Micha
Inleiding 1 Het kennen van het recht 2 Haten en liefhebben 3 Kannibalisme 4 De HEERE antwoordt niet 5 Weer tot de valse profeten 6 Nacht en duisternis voor de valse profeten 7 Zieners en waarzeggers beschaamd 8 Vol kracht om te prediken 9-10 Het recht verafschuwd en verdraaid 11 Hoogmoedig roemen 12 Omwille van de valse priesters en profeten
Inleiding

Dit hoofdstuk is in drie gelijke delen te verdelen. Elk van de drie delen begint met een beschuldiging aan het adres van de verantwoordelijke leiders en sluit af met een veroordeling:
1. De verzen 1-41Toen zei ik:
Luister toch, hoofden van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
behoort u niet
het recht te kennen?2Zij haten het goede
en hebben het kwade lief,
zij stropen hun huid van hen af
en hun vlees van hun beenderen.3Ja, zij zijn het
die het vlees van Mijn volk eten,
hun huid van hen afstropen,
hun beenderen breken,
ze uiteenleggen als in een pot,
als vlees midden in een ketel.4Dan zullen zij tot de HEERE roepen,
maar Hij zal hun niet antwoorden.
In die tijd zal Hij Zijn aangezicht voor hen verbergen,
omdat zij kwaad gedaan hebben.
zijn gericht tot de hoofden en leidslieden,
2. de verzen 5-85Zo zegt de HEERE
tegen de profeten die Mijn volk misleiden,
die, [als] zij met hun tanden [kunnen] bijten,
vrede verkondigen.
Wie hun echter niets in hun mond geeft,
aan hem verklaren zij de oorlog.6Daarom zal het nacht voor u worden, zonder visioen,
het zal duister worden voor u, zonder waarzeggerij.
De zon zal over deze profeten ondergaan
en de dag zal donker over hen worden.7De zieners zullen beschaamd worden
en de waarzeggers rood van schaamte,
zij zullen allen [hun] baard en snor bedekken,
want er komt geen antwoord van God.8Ik daarentegen ben vol
van de kracht van de Geest van de HEERE,
van recht en heldenmoed,
om Jakob zijn overtreding te verkondigen
en Israël zijn zonde.
tot de valse profeten en
3. de verzen 9-129Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
die een afschuw hebben van recht
en al wat recht is, verdraaien,
10die Sion bouwen met bloed
en Jeruzalem met onrecht.11Hun hoofden spreken er recht voor geschenken,
hun priesters onderwijzen voor loon,
hun profeten plegen waarzeggerij voor geld.
En nog steunen zij op de HEERE en zeggen:
Is de HEERE niet in ons midden?
Ons zal geen kwaad overkomen.12Daarom zal omwille van u
Sion [als] een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem een puinhoop worden
en de berg van dit huis tot hoogten [in] het woud.
tot de beide voorgaande categorieën, waaraan de priesters worden toegevoegd.

Het sleutelwoord is het woord ‘recht’ (verzen 1,8,91Toen zei ik:
Luister toch, hoofden van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
behoort u niet
het recht te kennen?8Ik daarentegen ben vol
van de kracht van de Geest van de HEERE,
van recht en heldenmoed,
om Jakob zijn overtreding te verkondigen
en Israël zijn zonde.9Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
die een afschuw hebben van recht
en al wat recht is, verdraaien,
)
.


Het kennen van het recht

1Toen zei ik:
Luister toch, hoofden van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
behoort u niet
het recht te kennen?

Micha spreekt “Jakob” en “Israël” opnieuw aan. Hij heeft dat gedaan in de zegen aan het einde van het vorige hoofdstuk (Mi 2:1212Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al.
Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen.
Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra,
als een kudde midden in zijn weide.
Het zal er gonzen van de mensen.
)
. Maar daar betreft het een trouw overblijfsel, terwijl het hier gaat om de ontrouwe leiders. De “hoofden” en “leiders” zijn rechters en bestuurders, de burgerlijke overheden.

Micha stelt hun een indringende vraag die hun geweten moet raken. Zij, die meer dan wie ook weten wat recht is en anderen oordelen, bedrijven het ergste onrecht. Het recht dat zij moeten hooghouden en dat is neergelegd in de wet van Mozes, verdraaien zij op vreselijke wijze. Daarmee onteren zij bovenal de HEERE, want Hij is de Wetgever.

Zij lijken in veel opzichten op de farizeeën en schriftgeleerden uit de dagen van de Heer Jezus. De Heer laakt het vrome gedrag van deze lieden en hun uitbuiting van de sociaal zwakkeren (Mk 12:38-4038En in Zijn leer zei Hij tot hen: Kijkt u uit voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in lange kleren, begroetingen op de markten,39eerste zetels in de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden;40die de huizen van de weduwen opeten en voor de schijn lang bidden. Dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.). Deze wetshandhavers kijken met minachting op het ‘onwetende’ volk neer (Jh 7:4949Maar deze menigte die de wet niet kent, is vervloekt!). Verblind door het najagen van eigen belangen zijn zij er steeds op uit om Hem te doden Die de wet heeft gegeven (Jh 5:1818Daarom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat brak, maar ook God Zijn eigen Vader noemde, zodat Hij Zich aan God gelijk maakte.; 11:5353Van die dag af dan beraadslaagden zij om Hem te doden.).


Haten en liefhebben

2Zij haten het goede
en hebben het kwade lief,
zij stropen hun huid van hen af
en hun vlees van hun beenderen.

Haten en liefhebben hebben betrekking op hun gezindheid en tonen de verdorven grondhouding van deze mensen. Het is niet alleen zo, dat zij het goede niet doen, maar ze hebben er een afkeer van, ze haten het. Het is al zonde als iemand het goede niet liefheeft, laat staan als hij het haat. Zo is het ook met het kwade. Ze doen het kwade, maar dat niet alleen, ze doen het graag, ze houden ervan. Het is al verkeerd als iemand niet vlucht van het kwade, laat staan als hij het liefheeft.

Deze mensen zijn geen herders, maar slagers, of nog erger, kannibalen. In plaats van te helen wat gebroken is, breken ze stuk wat heel is. In plaats van de kudde te voeden, doen ze zich er te goed aan. Ze scheren de schapen niet, maar villen ze. In plaats van de kudde te beschermen tegen wilde dieren, gedragen zij zich zelf als wilde dieren te midden van de kudde.

In Johannes 10 gebruikt de Heer Jezus drie termen voor deze mensen: dieven, huurlingen en wolven (Jh 10:10-1310De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben.11Ik ben de goede Herder; de goede Herder legt Zijn leven af voor de schapen;12wie huurling is en geen herder, wiens eigendom de schapen niet zijn, ziet de wolf komen en laat de schapen achter en vlucht; en de wolf rooft ze en verstrooit <de schapen.13En de huurling vlucht>, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert.).
1. De dief komt stiekem en ziet de schapen als winstbron. Om optimale winst te behalen is hij bereid niet alleen te stelen, maar ook te slachten en zelfs te verderven.
2. Een huurling denkt alleen aan zijn eigen veiligheid. Zodra er gevaar voor hemzelf dreigt, laat hij de schapen in de steek en vlucht.
3. De wolf handelt naar zijn eigen natuur. Hij denkt niet aan winst of gevaar, maar rukt en rooft, jaagt angst aan en zaait verwarring.

De huid afstropen komt overeen met ons gezegde ‘iemand het vel over de oren halen’, dat betekent ‘veel geld afzetten’. Het betekent dat ze hen van alles beroven wat hun het leven enigszins leefbaar maakt. Ze nemen al hun middelen van bestaan van hen af. ‘De huid afstroopt’ kan slaan op het afnemen van hun kleding en ‘het vlees van hun beenderen’ kan slaan op hun grondgebied.


Kannibalisme

3Ja, zij zijn het
die het vlees van Mijn volk eten,
hun huid van hen afstropen,
hun beenderen breken,
ze uiteenleggen als in een pot,
als vlees midden in een ketel.

Als God hier van “Mijn volk” spreekt, zal daarmee in het bijzonder het gelovige deel daarvan worden bedoeld. Zij zijn vooral het doelwit van deze gewetenloze lieden. In onverbloemde taal houdt de profeet de rechters hun beestachtige handelwijze voor. Ze beroven het volk niet alleen, maar vreten het ook op, ze behandelen het als slachtvee.

In zijn beschrijving laat Micha zien dat deze mensen geen middel, hoe laag-bij-de-gronds ook, onbeproefd laten om zichzelf ten koste van anderen te goed te doen en hun medeburgers van hun bezittingen te beroven. Wat een contrast vormen deze leiders met de Herder van Micha 2 (Mi 2:1212Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al.
Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen.
Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra,
als een kudde midden in zijn weide.
Het zal er gonzen van de mensen.
)
. We zien dit contrast ook in Ezechiël 34 (Ez 34:1-10,23-241Het woord van de HEERE kwam tot mij:2Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer, en zeg tegen hen, tegen die herders: Zo zegt de Heere HEERE: Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?3U eet het beste op en u kleedt u met de wol; u slacht het vetgemeste, [maar] de schapen weidt u niet.4Het zwakke versterkt u niet, het zieke geneest u niet, het gebrokene verbindt u niet, het afgedwaalde brengt u niet terug en het verlorene zoekt u niet, maar u heerst met geweld en met harde hand over hen.5Ze zijn overal verspreid, zonder herder, en ze zijn alle dieren van het veld tot voedsel geworden: ze zijn verspreid.6Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar [ze] vraagt, en niemand die [ze] zoekt.7Daarom, herders, hoor het woord van de HEERE!8[Zo waar] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorwaar, omdat Mijn schapen tot een prooi geworden zijn en Mijn schapen voor alle dieren van het veld tot voedsel geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders niet naar Mijn schapen gevraagd hebben, maar de herders zichzelf geweid hebben, en Mijn schapen niet geweid hebben.9Daarom, herders, hoor het woord van de HEERE!10Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál die herders! Ik eis Mijn schapen op uit hun hand, en doe hen ophouden met het weiden van de schapen. Die herders zullen zichzelf niet meer weiden en Ik zal Mijn schapen uit hun mond redden, zodat ze hun niet [meer] tot voedsel zijn.23Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David. Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn.24En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken.).

De apostel Paulus laat een totaal andere gezindheid zien dan deze verdorven leiders. Tegenover de wrede wolven waarvan hij weet dat zij de gemeente zullen “binnensluipen, die de kudde niet sparen” (Hd 20:2929Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen;), toont hij zijn gezindheid als hij zegt: “Ik zoek niet het uwe, maar u” (2Ko 12:1414Zie, ik sta gereed deze derde keer naar u toe te komen, en ik zal [u] niet tot last zijn, want ik zoek niet het uwe, maar u. Want niet de kinderen behoren schatten te verzamelen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.).


De HEERE antwoordt niet

4Dan zullen zij tot de HEERE roepen,
maar Hij zal hun niet antwoorden.
In die tijd zal Hij Zijn aangezicht voor hen verbergen,
omdat zij kwaad gedaan hebben.

Na de beschuldiging volgt de veroordeling. Er is geen barmhartigheid voor hen die geen barmhartigheid bewijzen (Jk 2:13a13Want het oordeel zal onbarmhartig zijn over hem die geen barmhartigheid gedaan heeft; barmhartigheid roemt tegen oordeel.). Zij luisteren niet naar hun slachtoffers als die hun om genade smeken. Als deze trouweloze, onbarmhartige leiders tot de HEERE zullen roepen in de ellende die over hen zal komen, zal Hij ook niet naar hen horen (Dt 31:1717Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrikkelijke dingen en noden zullen het [volk] treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?; 1Sm 28:66En Saul raadpleegde de HEERE, maar de HEERE antwoordde hem niet; niet door dromen, niet door de urim, [en] ook niet door de profeten.; Js 1:1515En wanneer u uw handen uitspreidt,
verberg Ik Mijn ogen voor u;
ook wanneer u [uw] gebed vermeerdert,
luister Ik niet:
uw handen zitten vol bloed.
; Jr 11:1111Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga over hen onheil brengen waaraan zij niet kunnen ontkomen. Als zij dan tot Mij roepen, zal Ik niet naar hen luisteren.; Sp 1:2828Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden.
Zij zullen mij ernstig zoeken, maar zullen Mij niet vinden,
; 21:1313Wie zijn oren dichtstopt voor het geroep van de arme,
ook hij zal roepen en niet verhoord worden.
)
. Zij zullen immers alleen roepen om uit de ellende te worden bevrijd en niet vanwege berouw over hun zonden en ongerechtigheid.

Dat God Zijn aangezicht voor iemand verbergt, is het ergste wat iemand kan gebeuren (Ps 22:33Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet,
en 's nachts, maar ik vind geen stilte.
; 69:1818Verberg Uw aangezicht niet voor Uw dienaar,
want [de angst] benauwt mij; verhoor mij spoedig.
)
. God doet dat hier bij Zijn volk. Dit is het gevolg van hun zonden (Js 54:88In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u
Mijn aangezicht een ogenblik verborgen,
maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen,
zegt de HEERE, uw Verlosser.
)
. Het betekent dat Hij hun Zijn barmhartigheid onthoudt (Jk 2:13a13Want het oordeel zal onbarmhartig zijn over hem die geen barmhartigheid gedaan heeft; barmhartigheid roemt tegen oordeel.). Het is uiteindelijk de verschrikking van de hel. Zo gezegend als de genade van God is, zo afschuwelijk is Zijn toorn. Altijd heeft God geantwoord (Ps 22:66Tot U hebben zij geroepen en zij zijn gered,
op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.
)
, maar als de genadetijd voorbij is, zullen de bozen geen antwoord krijgen.


Weer tot de valse profeten

5Zo zegt de HEERE
tegen de profeten die Mijn volk misleiden,
die, [als] zij met hun tanden [kunnen] bijten,
vrede verkondigen.
Wie hun echter niets in hun mond geeft,
aan hem verklaren zij de oorlog.

Nadat Micha in de vorige verzen over de leidslieden heeft gesproken, spreekt hij in de verzen 5-85Zo zegt de HEERE
tegen de profeten die Mijn volk misleiden,
die, [als] zij met hun tanden [kunnen] bijten,
vrede verkondigen.
Wie hun echter niets in hun mond geeft,
aan hem verklaren zij de oorlog.6Daarom zal het nacht voor u worden, zonder visioen,
het zal duister worden voor u, zonder waarzeggerij.
De zon zal over deze profeten ondergaan
en de dag zal donker over hen worden.7De zieners zullen beschaamd worden
en de waarzeggers rood van schaamte,
zij zullen allen [hun] baard en snor bedekken,
want er komt geen antwoord van God.8Ik daarentegen ben vol
van de kracht van de Geest van de HEERE,
van recht en heldenmoed,
om Jakob zijn overtreding te verkondigen
en Israël zijn zonde.
over de valse profeten. Een profeet wordt verondersteld Gods woorden door te geven en daarmee Gods volk op de goede weg te leiden. Maar in plaats van het volk te leiden verleiden deze profeten het volk. Tegenover de valse profeten stelt Micha in vers 88Ik daarentegen ben vol
van de kracht van de Geest van de HEERE,
van recht en heldenmoed,
om Jakob zijn overtreding te verkondigen
en Israël zijn zonde.
de ware profeet. Hij spreekt hier op sarcastische wijze.

De leidslieden regeren door macht. De valse profeten oefenen macht uit door een verdraaiing van de woorden van God. Op die manier zijn zij bezig Gods volk, “Mijn volk”, te verleiden, dat wil zeggen hen op een dwaalspoor te brengen. Op deze wijze ondersteunen de profeten de rechters in hun boosheid. Zo zijn er vandaag krachtige leiders, bestuurders, en ook mensen met een meeslepend charisma, die voorspoed en genezing beloven, waardoor velen misleid worden. Vaak ook zijn dat mensen die daardoor macht uitoefenen. Ze hebben gemeen dat ze niet de Heer Jezus dienen maar hun eigen buik (Fp 3:1919hun einde is [het] verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen.; Rm 16:1818Want zulke [mensen] dienen niet onze Heer Christus, maar hun eigen buik; en door vleitaal en lofspraak bedriegen zij de harten van de argelozen.).

De valse profeten zijn lieden die vrede en geluk voorspellen voor een hap brood en wat geld. Om hun eigen buik te dienen misleiden ze het volk in plaats van het zijn zonde voor te houden en boete te prediken. Ze wiegen het volk van God in slaap door het te vleien en aan te moedigen in zijn zonden.

En als ze niets krijgen, voorspellen ze onheil. De inhoud van hun prediking laten ze afhangen van de beloning die ze ontvangen. Ze laten zich in hun prediking beïnvloeden door het geld of de geschenken die ze krijgen. Ze prediken dan ook alleen voor de rijken en die beloven ze slechts voorspoed. De mate van de voorspoed die zij voorspellen, is afhankelijk van het bedrag of het geschenk. De armen krijgen te horen dat ze nog meer ellende zullen meemaken, want zij hebben niets om een goede boodschap mee te kopen.


Nacht en duisternis voor de valse profeten

6Daarom zal het nacht voor u worden, zonder visioen,
het zal duister worden voor u, zonder waarzeggerij.
De zon zal over deze profeten ondergaan
en de dag zal donker over hen worden.

Profeten worden verondersteld licht te verspreiden voor Gods volk. Deze valse profeten doen alsof zij ‘het licht’ hebben. Ze doen zich voor als verlichte mensen die meer weten dan de gewone leden van Gods volk. Maar valse profeten putten uit duistere bronnen. Daarom zal duisternis hun bestemming zijn.

Omdat deze valse profeten het gewijde ambt van profeet zoveel geweld hebben aangedaan, spreekt de HEERE een viervoudig oordeel over hen uit, alles in verband met duisternis. Het eerste oordeel luidt in het Hebreeuws kortweg: ‘Nacht voor u!’ Ze zullen geen gezichten meer zien uit het rijk van de duisternis, er zullen geen occulte verschijningen meer plaatsvinden. De duisternis waarmee ze in verbinding staan, zal hen volkomen omgeven. Het zal gedaan zijn met hun waarzeggerijen. Ze zullen voor niemand meer een boodschap uit de afgrond hebben.

Ze zullen de zon nooit meer zien (Am 8:99Op die dag zal het gebeuren,
spreekt de Heere HEERE,
dat Ik de zon midden op de dag zal laten ondergaan;
op klaarlichte dag zal Ik het land duister maken.
; Jr 15:99Zij die er zeven baarde, verkommert,
zij blaast haar [laatste] adem uit.
Haar zon gaat onder als het nog dag is,
zij schaamt zich en wordt rood van schaamte.
Wat van hen nog overblijft, zal Ik overgeven aan het zwaard
voor het oog van hun vijanden,
spreekt de HEERE.
)
, het zal voor hen nooit meer dag worden. Het ondergaan van de zon geeft treffend weer dat deze profeten geen verbinding hebben met de Heer Jezus, de Zon der gerechtigheid. Ze hebben anderen in de duisternis gevoerd, terwijl ze hun het licht hebben voorgesteld. Omdat ze zichzelf als goddelijk verlichte personen presenteren, die het daglicht beloven aan hen die hun om raad vragen, zullen ze in donkerheid eindigen.


Zieners en waarzeggers beschaamd

7De zieners zullen beschaamd worden
en de waarzeggers rood van schaamte,
zij zullen allen [hun] baard en snor bedekken,
want er komt geen antwoord van God.

“De zieners” en “de waarzeggers” behoren tot de valse profeten. Hun schande zal openbaar worden, omdat er geen antwoord van God komt. Er zal een tijd komen dat ze in hun hemd zullen staan, met de mond vol tanden, omdat al hun profeteren als leugen aan de kaak wordt gesteld. Het zal duidelijk worden dat zij hebben gesproken zonder dat de HEERE hen heeft gezonden. Hun schande zal gezien worden als er niets van al hun mooie beloften waar zal blijken te zijn, dat er niets van uitkomt.

Het bedekken van baard en snor lijkt een teken van droefheid te zijn en hier ook van schaamte (vgl. Lv 13:4545De kleren van de melaatse bij wie de ziekte is [vastgesteld], moeten ingescheurd worden, zijn hoofd[haar] moet hij los laten hangen, hij moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein!).


Vol kracht om te prediken

8Ik daarentegen ben vol
van de kracht van de Geest van de HEERE,
van recht en heldenmoed,
om Jakob zijn overtreding te verkondigen
en Israël zijn zonde.

In contrast met de valse profeten spreekt Micha nu over zichzelf en geeft de kenmerken van de ware boodschapper van God. Hij weet van zichzelf dat hij door de Geest spreekt. Dit is geen hoogmoed, maar een bewustzijn van Gods tegenwoordigheid.

Elk onderdeel van dit vers is van grote betekenis. Het laat de voorbereiding en toerusting van de profeet van God zien. Hij spreekt met kracht door de Heilige Geest (2Tm 1:77Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.), terwijl de valse profeten alleen vanuit hun eigen geest spreken (Ez 13:33Zo zegt de Heere HEERE: Wee de dwaze profeten die hun [eigen] geest volgen zonder [iets] te hebben gezien!). Hij is vol heilige moed om het volk zijn zonden bekend te maken, ondanks wat het volk wenst (Mi 2:66Ze profeteren: Profeteer niet!
Ze moeten er niet over profeteren!
Er komt geen einde aan al die smaad.
)
.

Als er zo’n duidelijk verschil is tussen de valse en de echte profeet, hoe komt het dan toch dat het volk faalt in het onderscheiden tussen namaak en echt? De oorzaak daarvan is hun luxe, weelderige leven en hun lage morele toestand. Daardoor hebben ze een volkomen gebrek aan belangstelling voor de dingen van God. Het materialisme heeft hun ogen verblind en hun gevoelens afgevlakt, waardoor ze geen enkele interesse hebben voor deze wezenlijke zaken.

En als ze hun godsdienstige gevoelens willen bevredigen, betalen ze een valse profeet graag met een deel van hun welvaart. Die geeft in ruil daarvoor een prediking die het geweten sust en de mensen verder laat zwelgen in hun wellust. Hetzelfde geldt voor de hedendaagse christenheid. Men kiest en betaalt een predikant die zijn woorden zo behoedzaam afweegt, dat hij elke prikkeling van het geweten omzeilt en voorkomt (2Tm 4:1-41Ik betuig voor God en Christus Jezus, Die levenden en doden zal oordelen, en Zijn verschijning en Zijn koninkrijk:2predik het Woord, wees paraat, gelegen [en] ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering.3Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen;4en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden.).

Dit soort predikers zijn valse profeten die menen dat de gave van God voor geld te krijgen is (2Pt 2:1515Door [de] rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, [de zoon] van Bosor, die [het] loon van [de] ongerechtigheid liefhad,; Hd 8:1818Toen nu Simon zag dat door de oplegging van de handen van de apostelen de <Heilige> Geest gegeven werd, bood hij hun geld aan; Jd 1:1111Wee hun, omdat zij de weg van Kaïn gegaan zijn en voor loon zich aan de dwaling van Bileam overgegeven hebben en in de tegenspreking van Korach omgekomen zijn.). Echte profeten zijn er niet op uit om mensen te behagen, maar zij behagen God Die de harten proeft (1Th 2:44Maar zoals wij door God beproefd zijn bevonden dat ons het evangelie zou worden toevertrouwd, zó spreken wij, niet alsof wij mensen behagen, maar God Die onze harten beproeft.; Gl 1:1010Want probeer ik nu mensen tevreden te stellen of God? Of tracht ik mensen te behagen? Als ik nog mensen behaagde, zou ik geen slaaf van Christus zijn.). Zij laten zich niet omkopen om te zeggen wat de mensen graag horen. Omdat Micha volkomen vrij is van de misdaden van zijn tijdgenoten, kan hij zijn tegenstanders met de kracht van een zuiver geweten aanspreken. Onbevreesd kan hij tegen de zonden van het huis van Israël getuigen.

Een dergelijke boodschap wordt niet met enthousiasme ontvangen. Tandenknarsend wordt hij aangehoord. Slechts een enkeling zal zich erdoor laten aanspreken. Zij die door de HEERE geroepen zijn om te bestraffen, hebben daarom veel moed nodig om te volharden.

Voor deze dienst en de volharding daarin is het nodig vervuld te zijn met de Geest. Het vervuld worden met de Geest is een opdracht voor iedere gelovige (Ef 5:1818En wordt niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar wordt vervuld met [de] Geest,), hoeveel te meer dan voor hen die Gods Woord aan anderen voorhouden. Op de Pinksterdag zijn alle gelovigen vervuld met de Geest, maar het gebeurt ook later nog (Hd 13:5252En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met [de] Heilige Geest.). De volheid van de Geest wordt alleen beperkt door ons vermogen om te ontvangen. Als er in ons leven elementen zijn die dat verhinderen, moeten we die eerst wegdoen.


Het recht verafschuwd en verdraaid

9Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
die een afschuw hebben van recht
en al wat recht is, verdraaien,
10die Sion bouwen met bloed
en Jeruzalem met onrecht.

Dat Micha een echte profeet is, blijkt eens te meer uit deze en de volgende verzen. Hij neemt geen blad voor de mond. Vervuld van de Geest en van kracht houdt hij de leiders van het volk hun zonden voor (vers 99Hoor nu dit, hoofden van het huis van Jakob
en leiders van het huis van Israël,
die een afschuw hebben van recht
en al wat recht is, verdraaien,
)
. In krachtige taal, die de leiders als zeer stuitend moeten hebben ervaren, stelt hij hun verdorven innerlijk en hun boze handelingen aan de kaak. Hun afschuw van het recht is hun weerzin om eerlijk te zijn. Ook Amos spreekt over mensen die het recht verafschuwen (Am 5:1010Zij haten wie in de poort opkomt voor het recht,
zij hebben een afschuw van wie de waarheid spreekt.
)
. Het verdraaien van wat recht is, is het bewust verkeerd voorstellen van zaken.

“Bouwen met bloed” (vers 1010die Sion bouwen met bloed
en Jeruzalem met onrecht.
)
wil zeggen dat hun prachtige bouwwerken tot stand zijn gekomen door gruwelijke afpersingen. We kunnen ook denken aan justitiële moorden, zoals Achab die heeft begaan (1Kn 21:1-151Hierna gebeurde [het volgende]: Naboth uit Jizreël had een wijngaard die in Jizreël lag, naast het paleis van Achab, de koning van Samaria.2En Achab sprak tot Naboth: Geef mij uw wijngaard, dan kan die mij tot moestuin dienen. Hij ligt immers vlak naast mijn huis. Dan geef ik u in plaats daarvan een wijngaard die beter is dan deze, [of,] als het goed is in uw ogen, geef ik u de waarde ervan in geld.3Maar Naboth zei tegen Achab: Laat de HEERE daarvan bij mij geen sprake doen zijn, dat ik u het erfelijk bezit van mijn vaderen zou geven!4Toen kwam Achab thuis, somber gestemd en woedend vanwege het woord dat Naboth uit Jizreël tot hem had gesproken; dat deze had gezegd: Ik geef u het erfelijk bezit van mijn vaderen niet. Hij ging op zijn bed liggen, wendde zijn gezicht af en nam geen voedsel tot zich.5Toen kwam Izebel, zijn vrouw, bij hem. Zij sprak tot hem: Wat is er, dat uw geest somber gestemd is en dat u geen voedsel tot u neemt?6Hij sprak tot haar: Omdat ik tot Naboth uit Jizreël heb gesproken en tegen hem heb gezegd: Geef mij uw wijngaard voor geld. Of, als u dat liever hebt, zal ik u er een wijngaard voor in de plaats geven. Hij heeft echter gezegd: Ik geef u mijn wijngaard niet.7Toen zei Izebel, zijn vrouw, tegen hem: Moet ú nu het koningschap over Israël uitoefenen? Sta op, neem voedsel tot u, laat uw hart vrolijk zijn, dan zal ík u de wijngaard van Naboth uit Jizreël, geven.8Vervolgens schreef zij brieven in de naam van Achab, verzegelde die met zijn zegel, en zij stuurde de brieven naar de oudsten en naar de edelen die bij Naboth in diens stad woonden.9In die brieven schreef zij: Roep een vasten uit en laat Naboth aan het hoofd van het volk zitten.10En laat twee mannen tegenover hem zitten, verdorven lieden, die tegen hem getuigen: U hebt God en de koning vaarwel gezegd. Breng hem dan naar buiten en stenig hem, zodat hij sterft.11En de mannen van zijn stad, die oudsten en die edelen die in zijn stad woonden, deden zoals Izebel hun opgedragen had, zoals geschreven was in de brieven die zij hun gestuurd had.12Zij riepen een vasten uit, en zij lieten Naboth aan het hoofd van het volk zitten.13Toen kwamen er twee mannen, verdorven lieden, tegenover hem zitten, en die verdorven lieden getuigden tegen hem, tegen Naboth, ten overstaan van het volk: Naboth heeft God en de koning vaarwel gezegd. Daarop brachten zij hem buiten de stad en stenigden hem met stenen, zodat hij stierf.14Daarna stuurden zij Izebel [een bode] om te zeggen: Naboth is gestenigd en is dood.15Het gebeurde nu, toen Izebel hoorde dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tegen Achab zei: Sta op, neem de wijngaard van Naboth uit Jizreël in bezit, die hij weigerde u voor geld te geven. Naboth leeft namelijk niet [meer], maar is dood.) en later ook Jojakim (Jr 22:13-1713Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid,
en zijn bovenvertrekken met onrecht,
die zijn naaste zonder te betalen laat werken
en hem zijn loon niet geeft.
14Die zegt: Ik zal voor mij een huis van grote afmetingen bouwen,
met ruime bovenvertrekken.
Hij hakt er voor zich vensters uit, overdekt het met ceder[hout]
en beschildert het met rode kleuren.
15Wilt u koning zijn
door te wedijveren in ceder[hout]?
Heeft niet uw vader gegeten en gedronken,
en recht en gerechtigheid gedaan?
Hem ging het toen goed!
16Hij behartigde de rechtszaak van de ellendige en de arme.
Toen ging het goed!
Is dat niet: Mij kennen?
spreekt de HEERE.
17Maar uw ogen en uw hart zijn op niets
dan op uw winstbejag [uit],
op het vergieten van onschuldig bloed,
op onderdrukking en op uitbuiting, om [dat] te doen.
; vgl. Hk 2:1212Wee hem die een stad met [vergoten] bloed bouwt,
die een stad op onrecht grondvest!
)
. Ze menen daardoor Sion vaster in handen te krijgen en tot groter aanzien te komen. Zij vinden zichzelf bekwame bestuurders. Wie hun plannen in de weg staat, wordt via gerechtelijke weg onteigend. Deze gerechtelijke weg is dan wel zo in elkaar gezet, dat die past in hun plannen. Zo wordt Jeruzalem “met onrecht” gebouwd. Elk verzet daartegen is zinloos.

In waarheid bouwen ze daarmee echter niet de stad op, maar maken haar klaar voor haar verwoesting, zoals in vers 1212Daarom zal omwille van u
Sion [als] een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem een puinhoop worden
en de berg van dit huis tot hoogten [in] het woud.
staat. Maar voordat Micha dat zegt, vat hij in vers 1111Hun hoofden spreken er recht voor geschenken,
hun priesters onderwijzen voor loon,
hun profeten plegen waarzeggerij voor geld.
En nog steunen zij op de HEERE en zeggen:
Is de HEERE niet in ons midden?
Ons zal geen kwaad overkomen.
de zonden van de verschillende leiders nog eens samen.


Hoogmoedig roemen

11Hun hoofden spreken er recht voor geschenken,
hun priesters onderwijzen voor loon,
hun profeten plegen waarzeggerij voor geld.
En nog steunen zij op de HEERE en zeggen:
Is de HEERE niet in ons midden?
Ons zal geen kwaad overkomen.

Het hele rechtssysteem is tot in de kern verdorven. Allen die een plaats van aanzien en gezag hebben, zijn uit op eigen voordeel (Jr 6:1313Want van hun kleinste tot hun grootste,
ieder van hen is uit op winstbejag.
Van profeet tot priester
pleegt ieder van hen bedrog.
)
. “Hun hoofden”, het burgerlijk bestuur, handhavers van het civiele recht, moeten zorgen voor eerlijke rechtspraak. Maar zij laten zich omkopen (Ex 23:88U mag geen geschenk aannemen, want het geschenk maakt zienden blind en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.). In het vergunningenbeleid bijvoorbeeld krijgen de grote handelaren de vergunningen door het geven van steekpenningen. De eenmanszaken krijgen geen kans en gaan failliet.

“Hun priesters” hebben tot taak het volk in de dingen van God te onderwijzen. De beloning daarvoor krijgen ze van de HEERE (Nm 18:2020Ook zei de HEERE tegen Aäron: U zult in hun land geen erfelijk bezit nemen, en u zult geen aandeel in het midden van hen hebben. Ik ben uw deel en erfelijk bezit, in het midden van de Israëlieten.; Dt 17:8-118Als bij de rechtspraak een zaak voor u te moeilijk is, bij geschilpunten binnen uw poorten met betrekking tot bloed[vergieten], rechtsvordering of geweldpleging, dan moet u opstaan en naar de plaats gaan die de HEERE, uw God, zal uitkiezen.9Dan moet u naar de Levitische priesters gaan, en naar de rechter die er in die dagen is, en [hen] raadplegen. Zij zullen dan een gerechtelijke uitspraak voor u doen.10En u moet handelen overeenkomstig de uitspraak die zij u bekendmaken, vanuit die plaats die de HEERE zal uitkiezen. U moet nauwlettend handelen overeenkomstig alles wat zij u leren.11Overeenkomstig de wetsregel die zij u leren, en overeenkomstig het vonnis dat zij voor u uitspreken, moet u handelen. U mag van de uitspraak die zij u bekendmaken, niet afwijken, naar rechts of naar links.; 18:22Daarom mag hij geen erfelijk bezit hebben te midden van zijn broeders; de HEERE, Die is zijn erfelijk bezit, zoals Hij tot hem gesproken heeft.; 21:55Daarna moeten de priesters, de zonen van Levi, naar voren komen, want hen heeft de HEERE, uw God, uitgekozen om Hem te dienen en om in de Naam van de HEERE te zegenen, en overeenkomstig hun uitspraak moet elk geschil en elke [zaak van] geweldpleging afgehandeld worden.; Lv 10:1111als om de Israëlieten in al de verordeningen te kunnen onderwijzen die de HEERE door de dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.; Ez 44:23-2423Zij moeten Mijn volk [het onderscheid] leren tussen heilig en onheilig, en hun [het onderscheid] laten weten tussen onrein en rein.24Bij een rechtszaak moeten zíj optreden om recht te doen. Overeenkomstig Mijn bepalingen moeten zij die voeren. Op al Mijn feestdagen moeten zij Mijn wetten en Mijn verordeningen in acht nemen en Mijn sabbatten heiligen.; Ml 2:77Voorzeker, de lippen van een priester moeten kennis bewaren,
uit zijn mond moet men [onderwijs in] de wet zoeken,
want hij is een gezant van de HEERE van de legermachten.
)
. Maar deze priesters geven alleen onderwijs als ze ervoor worden betaald. Hun tong is te huur. Zij zijn ‘waardige’ opvolgers van Bileam, die het loon van de ongerechtigheid liefhad (2Pt 2:1515Door [de] rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, [de zoon] van Bosor, die [het] loon van [de] ongerechtigheid liefhad,).

Dat dit actueel is, blijkt uit het volgende bericht:

‘Dominee te huur via internet

Wie niet is aangesloten bij een kerk maar toch een geestelijke zoekt voor een rouwdienst of huwelijk, kan deze huren via internet. De Volkskrant schrijft woensdag over een website waarop drie dominees en een priester zich tegen kostprijs aanbieden. Volgens initiatiefnemer … hebben veel mensen behoefte aan religiositeit, maar voelen ze zich niet verbonden met een kerk. De geestelijken die te huren zijn via de site Rentapriest.nl hebben volgens … geen moeite met buitenkerkelijkheid. Ze houden er geen strengreligieuze principes op na. Daarnaast ‘spreken ze verstaanbare taal, geen onbegrijpelijke bijbelteksten’. De predikanten en de priester zijn te huur vanaf twintig euro per uur. Voor een rouwdienst betaalt de klant vierhonderd euro.’

Onlangs hoorde ik van een stel dat voor hun huwelijksdienst zo’n ‘geestelijke’ via internet had ingehuurd. De dwaasheid die tijdens de dienst is uitgekraamd, laat zich raden.

Het hoeft geen verbazing te wekken dat bij een dergelijke gelegenheid mensen de aanwezigheid van God claimen. Dat doen de Israëlieten in de dagen van Micha ook. In hun blindheid gebruiken zij de vermeende aanwezigheid van de HEERE als een soort mascotte die beschermt tegen mogelijk onheil. Ze vertrouwen erop dat hun geen kwaad zal overkomen. Maar de verbolgenheid van de HEERE over deze houding is groot (Jr 7:4,8-114Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!8Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden die niet van nut zijn.9Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan, die u niet gekend hebt,10en [dan] voor Mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, en zeggen: Wij zijn gered – om al deze gruweldaden te doen?11Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? Ook Ik, zie, Ik heb [het] gezien, spreekt de HEERE.).

Ook de profeten worden nog een keer door Micha genoemd. Nog eens spreekt hij in duidelijke woorden erover dat deze mensen waarzeggers zijn. Ze staan niet met God in verbinding, maar met Mammon, de god van het geld.

Van al deze leiders geldt dat zij de HEERE tot een dekmantel voor hun zonden maken. Het maakt de maat van hun zonden vol. Nooit laat de HEERE Zich met zonden in verbinding brengen. Waar die suggestie wordt gewekt, zal Hij oordelend optreden.

Het is bijzonder weerzinwekkend voor de HEERE dat zij, die de naam hebben Zijn volk te zijn, zich verheffen op het voorrecht van Zijn tegenwoordigheid. Het is voor Hem volstrekt verwerpelijk dat zij deze aanmatiging gebruiken tot zelfverheerlijking en tot rechtvaardiging van het kwaad, waarbij ze ook nog aanspraak durven te maken op Goddelijke gunsten en hulp.

In hun ijdele inbeelding en vleselijke vertrouwen steunen zij op de HEERE. Wie in geloof op de HEERE bouwt, mag op Hem rekenen als de rotsgrond van zijn bestaan. Maar wie op Hem leunt, terwijl hij Hem alleen gebruikt voor het bereiken van een eigen doel, zal hopeloos omkomen.

Aanmatigend roepen ze het uit: “Is de HEERE niet in ons midden?” Daarbij wijzen ze op Zijn tempel. Maar als er geen levende en nederige omgang is met Hem, klinkt het als een toverspreuk. Dan is het als met de goddeloze zonen van Eli die de ark van de HEERE meenemen in de strijd tegen de Filistijnen, alsof ze daardoor God voor hun boze plannen kunnen inzetten (1Sm 4:33Toen het volk in het kamp [terug]gekomen was, zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft de HEERE ons vandaag vóór de Filistijnen verslagen? Laten wij vanuit Silo de ark van het verbond van de HEERE bij ons nemen, en laat die in ons midden komen, opdat die ons zal verlossen uit de hand van onze vijanden.). Het resultaat is een smadelijke nederlaag en hun dood.


Omwille van de valse priesters en profeten

12Daarom zal omwille van u
Sion [als] een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem een puinhoop worden
en de berg van dit huis tot hoogten [in] het woud.

Wat Hofni en Pinehas, de goddeloze zonen van Eli, is overkomen, zal ook Sion en Jeruzalem overkomen. Sion is het stadsdeel met de koningsburcht, Jeruzalem is de rest van de stad. Apart wordt “de berg van dit huis”, dat is de tempelberg, nog genoemd, omdat het volk zich erop beroemt dat de HEERE in hun midden is, in de tempel.

Al hun grootspraak en zelfmisleiding zullen uitlopen op de verwoesting van hun godsdienstig centrum. Daardoor zal hun de gelegenheid worden ontnomen nog langer de Naam van de HEERE te verbinden aan hun eigenwillige godsdienst.

Op dezelfde wijze zal er in één uur een einde worden gemaakt aan het naamchristelijke systeem Babylon. Het zal tot een voorwerp van ontzetting worden voor allen die ermee hebben samengespannen (Op 18:15-1915De kooplieden in deze dingen, die door haar rijk geworden zijn, zullen uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan, terwijl zij wenen en treuren16en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken en versierd met goud, edelgesteente en parels; want in één uur is die zo grote rijkdom verwoest.17En iedere stuurman en iedere zeereiziger en [de] zeelieden en allen die op zee hun werk hebben, bleven in de verte staan18en terwijl zij de rook van haar brand zagen, riepen zij de woorden: Welke [stad] was aan die grote stad gelijk?19En zij wierpen stof op hun hoofden en terwijl zij weenden en treurden, riepen zij de woorden: Wee, wee de grote stad, waarin allen die hun schepen op zee hadden, door haar kostbaarheid rijk werden; want in één uur is zij verwoest.).

Ongeveer honderd jaar later halen enkele oudsten van Jeruzalem dit vers aan om Jeremia van een doodvonnis te redden. Jeremia is namelijk met de dood bedreigd omdat hij onverschrokken aankondigt dat Jeruzalem verwoest zal worden als de inwoners zich niet bekeren (Jr 26:4-64Zeg dan tegen hen: Zo zegt de HEERE: Als u niet naar Mij wilt luisteren door te wandelen volgens Mijn wet, die Ik u heb voorgehouden,5door te luisteren naar de woorden van Mijn dienaren, de profeten, die Ik vroeg en laat tot u zend, en u niet hebt willen luisteren,6dan zal Ik dit huis maken als Silo, en deze stad zal Ik maken tot een vloek voor alle volken van de aarde.). Daarop neemt het volk hem onder aanvoering van de priesters en profeten gevangen. Allen vinden dat hij moet sterven (Jr 26:7-97De priesters, de profeten en heel het volk hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis van de HEERE.8Het gebeurde zodra Jeremia geëindigd had uit te spreken alles wat de HEERE geboden had tot heel het volk te spreken, dat de priesters, de profeten en heel het volk hem grepen en zeiden: U zult zeker sterven!9Waarom hebt u in de Naam van de HEERE geprofeteerd: Dit huis zal worden als Silo en deze stad zal verwoest worden, zodat er geen inwoner [meer] is? En heel het volk liep te hoop tegen Jeremia in het huis van de HEERE.). Ze gaan met hun aanklacht naar de vorsten (Jr 26:1111Toen zeiden de priesters en de profeten tegen de vorsten en tegen heel het volk: Deze man heeft de doodstraf [verdiend], want hij heeft geprofeteerd tegen deze stad, zoals u met eigen oren gehoord hebt.).

Als Jeremia zich heeft verdedigd (Jr 26:12-1512Maar Jeremia zei tegen al de vorsten en tegen heel het volk: De HEERE heeft mij gezonden om tegen dit huis en tegen deze stad te profeteren alle woorden die u gehoord hebt.13Nu dan, maak uw wegen en uw daden goed en luister naar de stem van de HEERE, uw God. Dan zal het de HEERE berouwen over het kwaad dat Hij over u uitgesproken heeft.14Ik echter, zie, ik ben in uw hand. Doe met mij zoals goed en recht is in uw ogen.15Alleen moet u goed weten: als u mij doodt, brengt u onschuldig bloed over uzelf, over deze stad en over de inwoners ervan, want in waarheid, de HEERE heeft mij naar u toe gezonden om al deze woorden ten aanhoren van u uit te spreken.), herinneren enkele oudsten het volk aan wat Micha heeft gezegd (Jr 26:1818Micha uit Moreset heeft in de dagen van Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd. Hij zei tegen heel het volk van Juda: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Sion zal [als] een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem zal [tot] puinhopen worden
en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.
)
. Ze wijzen er ook op dat Hizkia niet met Micha heeft gehandeld, zoals zij nu wel met Jeremia willen doen (Jr 26:1919Hebben Hizkia, de koning van Juda, en heel Juda hem ooit ter dood laten brengen? Vreesde hij niet de HEERE? Trachtte hij niet het aangezicht van de HEERE gunstig te stemmen, zodat het de HEERE berouwde over het kwaad dat Hij over hen uitgesproken had? Wij zijn bezig onszelf een groot kwaad aan te doen!). Hizkia heeft wat Micha hier zegt niet als iets kwaads ten laste gelegd, maar dit vonnis aanvaard. De profetie is ook letterlijk vervuld (Ne 2:1717Toen zei ik tegen hen: U ziet de ellende waarin wij verkeren, dat Jeruzalem verwoest ligt, en zijn poorten met vuur verbrand zijn. Kom, laten we de muur van Jeruzalem opbouwen, zodat wij niet langer [een voorwerp van] smaad zijn.; 4:22en zei in tegenwoordigheid van zijn broeders en het leger van Samaria: Wat doen die zwakke Joden? Zal men hen hun gang laten gaan? Gaan ze offers brengen? Willen ze het vandaag nog klaarkrijgen? Willen ze de stenen uit de [puin]hopen [weer] tot leven wekken, hoewel die verbrand zijn?; Kl 5:1818vanwege de berg Sion, die een woestenij is,
waar vossen op lopen.
)
.

De aanhaling van dit vers door de oudsten in Jeremia 26 (Jr 26:1818Micha uit Moreset heeft in de dagen van Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd. Hij zei tegen heel het volk van Juda: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Sion zal [als] een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem zal [tot] puinhopen worden
en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.
)
bewijst hoe het woord van God door de jaren heen nagalmt. Dat doet het nog steeds. Het blijft altijd waar en alles zal vervuld worden. Hierin ligt voor ieder die het wil horen een grote vertroosting en hoop (Rm 15:44Want alles wat tevoren geschreven is, is tot onze lering geschreven, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop hebben.). Het geloof ziet door de Schrift vooruit naar de grote eindverlossing die zeker zal plaatsvinden.


Lees verder