Esther
Inleiding
Inleiding

Het boek Esther speelt zich af tijdens het tweede grote wereldrijk, dat van de Meden en Perzen. Onder Kores, de koning van de Meden en Perzen, is een overblijfsel naar het land teruggekeerd (Ea 1:1-51In het eerste jaar nu van Kores, de koning van Perzië, wekte de HEERE de geest van Kores op, de koning van Perzië, opdat het woord van de HEERE, [dat Hij] bij monde van Jeremia [gesproken had], vervuld zou worden om door zijn hele koninkrijk een boodschap te laten gaan, ook in geschrifte:2Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de HEERE, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt.3Wie er onder u ook maar tot al Zijn volk behoort – zijn God zij met hem – laat hij optrekken naar Jeruzalem, dat in Juda ligt, en laat hij het huis van de HEERE, de God van Israël, bouwen; Hij is de God Die in Jeruzalem [woont].4En ieder die achtergebleven is, uit alle plaatsen waar hij als vreemdeling verblijft, laten zijn plaatsgenoten hem helpen met zilver, met goud, met [allerlei] bezittingen en met vee, naast de vrijwillige gave voor het huis van God, Die in Jeruzalem [woont].5Toen stonden de familiehoofden van Juda en Benjamin, en de priesters en de Levieten op, allen bij wie God de geest had opgewekt om op te trekken om het huis van de HEERE te bouwen, Die in Jeruzalem [woont].). De gebeurtenissen van het boek Esther kunnen we plaatsen tussen Ezra 6 en Ezra 7, dat wil zeggen tussen het jaar 483 v.Chr. – het derde jaar van Xerxes (Es 1:33in het derde jaar van zijn regering, richtte hij een maaltijd aan voor al zijn vorsten en dienaren. De leger[bevelhebbers] van Perzië en Medië, de edelen en de vorsten van de gewesten waren bij hem,) en 473 v.Chr. – het einde van het twaalfde jaar van Xerxes (Es 3:77In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men het 'pur', dat is het lot, in de tegenwoordigheid van Haman, van dag tot dag en van maand tot maand, [tot] de twaalfde maand, dat is de maand Adar.)

In Daniël 11 is sprake van “drie koningen in Perzië” en een “vierde” koning (Dn 11:22Nu zal ik u dan de waarheid bekendmaken. Zie, er zullen nog drie koningen in Perzië aan de macht komen, en de vierde zal grotere rijkdom verwerven dan alle [anderen]. Als hij sterk geworden is door zijn rijkdom, zal hij allen opzetten tegen het koninkrijk Griekenland.). Met die vierde koning wordt Xerxes I bedoeld, dat is Ahasveros (Es 1:11Het gebeurde in de dagen van Ahasveros – hij is de Ahasveros die regeerde van India af tot Cusj toe over honderdzevenentwintig gewesten.). Hij volgt Darius I op en regeert van 485-465 v.Chr. Hij wordt nog genoemd in Daniël 9 en Ezra 4 (Dn 9:11In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht van de Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk van de Chaldeeën,; Ea 4:66Tijdens het koningschap van Ahasveros, in het begin van zijn koningschap, schreven zij een aanklacht tegen de bewoners van Juda en Jeruzalem.).

Het onderwerp van dit boek is Gods voorzienigheid, dat wil zeggen dat we God in dit boek aan het werk zien, maar op een verborgen manier. De naam van de Joden komt vaak voor, terwijl Gods Naam in dit boek niet wordt genoemd. Dit laatste heeft critici wel tot opmerkingen gebracht als zou dit boek niet in de Bijbel thuishoren. Wie dit boek echter met een gelovig hart leest, zal gaandeweg onder de indruk komen van wat dit boek te vertellen heeft en in zijn overtuiging gesterkt worden dat het tot het geïnspireerde Woord van God behoort.

Dat de Naam van God er niet in voorkomt, heeft een reden. Het boek gaat over de lotgevallen van het volk van God, dat hier het volk van ‘de Joden’ wordt genoemd. De hoofdrol is weggelegd voor twee leden ervan, Mordechai en Esther. Er is een moorddadige vijand die de Joden volledig wil uitroeien. Als de Joden horen van deze grote dreiging, lezen we niet dat er ook maar één gebed tot God wordt gedaan. Nergens blijkt dat de Joden zich er bewust van zijn Gods volk te zijn. Niets wijst erop dat ze rekening houden met bepaalde wetten of inzettingen die God aan Zijn volk heeft gegeven.

Nee, dit volk staat los van God, belijdt Hem niet, denkt niet aan Hem. En omdat dit volk God niet belijdt, kan God ook niet openlijk voor dit volk partij kiezen. Hij kan Zijn Naam er niet aan verbinden. Hij houdt Zich voor Zijn volk verborgen. Daarom komt de Naam van God er niet in voor.

Het ontbreken van Gods Naam betekent echter niet dat Hij ophoudt met voor Zijn volk te zorgen. Zijn Naam mag dan in dit boek niet voorkomen, we zien wel Zijn hand aan het werk. Achter de gebeurtenissen van dit boek is God als de grote Regisseur aan het werk. Hij bestuurt de omstandigheden en ook de daden van de personen van dit boek, zodat Zijn voornemen wordt uitgevoerd. We zullen zien dat de uitkomst volledig beantwoordt aan het doel dat Hij Zich heeft gesteld. God kan niet ophouden God te zijn. Hij is soeverein. Hij regeert. Voor ons is het belangrijk eraan te denken dat de troon niet op aarde, maar in de hemel staat (Op 4:33en Die daarop zat, was van aanzien een jaspis- en sardiussteen gelijk; en rondom de troon was een regenboog, van aanzien een smaragd gelijk;; Ps 11:44De HEERE is in Zijn heilig paleis,
de troon van de HEERE staat in de hemel;
Zijn ogen doorzien,
Zijn blikken beproeven de mensenkinderen.
)
. God regeert, niet mensen op aarde.

In Zijn voorzienigheid beschermt God door Ahasveros Zijn volk, want God wil dat uit dit volk Zijn Messias voortkomt. Daarom lukt de aanslag van Haman niet. God bewaart Zijn volk voor uitroeiing, zoals destijds in Egypte. De beslissende tijdsperiode van dit boek is elf maanden. Dan hangt, menselijk gesproken, de geschiedenis van Gods volk aan een zijden draadje.

God zorgt ervoor dat de vijanden van Zijn volk beschaamd worden (Ps 37:12-1312De goddeloze bedenkt [snode] plannen tegen de rechtvaardige,/zain/
hij knarsetandt over hem.
13De Heere lacht hem uit,
want Hij ziet dat zijn dag komt.
)
en dat Zijn volk wordt bewaard, ja zelfs verhoogd. Hij zal Zijn aardse volk redden dwars door alle volkenmoorden heen die zijn geschiedenis heeft gekend. Dwars door alle lijden heen zal het volk van God zijn identiteit bewaren. God laat hier ook zien wat Hij met het wereldgebeuren doet. Hij kan niet ophouden deze God te zijn. God bestuurt het lot van de wereld met het oog op Zijn volk.

Voor Gods volk vandaag, de gemeente van de levende God, heeft dit boek grote praktische betekenis. Dit boek bevat een enorme vertroosting voor allen van de gemeente die menen dat God Zich voor hen verborgen houdt. Zeker, christenen leven wél in een gekende verhouding tot God als kinderen tot hun Vader. Ze weten van een God die hen liefheeft en voor hen zorgt. Maar komen er niet eens tijden voor dat ze zich afvragen: ‘Waar is God?’

Dit kunnen we toepassen zowel op het persoonlijke leven als op het leven van een plaatselijke gemeente. Goed, het volk der Joden is door eigen schuld in die positie terechtgekomen. We zullen dat nog zien. Zo kunnen ook christenen door eigen falen zich van God vervreemden. Dat neemt de boodschap van dit boek niet weg. Die boodschap is dat God op de achtergrond bezig is Zijn plan te vervullen. Dit plan is om ieder, die Hem door bekering en geloof in waarheid toebehoort, uiteindelijk te zegenen. Ieder van Zijn kinderen zal Hij zegenen, niet vanwege eigen verdiensten, maar door wat Zijn Zoon Jezus Christus heeft gedaan op het kruis van Golgotha.

Er is nog een aspect dat dit boek zo waardevol maakt. Dat is de profetische betekenis ervan. Gods volk komt in grote nood, wordt daaruit gered en wordt in Mordechai tot grote hoogte verheven. Zo zal het in de eindtijd ook gaan. Gods volk zal door de grote verdrukking gaan, daaruit gered worden door de Heer Jezus en tot hoofd van de volken worden gemaakt.

Dit is tegelijk een voorbeeld van nog een aspect van dit boek. We kunnen in de verschillende personen die erin voorkomen namelijk beelden zien van geestelijke werkelijkheden. Dit wordt wel een typologische benadering genoemd. In die benadering zien we in Mordechai een beeld van de Heer Jezus, in Ahasveros een beeld van God, in Haman een beeld van de duivel en in Esther, die oorspronkelijk Hadassa heet (Es 2:77En hij was het die Hadassa, dat is Esther, de dochter van zijn oom, opvoedde, want zij had geen vader of moeder. Het meisje nu was mooi van gestalte en knap om te zien. En toen haar vader en moeder gestorven waren, had Mordechai haar als dochter aangenomen.), een beeld van het overblijfsel van Israël. Met deze benadering zullen we voorzichtig moeten omgaan, maar in zijn algemeenheid zullen we in deze geschiedenis bepaalde overeenkomsten zeker herkennen.

Aan alle genoemde aspecten zullen we aandacht besteden. Het is duidelijk dat de boodschap van dit boek veelzijdig is. Al met al zijn er genoeg redenen om er aandachtig naar te luisteren met het verlangen ons erdoor te laten onderwijzen.

We kunnen dit boek dus op vier manieren bezien: historisch, praktisch, profetisch en typologisch:
1. Historisch wil zeggen dat we naar de geschiedenis kijken zoals die zich heeft ontwikkeld. We ontdekken dan hoe God achter de schermen de geschiedenis bestuurt.
2. Dat brengt als vanzelf tot de praktische toepassing. Zoals God de geschiedenis van Zijn volk toen bestuurde, zo bestuurt Hij ook de geschiedenis van Zijn volk nu en ook die van ieder van de Zijnen afzonderlijk. Hier zijn veel bemoedigende lessen voor het geloofsleven te leren.
3. Ook de profetische zienswijze van dit bijbelboek ligt voor de hand. Zoals God in dit bijbelboek voor Zijn volk zorgt en het bevrijdt van zijn vijanden, zo zal Hij in de eindtijd voor Zijn volk zorgen en het van zijn vijanden bevrijden.
4. Hoewel de typologische zienswijze niet zo voor de hand ligt, is deze toch in dit bijbelboek aanwezig. Een typologische zienswijze houdt in dat we proberen te ontdekken wat de geestelijke betekenis van deze geschiedenis is, maar wel zonder onze fantasie de vrije loop te laten. Bij die zienswijze herkennen we, zoals al is opgemerkt, bijvoorbeeld in Ahasveros een beeld van God en in Mordechai een beeld van de Heer Jezus.

Een bijzonderheid van dit boek is, dat het is genoemd naar een vrouw, evenals het boek Ruth. Deze beide vrouwen trouwen met een man die niet tot het eigen volk behoort. Esther verbindt zich met een heiden die een afgodendienaar blijft. Dat is het gevolg van het feit dat zij haar ware identiteit niet bekendmaakt tot ze daartoe gedwongen wordt. Daarom blijft ook God verborgen. Hij maakt Zijn verhouding tot het volk niet bekend totdat het volk daartoe gedwongen wordt (vgl. Dt 32:2020Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen;
Ik zal zien wat hun einde is,
want zij zijn een totaal verdorven generatie,
kinderen in wie geen [enkele] trouw is.
)
.

De boeken Ruth en Hooglied plaatsen evenals het boek Esther een vrouw in het middelpunt. Esther is, net als de vrouwen in de beide andere boeken, een beeld van het gelovig overblijfsel dat door diepe beproevingen gaat. In alle drie boeken is ook een beeld van de Heer Jezus aanwezig: Boaz (in Ruth), Salomo (in Hooglied) en Mordechai (in Esther).

Het boek is in twee delen te verdelen:
1. het eerste deel beschrijft de bedreiging van de Joden (Esther 1-4);
2. het tweede deel beschrijft de triomf van de Joden (Esther 5-10).

In het eerste deel wordt alles opgeschreven wat nodig is om tot de bevrijding in het tweede deel te komen. In de nood legt God het zaad van de redding. Tijdens de nood treft God al voorbereidingen voor de bevrijding. Nooit is God in verlegenheid, want Hij bepaalt de uitkomst lang voordat deze door de mens wordt gezien.

Inleiding op Esther 1

De verzen 1-8 zijn de inleiding op het boek. In historisch en praktisch opzicht laten deze verzen de wereld zien in zijn vrijgevigheid en aantrekkelijkheid, waardoor Gods volk zijn ware Koning vergeet. Bij al die heerlijkheid valt hun land Israël in het niet. Zo kan het ons als christenen ook vergaan.

In profetisch en typologisch opzicht zien we in Ahasveros een beeld van God als de soevereine Heerser Die over de hele wereld regeert. Als Heerser over de wereld zegent God alle mensen nog steeds met aardse zegeningen, zonder ze te dwingen er gebruik van te maken (Hd 14:16-1716Hij heeft in de voorbije geslachten alle volken op hun eigen wegen laten gaan,17hoewel Hij Zich niet onbetuigd heeft gelaten in goeddoen, door u uit de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en uw harten te vervullen met voedsel en vreugde.).

Het gaat om de wezenlijke vraag van gezag. Gezag komt van God. Hij verleent gezag aan de mens op verschillende terreinen. Onderwerping daaraan betekent de erkenning van Gods gezag. Achter het gezag van de regeerder van een land, het staatshoofd, de man, vader, moeder, werkgever, de leraar op school staat het gezag van God, want Hij heeft deze gezagsverhoudingen ingesteld.

De rest van Esther 1 is gewijd aan het handelen van Ahasveros met Vasthi. In historisch en praktisch opzicht zien we dat God de raadgevers van de koning gebruikt om door wetgeving een dam tegen het kwaad op te werpen, zodat het kwaad beteugeld wordt. Daartoe dient vandaag de overheid (Rm 13:1-51Elke ziel zij aan [de] over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld.2Wie zich dus tegen de overheid verzet, weerstaat de instelling van God; en zij die weerstaan, zullen oordeel voor zichzelf ontvangen.3Want de overheidspersonen zijn niet voor het goede, maar voor het kwade werk te vrezen. Wilt u nu de overheid niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben,4want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u het kwade doet, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade bedrijft.5Daarom is het nodig onderdanig te zijn, niet alleen om de straf, maar ook om het geweten.).

Profetisch en typologisch stelt het verstoten van Vasthi het terzijde stellen door God van Israël als Zijn vrouw voor. Israël heeft gefaald in het afleggen van het getuigenis van Wie God is, zoals Vasthi weigert haar schoonheid te tonen die zij dankzij haar verbinding met Ahasveros heeft. Om diezelfde reden zal de christenheid worden verstoten evenals iedere christen die in tegenspraak met zijn belijdenis leeft. De verstoting van Vasthi maakt de weg vrij voor het invoeren van Esther. Zij is een beeld van het overblijfsel van Israël met wie God de geschiedenis van Zijn volk in de toekomst hervat.


Lees verder