Jozua
Inleiding
Inleiding

Het boek Jozua sluit geschiedkundig direct aan op Deuteronomium. In het Hebreeuws begint dit boek met het woord “en”, waardoor duidelijk is dat de geschiedenis doorloopt. De geschiedenis van dit boek beslaat een periode van ongeveer dertig jaar. Jozua sterft als hij honderdtien jaar oud is (Jz 24:2929Het gebeurde na deze dingen dat Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEERE, stierf, honderdtien jaar oud.). Hij is aan het begin van het boek ongeveer tachtig jaar.

Het boek Deuteronomium sluit af met de dood van Mozes en daarmee begint dit boek. Mozes is gestorven en Jozua volgt hem op. Iemand heeft treffend gezegd: ‘God begraaft wel Zijn werkers, maar Zijn werk gaat door.’ Jozua volgt Mozes niet op om het volk verder door de woestijn te leiden. Hij wordt de leider van het volk om het in het land te brengen.

Mozes en Jozua zijn beiden een beeld van de Heer Jezus. Mozes is een beeld van de Heer Jezus als Dienaar van God op aarde Die Zijn weg door de aardse woestijn is gegaan. Als zodanig is Hij in onze tijd de Aanvoerder van Gods volk dat op weg is naar de heerlijkheid. De gelovigen volgen Zijn voetstappen na zolang zij op aarde zijn: Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten heeft, opdat u Zijn voetstappen navolgt” (1Pt 2:2121Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten heeft, opdat u Zijn voetstappen navolgt;).

De woestijn spreekt van de aardse omstandigheden waar wij doorheen moeten gaan en waarin de Heer Jezus ons is voorgegaan. Hij toont ons die weg als degenen die op grond van het bloed van het Lam uit de wereld – waarvan Egypte een beeld is – gered zijn.

Mozes is gestorven, wat ervan spreekt dat de weg van de Heer Jezus op aarde tot een einde is gekomen door Zijn dood. Maar de Heer Jezus is niet in de dood gebleven. Hij is opgestaan, “Hij Die wel gedood is in [het] vlees, maar levend gemaakt in [de] Geest” (1Pt 3:18b18Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor [de] onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij Die wel gedood is in [het] vlees, maar levend gemaakt in [de] Geest,). En daarvan is Jozua een beeld. De Heer Jezus is door God verheerlijkt aan Zijn rechterhand. Hij is nu in de hemel.

Jozua is echter niet een beeld van Christus verheerlijkt in de hemel, maar van de Heer Jezus Die door en in de Heilige Geest in ons is en bij ons blijft. Christus is in de Geest tot ons gekomen (Jh 14:16-1816En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Voorspraak geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid:17de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; u kent Hem, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn.18Ik zal u geen wezen laten blijven, Ik kom tot u.). Hij leidt ons, die nu Zijn volk zijn, door Zijn Geest in het gebied waar het land Kanaän voor ons van spreekt: de hemelse gewesten. Dat is de hemelse atmosfeer waar wij, terwijl wij nog op aarde zijn, met Hem zijn verbonden en waar we alles mogen genieten wat God ons op grond van Zijn werk heeft geschonken.

In het eerste deel van het boek wordt de strijd beschreven die het volk Israël moet voeren om het land Kanaän te veroveren en in bezit te nemen. In het tweede deel wordt vermeld hoe het land onder de stammen is verdeeld.

Ook de christen heeft een strijd te voeren, maar dat is een geestelijke strijd. Hij heeft ook zegeningen gekregen om van te genieten. In het Nieuwe Testament, in de brief aan de Efeziërs, kunnen we daarover lezen. De christen is gezegend “met alle geestelijke zegening in de hemelse [gewesten] in Christus” (Ef 1:33Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemelse [gewesten] in Christus,). De duivel en zijn engelen willen proberen te voorkomen dat de christen die zegeningen ook geniet. Dat geeft strijd. Aan het einde van de brief aan de Efeziërs wordt over die strijd gesproken en gezegd hoe de overwinning kan worden behaald (Ef 6:10-2010Overigens, sterkt u in [de] Heer en in de kracht van Zijn sterkte.11Doet de hele wapenrusting van God aan, om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel.12Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke [machten] van de boosheid in de hemelse [gewesten].13Neemt daarom de hele wapenrusting van God op, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, na alles volbracht te hebben, stand te houden.14Houdt dan stand, uw lendenen omgord met [de] waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,15en de voeten geschoeid met [de] toerusting van het evangelie van de vrede,16terwijl u bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.17En neemt de helm van de behoudenis en het zwaard van de Geest, dat is [het] Woord van God,18terwijl u te allen tijde bidt in [de] Geest met alle gebed en smeking, en daartoe waakt met alle volharding en smeking voor alle heiligen,19en voor mij, dat mij bij [het] openen van mijn mond [het] woord gegeven mag worden om met vrijmoedigheid de verborgenheid van het evangelie bekend te maken20– waarvoor ik een gezant ben in een keten – opdat ik daarover vrijmoedig spreek, zoals ik moet spreken.).

Kanaän is niet een beeld van de hemel, waar de christen na zijn dood naartoe gaat. De hemel is niet door eigen strijd te veroveren. De hemel kunnen we alleen binnengaan door het geloof in de Heer Jezus.

In dit boek wordt in allerlei geschiedenissen de strijd uitgebeeld. Daarin liggen voor ons belangrijke geestelijke lessen. De belangrijkste les is dat Jozua de aanvoerder is. Jozua is de Hebreeuwse naam voor Jezus. In onze geestelijke strijd moeten wij letten op onze Aanvoerder, de Heer Jezus, “de overste Leidsman en Voleinder van het geloof” (Hb 12:22terwijl wij zien op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.).

De gebeurtenissen die in het boek Jozua beschreven worden, zijn allemaal voor ons bedoeld: “Deze dingen gebeurden tot voorbeelden voor ons” (1Ko 10:66En deze dingen gebeurden tot voorbeelden voor ons, opdat wij geen begeerte in [het] kwade zouden hebben, zoals zij er begeerte in hadden.). Het is te vergelijken met het boek Handelingen, dat ook een boek van het begin is. We zien ook de toekomst van Israël in dit boek, als al Gods plannen vervuld zijn en de vijanden volledig verdreven zijn.

De opleiding van Jozua

Jozua is geboren in slavernij in Egypte. Zijn ouders hebben hem de naam Hosea gegeven, dat betekent ‘redding’. Daarmee hebben zij geloof in Gods belofte van de verlossing van Zijn volk getoond. Mozes heeft zijn naam veranderd. Hij noemt “Hosea, de zoon van Nun, Jozua” (Nm 13:16b16Dit zijn de namen van de mannen die Mozes stuurde om het land te verkennen. En Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun, Jozua.). Jozua betekent ‘de HEERE redt’. Jozua behoort tot de stam Efraïm en is de eerstgeboren zoon van Nun (1Kr 7:20,2720De zoon van Efraïm was Sutelah; diens zoon was Bered, diens zoon Tahath, diens zoon Elada, diens zoon Tahath,27diens zoon Non [en] diens zoon Jozua.). Dat hij de eerstgeboren zoon is en nog in leven is, betekent dat hij zijn leven te danken heeft aan het schuilen achter het bloed van het lam (Ex 12:12-1312Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE.13En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf [teweegbrengt], als Ik het land Egypte zal treffen.).

De eerste vermelding van Jozua staat in verbinding met strijd (Ex 17:9-10a9Mozes zei tegen Jozua: Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan met Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met de staf van God in mijn hand.10Jozua deed zoals Mozes tegen hem gezegd had door de strijd aan te binden met Amalek. Mozes, Aäron en Hur klommen echter op de top van de heuvel.). Dit is het eerste aspect in zijn opleiding en vorming tot het leiderschap dat hij van Mozes overneemt. Amalek is de tegenstander en is een beeld van het vlees dat ons vanaf het begin van onze reis naar het beloofde land wil dwarszitten.

Evenals de eerste handeling van David kenmerkend is voor diens verdere loopbaan – het doden van Goliath –, zo is het bij de eerste vermelding van Jozua als aanvoerder in de strijd tegen Amalek. De uiteindelijke overwinning is zeker, maar hij moet er wel voor vechten. Het geloof is hem daarbij tot steun. Door de wisselvalligheid van de strijd leert hij afhankelijk te zijn van Mozes op de berg, dat wil zeggen van God, en door afhankelijkheid behaalt hij de overwinning (Ex 17:10b-1310Jozua deed zoals Mozes tegen hem gezegd had door de strijd aan te binden met Amalek. Mozes, Aäron en Hur klommen echter op de top van de heuvel.11En het gebeurde, als Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar als hij zijn hand neerliet, dat Amalek de overhand had.12De handen van Mozes werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere [kant]. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk, totdat de zon onderging.13Zo overwon Jozua Amalek en zijn volk met de scherpte van het zwaard.).

De tweede keer dat Jozua wordt genoemd, is als hij met Mozes de berg opgaat, die God gaat ontmoeten en van Hem de wet krijgt: Toen stond Mozes op, met zijn dienaar Jozua, en Mozes klom naar boven, de berg van God op” (Ex 24:1313Toen stond Mozes op, met zijn dienaar Jozua, en Mozes klom naar boven, de berg van God op.). Niemand mag de berg aanraken, maar Jozua mag een eind met Mozes mee. Hier zien we Jozua dicht bij God, in Zijn tegenwoordigheid. Ook dat aspect is van belang voor de vorming van deze jonge dienaar. De strijder van beneden wordt in verbinding gebracht met de heerlijkheid daarboven. Gemeenschap met God vergroot de kennis van de gedachten van God.

De derde keer horen we van Jozua als hij samen met Mozes weer van de berg afdaalt. De zonde met het gouden kalf heeft plaatsgevonden. Jozua hoort het rumoer en trekt een verkeerde conclusie: Jozua hoorde het rumoer van het volk met zijn gejuich en zei tegen Mozes: Er is oorlogsgeschreeuw in het kamp” (Ex 32:1717Jozua hoorde het rumoer van het volk met zijn gejuich en zei tegen Mozes: Er is oorlogsgeschreeuw in het kamp.). Zijn oor is nog niet zo geoefend als dat van Mozes die het rumoer wel juist weet te duiden.

Jozua leert zien wat er werkelijk heeft plaatsgevonden in het kamp. Daarom treffen we hem met Mozes aan in de tent die Mozes buiten het kamp heeft gespannen: Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent” (Ex 33:1111De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.). Hij neemt met Mozes een plaats van afzondering van het volk en tot God in.

Het innemen van een plaats van afzondering is geen garantie dat er geen nieuwe vergissingen worden gemaakt. Jozua wil het voor Mozes opnemen – of is het meer voor zichzelf? – als twee mannen geen gehoor geven aan de oproep van Mozes om naar de tent der samenkomst te komen. Die twee mannen blijven in het kamp en profeteren daar. In de reactie van Mozes merken we de bijzondere, geestelijke gezindheid van deze man Gods: Maar Mozes zei tegen hem: Zet u zich voor mij in? Och, of allen van het volk van de HEERE profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gaf!” (Nm 11:2929Maar Mozes zei tegen hem: Zet u zich voor mij in? Och, of allen van het volk van de HEERE profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gaf!; vgl. Mk 9:38-3938Johannes zei tot Hem: Meester, wij zagen iemand <die ons niet volgt,> in Uw Naam demonen uitdrijven, en wij hebben het hem verhinderd, omdat hij ons niet volgde.39Jezus echter zei: Verhindert het hem niet; want er is niemand die een kracht zal doen in Mijn Naam en kort daarna smadend van Mij zal kunnen spreken.).

Een zesde gelegenheid waar we Jozua ontmoeten, is bij het verslag dat hij doet van het verkennen van het land: En Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, [twee] van hen die het land verkend hadden, … zeiden tegen heel de gemeenschap van de Israëlieten: Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een bijzonder goed land” (Nm 14:6-76En Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, [twee] van hen die het land verkend hadden, scheurden hun kleren,7en zeiden tegen heel de gemeenschap van de Israëlieten: Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een bijzonder goed land.). Hier zien we dat Jozua het land kent en dus weet waarheen hij het volk zal leiden. Hij is er geweest en getuigt ervan. Hij heeft het leren waarderen en kent de kracht van God om het volk in het bezit ervan te stellen.

Jozua, de nieuwe leider van het volk

Dan komt het ogenblik dat Mozes faalt en als straf het land niet mag binnengaan. Hij moet Jozua als opvolger aanwijzen. Maar de werkelijke reden dat God op Mozes vertoornd is, ligt bij het volk: Ook op mij werd de HEERE toornig, vanwege u, en Hij zei: Ook u zult er niet in komen. Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen” (Dt 1:37-3837Ook op mij werd de HEERE toornig, vanwege u, en Hij zei: Ook u zult er niet in komen.38Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen.).

Zo is het ook met de Heer Jezus gebeurd. God is op Hem vertoornd geworden – in de drie uren van duisternis op het kruis – vanwege onze zonden, dat zijn de zonden van allen die in Hem gelovigen. Hij is in de dood gegaan. Maar Hij is ook uit de doden opgestaan en leidt ons nu door Zijn Geest.

Mozes moet Jozua aanstellen als een man in wie de Geest werkzaam is: Toen zei de HEERE tegen Mozes: Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op hem” (Nm 27:1818Toen zei de HEERE tegen Mozes: Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op hem.). Mozes moet hem zijn hand opleggen, wat op eenmaking duidt. Hij moet voor Eleazar, de priester, worden gesteld. De dienst van Jozua is niet te scheiden van die van Eleazar. Zo is nooit over Mozes ten opzichte van Aäron gesproken. Eleazar is hogepriester in het land.

De Heer Jezus is onze Hogepriester in de hemel. Om het hemelse land te kunnen binnengaan zijn we afhankelijk van Zijn werk als Hogepriester. De Geest van de Heer Jezus is in ons en de Heer Jezus is als Hogepriester voor ons in de hemel. Jozua krijgt van de heerlijkheid van Mozes. Christus, zoals Hij op aarde is geweest, en Christus in de Geest, is dezelfde Persoon: “De Heer nu is de Geest” (2Ko 3:17a17De Heer nu is de Geest; waar nu de Geest van [de] Heer is, is vrijheid.).

Mozes en Jozua zijn twee personen, maar stellen ons de ene Christus voor. In Deuteronomium 31 bemoedigt Mozes Jozua met woorden die ook in Jozua 1 voorkomen, maar dan uit de mond van de HEERE Zelf (Dt 31:77En Mozes riep Jozua en zei tegen hem voor de ogen van heel Israël: Wees sterk en moedig, want ú zult met dit volk het land binnengaan dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft hun te geven; en ú zult het hun in erfbezit laten nemen.; Jz 1:66Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen.). In Deuteronomium 34 horen we van Jozua de vervulling van wat God heeft gezegd in verbinding met de dood van Mozes (Dt 34:99Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten [nu] naar hém, en zij deden zoals de HEERE Mozes geboden had.).

Voor onze woestijnreis hebben we altijd de Heer Jezus als Leidsman voor ogen in de gezindheid die in Filippenzen 2 wordt beschreven (Fp 2:5-85<Want> laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,6Die in [de] gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn,7maar Zichzelf ontledigd heeft, [de] gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend.8En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot [de] dood, ja, [tot de] kruisdood.). Maar als het erom gaat in het land te gaan, hebben we met de Heer Jezus in de Geest te maken. Hij komt tot ons in de Geest (Jh 14:1818Ik zal u geen wezen laten blijven, Ik kom tot u.) om onze ogen te richten op de Heer Jezus in de heerlijkheid. Zo zien we Hem in Filippenzen 3 (Fp 3:12-14,20-2112Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben; maar ik jaag ernaar, of ik het ook mocht grijpen, omdat ik door Christus <Jezus> ook gegrepen ben.13Broeders, ik houd het er niet voor, het zelf gegrepen te hebben,14maar één ding [doe ik]: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat vóór is, jaag ik in de richting van [het] doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus.20Want ons burgerschap is in [de] hemelen, waaruit wij ook [de] Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,21Die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen.).

Tot slot een indeling van het boek:
1. De doortocht door de Jordaan (Jozua 1-5).
2. De verovering van het land (Jozua 6-12).
3. De verdeling van het land (Jozua 13-21).
4. Terugkeer van de tweeënhalve stam naar het Overjordaanse (Jozua 22).
5. Afscheidsrede van Jozua en zijn dood (Jozua 23-24).

Inleiding op Jozua 1

Jozua neemt de plaats van Mozes in. Mozes, de wetgever, brengt het volk niet in het land. Voor deze grote taak wordt Jozua bemoedigd door de HEERE, Die zegt: “Ik zal met u zijn” (verzen 5,9). Tot drie keer toe hoort Jozua: “Wees sterk en moedig” (verzen 6,7,9). Als wij onze zegeningen in bezit willen nemen, zegt de Heer Jezus tegen ons: “Ik ben met u alle dagen” (Mt 28:2020En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw.).

Maar eerst moeten de Israëlieten drie dagen bij de Jordaan blijven. De Jordaan is de doodsrivier en stelt ons in beeld de dood en opstanding van de Heer Jezus voor. Israël moet de Jordaan oversteken om in het land te komen. Zo moet het goed tot ons doordringen dat wij alleen door de dood en opstanding van de Heer Jezus de toegang tot de zegeningen van het land hebben gekregen.


Lees verder