Openbaring
1 Doel van het boek 2-6 Geadresseerden, zegenwens en lofprijzing 7-12 Johannes op Patmos 13-20 Te midden van de kandelaars
Doel van het boek

1Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om Zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.

V11Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om Zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.. Het eerste woord van het boek, “openbaring”, geeft aan dat het om een onthulling gaat. Er zal iets bekendgemaakt worden wat voordien verborgen was. Dat veel christenen dit boek onbegrijpelijk en geheimzinnig vinden, is dan ook opmerkelijk. Ik zeg niet dat alles even gemakkelijk te verklaren is, maar wel dat in dit boek de gebeurtenissen niet duister, maar juist duidelijk worden gemaakt. De sluier over de toekomst wordt weggenomen.

Je zult er alleen wel wat moeite voor moeten doen om erachter te komen op welke manier de toekomst hier duidelijk wordt gemaakt. Er worden bijvoorbeeld veel symbolen gebruikt. Maar je inspanning om ook dit gedeelte van Gods Woord te begrijpen zal dubbel en dwars beloond worden als je eraan vasthoudt dat God dit de beste manier vindt om jou Zijn gedachten over de toekomst mee te delen.

Als je alleen dit eerste vers al eens aandachtig leest en op je laat inwerken, zie je dat het vol met aanwijzingen staat voor het goed begrijpen van de inhoud van dit boek. Er staat dat het de openbaring “van Jezus Christus” is. Dat wil zeggen dat de openbaring van Jezus Christus afkomt, dat Hij die geeft. Hij openbaart of maakt openbaar (vgl. Gl 1:1212Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.). Hij handelt. Tegelijk is het natuurlijk ook waar dat de openbaring over Hem gaat, op Hem betrekking heeft, dat wil zeggen dat Hij Degene is Die geopenbaard wordt. Hij is zowel het Middelpunt als de Uitvoerder van Gods raadsbesluiten.

Dan lees je dat “God Hem” die openbaring “heeft gegeven”. Dat betekent dat de Heer Jezus hier als Mens wordt gezien, Die een plaats van afhankelijkheid heeft ingenomen. Hij ontvangt alles uit de handen van God. Hij is zó waarachtig Mens, dat er van Hem geschreven staat dat Hij als Mens niet weet wanneer de voleinding van de dingen zal plaatsvinden (Mk 13:3232Van die dag of dat uur echter weet niemand, ook de engelen in [de] hemel niet, ook de Zoon niet, behalve de Vader.). Hier sta je voor het onbegrijpelijke wonder van God en Mens in één Persoon.

Vervolgens schrijft Johannes over het doel van de openbaring en dat is “om Zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren”. De slaven zijn hier in de eerste plaats de profeten (Op 10:77maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal bazuinen, zal ook de verborgenheid van God voleindigd worden, zoals Hij aan Zijn slaven, de profeten, heeft verkondigd.; 11:1818En de naties zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven.), maar het zijn ook de gelovigen in algemene zin (Op 7:33en hij zei: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofden hebben verzegeld.; 19:55En van de troon ging een stem uit die zei: Prijst onze God, al Zijn slaven, <en> u die Hem vreest, kleinen en groten!; 22:33En er zal geen enkele vervloeking meer zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en Zijn slaven zullen Hem dienen,; Rm 6:19-2219(Ik spreek menselijkerwijs, om de zwakheid van uw vlees.) Want zoals u uw leden hebt gesteld in slavernij van de onreinheid en de wetteloosheid tot de wetteloosheid, stelt nu zo uw leden in slavernij van de gerechtigheid tot heiliging.20Want toen u slaven van de zonde was, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid.21Welke vrucht had u dan toen van de dingen waarover u zich nu schaamt? Immers, het einde daarvan is [de] dood.22Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en slaven van God geworden, hebt u uw vrucht tot heiliging, en het einde [het] eeuwige leven.). Om de toekomstige dingen te kunnen zien en in je op te nemen heb je de gezindheid van een slaaf nodig. Omgekeerd zal, als je de toekomstige dingen kent, jou dat tot een betere slaaf maken. Je zult gaan dienen met inzicht in overeenstemming met het grote voornemen van God ten aanzien van de gemeente, de christenheid, Israël en de wereld.

Het woord “tonen” speelt trouwens een grote rol in dit boek. Zo ‘toont’ God telkens dingen aan Johannes en geeft Johannes op zijn beurt door wat hem wordt ‘getoond’. Dit boek heeft tot doel te laten zien dat het oordeel aanstaande is. Het komt “spoedig” of ‘met haast’, dat is vlug, snel.

Je zou kunnen zeggen dat het daarmee wel wat meevalt, want het is inmiddels bijna tweeduizend jaar geleden dat dit werd opgeschreven en het is nog steeds niet gebeurd. Maar vergis je niet. Dit woord blijft van kracht, want voor God en het geloof telt tijd niet (Ps 90:44Want duizend jaren zijn in Uw ogen
als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is,
of [als] een wake in de nacht.
; 2Pt 3:88Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat één dag bij [de] Heer is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.)
. En het “moet” gebeuren. Je kunt zeggen dat hier sprake is van een Goddelijk moeten. God is niet alleen de alwetende God Die ons vertelt wat gaat gebeuren, Hij is ook de almachtige God Die de gebeurtenissen laat lopen zoals Hij dat wil.

Om Zijn plannen met de wereld en bovenal Zijn Zoon bekend te maken heeft God gebruikgemaakt van engelen. Engelen zijn wel vaker door God als bemiddelaar gebruikt (Hd 7:3838Dit is degene die in de vergadering in de woestijn met de engel was, die tot hem sprak op de berg Sinaï, en met onze vaderen; die levende woorden ontving om ze ons te geven.; Gl 3:1919Waartoe dan de wet? Ter wille van de overtredingen werd zij er bijgevoegd, totdat het Zaad zou komen waaraan de belofte was gedaan; [de wet] die door engelen werd verordend in [de] hand van een middelaar.). Dat God engelen gebruikt, geeft aan dat er afstand is tussen Hem en Johannes aan wie Hij Zijn mededelingen doet. Dat geldt in nog sterkere mate voor hen aan wie Johannes die mededelingen op zijn beurt moet doorgeven.

Eerder heeft Johannes mededelingen van de Heer gekregen terwijl hij aanlag in Zijn schoot (Jh 13:23-2623Een van Zijn discipelen, hij die Jezus liefhad, lag aan in de schoot van Jezus.24Simon Petrus dan gaf deze een wenk, dat hij moest vragen wie het toch was over wie Hij sprak.25Deze nu leunde dus over naar de borst van Jezus en zei tot Hem: Heer, wie is het?26Jezus antwoordde: Hij is het voor wie Ik het stuk brood zal indopen en hem zal geven. Toen Hij dan het stuk brood had ingedoopt, <nam Hij het en> gaf het aan Judas Iskariot, [de zoon] van Simon.). Dit geeft vertrouwelijkheid aan. Johannes is hier echter niet de apostel, maar de profeet. Profeten spreken tot Gods volk als er verval optreedt. Zij waarschuwen voor het oordeel dat dreigt. Johannes is de laatste in de keten van vijf schakels via welke de openbaring van God bij Zijn slaven komt:
1. de openbaring is uit God,
2. komt van Jezus Christus,
3. door Zijn engel,
4. aan Johannes,
5. voor Zijn slaven.

Aan Johannes is de openbaring “te kennen gegeven”. Deze uitdrukking is weer typisch voor dit boek. Hij is afgeleid van het woord ‘teken’. Johannes krijgt de mededelingen over de toekomst vaak door middel van tekenen of symbolen, waardoor hij te zien krijgt wat er moet gebeuren. Iets dergelijks zien we in het gebruik dat de Heer Jezus in Mattheüs 13 van gelijkenissen maakt. Hij gebruikt deze om onderwijs te geven. Hij vertelt aan Zijn discipelen waarom Hij dat doet en zegt dat zij door Zijn verklaring de diepere betekenis van deze gelijkenissen kunnen verstaan, terwijl die voor de massa verborgen blijft (Mt 13:10-17,34-3510En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen?11Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven;12want wie heeft, hem zal worden gegeven, en hij zal overvloed hebben; wie echter niet heeft, ook wat hij heeft zal van hem worden genomen.13Daarom spreek Ik in gelijkenissen tot hen, omdat zij kijkend niet kijken en horend niet horen en niet verstaan.14En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: ’Met [het] gehoor zult u horen en geenszins verstaan, en kijkend zult u kijken en geenszins zien;15want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet misschien met hun ogen zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’.16Gelukkig echter uw ogen, omdat zij kijken, en uw oren, omdat zij horen;17want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat u aanschouwt, en zij hebben het niet gezien, en te horen wat u hoort, en zij hebben het niet gehoord.34Al deze dingen sprak Jezus in gelijkenissen tot de menigten, en zonder gelijkenis sprak Hij niet tot hen,35opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet, die zei: ‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; ik zal dingen uitspreken die van [de] grondlegging <van [de] wereld> af verborgen zijn geweest’.).

Je zult in dit boek zien dat de gebruikte symbolen vooral worden ontleend aan de natuur: hemellichamen – zon, maan, sterren; natuurverschijnselen, zoals wind, bliksem; plantenwereld, zoals bomen, gras; dierenwereld, zoals lam, sprinkhaan; mensenwereld, zoals moeder en kind, hoer en bruid; cultuurwereld, zoals muziekinstrumenten; landbouwwerktuigen. Ook de vele getallen die in Openbaring voorkomen, zijn vaak symbolisch: twee, drie, drieënhalf, vier, vijf, zes, zeven, acht, tien, twaalf, vierentwintig, tweeënveertig, honderdvierenveertig, zeshonderdzesenzestig, duizend, twaalfhonderdzestig, zestienhonderd.

De verklaring ervan wordt niet aan je fantasie overgelaten. De symbolen worden verklaard
1. door het boek zelf;
2. door de samenhang van het boek en
3. door het gebruik ervan in het Oude Testament.

Dat wil niet zeggen dat er voor elk symbool altijd een eenduidige verklaring te geven is. Het komt ook voor dat bepaalde zaken of gebeurtenissen geen symbolen zijn, maar dat ze letterlijk genomen moeten worden.

Al met al staan we, door dit boek te openen en te gaan lezen, aan het begin van een spannende ontdekkingstocht. Laten we dat doen in de nederige gezindheid van mensen die zich realiseren dat de almachtige God Zijn plannen met ons wil delen. Laten we tegelijk bidden dat wat Hij ons bekendmaakt, als uitwerking mag hebben dat wij ons leven Hem ter beschikking stellen.

Lees nog eens Openbaring 1:1.

Verwerking: Dank de Heer dat Hij je wil betrekken in Zijn toekomstplannen en vraag Hem om je te helpen daarmee in overeenstemming te leven.


Geadresseerden, zegenwens en lofprijzing

2Deze heeft het Woord van God betuigd en het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij heeft gezien. 3Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. 4Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn, 5en van Jezus Christus, de trouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden en de Overste van de koningen van de aarde. Hem Die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door Zijn bloed, 6en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in <alle> eeuwigheid! Amen.

V22Deze heeft het Woord van God betuigd en het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij heeft gezien.. De openbaring waarvan Johannes getuige is en waar hij jou nu bij betrekt, is geen verzinsel van hemzelf. Hij komt tot je met al het gezag van het door God gesproken Woord. Wat Johannes heeft betuigd over de komende gebeurtenissen, komt uit de mond van God. Als een extra onderstreping wordt eraan toegevoegd dat wat God heeft gezegd, volkomen wordt gedekt door “het getuigenis van Jezus Christus”. De Heer Jezus geeft getuigenis van wat God heeft gesproken.

“Alles wat hij heeft gezien”, is de inhoud van dit hele boek. Alles wat Johannes heeft gezien en wat hij in dit boek heeft opgeschreven, is het Woord van God. ‘Het getuigenis van Jezus Christus’ geeft het profetische karakter ervan aan. Het gaat immers om de openbaring, het zichtbaar worden in deze wereld, van Hem.

V33Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij.. Aan het lezen of voorlezen van dit boek en het luisteren naar de inhoud ervan is een speciale zegen verbonden: je wordt “gelukkig” geprezen. Niemand kan het ‘lezen’ en ‘horen lezen’ zonder gezegend te worden. Wat je leest en hoort, zijn woordelijk geïnspireerde mededelingen over toekomstige gebeurtenissen.

Behalve lezen en horen is het, om gelukkig te worden geprezen, nog van belang te “bewaren wat daarin geschreven staat”. “Bewaren” wil zeggen dat je het als een schat in je hart bewaart, opdat het in de praktijk van je leven ook een uitwerking heeft. Vanuit je hart wordt immers je leven bestuurd (Sp 4:2323Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.
)
. De oproep om te bewaren komt aan het einde van het boek nog een keer terug (Op 22:77En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.). Wat in dit boek geschreven staat, staat ingeklemd tussen deze aansporing.

Trouwens, dat het “geschreven staat”, betekent dat het van blijvende waarde is. Het kan telkens worden nageslagen om te zien wat nog gebeuren moet en het kan ook worden nageslagen ter controle van wat er om je heen gebeurt. Je hebt een volmaakte handleiding van de toekomst in handen. Ik raad je aan die vaak te raadplegen, want “de tijd” dat alles tot een beslissing wordt gebracht, “is nabij”. De Heer Jezus staat op het punt om te verschijnen en te oordelen.

V44Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn,. Johannes is de aangewezen persoon om dit boek te schrijven. De Heer Jezus heeft van hem gezegd dat hij, wat zijn bediening betreft, zal blijven tot Hij terugkomt (Jh 21:2222Jezus zei tot hem: Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan? Volg jij Mij.). Dat wil zeggen dat Johannes ook een dienst heeft die betrekking heeft op de toekomst. Die dienst vervult hij al enigszins als hij in zijn eerste brief spreekt over de antichrist en de wederkomst van Christus en het verval dat al is begonnen zich te vertonen. Maar de volle vervulling ervan vinden we in dit bijbelboek Openbaring.

Hij schrijft het boek “aan de zeven gemeenten die in Asia zijn”. Het noemen van het getal “zeven” is niet toevallig. Het getal zeven stelt volmaaktheid voor. De zeven gemeenten staan model voor de hele gemeente. Toch zijn het zeven verschillende gemeenten. Dat zul je nader zien als we Openbaring 2-3 bestuderen. Het betekent dat de hele gemeente zich op verschillende manieren op aarde heeft geopenbaard.

Dat plaatselijke gemeenten van elkaar verschillen, heb je wel gezien in de brieven die Paulus aan diverse gemeenten heeft geschreven. Die verscheidenheid zie je niet alleen in de verschillende plaatselijke gemeenten, maar ook in de verschillende perioden van het bestaan van de gemeente op aarde. Dat herken je direct als je alleen al denkt aan hoe de gemeente in het begin was en hoe de gemeente nu is. Zo zijn er meerdere verschillen in de ontwikkeling van de gemeente.

Al die verschillende gemeenten kunnen veel van elkaar leren en ook wij kunnen er veel van leren. Daarom is het zo goed dat wij dit schrijven van Johannes aan hen in Gods Woord hebben.

Het is ook mooi om te zien dat de zegenwens van “genade” en “vrede”, die je vaak in de brieven van Paulus bent tegengekomen, door Johannes hier aan die zeven gemeenten wordt toegewenst. “Genade” is de bron van alle zegen, het is de onverdiende gunst van God, die je krijgt louter en alleen om Wie Hij is. Als je beseft dat God in genade met je omgaat, zal het gevolg zijn dat je met “vrede” in je hart je weg gaat, hoe de omstandigheden ook mogen zijn.

Er is wel een verschil met de brieven van Paulus als het erom gaat van Wie je die zegen krijgt toegewenst. In die brieven wordt de zegen toegewenst van God de Vader en de Heer Jezus Christus. Hier komt de wens “van Hem Die is en Die was en Die komt en van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn”. Dat past helemaal bij dit bijbelboek.

Je vindt hier God zoals Hij in het Oude Testament wordt voorgesteld: als Jahweh, de God van het verbond, de God van de trouw aan Zijn verbond. Dan volgt er niet als eerste ‘Die was’, maar “Die is”. Dat betekent dat Hij wordt gezien als de “IK BEN DIE IK BEN” (Ex 3:1414En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden.). Maar Hij is ook Degene “Die was”, dat is de God van het verleden, Die steeds voor Zijn volk en de hele aarde heeft gezorgd. Hij is het ook “Die komt”, want Hij is ook de God van de toekomst.

Vervolgens worden in de zegenwens “de zeven Geesten” genoemd. Dit is de Heilige Geest, maar dan als de Geest van kracht door Wie God de oordelen vanuit Zijn troon zal uitvoeren. Het getal zeven wijst op de verscheidenheid en de volkomenheid waarmee de Heer Jezus de oordelen in de kracht van deze Geest zal uitvoeren bij Zijn wederkomst (vgl. Js 11:22Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:
de Geest van wijsheid en inzicht,
de Geest van raad en sterkte,
de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN.
)
. Daarom wordt de aandacht gericht op de “troon” van God, wat onderstreept dat het om regering gaat en het uitoefenen van macht.

V55en van Jezus Christus, de trouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden en de Overste van de koningen van de aarde. Hem Die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door Zijn bloed,. Ten slotte worden genade en vrede toegewenst “van Jezus Christus”. Net als bij de zeven Geesten, aan Wie wordt toegevoegd “Die voor Zijn troon zijn”, wordt er ook aan de Naam van Jezus Christus iets toegevoegd. Je zou kunnen zeggen dat er drie titels van Hem worden genoemd die alle drie in verbinding met de aarde staan:
1. Hij was “de trouwe Getuige” voor God in het verleden op aarde (1Tm 6:1313Ik beveel <je> voor God Die alles in leven houdt, en voor Christus Jezus Die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,), van de kribbe tot het kruis (Jh 18:3737Pilatus dan zei tot Hem: Bent U dus toch een Koning? Jezus antwoordde: U zegt het, Ik ben een Koning. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen. Ieder die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.). Hij was altijd trouw. De gemeente had dat ook moeten zijn, maar heeft daarin gefaald.
2. Hij is ook “de Eerstgeborene van de doden”. Dit is Hij in de tegenwoordige tijd, sinds Zijn dood en opstanding (Hd 26:2323dat de Christus moest lijden en dat Hij als Eerste uit [de] opstanding van [de] doden een licht zou verkondigen zowel aan het volk als aan de volken.; Ko 1:1818En Hij is het Hoofd van het lichaam, de gemeente, Hij Die [het] begin is, [de] Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen.). ‘Eerstgeborene’ wil zeggen dat Hij de hoogste in rang is in het rijk van de opstanding.
3. En Hij is “de Overste van de koningen van de aarde”. Dit is Hij ook nu, maar Hij zal het in de toekomst openlijk zijn, zo zal Hij geopenbaard worden (Ps 89:2828Ja, Ík zal hem tot een eerstgeboren zoon maken,
tot de allerhoogste van de koningen van de aarde.
)
.

Als Hij zo is voorgesteld, komt er spontaan een reactie van de gemeente. Dat zal ook jouw reactie zijn. Het hart van ieder die Hem liefheeft, stemt ermee in dat Hij “ons liefheeft”. Hij had ons lief en heeft ons nog steeds lief. Is het niet geweldig dat Hij, Die in dit boek zo nadrukkelijk als de Rechter wordt voorgesteld, Degene is Die jou liefheeft?

Zijn liefde is bijzonder daarin tot uiting gekomen dat Hij je van je zonden “heeft verlost door Zijn bloed”. Dit betekende voor Hem dat Hij in de dood moest gaan, want alleen Zijn bloed kon jou van je zonden verlossen. Voor jou betekent het dat alle aanstaande oordelen volkomen aan je voorbijgaan, want Hij heeft je eens voor altijd verlost. Is dat geen reden om Hem te prijzen?

V66en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in <alle> eeuwigheid! Amen.. Maar Hij heeft nog veel meer gedaan dan alleen dat Hij met betrekking tot het verleden alles heeft gedaan wat nodig was om ons van het oordeel te bevrijden. Hij heeft onze zonden weggenomen om ons tot iets te kunnen maken, namelijk “tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader”. Wat je geworden bent, heeft Hij je “gemaakt”. Er is geen enkele verdienste van jouw kant. Je hebt alles aan Hem te danken.

Het is niets anders dan grote genade dat je deel mag hebben aan Zijn regering. Als verloste ontvang je, samen met alle gelovigen, een koninklijke waardigheid samen met Christus, “de Overste van de koningen van de aarde”, zodat jij ook boven de koningen van de aarde verheven bent (1Pt 2:99U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk tot een eigendom, opdat u de deugden verkondigt van Hem Die u uit [de] duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht,; Ex 19:66U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.).

Daarbij ben je ook nog gemaakt tot een priester voor Zijn God en Vader. Alles wat de Heer Jezus heeft gedaan, heeft Hij gedaan met het oog op de eer van Zijn God en Vader. Je bent gemaakt tot iemand die voor Gods aangezicht mag loven en aanbidden (Op 4:1010dan zullen de vierentwintig oudsten neervallen voor Hem Die op de troon zit en Hem aanbidden Die leeft tot in alle eeuwigheid, en hun kronen neerwerpen voor de troon en zeggen:; 5:99En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,; Hb 13:1515Laten wij <dan> door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden.; 1Pt 2:55en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus.). Dat mag je nu al doen. Als de Heer Jezus Zijn koninklijke majesteit op Zich neemt, mag je een middel tot zegen zijn voor hen die op aarde door zware tijden heengaan en in hun nood tot God gaan. Je mag dan ‘gebeden van de heiligen’ voor Gods aangezicht brengen (Op 5:88En toen Het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vóór het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen.).

Voor alles wat Hij voor jou heeft gedaan, komt Hem de heerlijkheid toe. Alles wat je bent geworden, weerspiegelt Zijn heerlijkheid. Terwijl de mens steeds alles doet voor zijn eigen heerlijkheid en in eigen kracht, doet de Heer Jezus alles tot heerlijkheid van God aan Wie Hij als Mens alle kracht ontleent. Op aarde heeft Hij als Mens geleefd van alle woord dat door de mond van God is uitgegaan (Mt 4:44Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door [de] mond van God uitgaat’.). Wat Hem als Mens heeft gekenmerkt en wat Hij tot stand heeft gebracht, zal eeuwig gezien en bejubeld worden. Het kan niet anders of je sluit je van harte aan bij het “ja, amen” waarmee de lofprijzing besluit.

Lees nog eens Openbaring 1:2-6.

Verwerking: Wat leer je hier allemaal over het Woord van God en over de Heer Jezus?


Johannes op Patmos

7Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen. 8Ik ben de Alfa en de Oméga, zegt [de] Heer, God, Hij Die is en Die was en Die komt, de Almachtige. 9Ik, Johannes, uw broeder en mededeelgenoot in de verdrukking en het koninkrijk en de volharding in Jezus, kwam op het eiland dat Patmos heet, om het Woord van God en het getuigenis van Jezus. 10Ik kwam in [de] Geest op de dag van de Heer, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin, 11die zei: Wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pérgamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicéa. 12En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij sprak en toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaars;

V77Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen.. Met de oproep “zie” vestigt Johannes de aandacht op Hem Die persoonlijk zal verschijnen. Dit is de grote gebeurtenis waarnaar het hele boek toewerkt. Het wordt gezegd op een manier dat er niet pas straks, maar nu al naar moet worden uitgekeken. Je zou dat de ‘profetisch tegenwoordige tijd’ kunnen noemen. Het toont aan hoe reëel en dichtbij de gebeurtenissen zijn, niet alleen voor Johannes toen, maar ook voor jou en mij nu.

De Heer Jezus zal verschijnen “met de wolken” (Dn 7:1313[Verder] zag ik in de nachtvisioenen,
en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand
als een Mensenzoon.
Hij kwam tot de Oude van dagen
en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen.
)
en ook “op de wolken” (Mt 24:3030En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in [de] hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid.), die als het ware Zijn troon vormen. Het gaat hier niet over Zijn komst voor de gemeente, die je de eerste fase van Zijn tweede komst kunt noemen. Die komst vindt plaats “in wolken” en zal niet voor iedereen zichtbaar zijn (1Th 4:1717daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.; vgl. Hd 1:99En terwijl Hij dit zei, werd Hij opgenomen, terwijl zij toekeken, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.; Lk 21:2727En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid.). Dat is bij de tweede fase van Zijn tweede komst juist wel het geval. Iedereen zal oog in oog komen te staan met Hem, geen mens uitgezonderd.

Van al die mensen noemt Johannes een bepaalde categorie speciaal en wel “zij die Hem doorstoken hebben”. Dit slaat allereerst op de Joden (Zc 12:1010Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.), maar het slaat vervolgens ook op de heidenen, want een Romeinse soldaat heeft Hem doorstoken (Jh 19:3434Maar een van de soldaten doorstak Zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit.). Zij, die deze daad van verachting hebben begaan, zullen Hem vol ontzetting aanschouwen. Het zal een enorme weeklacht bij de Joden veroorzaken (Zc 12:10-1410Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.11Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.12Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,13het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,14al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.), die de inleiding op hun bekering zal zijn. Zo zal het gaan, “ja, amen”. ‘Ja’ is de Griekse bekrachtiging en ‘amen’ de Hebreeuwse, waarmee voor heidenen en Joden wordt aangegeven dat Gods Woord vastligt.

V88Ik ben de Alfa en de Oméga, zegt [de] Heer, God, Hij Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.. Vervolgens doet Hij, Die komt, van Zich horen. Hij zegt Wie Hij is: “Ik ben de Alfa en de Oméga.” De alfa en de oméga zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Deze letters sluiten alle andere letters in. Je ziet in deze naam dan ook dat Hij ‘het Woord van God’ is. Wat Hij als de Alfa is begonnen, voltooit Hij als de Oméga. Hij Die komt en hier aan het woord is, is de Heer Jezus. Hij is ‘de Eerste en de Laatste’ (Op 1:1717En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste,; 2:88En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is en [weer] levend geworden:; 22:1313Ik ben de Alfa en de Oméga, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.). Dat zegt ook Jahweh – in het Oude Testament vertaald met HEERE – van Zichzelf (Js 41:44Wie heeft [dit] bewerkt en gedaan?
[Hij] Die de generaties riep vanaf het begin!
Ik, de HEERE, Die de Eerste ben,
en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.
; 44:66Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël,
zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten:
Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste,
en buiten Mij is er geen God.
; 48:1212Luister naar Mij, Jakob,
Israël, Mijn geroepene:
Ik ben Dezelfde, Ik ben de Eerste,
ook ben Ik de Laatste.
)
, waarmee maar weer eens bewezen is dat de Heer Jezus Jahweh is.

Hij Die aan het woord is, is ‘Jahweh Elohim’ ofwel “[de] Heer, God”, dat is de Heer Jezus. Hij is “Hij Die is”, de eeuwig Zijnde. Hij “was” er altijd en zal er altijd zijn. Hij is ook Degene “Die komt”. Hij is de Almachtige Die al Zijn beloften en plannen zal realiseren. Hij Die doorstoken is, toen Hij als het zwakke van God aan het kruis hing, is Jahweh Zelf, “de Almachtige” Die alle macht in het universum heeft en op het punt staat die macht te openbaren. Dit is een troost voor Zijn volk omdat Hij hen met Zijn almacht draagt en ondersteunt. Tegelijk is het een bedreiging voor Zijn vijanden omdat Hij hen zal oordelen en ieder zal vergelden naar zijn werken.

V99Ik, Johannes, uw broeder en mededeelgenoot in de verdrukking en het koninkrijk en de volharding in Jezus, kwam op het eiland dat Patmos heet, om het Woord van God en het getuigenis van Jezus.. Niemand anders dan Johannes richt het woord tot zijn lezers. Hij stelt zich niet voor als apostel, maar als “broeder” onder de broeders. In zijn evangelie noemt hij zich “discipel” (Jh 21:2424Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en die deze dingen heeft geschreven; en wij weten dat zijn getuigenis waar is.), en in zijn brieven “oudste” (2Jh 1:11De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen,; 3Jh 1:11De oudste aan de geliefde Gajus, die ik in waarheid liefheb.). Ook noemt hij zich “mededeelgenoot in de verdrukking”, waaruit blijkt dat hij in hetzelfde lot deelt als zijn medegelovigen die ook te lijden hebben van de keizer van Rome. Verdrukking hoort bij het geloof. Het is de weg waarlangs je het koninkrijk van God binnen moet gaan (Hd 14:2222en versterkten de zielen van de discipelen, terwijl zij hen vermaanden in het geloof te blijven en dat wij door vele verdrukkingen het koninkrijk van God moeten binnengaan.).

De tijd om te regeren is nog niet aangebroken. Je moet nog volhouden, dwars door allerlei verdrukkingen en beproevingen heen, totdat het moment om te regeren aanbreekt. Als de Heer Jezus terugkomt, zal het zover zijn. Je mag er daarbij aan denken dat de Heer Jezus ook nog steeds wacht op de vestiging van het koninkrijk.

Johannes spreekt hier over “Jezus”, dat is de Naam van Zijn vernedering en herinnert aan Zijn verblijf op aarde. Toen Hij op aarde was, heeft Hij ook die volharding laten zien. Als Pilatus Hem vraagt of Hij de Koning der Joden is, getuigt Hij dat Hij dat is, maar voegt eraan toe: “Nu is Mijn koninkrijk niet van hier” (Jh 18:3636Jezus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars hebben gestreden, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; maar nu is Mijn koninkrijk niet van hier.). Let op het woord “nu”. Het laat zien dat Hij tijdens Zijn eerste aanwezigheid op aarde Zijn koninkrijk niet heeft gevestigd. Die vestiging is ook nu nog toekomst.

Johannes heeft vanuit Gods Woord van dat koninkrijk getuigd. Dat was niet naar de zin van de Romeinse heerser die daarin een bedreiging van zijn eigen koninkrijk en positie zag (vgl. Hd 17:77en Jason heeft hen opgenomen; en dezen handelen allen tegen de verordeningen van de keizer door te zeggen dat er een andere Koning is: Jezus.) en hem daarom had verbannen naar “het eiland dat Patmos heet”. Johannes heeft niet gesproken wat de mensen graag hoorden, anders zat hij nu niet gevangen. Hij was ‘ongeletterd’ (Hd 4:1313Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en merkten dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich; en zij herkenden hen dat zij met Jezus waren geweest.), maar hij sprak het Woord van God met kracht en gezag. In zijn prediking heeft hij getuigd van Jezus, Die het centrum is van al Gods gedachten en plannen.

V1010Ik kwam in [de] Geest op de dag van de Heer, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin,. Daar zit Johannes, eenzaam en alleen op een eiland. Hij zit daar niet vrijwillig, om er eens uit te zijn, maar als gevangene. Hij is ernaartoe verbannen, zonder uitzicht op vrijlating. Het lijkt er niet op dat hij kan rekenen op af en toe eens een bezoekje. Maar dat betekent niet dat de Heer niet bij hem is en dat de Geest hem niet kan gebruiken. Op de dag van de Heer, letterlijk ‘de aan de Heer toebehorende dag’, de zondag (vgl. 1Ko 11:2020Wanneer u nu op één plaats samenkomt, is dat niet ‘s Heren avondmaal eten;), raakt hij door de kracht van de Heilige Geest in geestvervoering (vgl. Hd 10:1010En hij werd hongerig en wenste te eten. En terwijl zij het gereedmaakten, raakte hij in geestvervoering.; 22:1717Het gebeurde mij nu, toen ik in Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel in gebed was, dat ik in geestvervoering raakte). De dag van de Heer is de eerste dag van de week, de dag van Zijn opstanding (Jh 20:1,191Op de eerste [dag] van de week nu kwam Maria Magdalena ‘s morgens vroeg, toen het nog donker was, naar het graf en zij zag de steen van het graf weggenomen.19Toen het dan avond was op die eerste dag van [de] week, en de deuren waar de discipelen waren, wegens hun vrees voor de Joden waren gesloten, kwam Jezus, ging in het midden staan en zei tot hen: Vrede zij u!; Hd 20:77Toen wij nu op de eerste [dag] van de week vergaderd waren om brood te breken, sprak Paulus, die de volgende dag zou vertrekken, hen toe en rekte zijn rede tot middernacht.; 1Ko 16:22Laat ieder van u op [de] eerste [dag] van [de] week bij zichzelf [iets] terzijde leggen en opsparen naardat hij welvaart heeft, opdat de inzamelingen niet pas gebeuren wanneer ik kom.). Op deze dag, die mogelijk zo wordt genoemd om nadruk te leggen op de opstanding van de Heer Jezus, ontvangt Johannes alle mededelingen en visioenen die in dit boek staan.

Maar voordat hij iets ziet, hoort hij iets achter zich. Het is alsof hij met zijn rug naar de gemeenten staat, terwijl hij naar het koninkrijk staat te kijken in de verwachting dat het komt. Maar de Heer is nog niet klaar met Zijn gemeente op aarde. Daar moet Hij Zich eerst nog mee bezighouden. Hij roept Johannes op om te zien, zodat deze zich moet omkeren en zich moet bezighouden met wat de Heer bezighoudt.

Wat hij hoort, is “een luide stem als van een bazuin”. Het is niet de stem van de goede Herder, Die Zijn schapen bij name roept. Die stem heeft hij gehoord, toen hij met de Heer Jezus door Israël trok (Jh 10:11,1411Ik ben de goede Herder; de goede Herder legt Zijn leven af voor de schapen;14Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij,). Maar nu hoort hij de stem van een vervaarlijk Rechter, van Iemand Die het oordeel uitspreekt en uitvoert.

V1111die zei: Wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pérgamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicéa.. De stem van de Rechter gebiedt Johannes om alles wat hij ziet op te schrijven in een boek. Dat houdt in dat hij scherp moet waarnemen en in zich moet opnemen. Al zijn waarnemingen moet hij vervolgens schriftelijk vastleggen, zodat ze bewaard blijven voor latere generaties. Het boek is echter niet alleen van betekenis voor latere generaties, maar ook voor de zeven met name genoemde gemeenten in Klein-Azië, in het westelijke deel van het huidige Turkije.

Er waren wel meer gemeenten in Klein-Azië. Maar de Geest van God heeft deze zeven uitgekozen omdat die juist een weerspiegeling zijn van de gemeente in zijn geheel door de eeuwen heen. Er staat daarom ook “de” zeven gemeenten. Het zijn die zeven bepaalde gemeenten waaraan dit boek moet worden gestuurd. Dat het er zeven zijn, laat zien dat het gaat om iets wat volledig is. Het gaat om een volledige geschiedenis van de gemeente op aarde.

Ook de volgorde is niet willekeurig, maar van bepaald belang. Dat zul je wel zien als we in de volgende twee hoofdstukken, Openbaring 2-3, deze zeven gemeenten nader bekijken. Tegelijk wordt elke gemeente ook apart genoemd, wat je kunt opmaken uit het woord “naar” dat voor de naam van elke gemeente staat.

V1212En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij sprak en toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaars;. Als Johannes de stem heeft gehoord en wat deze heeft gezegd, keert hij zich om. Hij wil de stem zien die met hem spreekt. Een stem kun je niet zien, maar de stem is van een persoon die je wel kunt zien. Die Persoon is de Heer Jezus. Hij is het Woord. Als Johannes zich heeft omgedraaid, ziet hij eerst “zeven gouden kandelaars” en dan pas de Zoon des mensen. Is het ook niet vandaag zo, dat men eerst de gelovigen ziet en dan pas, als het ware door hen heen, de Heer Jezus?

Johannes ziet dat de kandelaars van goud zijn. Goud stelt de heerlijkheid van God voor. Een kandelaar is bedoeld om licht te verspreiden. Dat de gemeenten worden vergeleken met gouden kandelaars, wil dan ook zeggen dat het de bedoeling van plaatselijke gemeenten is dat zij Goddelijk licht verspreiden.

Elke plaatselijke gemeente behoort in haar omgeving te laten zien Wie God is. Dat kan zij alleen doen door rekening te houden met Zijn Woord. Door naar de waarheid van God te luisteren en daaraan te gehoorzamen, wordt er licht in de duisternis verspreid. De duisternis heerst overal in de wereld en bedekt steeds meer plaatsen in de christenheid. Je zult zien hoe het komt dat het licht van de kandelaar ook steeds zwakker gaat branden en er zelfs een situatie kan ontstaan dat de kandelaar wordt weggenomen.

Lees nog eens Openbaring 1:7-12.

Verwerking: Waarom was Johannes op Patmos?


Te midden van de kandelaars

13en in [het] midden van de kandelaars [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot de voeten en aan de borst omgord met een gouden gordel, 14en Zijn hoofd en haar als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam 15en Zijn voeten aan blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven, en Zijn stem als een gedruis van vele wateren. 16En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren en uit Zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. 17En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste, 18en de Levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades. 19Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren. 20De verborgenheid van de zeven sterren die u hebt gezien op Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaars: de zeven sterren zijn [de] engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaars zijn [de] zeven gemeenten.

V1313en in [het] midden van de kandelaars [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot de voeten en aan de borst omgord met een gouden gordel,. Nadat Johannes de gouden kandelaars heeft gezien, ziet hij dat Iemand in het midden ervan staat. Johannes herkent in Hem de “Zoon des mensen”, dat is de Heer Jezus (vgl. Dn 7:9-139Ik bleef kijken,
totdat er tronen werden geplaatst,
en de Oude van dagen Zich neerzette.
Zijn kleed was wit als sneeuw
en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol.
Zijn troon waren vuurvlammen
en de wielen ervan waren laaiend vuur.
10Een rivier van vuur stroomde
en ging voor Zijn aangezicht uit.
Duizendmaal duizenden dienden Hem
en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht.
Het gerechtshof hield zitting
en de boeken werden geopend.
11Toen bleef ik kijken vanwege het geluid van de grote woorden die de horen sprak. Ik bleef kijken totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven.12Ook de rest van de dieren ontnam men hun heerschappij, want verlenging van het leven was hun gegeven tot een [bepaald] tijdstip en een [bepaalde] tijd.13[Verder] zag ik in de nachtvisioenen,
en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand
als een Mensenzoon.
Hij kwam tot de Oude van dagen
en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen.
)
. Hij staat hier – in beeld – te midden van de gemeenten om ze te oordelen. Dat blijkt uit de kenmerken die vervolgens door Johannes worden waargenomen. Je vindt die kenmerken ook in Daniël 7, maar daar als kenmerken van de Oude van dagen, dat is God Zelf. Dat bewijst eens te meer dat de Heer Jezus God is. De vermoeide Man bij de bron bij Sichar (Jh 4:66Jezus dan was vermoeid van de reis en ging zo bij de bron zitten. Het was ongeveer [het] zesde uur.) en de Schepper Die ”niet moe en niet afgemat” wordt (Js 40:2828Weet u het niet?
Hebt u het niet gehoord?
De eeuwige God, de HEERE,
de Schepper van de einden der aarde,
wordt niet moe en niet afgemat.
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.
)
, is dezelfde Persoon.

Het eerste kenmerk van de Zoon des mensen is dat Hij is “bekleed met een gewaad tot de voeten”. Hij is hier niet de Dienaar Die Zijn kleed aflegt om Zijn discipelen te dienen als een nederige slaaf (Jh 13:44en legde Zijn kleren af; en Hij nam een linnen doek en omgordde Zich.). Het is het kleed van de Rechter. De Heer Jezus oordeelt de gemeente in verbinding met haar verantwoordelijkheid die zij als getuigenis op aarde heeft (vgl. 1Pt 4:1717Want het is nu <de> tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; als het echter eerst bij ons [begint], wat zal het einde zijn van hen die het evangelie van God niet gehoorzamen?).

Het tweede kenmerk is dat Hij “aan de borst” is “omgord met een gouden gordel”. Zijn “borst” spreekt van liefde. ‘Goud’ spreekt van Goddelijke heerlijkheid. De “gordel” spreekt van dienen. Hieruit kun je opmaken dat Hij ook als Rechter in liefde dient.

V1414en Zijn hoofd en haar als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam. Zijn dienst als Rechter verricht Hij eerbiedwaardig en met wijsheid en in overeenstemming met de reinheid van de hemel. Daarop wijst het volgende kenmerk, “Zijn hoofd en haar als witte wol” (Sp 16:3131Grijsheid is een sierlijke kroon,
ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid.
; 20:2929Het sieraad van jonge mannen is hun kracht,
en de glorie van de ouderen is de grijsheid.
)
.

Het daarop volgende kenmerk, “Zijn ogen als een vuurvlam”, geeft aan dat Hij alles doorziet en beproeft wat niet in overeenstemming is met Zijn heiligheid. Niets kan voor deze vuurvlam verborgen blijven. Zo toetst Hij de hele christenheid, waarvan de zeven gemeenten een beeld zijn.

V1515en Zijn voeten aan blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven, en Zijn stem als een gedruis van vele wateren.. Dat “Zijn voeten aan blinkend koper gelijk” zijn, betekent dat de norm van Zijn beoordeling Zijn eigen wandel is. Wat Hij van de geestelijke toestand van de gemeente mag verwachten, is dat zij beantwoordt aan wat Hij op aarde in Zijn wandel aan toewijding tegenover God heeft laten zien. “Koper” is een beeld van een gerechtigheid die het vuur van Gods oordeel kan verdragen (Nm 16:37-3937Zeg tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat hij de vuurschalen uit de vlammen moet halen en het vuur weg moet strooien, ver weg; want ze zijn heilig,38[te weten] de vuurschalen van deze [mensen] die ten koste van hun leven gezondigd hebben. En maak er platgeslagen platen van, als een beslag voor het altaar. Zij hebben ze immers voor het aangezicht van de HEERE gebracht, daarom zijn ze heilig. Zo zullen ze voor de Israëlieten tot een teken zijn.39Eleazar, de priester, nam de koperen vuurschalen waarmee zij die verbrand waren, geofferd hadden, en zij pletten ze [om] als beslag van het altaar [te dienen],), omdat er niets is wat het vuur moet verteren. Alles is in overeenstemming met God.

Terwijl Hij Zich zo vertoont, klinkt “Zijn stem als een gedruis van vele wateren” (Ez 43:22En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.; Ps 93:44De HEERE in de hoogte is machtiger
dan het bruisen van machtige wateren,
de machtige golven van de zee.
)
. Daarin komt de kracht van Zijn woorden tot uitdrukking waarmee Hij het vonnis zal uitspreken. De kracht van Zijn stem zal elk weerwoord in de kiem smoren. Het zal in niemand opkomen Zijn vonnis te betwisten.

V1616En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren en uit Zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht.. Verder heeft Hij “in Zijn rechterhand zeven sterren”. Wat de zeven sterren betekenen, staat in vers 2020De verborgenheid van de zeven sterren die u hebt gezien op Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaars: de zeven sterren zijn [de] engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaars zijn [de] zeven gemeenten.. Het zijn zeven engelen, dat wil zeggen de verantwoordelijken in elk van de zeven gemeenten. De Heer Jezus heeft ze in Zijn rechterhand, dat is de hand van Zijn kracht. Dat geeft aan dat Hij gezag over hen heeft.

Het “scherp, tweesnijdend zwaard” dat “uit Zijn mond kwam” (Js 11:44Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid
en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen.
Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond
en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.
; Op 2:12,1612En schrijf aan de engel van de gemeente in Pérgamus: Dit zegt Hij Die het scherpe, tweesnijdende zwaard heeft:16Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van Mijn mond.; 19:15,2115En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.21En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem Die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees.)
, is een beeld van het Woord van God (Hb 4:1212Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt [de] gedachten en overleggingen van [het] hart.; Ef 6:1717En neemt de helm van de behoudenis en het zwaard van de Geest, dat is [het] Woord van God,). Christus oordeelt de gemeenten op grond van dit Woord, dat zij gekend, maar in zoveel opzichten veronachtzaamd hebben. Het Goddelijke geopenbaarde Woord is de norm waarnaar iedereen zal worden geoordeeld (Jh 12:4848Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft dat wat hem oordeelt: het woord dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen op de laatste dag.). Het zal door iedereen erkend moeten worden.

De beschrijving van Zijn Persoon sluit af met een beschrijving van “Zijn gezicht”. Dat is “zoals de zon schijnt in haar kracht” (Mt 17:22En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.; Hd 26:1313zag ik, o koning, midden op [de] dag onderweg een licht uit de hemel, sterker dan de glans van de zon, mij en die met mij reisden omstralen.; Ml 4:22Maar voor u die Mijn Naam vreest,
zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen
als kalveren uit de stal.
)
. De zon plaatst alles in het licht, niets blijft verborgen. Zijn gezicht is hetzelfde gezicht als dat wat de mensen hebben bespuugd (Mt 26:6767Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met vuisten,).

V1717En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de Eerste en de Laatste,. Als Johannes Hem in Zijn volle majesteit heeft gezien, valt hij “als dood aan Zijn voeten”. De aanblik is zo schrikwekkend, dat hij het bijna besterft. Toen de Heer op aarde was, kende Johannes de vertrouwelijke omgang met Hem en lag hij aan in Zijn schoot (Jh 13:23-2523Een van Zijn discipelen, hij die Jezus liefhad, lag aan in de schoot van Jezus.24Simon Petrus dan gaf deze een wenk, dat hij moest vragen wie het toch was over wie Hij sprak.25Deze nu leunde dus over naar de borst van Jezus en zei tot Hem: Heer, wie is het?). Maar nu ziet hij de Heer zoals hij Hem nooit eerder heeft gezien.

Dan legt de Heer “Zijn rechterhand” op hem. Die uitdrukking betekent niet alleen dat de Heer hem aanraakt en Hem daardoor vertroost en bemoedigt. De druk van de hand bevat levengevende kracht. Het betekent voor Johannes de herinnering dat deze Rechter zijn Verlosser is. Het houdt voor jou de bemoediging in dat je van Hem, Die de christenheid zal oordelen, niets te vrezen hebt als je Hem kent en liefhebt.

Dat wordt door de Heer ook gezegd. De woorden “vrees niet” uit Zijn mond zijn in alle tijden voor de gelovigen een grote vertroosting en bemoediging geweest. Hij wijst op Zichzelf als “de Eerste en de Laatste”. Als “de Eerste” is Hij vóór alles en boven alles en de oorsprong van alle dingen, alles komt uit Hem voort. Als “de Laatste” zal Hij het laatste woord hebben. Waarvoor zou je dan nog vrezen? Hij is de rots van kracht voor vermoeide voeten en voor de zwaarste lasten van het leven.

V1818en de Levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.. Hij is ook “de Levende”. Dit is het grote onderscheid tussen de ware God en alle valse goden. Hij heeft leven in Zichzelf. Hij kan het ook aan anderen schenken (Jh 5:21,24-2621Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.24Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord hoort en gelooft Hem Die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in [het] oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven.25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord, zullen leven.26Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf;). Om dat te kunnen is Hij in de dood geweest. Daarom hoeft Johannes niet als een dode te worden. De dood heeft Hem niet kunnen vasthouden, want in Zijn dood heeft Hij alles weggedaan waardoor de dood zijn macht uitoefent.

De dood heeft zijn kracht en recht verloren en zal nooit meer enige vat op Hem kunnen hebben. Hij is “levend tot in alle eeuwigheid”. De overwinning is totaal en eeuwig. Hij heeft door Zijn overwinning ook het volle gezag over “de dood en de hades”, wat in het bezit van “de sleutels” tot uitdrukking komt. De Heer Jezus kan naar eigen goeddunken beschikken over dood en hades (Hb 2:1414Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood teniet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel,; Op 20:1414En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur.).

Hij is niet in het graf gelaten en Zijn lichaam heeft geen ontbinding gezien (Hd 2:27-2827want U zult Mijn ziel niet aan [de] hades overlaten en Uw Heilige geen ontbinding te zien geven.28U hebt Mij [de] wegen van [het] leven bekendgemaakt; U zult Mij met blijdschap vervullen bij Uw aangezicht’.). De heerlijkheid van de Vader heeft Hem eruit opgewekt (Rm 6:44Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood, opdat, zoals Christus uit [de] doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen.), omdat de Vader door Christus en Zijn werk is verheerlijkt en er aan al Gods heilige eisen is voldaan. Op grond daarvan hebben dood en hades ook geen gezag meer over ieder die gelooft (Mt 16:1818En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en [de] poorten van [de] hades zullen haar niet overweldigen.).

V1919Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren.. Na de bemoedigende woorden van de Heer krijgt Johannes de opdracht om het een en ander op te schrijven. Het is een opdracht in drie delen. In deze drie delen heb je tegelijk de grondverdeling van het boek. Hij moet schrijven wat hij heeft gezien en wat is en wat hierna gebeuren zal.

1. “Wat u hebt gezien”, heb je in de voorgaande verzen gelezen: de Heer Jezus als Rechter te midden van de zeven kandelaars.
2. “Wat is”, slaat op Openbaring 2-3. Daarin wordt de situatie beschreven van de zeven gemeenten in Asia die in vers 1111die zei: Wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pérgamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicéa. zijn genoemd. Dat is voor Johannes tegenwoordige tijd. In ruimere zin is het heel de tijdsperiode van de gemeente op aarde, die is begonnen op de Pinksterdag in Handelingen 2 en die zal eindigen bij de opname van de gemeente.
3. “Wat hierna zal gebeuren”, begint met Openbaring 4 (Op 4:11Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren.) en eindigt met het laatste vers van het boek. Dit derde deel ligt geheel in de toekomst. Het zijn de dingen die gebeuren moeten na de dingen die wij in de huidige bedeling nog steeds beleven.

V2020De verborgenheid van de zeven sterren die u hebt gezien op Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaars: de zeven sterren zijn [de] engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaars zijn [de] zeven gemeenten.. Voordat de Heer Jezus de zeven gemeenten aanspreekt, geeft Hij eerst nog een verklaring van “de zeven sterren” en van “de zeven gouden kandelaars”. Dit is nodig, want het betreft een “verborgenheid”. Een ‘verborgenheid’ is iets wat geheim en verborgen is, totdat het wordt geopenbaard. De verborgenheid wordt nu door de Heer Jezus bekendgemaakt.

De sterren zijn hier niet in Zijn rechterhand, zoals in vers 1616En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren en uit Zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard, en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht., maar “op” Zijn rechterhand. Dat wijst erop dat Hij ze met Zijn kracht ondersteunt en ze als het ware in hun openbare relatie met Hem toont. Sterren schijnen in de nacht. Ze zijn een symbool voor de engelen van de zeven gemeenten. Het woord ‘engel’ betekent letterlijk ‘boodschapper’ of ‘vertegenwoordiger’. Het kan in ruimere zin ook voor mensen worden gebruikt. De engelen zijn hier niet cherubs of andere geestelijke wezens, maar mensen die vertegenwoordigers van de gemeenten zijn.

Evenals sterren zijn ook kandelaars bedoeld om licht te verspreiden in de duisternis. De kandelaars zijn een symbool voor het geheel van elke plaatselijke gemeente, terwijl sterren meer een symbool zijn voor individuele personen die deze gemeenten vormen. Je ziet hier dan ook dat zowel de enkeling als het geheel verantwoordelijk wordt gesteld om licht te verspreiden. In de volgende twee hoofdstukken zul je de beoordeling van deze taak door de Heer Jezus zien.

Lees nog eens Openbaring 1:13-20.

Verwerking: Welke indruk maakt de beschrijving van de Heer Jezus op jou?


Lees verder