2 Koningen
1-11 Ziekte en genezing van Hizkia 12-19 Het gezantschap uit Babel 20-21 De dood van Hizkia
Ziekte en genezing van Hizkia

1In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel [de zaken] van uw huis, want u zult sterven en niet leven. 2Daarop keerde hij zijn gezicht naar de muur en bad tot de HEERE: 3Och HEERE, bedenk toch dat ik in trouw en met een volkomen hart voor Uw aangezicht gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in Uw ogen. En Hizkia huilde erg. 4Het gebeurde nu, toen Jesaja [nog] niet uit de middelste voorhof gegaan was, dat het woord van de HEERE tot hem kwam: 5Keer terug en zeg tegen Hizkia, de vorst van Mijn volk: Dit zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien. Zie, Ik ga u gezond maken; op de derde dag zult u naar het huis van de HEERE gaan. 6En Ik zal vijftien jaar aan uw [levens]dagen toevoegen, en zal u uit de hand van de koning van Assyrië redden, evenals deze stad; Ik zal deze stad beschermen omwille van Mij en omwille van Mijn dienaar David. 7Daarna zei Jesaja: Neem een klomp vijgen. Zij namen die en legden die op de zweer; en hij werd genezen. 8Hizkia nu had tegen Jesaja gezegd: Wat is het teken dat de HEERE mij gezond zal maken en dat ik op de derde dag naar het huis van de HEERE zal gaan? 9Jesaja zei: Dit zal voor u een teken van de HEERE zijn dat de HEERE het woord dat Hij gesproken heeft, doen zal: Moet de schaduw tien treden verdergaan of tien treden teruggaan? 10Toen zei Hizkia: Het is voor de schaduw gemakkelijk om tien treden verder te gaan. Nee, laat de schaduw tien treden teruggaan. 11En Jesaja, de profeet, riep de HEERE aan, en Hij deed de schaduw tien treden teruggaan van de treden die zij op de treden van Achaz’ [zonnewijzer] naar beneden was gegaan.

“In die dagen” (vers 11In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel [de zaken] van uw huis, want u zult sterven en niet leven.), dat wil zeggen in de dagen van zijn nood vanwege de vijand van buiten, wordt Hizkia ziek. Hij wordt zelfs zo ziek, dat hij moet sterven. Hizkia heeft dus een beproeving van buiten, dat is de vijand die Jeruzalem heeft omsingeld, en een beproeving van binnen, in zichzelf. Deze tweede beproeving komt bovenop de eerste en is nog groter, want die betreft hemzelf.

Wat Hizkia overkomt, is een beeld van de beproevingen van het gelovig overblijfsel in de eindtijd dat ook een vijand van buiten heeft en ook een vijand van binnen. Beide vijanden zijn doodsbedreigend, maar de vijand van binnen is het ergst. De vijand van binnen is namelijk iemand van het volk zelf, de antichrist.

Jesaja komt naar Hizkia toe met de mededeling dat hij zal sterven en dat hij met het oog daarop de zaken van zijn huis moet regelen. Voor ons geldt dat wij onze zaken geregeld moeten hebben met het oog op de komst van de Heer. Die komst kan elk moment plaatsvinden en daarom moeten we er altijd klaar voor zijn.

De mededeling dat hij moet sterven, veroorzaakt een enorm verdriet bij Hizkia. Sterven is voor een oudtestamentische gelovige erg, zeker als hij nog betrekkelijk jong is zoals Hizkia, die hier ongeveer veertig jaar is. De belofte van de HEERE is immers een lang leven bij trouw aan Hem. Daar herinnert Hizkia de HEERE dan ook aan. Als hij nu zou worden weggenomen, zou het lijken alsof God hem wegneemt vanwege zijn slechte geestelijke toestand.

De HEERE wil Hizkia door wat hem hier overkomt, laten ontdekken wat de macht van de dood is. Hij wil hem ook laten ontdekken wat de macht van de opstanding is. We zien dat de Heer altijd rijkere lessen geeft dan wij op het eerste gezicht waarnemen. Gebeurtenissen waarvan wij menen dat ze een einde maken aan bepaalde dingen, zijn door God vaak niet bedoeld om ons iets af te nemen, maar om ons er iets bij te geven: een grotere kijk op Zijn macht.

Als Hizkia zijn verdriet heeft uitgestort bij de HEERE, krijgt Jesaja een nieuwe boodschap voor Hizkia. Als het woord van de HEERE tot Jesaja komt, is hij nog niet eens helemaal de deur uit. Daardoor is hij al snel bij Hizkia terug met het antwoord op zijn gebed.

Hizkia krijgt van de HEERE een prachtig antwoord. Jesaja moet hem het antwoord brengen namens “de HEERE, de God van uw vader David”. Daardoor wordt de blik weer gericht op David als beeld van de Messias. In het antwoord van de HEERE kunnen we een zevental zegeningen opmerken.

1. De HEERE heeft zijn gebed gehoord. Wij mogen ook weten dat de Heer al onze gebeden hoort.
2. De HEERE heeft zijn tranen gezien. De Heer kent ook van ons onze zielsbenauwdheid en ons berouw over onze zonden.
3. De HEERE zegt hem toe dat hij gezond zal worden. God zal Zich over hem ontfermen en zijn gezondheid herstellen door hem de kracht van de opstanding te laten ervaren, zoals de volgende regel toont. Voor ons geldt dat elk gebed dat in Zijn plan past, door Hem wordt verhoord. Het is geen aansporing voor ieder die ziek is, om herstel van die ziekte te claimen. Hizkia heeft geen gezondheid geclaimd. Hij heeft zijn nood bekendgemaakt en dit is Gods antwoord voor hem.
4. Na de belofte dat hij gezond zal worden, zegt de HEERE dat hij op de derde dag naar het huis van de HEERE zal gaan. De kracht van de opstanding zal hem naar het huis van de HEERE doen gaan. Voor ons betekent het dat wij, als we ons bewust zijn dat we nieuw leven hebben, onze plaats in de gemeente zullen innemen.
5. De HEERE belooft hem een verlenging van zijn leven van vijftien jaar.
6. De HEERE belooft dat hij zal worden gered uit de hand van de koning van Assyrië.
7. De HEERE belooft bescherming van de stad. Hizkia krijgt die bescherming op grond van Wie de HEERE is en omwille van de Messias.

De verhoring van het gebed van Hizkia gebeurt niet door een opzienbarend wonder. Voor zijn genezing wordt een gewoon, alledaags en tastbaar geneesmiddel gebruikt dat anderen bij hem moeten aanbrengen. Dat geneesmiddel is een klomp vijgen. Het resultaat is dat “hij werd genezen”.

In geestelijke zin zijn vijgen een beeld van gerechtigheid. Nathanaël zit onder de vijgenboom (Jh 1:4949Nathanaël zei tot Hem: Vanwaar kent U mij? Jezus antwoordde en zei tot hem: Voordat Filippus je riep, terwijl je onder de vijgenboom was, zag Ik je.). De Heer Jezus zegt van hem dat hij een Israëliet is “in wie geen bedrog is” (Jh 1:4848Jezus zag Nathanaël naar Zich toe komen en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is.). Nathanaël en de vijgenboom geven een beeld van het gelovig overblijfsel dat gerechtigheid doet. Een vijgenkoek is zoet. Het kennen van de zoetheid van de gerechtigheid door gerechtigheid te doen brengt genezing.

Hizkia vraagt ook nog om een teken. Er lijkt een zeker gebrek aan geloof te zijn in wat de HEERE heeft gezegd. Dat gebrek aan geloof wordt niet ‘afgestraft’ met hem in zijn ziekte te laten met het verwijt dat hij maar had moeten geloven. Dat gebeurt nogal eens door de hedendaagse zogenaamde gebedsgenezers. In plaats daarvan krijgt hij van Jesaja de keus uit twee soorten tekenen. Zo komt God tegemoet aan het kleingeloof van Hizkia.

In het kiezen uit een van de twee tekenen zien we dat er toch geloof bij Hizkia is. Het is voor hem geen vraag of de tekenen die Jesaja hem voorstelt, wel gegeven kunnen worden. Hij overweegt in geloof welk teken het duidelijkst zal zijn. In die overweging komt hij tot de keus voor het minst voor de hand liggende teken. Het versneld vooruitgaan van de tijd is toch niet zo indrukwekkend als de tijd terug te zetten. Het gaat hier niet om de tijd van een klok, waarvan je wijzers kunt terugdraaien, maar om de zon die aan de hemel staat en waar geen mens, maar alleen God bij kan.

Als Hizkia zijn keus heeft gemaakt, roept Jesaja God aan. Ook Jesaja twijfelt niet aan de uitkomst. Op zijn gebed grijpt God in de natuur in. De hele natuur wordt door de God van de natuur teruggezet naar een situatie van tien treden geleden om een gelovige te helpen in Hem te geloven. Het hele verloop en de hele orde zijn in Zijn hand. Hij kan de zon en de maan stilzetten (Jz 10:12-1312Toen sprak Jozua tot de HEERE op de dag dat de HEERE de Amorieten aan de Israëlieten overgaf, en hij zei voor [de ogen van] Israël: Zon, sta stil in Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon!13En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag.) en ook terugzetten, zoals Hij hier doet.


Het gezantschap uit Babel

12In die tijd stuurde Berodach-Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, [gezanten met] brieven en een geschenk naar Hizkia, want hij had gehoord dat Hizkia ziek geweest was. 13Hizkia luisterde naar hen en liet hun zijn hele schathuis zien: het zilver, het goud, de specerijen, de kostbare olie, zijn wapenhuis en alles wat in zijn schatkamers te vinden was. Er was niets in zijn huis en in heel zijn koninkrijk dat Hizkia hun niet liet zien. 14Toen kwam de profeet Jesaja bij koning Hizkia. Hij zei tegen hem: Wat hebben die mannen gezegd en waarvandaan zijn zij naar u toe gekomen? Hizkia zei: Zij zijn uit een ver land gekomen, uit Babel. 15Hij zei: Wat hebben zij in uw huis gezien? Hizkia zei: Zij hebben alles gezien wat er in mijn huis is. Er is niets in mijn schatkamers dat ik hun niet heb laten zien. 16Toen zei Jesaja tegen Hizkia: Hoor het woord van de HEERE. 17Zie, er komen dagen dat alles wat er in uw huis is en wat uw vaderen tot op deze dag hebben opgeslagen, naar Babel zal worden weggevoerd. Er zal niets overblijven, zegt de HEERE. 18[Bovendien] zullen zij [een aantal] van uw zonen meenemen, die uit u zullen voortkomen, die u verwekken zult; zij zullen hovelingen worden in het paleis van de koning van Babel. 19Hizkia zei tegen Jesaja: Het woord van de HEERE dat u gesproken hebt, is goed. Hij zei ook: Is het niet [zo], dat er dan duurzame vrede in mijn dagen zal zijn?

In vers 1212In die tijd stuurde Berodach-Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, [gezanten met] brieven en een geschenk naar Hizkia, want hij had gehoord dat Hizkia ziek geweest was. horen we voor het eerst in de geschiedenis van Israël over Babel. Babel is dan nog een onbeduidende stad en nog lang geen wereldmacht. De koning van Babel heeft gehoord van de ziekte en genezing van Hizkia. Dat is voor hem de aanleiding Hizkia te bezoeken. Het gaat de koning van Babel echter niet om de ziekte van Hizkia. Zijn bezoek heeft een politieke reden. Hij wil proberen Hizkia tot zijn bondgenoot te maken om met hem tegen Assyrië te strijden.

Dit bezoek wordt een val voor Hizkia. Hij is gevleid door dit bezoek. Verblind door het hoge bezoek vergeet hij de HEERE. Hij laat het gezantschap uit Babel alles zien wat hij in huis heeft, al zijn schatten. Dat moet toch wel indruk maken op dit gezantschap. Met geen woord rept hij over de HEERE en het wonder dat Hij aan hem heeft gedaan. Hij zwijgt over Hem Die de dreiging van de dood voor hem heeft weggenomen en Die hij daardoor heeft leren kennen als de God van de opstanding.

Als Hizkia de vragen van Jesaja heeft beantwoord, kondigt Jesaja het oordeel aan over alles wat Hizkia heeft laten zien. Hij voorzegt dat alles zal worden weggenomen en naar Babel zal worden gebracht. Er zullen niet alleen spullen worden weggevoerd, maar ook mensen. Zijn nakomelingen zullen naar Babel worden gevoerd om daar als hovelingen van de koning van Babel dienst te doen. Hier horen we de eerste aankondiging in de Schrift over de wegvoering van de twee stammen naar Babel.

Hizkia buigt zich onder dit oordeel. Hij accepteert het dat de HEERE dit doet. Daarbij spreekt hij met een zeker gevoel van dankbaarheid voor onverdiende genade de gedachte uit dat dit oordeel niet in zijn dagen zal plaatsvinden.


De dood van Hizkia

20Het overige nu van de geschiedenis van Hizkia, en al zijn macht, en hoe hij de vijver en de waterloop gemaakt heeft en water in de stad gebracht heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? 21Hizkia ging te ruste bij zijn vaderen en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.

Hizkia is machtig geweest. Die macht is beschreven in het voor ons onbekend gebleven “boek van de kronieken van de koningen van Juda”. Als bijzonderheid wordt nog vermeld dat Hizkia water vanuit de door hem gemaakte vijver en via de door hem gemaakte waterloop in de stad heeft gebracht. Bij een beleg is het van levensbelang dat de watervoorziening is veiliggesteld. Daar heeft Hizkia voor gezorgd. Geestelijk is het ook van belang om in tijden van beproeving Gods Woord, dat met water wordt vergeleken, tot ons te kunnen nemen.

Ook aan de extra vijftien jaren komt een einde. Hizkia sterft. Dit einde is net als bij de andere koningen van Juda lager dan hij begon. Hij heeft beter kunnen omgaan met benauwdheid dan met voorspoed. Hij heeft beter kunnen omgaan met ziekte dan met gezondheid. Ziekte en benauwdheid hebben hem naar de HEERE uitgedreven. Zijn gezondheid en voorspoed hebben ertoe geleid dat hij de HEERE is vergeten.


Lees verder