Spreuken
1-2 Kennis liefhebben en goedgunstigheid verkrijgen 3 Wat niet en wat wel standhoudt 4 Een deugdelijke vrouw 5-7 De rechtvaardigen tegenover de goddelozen 8 Lof of verachting oogsten 9-11 Nederigheid, zorg en ijver 12-14 Vrucht en ontkomen 15-16 De wijze en schrandere tegenover de dwaas 17-20 Spreken gebeurt vanuit het hart 21 Geen leed treft de rechtvaardige 22-23 Betrouwbaar handelen en spreken 24 Vlijt tegenover ledigheid 25-26 Een goed woord en raad vragen 27 De gevolgen van luiheid en ijver 28 Wat naar het leven leidt en niet naar de dood
Kennis liefhebben en goedgunstigheid verkrijgen

1Wie vermaning liefheeft, heeft kennis lief,
maar wie bestraffing haat, is onverstandig.
2De goede verkrijgt de goedgunstigheid van de HEERE,
maar een man [vol] listige plannen verklaart Hij schuldig.

Vers 11Wie vermaning liefheeft, heeft kennis lief,
maar wie bestraffing haat, is onverstandig.
is een goede illustratie van het gegeven dat liefde niet draait om een aangename emotie. Een “vermaning” accepteren is vaak niet eenvoudig. Om een vermaning te aanvaarden moet je die liefhebben. Dat doe je als je het belang ervan inziet. Het gaat er daarbij om of wij de uitdrukkelijke wil hebben om een vermaning te aanvaarden of dat we niet vermaand willen worden. Als we de wil hebben om vermaning te aanvaarden, zullen we vermaning liefhebben. Het is een liefde die geleerd moet worden. Het andere geval, een “bestraffing” haten, gebeurt vrijwel automatisch. Zo zitten we van nature in elkaar.

Wie geestelijk wil groeien, moet leren om “vermaning” of correctie te accepteren en daarvan te leren. Daarvoor is nodig zich vrijwillig als een leerling op te stellen tegenover iemand die hem vermaant. Het toont de nederige gezindheid van iemand die niet hoog van zichzelf denkt. Degene die hem vermaant, kan God zijn Die door Zijn Woord tot hem spreekt. God kan ook spreken door een mens, wie dan ook, of door een gebeurtenis.

“Wie vermaning liefheeft”, dat houdt in dat iemand ernaar verlangt vermaand te worden, bewijst dat hij “kennis” liefheeft. Vermaning wordt verbonden aan “kennis”. Het gaat om de kennis van God en Christus, dat is het kennen van Gods wil om tot Zijn eer te leven. Om kennis op te doen is inspanning door training nodig. Als het gaat om “de kennis van Jezus Christus, mijn Heer” (Fp 3:88Jazeker, ik acht ook alles schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, om Wie ik de schade van alles heb geleden en het als vuilnis acht, opdat ik Christus mag winnen), kan geen weg te zwaar en kunnen geen kosten te hoog zijn. Er is geen gemakkelijke weg naar geestelijke kennis. Eva koos de gemakkelijke weg en de zonde deed zijn intrede.

De tweede versregel begint met “maar”, wat aangeeft dat nu het contrast met de eerste versregel volgt. Er zijn twee contrasten: “haat” staat tegenover liefde en “onverstandig” tegenover kennis. “Wie bestraffing haat”, die verachtelijk weigert en verwerpt, handelt dom en stompzinnig als een dier dat geen verstand heeft. Haten wil zeggen een afkeer hebben van. Die afkeer komt uit het hoogmoedige hart dat niet van bestraffing wil weten. Wie bestraffing haat, toont het onverstand van een dier dat zich niet realiseert dat het tot zijn bestwil is als het pijn gedaan wordt.

“De goede” (vers 22De goede verkrijgt de goedgunstigheid van de HEERE,
maar een man [vol] listige plannen verklaart Hij schuldig.
)
is hij die door de genade van God goed is, want “er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één” (Rm 3:12b12allen zijn zij afgeweken; samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één’;). “Niemand is goed dan één: God”, dat is de Heer Jezus (Mk 10:1818Jezus echter zei tot hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed dan Eén: God.). Wie Hem als zijn leven heeft, kan ook goed zijn en daardoor ook goed doen. De goede is vol goedheid, wat alleen door Gods Geest gewerkt kan worden. Goedheid is een onderdeel van de vrucht van de Geest (Gl 5:2222Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.).

De goede wil alleen wat God, de Goede, wil en wat door de Geest tot uiting komt. Dat levert hem “de goedgunstigheid van de HEERE” op. God verbindt Zich met hem, want in hem herkent Hij Zichzelf. Er is harmonie tussen de goede en de Goede. Dit geldt voor iedere gelovige die met God wandelt. Het geldt bovenal voor Christus. Hij is de volmaakt goede Mens en tevens de volmaakt goede God. Als Mens heeft Hij Gods goedgunstigheid verkregen.

Tegenover de man vol goedheid staat de man vol “listige plannen”. In zo iemand is geen goedheid, hij heeft geen leven uit God. Hij handelt naar zijn zondige natuur, wat blijkt uit de plannen die hij maakt om anderen te benadelen. Zo iemand verkrijgt niet de goedgunstigheid van God, maar een schuldigverklaring. Hier zien we dat niet alleen een zondige daad iemand schuldig voor God maakt, maar ook het hebben van listige plannen. Absalom was een man vol listige plannen die erop uit was zijn vader David van de troon te stoten en de macht te grijpen (2Sm 15:2-62Ook stond Absalom 's morgens vroeg op en ging aan de kant van de weg naar de poort staan. Het gebeurde dan dat Absalom elke man die een geschil had om mee naar de koning te gaan voor recht, bij zich riep en zei: Uit welke stad komt u? Als die dan zei: Uw dienaar komt uit een van de stammen van Israël,3zei Absalom tegen hem: Zie, uw zaken zijn goed en rechtmatig, maar bij de koning vindt u niemand die u gehoor geeft.4Verder zei Absalom: Als men mij maar tot rechter in het land aanstelde! Dan zou ieder die een geschil of rechtszaak heeft, bij míj kunnen komen en zou ik hem recht kunnen verschaffen.5Ook gebeurde het, dat als iemand naderde om voor hem te buigen, hij zijn hand uitstak, hem vastgreep en hem kuste.6Op die manier deed Absalom met heel Israël dat naar de koning ging voor recht. Zo stal Absalom het hart van de mannen van Israël.).


Wat niet en wat wel standhoudt

3Door goddeloosheid kan geen mens standhouden,
maar de wortel van de rechtvaardigen is onwankelbaar.

In goddeloosheid is geen stabiliteit aanwezig. Dit geldt zowel voor de samenleving als voor individuen. Het staat hier in de meest algemene zin, “geen mens”. Niemand, welke goddeloze dan ook, verkrijgt standvastigheid in wat hij ook doet. Goddeloosheid betekent los van God, zonder dat naar Zijn wil wordt gevraagd door Zijn Woord te raadplegen. Mensen als Abimelech en Achab hebben in de dagen van hun regering de samenleving ontwricht en geen standgehouden.

Alleen rechtvaardigen hebben door hun gerechtigheid stabiliteit in het leven. Rechtvaardigen hebben geen stabiliteit in zichzelf, maar ze zijn “onwankelbaar” omdat ze zijn geworteld in Christus (Ef 3:1717zodat Christus door het geloof in uw harten woont, terwijl u in [de] liefde geworteld en gegrond bent;), in Zijn Woord (Ko 2:77terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging.). Aan het leven van de rechtvaardigen kan heftig geschud worden, zodat het lijkt alsof ze omvallen, maar hun wortel, het beginsel waarop hun leven is gebaseerd, wankelt niet. Goddeloosheid houdt geen stand, omdat er geen wortel in hen is die in Christus is.


Een deugdelijke vrouw

4Een deugdelijke vrouw is de kroon van haar man,
maar zij die [hem] beschaamd maakt, is als verrotting in zijn beenderen.

“Een deugdelijke vrouw” is een ‘flinke’, ‘dappere’, ‘ferme’ vrouw, een vrouw die haar taak kent en die met voldoening uitvoert. Door haar optreden vergroot ze de waardigheid van haar man. Ze is zijn “kroon”, zijn roem, een sieraad van eer. Als hij wat zegt en de mensen weten wie en hoe zijn vrouw is, geeft dat zijn woorden extra kracht. Deze waardevolle bijdrage levert de vrouw omdat ze beantwoordt aan Gods doel met haar en dat is haar man tot hulp zijn.

Het is altijd goed om, als een dienaar van de Heer getrouwd is, te weten hoe zijn vrouw is, te weten wie de vrouw achter de man is. Boaz zegt tegen Ruth dat iedereen weet dat zij “een deugdelijke vrouw” is (Ru 3:1111En nu, mijn dochter, wees niet bevreesd. Alles wat u gezegd hebt, zal ik voor u doen, want ieder in de poort van mijn volk weet dat u een deugdelijke vrouw bent.). Iedere getrouwde vrouw kan een deugdelijke vrouw zijn door te zijn zoals God haar bedoelt (vgl. Sp 31:1010Wie zal een deugdelijke vrouw vinden? [aleph]
Haar waarde gaat die van robijnen ver te boven.
)
.

Het tegenovergestelde van een vrouw die “de kroon van haar man” is, is de vrouw die haar man “beschaamd maakt”. Er staat niet bij waardoor zij hem beschaamd maakt, maar we kunnen bijvoorbeeld denken aan een onverantwoord uitgavenpatroon, verwaarlozen van haar kinderen en de huishouding, overmatig praten, immoreel gedrag. Zij ondersteunt haar man niet door haar gedrag, maar maakt hem krachteloos in zijn getuigenis. De “verrotting in zijn beenderen” wil zeggen dat wat hem kracht moet geven om te lopen, van binnenuit wegrot, waardoor hij krachteloos wordt. Beenderen geven vastheid en structuur aan het leven. Een vrouw die niet deugt, vernietigt dat. Zij is als de worm in het hout die het hout verrot.


De rechtvaardigen tegenover de goddelozen

5De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
6De woorden van de goddelozen loeren op bloed,
maar de mond van de oprechten zal hen redden.
7De goddelozen worden omvergeworpen, zodat zij er niet [meer] zijn,
maar het huis van de rechtvaardigen zal blijven staan.

In deze verzen met tegenstellingen tussen de rechtvaardigen en goddelozen zit een opklimming. Bij de rechtvaardigen gaat het van hun rechte gedachten in vers 55De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
via hun redding brengende woorden in vers 66De woorden van de goddelozen loeren op bloed,
maar de mond van de oprechten zal hen redden.
naar hun vast staande huis in vers 77De goddelozen worden omvergeworpen, zodat zij er niet [meer] zijn,
maar het huis van de rechtvaardigen zal blijven staan.
. Bij de goddelozen gaat het van hun bedrieglijke raadgevingen in vers 55De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
via hun bloeddorstige woorden in vers 66De woorden van de goddelozen loeren op bloed,
maar de mond van de oprechten zal hen redden.
naar hun omverwerping in vers 77De goddelozen worden omvergeworpen, zodat zij er niet [meer] zijn,
maar het huis van de rechtvaardigen zal blijven staan.
.

Van ieder mens die buiten God leeft, zijn “al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht” (Gn 6:55En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.), maar door bekering en nieuw leven wordt iemand een rechtvaardige. Van alle rechtvaardigen is God de bron van hun gedachten geworden. Wat zij bedenken, wordt in het nieuwe leven door Hem en Zijn genade bestuurd. Daardoor kan worden gezegd dat de gedachten van de rechtvaardigen “[een en al] recht” zijn (vers 55De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
)
. God wil dat we ons denken richten op Hem en Christus. Dan zijn onze gedachten recht. Dit vers laat zien dat de gedachten of bedoelingen van goede mensen gericht zijn op wat recht is voor God, voor andere mensen en voor zichzelf.

Bij goddelozen is het tegenovergestelde het geval. Hun “wijze raadgevingen … zijn bedrog”. Hun gedachten zijn alleen maar slecht. Daarom kunnen hun raadgevingen alleen maar tot het kwaad leiden. De oorzaak daarvan is dat zij geen verbinding met God hebben. Zij hebben een verdorven hart en wat kan daaruit anders komen dan bitter water (Jr 17:99Arglistig is het hart, boven alles,
ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
; Mt 15:1919Want uit het hart komen voort boze overleggingen, moorden, overspel, hoererijen, diefstallen, valse getuigenissen, lasteringen.)
. Terwijl de rechtvaardigen hun zinnen erop zetten anderen goed te doen, zetten goddelozen hun zinnen erop anderen kwaad te doen.

Nehemia was zo’n rechtvaardige. Van hem wordt door zijn vijanden gezegd dat hij “gekomen was om het goede te zoeken voor de Israëlieten” (Ne 2:1010Toen Sanballat, de Horoniet, en Tobia, de Ammonitische dienaar, [dat] hoorden, was het volstrekt kwalijk in hun ogen dat er iemand gekomen was om het goede te zoeken voor de Israëlieten.). Ook Mordechai en Esther hebben het goede voor hun volk gezocht. Daartegenover staat wat Haman bedacht. Hij deed uit ‘vaderlandsliefde’ het voorstel aan koning Ahasveros om de Joden om te brengen (Es 3:8-98Toen zei Haman tegen koning Ahasveros: Eén volk is er dat verstrooid en verspreid is onder de volken in alle gewesten van uw koninkrijk. Hun wetten zijn anders dan [die van] alle volken en er is niemand die de wetten van de koning uitvoert. Het past de koning niet hen met rust te laten.9Als het de koning goeddunkt, laat er dan geschreven worden dat men hen ombrengt. Dan zal ik tienduizend talent zilver afwegen op de handen van hen die het werk doen, om die naar de schatkist van de koning te brengen.). Dezelfde geest bezat Herodes. Hij zei dat hij het Kind wilde aanbidden, terwijl hij Het in werkelijkheid wilde vermoorden (Mt 2:8,168en hij zond hen naar Bethlehem en zei: Gaat heen en vraagt nauwkeurig naar het Kind; en als u Het vindt, bericht het mij, opdat ik ook kom om Het te huldigen.16Toen werd Herodes, daar hij zag dat hij door de wijzen was misleid, zeer toornig; en hij zond [knechten] en doodde alle jongens die in Bethlehem en in het hele gebied daarvan waren, van twee jaar en daaronder, overeenkomstig de tijd die hij bij de wijzen nauwkeurig onderzocht had.). Achitofel gaf Absalom “goede raad” (2Sm 17:1414Toen zei Absalom, met alle mannen van Israël: De raad van Husai, de Archiet, is beter dan de raad van Achitofel. De HEERE had het echter [zo] beschikt om de goede raad van Achitofel te verijdelen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom zou brengen.) hoe hij zijn vader David kon uitschakelen en het koningschap kon veroveren (2 Samuel 16-17).

De woorden zijn het natuurlijke middel om gedachten (vers 55De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
)
bekend te maken (vers 66De woorden van de goddelozen loeren op bloed,
maar de mond van de oprechten zal hen redden.
)
. “De woorden van de goddelozen” zijn als een hinderlaag. Het levendige beeld van het “loeren op bloed” houdt in dat de goddelozen valse beschuldigingen uiten als een valkuil voor de oprechten. Ze handelen welbewust, niet in een opwelling, en zijn kinderen van hun vader, de duivel, die een mensenmoordenaar is vanaf het begin (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.). Veel goddeloze getuigen hebben tegen de Heer Jezus woorden gesproken om Hem veroordeeld te krijgen. Ze legden Hem valstrikken en wilden Hem op Zijn woorden vangen (Lk 20:20-2120En om [op Hem] te letten zonden zij spionnen uit, die zich voordeden alsof zij rechtvaardig waren, om Hem op een woord te vatten, ten einde Hem aan de overheid en het gezag van de stadhouder over te leveren.21En zij vroegen Hem aldus: Meester, wij weten dat U rechtuit spreekt en zonder aanzien des persoons de weg van God in waarheid leert.).

“De oprechten”, die door tucht en onderwijs kennis en ervaring hebben opgedaan, zijn in staat om valstrikken van de goddelozen te vermijden. Zij vermijden niet alleen woorden waaruit bloed voortkomt, maar gebruiken de macht van het woord om hen die door de woorden van de goddelozen gevangen zijn, daaruit te redden. Mordechai heeft gepleit bij Esther en Esther bij de koning om de Joden te redden van Hamans list om de Joden uit te roeien (Es 4:7-147vertelde Mordechai hem alles wat hem was overkomen, en de bijzonderheden van het zilver dat Haman had gezegd te zullen afwegen voor de schatkist van de koning, voor het ombrengen van de Joden.8En hij gaf hem een afschrift van de tekst van de wet die was uitgevaardigd in Susan om hen weg te vagen. Hij moest [die] aan Esther laten zien, het haar vertellen en haar opdracht geven naar de koning te gaan om hem om genade te smeken en bij hem te pleiten voor haar volk.9Hatach kwam [terug] en vertelde Esther de woorden van Mordechai.10Toen sprak Esther tot Hatach en gaf hem opdracht tegen Mordechai [te zeggen]:11Alle dienaren van de koning en de bevolking van de gewesten van de koning weten dat voor ieder, man of vrouw, die naar de koning gaat, in het binnenste voorhof, en die niet geroepen is, zijn enige vonnis is dat men [hem] doodt, tenzij de koning hem de gouden scepter toereikt; dan zal hij in leven blijven. En wat mij betreft, ik ben nu al dertig dagen niet geroepen om naar de koning te komen.12En ze vertelden Mordechai de woorden van Esther.13Mordechai zei dat ze Esther moesten antwoorden: Beeld je niet in dat jij [als enige] van alle Joden zult ontkomen, [omdat je] in het huis van de koning [bent].14Want als je je in deze tijd in diep stilzwijgen hult, dan zal er vanuit een andere plaats verlichting en verlossing voor de Joden komen, maar jij en het huis van je vader zullen omkomen. En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze Koninklijke [waardigheid] gekomen bent.; 7:4-64Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, om te worden weggevaagd, gedood en omgebracht. Zouden wij als slaven en als slavinnen verkocht zijn, [dan] zou ik hebben gezwegen, hoewel [ook dan] de tegenstander de schade voor de koning zeker niet zou kunnen vergoeden.5Toen sprak koning Ahasveros en zei tegen koningin Esther: Wie is hij en waar is hij die zijn hart vervuld heeft om zo te handelen?6Esther zei: De man, de tegenstander en vijand, is deze slechte Haman. Toen werd Haman door angst overvallen in de tegenwoordigheid van de koning en de koningin.).

De Heer Jezus heeft als de volmaakt Oprechte steeds door Zijn wijze antwoorden Zijn tegenstanders beschaamd gemaakt. Ze hebben op Zijn bloed geloerd, maar nooit hebben ze Hem kunnen vangen op iets wat Hij zei. Zij hebben Hem ten slotte kunnen doden omdat Hij Zich naar de wil van God in hun handen overgaf. Toen pas konden ze met Hem doen wat zij wilden: Zijn bloed vergieten.

De bozen zijn erop uit anderen kwaad te doen, terwijl de oprechten erop uit zijn anderen te redden van het kwaad. De laatsten worden geleid door de Heilige Geest, Die leven bewerkt. Zij spreken vanuit hun nieuwe leven en laten daardoor zien dat Christus hun leven is. Als zij vanwege hun getuigenis gedood worden, zullen ze door het getuigenis van hun mond van de eeuwige dood gered worden. Zij worden door hun woorden gerechtvaardigd (Mt 12:3636Ik zeg u echter, dat van elk zinloos woord dat de mensen zullen spreken, zij rekenschap zullen geven in [de] dag van [het] oordeel.).

Na de gedachten in vers 55De gedachten van de rechtvaardigen zijn [een en al] recht,
de wijze raadgevingen van de goddelozen zijn bedrog.
en de woorden in vers 66De woorden van de goddelozen loeren op bloed,
maar de mond van de oprechten zal hen redden.
zien we in vers 77De goddelozen worden omvergeworpen, zodat zij er niet [meer] zijn,
maar het huis van de rechtvaardigen zal blijven staan.
het einde van de goddelozen en de rechtvaardigen. Het is de tegenstelling tussen wat verdwijnt en wat blijft. De goddelozen verdwijnen doordat God hen met macht omverwerpt. Ze kunnen een nog zo machtig imperium hebben opgebouwd en de indruk wekken dat niets en niemand hen kan bedreigen, maar ze hebben hun hele bestaan op zand gebouwd.

Uit het beeld van het lot van de goddelozen, dat zij “omvergeworpen” worden, straalt kracht. Het betekent een volledige verdelging, die doet denken aan wat God met Sodom en Gomorra deed (Gn 19:2525Hij keerde deze steden en heel de vlakte ondersteboven, met alle inwoners van de steden en het gewas op het land.). De goddelozen verdwijnen van het wereldtoneel zonder iets achter te laten wat van blijvende waarde is.

Daartegenover staat “het huis van de rechtvaardigen”. Het huis betekent de familie, zoals we lezen dat Noach en zijn huis werden gered (Hb 11:77Door [het] geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke aanwijzing ontvangen had over de dingen die nog niet gezien werden, eerbiedig een ark gereed gemaakt tot behoudenis van zijn huis, waardoor hij de wereld veroordeelde en een erfgenaam werd van de gerechtigheid die naar [het] geloof is.). Het huis wil zeggen het nageslacht. Het huis van de rechtvaardigen zal blijven staan, omdat het fundament ervan Christus, de Rots, is. Daardoor zal het in tijden van nood blijven staan, wat betekent dat het altijd zal blijven staan. Het tekent het blijvende gevolg van gerechtigheid tegenover het kortstondige verblijf op aarde van de goddelozen. (Mt 7:24-2724Ieder dan die deze Mijn woorden hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een wijs man, die zijn huis op de rots heeft gebouwd;25en de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en beukten tegen dat huis; en het viel niet, want het was op de rots gegrondvest.26En ieder die deze Mijn woorden hoort en ze niet doet, zal vergeleken worden met een dwaas man, die zijn huis op het zand heeft gebouwd;27en de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis; en het viel, en zijn val was groot.).

Bij “het huis van de rechtvaardigen” kunnen we ook nog denken aan het huis van Israël in de toekomst. Dat huis zal alleen uit rechtvaardigen bestaan (Js 60:2121Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.
Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant,
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.
)
, want het wordt gevormd door een gelovig overblijfsel uit Israël. Dit overblijfsel is door God gevormd en beschermd tijdens de grote verdrukking. Aan hen, die het nieuwe Israël zijn, maakt God Zijn beloften waar. Hun huis blijft gedurende het duizendjarig vrederijk staan. De goddelozen zijn de afvallige massa van de Joden die samen met de antichrist aan het einde van de grote verdrukking omvergeworpen zullen worden en voorgoed van het wereldtoneel zullen verdwijnen.


Lof of verachting oogsten

8Naar de mate van zijn verstand wordt iemand geprezen,
maar wie verkeerd van hart is, zal tot verachting worden.

De term voor “verstand” verwijst naar het vermogen om helder te denken. Uit dit gezegde blijkt de waardering voor helder denken. Het gaat hier niet om intelligentie. Bij de geboorte krijgt ieder een bepaalde mate van verstand in de zin van intelligentie. Daarvan zegt God in Zijn Woord van alle mensen dat zij “verduisterd in hun verstand” zijn (Ef 4:1818verduisterd in hun verstand, vreemd aan het leven van God, wegens de onwetendheid die in hen is, wegens de verharding van hun hart.) en dat er niemand is die verstandig is (Rm 3:1111er is niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt;). Het verstand dat hier wordt bedoeld, is het denken dat iemand krijgt als hij zich bekeert en nieuw leven ontvangt. Dan krijgt hij het “denken van Christus” (1Ko 2:1616Want ‘wie heeft [het] denken van [de] Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten?’ Maar wij hebben [het] denken van Christus.).

De gelovige heeft “het verstand” gekregen waardoor hij “de Waarachtige” kent (1Jh 5:2020En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons [het] verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en [het] eeuwige leven.). Voor de praktijk betekent het dat iemand door dit nieuwe verstand God en Christus beter kan leren kennen. Dat staat open voor iedere gelovige, ongeacht de mate van intelligentie. “Naar de mate” dat hij Hen heeft leren kennen en dat in zijn woorden en daden laat zien, zal hij “geprezen” worden. Mensen zullen de weldadige uitwerking opmerken, hoewel ze misschien innerlijk vijandig tegenover het evangelie blijven staan. De Heer Jezus is geprezen voor Zijn woorden en daden, hoewel dat niet tot een nationale bekering heeft gevoerd, maar het volk Hem uiteindelijk zelfs heeft verworpen en vermoord.

Bij “wie verkeerd van hart is”, ontbreekt het vermogen om de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn. Hij keert zich tegen God en Christus en Gods volk. Verkeerd van hart wil zeggen een hart dat afgeweken, krom, gebogen, ontaard, is. Het is afgeweken van Gods Woord. Iemand die verkeerd van hart is, hoeft geen gebrek aan logisch denkvermogen te hebben. Hij kan zelfs bijzonder intelligent zijn. Het gaat om zo te zeggen om de aard van het beestje. Omdat hij verkeerd van hart is, maakt hij verkeerde keuzes. Daardoor haalt hij zich de verachting van zijn medemensen op de hals. Abimelech was zo’n verkeerde van hart (Ri 9:1-61En Abimelech, de zoon van Jerubbaäl, ging naar Sichem, naar de broers van zijn moeder, en hij sprak tot hen en tot heel het geslacht van de familie van zijn moeder:2Spreek toch ten aanhoren van alle burgers van Sichem: Wat is beter voor u? Dat zeventig mannen, allemaal zonen van Jerubbaäl, over u heersen, of dat één man over u heerst? Bedenk daarbij dat ik uw beenderen en uw vlees ben.3Toen spraken de broers van zijn moeder ten aanhoren van alle burgers van Sichem al deze woorden over hem. En hun hart neigde zich naar Abimelech, want zij zeiden: Hij is onze broeder.4Zij gaven hem zeventig zilverstukken uit het huis van Baäl-Berith, en daarmee huurde Abimelech lichtzinnige leeglopers in, die hem volgden.5Toen kwam hij in het huis van zijn vader in Ofra en doodde zijn broers, de zonen van Jerubbaäl, op één [en dezelfde] steen: zeventig mannen. Maar Jotham, de jongste zoon van Jerubbaäl, bleef over, omdat hij zich had verborgen.6Daarop verzamelden zich alle burgers van Sichem en heel Beth-Millo. Zij gingen [op weg] en maakten Abimelech koning bij de hoge eik die bij Sichem staat.).


Nederigheid, zorg en ijver

9Beter af is wie zichzelf geringschat, maar een knecht heeft,
dan wie zich groot voordoet, maar gebrek [heeft] aan brood.
10De rechtvaardige kent het leven van zijn vee,
maar barmhartigheid van goddelozen is meedogenloos.
11Wie zijn land bewerkt, zal met brood verzadigd worden,
maar wie leeglopers navolgt, is [een mens] zonder verstand.

Wie in nederigheid tevreden is met wat hij heeft, is beter af dan de opschepper die honger heeft (vers 99Beter af is wie zichzelf geringschat, maar een knecht heeft,
dan wie zich groot voordoet, maar gebrek [heeft] aan brood.
)
. Het gaat hier om de fraaie schijn die iemand kan ophouden, terwijl hij er in werkelijkheid ellendig aan toe is. Het kan iemand zijn die aan lager wal is geraakt, maar met alle geweld naar de buitenwereld toe zijn stand wil ophouden. Sommige mensen maken van hun leven een holle show. Ze doen alsof ze belangrijke personen zijn. Simon de tovenaar zei van zichzelf “dat hij een groot man was” (Hd 8:99Een man nu, genaamd Simon, bedreef vóór die tijd in de stad toverij en bracht het volk van Samaria buiten zichzelf en zei dat hij een groot man was;).

De les is om met het beetje comfort dat we hebben – een knecht hebben is toch wel gemakkelijk – tevreden te zijn. Het gaat in de eerste plaats om de gezindheid van nederigheid, om het zichzelf geringschatten. Wie echter in weelde wil leven en zich van alle gemakken wil voorzien en zich daarvoor in de schulden steekt, terwijl hij niet in de basisbehoeften van zijn gezin kan voorzien, is dwaas. Met een op de pof gekochte caravan kun je je maag niet vullen.

Het vers is een waarschuwing tegen grootdoenerij, opschepperij. God kijkt naar de nederige, “maar de hoogmoedige kent Hij van verre” (Ps 138:66Want de HEERE is verheven;
toch ziet Hij om naar de nederige,
maar de hoogmoedige kent Hij van verre.
)
. De hoogmoed van het leven “is niet uit de Vader, maar is uit de wereld” (1Jh 2:1616Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.). God is dicht bij de nederige. Bij hem woont Hij, daar voelt Hij Zich als het ware net zo thuis als in de hemel (Js 57:1515Want zo zegt de Hoge en Verhevene,
Die [in] de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is:
Ik woon [in] de hoge hemel en [in] het heilige,
en bij de verbrijzelde en nederige van geest,
om levend te maken de geest van de nederigen,
en om levend te maken het hart van de verbrijzelden.
)
. Maar er is een enorme afstand tussen Hem en de hoogmoedige, die ziet Hij in de verte.

Zoals God zorgt voor de dieren, bijvoorbeeld de mussen (Mt 10:28-3128En weest niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden, maar weest veeleer bang voor Hem Die zowel ziel als lichaam kan verderven in [de] hel.29Worden niet twee musjes voor een penning verkocht? En niet een van hen zal op de aarde vallen zonder uw Vader.30Van u echter zijn zelfs de haren van uw hoofd alle geteld.31Weest dan niet bang; u gaat vele musjes te boven.; Ps 147:99Die aan het vee zijn voedsel geeft
en aan de jonge raven wanneer zij roepen.
; 36:66HEERE, Uw goedertierenheid [reikt tot] in de hemel,
Uw trouw tot de wolken.
)
, doet de rechtvaardige dat ook (vers 1010De rechtvaardige kent het leven van zijn vee,
maar barmhartigheid van goddelozen is meedogenloos.
)
. Dat God onze aandacht vestigt op Zijn zorg voor de dieren, is om ons te laten zien dat Zijn zorg voor de mens nog veel groter is dan die voor de dieren. De Heer Jezus zegt, nadat Hij over Gods zorg voor de raven heeft gesproken: “Hoe ver gaat u de vogels te boven!” (Lk 12:2424Let op de raven: dat zij niet zaaien en niet maaien, die geen voorraadkamer en geen schuur hebben, en God voedt ze; hoe ver gaat u de vogels te boven!).

Dat moeten we bedenken in een tijd dat men van alles doet om dieren een ‘menselijk bestaan’ te geven, terwijl men baby’s in de moederschoot doodt. Dit soort ‘barmhartigheid’ kenmerkt de goddelozen, terwijl zij meedogenloos zijn tegenover het meest weerloze dat er is. De zogenaamde barmhartigheid van een goddeloze dierenactivist is wreed. Dat blijkt uit zijn verwoesting van bezittingen of zelfs mensenlevens van hen die in zijn ogen verkeerd met dieren omgaan en dat rechtvaardigt door zijn bewering voor de rechten van het dier op te komen.

Dat neemt niet weg dat Gods zorg ook naar de dieren uitgaat. Mededogen voor dieren toont iemands karakter. Het gaat wel om “zijn vee”, dus zijn eigen vee, en niet om dierenwelzijn in het algemeen. Nog minder is het een oproep om een partij voor de dieren op te richten om zo de dieren ‘een stem’ te geven. Wat we ons bewust moeten zijn, is dat we met de dieren delen dat wij en zij door dezelfde Schepper zijn gemaakt. Dieren zijn medeschepselen van de mens en dat moet onze houding ten opzichte van hen bepalen. God heeft bijvoorbeeld voor de mens een rustdag bepaald, maar daarbij tevens laten vastleggen dat ook de dieren op die dag moeten rusten (Ex 20:8-118Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt.9Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,10maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. [Dan] zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, [noch] uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.11Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.).

Dieren zijn aan de mens gegeven om hem te dienen en ook tot voedsel, niet om ze te misbruiken. De rechtvaardige zorgt niet alleen voor zijn vee, maar hij “kent het leven van zijn vee”. Hij zal er rekening mee houden wat een dier kan en nodig heeft (Gn 24:3232Toen ging die man mee naar het huis. Men zadelde de kamelen af, gaf de kamelen stro en voer, en bracht water om zijn voeten en de voeten van de mannen die bij hem waren te wassen.; 33:13-1413Hij zei echter tegen hem: Mijn heer weet dat de kinderen zwak zijn, en dat ik zogend kleinvee en [zogende] runderen bij mij heb; als men die maar één dag opjaagt, zal al het kleinvee sterven.14Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit gaan; ik wil op mijn gemak verdergaan, naar de gang van het vee dat voor mij is en naar de gang van de kinderen, totdat ik bij mijn heer in Seïr kom.). Als een lastdier bezwijkt, zelfs al is het dier eigendom van een vijand, dan moeten we het helpen (Ex 23:55Wanneer u de ezel van iemand die u haat, onder zijn last ziet liggen, moet u zich ervan weerhouden om het aan hem over te laten. U moet [de ezel] beslist samen met hem overeind helpen.). Als God Ninevé spaart, houdt Hij ook rekening met de dieren (Jn 4:1111Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linker[hand] niet weten, en [daarbij] veel vee?). De rechtvaardige zal het dier te eten geven als het werkt (vgl. Dt 25:44Een rund mag u niet muilkorven als hij aan het dorsen is.). In dit alles toont hij de gelijkenis met God Die ook zorgt voor Zijn schepping met de volmaakte kennis die Hem eigen is, waardoor Hij weet wat elk schepsel kan en nodig heeft.

De bedoeling van het vers is erop te wijzen dat de rechtvaardige voor iedereen goed is, zelfs voor zijn vee, hoeveel te meer dan voor zijn naaste. Daartegenover staat de wreedheid van de goddelozen, zelfs tegenover mensen, zijn naasten. In zijn innerlijk is geen barmhartigheid, maar zijn binnenste is verhard.

Het land of de grond bewerken (vers 1111Wie zijn land bewerkt, zal met brood verzadigd worden,
maar wie leeglopers navolgt, is [een mens] zonder verstand.
)
is geen gevolg van de zondeval, maar is een opdracht van God aan Adam die dateert van vóór de zondeval (Gn 2:1515De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden.). Na de zondeval bleef de opdracht om te werken, al werd het werken zwaarder (Gn 3:1919In het zweet van uw gezicht zult u brood eten,
totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent;
want stof bent u
en u zult tot stof terugkeren.
; Js 28:23-2623Neem ter ore en luister naar mijn stem,
sla er acht op en luister naar mijn woorden!
24Ploegt de ploeger heel de dag door om te zaaien?
Blijft hij zijn land [altijd maar] openleggen en eggen?
25Is het niet zo: heeft hij de bovenlaag ervan geëffend,
dan strooit hij wikke uit, zaait er komijn op,
en zet tarwe op rij, gerst per vak,
en spelt aan de rand?
26Zijn God onderwijst hem
over de juiste wijze. Hij onderwijst hem.
)
. Wat ook bleef, is de belofte dat werken loont. Er is loon voor het bewerken van het land in de vorm van brood. Wie dat erkent en daarom werkt, zal met brood verzadigd worden.

Dit beginsel geldt ook voor het werk dat we voor de Heer doen. We worden opgeroepen altijd overvloedig te zijn in het werk voor de Heer en mogen weten dat dit niet tevergeefs is, maar beloond zal worden (1Ko 15:5858Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in [de] Heer.). Iedere gelovige heeft een stuk ‘land’ om te bewerken (2Ko 10:1313Maar wij zullen niet roemen buiten de maat; maar naar de maat van het arbeidsterrein dat God ons als maat heeft toebedeeld, om ook u te bereiken.). Als hij een gezin heeft, is dat ‘land’ in de eerste plaats zijn gezin. Daaraan zal hij aandacht moeten geven en tijd moeten investeren. Ook in de gemeente moet werk worden gedaan. Wie zijn taak trouw verricht, zal door de Heer beloond worden.

Tegenover het bewerken van het land staat het navolgen van “leeglopers”. Leeglopers zijn mensen die ‘ijdele dingen’ of ‘lege dingen’ nalopen, ofwel fantasieën of dromen. Wie zich graag bij zulke mensen aansluit, bewijst daarmee dat hij ‘werkschuw’ is. Het gezelschap van leeglopers bestaat uit leeghoofden, dat zijn hoofden “zonder verstand”. Er is geen aandacht voor God en Zijn Woord. God heeft gezegd dat wie niet wil werken, ook niet zal eten (2Th 3:10-1210Immers, toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen: Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.11Want wij horen dat sommigen onder u ongeregeld wandelen door niet te werken, maar zich met andere zaken te bemoeien.12Zulke [mensen] nu bevelen en vermanen wij in [de] Heer Jezus Christus, dat zij rustig werkend hun eigen brood eten.). Dat zullen de leeglopers zeker een keer tot hun schande ervaren.


Vrucht en ontkomen

12Wat de goddeloze begeert, is een vangnet van kwaad,
maar de wortel van de rechtvaardigen brengt [vrucht] voort.
13In de overtreding van de lippen ligt een kwade valstrik,
maar de rechtvaardige ontkomt aan de benauwdheid.
14Door de vrucht van [zijn] mond wordt iemand met goed verzadigd,
en wat mensenhanden verdienen, keert bij hem terug.

“De goddeloze” heeft begeerten (vers 1212Wat de goddeloze begeert, is een vangnet van kwaad,
maar de wortel van de rechtvaardigen brengt [vrucht] voort.
)
. Die begeerten vormen een vangnet waarin kwaad wordt gevangen en vastgehouden. Met de goddeloze wordt vooral de antichrist bedoeld, want die is de belichaming van het kwaad. Alles wat hij begeert, is kwaad. Er is niets goeds in die man. Hij is een gevangene van het kwaad, hij kan er niet van loskomen, en zelf houdt hij het kwaad gevangen, hij wil het niet loslaten. Ieder die hem volgt, vertoont hetzelfde kenmerk.

Het kwaad wordt bedreven en de slachtoffers of de geroofde goederen worden door hem omsloten in zijn “vangnet”. Dood en verderf zijn de resultaten van zijn werk, zowel wat zijn slachtoffers betreft als wat hem persoonlijk betreft, want hij zal omkomen in het kwaad waarin hij gevangenzit.

Tegenover de boze begeerten van de goddeloze staat “de wortel van de rechtvaardigen” met een overeenkomstige vrucht. Vrucht voortbrengen is geen activiteit, maar het gevolg van de wortel die in goede grond zit en goede voeding krijgt. De rechtvaardigen hebben hun wortel in Christus (Ko 2:6-76Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, ontvangen hebt, wandelt in Hem,7terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging.). De Heer Jezus zegt dat wie in Hem zijn verblijf heeft en in wie Hij is, veel vrucht draagt (Jh 15:55Ik ben de wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u helemaal niets doen.). Het gaat dus om het hebben van een levende verbinding met Christus.

“De overtreding van de lippen” gebeurt als er onbezonnen uitspraken worden gedaan en zeker ook als er bewust gelogen wordt (vers 1313In de overtreding van de lippen ligt een kwade valstrik,
maar de rechtvaardige ontkomt aan de benauwdheid.
)
. Dan ligt er “een kwade valstrik” in wat is gezegd. Wie overtreedt in wat er over zijn lippen komt, loopt gevaar daarop afgerekend te worden. Soms probeert een politicus door een hele woordenstroom zijn uitspraken te nuanceren. Het kan gebeuren dat dit niet overtuigt en dan moet hij het veld ruimen. De leugen van een Amelekiet tegen David over de dood van Saul werd zijn dood, terwijl hij dacht een beloning te krijgen (2Sm 4:9-129Maar David antwoordde Rechab en zijn broer Baëna, de zonen van Rimmon, uit Beëroth en zei tegen hen: [Zo waar] de HEERE leeft, Die mijn leven uit alle nood verlost heeft,10voorwaar, hij die mij vertelde: Zie, Saul is dood, hem heb ik gegrepen en in Ziklag gedood, hoewel hij in eigen oog iemand was die een goede boodschap bracht, en [dacht] dat ik hem een bodeloon zou geven.11Hoeveel te meer nu goddeloze mannen een rechtvaardig man in zijn huis op zijn slaapplaats hebben gedood! Nu dan, zou ik zijn bloed niet van uw handen afeisen en u van de aarde wegdoen?12Toen gaf David zijn knechten bevel en zij doodden hen. Zij hakten hun handen en hun voeten af en hingen hen op bij de vijver in Hebron. Het hoofd van Isboseth namen zij echter mee en begroeven het in het graf van Abner in Hebron.).

“De rechtvaardige” zal niet in de problemen raken door wat hij zegt. Hij weet wat hij wel en niet moet zeggen. Daardoor ontkomt hij “aan de benauwdheid”. Hij hoeft zich nergens uit te praten of zich te rechtvaardigen. Wat hij zegt, is in overeenstemming met de waarheid. Daarom is het niet mogelijk hem klem te praten.

De taal van de rechtvaardige wordt vergeleken met “de vrucht van [zijn] mond” (vers 1414Door de vrucht van [zijn] mond wordt iemand met goed verzadigd,
en wat mensenhanden verdienen, keert bij hem terug.
)
. Wie in zijn taalgebruik de waarheid in liefde spreekt, zal “met goed verzadigd” worden. Goede taal geeft grote voldoening. God heeft de mens een mond gegeven opdat daaruit vrucht voor Hem zou voortkomen, dat wil zeggen lofprijzing, “[de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden” (Hb 13:1515Laten wij <dan> door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden.). God reageert daarop en geeft een verzadiging in het hart dat die vrucht heeft voortgebracht.

Ook in het algemeen zal er zegen of het goede zijn voor iemand die in een gesprek wijs en verstandig is, terwijl hij God eert. Een goede raad, een gezonde lering die wordt doorgegeven, is een vrucht van de mond. De mond wordt hier vergeleken met een boom die vruchten voortbrengt. Vrucht veronderstelt groei, schoonheid en de bekwaamheid om anderen voldoening te geven. Vrucht vraagt erom gegeten te worden. Woorden kunnen worden gegeten (Jr 15:1616[Zodra] Uw woorden gevonden werden, at ik ze op.
Uw woord was mij tot vreugde
en tot blijdschap in mijn hart,
want Uw Naam is over mij uitgeroepen,
HEERE, God van de legermachten.
)
.

Timotheüs was opgevoed in “de woorden van het geloof en van de goede leer” die hij nauwkeurig had nagevolgd (1Tm 4:44Want al [het] door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen,). Daardoor kon hij die als de vrucht van zijn mond doorgeven. Jozua en Kaleb hebben goede woorden over het land gesproken en zijn “met goed verzadigd”.


De wijze en schrandere tegenover de dwaas

15De weg van de dwaas is juist in zijn [eigen] ogen,
maar wie naar raad luistert, is wijs.
16De toorn van de dwaas wordt dezelfde dag bekend,
maar wie schrander is, bedekt schande.

De dwaas is zo ingesteld, dat hij alleen op zichzelf vertrouwt (vers 1515De weg van de dwaas is juist in zijn [eigen] ogen,
maar wie naar raad luistert, is wijs.
)
. Hij bepaalt zelf zijn weg die dan in zijn eigen ogen ook helemaal juist is. Hij volgt zijn eigen manier en zal niet naar advies luisteren. “De weg van de dwaas” wordt gekenmerkt door halsoverkop acties. Hij zet die acties door, ondanks goede raad om het niet te doen. Zelfs als hij lang over een bepaalde weg zou nadenken en alle argumenten voor en tegen zou hebben afgewogen, is het nog een halsoverkop besluit, want hij duldt geen enkel advies. Hij heeft een hoge pet op van zichzelf en zijn verstand. Dat is het wezen van dwaasheid. God speelt voor hem geen enkele rol want Hij bestaat voor hem niet eens (Ps 14:11Een psalm van David, voor de koorleider.
De dwaas zegt in zijn hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
)
.

Mensen tonen hun (on)volwassenheid door hoe ze reageren op adviezen. Een redelijk denkend mens, dat wil zeggen een wijs mens, zal goede raad erkennen en aanvaarden, zelfs als hij zelf vaak raad aan anderen geeft. Raad is een toepassing van wijsheid en kennis in een specifieke situatie, gebaseerd op scherpe waarneming of een goed doordachte mening, waarbij ook de mening van anderen wordt betrokken.

Een van de namen van de Heer Jezus is “Raadsman” (Js 9:55Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
)
. Het is vooral belangrijk naar Zijn raad te luisteren. Die raad geeft Hij in Zijn Woord. We doen er ook goed aan bij Godvrezende mensen te rade te gaan of naar hen te luisteren als zij ons ongevraagd raad geven. David heeft naar de goede raad van Abigaïl geluisterd en zich ervan laten weerhouden om Nabal te doden toen hij naar hem onderweg was (1Sm 25:32-3532Toen zei David tegen Abigaïl: Gezegend zij de HEERE, de God van Israël, Die u op deze dag mij tegemoet gezonden heeft!33Gezegend is uw raad en gezegend bent u, dat u mij op deze dag verhinderd hebt om tot bloedschuld te komen, en mijn [eigen] hand mij verlossing geschonken zou hebben!34Want zeker, [zo waar] de HEERE leeft, de God van Israël, Die mij verhinderd heeft u kwaad te doen: wanneer u zich niet gehaast had mij tegemoet te komen, dan was er van Nabal niet [één] man tot aan het morgenlicht overgebleven!35Toen nam David uit haar hand aan wat zij voor hem meegebracht had, en hij zei tegen haar: Ga in vrede naar uw huis; zie, ik heb naar uw stem geluisterd en ben u ter wille.).

De dwaas maakt zichzelf als dwaas bekend door zijn toorn, die “dezelfde dag bekend” wordt, dat wil zeggen dat zijn toorn direct ontvlamt (vers 1616De toorn van de dwaas wordt dezelfde dag bekend,
maar wie schrander is, bedekt schande.
; vgl. Pr 7:99Wees niet te snel geërgerd in uw geest,
want ergernis rust in de boezem van dwazen.
)
. Hij is altijd heetgebakerd en overtuigd van zijn eigen gelijk. Als hij wordt tegengesproken, reageert hij als door een wesp gestoken. Hij heeft een kort lontje en explodeert terstond. Bezonnenheid en bedachtzaamheid ontbreken bij hem. Daardoor wordt zijn schande openbaar. Een uitbarsting van woede oogst geen bewondering, maar verachting. Sauls momenten van razernij waren hem tot schande.

Wie schrander is, beheerst zich en bedekt daardoor schande, hij stelt zich daar niet aan bloot. Hij is in staat om met kritiek om te gaan zonder instinctief en irrationeel te reageren. Het is niet zozeer dat de schrandere man zijn woede of gevoelens onderdrukt, maar dat hij daar bedachtzaam mee omgaat en die voor zichzelf houdt. Hij kent zichzelf en weet dat hij zich kan vergissen. Hij zal, als hij wordt tegengesproken, de zaak nog eens bij zichzelf overwegen en niet impulsief reageren. We zien hierin zelfbeheersing, een vrucht van de Geest (Gl 5:2222Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.).


Spreken gebeurt vanuit het hart

17Wie waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend,
maar een valse getuige bedrog.
18Er zijn er die als met dolksteken praten, ondoordacht,
maar de tong van de wijzen betekent genezing.
19Een waarachtige lip houdt voor eeuwig stand,
maar een valse tong [slechts] voor een ogenblik.
20Bedrog is in het hart van wie kwaad smeden,
maar wie vrede aanraden, hebben blijdschap.

Als iemand “waarheid voortbrengt” (vers 1717Wie waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend,
maar een valse getuige bedrog.
)
, komen er woorden uit zijn mond die eigen zijn aan de Goddelijke natuur die hij bezit. Hij kan niet anders dan “gerechtigheid” bekendmaken. Waarheid voert tot het bekendmaken van gerechtigheid. Gerechtigheid kan alleen gerechtigheid worden genoemd als het uit de waarheid voortkomt. Gezien het contrast met de tweede versregel, waarin het gaat over “een valse getuige”, kunnen we aan een rechtszaak denken. Maar het kan ook breder worden toegepast.

De waarachtige of waarheidsgetrouwe getuige is betrouwbaar omdat hij de waarheid vertelt. Hij geeft de juiste kijk op de zaak. Wie de waarheid voortbrengt, zal het recht niet buigen, maar bekendmaken.

Een valse getuige doet de waarheid geweld aan. Hij pleegt “bedrog” ten aanzien van de feiten. Hij liegt daarover. We kunnen ons allemaal wel eens vergissen in het weergeven van bepaalde feiten. Maar bedrog is doelbewust een andere voorstelling van zaken geven, en dat als getuige, dan met de werkelijkheid overeenkomt.

De Heer Jezus heeft altijd waarheid voortgebracht en daarmee gerechtigheid bekendgemaakt. Hij heeft ook te maken gehad met valse getuigen. Het een roept het ander op. Wie niet voor de waarheid wil buigen, gaat liegen tegen en over de waarheid.

Het gaat in vers 1717Wie waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend,
maar een valse getuige bedrog.
over iemands karakter, wat hem bezielt en wat hij als gevolg daarvan voortbrengt. Wat we zeggen, maakt duidelijk wie we zijn. Waarheid voortbrengen wil zeggen dat het van binnen komt. Johannes de doper bracht de waarheid van God over het huwelijk voort door Herodes bekend te maken met Gods gerechtigheid over zijn ongeoorloofde verhouding met de vrouw van zijn broer (Mk 6:1818Want Johannes had tot Herodes gezegd: Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.).

Woorden kunnen als “dolksteken” werken (vers 1818Er zijn er die als met dolksteken praten, ondoordacht,
maar de tong van de wijzen betekent genezing.
)
. Woorden die haastig en ondoordacht worden gesproken (Lv 5:44Of als een persoon zweert om iets goeds te doen of iets kwaads, terwijl de woorden onbedacht over zijn lippen komen – naar alles wat de mens ondoordacht in een eed kan uitspreken – hoewel het voor hem verborgen is, en hij het [later] te weten komt, dan is hij [toch] aan een van die [woorden] schuldig.; Nm 30:66Maar als zij een man heeft, en haar geloften of de onbezonnen uitspraak van haar lippen, waarmee zij een verplichting op zich genomen heeft, op haar rusten,), kunnen iemand beschadigen in zijn ziel. Het zijn woorden die verwonden en pijn doen (vgl. Ps 57:55Mijn ziel verkeert te midden van leeuwen,
ik lig [tussen] mensen die verzengen [als vuur],
mensenkinderen van wie de tanden speren en pijlen zijn,
en hun tong een scherp zwaard.
; Ps 59:88Zie, hun mond vloeit over;
zwaarden komen van hun lippen.
Want, [denken zij,] wie hoort het?
; 64:44Zij die hun tong scherpen als een zwaard,
een bitter woord aanleggen [als] hun pijl,
)
. De vijanden van Jeremia zeggen dat ze hem willen “treffen met de tong” (Jr 18:1818Toen zeiden zij: Kom, laten we plannen tegen Jeremia bedenken. Want [het onderwijs in] de wet verdwijnt niet met de priester, evenmin [het geven van] raad met de wijze of het woord met de profeet. Kom, laten we hem treffen met de tong en laten we geen acht slaan op welke van zijn woorden dan ook.). De vrienden van Job hebben veel ware woorden tot Job gesproken, maar het waren woorden als dolksteken. En wat te denken van de vreselijke insinuatie, uitgesproken door de Joden tegen de Heer Jezus, dat Hij uit hoererij geboren zou zijn (Jh 8:4141U doet de werken van uw vader. Zij zeiden <dan> tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader: God.). Wat een dolksteek! En wat een rustige, bedaarde en bezonnen reactie van de Heer. Hun dolksteek maakte duidelijk dat ze duivel als vader hadden en dat zegt de Heer hun dus ook (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.).

Iemand kan met woorden zo kapotgemaakt worden, dat hem het leven onmogelijk wordt gemaakt. Veel mensen kennen de stekende pijn van valse, onvriendelijke, ondoordachte opmerkingen over zijn persoon of over een geliefde. We moeten er ook rekening mee houden dat we het zelf, mogelijk onbewust, ook wel eens hebben gedaan.

Omgekeerd bewerkt wat de wijzen zeggen genezing. Van onszelf hebben we geen “tong van de wijzen”. We kunnen die wel krijgen door van de Heer Jezus te leren, want Hij had die tong. Hij heeft geleerd als een wijze te spreken en is daarin voor ons een voorbeeld. Van Hem kunnen we leren hoe we moeten spreken (Js 50:44De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving,
zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken.
Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor,
zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen.
)
. Dan zullen onze woorden helend zijn, want dan zijn ze betrouwbaar en waarachtig. We spreken zacht en vriendelijk, opbeurend en bemoedigend tot hen die het mikpunt van lasterpraat zijn.

Barnabas had een tong van de wijzen. Hij sprak geruststellende woorden tot de gemeente te Jeruzalem over Paulus (Hd 9:2727Barnabas echter nam hem mee en bracht hem bij de apostelen en vertelde hun, hoe hij onderweg de Heer had gezien, en dat Deze tot hem had gesproken en hoe hij in Damascus vrijmoedig had gesproken in de Naam van Jezus.). De tong moet een helend instrument zijn, zowel voor beschadigde harten van personen als voor kritieke situaties in gemeenten. Dat gebeurt als er een goed woord wordt gesproken, een woord dat opbouwt en genade geeft aan hen die het horen (Ef 4:2929Laat geen vuil woord uit uw mond komen, maar veeleer een dat goed is tot opbouwing waar dat nodig is, opdat het genade geeft aan hen die horen.). Ook een vermanend woord kan dat effect hebben als het op het juiste moment, tegen de juiste persoon en in de juiste gezindheid wordt gezegd.

“Een waarachtige lip”, waarachtigheid, overleeft alle leugens, altijd, en sterft nooit (vers 1919Een waarachtige lip houdt voor eeuwig stand,
maar een valse tong [slechts] voor een ogenblik.
)
. Waarheid is van God. God is de God van de waarheid. Daarom is waarheid verbonden met de eeuwigheid. Wat in waarheid wordt gezegd, zal nooit tenietgedaan worden. Alle aanvallen op de waarheid, alle tegenstand tegen de waarheid, kunnen de waarheid op geen enkele manier ongedaan maken, nooit.

Dat is anders met “de valse tong”, de leugen. Die kan zo oud zijn als de duivel, hij is en blijft een tijdelijke indringer. Leugens kunnen slechts een beperkte tijd een bepaalde macht uitoefenen en zich handhaven. Het is “[slechts] voor een ogenblik”. Deze uitdrukking geeft aan dat het voor niet meer dan voor de duur van een knipoog is. Het is zo kort, dat de tijdsduur niet te berekenen valt (vgl. Jb 20:55het gejuich van de goddelozen van korte duur geweest is,
en de blijdschap van de huichelaar [maar] voor een ogenblik,
)
. Het leven van wie met een valse tong spreekt, is van korte duur in vergelijking met de eeuwigheid die wacht. Alle valse leraren zullen dat ervaren. Hun leugen verdwijnt, terwijl de waarheid blijft.

Iedere gelovige moet een waarachtige lip hebben. Dan spreekt hij de waarheid en die houdt eeuwig stand. Lip staat hier voor de persoon die de lip gebruikt.

Het contrast in vers 2020Bedrog is in het hart van wie kwaad smeden,
maar wie vrede aanraden, hebben blijdschap.
is tussen “kwaad smeden” en “vrede aanraden” en in beide gevallen met het oog op de gevolgen. Omdat er “in het hart” bedrog is, is het hart de smederij van het kwaad. Kwaad vloeit voort uit bedrog. Het gevolg van het beramen van kwaad is alleen maar verdriet en moeite. “Kwaad” houdt hier het idee van pijn in.

Daartegenover staan “wie vrede aanraden”. Vrede, shalom, veroorzaakt geen pijn, maar bewerkt heelheid en welzijn, zowel voor een individu als voor een gemeenschap (Ps 34:1414Behoed je tong voor het kwaad /nun/
en je lippen voor het spreken van bedrog.
; 37:3737Let op de vrome en zie naar de oprechte,/sjin/
want het einde van [die] man zal vrede zijn.
)
. Wie vrede aanraden, zullen de innerlijke tevredenheid oogsten van het doen wat goed is, evenals het plezier van het zien van positieve resultaten.

Het verschil tussen waarheid en leugen is het verschil tussen vrede en oorlog. Alle oorlogen worden uit een leugen geboren, behalve de oorlogen van God. De leugen werd geboren toen de satan God de oorlog verklaarde.


Geen leed treft de rechtvaardige

21De rechtvaardige zal geen enkel leed overkomen,
maar de goddelozen zullen door onheil overstelpt worden.

In dit vers gaat het over het contrast tussen “de rechtvaardige” en “de goddelozen” met betrekking tot leed en onheil. Dat de rechtvaardige “geen enkel leed overkomen” zal, wil zeggen dat hij niet definitief aan het leed ten onder zal gaan. Het leed van de hel zal hem op geen enkele manier treffen omdat Christus de straf over zijn zonden droeg. Hij is een rechtvaardige geworden en leeft als een rechtvaardige.

Het betekent niet dat hij nooit ziek zal worden of iets ergs zal meemaken. Dat zien we bij een man als Job die een rechtvaardige was. Zijn vrienden leggen het onheil dat Job treft wel zo uit. Job moet, zo oordelen zij, wel een goddeloze zijn gezien het leed dat hem overkomt. Het einde van het boek Job laat zien dat God Job rechtvaardigt tegenover zijn vrienden en hem alles dubbel vergoedt wat hem is afgenomen. Het gaat om het goede dat God voor de rechtvaardige op het oog heeft (Gn 50:2020Jullie [weliswaar], jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals [het] op deze dag [is]: om een groot volk in leven te houden.; Rm 8:28,35-3928Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar [Zijn] voornemen zijn geroepen.35Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar of zwaard? –36zoals geschreven staat: ‘Om U worden wij de hele dag gedood; wij zijn geacht als slachtschapen’. –37Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.38Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten,39noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.). God heeft het laatste woord, niet het leed.

Bij de goddelozen is het omgekeerd. Zij kunnen een voorspoedig leven leiden, maar er is in hun voorspoed geen enkele bescherming tegen het onheil. Bescherming is alleen te vinden bij Christus en Hem willen ze niet. Daarom zullen zij uiteindelijk “door onheil overstelpt worden”, zonder enige mogelijkheid tot herstel, laat staan tot het ontvangen van een dubbele zegen. Zij zullen de volle consequenties van hun zondige leven tot in eeuwigheid moeten dragen.


Betrouwbaar handelen en spreken

22Valse lippen zijn voor de HEERE een gruwel,
maar wie betrouwbaar handelen, zijn Hem welgevallig.
23Een schrander mens houdt kennis bedekt,
maar het hart van de dwazen roept dwaasheid uit.

“Valse lippen” spreken voortdurend leugentaal (vers 2222Valse lippen zijn voor de HEERE een gruwel,
maar wie betrouwbaar handelen, zijn Hem welgevallig.
)
. Dat kan gebeuren door leugens te spreken over alledaagse dingen. Het kan ook gebeuren door valse leringen te verkondigen, zoals bijvoorbeeld de roomse kerk dat doet in de verering van Maria. Leugen voor waarheid verkopen is “voor de HEERE een gruwel”. Het is in directe tegenspraak met Zijn natuur als de God van de waarheid. Leugen spreken is een misbruik van de door God gegeven bekwaamheid om te spreken.

Tegenover de valse lippen staan zij die “betrouwbaar handelen”. Zij “zijn Hem welgevallig”, wat staat tegenover wat voor Hem een gruwel is. Met wat een gruwel voor Hem is, heeft Hij geen enkele gemeenschap. Met hen die betrouwbaar handelen kan Hij Zich met vreugde verbinden. Zij spreken niet alleen de waarheid, maar doen de waarheid, ze leven die uit. Woorden en daden, leer en leven, stemmen met elkaar overeen. Wie betrouwbaar handelen, vertonen de kenmerken van Gods Zoon in Wie al Gods welgevallen is.

“Een schrander mens” weerhoudt zich ervan “kennis” tentoon te spreiden (vers 2323Een schrander mens houdt kennis bedekt,
maar het hart van de dwazen roept dwaasheid uit.
)
. Het werkwoord ‘bedekken’ betekent niet dat hij nooit spreekt, maar dat hij voorzichtig, bedachtzaam, met zijn woorden omgaat. Hij zal niet spreken om zijn kennis te etaleren of om zich te wreken op onrecht dat hem is aangedaan. Hij bezit zelfbeheersing om het juiste woord op de juiste tijd in de juiste situatie te zeggen. (Pr 3:7b7een tijd om stuk te scheuren
en een tijd om dicht te naaien,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken;
)
. Elihu kon zijn beurt afwachten om te spreken (Jb 32:44Maar Elihu had met spreken gewacht op Job, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.). Maria bewaarde in haar hart wat de engel haar vertelde (Lk 2:1919Maria echter bewaarde al deze dingen en overwoog ze in haar hart.). Jozef wachtte het juiste moment af om zich aan zijn broers bekend te maken (Gn 42:77Toen Jozef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij deed zich tegenover hen voor als een vreemde en sprak harde [woorden] tot hen. Hij zei tegen hen: Waar komt u vandaan? Zij zeiden: Uit het land Kanaän, om voedsel te kopen.).

Omgekeerd is er in “het hart van de dwazen” dwaasheid die zij niet voor zich kunnen houden, maar uitroepen (Pr 10:33Ook wanneer de dwaas op de weg loopt, ontbreekt zijn verstand: hij zegt tegen iedereen dat hij een dwaas is.). De dwaas ratelt aan één stuk door en zwetst over tal van onderwerpen, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Het is onmogelijk om met hem een goed inhoudelijk gesprek te voeren. Luisteren kan hij niet en op zijn beurt wachten al helemaal niet. Veelpraters verspillen tijd en kwetsen anderen.


Vlijt tegenover ledigheid

24De hand van de vlijtigen zal heersen,
maar ledigheid leidt tot herendienst.

Wie ijverig zijn werk doet, komt vooruit in de maatschappij. Hij zal klimmen op de maatschappelijke ladder en een kaderfunctie krijgen. IJver is de gebruikelijke weg die tot voorspoed leidt. De ijverige is op weg naar de top, maar de luie zakt weg naar een slavenbaan. Voor hem is geen topfunctie weggelegd. Dat heeft hij aan zijn luiheid te wijten. Hij doet niets en heeft nergens zin in. Om toch wat te verdienen moet hij zich aanbieden voor de minste karweitjes.

In het koninkrijk van God gaat het op dezelfde manier. Als we ijverig zijn in het werk van de Heer en werken met onze talenten, zullen we in de toekomst gezag krijgen over steden. Als we lui zijn, krijgen we niets en wordt ons zelfs afgenomen wat we hadden (Mt 25:14-3014Want [het is] als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde.15En de een gaf hij vijf talenten, de ander twee, de derde één, ieder naar zijn eigen bekwaamheid; en hij ging terstond buitenslands.16Hij nu die de vijf talenten had ontvangen, ging heen en handelde daarmee en won er vijf andere bij.17Evenzo won <ook> die met de twee er twee bij.18Degene echter die het ene had ontvangen, ging weg en groef in [de] grond en verborg het geld van zijn heer.19Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.20En hij die de vijf talenten had ontvangen, kwam bij hem en bracht vijf andere talenten en zei: Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, vijf andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen.21Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in.22Degene <nu> met de twee talenten kwam ook bij hem en zei: Heer, twee talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, twee andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen.23Zijn heer zei tot hem: Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in.24Hij nu die het ene talent had ontvangen, kwam ook bij hem en zei: Heer, ik wist van u dat u een hard mens bent, die maait waar u niet hebt gezaaid en inzamelt vanwaar u niet hebt uitgestrooid;25en ik was bang en ben weggegaan en heb uw talent verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe.26Zijn heer antwoordde echter en zei tot hem: Boze en luie slaaf! Je wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, en inzamel vanwaar ik niet heb uitgestrooid?27Dan had je mijn geld bij de bankiers moeten brengen, en ik zou bij mijn komst het mijne met rente hebben teruggekregen.28Neemt dan het talent van hem af en geeft het aan hem die de tien talenten heeft.29Want aan ieder die heeft, zal worden gegeven en hij zal overvloedig hebben; van hem echter die niet heeft, ook wat hij heeft zal van hem worden genomen.30En werpt de nutteloze slaaf uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.; Lk 19:11-2711Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.12Hij zei dan: Een man van hoge geboorte reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk te ontvangen en terug te keren.13Hij nu riep zijn tien slaven en gaf hun tien ponden en zei tot hen: Doet zaken totdat ik kom.14Zijn burgers echter haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna om te zeggen: Wij willen niet dat deze over ons regeert.15En het gebeurde toen hij terugkwam, nadat hij het koninkrijk had ontvangen, dat hij zei dat die slaven aan wie hij het geld had gegeven, bij hem geroepen moesten worden, om te weten wat zij aan de zaken hadden verdiend.16De eerste nu verscheen en zei: Heer, uw pond heeft tien ponden opgebracht.17En hij zei tot hem: Goed zo, goede slaaf; omdat je in [het] geringste trouw bent geweest, heb gezag over tien steden.18En de tweede kwam en zei: Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgeleverd.19Hij nu zei ook tot deze: En jij, wees [heer] over vijf steden.20En de volgende kwam en zei: Heer, kijk, uw pond, dat ik in een zweetdoek had weggelegd;21want ik was bang voor u, omdat u een streng mens bent; u neemt weg wat u niet neergelegd en u maait wat u niet gezaaid hebt.22Hij zei tot hem: Uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf. Je wist dat ik een streng mens ben, die wegneem wat ik niet neergelegd en maai wat ik niet gezaaid heb.23Waarom heb je mijn geld dan niet aan een bank gegeven? Dan zou ik het bij mijn komst met rente hebben opgevraagd.24En hij zei tot hen die daarbij stonden: Neemt het pond van hem af en geeft het aan hem die de tien ponden heeft.25<En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft [al] tien ponden.>26Ik zeg u, dat aan ieder die heeft, zal worden gegeven; van hem echter die niet heeft, zal ook wat hij heeft worden afgenomen.27Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.). We zullen met Christus heersen als we nu als onderdanen in Zijn koninkrijk Hem dienen. Laten we de aansporing ter harte nemen om “niet traag in de ijver” te zijn (Rm 12:1111Weest niet traag in de ijver; weest vurig van geest; dient de Heer.).


Een goed woord en raad vragen

25Bezorgdheid in iemands hart drukt het terneer,
maar een goed woord verblijdt het.
26De rechtvaardige gaat te rade bij zijn naaste,
maar de weg van de goddelozen laat hen dwalen.

“Bezorgdheid” kan iemand zo in beslag nemen, dat hij een bezwaard hart heeft en terneergedrukt zijn weg gaat (vers 2525Bezorgdheid in iemands hart drukt het terneer,
maar een goed woord verblijdt het.
)
. Zijn geest kan zich met niets anders meer bezighouden dan met die bepaalde zorg of zorgen. Hij komt er niet los van. Als het zijn hart in bezit heeft genomen, beïnvloedt het al zijn bezigheden en denken. Zijn vreugde is weg. De toekomst is somber.

Hoe bemoedigend, zelfs verblijdend, is dan “een goed woord”. Het gaat niet om allerlei goedbedoelde raadgevingen om de dingen anders te zien, want dat kan zo iemand niet. De problemen, de zorgen, blijven. Een goed woord is een woord waaruit medeleven blijkt. Het is een vriendelijk en niet een vermanend woord. Het is iets zeggen wat de persoon nodig heeft om weer het juiste perspectief te krijgen en hoop en vertrouwen te vernieuwen.

Barnabas was een man van vertroosting die anderen bemoedigde (Hd 4:3636Jozef nu, door de apostelen bijgenaamd Barnabas (wat vertaald is: zoon van [de] vertroosting), een Leviet, een Cypriër van geboorte,). Als we ertoe kunnen komen boven de moeilijkheden uit naar de Heer Jezus te kijken, komen de zorgen in een ander perspectief. We kunnen dan blij worden dwars door de zorgen heen, omdat we dan Hem zien Die heeft gezegd: “Weest niet bezorgd” (Mt 6:25-3425Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten <of wat u drinken> zult, ook niet voor uw lichaam, waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding?26Kijkt naar de vogels van de hemel, dat zij niet zaaien, niet maaien en niet in schuren verzamelen, en uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver te boven?27Wie van u echter kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?28En wat bent u bezorgd over kleding? Let op de lelies op het veld, hoe zij groeien;29zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet was bekleed als een van deze.30Als nu God het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in een oven wordt geworpen, zo bekleedt, zal Hij niet veel meer u [bekleden], kleingelovigen?31Weest dan niet bezorgd, door te zeggen: wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden?32Want naar al deze dingen zoeken de volken; want uw hemelse Vader weet dat u al deze dingen nodig hebt.33Zoekt echter eerst het koninkrijk <van God> en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.34Weest dan niet bezorgd voor morgen; want morgen zal voor zichzelf bezorgd zijn; voor [elke] dag is zijn eigen kwaad genoeg.). We mogen onze bezorgdheid op Hem werpen, want Hij zorgt voor ons (1Pt 5:77terwijl u al uw bezorgdheid op Hem werpt, want Hij zorgt voor u.; Ps 55:2323Werp uw zorg op de HEERE,
en Híj zal u onderhouden;
Hij zal voor eeuwig niet toelaten
dat de rechtvaardige wankelt.
)
.

De eerste versregel van vers 2626De rechtvaardige gaat te rade bij zijn naaste,
maar de weg van de goddelozen laat hen dwalen.
is op meerdere manieren te vertalen. Een vertaling die recht doet aan de tegenstelling in de tweede versregel, is: “De rechtvaardige begeleidt zijn naaste juist.” De goddelozen doen het tegendeel. Zij misleiden zichzelf en anderen, waardoor ze gaan dwalen en op de verkeerde weg terechtkomen. De algemene strekking is dat de rechtvaardige goede aanwijzingen geeft, terwijl de goddelozen zichzelf en anderen in moeilijkheden brengen.


De gevolgen van luiheid en ijver

27De bedrieger zal zijn wildbraad niet roosteren,
maar een vlijtig mens [heeft] het kostbaarste bezit van mensen.

De eerste versregel beschrijft een mens die iets begint, maar het niet afmaakt. Het beeld is dat van een bedrieger die met bedrog een stuk wild heeft bemachtigd, maar het niet zal roosteren, wat betekent dat hij er niets van zal eten. Door de tegenstelling met de tweede versregel lijkt de bedrieger iemand te zijn die zich van bedrog bedient omdat hij zich niet wil inspannen. Hij is een luiaard. Dat verhindert hem om wat hij met bedrog heeft bemachtigd te nuttigen.

Tegenover de luie bedrieger staat “een vlijtig mens”. Hij is in het bezit van het kostbaarste dat een mens kan hebben: zijn vlijt. Dit is zijn kostbaarste bezit, want daardoor kan hij alles verkrijgen wat hij wenst.


Wat naar het leven leidt en niet naar de dood

28Op het pad van de gerechtigheid is leven,
en de weg in [haar] spoor [voert] niet naar de dood.

Zij die door het geloof de gerechtigheid binnengaan en streven naar een rechtschapen leven, zijn op de weg naar het eeuwige leven. Dat de weg in haar spoor “niet naar de dood” voert, onderstreept dat het om het eeuwige leven gaat. De dood is volkomen afwezig in het eeuwige leven. Het is een staat van ‘onsterfelijkheid’, waaraan duurzaamheid en stabiliteit verbonden zijn.

Zij die op het pad van de gerechtigheid lopen, hebben daar nu al deel aan. Door het gaan van de weg van het onderhouden van Gods Woord en het doen wat recht is, wordt de dood in zijn volle omvang en met al zijn verschrikkingen vermeden. De dood is geen spelbreker, want het leven dat wordt genoten op het pad van de gerechtigheid is immuun voor de dood. Hij Die dit leven is, heeft de dood overwonnen (Op 1:17-1817En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste,18en de Levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.), zodat “de dood is verslonden tot overwinning” (1Ko 15:5454En wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen, en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen, dan zal het woord uitkomen dat geschreven staat: ‘De dood is verslonden tot overwinning’.).


Lees verder