Klaagliederen
Inleiding
Inleiding

Naam

In het Hebreeuws heet het boek Ekah, wat ‘Hoe’ (eigenlijk ‘Ach, hoe’) betekent, en wel omdat het boek met dit woord begint (Kl 1:11Hoe eenzaam zit zij neer, /aleph/
die stad, [eens] zo dichtbevolkt!
Als een weduwe is zij geworden,
zij die groot was onder de heidenvolken.
Een vorstin onder de gewesten
is verplicht tot herendienst.
; Kl 2:11Hoe heeft de Heere in Zijn toorn /aleph/
de dochter van Sion in wolken gehuld.
Hij heeft vanuit de hemel ter aarde geworpen
de luister van Israël;
en Hij heeft aan de voetbank van Zijn voeten niet gedacht
op de dag van Zijn toorn.
; 4:11Hoe is het goud donker geworden, /aleph/
het goede, fijne goud veranderd!
De stenen van het heiligdom liggen in het rond
op de hoek[en] van alle straten!
)
. De Nederlandse naam wijst zowel op de inhoud van boek, klagen, als op de vorm waarin dat gebeurt, in liederen. Het boek is het derde van de vijf ‘rollen’ of Megilloth – de andere zijn in de volgorde waarin ze daarin staan Hooglied, Ruth, Prediker en Esther – die op bepaalde hoogtijdagen in de synagoge gelezen worden. Het boek Klaagliederen wordt gelezen op de negende dag van de vijfde maand, de maand Ab, de dag van rouw over de twee verwoestingen van de tempel en de mislukte opstand van Bar Kochba (135 na Chr.).

Auteur

Zowel de Joodse als de christelijke traditie heeft aangenomen dat Jeremia de auteur van het boek is. Klaagliederen is kennelijk geschreven door een ooggetuige van de verwoesting van de stad. Het is iemand die zich sterk met het lot van stad en volk een maakt. Wie kan dit anders zijn dan Jeremia? Het is aannemelijk dat hij deze Klaagliederen aan één stuk in of bij het verwoeste Jeruzalem gedicht heeft, onder de onmiddellijke indruk van de tragedie.

Vorm

De vijf hoofdstukken die het boek bevat, zijn eigenlijk vijf afzonderlijke gedichten. Klaagliederen 1; 2; 4; 5 hebben elk tweeëntwintig verzen. De inhoud van Klaagliederen 1; 2; 4 is alfabetisch gerangschikt naar de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet. Klaagliederen 3 heeft zesenzestig verzen, dat is drie keer tweeëntwintig. Ook dat hoofdstuk is alfabetisch gerangschikt. De eerste drie verzen beginnen elk met de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de volgende drie beginnen met de tweede letter, enz. Klaagliederen 5 heeft ook tweeëntwintig dichtregels, maar heeft geen alfabetische volgorde.

De eerste drie gedichten, Klaagliederen 1-3, bevatten, op Klaagliederen 1:7 en 2:19 na, drie dichtregels per vers. Klaagliederen 4 bevat twee dichtregels per vers. Klaagliederen 5 heeft één dichtregel per vers.

De Heilige Geest gebruikt niet zomaar de alfabetische volgorde. Daarin ligt een diepe gedachte. Verschillende uitleggers hebben gezegd: Zoals deze gedichten alle letters van het alfabet en daarmee heel de menselijke taal omvatten, zo geeft het boek uiting aan heel het menselijke lijden in zijn volle omvang, van A tot Z. Er wordt geen facet van overgeslagen. Elk detail van de menselijke tragiek wordt nauwkeurig omschreven en uitgedrukt.

Een algemeen gebruikelijke reactie op lijden dat iemand ondergaat, is hem opbeuren en vlug over iets anders beginnen. Het boek Klaagliederen is geschreven in een structuur die een dergelijke lichtvaardigheid niet toestaat.

Het gebruik van al die letters laat in algemene zin het belang van elke letter en elk woord zien. De Heer Jezus is het Woord van God. Hij noemt Zichzelf “de Alfa en de Oméga”, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet (Op 1:88Ik ben de Alfa en de Oméga, zegt [de] Heer, God, Hij Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.; 21:66En Hij zei tegen mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de Alfa en de Oméga, het Begin en het Einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet.; 22:1313Ik ben de Alfa en de Oméga, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.). Hij is de volkomen openbaring van God. Ook Zijn lijden is in dit boek te zien.

Thema

Het onderwerp van het boek is de klacht van Jeremia over de rampen die de HEERE over het zondige Juda heeft gebracht en over de jammerlijke verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel door de Babyloniërs, in 587 v.Chr. De stad die een voorbeeld en leidsvrouw voor alle volken heeft moeten zijn, is juist tot een aanfluiting en een voorwerp van bespotting geworden. Het boek Jeremia bevat waarschuwingen over de oordelen die bij volharding in de ongehoorzaamheid over de stad zouden komen. Het boek Klaagliederen bevat diepe rouwuitingen over het oordeel dat over Jeruzalem gekomen is.

In de klacht van de profeet ligt een dringende oproep besloten aan het adres van het zwaar gekastijde volk. Die oproep houdt in dat ze erkennen dat Gods oordelen over hen rechtvaardig zijn. Die oproep houdt ook in dat ze zich met berouw en belijdenis weer toevertrouwen aan de barmhartigheid van God, Die Zijn volk uiteindelijk niet in de steek zal laten. Tegelijk ziet de profeet hoe slecht de gezindheid en het gedrag geweest zijn van hen die de stad en de tempel verwoest hebben. Daarom vraagt hij dat het oordeel ook op hén zal neerkomen.

De jammerklacht van Jeremia is zo intens, dat Klaagliederen een van de twee meest tragische bijbelboeken is. Het andere boek is het boek Job. Ook dat boek heeft het lijden als hoofdthema. Het verschil is dat Klaagliederen handelt over het lijden van een heel volk, terwijl het boek Job over het lijden van één persoon gaat.

Beide boeken gaan over het probleem van Gods gerechtigheid enerzijds en Zijn liefde anderzijds, over Gods soevereiniteit enerzijds en de verantwoordelijkheid van de mens anderzijds. God is soeverein, dat wil zeggen dat Hij boven iedereen en alles staat en alles bestuurt. Alles is aan Hem onderworpen en van Hem afhankelijk. Hij is Zelf van niemand afhankelijk (Rm 11:33-3633O diepte van rijkdom, zowel van [de] wijsheid als van [de] kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!34Want wie heeft [het] denken van [de] Heer gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?35Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem vergolden worden?36Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.). Tegelijk is de mens zelf verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt, de daden die hij doet en de woorden die hij spreekt. Het gaat om een tegenstelling of ook samengaan van twee zaken die allebei volkomen waar zijn, maar die door ons niet met elkaar te verenigen zijn.

Het gaat in dit boek overigens meer om de HEERE dan om de mens. In dit boek zien we vooral Zijn pijn en Zijn verdriet dat Hij vanwege de ontrouw van Zijn volk zo heeft moeten handelen. Jeremia ziet de verwoesting van Jeruzalem en het oordeel over de Judeeërs meer als een Goddelijk oordeel dan het resultaat van de invasie van de Babyloniërs.

Dit horen we in de woorden:
Raakt het u allen niet, voorbijgangers? /lamed/
Aanschouw en zie
of er leed is als mijn leed,
dat mij is aangedaan,
waarmee de HEERE [mij] bedroefd heeft
op de dag van Zijn brandende toorn. (Kl 1:1212Raakt het u allen niet, voorbijgangers? /lamed/
Aanschouw en zie
of er leed is als mijn leed,
dat mij is aangedaan,
waarmee de HEERE [mij] bedroefd heeft
op de dag van Zijn brandende toorn.
)
Dit sluit aan bij wat de HEERE Zelf zegt: "Ík zal tegen u strijden met een uitgestrekte hand en met een sterke arm, ja, met toorn, met grimmigheid en met grote verbolgenheid." (Jr 21:55Ík zal tegen u strijden met een uitgestrekte hand en met een sterke arm, ja, met toorn, met grimmigheid en met grote verbolgenheid.)

Doel

De Joden lezen Klaagliederen tijdens het jaarlijkse vasten ter gedachtenis aan de verwoesting van Jeruzalem (Zc 7:3,53zeiden zij tegen de priesters die in het huis van de HEERE van de legermachten waren, en tegen de profeten: Moet ik in de vijfde maand blijven treuren [en mij blijven] afzonderen, zoals ik dit nu [al] zoveel jaren gedaan heb?5Zeg tegen de hele bevolking van het land
en tegen de priesters:
Wanneer u deze zeventig jaar
gevast en rouw bedreven hebt in de vijfde en in de zevende [maand],
hebt u [dan] werkelijk voor Mij gevast?
; 8:1919Zo zegt de HEERE van de legermachten: Het vasten in de vierde, het vasten in de vijfde, het vasten in de zevende en het vasten in de tiende [maand], zal voor het huis van Juda worden tot vreugde, tot blijdschap en tot vreugdevolle feestdagen. Heb dan de waarheid en de vrede lief!)
. Het doel ervan lijkt te zijn eraan terug te denken dat God trouw is aan Zijn verbond als Hij oordelen brengt over Zijn volk als Zijn volk ontrouw is aan datzelfde verbond (Deuteronomium 28). Het boek leert latere generaties het belang van trouw aan het verbond en ook dat God daar trouw aan is. Het boek houdt het ernstige onderwijs in dat de zonde, ondanks alle verlokkingen, een enorme last aan verdriet, ellende, verlatenheid, dorheid en pijn met zich meebrengt.

Voor ons, christenen, is er ook een boodschap in dit boek. Het boek houdt ook ons voor wat de gevolgen van de zonde zijn: dat zonde ons leven verwoest en alleen maar ellende, verdriet en pijn veroorzaakt. In tijden van persoonlijke, nationale en internationale crises is het boek een oproep tot bekering en belijdenis van zonden om ons weer opnieuw aan God, Die liefde is, toe te wijden. Hoewel die liefde er altijd is en naar mensen uitgaat, moet een heilig en rechtvaardig God onboetvaardige zondaars altijd oordelen, want God is ook licht.

Praktische betekenis

Klaagliederen heeft voor ons een praktische betekenis.

1. Allereerst geeft Klaagliederen binnen het geïnspireerde Woord van God mét het boek Job plaats aan de meest intense menselijke smart. Dit is van direct praktisch nut voor iedere gelovige vandaag die in zijn verdriet deze bijbelboeken leest. Hij ontdekt dan dat hij niet de eerste is die door dikke duisternis gaat, voordat het licht weer doorbreekt. Zo ervaart de gelovige dat God van de pijn en het verdriet van de Zijnen nota neemt, ja, dat Hij hun tranen noteert in Zijn register (Ps 56:99Ú hebt mijn omzwervingen geteld;
doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register?
)
. De uitvoerige beschrijving van ellende in dit boek is een opmerkelijk bewijs dat God de ellende van de Zijnen ziet en opmerkt.

Zoals hiervoor onder ‘Vorm’ al is gezegd, worden vier van de vijf gedichten in alfabetische volgorde gegeven, waarbij alle letters van het alfabet worden gebruikt. Dat is om aan te geven dat de hele menselijke taal nodig is om uiting te geven aan de ellende waarin de gelovige kan zijn. Ook in andere gevallen worden wel eens alle letters gebruikt, zoals in sommige psalmen. Daar gaat het dan om uitdrukking te geven aan aanbidding.

Dit gebeurt alles onder de leiding van Gods Geest. Dat God Zich zo heeft uitgedrukt, laat zien dat Hij, Die onbegrensd is, Zich uitdrukt in begrensde menselijke taal. Taal is namelijk begrensd. De Hebreeuwse taal is begrensd tot tweeëntwintig letters.

2. Ten tweede toont dit boek – in tegenstelling tot het boek Job – aan hoe de goeden hebben te lijden met de kwaden. Het oordeel over Juda en Jeruzalem is een nationaal oordeel, het treft het héle volk. De rechtvaardigen moeten eveneens de gevolgen van dit oordeel dragen, ook al hebben zij geen deel aan de ten hemel schreiende zonden van Juda. Zoals gezegd, Job handelt over het lijden van één rechtvaardige; Klaagliederen gaat over het lijden van een heel volk.

Profetische betekenis

Klaagliederen heeft ook een profetische betekenis.

1. Profetisch verwijzen zowel Job als Klaagliederen naar het lijden van het overblijfsel van Israël in de eindtijd. Bij het eerste beleg van Jeruzalem in de toekomst zal de koning van het noorden de stad innemen en grotendeels verwoesten (Zc 14:22Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad.). Deze verwoesting zal opnieuw het gevolg zijn van de zonden van Juda. Maar tegelijk bevindt zich in de stad een rechtvaardig overblijfsel, dat mét de kwaden mee zal moeten lijden (Zf 3:1212Maar Ik zal in uw midden doen overblijven
een ellendig en arm volk.
Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
; Zc 12:88Op die dag zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, als de Engel van de HEERE voor hun [ogen].)
. Profetisch zal dit overblijfsel zich een kunnen maken met de klachten die in dit boek geuit worden, enerzijds door de schuld van het hele volk als hun schuld te belijden (vgl. Dn 9:4-194Ik bad tot de HEERE, mijn God, en deed belijdenis en zei: Och Heere, grote en ontzagwekkende God, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en zich houden aan Zijn geboden,5wij hebben gezondigd, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld, wij zijn in opstand gekomen door af te wijken van Uw geboden en bepalingen.6Wij hebben niet geluisterd naar Uw knechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, en tot heel de bevolking van het land.7Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht – zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, [bij hen] die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij jegens U gepleegd hebben.8Heere, bij ons [staat] de schaamte op het gezicht, bij onze koningen, bij onze vorsten, bij onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben.9De Heere, onze God, is vol barmhartigheid en menigvuldige vergeving, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn gekomen.10Wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God, om volgens Zijn wetten te wandelen, die Hij ons gegeven heeft door de hand van Zijn knechten, de profeten.11Maar heel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar Uw stem. Daarom is over ons de vervloeking en de eed uitgestort die beschreven is in de wet van Mozes, de knecht van God, want wij hebben tegen Hem gezondigd.12Hij heeft Zijn woorden bevestigd die Hij gesproken heeft tegen ons en tegen onze richters die ons leiding gaven, door over ons een groot onheil te brengen, dat zich onder heel de hemel nergens heeft voorgedaan zoals dat zich in Jeruzalem voorgedaan heeft.13Zoals het beschreven is in de wet van Mozes, is al dat onheil over ons gekomen. Wij hebben het aangezicht van de HEERE, onze God, niet geprobeerd gunstig te stemmen door ons af te keren van onze ongerechtigheden en verstandig met Uw waarheid om te gaan.14Daarom heeft de HEERE over het onheil gewaakt en heeft Hij het over ons gebracht. Want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, aangezien wij naar Zijn stem niet geluisterd hebben.15Nu dan, Heere, onze God, [U,] Die Uw volk met sterke hand uit het land Egypte geleid hebt en U een Naam gemaakt hebt zoals hij heden ten dage is – wij hebben gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld.16Heere, laten toch Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg, op grond van al Uw gerechtigheden, want om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en Uw volk tot smaad geworden voor allen om ons heen.17Nu dan, onze God, luister naar het gebed van Uw knecht en naar zijn smeekbeden. Doe, omwille van de Heere, Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is.18Neig Uw oor, mijn God, en hoor! Open Uw ogen, om onze verwoestingen en de stad te zien waarover Uw Naam is uitgeroepen, want wij werpen onze smeekbeden niet voor U neer op grond van onze gerechtigheden, maar op grond van Uw grote barmhartigheid.19Heere, luister. Heere, vergeef. Heere, sla er acht op en doe [het], wacht niet langer – omwille van Uzelf, mijn God. Over Uw stad en over Uw volk is immers Uw Naam uitgeroepen.), anderzijds door bij God te pleiten op hun eigen ónschuld.

2. De smartelijke vraag van Job in zijn boek en van de rechtvaardige in Klaagliederen waarom zij onschuldig moeten lijden, wordt in feite niet door God beantwoord. De beperkte mens kan de wegen van God ten diepste niet doorzien. Gods liefde en gerechtigheid blijken duidelijk genoeg uit Zijn woorden en daden. Er zijn echter ook ogenblikken in ons leven dat Gods daden met Zijn liefde en gerechtigheid in tegenspraak lijken.

Net als zo dikwijls in het boek Psalmen maakt de Geest van Christus Zich in dit boek een met het getrouwe overblijfsel van Israël. Waar de rechtvaardigen hun klacht uitspreken, horen wij als het ware de klacht van dé Rechtvaardige altijd meeklinken.

Het duidelijkst zien we Christus in type in dit boek daar waar de profeet als rechtvaardige te midden van een onrechtvaardig volk over zijn eigen gevoelens en ervaringen spreekt. Wat in Jeremia wordt gewerkt, gebeurt door de Geest van God, hoewel we ook tekortkomingen opmerken in de uiting van zijn gevoelens en ervaringen. Dat is bij Christus niet het geval. In Klaagliederen 3 zien we Jeremia in de uiting van zijn gevoelens als een type van Christus. Zie bijvoorbeeld als hij spreekt over wat het volk hem heeft aangedaan (Kl 3:1414Ik ben belachelijk geworden voor heel mijn volk, /he/
[het onderwerp van] hun spotlied, de hele dag.
)
en als hij spreekt over wat de HEERE hem heeft aangedaan (Kl 3:1-13,15-181Ik ben de man [die] ellende gezien heeft /aleph/
door de stok van Zijn verbolgenheid.
2Mij heeft Hij geleid en doen gaan /aleph/
[in] duisternis, en niet [in] licht.
3Ja, Hij heeft telkens weer Zijn hand /aleph/
tegen mij gekeerd, de hele dag.
4Hij heeft mijn vlees en mijn huid doen wegteren, /beth/
Hij heeft mijn beenderen gebroken.
5Hij heeft tegen mij aan gebouwd en Hij heeft [mij] omsingeld /beth/
[met] gal en moeite.
6In duistere oorden doet Hij mij wonen, /beth/
als degenen die allang dood zijn.
7Hij heeft een muur om mij heen opgeworpen, zodat ik er niet uit kan gaan; /gimel/
Hij heeft mijn bronzen ketenen zwaar gemaakt.
8Ook wanneer ik het uitschreeuw en om hulp roep, /gimel/
sluit Hij [Zijn oren] voor mijn gebed.
9Hij heeft mijn wegen versperd met gehouwen stenen, /gimel/
mijn paden heeft Hij krom gemaakt.
10Een loerende beer is Hij voor mij, /daleth/
een leeuw op verborgen plaatsen.
11Mijn wegen heeft Hij afgebogen en Hij heeft mij verscheurd; /daleth/
Hij heeft van mij een woestenij gemaakt.
12Hij heeft Zijn boog gespannen, /daleth/
en Hij stelde mij als doelwit voor [Zijn] pijl.
13Hij heeft in mijn nieren doen binnendringen /he/
de pijlen uit Zijn koker.
15Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, /he/
Hij heeft mij met alsem doordrenkt.
16Hij heeft mij mijn tanden op kiezelstenen laten stukbijten, /waw/
Hij heeft mij in de as neergedrukt.
17Van vrede verstoten is mijn ziel, /waw/
ik ben het goede vergeten.
18En ik zei: Mijn kracht is vergaan, /waw/
en wat ik van de HEERE verwachtte.
)
.

Jeremia moet met de kwaden lijden. De verbolgenheid van de HEERE (vgl. Kl 3:11Ik ben de man [die] ellende gezien heeft /aleph/
door de stok van Zijn verbolgenheid.
)
komt ook op hem, de onschuldige, neer. Zie bijvoorbeeld als hij klaagt over hen die hem ‘zonder oorzaak’ vijandig zijn (Kl 3:5252Zij die mijn vijanden zijn zonder reden, /tsade/
hebben fel op mij gejaagd als [op] een vogel.
; vgl.
Ps 69:55Wie mij zonder reden haten,
zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd;
wie mij willen ombrengen en om valse redenen mijn vijand zijn,
zijn machtig geworden;
wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.
;
Jh 15:2525Maar het woord moet worden vervuld dat in hun wet geschreven staat:’ Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat’.). Dat wijst duidelijk op Christus, de Rechtvaardige, Die onschuldig te lijden heeft van de kant van Zijn volk. Bij Hem gaat het nog veel verder. Hij lijdt niet alleen met het volk, met name met het overblijfsel in de toekomst, maar Hij lijdt daarenboven eenzaam en plaatsvervangend voor het volk.

Deze laatstgenoemde vorm van het lijden van Christus zien we alleen in de drie uren van duisternis aan het kruis. Toen en daar alleen is Hij door God verlaten en door Hem tot zonde gemaakt. Dan ondergaat Hij het oordeel over de zonden van en sterft Hij de verzoeningsdood voor ieder die gelooft.

Het boek is een uiting van klagen, berouw en smeken. Klagen gebeurt over de ellende; het bewustzijn van de oorzaak van de ellende brengt tot berouw voor God over de zonden; daarop volgt een smeken om herstel voor zichzelf en om oordeel over de vijanden.

Indeling

Zoals al is opgemerkt, bestaat het boek uit vijf gedichten.

1. Eerste gedicht (Klaagliederen 1): Jeruzalem is verwoest en verlaten. De profeet beschrijft levendig haar ellendige toestand. Jeruzalem weent bitter als een beroofde weduwe. Hij herinnert zich haar vroegere heerlijkheden en beklaagt haar ondergang. In Klaagliederen 1:11b-22 (behalve Kl 1:1717Sion spreidt haar handen uit, /pe/
[maar] zij heeft geen trooster.
Wat Jakob betreft heeft de HEERE geboden:
Zijn omstanders zullen zijn tegenstanders zijn.
Jeruzalem is geworden
als een afgezonderde [vrouw] onder hen.
) is de ik-figuur de stad zelf. Zij roept allen op tot medelijden met haar (Kl 1:1212Raakt het u allen niet, voorbijgangers? /lamed/
Aanschouw en zie
of er leed is als mijn leed,
dat mij is aangedaan,
waarmee de HEERE [mij] bedroefd heeft
op de dag van Zijn brandende toorn.
)
en smeekt God om wraak over haar vijanden (Kl 1:2222Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, /taw/
en doe met hen
zoals U met mij gedaan hebt
vanwege al mijn overtredingen.
Want talrijk zijn mijn zuchten,
en mijn hart is afgemat.
)
.

2. Tweede gedicht (Klaagliederen 2): Dit gedicht beschrijft de redenen voor Gods toorn over de stad en de ondergang die er het gevolg van is (Klaagliederen 2:1-12). De profeet betoogt dat berouw en bekering haar enige hoop zijn (Klaagliederen 2:13-19). De stad antwoordt daarop (Klaagliederen 2:20-22).

3. Derde gedicht (Klaagliederen 3): Hier horen we de klacht van het volk als geheel bij monde van de rechtvaardige in dat volk – Jeremia zelf – over
1. de tragedie die hem getroffen heeft (Klaagliederen 3:1-20);
2. zijn vertrouwen op God wanneer hij zich Diens vroegere barmhartigheden herinnert (Klaagliederen 3:21-39);
3. een oproep tot het volk om zichzelf te beproeven en zich tot de HEERE te bekeren (Klaagliederen 3:40-54).
4. Na de erkenning dat God hun geroep heeft gehoord, smeekt de natie Hem wraak te oefenen over haar vijanden (Klaagliederen 3:55-66).

4. Vierde gedicht (Klaagliederen 4): Hier wordt Sions vroegere heerlijkheid vergeleken met haar tegenwoordige ellende.
1. De verschrikkingen van de belegering worden beschreven (Klaagliederen 4:1-11),
2. maar ook de zonden van het volk, met name die van zijn priesters en profeten (Klaagliederen 4:12-16).
3. Al hun hoop is ijdel geworden (Klaagliederen 4:17-20).
4. Maar ook wordt aangekondigd dat de zonde van Sion hiermee is uitgedelgd en dat het leedvermaak van Edom op diens eigen hoofd zal neerdalen (Klaagliederen 4:21-22).

5. Vijfde gedicht (Klaagliederen 5): Het berouwvolle volk smeekt de HEERE zijn ellende te gedenken (Klaagliederen 5:1-18) en geeft zich over aan Zijn barmhartigheid om hersteld te worden (Klaagliederen 5:19-22). Het hele hoofdstuk is een gebed en heeft daarom geen alfabetische volgorde. In een smeekbede stort een hart zich voor de HEERE uit, zonder zich rekenschap te geven van een bepaalde woordkeus of volgorde.

Inleiding op Klaagliederen 1

Klaagliederen 1 heeft twee delen: Klaagliederen 1:1-11 en Klaagliederen 1:12-22. In Klaagliederen 1:1-11 hebben we een algemene beschrijving van de ellende na de verwoesting van Jeruzalem. Het beschrijft het leven in het land na de verwoesting. Het is de toestand van de enkelen die in het land zijn achtergebleven. De verzen zijn geschreven in de derde persoon enkelvoud, opgetekend uit de mond van een waarnemer en tegelijk direct betrokkene.

In Klaagliederen 1:12-22 horen we de klacht van Sion over wat de HEERE heeft gedaan. Deze verzen zijn geschreven in de eerste persoon enkelvoud, opgetekend uit de mond van de profeet die de gevoelens van de lijdende stad vertolkt. Het is iemand die overweldigd is door droefheid, smart en pijn. Maar er is geen sprake van opstandigheid, want de eigen schuld wordt beleden als de oorzaak van deze ellende.

Een indeling in kleinere eenheden of perikopen is moeilijk. De dichter heeft, door de Geest geleid, door het alfabet te gebruiken een indeling gemaakt die van elk vers eigenlijk een aparte perikoop maakt. We kunnen wel voorzichtig proberen te ontdekken of er tussen bepaalde verzen toch een zeker verband is, waardoor er perikopen ontstaan die groter zijn dan de door het alfabet aangegeven perikopen. De hieronder volgende indeling is dan ook niet meer dan een suggestie die hopelijk helpt om de samenhang van dit boek beter te begrijpen.


Lees verder