Johannes
Inleiding
Inleiding

Het speciale karakter van het evangelie naar Johannes

Het evangelie naar Johannes heeft een speciaal karakter dat ieder heeft getroffen die er enige aandacht aan heeft gegeven, ook al heeft men niet altijd duidelijk begrepen waardoor dat kwam. Het maakt niet alleen indruk op de gedachten, maar het trekt het hart op een unieke wijze aan. De reden ervan is dat dit evangelie de Persoon van de Zoon van God voorstelt als zo nederig geworden, dat Hij kan zeggen: “Geef Mij te drinken” (Jh 4:77Er kwam een vrouw uit Samaria water putten. Jezus zei tot haar: Geef Mij te drinken.).

Dit evangelie wordt duidelijk onderscheiden van de drie andere evangeliën. In de andere evangeliën vinden we waardevolle bijzonderheden van het leven van de Heiland op aarde, van Zijn geduld en Zijn genade. Hij is de volmaakte uitdrukking van het goede te midden van het kwaad. Zijn wonderen zijn allemaal, met uitzondering van de vervloeking van de vijgenboom, wonderen van goedheid, uitingen van Goddelijke kracht die in goedheid worden geopenbaard. Maar we zien daar ook steeds duidelijker naar voren komen hoe Hij, Die op deze indrukwekkende wijze God in goedheid en genade openbaart, verworpen wordt.

Johannes laat Hem op een heel andere wijze aan ons zien. Hij stelt ons een Goddelijk Persoon voor, God geopenbaard in de wereld. Die Goddelijke Persoon is het eeuwige leven in Wie het zichtbaar wordt en met Wie de wereld en de Zijnen, dat wil zeggen Israël, vanaf het begin geen verbinding hebben. Het gaat in dit evangelie niet om de behoeften van de zondaar, maar om de verlangens van het hart van God als Vader om kinderen bij Zich in het Vaderhuis te hebben.

Daar komt bij dat het in dit evangelie, op enkele plaatsen na, niet gaat om de hemel. Bijna altijd gaat het om de genade en de waarheid in de Zoon hier op aarde. Daarom kunnen we, naast het verlangen van het hart van de Vader om kinderen bij Zich te hebben in het Vaderhuis, in dit evangelie ook Zijn verlangen opmerken om de zegen van het Vaderhuis nu al met Zijn kinderen te delen.

Doel van het evangelie naar Johannes

Johannes schrijft zijn evangelie om de invloed van de zogenaamde ‘gnostici’ (letterlijk ‘wetenden’) te ontkrachten. Deze lieden loochenen alle zekere kennis over God en Goddelijke dingen. Zij loochenen ook zowel de eigenlijke Godheid als de werkelijke Mensheid van de Zoon. Het doel van het evangelie wordt door Johannes verwoord in Johannes 20:30-31 en sluit daarop aan.

Door de merkbaar toenemende invloed die de islam op christenen uitoefent, is dit evangelie ook in dat opzicht actueel. Ik las in het maandblad ‘de Oogst’ van april 2008 het volgende:

De goddelijkheid van Christus in de uitverkoop doen ter wille van een goede relatie met de islam, getuigt van uitholling en verval van het christendom. … Recent schreef een onderzoeker van Willow Creek veel heil te verwachten van een toenemende samenwerking tussen de kerk en de islam; christenen en moslims zouden een steeds grotere eenheid moeten gaan vormen. ‘Per slot van rekening zijn het beiden mensen van het Boek, ze vereren samen dezelfde profeten, ze zijn het eens over heel veel religieuze aangelegenheden, zoals gebed, seksualiteit, zonde en familie. En ook op sociaal vlak zijn er veel overeenkomsten tussen christenen en moslims. Ze zullen bondgenoten worden in de culturele strijd van de komende jaren. [Einde citaat]

Gelukkig staat dit evangelie nog steeds in Gods Woord en kunnen wij het nog steeds lezen en ons wapenen tegen de listen van de duivel.

De schrijver Johannes

Hoewel Johannes zijn naam nergens noemt, spreekt hij wel over zichzelf en wel als de discipel “die Jezus liefhad”, dat wil zeggen dat hij door de Heer werd geliefd (Jh 13:2323Een van Zijn discipelen, hij die Jezus liefhad, lag aan in de schoot van Jezus.; 19:2626Toen nu Jezus Zijn moeder zag, en de discipel die Hij liefhad daarbij zag staan, zei Hij tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.; 20:22Zij liep dan snel en kwam bij Simon Petrus en bij de andere discipel die Jezus liefhad, en zei tot hen: Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem hebben gelegd.; 21:7,207Die discipel dan die Jezus liefhad, zei tot Petrus: Het is de Heer! Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zich het opperkleed (want hij was ongekleed), en wierp zich in de zee.20Toen Petrus zich omkeerde, zag hij de discipel volgen die Jezus liefhad, die ook bij de maaltijd naar Zijn borst overgeleund en gezegd had: Heer, wie is het die U overlevert?).


Lees verder