vogels, over de kruipende dieren en over de vissen.34En uit alle volken kwamen er om naar de wijsheid van Salomo te luisteren, van alle koningen van de aarde die van zijn wijsheid gehoord hadden.). Maar hoe groot Salomo ook is, de Heer Jezus is oneindig veel groter dan hij (Mt 12:4242[De] koningin van [het] Zuiden zal worden opgewekt in het oordeel met dit geslacht en het veroordelen, want zij kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!).

De situatie onder de regering van Salomo is heel anders dan die onder de regering van zijn vader David. David heeft steeds met interne opstand te maken gehad en had ook af te rekenen met vijanden van buiten. Salomo heeft, nadat hij met enkele resterende vijanden heeft afgerekend, tot aan zijn openlijke afwijking (1Kn 11), alleen maar vrede, veiligheid, vreugde en overvloed gekend.

Hij heeft een leger en een legeroverste, maar hij heeft geen enkele oorlog met een vijandige mogendheid gevoerd. Geen van de volken die hem onderworpen zijn, heeft geprobeerd zijn juk af te werpen of hem enige moeite te veroorzaken. Zij achten zich integendeel gelukkig in hun afhankelijkheid van hem. Hierin is zijn koninkrijk een type van het koninkrijk van de Messias. Aan de Messias is namelijk beloofd dat Hij de volken zal hebben tot Zijn erfdeel (Ps 2:88Eis van Mij en Ik zal [U] de heidenvolken [als] Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.
)
en dat vorsten zich voor Hem zullen buigen (Js 49:77Zo zegt de HEERE,
de Verlosser van Israël, zijn Heilige,
tegen de verachte Ziel, tegen Hem van Wie het volk een afschuw heeft,
tegen de Knecht van heersers:
Koningen zullen het zien en opstaan,
vorsten – zij zullen zich [voor U] neerbuigen,
omwille van de HEERE, Die getrouw is,
de Heilige van Israël, Die U verkozen heeft.
)
.


Het bestuur van Salomo

1Zo was koning Salomo koning over heel Israël. 2Dit waren de vorsten die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was de priester, 3Elihoref en Ahia, de zonen van Sisa, waren schrijvers. Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier. 4Benaja, de zoon van Jojada, ging over het leger, en Zadok en Abjathar waren priesters. 5En Azaria, de zoon van Nathan, ging over de opzichters, en Zabud, de zoon van Nathan, was priester en vriend van de koning. 6En Ahisar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, ging over de herendienst. 7Ook had Salomo twaalf opzichters over heel Israël, die zorg droegen voor het levensonderhoud van de koning en zijn huis. Ieder moest er een maand per jaar zorg voor dragen. 8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur, in het bergland van Efraïm; 9de zoon van Deker, in Makaz, in Saälbim, Beth-Semes en Elon-Beth-Hanan; 10de zoon van Hesed in Arubboth, die [bovendien] Socho en heel het land Hefer had; 11de zoon van Abinadab [in] heel het heuvel[land] van Dor; hij had Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw; 12Baäna, de zoon van Ahilud [in] Taänach, Megiddo en heel Beth-Sean, dat bij Zartana ligt, onder Jizreël, van Beth-Sean tot Abel-Mehola, tot aan de andere zijde van Jokmeam; 13de zoon van Geber, in Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, de zoon van Manasse, die in Gilead liggen; [ook] had hij het gebied Argob, dat in Basan ligt: zestig grote steden met muren en bronzen grendels; 14Abinadab, de zoon van Iddo, [in] Mahanaïm; 15Ahimaäz in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo tot vrouw genomen: Basmath; 16Baäna, de zoon van Husai, in Aser en in Aloth; 17Josafat, de zoon van Paruah, in Issaschar; 18Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin; 19Geber, de zoon van Uri, in het land Gilead, het land van Sihon, de koning van de Amorieten, en van Og, de koning van Basan. Hij was de enige opzichter die er in dat land was.

Salomo regeert over “heel Israël” (vers 11Zo was koning Salomo koning over heel Israël.), dat wil zeggen over een nog niet gedeeld rijk. Het hele rijk staat onder zijn gezag. In zijn bestuur van het rijk heeft hij diverse mensen als vorsten aangesteld om verschillende taken waar te nemen. Als eerste vorst wordt een priester genoemd (vers 22Dit waren de vorsten die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was de priester,). Dat Azaria de priester is, wil waarschijnlijk zeggen dat hij de hogepriester is. Hier wordt het priesterschap verbonden aan het koningschap. De Heer Jezus is de ware Koning-Priester (vgl. Zc 6:1313Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
)
.

Om een goede vorst te zijn moeten we priester zijn. Dat wil zeggen dat de verhouding tot God, het naderen tot Hem, bepalend is voor ons koningschap naar mensen toe. Daarover spreekt Petrus in zijn brief met betrekking tot ons. Hij zegt eerst dat wij “een heilig priesterdom” zijn (1Pt 2:55en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus.) en dat wij geestelijke offeranden offeren. Dat is wat naar God toe gebeurt. Dan spreekt hij over “een koninklijk priesterdom” (1Pt 2:99U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk tot een eigendom, opdat u de deugden verkondigt van Hem Die u uit [de] duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht,). Dat is wat naar de mensen toe gebeurt.

De schrijvers (vers 3a3Elihoref en Ahia, de zonen van Sisa, waren schrijvers. Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.) of secretarissen hebben een belangrijke taak. Zij verzorgen de voorbereiding van koninklijke verordeningen of beschikkingen bij handelsverdragen en militaire verbonden, waarvan zij de officiële verslagen bewaren. Verder zijn er nog een kanselier – die ook al onder David had gediend (2Sm 8:1616Joab, de zoon van Zeruja, ging over het leger en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.; 20:2424Adoram ging over de herendienst, en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.) –, een legeroverste, een opzichter over de landvoogden, een priester die een vriend van de koning is, een hofmeester en iemand die over de herendienst gaat (verzen 3b-63Elihoref en Ahia, de zonen van Sisa, waren schrijvers. Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.4Benaja, de zoon van Jojada, ging over het leger, en Zadok en Abjathar waren priesters.5En Azaria, de zoon van Nathan, ging over de opzichters, en Zabud, de zoon van Nathan, was priester en vriend van de koning.6En Ahisar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, ging over de herendienst.).

Deze taakverdeling onder de vorsten geeft aan dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft, waarbij ieder trouw moet zijn om de hem opgedragen taak naar behoren te vervullen. Zolang allen zich hun directe verantwoordelijkheid aan Salomo bewust zijn, loopt alles goed. Het gaat fout als men taken van elkaar gaat overnemen, zonder daartoe een opdracht van Salomo te hebben gekregen. In de gemeente werkt dat precies zo. Als ieder luistert naar de Heer Jezus en doet wat Hij zegt, gaat het goed.

Behalve de vorsten stelt Salomo ook “twaalf opzichters over heel Israël aan” (vers 77Ook had Salomo twaalf opzichters over heel Israël, die zorg droegen voor het levensonderhoud van de koning en zijn huis. Ieder moest er een maand per jaar zorg voor dragen.) die hem en zijn belangen zullen dienen. Iedere opzichter heeft een maand lang de plicht om de koning en zijn huis van voedsel te voorzien. Het verdelen van zijn opdracht over zoveel personen en het inzetten van hen op verschillende tijden is verstandig beleid.

De verdeling van de lasten maakt de te verrichten taak tot een te dragen taak, waaronder niemand zal bezwijken omdat er te veel en te lang zou moeten worden gewerkt. Het is ermee als met de zorg voor de tabernakel en de tempel die ook over een groot aantal priesters en Levieten werd verdeeld. Ook verkleinde deze regeling het gevaar van misbruik van de positie om zichzelf te verrijken of bijzonder te bevoordelen.

Twee van de opzichters zijn met dochters van Salomo getrouwd, wat een extra eer betekent naast de functie die zij hebben. Een van hen is de zoon van Abinadab (vers 1111de zoon van Abinadab [in] heel het heuvel[land] van Dor; hij had Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw;), bij wie de ark twintig jaar lang in huis is geweest (1Sm 7:1-21Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim, haalden de ark van de HEERE en brachten die in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar om voor de ark van de HEERE zorg te dragen.2En het gebeurde vanaf de dag dat de ark in Kirjath-Jearim bleef, dat er veel dagen verliepen – het werden twintig jaren – en het hele huis van Israël wendde zich klagend tot de HEERE.). De ander is Ahimaäz (vers 1515Ahimaäz in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo tot vrouw genomen: Basmath;).

De opzichters worden over het land verdeeld, ieder krijgt een eigen gebied onder zijn verantwoordelijkheid. Dit heeft ook voor de gemeente een les. Er zijn niet alleen taken te vervullen, er is ook een terrein waarop ieder werkzaam is (2Ko 10:15-1615terwijl wij niet roemen buiten de maat op [de] arbeid van anderen, maar hopen dat, naarmate uw geloof toeneemt, wij onder u meer aanzien zullen krijgen in overeenstemming met ons arbeidsterrein, om nog overvloediger,16in de [streken] verder dan u, het evangelie te verkondigen; niet om te roemen in [het] arbeidsterrein van een ander over wat bereikt is.). We moeten het arbeidsterrein respecteren dat de Heer iemand heeft gegeven. We zullen bijvoorbeeld niet in een wijk folders met de boodschap van het evangelie gaan verspreiden als we weten dat anderen daar al bezig zijn het evangelie te brengen.


Grootheid van Salomo

20Juda en Israël waren [met] velen, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn. Zij aten en dronken en waren blij. 21Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier [de Eufraat tot] het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven. 22Het voedsel van Salomo voor één dag was: dertig kor meelbloem en zestig kor meel, 23tien vetgemeste runderen, twintig weiderunderen en honderd schapen, naast de herten, gazellen, reebokken en gemeste vogels. 24Want hij heerste over al [het land] aan deze zijde van de rivier, vanaf Tifsah tot aan Gaza, over alle koningen aan deze zijde van de rivier, en hij had vrede aan al zijn zijden, van rondom. 25En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo. 26Salomo had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters. 27Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van koning Salomo en van iedereen die tot de tafel van koning Salomo naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken. 28De gerst nu en het stro voor de paarden en voor de snelle paarden brachten zij naar de plaats waar hij was, ieder volgens zijn opdracht.

Salomo regeert over een volk zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn” (vers 2020Juda en Israël waren [met] velen, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn. Zij aten en dronken en waren blij.). “In een talrijk volk ligt de glorie van een koning” (Sp 14:28a28In een talrijk volk ligt de glorie van een koning,
maar in gebrek aan volk ligt de ondergang van een machthebber.
)
. Als dat voor Salomo al zo is, hoeveel te meer dan voor de Heer Jezus. Dat volk eet en drinkt en is blij. Hoe zou het ook anders kunnen met zo’n koning aan de macht, die het kwade straft en het goede beloont.

We hebben hier een prachtig beeld van de situatie in het vrederijk onder de regering van de Heer Jezus. Het is een voorlopige vervulling van de belofte aan een talrijk nageslacht (Gn 22:16-17a16Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,17zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.) en het voorzien van eten en drinken (Lv 26:55Dan zal de dorstijd bij u tot de wijnoogst duren, en de wijnoogst zal tot de zaaitijd duren. U zult uw brood tot verzadiging toe eten en onbezorgd in uw land wonen.). Zo kan het in ons persoonlijk leven zijn en onder het volk van God als geheel als de Heer Jezus als de ware Salomo de regering in ons leven en in het leven van ieder van de Zijnen in handen heeft.

Zij hebben vreugde in het gebruik van hun overvloed aan eten en drinken. Salomo heeft niet alleen zelf van al het goede in overvloed genoten, maar hij heeft ook al zijn onderdanen in staat gesteld om hetzelfde te doen. Hij heeft hun geleerd dat God hun deze overvloed heeft gegeven om er met dankbaarheid en voldoening gebruik van te maken. De mens mag met vreugde zijn brood eten en met een vrolijk hart zijn wijn drinken: Ga [uw weg], eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken” (Pr 9:77Ga [uw weg], eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken.). David is in zijn psalmen het volk voorgegaan in het vertroostende genot van gemeenschap met God. Salomo gaat hen voor in het aangename gebruik van de goede dingen van het leven.

Wat betreft de actuele situatie onder Salomo zijn de vreugde en de vrede van beperkte duur. Dat schemert al door als we aan het begin van vers 2020Juda en Israël waren [met] velen, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn. Zij aten en dronken en waren blij. lezen over “Juda en Israël”, waardoor ons wordt gewezen op het feit dat er toch een scheiding zal zijn in de eenheid van het rijk tussen Juda en Israël. Het is alsof de schrijver daarmee aangeeft dat er onder de oppervlakte ontrouw aanwezig is die, zoals de geschiedenis aantoont, zal voeren tot de scheuring van het rijk in deze twee delen.

Een volgend kenmerk van het rijk – na de vorsten en de voedselvoorziening – is de omvang ervan (vers 2121Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier [de Eufraat tot] het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.), dat ook een voorlopige vervulling is van de beloofde omvang (Gn 15:18-2118Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:19de Kenieten, de Kenizieten, de Kadmonieten,20de Hethieten, de Ferezieten, de Refaïeten,21de Amorieten, de Kanaänieten, de Girgasieten en de Jebusieten.). De grens loopt van de Eufraat in het noordoosten naar het gebied van de Filistijnen in het westen en Egypte in het zuidwesten.

Ook de hoeveelheid voedsel die Salomo nodig heeft (verzen 22-2322Het voedsel van Salomo voor één dag was: dertig kor meelbloem en zestig kor meel,23tien vetgemeste runderen, twintig weiderunderen en honderd schapen, naast de herten, gazellen, reebokken en gemeste vogels.), toont zijn grootheid. Daarbij steekt de hoeveelheid die Nehemia later ter beschikking staat schril af (Ne 5:17-1817De Joden en de machthebbers, honderdvijftig man, en zij die naar ons toe waren gekomen uit de heidenvolken die zich rondom ons bevinden, [aten] aan mijn tafel.18Wat klaargemaakt werd voor één dag: Voor mij werden klaargemaakt één rund, zes uitgelezen [stuks] kleinvee en vogels [en], met een tussenpoos van tien dagen, zeer veel van allerlei [soorten] wijn. En bovendien eiste ik niet het brood, [bestemd] voor de landvoogd, want de dienstbaarheid drukte zwaar op dit volk.). Ahasveros heeft eens een feestmaal aangericht om daardoor zijn koninklijke heerlijkheid voor zijn dienaren te tonen. Die maaltijd duurt honderdtachtig dagen (Es 1:3-43in het derde jaar van zijn regering, richtte hij een maaltijd aan voor al zijn vorsten en dienaren. De leger[bevelhebbers] van Perzië en Medië, de edelen en de vorsten van de gewesten waren bij hem,4terwijl hij vele dagen [lang] de rijkdom en luister van zijn koninkrijk liet zien, en de glansrijke luister van zijn grootheid, honderdtachtig dagen.). De heerlijkheid van Salomo is dat hij om zo te zeggen een tafel heeft voor het hele volk en dat gedurende zijn hele leven (vers 2525En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo.). Christus gaat echter alles te boven. Hij heeft een tafel – een tafel is een beeld van gemeenschap – waaraan al de Zijnen tot in eeuwigheid mogen zijn om zich te voeden met de onuitputtelijke heerlijkheden van Zijn Persoon.

Overigens betekent de levering door het volk van deze grote hoeveelheden voedsel en alle andere benodigdheden voor een dergelijke hofhouding dat het volk welvarend is. De inkomsten van Salomo komen ook nog vanuit schatplichtige omliggende landen. Dertig kor fijn meel is ongeveer zesduizend vijfhonderd liter en zestig kor is het dubbele. Afgeleid van deze hoeveelheden is wel berekend dat de hofhouding van Salomo uit ongeveer veertienduizend personen heeft bestaan.

We zien hoe het vrederijk gestalte krijgt, al is het niet in zijn uiteindelijke, definitieve vorm (verzen 24-2524Want hij heerste over al [het land] aan deze zijde van de rivier, vanaf Tifsah tot aan Gaza, over alle koningen aan deze zijde van de rivier, en hij had vrede aan al zijn zijden, van rondom.25En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo.). Nooit is er een rijk geweest dat zo schitterend verwijst naar het rijk van de Heer Jezus als dit van Salomo. Het volk woont in rust, “ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom”. Deze uitdrukking wordt voor het vrederijk onder de regering van de Messias gebruikt door de profeten Micha en Zacharia (Mi 4:44Maar zij zullen zitten,
ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom,
niemand zal [ze] schrik aanjagen,
want de mond van de HEERE van de legermachten heeft [het] gesproken.
; Zc 3:1010Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten,
zal ieder zijn naaste uitnodigen
onder de wijnstok en onder de vijgenboom.
)
. Vrede en gerechtigheid (Jr 23:5-65Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan.
Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen,
Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
6In Zijn dagen zal Juda verlost worden
en Israël onbezorgd wonen.
Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal:
DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
)
, voorgesteld in de vijgenboom, en blijdschap, voorgesteld in de wijnstok (Ri 9:13a13Maar de wijnstok zei tegen hen: Zou ik mijn nieuwe wijn opgeven, die God en mensen vrolijk maakt, en zou ik weggaan om boven de [andere] bomen te zweven?), worden in het vrederijk algemeen genoten.

Het volk is gerust, het woont veilig. Niemand is jaloers op wat een ander heeft. Er is geen ontevredenheid. Ook is er geen angst voor gevaar van vijanden, van buiten of van binnen. Iedereen is gelukkig. Zij wonen een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom. Salomo eist niemands bezit voor zichzelf op, hij neemt niemands akker of wijngaard, zoals is voorzegd dat de koning zou doen die het volk had begeerd (1Sm 8:1414Uw akkers, uw wijngaarden en uw olijfgaarden, de beste zal hij nemen en ze aan zijn dienaren geven.). Ieder die een wijnstok en een vijgenboom heeft, eet er zelf de vruchten van. De vrede in het land is zo groot, dat ieder even veilig onder de schaduw van zijn wijnstok en vijgenboom woont als binnen de muren van een stad.

Deze aangename toestand van Israël strekt zich uit van Dan tot Berseba, dat is het hele land van het uiterste noorden tot het uiterste zuiden (Ri 20:11Toen trokken alle Israëlieten uit en de gemeenschap verzamelde zich als één man, vanaf Dan tot Berseba, ook het land van Gilead, bij de HEERE in Mizpa.). In geen enkel deel van het land dreigt enig gevaar van buiten of onrust van binnen. Waar iemand zich ook bevindt, overal ziet hij overvloed, vrede en tevredenheid. Die toestand houdt aan gedurende al de dagen van Salomo.

De kenmerken van het rijk zijn in hun geestelijke betekenis van toepassing op ons. Voor ons gaat het om vrede, blijdschap (wijnstok) en gerechtigheid (vijgenboom) (Rm 14:1717Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest.). Iedere gelovige die zich onder het gezag van de Heer Jezus stelt, ervaart het vrederijk in de kenmerken ervan en dat midden in een wereld van ellende en verdriet.

Ook de vele paarden dragen bij aan Salomo’s heerlijkheid en grootheid (verzen 26-2826Salomo had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters.27Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van koning Salomo en van iedereen die tot de tafel van koning Salomo naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken.28De gerst nu en het stro voor de paarden en voor de snelle paarden brachten zij naar de plaats waar hij was, ieder volgens zijn opdracht.). De talrijke paarden en wagens (2Kr 1:1414Verder verzamelde Salomo strijdwagens en ruiters. Hij had veertienhonderd strijdwagens en twaalfduizend ruiters. Hij bracht ze onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.) worden, behalve in Jeruzalem, op verschillende plaatsen gestationeerd, in de zogenaamde ‘wagensteden’ (2Kr 9:2525Verder had Salomo vierduizend stallen voor paarden en strijdwagens, en twaalfduizend ruiters. Die bracht hij onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.). De opzichters voorzien, ieder één keer per jaar één maand, Salomo en de zijnen van voedsel en laten het daarbij aan niets ontbreken (vers 2727Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van koning Salomo en van iedereen die tot de tafel van koning Salomo naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken.). Zo behoren wij de leden van Gods volk van voedsel te voorzien en daarbij niets achter te houden, maar hun “de hele raad van God te verkondigen” (Hd 20:2727want ik heb niet nagelaten u de hele raad van God te verkondigen.). Verlangen wij ernaar een “trouwe en wijze slaaf” te zijn (Mt 24:4545Wie is dan de trouwe en wijze slaaf, die de heer over zijn huisbedienden gesteld heeft om hun het voedsel te geven op [de] juiste tijd?)?

De opzichters voorzien zowel de trekpaarden als de renpaarden van voedsel door het bij hen te brengen. Hierin zit de geestelijke les dat wij alle dienaren van de Heer, op wat voor wijze ze ook bezig zijn, mogen voorzien van wat zij nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld door financiële ondersteuning zijn of ook door middel van een geestelijke bemoediging.


De wijsheid van Salomo

29God gaf Salomo wijsheid, zeer veel inzicht en groot verstand, [overvloedig] als het zand dat aan de oever van de zee is. 30De wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van alle mensen van het Oosten, en dan alle wijsheid van de Egyptenaren, 31ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol, en zijn naam was [bekend] bij alle heidenvolken rondom. 32Ook sprak hij drieduizend spreuken uit en waren er van hem duizend en vijf liederen. 33Hij sprak ook over de bomen, van de ceder, die op de Libanon groeit, tot de hysop, die uit de muur komt. Hij sprak ook over het vee, over de vogels, over de kruipende dieren en over de vissen. 34En uit alle volken kwamen er om naar de wijsheid van Salomo te luisteren, van alle koningen van de aarde die van zijn wijsheid gehoord hadden.

Alles wat Salomo aan wijsheid, inzicht en verstand bezit, heeft hij van God ontvangen. Hij regeert daardoor niet alleen, maar hij krijgt er ook ‘naamsbekendheid’ (vers 3131ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol, en zijn naam was [bekend] bij alle heidenvolken rondom.) door, dat wil zeggen dat men met respect over hem spreekt.

Wijsheid, inzicht en verstand zijn verschillende begrippen die aantonen hoezeer hij een man van inzicht is. “Wijsheid” is meer de praktische levenswijsheid, de bekwaamheid in doen en handelen en om het doelmatige te kiezen. “Inzicht” is meer de scherpte van het verstand om bij moeilijke en ingewikkelde problemen juist te oordelen. Begrip of “verstand” is de geestelijke bekwaamheid om de meest uiteenlopende gebieden van wetenschap te bevatten.

Zijn wijsheid, inzicht en verstand worden omschreven als [overvloedig] als het zand dat aan de oever van de zee is. Deze woorden worden ook gebruikt om de omvang van het volk mee aan te duiden (Gn 22:17a17zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.). Dit betekent dat zijn begrip zo groot is, dat hij het hele volk omvat. Hij draagt zorg voor al hun behoeften en maakt al hun aangelegenheden tot de zijne. Dat zal de Heer Jezus in het vrederijk doen voor iedereen en dat doet Hij nu voor al de Zijnen.

Zijn wijsheid wordt vergeleken met andere wijsheden. Hij is wijzer dan alle mensen van het Oosten, en dan alle wijsheid van de Egyptenaren”. Mogelijk zijn de mensen uit het Oosten de Chaldeeën of Babyloniërs. Dat gebied en ook Egypte zijn gebieden die bekend staan om hun wijsheid. De wijzen komen uit het oosten (Mt 2:11Toen nu Jezus was geboren in Bethlehem in Judéa, in [de] dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit [het] oosten kwamen naar Jeruzalem) en Mozes is “onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren” (Hd 7:2222En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van [de] Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken.; Js 19:11-1211De vorsten van Zoan zijn enkel dwazen;
de wijzen, de raadgevers van de farao – [hun] raad is dom.
Hoe kunt u [dan] tegen de farao zeggen:
Ik ben een zoon van wijzen, een zoon van de koningen vanouds?
12Waar zijn zij dan, uw wijzen?
Laten zij u toch vertellen, als zij [het al] weten,
wat de HEERE van de legermachten besloten heeft over Egypte.
)
.

Er is een wereldse wijsheid, maar Salomo is wijzer dan alle wijsheid van de wereld. De wijsheid van de wereld heeft een bepaalde waarde op aards terrein. Die wijsheid mag echter geen invloed hebben onder de gelovigen met betrekking tot het kennen van Christus omdat die schade toebrengt aan de wijsheid die alleen in Christus is (Ko 2:88Kijkt u uit, dat er niemand zal zijn die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus.). Christus is de “wijsheid van Godswege” (1Ko 1:3030Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, Die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing;).

Zijn wijsheid is ook groter dan alle wijze mensen uit Gods volk. Er worden mensen genoemd uit Juda, onder wie de zangers Ethan en Heman die door David zijn uitgekozen (1Kr 15:1919En de zangers Heman, Asaf en Ethan lieten zich horen met koperen cimbalen;; 25:55Deze allen waren zonen van Heman, de ziener van de koning, met woorden van God om de hoorn op te heffen. God had Heman veertien zonen gegeven en drie dochters.). Van Ethan en Heman hebben we psalmen in de Bijbel (Ps 89; 88). Het zijn wijze mannen die God heeft kunnen gebruiken voor psalmen waarin de grootste wijsheid tot uiting komt. Ethan spreekt in zijn psalm (Ps 89) over de genade en Heman (Ps 88) spreekt over iemand die diep onder de indruk is van de gevolgen van ongehoorzaamheid tegenover God.

In zijn spreuken, zijn liederen en zijn kennis komt de voortreffelijke geest, waarmee Salomo door God is begiftigd, tot uiting. Hij heeft zijn kennis en wijsheid niet voor zichzelf gehouden, maar die aan anderen doorgegeven, opdat die daar ook hun voordeel mee kunnen doen. Ook voor ons zijn sommige uitingen bewaard gebleven, tot ons nut. Van zijn spreuken hebben we er in het boek Spreuken ongeveer zeshonderd in de Bijbel. Van zijn liederen hebben we in de Bijbel het boek Hooglied en enkele psalmen (Ps 72; 127). Van alles wat hij heeft gesproken en geschreven, hebben we slechts dat deel in de Bijbel. Dat is het deel dat van blijvende waarde is voor Gods volk door alle tijden heen.

Hij heeft gesproken over de grote en kleine dingen van de schepping, over de indrukwekkendste (de ceder”) en onopvallendste (de hysop) delen ervan. Over de ceder en de hysop wordt ook gesproken bij de reiniging van de melaatse, waar we zien dat het grote en kleine van de mens allemaal in het oordeel moet worden gebracht (Lv 14:4-74dan moet de priester opdracht geven dat men voor hem die gereinigd wordt, twee levende reine vogels neemt, cederhout, karmozijn en hysop.5De priester moet dan opdracht geven dat men de ene vogel slacht boven een aarden pot met bronwater.6Dan moet hij de levende vogel nemen, met het cederhout, het karmozijn en de hysop. Hij moet dat [alles] mét de levende vogel dopen in het bloed van de vogel die boven het bronwater geslacht is.7En hij moet [hiermee] zevenmaal sprenkelen op hem die van de melaatsheid gereinigd wordt. Daarna moet hij hem rein verklaren, en de levende vogel in het open veld weg laten vliegen.). Hij spreekt ook over de dieren, die we ook in Genesis 1 hebben. Hij kent ze, zoals Adam ze kende. Adam heerste erover en Salomo heerst er door zijn wijsheid over.

Zijn kennis geeft hem de heerschappij. Hij kent het leven van elk levend wezen en elke plant. Hij kent hun oorsprong, hun ontwikkeling, hun verhouding tot elkaar en tot het geheel van de schepping. Vandaag zou hij ‘een wandelende encyclopedie’ worden genoemd. Hoewel zijn kennis van de schepping niet volmaakt is, herinnert het ons aan de tijd dat alle geheimen van de schepping geopenbaard zullen worden door Hem, Die de nu nog zuchtende schepping zal verlossen van de vloek (Rm 8:2121in [de] hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.). Dan zal alles in volkomen harmonie met elkaar worden hersteld.

De roem van zijn wijsheid gaat uit over de hele aarde (vers 3434En uit alle volken kwamen er om naar de wijsheid van Salomo te luisteren, van alle koningen van de aarde die van zijn wijsheid gehoord hadden.). In de volgende hoofdstukken hebben we twee voorbeelden van regeerders die van ver komen om zijn wijsheid te horen. Dat zijn Hiram, de koning van Tyrus (1Kn 5:11Hiram, de koning van Tyrus, stuurde zijn dienaren naar Salomo, want hij had gehoord dat men Salomo tot koning had gezalfd in de plaats van zijn vader. Hiram was namelijk alle dagen een vriend geweest van David.), en de koningin van Sjeba (1Kn 10:11Toen de koningin van Sjeba het gerucht over Salomo in verband met de Naam van de HEERE hoorde, kwam zij om hem met raadsels op de proef te stellen.).


Lees verder