Spreuken
1-2 Een zacht antwoord en de tong van wijzen 3 De HEERE ziet alles en iedereen 4 Het medicijn van de tong 5 Tucht verwerpen of in acht nemen 6 Grote rijkdom of verval 7 De lippen van wijzen en het hart van dwazen 8-10 Wat voor de HEERE een gruwel is 11 Alles ligt open voor de HEERE 12 Een spotter gaat niet naar wijzen 13-15 Een vrolijk, verstandig en blijmoedig hart 16-17 Beter … dan … 18 Driftig of geduldig 19 De weg van een luiaard en het pad van oprechten 20-21 De invloed van wijsheid en dwaasheid 22 Veel raadgevers doen een plan slagen 23 Hoe goed is een woord op zijn tijd 24 Het pad ten leven voert omhoog 25 De HEERE beschermt de weduwe 26 Kwade plannen of lieflijke woorden 27 Waarschuwing tegen winstbejag 28 Eerst denken, dan antwoorden 29 De HEERE verhoort het gebed van rechtvaardigen 30 Wat het hart verblijdt en de beenderen verkwikt 31-33 Luisteren en vrezen is leven, wijsheid en eer
Een zacht antwoord en de tong van wijzen

1Een zacht antwoord keert woede af,
maar een krenkend woord wekt toorn op.
2De tong van wijzen maakt kennis goed.
maar de mond van dwazen vloeit over van dwaasheid.

Salomo, de koning van de vrede, vertelt in vers 11Een zacht antwoord keert woede af,
maar een krenkend woord wekt toorn op.
hoe iemand die in woede is ontstoken, gekalmeerd kan worden. Dit is van toepassing op alle situaties waarin iemand woedend is vanwege een (vermeend) onrecht dat hem is aangedaan. Het kan in een gezin gebeuren, in een vriendschapsrelatie, in de woon- en werkomgeving en in de gemeente. Hoe belangrijk is het dan om met “een zacht antwoord” op de woede-uitbarsting te reageren. Iemand die getergd is in zijn gemoed, kan met een vriendelijk of bedachtzaam uitgesproken antwoord tot bedaren worden gebracht, waardoor de spanning verdwijnt en de rust weerkeert.

Tegenover een zacht antwoord staat “een krenkend woord”. Dat brengt niet tot bedaren, maar wekt juist toorn op. De vlam slaat in de pan. Een krenkend woord is niet alleen een hard woord, maar ook een scherp, kwetsend woord dat pijn of smart veroorzaakt. Een dergelijk woord veroorzaakt een heftige, boze reactie. Als een vleselijke uiting wordt beantwoord met een vleselijke uiting, is het oorlog.

We hebben van beide manieren van reageren een duidelijk voorbeeld in de Schrift. De manier waarop Gideon de verongelijkte Efraïmieten te woord staat, is een voorbeeld van een zacht antwoord (Ri 8:1-31Toen zeiden de mannen van Efraïm tegen hem: Wat is dit wat u ons hebt aangedaan, dat u ons niet hebt geroepen toen u tegen Midian ging strijden? En zij kregen grote onenigheid met hem.2Hij daarentegen zei tegen hen: Wat heb ik nu gedaan vergeleken met u? Is de nalezing van Efraïm niet beter dan de wijnoogst van Abiëzer?3God heeft de vorsten van Midian, Oreb en Zeëb, in uw hand gegeven. Wat heb ik dan kunnen doen vergeleken met u? Toen hij dit gezegd had, bedaarde hun woede tegen hem.). Door wat hij zegt, haalt hij de kou uit de lucht. De hardheid waarmee Jefta deze zelfde opnieuw verongelijkte Efraïmieten te woord staat, veroorzaakt een burgeroorlog met veel slachtoffers (Ri 12:1-61Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen en zij staken [de Jordaan] over naar het noorden. En zij zeiden tegen Jefta: Waarom bent u opgetrokken om tegen de Ammonieten te strijden, zonder ons te roepen om met u mee te gaan? Wij zullen uw huis met u [erin] met vuur verbranden.2Maar Jefta zei tegen hen: Ik en mijn volk hadden grote onenigheid met de Ammonieten. Toen héb ik u geroepen, maar u hebt mij niet uit hun hand verlost.3En toen ik zag dat u ons niet verloste, stelde ik mijn leven in de waagschaal en trok ik tegen de Ammonieten op; en de HEERE gaf hen in mijn hand. Waarom bent u dan op deze dag naar mij toe gekomen om tegen mij te strijden?4Daarop riep Jefta alle mannen van Gilead bijeen en streed tegen Efraïm. En de mannen van Gilead versloegen Efraïm, want [omdat] Gilead tussen Efraïm en Manasse ligt, zeiden zij: U bent vluchtelingen uit Efraïm!5Gilead ontnam de Efraïmieten namelijk de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan. En het gebeurde, wanneer vluchtelingen van Efraïm zeiden: Laat mij oversteken, dat de mannen van Gilead tegen hem zeiden: Bent u een Efraïmiet? [En wanneer] hij zei: Nee,6zeiden zij tegen hem: Zeg eens: Sjibboleth. Wanneer hij dan zei: Sibboleth, en [het woord dus] niet goed uit kon spreken, grepen zij hem en doodden hem bij de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan. In die tijd vielen er van Efraïm tweeënveertigduizend [man].; 1Kn 12:13-1613En de koning gaf het volk een hard antwoord, want hij verwierp de raad van de oudsten die hem raad gegeven hadden.14Hij sprak tot hen overeenkomstig de raad van de jonge mannen: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ík zal aan uw juk [nog meer] toevoegen. Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht, maar ík zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.15Dus luisterde de koning niet naar het volk. Deze ommekeer kwam namelijk van de HEERE, opdat Hij Zijn woord gestand zou doen dat de HEERE door de dienst van Ahia uit Silo tot Jerobeam, de zoon van Nebat, had gesproken.16Toen heel Israël zag dat de koning niet naar hen geluisterd had, gaf het volk de koning ten antwoord:
Wat voor deel hebben wij aan David?
Wij hebben geen erfelijk bezit met de zoon van Isaï.
Naar uw tenten, Israël!
Zorg nu voor uw eigen huis, David!
En Israël ging naar zijn tenten.
)
.

Hoe wijs mensen zijn, kan vaak worden bepaald door wat ze zeggen (vers 22De tong van wijzen maakt kennis goed.
maar de mond van dwazen vloeit over van dwaasheid.
)
. De wijzen weten wanneer, waar en hoe zij moeten spreken. Het goed gebruik dat wijzen met hun tong van de kennis maken, geeft kennis een goede naam, maakt kennis aantrekkelijk voor anderen en de moeite waard om die na te jagen. Dan is kennis geen theorie, maar praktijk en betekent kennis zegen voor wie ernaar luistert.

Kennis komt van de wijzen en dwaasheid van de dwazen. De zogenaamde kennis van de dwazen is dwaasheid. Wat er uit de mond van dwazen komt, is niets anders dan dwaasheid. Hun mond vloeit ervan over. De vele woorden die zij als water uit een bron uit hun mond laten opborrelen, tonen hoe dwaas van hart zij zijn.


De HEERE ziet alles en iedereen

3De ogen van de HEERE zijn op elke plaats:
ze slaan slechte en goede [mensen] gade.

God kent en doorziet iedereen volledig. Hij is alwetend en alomtegenwoordig en bezit een volkomen kennis van Zijn hele schepping, van mensen en van dingen. Er is niets voor Hem verborgen. Hij slaat alles en iedereen gade, zoals een wachter doet die een stad bewaakt. Niets en niemand ontgaat Hem (Jr 23:2424Zou iemand zich op verborgen plaatsen kunnen verbergen
en zou Ík hem niet zien? spreekt de HEERE.
Vervul Ik niet de hemel en de aarde?
spreekt de HEERE.
; Ps 11:44De HEERE is in Zijn heilig paleis,
de troon van de HEERE staat in de hemel;
Zijn ogen doorzien,
Zijn blikken beproeven de mensenkinderen.
; 33:13-1413De HEERE schouwt uit de hemel
en ziet alle mensenkinderen.
14Vanuit Zijn verheven woonplaats aanschouwt Hij
alle bewoners van de aarde.
; Hb 4:1313En geen schepsel is voor Hem onzichtbaar, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.)
. Dat is noodzakelijk, wil Hij de Rechter van ieder mens kunnen zijn (vgl. Jr 32:1919groot van raad en machtig van daad (want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om eenieder te geven overeenkomstig zijn wegen en overeenkomstig de vrucht van zijn daden),).

De gedachte loopt door in de tweede versregel. De wetenschap dat God alles ziet, is een waarschuwing voor “slechte” mensen en een troost voor “goede” mensen. De slechte mensen zijn zowel de grote zondaars als de nette mensen die keurig leven, maar die geen van beiden God in hun leven toelaten. Het zijn zowel zij die openlijk zondigen als zij die in het verborgen zondigen. God wil dat ze zich ervan bewust worden dat Hij hen ziet, opdat ze zich zullen bekeren.

De goede mensen zijn in zichzelf ook zondaars, maar zij doen goed omdat zij hebben erkend zondaars te zijn. Zij leven vanuit een goede verhouding met God. Die verhouding is goed geworden door hun belijdenis van zonden en hun geloof in de vergeving daarvan door God. Die vergeving kan God geven op grond van het werk van Christus aan het kruis dat Hij voor iedere boetvaardige zondaar heeft volbracht. De wetenschap dat God hen gadeslaat, is een bemoediging om het leven tot Zijn eer te leven (2Kr 16:99Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan [hen] van wie het hart volkomen is met Hem. U hebt hierin dwaas gehandeld, want vanaf nu zullen oorlogen uw deel zijn.).


Het medicijn van de tong

4Het medicijn van de tong is een boom des levens,
maar verkeerdheid erin is een breuk in de geest.

Dat de tong, dat wil zeggen de woorden die met de tong worden gesproken, als “medicijn” wordt voorgesteld, veronderstelt dat de hoorder terneergeslagen is. Woorden als medicijn zijn zachte, kalmerende, weldadig aandoende woorden. Dit past goed bij het beeld van “een boom des levens” die een bron van vitaliteit voor anderen betekent. De boom des levens wordt hier voor de vierde keer in Spreuken genoemd (Sp 3:1818Zij is een boom des levens voor wie haar vastgrijpen:
wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen.
; 11:3030De vrucht van de rechtvaardige is een boom des levens,
en wie zielen vangt, is wijs.
; 13:1212Uitgestelde verwachting krenkt het hart,
maar een vervuld verlangen is een boom des levens.
; 15:44Het medicijn van de tong is een boom des levens,
maar verkeerdheid erin is een breuk in de geest.
)
.

Wie iemand die in ellende is met zijn goede en troostrijke woorden weet op te beuren, herstelt daardoor als het ware zijn verbinding met de boom des levens. Het leven krijgt dan weer glans en betekenis, het krijgt weer iets van de schittering van het paradijs. De gesproken woorden zijn woorden van en over de Heer Jezus en verwijzen naar Hem. Hij is de Boom des levens.

Maar woorden met “verkeerdheid erin” hebben een tegengesteld effect. Het zijn bedrieglijke woorden die de geest verpletteren. Verkeerdheid in woorden tast de aangesproken persoon innerlijk aan en breekt hem af en doet hem wegkwijnen (Js 65:1414Zie, Mijn dienaren zullen juichen
vanwege een hart vol vreugde,
maar ú zult schreeuwen vanwege een hart [vol] leed,
en vanwege een gebroken geest zult u weeklagen.
)
. Wat de vrienden van Job zeiden, was geen medicijn van de tong voor Job. In wat zij zeiden, was verkeerdheid, met als gevolg dat de breuk in Jobs geest over het lijden dat hem overkwam, bleef bestaan.


Tucht verwerpen of in acht nemen

5Een dwaas verwerpt de vermaning van zijn vader,
maar wie de bestraffing in acht neemt, is schrander.

Alleen “een dwaas verwerpt de vermaning van zijn vader”. Niemand anders dan een vader kan op de meest indringende en tegelijk passende manier een kind vermanen. Hij kent zijn kind en weet wat het nodig heeft. Hij kent ook het leven en weet waar de gevaren schuilen. Het kind dat zich niets van een liefdevolle vermaning van zijn vader aantrekt en die zelfs verachtelijk verwerpt, is een dwaas.

Daartegenover getuigt een zoon dat hij “schrander” is als hij “de bestraffing in acht neemt”. Daardoor laat hij zien dat hij beseft dat hij nog veel moet leren en correctie nodig heeft. Hij toont gezond verstand

Na het aanvaarden van de vreze des HEEREN is het aannemen van vermaning van de ouders van de hoogste waarde. Het gezag van de vader en de ouders is het gezag van God. Vermaning moet thuis beginnen en is de verantwoordelijkheid van de vader of de ouders. Daar begint ons leven. Omdat we geneigd zijn het verkeerde te doen, hebben we correctie nodig. David was een schrandere. Hij beschouwde het als een gunst als hij bestraft werd (Ps 141:55Slaat de rechtvaardige mij, het zal een gunst zijn,
bestraft hij mij, het zal olie op mijn hoofd wezen,
mijn hoofd zal het niet weigeren;
dan nog is mijn gebed [voor hen] in al hun ellende.
)
.


Grote rijkdom of verval

6[In] het huis van een rechtvaardige is grote rijkdom,
maar in het inkomen van een goddeloze is verval.

“Het huis van een rechtvaardige” wordt gekenmerkt door “grote rijkdom”. Met rijkdom worden niet noodzakelijk geld en goed bedoeld. Het kan vooral ook gaan om geestelijke rijkdom. Als liefde, blijdschap en vrede, de vrucht van de Geest (Gl 5:2222Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.), het huis van een rechtvaardige kenmerkt, is dat een grote rijkdom (vers 1616Beter is weinig met de vreze des HEEREN,
dan een grote schat met verwarring erbij.
)
. Als de bewoners van het huis elkaar met respect voor ieders capaciteiten en kwaliteiten behandelen, is dat ook een grote rijkdom.

Van dergelijke grote rijkdom weet een goddeloze niets. Hij kan een groot inkomen hebben, maar in dat inkomen is de kiem van verval en ellende aanwezig. Er ligt een vloek op, want hij denkt alleen aan zichzelf. Trots en begeerte zorgen ervoor dat hij er niet met tevredenheid van kan genieten. Hij wordt geleid door jaloersheid op anderen die net wat meer hebben. Ook is er angst dat het hem wordt afgenomen. Al deze factoren zitten in zijn inkomen en beroven hem van de vreugde ervan. Samen met zijn inkomen komen verwarring, onrust en slapeloosheid zijn huis binnen.


De lippen van wijzen en het hart van dwazen

7De lippen van wijzen strooien kennis uit,
maar zo niet het hart van dwazen.

Wijze mensen strooien kennis uit als ze spreken. Hun woorden zijn nuttig en winstgevend voor de luisteraars. Zo wordt kennis ook op de juiste wijze gebruikt. Kennis is niet bedoeld om voor zichzelf te bewaren, of die alleen te delen met een select groepje personen. “De lippen van wijzen” zullen de kennis van God en Zijn wil die in hun hart is aan allen laten horen. Ze doen dat niet om met hun kennis te pronken, maar om anderen ervan te laten profiteren. De kennis die ze hebben, hebben ze gekregen om te delen.

Dat kennis ‘uitgestrooid’ wordt, houdt ook de gedachte aan vermenigvuldiging in. Zaad dat wordt uitgestrooid, ontwikkelt zich tot een grote oogst. Wat de lippen van wijzen aan kennis uitstrooien, komt in de harten van velen die op hun beurt de ontvangen kennis ook weer uitstrooien. De lippen van de Heer Jezus hebben kennis uitgestrooid, opdat Zijn hoorders God zouden kennen en Zijn beoordeling van hen. Het is belangrijk dat wij doorgeven aan anderen wat we uit Gods Woord hebben geleerd over God en Christus en ook over onszelf. Dan tonen we dat we ‘lippen van wijzen’ hebben.

In “het hart van dwazen” is geen kennis aanwezig. Dwazen houden hun hart voor kennis gesloten. Daardoor is er in het hart van dwazen niets aanwezig wat nuttig voor anderen zou kunnen zijn. Dwazen hebben geen begrip van kennis. Zij willen die ook niet, ze stellen zich er niet voor open. Daardoor zijn ze niet in staat die uit te strooien.


Wat voor de HEERE een gruwel is

8Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel,
maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.
9De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel,
maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
10Vermaning is onaangenaam voor wie het pad verlaat,
[en] wie bestraffing haat, zal sterven.

Hier, evenals overal in de Bijbel, is “het offer van goddelozen … voor de HEERE een gruwel” (vers 88Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel,
maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.
)
omdat het hart van hen die het brengen, onoprecht is (1Sm 15:2222Maar Samuel zei:
Heeft de HEERE evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers
als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE?
Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer,
opmerkzaam zijn [beter] dan het vet van rammen.
; Js 1:10-1710Hoor het woord van de HEERE,
leiders van Sodom!
Neem de wet van onze God ter ore,
volk van Gomorra!
11Waartoe dienen voor Mij uw vele offers?
zegt de HEERE.
Ik heb genoeg van de brandoffers van rammen
en het vet van gemest vee;
en in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken
vind Ik geen vreugde.
12Wanneer u komt om voor Mijn aangezicht te verschijnen –
wie heeft dit van u gevraagd,
[dit] platlopen van Mijn voorhoven?
13Breng niet langer nutteloze offers.
Het reukwerk is Mij een gruwel.
Nieuwemaansdag en sabbat, het bijeenroepen van samenkomsten:
Ik verdraag het niet; het is onrecht, zelfs de bijzondere samenkomsten.
14Uw nieuwemaansdagen, uw feestdagen
haat [Ik met heel] Mijn ziel;
ze zijn Mij tot last;
Ik ben het moe om [ze] te dragen.
15En wanneer u uw handen uitspreidt,
verberg Ik Mijn ogen voor u;
ook wanneer u [uw] gebed vermeerdert,
luister Ik niet:
uw handen zitten vol bloed.16Was u, reinig u!
Doe uw slechte daden
van voor Mijn ogen weg!
Houd op met kwaad doen,
17leer goed te doen,
zoek het recht!
Help de verdrukte,
doe de wees recht,
bepleit de rechtszaak van de weduwe!
; Jr 6:2020Waarom zou voor Mij wierook uit Sjeba moeten komen
en de beste kalmoes uit een ver land?
Uw brandoffers zijn [Mij] niet welgevallig,
en uw slachtoffers zijn Mij niet aangenaam.
)
. Het is niet alleen onaanvaardbaar voor God, maar Hij verafschuwt het. Kaïn was zo’n goddeloze die met een offer kwam dat door God met afschuw werd verworpen (Gn 4:55maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote [woede] en liet hij zijn hoofd zakken.). Kaïn bracht een eigenwillig offer en daar moest God maar tevreden mee zijn. Zo komen zogenaamde christenen met allerlei offers bij God. Het zijn de offers van hun goede werken, maar God verwerpt ze. We vinden die overvloedig in het rooms-katholicisme.

Wat Hij aanneemt, is “het gebed van oprechten”. Het gebed wordt een ‘offer’ genoemd (Ps 141:22Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen [als] het avondoffer zijn.
)
. Als dat door oprechten tot Hem wordt gedaan, is dat “Hem welgevallig”. Oprechten nemen hun ware plaats voor God in. In hun hart staan zij recht voor God. Zij beseffen dat ze alleen tot Hem kunnen naderen op grond van het offer van Christus en niet op grond van iets van henzelf. Hun gebed is het gebed van geloof. Zij bidden in het besef dat ze van nature een zondaar zijn. Het gebed staat tegenover het hooghartige offer van zelfvoldane mensen die God vertellen hoe goed zij Hem wel dienen (Lk 18:10-1410Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden, de een een farizeeër en de ander een tollenaar.11De farizeeër ging [daar] staan en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook als deze tollenaar.12Ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.13De tollenaar echter bleef op een afstand staan en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar sloeg zich op de borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig!14Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling met de ander; want ieder die zichzelf verhoogt, zal worden vernederd, maar wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.).

Niet alleen het offer van de goddelozen, ofwel het louter nakomen van godsdienstige verplichtingen, is een gruwel voor God, maar ook “de weg van een goddeloze”, ofwel diens hele leven, is dat (vers 99De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel,
maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
)
. Zo is ook niet alleen het gebed van de oprechten Hem welgevallig, maar het hele leven van “wie gerechtigheid najaagt”, is dat. Wie dat doet, “heeft Hij lief”. Gerechtigheid najagen is het geven aan de ander wat hem toekomt en bovenal aan God wat Hem toekomt. Het is een actieve, aanhoudende, en zelfs gevaarlijke zoektocht naar gerechtigheid (1Tm 6:1111Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, Godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.). Dat kan iemand alleen doen als hij nieuw leven heeft.

Vers 1010Vermaning is onaangenaam voor wie het pad verlaat,
[en] wie bestraffing haat, zal sterven.
sluit aan bij vers 99De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel,
maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
, de weg van de goddeloze, want de goddeloze is iemand die “het pad verlaat” dat God wil dat de mens gaat. Het pad is hier het pad van gerechtigheid, zoals dat in het hele boek wordt benadrukt. Wie dat pad verlaat, moet worden vermaand. Dat is niet aangenaam, maar wel noodzakelijk. Wie niet naar vermaning van zijn ouders of iemand anders luistert, geeft daarmee te kennen dat hij de bestraffing haat. Dat zal de dood tot gevolg hebben (vgl. 2Kr 25:1616Het gebeurde echter toen deze tot hem sprak, dat hij tegen hem zei: Heeft men u tot raadgever van de koning aangesteld? Houdt u [daarmee] op! Waarom zou men u doden? Toen hield de profeet op, en zei: Ik merk dat God besloten heeft u te gronde te richten, omdat u dit gedaan hebt en niet naar mijn raad hebt geluisterd.; 2Pt 2:15,2115Door [de] rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, [de zoon] van Bosor, die [het] loon van [de] ongerechtigheid liefhad,21Want het was beter voor hen geweest de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben zich af te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd.; Rm 8:1313want als u naar [het] vlees leeft, zult u sterven; maar als u door [de] Geest de werkingen van het lichaam doodt, zult u leven.).


Alles ligt open voor de HEERE

11Graf en verderf liggen [open] voor de HEERE –
hoeveel te meer de harten van de mensenkinderen.

De ontwikkeling van de gedachtegang in deze twee versregels is een argument van het mindere naar het grotere (“hoeveel te meer”). “Graf” (sheol) en “verderf” (abaddon) vertegenwoordigen de afgelegen onderwereld en alle machtige krachten die er verblijven, maar daar machteloos zijn (Jb 26:66Het graf is naakt voor Hem,
en er is geen bedekking voor het verderf.
; Ps 139:88Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent [daar].
; Am 9:22Al drongen zij door tot in de hel,
Mijn hand zou hen vandaar weghalen;
en al stegen zij naar de hemel op,
Ik zou hen vandaar doen neerdalen.
; Op 9:1111Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij [de] naam Apollyon.)
. Dit gebied ligt volledig buiten de waarneming van mensen, maar kent voor God geen enkel geheim. Dat dit afgelegen gebied met haar bewoners voor Hem openligt, houdt in dat Hij alwetendheid is. Dat betekent tevens dat Hij zeker ook “de harten van de mensenkinderen” kent.

Het woord “harten” wil zeggen de motieven en gedachten (Ps 44:21b21Als wij de Naam van onze God hadden vergeten
en onze handen hadden uitgebreid naar een vreemde god,
)
. De ogen van de HEERE zien niet alleen alle personen en hun daden (vers 33De ogen van de HEERE zijn op elke plaats:
ze slaan slechte en goede [mensen] gade.
)
, maar Hij ziet ook hun harten en alles wat daarin is. Geen mens kent zijn eigen hart, laat staan dat van een ander, maar God kent elk hart (Jr 17:1010Ik, de HEERE, doorgrond het hart,
beproef de nieren,
en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen,
overeenkomstig de vrucht van zijn daden.
; Jh 2:2525en omdat Hij niet nodig had dat iemand van de mens getuigde, want Hij wist Zelf wat in de mens was.; Hb 4:12-1312Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt [de] gedachten en overleggingen van [het] hart.13En geen schepsel is voor Hem onzichtbaar, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.)
. Hij kent elke bedoeling van iedere individu.


Een spotter gaat niet naar wijzen

12Een spotter houdt niet van wie hem terechtwijst,
naar wijzen gaat hij niet.

Een spotter weerstaat alle pogingen om hem te hervormen. Hij houdt niet van terechtwijzing of berisping en daarom houdt hij “niet van wie hem terechtwijst”. Hij houdt stug vast aan zijn eigen onzinnige opvattingen die hij met groot plezier om zich heen strooit. Zijn doel is anderen en vooral God en Zijn dienst te bespotten. Daar bestaat zijn leven uit. Hij heeft het plezier en de spot veel te lief om ze achterwege te laten.

Hij zal niet naar wijzen gaan om wijs te worden, wat bewijst dat een spotter een dwaas is. Hij wil niet eens in het gezelschap van wijzen verkeren. Stel je voor dat hij iets van hun wijsheid zou aannemen. Hij kan zich geen leven zonder spot voorstellen. Spotters zijn mensen die niet tot het licht willen komen, omdat ze niet openbaar willen worden (Jh 3:19-2019En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld is gekomen, en de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht, want hun werken waren boos.20Want ieder die kwade dingen bedrijft, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft worden.). Het eigen ik is hun god en doel, en spotten is hun leven, waardoor zij alle wijsheid van boven verachtelijk afwijzen.


Een vrolijk, verstandig en blijmoedig hart

13Een vrolijk hart maakt een gezicht blij,
maar door hartenleed wordt een geest neerslachtig.
14Een verstandig hart zoekt kennis,
maar de mond van dwazen voedt zich met dwaasheid.
15Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is [als] een voortdurende maaltijd.

De emotionele toestand van een persoon, wat hij in zijn ziel beleeft, heeft een duidelijk effect op zijn geest. Als iemand “een vrolijk hart” heeft, is dat op zijn gezicht te zien (vers 1313Een vrolijk hart maakt een gezicht blij,
maar door hartenleed wordt een geest neerslachtig.
)
. Wie op weg is om zijn geliefde te ontmoeten, zal een vrolijk hart hebben. De blijdschap van die ontmoeting zal van zijn gezicht afstralen. Zo is het met een hart dat vervuld is van de Heer Jezus en met Hem leeft. Er is vreugde over de verlossing van zonden en het oordeel daarover en over de aanstaande ontmoeting met Hem.

Als een hart vervuld is van zorg, maakt dat de “geest neerslachtig”. De woorden die hier worden gebruikt, benadrukken de pijn en de depressie met een gedachte van wanhoop. Een neerslachtige geest geeft een droevige gezichtsuitdrukking. Nehemia had “hartenleed”, wat op zijn gezicht te lezen stond (Ne 2:22Toen zei de koning tegen mij: Waarom staat uw gezicht [zo] verdrietig, terwijl u [toch] niet ziek bent? Dit is niets anders dan hartenpijn. Toen werd ik heel erg bevreesd.; Gn 40:6-76Toen Jozef 's morgens bij hen kwam, keek hij hen aan, en zie, zij waren terneergeslagen.7Hij vroeg aan de hovelingen van de farao, die met hem in het huis van zijn heer in hechtenis zaten: Waarom staan uw gezichten vandaag zo treurig?). Bij Hanna veranderde haar gezicht van neerslachtig in blij nadat zij de verzekering had ontvangen dat haar gebed om een zoon zou worden verhoord: “Zij at [weer] en haar gezicht stond bij haar niet meer [als voorheen]” (1Sm 1:8b8Elkana, haar man, zei dan tegen haar: Hanna, waarom huil je, waarom eet je niet, en waarom is je hart verdrietig? Ben ik je niet meer [waard] dan tien zonen?). Zo kunnen ook wij onze zorgen, die ons neerslachtig van geest maken, in gebed bij de Heer brengen. Dat geeft een verandering ten goede in onze gemoedsstemming.

Ook hier geldt dat dit algemeen is gesteld, zonder de garantie dat dit altijd en direct gebeurt. Er kunnen situaties zijn dat iemand depressief is en (lange tijd) blijft, hoewel hij alles bij de Heer brengt. Dat kan allerlei oorzaken hebben, die wij niet altijd begrijpen. Dat is zo als het onszelf overkomt en zeker als het anderen overkomt. Job heeft lange tijd geen vrolijk hart gehad en niet met een blij gezicht rondgelopen. Pas toen God met hem aan Zijn doel was gekomen, is daarin een totale verandering gekomen (Jb 42:6-176Daarom veracht ik [mijzelf] en ik heb berouw,
in stof en as.7Nadat de HEERE deze woorden tot Job gesproken had, gebeurde het dat de HEERE tegen Elifaz, de Temaniet, zei: Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw twee vrienden, want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job.8Neem daarom zeven jonge stieren en zeven rammen voor u, en ga naar Mijn dienaar Job. Breng brandoffers voor u en laat Mijn dienaar Job voor u bidden. Want alleen zijn gebed zal Ik aannemen, zodat Ik met u niet doe naar uw dwaasheid; want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job.9Toen gingen Elifaz, de Temaniet, en Bildad, de Suhiet [en] Zofar, de Naämathiet, heen, en deden zoals de HEERE tot hen gesproken had; en de HEERE nam het gebed van Job aan.10En de HEERE bracht een omkeer in het levenslot van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden. De HEERE vermeerderde alles wat Job [bezeten] had tot het dubbele toe.11Al zijn broers en al zijn zusters en allen die hem vroeger gekend hadden, kwamen bij hem en gebruikten de maaltijd met hem in zijn huis. Zij betuigden hem hun medeleven en vertroostten hem over al het onheil dat de HEERE over hem gebracht had. Zij gaven hem ieder een geldstuk en een gouden ring.12En de HEERE zegende het latere [leven] van Job meer dan zijn eerdere. Hij had veertienduizend schapen, zesduizend kamelen, duizend juk runderen en duizend ezelinnen.13Hij kreeg zeven zonen en drie dochters.14En hij gaf de eerste de naam Jemima, de tweede de naam Kezia, en de derde de naam Keren-Happuch.15Zulke mooie vrouwen als de dochters van Job waren er in heel het land niet te vinden, en hun vader gaf hun een erfelijk bezit onder hun broers.16Job leefde daarna [nog] honderdveertig jaar, en hij zag zijn kinderen en de kinderen van zijn kinderen, vier generaties.17En Job stierf, oud en van dagen verzadigd.
)
.

Tegenover “een verstandig hart” staat “de mond van dwazen”, tegenover “zoekt” staat “voedt” en tegenover “kennis” staat “dwaasheid” (vers 1414Een verstandig hart zoekt kennis,
maar de mond van dwazen voedt zich met dwaasheid.
)
. Zowel de verstandige als de dwaas is erop uit zijn geest met iets te vullen. Wie verstandig van hart is, verlangt naar kennis. Wie kennis heeft, verlangt naar meer kennis. Het gaat om kennis over hoe het leven geleefd moet worden naar de gedachten van God. Als een hart dat zoekt, toont dat wijsheid aan.

In het hart van dwazen is het verlangen naar die kennis niet aanwezig. Hij zoekt wel wat ‘te eten’. Vandaar dat er wordt gesproken over “de mond van dwazen” en over voeden. ‘Voeden’ is grazen zoals vee dat doet en wijst op het tevreden zijn van de dwaas met voer van het merk ‘dwaasheid’ (vgl. Js 44:2020Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem op een dwaalspoor gebracht,
zodat hij zijn ziel niet redden kan en niet kan zeggen:
Is er geen bedrog in mijn rechterhand?
)
.

Wat iemand zoekt, blijkt onder andere uit wat hij leest en waar hij naar kijkt. Een verstandig hart heeft “geproefd … dat de Heer goedertieren is” (1Pt 2:33als u geproefd hebt dat de Heer goedertieren is,) en verlangt daarom “naar de redelijke, onvervalste melk” van het Woord van God (1Pt 2:22Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis;). De dwazen voeden hun geest met verdorven lectuur en ze kijken naar slechte films. Ze grazen als het stompzinnige vee in bevuilde weiden en slokken zonder enige filtering de dwaasheid van deze weiden op.

Het leven kan ellendig of aangenaam zijn, afhankelijk van iemands omstandigheden en geaardheid (vers 1515Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is [als] een voortdurende maaltijd.
)
. “Een ellendige” is iemand die zich alle dagen innerlijk ellendig voelt. Al die dagen “zijn slecht”. Hij kan nergens enige blijdschap in vinden, want van binnen voelt hij zich ellendig. Wat er ook wordt geprobeerd om hem op te vrolijken, de ellende overheerst zo, dat hij alleen ellende ziet. Alles is slecht. Niets smaakt, niets maakt blij. Hij is er voortdurend slecht aan toe.

Er is ellende als we er niet aan toe komen onze hulp in God te vinden. Jakob zei tegen de farao: “Weinig [in getal] en [vol] kwaad zijn mijn levensjaren geweest” (Gn 47:99Jakob zei tegen de farao: Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is honderddertig jaar. Weinig [in getal] en [vol] kwaad zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun vreemdelingschap [nog] niet [eens] bereikt.). Dat is omdat zijn leven vol was van het gaan van eigen wegen, zonder God te vragen hem te helpen. Naomi is, met haar man Elimelech, ook een eigen weg gegaan. Ze getuigt ervan dat zij daarin “grote bitterheid” heeft ervaren (Ru 1:20-2120Maar zij zei tegen hen: Noem mij niet Naomi, noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.21Ík ging vol weg, maar de HEERE heeft mij leeg laten terugkeren. Waarom zou u mij Naomi noemen, nu de HEERE tegen mij getuigd heeft en de Almachtige mij kwaad gedaan heeft?).

Wie “een blijmoedig hart” heeft, ziet en leeft het leven in het licht van de zon, dat wil zeggen in het licht van de Heer Jezus, Die “de Zon der gerechtigheid” wordt genoemd (Ml 4:22Maar voor u die Mijn Naam vreest,
zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen
als kalveren uit de stal.
)
. Het leven is voor een blijmoedig hart een voortdurende feestmaaltijd. We hebben een blijmoedig hart als we blij in de Heer zijn en leven in gemeenschap met Hem. Zelfs slechte dagen zullen de blijmoedige gemoedstoestand niet kunnen aantasten. Als er van binnen blijdschap is, kunnen uiterlijke omstandigheden die blijdschap niet wegnemen.

De profeet Habakuk getuigt daarvan. Al ziet hij om zich heen een troosteloze dorheid en leegte, hij getuigt en zegt: “Ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen, mij verheugen in de God van mijn heil” (Hk 3:1818ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.
)
. Ons wordt een voortdurende maaltijd door de Heer Jezus aangeboden in Hemzelf (Jh 6:3535Jezus zei tot hen: Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt, zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.). Hij wil met ons maaltijd houden en wij mogen met Hem maaltijd houden als we ons hart openstellen voor Hem (Op 3:2020Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik <ook> bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij.).


Beter … dan …

16Beter is weinig met de vreze des HEEREN,
dan een grote schat met verwarring erbij.
17Beter is een schotel groente waar liefde is,
dan een gemeste os met haat erbij.

De verzen 1616Beter is weinig met de vreze des HEEREN,
dan een grote schat met verwarring erbij.
en 17 horen duidelijk bij elkaar. Ze zeggen dat geestelijke dingen beter zijn dan stoffelijke dingen ofwel materiële rijkdom (vgl. Ps 37:1616Het weinige dat de rechtvaardige heeft,/teth/
is beter dan de overvloed van vele goddelozen.
)
. Vers 1616Beter is weinig met de vreze des HEEREN,
dan een grote schat met verwarring erbij.
gaat over geld en de vreze des HEEREN; vers 1717Beter is een schotel groente waar liefde is,
dan een gemeste os met haat erbij.
gaat over eten en liefde.

Vers 1616Beter is weinig met de vreze des HEEREN,
dan een grote schat met verwarring erbij.
zegt dat vrees of eerbied voor God meer voldoening brengt dan “een grote schat met verwarring erbij”. Verwarring uit zich in onrust, paniek, tumult. Verwarring is angst. Er is een gezegde dat luidt: Hoe meer bezittingen, hoe meer angst. De eerbied voor God kent die angst niet, want daardoor komt er tevredenheid en rust, het tegenovergestelde van verwarring.

Salomo maakt duidelijk dat de rechtvaardige zich niet door welvaart zal laten overheersen. Zo kun je veel geld hebben, de duurste auto, de snelste computer, de grootste televisie met het scherpste beeld, een huis dat van alles is voorzien en toch geen rust hebben (vgl. Pr 4:66Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.; Pr 5:1212Er is een ziekmakend kwaad dat ik zag onder de zon: rijkdom door zijn bezitters bewaard tot hun [eigen] kwaad.). Die rust wordt alleen gevonden in het eerbiedig wandelen met God.

Vers 1717Beter is een schotel groente waar liefde is,
dan een gemeste os met haat erbij.
zegt dat een gelukkige, liefdevolle relatie beter is dan een heerlijke maaltijd waarbij de harten van hen die aan de maaltijd deelnemen met haat tegenover elkaar vervuld zijn. Dit is de situatie in een gezin waar de rijkdom de liefde vervangt. Zeker kan er ook een rijke maaltijd zijn met liefde, maar hier gaat het over een situatie waarin een keus moet worden gemaakt tussen een luxueuze maaltijd en haat enerzijds en een povere maaltijd en liefde anderzijds.

Veel mensen erkennen dat een huis met goedkoop meubilair waarin de mensen elkaar liefhebben, de voorkeur heeft boven een luxueus ingericht huis waarin de mensen elkaar haten. Liefde maakt moeilijke omstandigheden draaglijk, terwijl haat alle vreugde vernietigt die een goede maaltijd bedoelt te bewerken. Je kunt voedsel van de allerbeste kwaliteit in overvloed op tafel hebben staan en toch niet die “voortdurende maaltijd” van vers 1515Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is [als] een voortdurende maaltijd.
hebben. In plaats daarvan voel je je alle dagen ellendig en word je in je hart verteerd door angst, onrust, haat en bitterheid. Het zuurdeeg van de haat zorgt ervoor dat er niet echt van de maaltijd kan worden genoten.

Al staat iemand niet als rijk te boek en moet hij het met heel bescheiden maaltijden doen, toch kan hij in een voortdurende feeststemming zijn. Dat is zo, als hij zijn geestelijke rijkdommen kent, waardeert en daarvan geniet. Dat maakt het hart echt en voortdurend blij. Er is rust en tevredenheid, het tegenovergestelde van verwarring en onrust.

We kunnen deze verzen ook toepassen op een plaatselijke gemeente. Als in een gemeente “een grote schat” aan kennis is, is de kans op verwarring ook groot als men zich daarop gaat beroemen. Dat was het geval in Korinthe, waar de gelovigen rijk waren in Christus (1Ko 1:4-74Ik dank mijn God altijd over u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus,5dat u in alles rijk geworden bent in Hem: in alle woord en alle kennis,6zoals het getuigenis van Christus onder u bevestigd is,7zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heer Jezus Christus verwacht,). Dat maakte hen echter niet nederig en dankbaar, maar opgeblazen, terwijl de liefde ontbrak (1Ko 8:11Wat nu de afgodenoffers betreft, wij weten – (want wij hebben allen kennis; de kennis blaast op, maar de liefde bouwt op.). Omdat de Korinthiërs zich op hun kennis beroemden, was er onenigheid en verwarring en waren er allerlei misstanden (1Ko 1:10-1210Maar ik vermaan u, broeders, door de Naam van onze Heer Jezus Christus, dat u allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn; maar dat u vast aaneengesloten bent, één van denken en één van bedoeling.11Want mij is over u bekendgemaakt, mijn broeders, door de [huisgenoten] van Chloë, dat er twisten onder u zijn.12Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ik van Apollos, ik van Kefas, en ik van Christus.; 14:3333Want God is niet [een God] van verwarring maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.; 11:17-2217Nu ik dit beveel, prijs ik [u] niet, omdat u niet ten goede, maar ten kwade samenkomt.18Want ten eerste hoor ik, dat er, wanneer u als gemeente samenkomt, scheuringen onder u zijn, en ten dele geloof ik het.19Want er moeten ook sekten onder u zijn, opdat <ook> de beproefden onder u openbaar worden.20Wanneer u nu op één plaats samenkomt, is dat niet ‘s Heren avondmaal eten;21want bij het eten neemt ieder vooraf zijn eigen avondmaal, en de een is hongerig en de ander dronken.22Hebt u dan soms geen huizen om te eten en te drinken? Of veracht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? Hierin prijs ik [u] niet.). Daartegenover staat wat de Heer Jezus zegt van de gemeente in Filadelfia (dat betekent ‘broederliefde’) dat zij maar “kleine kracht” heeft. Hij prijst en bemoedigt hen (Op 3:7-137En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand zal sluiten, en Die sluit en niemand opent:8Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand kan sluiten; want u hebt kleine kracht en hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.9Zie, Ik geef [enigen] uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken dat zij komen en zich neerbuigen voor uw voeten en erkennen dat Ik u heb liefgehad.10Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen.11Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.12Wie overwint, die zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God en hij zal geenszins meer daaruit weggaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van Mijn God, en Mijn nieuwe Naam.13Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.).


Driftig of geduldig

18Een driftig man veroorzaakt ruzie,
maar een geduldige stilt onenigheid.

Het contrast is tussen “een driftig man”, letterlijk ‘een man van woede’, iemand die heetgebakerd is, en “een geduldige”, letterlijk ‘langzaam van woede’ of, zoals Jakobus het zegt, “langzaam tot toorn” (Jk 1:1919Weet dit, mijn geliefde broeders; laat ieder mens echter snel zijn om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.). Drift komt door bepaalde omstandigheden tot uiting. Iemand die driftig is, is trots van aard, want anders zou hij niet zo snel opgewonden raken over iets wat hem raakt. Door drift ontstaat ruzie. Een driftig man moet en zal zijn recht opeisen, al is het voor de rechtbank.

Wie geduldig is, staat niet op zijn strepen en weet de kou uit de lucht te halen door niet opgewonden te reageren. Door zijn rustige reactie stilt hij de “onenigheid” die is ontstaan. Het vergt veel geduld en rust om vreedzame relaties te onderhouden of te herstellen. Er zijn twee mensen nodig om ruzie te maken. Als er één zijn geduld bewaart, zal de onenigheid gestild worden. De geduldige is een vredestichter. Vredestichten begint in het hart dat buigt voor God in Christus. Dat zal de geest en de wandel kenmerken. Abram toonde deze geest toen er onenigheid was tussen de herders van zijn vee en de herders van het vee van Lot (Gn 13:7-97Er ontstond [dan ook] onenigheid tussen de herders van het vee van Abram en de herders van het vee van Lot. Bovendien woonden in die tijd de Kanaänieten en de Ferezieten in dat land.8En Abram zei tegen Lot: Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en jou, en tussen mijn herders en jouw herders. Wij zijn immers mannen [die] broeders zijn!9Ligt heel het land niet voor je open? Scheid je toch van mij af: als jij naar links [gaat], dan zal ik naar rechts gaan, en als jij naar rechts [gaat], dan zal ik naar links gaan.).


De weg van een luiaard en het pad van oprechten

19De weg van een luiaard is als een doornhaag,
maar het pad van oprechten is welgebaand.

De luiaard ziet zijn “weg”, dat is zijn leven, “als een doornhaag”, waardoor hij zich gehinderd voelt om aan het werk te gaan. Zijn leven, zo vindt hij, is bezaaid met moeilijkheden, gevaren en pijnlijke ervaringen. Hij zoekt en vindt in alles wat hem in het leven overkomt excuses om niet te hoeven werken. De doornhaag die hij ziet, blokkeert hem, zo gelooft hij zelf en wil hij anderen laten geloven. Omdat de luiaard in de tweede versregel in contrast staat met de oprechten en niet met de ijverige, blijkt luiheid van onoprechtheid te getuigen.

Oprechten hebben geen last van een doornhaag. Hun “pad … is welgebaand”. Het is een goed gemaakt pad, een pad dat er goed bij ligt. Zij gaan op “een effen baan, een weg; de heilige weg zal hij genoemd worden” (Js 35:88Daar zal zijn een effen baan, een weg;
de heilige weg zal hij genoemd worden.
Een onreine zal er niet over gaan,
want hij zal [alleen] voor hen zijn. Wie [deze] weg ook gaat,
zelfs dwazen zullen niet dwalen.
)
. Ze hebben geen reden een omweg te maken of uit te wijken. Dat betekent helemaal niet dat het pad van oprechten over rozen gaat en dat zij een gemakkelijk leven hebben.

Zowel de luiaard als de oprechten gaan een pad waarop ze tegenslagen en moeiten tegenkomen. Het verschil is de manier waarop zij met tegenslagen en moeiten omgaan. De luiaard ziet in de moeilijkheden leeuwen en beren, een doornhaag, op zijn weg; de oprechten zien ook hun moeilijkheden, maar zien daar bovenuit op God en gaan hun weg in vertrouwen op Hem, omdat ze weten dat Hij hen op dat pad heeft gebracht. Ze rekenen op Zijn genade.


De invloed van wijsheid en dwaasheid

20Een wijze zoon verblijdt [zijn] vader,
maar een dwaas mens veracht zijn moeder.
21Dwaasheid is blijdschap voor [een mens] zonder verstand,
maar iemand met inzicht houdt de rechte weg.

Als een zoon (of dochter) zich wijs gedraagt als antwoord op de sterk beschermende liefde van de vader en de warme genegenheid van de moeder, zal hij (of zij) blijdschap bij hen veroorzaken (vers 2020Een wijze zoon verblijdt [zijn] vader,
maar een dwaas mens veracht zijn moeder.
)
. Gedraagt een zoon (of dochter) zich echter dwaas, dan betekent dat een verachting van de ouderlijke investering aan zorg. Het is een verklaring aan de moeder dat ze er verkeerd aan heeft gedaan hem (of haar) ter wereld te hebben gebracht.

Wijze kinderen geven de ouders reden tot blijdschap over hen. Dwaze kinderen tonen verachting voor hun moeder. Ze tonen een onnatuurlijke hardvochtigheid die groot leed bij hun moeder veroorzaakt. De grootste vreugde en de bitterste droefheid in deze wereld van tranen worden gevonden in het hart van ouders. Er is geen grotere blijdschap dan te zien dat kinderen in de waarheid wandelen (3Jh 1:44Ik heb geen grotere blijdschap dan deze, dat ik hoor dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.). Er is geen grotere smart dan een kind te zien dat de waarheid verwerpt en in ongeloof leeft en sterft (2Sm 18:3333Toen sidderde de koning. Hij ging naar het bovenvertrek van de poort en huilde. Al gaande zei hij dit: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, was ik [maar] in jouw plaats gestorven, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!).

De dwaas leeft niet alleen zonder God in zijn zonden, maar hij vindt zijn blijdschap in dwaasheid (vers 2121Dwaasheid is blijdschap voor [een mens] zonder verstand,
maar iemand met inzicht houdt de rechte weg.
)
. Dat tekent hem als een mens “zonder verstand”. Ieder mens die het prachtig vindt om dwaasheid te uiten of te zien, heeft geen verstand. Hij gaat een dwaze weg die eindigt in de eeuwige dood. Wie wel verstand of “inzicht” heeft, “houdt de rechte weg”, dat is de weg van het leven die eindigt in het eeuwige leven.

De dwaas volgt elke modegril en leeft bij de waan van de dag. Dat leven is een genot voor hem, want hij heeft geen inzicht in Gods wil en dat wil hij ook niet. Iemand met inzicht weet wel wat Gods wil voor hem is en gaat daarom de rechte weg, de weg die God voor hem heeft uitgestippeld. Hij weet “dat het niet aan de mens is zijn weg, [dat] het niet aan een man is [zijn] gang [te bepalen] en zijn voetstappen te richten” (Jr 10:2323Ik weet, HEERE,
dat het niet aan de mens is zijn weg,
[dat] het niet aan een man is [zijn] gang te [bepalen]
en zijn voetstappen te richten.
)
.


Veel raadgevers doen een plan slagen

22Plannen falen, als er geen overleg is,
maar door een veelheid van raadgevers komt [het nodige] tot stand.

Het is niet Gods bedoeling dat we alles alleen doen. Hij heeft de mens als een sociaal wezen geschapen die anderen nodig heeft om goed te functioneren. Ook in de gemeente heeft Hij de leden onderling van elkaar afhankelijk gemaakt (1Ko 12:18-2518Maar nu heeft God de leden, elk van hen, in het lichaam gesteld zoals Hij heeft gewild.19Waren zij alle één lid, waar zou het lichaam zijn?20Maar nu zijn er vele leden, maar het lichaam is één.21Het oog nu kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig; of ook het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.22Integendeel, de leden van het lichaam die de zwakkere schijnen te zijn, zijn des te noodzakelijker;23en die ons de minder geëerde van het lichaam toeschijnen, deze bekleden wij met overvloediger eer; en onze onaantrekkelijke [leden] hebben overvloediger versiering;24maar onze aantrekkelijke hebben die niet nodig. Maar God heeft het lichaam zó samengesteld, dat Hij aan het mindere overvloediger eer gegeven heeft,25opdat er geen verdeeldheid in het lichaam is, maar de leden voor elkaar gelijke zorg dragen.). Eigenzinnigheid pakt altijd slecht uit. Van de plannen van iemand die alleen werkt, zonder overleg met anderen, komt vaak niets terecht. Het slagen van plannen vereist het inwinnen en aanvaarden van goed advies.

Een plan willen uitvoeren zonder overleg getuigt ook van overhaasting. Er is tijd nodig om te overleggen. Overleg kan worden gezien als verloren tijd, maar dat is het niet. Twee zien nu eenmaal meer dan één. Het is goed om de eigen beperkingen te zien, hoe begaafd iemand ook is. Overleg met betrouwbare en bekwame mensen is bepalend voor een goed resultaat, voor het tot stand komen van het plan.

Dit is een algemene observatie die van waarde is in de maatschappij zowel op persoonlijk als op nationaal niveau. Het betekent dat we anderen nodig hebben. Dat geldt ook voor zaken die in de gemeente spelen. In het overleg over het wel of niet houden van de wet door de heidenen in Handelingen 15 hebben we een goed voorbeeld van overleg waardoor het nodige tot stand komt (Hd 15:5-315Enigen echter van hen die van de sekte der farizeeën waren, die tot geloof waren gekomen, stonden uit [hun midden] op en zeiden dat men hen moest besnijden en bevelen de wet van Mozes te bewaren.6En de apostelen en de oudsten vergaderden samen om deze zaak te bezien.7Toen er nu veel redetwist was ontstaan, stond Petrus op en zei tot hen: Mannen broeders, u weet dat God lang geleden mij onder u heeft uitverkoren, opdat de volken door mijn mond het woord van het evangelie zouden horen en geloven.8En God, Die de harten kent, heeft getuigenis gegeven door aan hen de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons;9en Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, daar Hij door het geloof hun harten heeft gereinigd.10Nu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen, dat noch onze vaderen noch wij in staat zijn geweest te dragen?11Maar door de genade van de Heer Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als ook zij.12De hele menigte nu zweeg; en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de volken had gedaan.13En nadat dezen zwegen, antwoordde Jakobus en zei: Mannen broeders, hoort naar mij.14Simeon heeft verhaald hoe God in het eerst erop heeft toegezien uit [de] volken een volk aan te nemen voor Zijn Naam.15En hiermee stemmen de woorden van de profeten overeen, zoals geschreven staat:16‘Daarna zal Ik terugkeren en de tent van David weer opbouwen die vervallen is; en wat daarvan is omvergehaald, zal Ik weer opbouwen en Ik zal haar weer oprichten,17opdat de overigen van de mensen de Heer zoeken, en alle volken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, zegt [de] Heer Die deze dingen doet’,18die van eeuwigheid af bekend zijn.19Daarom ben ik van oordeel, dat men hen die zich uit de volken tot God bekeren, niet in moeilijkheden moet brengen,20maar hun aanschrijven zich te onthouden van de verontreinigingen van de afgoden, van de hoererij, van <het> verstikte en van het bloed.21Want Mozes heeft er van oude geslachten af in elke stad die hem prediken, daar hij op elke sabbat in de synagogen wordt gelezen.22Toen besloten de apostelen en de oudsten met de hele gemeente mannen uit hen te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te zenden: Judas, Barsabbas geheten, en Silas, mannen die voorgangers onder de broeders waren,23en door hun hand te schrijven: ‘De apostelen en de oudste broeders, aan de broeders uit [de] volken in Antiochië, Syrië en Cilicië, gegroet!24Daar wij hebben gehoord, dat enigen van ons <zijn uitgegaan en> u met woorden in verwarring hebben gebracht en uw zielen aan het wankelen hebben gemaakt, aan wie wij dat niet hadden geboden,25hebben wij, eendrachtig geworden, besloten mannen te kiezen en naar u toe te zenden met onze geliefden, Barnabas en Paulus,26mensen die hun leven hebben overgegeven voor de Naam van onze Heer Jezus Christus.27Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die ook mondeling hetzelfde zullen berichten.28Want de Heilige Geest en wij hebben besloten u geen grotere last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen:29u te onthouden van wat aan de afgoden is geofferd, van [het] bloed, van [het] verstikte en van [de] hoererij. Als u zich daarvoor in acht neemt, zult u wél doen. Vaarwel!’30Dezen dan, nadat men hen had laten gaan, kwamen in Antiochië, en zij vergaderden de menigte en overhandigden de brief.31En na die gelezen te hebben verblijdden zij zich over de vertroosting.). De uitkomst is goed, omdat er naar de Schrift en de Heilige Geest wordt geluisterd (Ps 119:2424Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap,
zij zijn mijn raadgevers.
)
. Bij alle overleg is het bovenal belangrijk te kijken naar Hem Die “Raadsman” is (Js 9:55Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
)
.


Hoe goed is een woord op zijn tijd

23Een man heeft blijdschap in het antwoord van zijn mond,
en hoe goed is een woord op zijn tijd!

Er is hier sprake van een antwoord zonder dat we over een vraag lezen. De vraag waarover het hier gaat en waarop het antwoord komt, kan van alles betreffen. Het kan een mondelinge vraag zijn, de vraag om een advies, maar ook een situatie waarmee iemand verlegen is. De tweede versregel maakt duidelijk dat het niet gaat om een direct en formeel juist antwoord. Het gaat om een antwoord dat wel inhoudelijk op de vraag ingaat, maar dat ook op de juiste tijd wordt gegeven, niet eerder en niet later.

De blijdschap die een dergelijk antwoord geeft, is dan ook niet zozeer het gevolg van de juistheid ervan, maar van het juiste tijdstip ervan. We spreken wijs als we op de juiste tijd spreken, als er op die tijd behoefte is aan wat we zeggen. “Het hart van de wijze kent tijd en gelegenheid” (Pr 8:5b5Wie het gebod in acht neemt,
ondervindt geen kwaad.
Het hart van de wijze kent
tijd en gelegenheid.
)
. De juiste dingen op het juiste moment zeggen geeft een diepe voldoening; het vereist kennis en wijsheid en zelfverloochening. Het juiste te zeggen, maar op het verkeerde moment, werkt contraproductief, dat wil zeggen dat het leidt tot het tegenovergestelde van wat men beoogt.

Als Paulus de gevangenbewaarder had verteld dat hij moest geloven in de Heer Jezus voordat hij hem in de gevangenis gooide, had Paulus wel gelijk, maar geen resultaat. Het was toen niet de tijd voor het goede woord. Die tijd kwam toen de gevangenbewaarder op het punt stond zichzelf te doden (Hd 16:27-3227Toen nu de gevangenbewaarder wakker was geworden en de deuren van de gevangenis open zag, trok hij <het> zwaard en stond op het punt zichzelf te doden, in de mening dat de gevangenen waren ontvlucht.28Paulus echter riep met luider stem de woorden: Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!29En hij vroeg om licht, sprong naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer.30En hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?31En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis.32En zij spraken het Woord van de Heer tot hem, met allen die in zijn huis waren.). We kunnen deze manier van spreken alleen leren van de Heer Jezus (Js 50:44De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving,
zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken.
Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor,
zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen.
)
.


Het pad ten leven voert omhoog

24Het pad ten leven voert voor een verstandige omhoog,
om de hel beneden te ontwijken.

“Een verstandige” ziet het leven in het juiste perspectief. Hij weet dat hij op het pad van het leven is en dat dit pad ook naar het leven voert. Het is een pad “omhoog”, het voert naar het eeuwige leven, naar de hemel, waar het eeuwige leven in zijn volheid wordt genoten. De christen die verstandig is, zal de dingen zoeken die boven zijn, die omhoog zijn, want daar is Christus, zijn leven (Ko 3:1-21Als u nu met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.2Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.). Hij ziet op “Jezus, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof” (Hb 12:22terwijl wij zien op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.).

De verstandige bewandelt dat pad omdat hij zover mogelijk uit de buurt van “de hel beneden” wil blijven. Het gaat er niet zozeer om dat er nog een kans zou zijn dat hij in de hel terecht zou komen. Door het bloed van Christus weet hij dat hij aan het oordeel van de hel is ontkomen en dat hij daar niet zal terechtkomen. Waar het om gaat, is dat hij nu het pad ten leven gaat en daardoor in de praktijk van zijn leven ook afstand neemt van dingen die horen bij ‘de hel beneden’. Hij is van boven geboren en gaat de weg naar boven. Hij hoort bij de hemel en niet bij de hel. Dat blijkt uit de gerichtheid van zijn leven.


De HEERE beschermt de weduwe

25Het huis van hoogmoedigen vaagt de HEERE weg,
maar de grens[steen] van een weduwe zet Hij vast.

De HEERE vaagt de “hoogmoedigen” en hun hele huis weg, maar Hij beschermt de kwetsbare “weduwe”. De tegenstelling is tussen de hoogmoedigen en de weduwe, tussen hen die volledig op zichzelf vertrouwen en iemand die krachteloos is, die niemand anders heeft dan God (Ps 68:55Zing voor God, zing psalmen voor Zijn Naam;
baan de wegen voor Hem Die door de vlakten rijdt,
want HEERE is Zijn Naam;
spring op van vreugde voor Zijn aangezicht.
)
. De Schrift bevestigt ruimschoots dat God de zaak van de weduwe, de wees, de armen en de behoeftigen verdedigt.

De tegenstelling veronderstelt dat de weduwe de prooi is van de trotse mensen, die haar land en huis willen nemen (Js 5:8-108Wee hun die huis aan huis trekken,
veld aan veld voegen,
tot er geen plaats [meer] over is,
en alleen u in het midden van het land gevestigd bent.
9De HEERE van de legermachten [heeft] tot mij persoonlijk [gesproken]:
Voorwaar, veel huizen zullen tot een woestenij worden,
grote en mooie zullen zonder bewoner zijn!
10Ja, tien bunders wijngaard zullen [slechts] één bath opleveren,
en een homer zaad zal [maar] een efa opleveren.
)
. God heeft de grenzen vastgesteld van Zijn volk in het land en zal die handhaven (Dt 19:1414U mag de grens[steen] van uw naaste, die de voorouders geplaatst hebben, niet verleggen in uw erfelijk bezit dat u ontvangt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft om het in bezit te nemen.). Hen die daarmee geen rekening houden, de hoogmoedigen, vaagt Hij weg en ook hun hele ‘imperium’ waarop ze vertrouwen en waarvan ze menen dat het voor altijd vaststaat. Alleen wat door God is vastgezet, zoals de grenssteen van de weduwe, staat onwrikbaar vast.


Kwade plannen of lieflijke woorden

26De plannen van een kwaaddoener zijn voor de HEERE een gruwel,
maar lieflijke woorden zijn rein.

God haat niet alleen het offer en de weg van de goddelozen (verzen 8-98Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel,
maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.
9De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel,
maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
)
, maar ook hun “plannen” en gedachten. Een goddeloze is ook “een kwaaddoener”. De plannen die hij maakt, zijn erop gericht anderen kwaad te doen, hen te benadelen en te beschadigen. Er is bij hem geen enkele gedachte aan God. Alles draait om zichzelf. De HEERE kent zijn hart. Wat hij daarin beraamt, is voor Hem “een gruwel”.

Het contrast in de tweede versregel is dat tussen verborgen plannen of gedachten en “lieflijke woorden”. Lieflijke woorden hoeven niet verborgen te worden, maar kunnen worden uitgesproken. Ze kunnen niet anders dan uit een hart komen dat rein is omdat het op God gericht is. Die woorden geven geen kwade gedachten weer; het zijn geen onreine, maar reine woorden.

David is “lieflijk in psalmen van Israël” (2Sm 23:11En dit zijn de laatste woorden van David.
David, de zoon van Isaï, spreekt;
de man die hoog is opgericht, spreekt,
de gezalfde door de God van Jakob,
en lieflijk in psalmen van Israël.
)
. De woorden die hij heeft gesproken, zijn reine woorden omdat ze door de Geest van God in hem gesproken zijn (2Sm 23:22De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken,
en Zijn woord is op mijn tong.
)
. Als wij door de Geest van God spreken, zijn onze woorden lieflijk en rein.


Waarschuwing tegen winstbejag

27Wie op winstbejag uit is, stort zijn huis in het ongeluk,
maar wie [omkoop]geschenken haat, zal leven.

“Winstbejag” voert tot oneerlijke praktijken, zoals het gebruik van “[omkoop]geschenken” en steekpenningen, die het recht verdraaien (Ex 23:88U mag geen geschenk aannemen, want het geschenk maakt zienden blind en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.; Dt 16:1919U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen.; Jb 8:33Zou God het recht verdraaien?
Zou de Almachtige de gerechtigheid verdraaien?
; Mt 28:11-1511Terwijl zij nu heengingen, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad en berichtten aan de overpriesters alles wat er was gebeurd.12En nadat zij waren bijeengekomen met de oudsten en hadden beraadslaagd, gaven zij de soldaten veel geld en zij zeiden:13Zegt: Zijn discipelen zijn ‘s nachts gekomen en hebben Hem gestolen terwijl wij sliepen.14En als dit de stadhouder ter ore komt, zullen wij hem overtuigen en maken dat u zonder zorg bent.15Zij nu namen [het] geld en deden zoals hun geleerd was. En dit woord is bij [de] Joden verbreid tot op <de dag van> heden.; Ex 18:2121Jij echter, jij moet [daarnaast] onder heel het volk omkijken naar bekwame mannen, godvrezende, betrouwbare mannen, [die] een afkeer hebben van winstbejag. Je moet leiders over duizend, leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien over hen aanstellen.; 1Sm 8:33Maar zijn zonen gingen niet in zijn wegen; zij waren uit op winstbejag, namen geschenken aan en bogen het recht.; Js 33:1515Hij die wandelt in gerechtigheid en billijk spreekt,
die winstbejag door afpersing verwerpt,
die zijn handen [afwerend] schudt om geen geschenken aan te nemen,
die zijn oor dichtstopt om niet van bloedvergieten te horen,
die zijn ogen sluit om het kwaad niet te zien –
; 1Pt 5:22hoedt de kudde van God die bij u is <en houdt toezicht>, niet gedwongen maar vrijwillig, in overeenstemming met God, ook niet om schandelijke winst, maar bereidwillig;)
. De hebzuchtige man is degene die zich haast om rijk te worden en er niet om geeft hoe dat gebeurt. Hij brengt niet alleen ongeluk over zichzelf, maar hij sleept anderen mee. Hij stort zijn hele huis, vrouw en kinderen, in het ongeluk.

Het vers is een waarschuwing tegen het aannemen van steekpenningen. Geschenken kunnen onschuldig zijn, maar ze kunnen ook iemands normen en waarden wijzigen, dat wil zeggen verlagen. Wie geschenken haat die als steekpenningen bedoeld zijn, “zal leven” en houdt het ongeluk van zijn familie verwijderd. Winstbejag is slavernij. Wie winstbejag haat, zal nu al het ware leven beleven en dat straks volmaakt doen. Het is leven in de vrijheid van de Geest.


Eerst denken, dan antwoorden

28Het hart van een rechtvaardige overdenkt wat het antwoorden zal,
maar de mond van goddelozen vloeit over van kwaad.

“Een rechtvaardige” is geen flapuit. Hij “overdenkt” in zijn hart wat hij zal antwoorden als hem iets wordt gevraagd of als hem iets van God overkomt (Hk 2:11Ik ging op mijn wachtpost staan,
nam mijn plaats in op de vesting[wal],
en keek uit om te zien wat Hij in mij spreken zou
en wat ik antwoorden zou op mijn aanklacht.
)
. Overdenken is afwegen of bestuderen. Wie wijs is, is voorzichtig met zijn woorden. Voor een goed antwoord hebben we Goddelijke wijsheid nodig, want we zijn omgeven door een boze wereld. Daarom moeten we er goed over nadenken wat en hoe we moeten antwoorden.

De goddelozen worden niet geleid door de vrees voor God. Daarom komt er uit hun mond een stroom van kwaad. Ze veroorzaken kwaad met wat er uit hun mond komt. Hun mond vloeit ervan over. Hun mond is een niet te stoppen bron van pijniging voor anderen. Zij brengen uit de boze schat van hun hart boze dingen voort (Mt 12:34-3534Adderengebroed, hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u boos bent? Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.35De goede mens brengt uit zijn goede schat goede dingen voort, en de boze mens brengt uit zijn boze schat boze dingen voort.).


De HEERE verhoort het gebed van rechtvaardigen

29De HEERE is ver van goddelozen,
maar het gebed van rechtvaardigen verhoort Hij.

De goddelozen houden de HEERE op een afstand. Daardoor is Hij ver van hen. Als zij Hem nodig hebben omdat ze menen dat Hij hen van dienst kan zijn, blijkt Hij ontoegankelijk voor hen te zijn en doof voor hun geroep tot Hem. Zijn genade, liefde en hulp zijn niet voor hen beschikbaar omdat ze weigeren te breken met hun zonden. Natuurlijk, een gebed van berouw van de goddelozen is de uitzondering, want daardoor worden ze rechtvaardigen. Als ze als rechtvaardigen bidden, antwoordt Hij (Jk 5:16b-1816Belijd dus elkaar de zonden en bidt voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel.17Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.18En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.; Ps 34:16,1816De ogen van de HEERE rusten op de rechtvaardigen,/ain/
Zijn oren [zijn gericht] op hun hulpgeroep.
18Zij roepen en de HEERE hoort,/tsade/
Hij redt hen uit al hun benauwdheden.
; 1Pt 3:1212Want [de] ogen van [de] Heer zijn op [de] rechtvaardigen en Zijn oren tot hun smeken; maar [het] aangezicht van [de] Heer is tegen hen die kwaad doen’.)
.


Wat het hart verblijdt en de beenderen verkwikt

30Het licht in de ogen verblijdt het hart,
een goed gerucht verkwikt de beenderen.

“Het licht in de ogen” komt van de zon. Het is het licht van de hemel, van God. Als dat licht in de ogen komt, als de ogen dat zien, wordt het hart erdoor verblijd (vgl. Pr 11:77Het licht is aangenaam,
en het doet de ogen goed de zon te zien.
)
. Door het licht van God in onze ogen kunnen we alles zien wat God heeft gedaan en Hem daarvoor prijzen. Dat geldt zowel voor de oude schepping als voor de nieuwe schepping, zowel voor de materiële wereld als voor de geestelijke wereld. Als we “verlichte ogen van … hart” (Ef 1:1515Daarom ook, daar ik gehoord heb van het geloof in de Heer Jezus dat onder u is, en van de liefde die [u hebt] tot alle heiligen,) hebben, wil dat zeggen dat we in staat zijn te weten wat we allemaal aan geestelijke zegeningen van God hebben gekregen.

“Een goed gerucht” betreft iets goeds wat onze oren horen. Dat heeft een verkwikkend effect op onze beenderen. We zien dat bij Jakob als hij hoort dat Jozef nog leeft. Zijn geest leeft op en hij gaat naar hem toe (Gn 45:27-2827Maar toen zij hem alle woorden overgebracht hadden die Jozef tot hen gesproken had, en toen hij de wagens zag die Jozef gestuurd had om hem te vervoeren, leefde de geest van hun vader Jakob op.28En Israël zei: Genoeg! Mijn zoon Jozef leeft nog! Ik zal gaan, ik wil hem zien, voordat ik sterf.). We krijgen kracht voor onze wandel als we horen over het goede dat God met Zijn tucht voor ons bedoelt (Hb 12:11-1311Nu schijnt alle tuchtiging wel op het ogenblik zelf geen reden voor vreugde maar voor droefheid te zijn, maar daarna geeft zij aan hen die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht van gerechtigheid.12Daarom, richt op uw slappe handen en uw verlamde knieën13en maakt rechte paden voor uw voeten, opdat het kreupele niet ontwricht maar veeleer gezond wordt.). Tien van de twaalf verspieders verspreidden een kwaad gerucht over het beloofde land en verlamden daarmee het volk, waardoor het weigerde op te trekken.


Luisteren en vrezen is leven, wijsheid en eer

31Een oor dat naar de bestraffing ten leven luistert,
zal te midden van wijzen overnachten.
32Wie vermaning verwerpt, veracht zijn leven,
maar wie naar bestraffing luistert, verwerft verstand.
33De vreze des HEEREN is vermaning tot wijsheid,
en nederigheid gaat vooraf aan eer.

“Een oor” (vers 3131Een oor dat naar de bestraffing ten leven luistert,
zal te midden van wijzen overnachten.
)
duidt hier de persoon aan. “Bestraffing” kan pijnlijk zijn, maar wie ernaar luistert, zal daardoor naar de wijsheid van God leven. Een leergierige persoon hoort thuis bij de wijzen, want wie “naar de bestraffing ten leven luistert”, toont aan dat hij wijs is. De wijze wil leven tot Gods eer. Bestraffing dient ertoe uit het leven te verwijderen wat dat verhindert. Wie daar een open oor voor heeft, “zal te midden van de wijzen overnachten”, dat wil zeggen dat hij rust vindt te midden van de wijzen. Hij is een van hen.

“Wie vermaning verwerpt”, wat nog verder gaat dan weigeren naar vermaning te luisteren, die “veracht zijn leven” (vers 3232Wie vermaning verwerpt, veracht zijn leven,
maar wie naar bestraffing luistert, verwerft verstand.
)
. Hij vindt dat niemand zich met zijn leven mag bemoeien. Hij wil leven zoals hem dat zelf het beste lijkt. Het ontgaat hem dat hij door een dergelijke opstelling zijn leven veracht. De vermaning is bedoeld om hem het ware leven te laten leven, dat wil zeggen zoals God het bedoeld heeft. Dat geeft de volle voldoening aan het leven.

Wie wel “naar bestraffing luistert, verwerft verstand”; hij krijgt verstand van zichzelf en van het leven. Dan kan men geestelijk, intellectueel en emotioneel groeien. Hij zal weten hoe hij moet leven tot Gods eer. Voor zijn naaste zal hij niet het kwade, maar het goede zoeken en weten wat God van hem vraagt.

Wie zich in zijn leven laat leiden door “de vreze des HEEREN”, wordt voortdurend vermaand, in de zin van onderwezen, om wijs door het leven te gaan (vers 3333De vreze des HEEREN is vermaning tot wijsheid,
en nederigheid gaat vooraf aan eer.
)
, want “het beginsel van wijsheid is de vreze des HEEREN” (Sp 9:1010Het beginsel van wijsheid is de vreze des HEEREN
en de kennis van de heiligen is inzicht.
)
. Hij weet de goede keus te maken als er moet worden gekozen en zo ook het kwade te vermijden. Zijn leven is afgestemd op het doen van de wil van God.

De eerste uitwerking van de wijsheid is dat zij “nederigheid” in de rechtvaardige bewerkt. Het vrezen van God gaat gepaard met nederigheid. Waar het een is, daar is ook het ander. Het een is de weg tot wijsheid, het ander is de weg tot eer. Nederigheid is een gezindheid van hart die wij moeten leren. Wij kunnen nederigheid leren van Hem Die de Wijsheid is. Hij heeft gezegd: Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen” (Mt 11:2929Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;).

Nederige onderwerping in vertrouwen op de Heer brengt “wijsheid” en “eer”. De Heer Jezus heeft Zichzelf vernederd en is door God verhoogd. Hij is het voorbeeld van wat Hij tegen ons zegt: “Die zichzelf vernedert, zal worden verhoogd” (Lk 14:11b11Want ieder die zichzelf verhoogt, zal worden vernederd; en die zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.). Onze verhoging, de eer die wij zullen krijgen, hangt af van onze vernedering. Als wij ons vernederen “onder de krachtige hand van God”, zal Hij ons verhogen “op Zijn tijd” (1Pt 5:66Vernedert u dus onder de krachtige hand van God, opdat Hij u verhoogt op Zijn tijd,).


Lees verder