Daniël
Inleiding
Inleiding

Vooraf

We ontmoeten in dit boek een man die enkele keren door de hemel “zeer gewenst” wordt genoemd (Dn 9:2323Bij het begin van uw smeekbeden is er een woord uitgegaan en [nu] ben ik zelf gekomen om [u dat] te vertellen, want u bent zeer gewenst. Begrijp dan dit woord en krijg inzicht in het visioen.; 10:11,1911Hij zei tegen mij: Daniël, zeer gewenste man, let op de woorden die ik tot u spreken zal en ga staan waar u stond, want nú ben ik tot u gezonden. Toen hij dat woord tot mij sprak, ging ik bevend staan.19Hij zei: Wees niet bevreesd, zeer gewenste man! Vrede zij u. Wees sterk, ja, wees sterk. Terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en ik zei: Laat mijn Heere spreken, want U hebt mij versterkt.). Dat is hij, omdat hij in volledige trouw aan God zich op de innigste wijze verbonden weet met Gods ontrouwe volk. Hij stelt groot belang in wat het volk van God is overkomen en wat het in later tijd nog zal overkomen. Hij is echter niet slechts een waarnemer, een toeschouwer, maar een intens betrokkene, een deelnemer. Alles wat hem door God wordt bekendgemaakt, doorleeft hij. Van wat hij ziet, wil hij de betekenis weten. Deze houding en die gezindheid maken van hem een ‘verstandige’ in de dingen van God. Een verstandige is iemand die zelf is onderwezen en vervolgens anderen kan onderwijzen hoe zij zich moeten gedragen in de eindtijd.

Dit boek is om die reden in dubbel opzicht een profetisch boek. Het is in de eerste plaats profetisch in de gebruikelijke zin van het woord, dat wil zeggen dat het gaat over de toekomst en vooral die van Israël. Tegen Daniël wordt gezegd dat de mededelingen die hem worden gedaan, zijn bedoeld “om u inzicht te laten krijgen in wat uw volk in later tijd zal overkomen” (Dn 10:1414Ik ben gekomen om u inzicht te laten krijgen in wat uw volk in later tijd zal overkomen, want er is nog een visioen voor die dagen.). Alle gebeurtenissen die in dit boek worden beschreven, hebben dat doel.

Wat de mededelingen bij Daniël bewerken, laat zien dat het voor hem geen theoretische wetenswaardigheden zijn. Het raakt hem allemaal diep, het grijpt hem aan. Het zijn mededelingen van de levende God met Wie hij in gemeenschap leeft en waardoor hij een nog nauwere gemeenschap met Hem zoekt.

Het boek is ook profetisch in een nog andere betekenis van het woord. Profetie is niet alleen toekomstvoorzegging of het spreken van God over de toekomst, maar ook het spreken van God tot het hart en het geweten van Zijn volk met het oog op het leven hier-en-nu. Zo lezen we dat wie profeteert, spreekt “[tot] opbouwing, vermaning en vertroosting” (1Ko 14:33Maar wie profeteert, spreekt voor mensen [tot] opbouwing, vermaning en vertroosting.). Als wij het boek Daniël lezen met hetzelfde verlangen als Daniël om inzicht te krijgen in de toekomst, zal het gevolg zijn dat ons leven doorgelicht wordt. We zullen het in het ware perspectief gaan zien, dat van de toekomst.

Het gevolg daarvan zal zijn dat er motieven en elementen in ons aan het licht komen die we gaan veroordelen en veranderen omdat ze in het licht van de toekomst waardeloos of zelfs schadelijk en zondig zijn. Daardoor zal ons leven meer kunnen beantwoorden aan het doel dat God ermee heeft en dat is de verheerlijking van Zijn Zoon.

Het gaat in dit boek om het volk van Daniël, maar dat is het volk van de Messias Jezus. Er is geen volk van Daniël als Hij er niet is. Aan Hem dankt dit volk zijn bestaansrecht. Hij heeft het geroepen en verlost, beide zijn door Hem gebeurd. Door dit volk zal Hij op grond daarvan ten slotte verheerlijkt worden, als Hij al de beloften die Hij aan dit volk heeft gedaan, Zelf zal hebben vervuld.

Het is mijn gebed dat het bestuderen van dit bijbelboek als uitwerking heeft dat we Zijn verschijning meer zullen liefhebben (2Tm 4:88Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven; en niet alleen mij, maar ook <allen> die Zijn verschijning hebben lief gekregen.).

Ger de Koning

Middelburg, november 2010, herzien augustus 2017

Inleiding op Daniël

Dit boek spreekt over de eindtijd, dat wil zeggen over de tijd die direct voorafgaat aan de komst van de Heer Jezus om op aarde te regeren. Het is een belangrijk boek. Dat blijkt ook wel hieruit, dat de vijand het steeds weer aanvalt. Het is misschien wel het meest aangevallen boek van alle boeken van het Oude Testament. Dat komt omdat het boek veel profetieën bevat die al vervuld zijn in de tijd dat de Heer Jezus op aarde is.

Een voorbeeld daarvan zien we in het ontstaan van de elkaar opvolgende vier wereldrijken waarover Daniël heeft geprofeteerd. Het ongeloof kan niet accepteren dat een profeet dit zo nauwkeurig heeft voorzegd. Daarom hebben bijbelcritici het boek veel later gedateerd. Het boek is volgens deze lieden geschreven na de vervulling van de voorzeggingen en kan dus, zo beweren zij, niet van Daniël zijn.

Maar we hebben met een God te doen die van tevoren aangeeft hoe de geschiedenis zal verlopen en hoe de gebeurtenissen zullen plaatsvinden (Js 46:1010Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn,
van oudsher [de dingen] die nog niet plaatsgevonden hebben;
Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand
en Ik zal al Mijn welbehagen doen;
)
. Tevens zien we in het boek zaken die pas later hebben plaatsgevonden en zaken die ook nu nog moeten gebeuren. Boven alles hebben we het duidelijke getuigenis van de Heer Jezus Zelf. Hij spreekt met nadruk over “de profeet Daniël” (Mt 24:1515Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in [de] heilige plaats, – laat hij die het leest, erop letten! –). Zijn getuigenis is het eind van alle tegenspraak.

Er is ook een getuigenis over de Heer Jezus in het boek Daniël en dat is Zijn titel ‘Zoon des mensen’. De Heer spreekt in de evangeliën meerdere keren over Zichzelf als ‘de Zoon des mensen’. Deze naam komt drie keer voor in het Oude Testament: twee keer in Psalmen (Ps 8:55wat is [dan] de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?
; 80:1818Laat Uw hand rusten op de Man van Uw rechterhand,
op de Mensenzoon, [Die] U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.
)
en één keer in Daniël (Dn 7:1313[Verder] zag ik in de nachtvisioenen,
en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand
als een Mensenzoon.
Hij kwam tot de Oude van dagen
en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen.
)
. Elke keer als Hij Zichzelf met deze naam aanduidt, is dat een bevestiging van de historiciteit van het boek Daniël, want Hij is die Zoon des mensen Die Daniël beschrijft, Die eenmaal zal komen om Zijn vrederijk op te richten (Dn 7:1313[Verder] zag ik in de nachtvisioenen,
en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand
als een Mensenzoon.
Hij kwam tot de Oude van dagen
en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen.
)
.

In het boek Ezechiël treffen we ook nog een bewijs aan ten aanzien van Daniël. Ezechiël is een profeet tijdens de ballingschap en hij spreekt over Daniël (Ez 14:1414Al zouden te midden ervan deze drie mannen zijn, Noach, Daniël en Job, [dan] zouden zij [alleen] door hun gerechtigheid hun [eigen] leven redden, spreekt de Heere HEERE.; 14:2020en al zouden Noach, Daniël en Job in het midden ervan zijn, [zo waar] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, geen zoon, geen dochter zouden zij kunnen redden, zíj zouden door hun gerechtigheid [alleen] hun [eigen] leven redden.). Daniël is dan dus al bekend. Dit is een extra argument dat het boek Daniël alleen in die tijd gedateerd kan worden en niet later.

Het is nog van belang iets te weten van de geschiedkundige achtergrond van dit boek. De laatste Godvrezende koning in Juda is Josia. Josia sterft in de oorlog tegen de farao van Egypte, Necho, een oorlog die hij niet had moeten voeren, want de farao is op weg naar Assyrië en niet naar Juda (2Kr 35:21-2421Toen stuurde [Necho] boden naar hem toe om te zeggen: Hoe heb ik het [nu] met u, koning van Juda? Wat u betreft, ik ben vandaag niet tegen u, maar tegen een huis dat oorlog tegen mij voert! God heeft gezegd dat ik mij moest haasten. Houdt ú daarom op [met het tegenwerken] van God, Die met mij is, opdat Hij u niet te gronde richt.22Josia keerde echter zijn gezicht niet van hem af, maar hij vermomde zich, om tegen hem te strijden. Hij luisterde niet naar de woorden van Necho op gezag van God, maar kwam om in het dal van Megiddo te strijden.23De schutters schoten koning Josia echter neer. Toen zei de koning tegen zijn dienaren: Breng mij weg, want ik ben zwaargewond.24En zijn dienaren haalden hem van de strijdwagen, en vervoerden hem op de tweede wagen die hij had, en brachten hem naar Jeruzalem. En hij stierf, en werd begraven in de graven van zijn vaderen. Heel Juda en Jeruzalem bedreef rouw over Josia.). Van de vier zonen die Josia heeft, neemt het volk de jongste zoon en maakt hem koning (2Kr 36:11Toen nam de bevolking van het land Joahaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in de plaats van zijn vader in Jeruzalem.). Hij regeert slechts drie maanden. De farao heeft de macht in Israël en neemt hem mee naar Egypte. Hij maakt de tweede zoon van Josia, Eljakim, koning en geeft hem de naam Jojakim. Jojakim is een goddeloze koning (2Kr 36:5-85Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God.6Nebukadnezar, de koning van Babel, trok tegen hem op, en hij bond hem met twee bronzen ketenen om hem weg te voeren naar Babel.7Nebukadnezar bracht ook [een deel] van de voorwerpen van het huis van de HEERE naar Babel, en plaatste ze in zijn tempel te Babel.8Het overige nu van de geschiedenis van Jojakim, en zijn gruweldaden, die hij gedaan heeft, en wat bij hem aangetroffen werd, zie, dat is beschreven in het boek van de koningen van Israël en Juda. En zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats.). Deze koning Jojakim wordt in Daniël 1 genoemd (Dn 1:11In het derde regeringsjaar van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het.).

Babel is een wereldrijk geworden in het jaar 612 v.Chr. met macht over Assyrië en Israël. Nebukadnezar krijgt van zijn vader het gezag over deze landen. In het boek Daniël zijn we in het jaar 606 v.Chr. Vanaf dat tijdstip worden de zeventig jaren ballingschap gerekend (Dn 9:22in zijn eerste regeringsjaar, merkte ik, Daniël, in de boeken het aantal jaren op waarover het woord van de HEERE tot de profeet Jeremia geschied was: zeventig jaar zouden na de verwoesting van Jeruzalem voorbij moeten gaan.). Nebukadnezar belegert Jeruzalem in het derde jaar van Jojakim. Deze belegering wordt niet vermeld in de ongewijde geschiedenis, maar hier schrijft de Schrift geschiedenis. Pas later, in het elfde jaar van Jojakim, neemt Nebukadnezar Jeruzalem in. Dan vindt de tweede wegvoering plaats. De eerste wegvoering vindt plaats bij de eerste belegering, hier in Daniël 1. De derde wegvoering is onder Zedekia. Bij de eerste wegvoering worden ook Daniël en zijn vrienden meegenomen en komen in Babel terecht.

Er is nog een aspect dat van belang is om aan te denken en dat is de scheiding van Gods volk in tien stammen en twee stammen. Die scheiding is veroorzaakt door de zonde van het volk en hun koningen, te beginnen bij Salomo (1Kn 11:11-1311Daarom zei de HEERE tegen Salomo: Omdat het bij u gebeurd is dat u Mijn verbond en verordeningen, die Ik u geboden heb, niet in acht hebt genomen, zal Ik het koninkrijk zeker van u losscheuren en het aan uw dienaar geven.12In uw dagen zal ik dat echter niet doen, omwille van uw vader David. Ik zal het uit de hand van uw zoon losscheuren.13Alleen, Ik zal niet het hele koninkrijk [van u] losscheuren: één stam zal Ik aan uw zoon geven, omwille van Mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, dat Ik verkozen heb.). Door het volharden in hun zonden heeft God ten slotte eerst de tien stammen uit het land moeten verwijderen. Daarvoor heeft Hij de Assyriërs gebruikt, die de bevolking van de tien stammen uit hun gebied hebben gedeporteerd en verstrooid over andere landen waarover de koning van Assyrië heeft geheerst (2Kn 17:3-63Tegen hem trok Salmaneser op, de koning van Assyrië; Hosea werd zijn dienaar en droeg schatting aan hem af.4Maar toen de koning van Assyrië een samenzwering bij Hosea ontdekte, [namelijk] dat deze boden gestuurd had naar So, de koning van Egypte, en dat hij de schatting aan de koning van Assyrië niet als tevoren van jaar tot jaar afdroeg, nam de koning van Assyrië hem gevangen en sloot hij hem op in de gevangenis.5Vervolgens trok de koning van Assyrië het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en belegerde het drie jaar [lang].6In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in en voerde Israël weg naar Assyrië. Hij liet hen wonen in Halah en in Habor, aan de rivier Gozan en in de steden van Medië.). De tien stammen bevinden zich nog steeds in de ‘verstrooiing’.

De twee stammen hebben zich daardoor niet laten waarschuwen, maar zijn doorgegaan met zondigen en hebben zelfs nog erger gezondigd dan de tien stammen (Ez 23:1111Hoewel haar zuster Oholiba [dit] zag, gedroeg zij zich in haar hartstocht nog verderfelijker dan zij en overtrof zij met haar hoererijen de hoererijen van haar zuster.). God voltrekt het oordeel over hen door hen te geven in de hand van de koning van Babel (2Kr 36:11-2111Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem.12Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, zijn God, en hij vernederde zich niet voor [de ogen van] de profeet Jeremia, [die sprak] op bevel van de HEERE.13Bovendien kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnezar, die hem een eed had laten afleggen bij God. Hij was halsstarrig, en verstokte zijn hart, zodat hij zich niet bekeerde tot de HEERE, de God van Israël.14Verder pleegden alle leiders van de priesters en het volk op grote schaal trouwbreuk, overeenkomstig alle gruweldaden van de heidenvolken. Zij verontreinigden het huis van de HEERE, dat Hij geheiligd had in Jeruzalem.15De HEERE, de God van hun vaderen, zond hun vroeg en laat [waarschuwende woorden] door de hand van Zijn boden, want Hij wilde Zijn volk en Zijn woning sparen.16Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de HEERE tegen Zijn volk [zo hoog] opsteeg dat er geen genezing [meer mogelijk] was.17Toen deed Hij de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die hun jongemannen in het huis van hun heiligdom met het zwaard doodde. Hij spaarde de jongemannen, de meisjes, de ouderen en de stokouden niet. [God] gaf hen allen in zijn hand.18Alle voorwerpen van het huis van God, de grote en de kleine, de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van de koning en zijn vorsten: dat alles bracht hij naar Babel.19Zij verbrandden het huis van God, en braken de muur van Jeruzalem af. Ook alle paleizen van [Jeruzalem] verbrandden zij met vuur, zodat alle kostbare voorwerpen ervan te gronde werden gericht.20En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, tot het koninkrijk van Perzië ging regeren,21om het woord van de HEERE, bij monde van Jeremia [gesproken], te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbats[jaren]. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren.; Jr 52:28-3028Dit is het volk dat Nebukadrezar in ballingschap heeft gevoerd: in het zevende jaar drieduizend drieëntwintig Judeeërs,29in het achttiende [regerings]jaar van Nebukadrezar achthonderdtweeëndertig personen uit Jeruzalem.30In het drieëntwintigste [regerings]jaar van Nebukadrezar voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, van de Judeeërs zevenhonderdvijfenveertig personen in ballingschap. Alle personen [bij elkaar]: vierduizend zeshonderd.) voor een zeventig jaar durende ballingschap: “Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats” (Jr 29:1010Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.).

Het boek Daniël speelt zich af in Babel. Babel betekent ‘verwarring’ en stelt de godsdienstige verwarring voor die zo kenmerkend is voor de christenheid. In dit boek laat God in de houding van Daniël en zijn vrienden zien wat in zulke omstandigheden de houding van de Zijnen moet zijn. Daniël en zijn vrienden hebben niet zelf gekozen voor hun verblijf in Babel en de loopbaan die ze hebben gekregen.

Daniël betekent ‘God is mijn Rechter’. Dat is voor hem een bemoediging en dat is het ook voor ons. Als wij in omstandigheden verkeren die vergelijkbaar zijn met die van Daniël en zijn vrienden, mogen we weten dat alleen de beoordeling van God telt.

Er zijn veel profetische boeken in het Oude Testament, maar Daniël is bijzonder. In alle profetische boeken is Israël nog Gods volk, is het volk nog in Gods land en bevindt zich daarin nog de troon van God. God erkent het volk nog. Er staan in die boeken ook profetieën aangaande de komst van de Messias. In het boek Daniël is het anders. Israël is daarin niet meer Gods volk, maar het is “Lo-Ammi”, dat betekent ‘niet Mijn volk’ (Hs 1:99En Hij zei:
Geef hem de naam Lo-Ammi,
want u bent niet Mijn volk
en Ík zal er voor u niet zijn.
)
. Het volk is ook niet meer in het land, maar het is weggevoerd naar Babel.

Hier beginnen wat de Heer Jezus noemt “de tijden van de volken” (Lk 21:2424En zij zullen vallen door [het] scherp van [het] zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door [de] volken worden vertrapt, totdat [de] tijden van [de] volken zijn vervuld.). Vanaf nu wordt de tijd gerekend naar de koningen van de wereldrijken. De troon van God staat niet meer in Jeruzalem. De heerlijkheid van God is weggegaan van de aarde. Dit is in fasen gebeurd (Ez 9:3a3De heerlijkheid van de God van Israël verhief zich van boven de cherub waarop Hij rustte, naar de drempel van het huis, en Hij riep naar de Man Die in linnen gekleed was, Die de schrijverskoker aan Zijn middel had.; 10:18-1918Toen ging de heerlijkheid van de HEERE weg, van boven de drempel van het huis, en bleef boven de cherubs staan.19En de cherubs hieven hun vleugels op, en verhieven zich voor mijn ogen bij hun vertrek van de aarde, en de wielen tegelijk met hen. [Ieder] stond stil [bij] de ingang van de Oostpoort van het huis van de HEERE, met de heerlijkheid van de God van Israël van bovenaf boven hen.; 11:22-2322Daarna hieven de cherubs hun vleugels op, en de wielen [verhieven zich] tegelijk met hen. En de heerlijkheid van de God van Israël was vanboven over hen.23Toen steeg de heerlijkheid van de HEERE op uit het midden van de stad en bleef op de berg staan die ten oosten van de stad lag.). God is niet meer de God van de aarde, maar van de hemel (Dn 2:28,3728Maar er is een God in de hemel Die verborgenheden openbaart. Hij heeft koning Nebukadnezar laten weten wat er in later tijd gebeuren zal. Uw droom en de visioenen die u voor ogen kreeg op uw bed, zijn deze:37U, o koning, bent een koning der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en eer gegeven.), waarheen Hij Zich heeft teruggetrokken. Zijn regering is niet meer verbonden met Jeruzalem.

Indeling van het boek

We kunnen het boek in twee delen verdelen:
1. Daniël 1-6: daarin hebben we de lotgevallen van Daniël en zijn vrienden;
2. Daniël 7-12: daarin worden ons toekomstige gebeurtenissen getoond door middel van visioenen die Daniël heeft gekregen.

Niet alleen het tweede deel van het boek is profetie, maar het hele boek, dus ook het eerste deel. We zullen zien dat ook wat met Daniël en zijn vrienden gebeurt, een toepassing op de toekomst heeft.

In het eerste deel staan visioenen en dromen die aan heidenen worden gegeven, maar die door Daniël moeten worden uitgelegd. Daniël vertegenwoordigt het gelovig en trouw overblijfsel van Israël in de eindtijd. Hij is een van de verstandigen over wie we in dit boek horen en die inzicht hebben in de gedachten van God. Ook worden in het eerste deel de omstandigheden van de heidense heersers in verbinding met hun gedrag beschreven.

In het tweede deel worden de mededelingen gedaan aan de trouwe profeet. Daar gaat het om gebeurtenissen die meer rechtstreeks in verband staan met het volk van God.

Inleiding Daniël 1

Het onderwerp van dit hoofdstuk is het gedrag van hen die als gevolg van het oordeel van God over Zijn volk in het vreemde land zijn, waarbij de gunst van God op hen rust. De boodschap is dat gehoorzaamheid aan God inzicht in Zijn gedachten geeft en tevens de kracht om in overeenstemming ermee te handelen. Dit zien we verder uitgewerkt in de volgende hoofdstukken.

Daniël en zijn vrienden zijn een beeld van het gelovig overblijfsel van Israël in de eindtijd. Het is geen overblijfsel in het land van God, maar onder de volken. Zo zal het ook in de grote verdrukking zijn. De ware gelovigen nu zijn ook een overblijfsel voor God, zij leven ook in een eindtijd. Het gaat erom dat God in ons iets terugvindt van kenmerken die bij het hele volk gevonden zouden moeten worden. Dat zien we in Daniël 1.

Het persoonlijke gedrag van Daniël is de basis en introductie om inzicht te krijgen in het hele boek. Bij ons is het hetzelfde. Scheiding van de (christelijke) wereld – een pertinente afwijzing om deel te hebben aan wat deze aan te bieden heeft – plaatst ons in een positie om te ontvangen wat God ons wil meedelen.


Lees verder