Inleiding
Ik wilde eerst weten hoe de term Lordship Salvation in de wereld is gekomen en vervolgens ook wat ermee wordt bedoeld. Op internet heb ik een aantal artikelen gelezen, zowel van verdedigers als van weerleggers van deze leer. Een artikel dat mij een bevredigend antwoord heeft gegeven op de beide vragen, vond ik op https://www.compellingtruth.org/lordship-salvation.html. Hier volgt de vertaling:
Lordship Salvation – Wat is het?
Het eerste bekende gebruik van de term “Lordship Salvation” vond plaats in een debat in 1959 in het tijdschrift Eternity (Eeuwigheid). Het tijdschriftdebat tussen Everett F. Harrison en John Stott ging over de vraag of iemand Jezus wel als Heer maar niet als Redder kon aanvaarden. De opvatting dat iemand Jezus op het moment van verlossing zowel als Heer (Lordship) als Verlosser (Salvation) moet aanvaarden werd bekend als de Lordship Salvation opvatting.
Eind jaren tachtig bereikte het debat zijn hoogtepunt toen pastor en auteur Dr. John MacArthur The Gospel According to Jesus (Het Evangelie Volgens Jezus) publiceerde, waarin hij Lordship Salvation bepleitte. In reactie daarop publiceerde Dr. Charles Ryrie So Great Salvation (Zo Grote Verlossing) en Dr. Zane Hodges publiceerde Absolutely Free! A Biblical Reply to Lordship Salvation (Absoluut Vrij! Een Bijbels Antwoord op Lordship Salvation) om de nadruk te leggen op wat zij het Free-Grace Gospel (Vrije-Genade Evangelie) noemden. Velen van hen die over dit onderwerp blijven debatteren verwijzen in hun onderzoek naar deze werken.
De primaire kwestie die wordt besproken, is of iemand die beweert christen te zijn, maar geen bewijs van goede werken laat zien, werkelijk een christen is. Voorstanders van Lordship Salvation betogen dat de Bijbel leert dat het geloof in Christus iemand anders doet leven. Bijvoorbeeld, 2 Korintiërs 5:17 leert: “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het is alles nieuw geworden.” Andere passages suggereren een soortgelijke kijk op het veranderde leven van de gelovige (Galaten 5:22-23; Jakobus 2:14-26).
Hoewel dit zeker waar is, verschilt de mate en snelheid van geestelijke groei van persoon tot persoon. Wanneer iemands ‘verandering’ door andere mensen wordt beoordeeld, is er bovendien veel ruimte voor fouten of misverstanden, omdat mensen alleen uiterlijke veranderingen kunnen waarnemen (Mattheüs 7:1-5); God verandert het hart.
Van het grootste belang is hoe de Bijbel redding definieert. Het is duidelijk dat redding alleen door genade is, door geloof alleen in Jezus Christus alleen (Efeziërs 2:8-9; Johannes 3:16). Het subtiele gevaar van Lordship Salvation is te beweren dat iemand tekenen van veranderingen moet vertonen om zijn of haar redding te bewijzen. Iemand zal na de verlossing zeker veranderen en goede werken doen (Efeziërs 2:10), maar deze werken zijn een bewijs van de verlossing die al heeft plaatsgevonden, en op geen enkele manier een onderdeel van de verlossing.
Een punt van zorg bij de vraag of gezegd moet worden dat Lordship Salvation Bijbels is, ligt in hoe het gedefinieerd wordt. De Bijbel leert dat iemand die gered is niet zal blijven verlangen om in zonde te leven (Romeinen 6:2). Maar velen die tot geloof in Christus komen, weten weinig of niets van geestelijke groei en volwassenheid, en worstelen daardoor in veel opzichten. Dit ontkent niet iemands verlossing, maar toont de noodzaak van geestelijke ontwikkeling.
Redding vindt plaats wanneer Gods genade iemand ertoe brengt zijn of haar zondigheid en behoefte aan Christus te erkennen en door geloof Jezus als de opgestane Christus aanvaardt. Meer is er niet nodig om te beginnen. We zijn geroepen ons geloof te tonen door onze daden (Jakobus 4:7), in het besef dat iedereen worstelt en dagelijks Gods genade nodig heeft om in overeenstemming met Zijn wegen te leven. [Einde artikel]
Naar elkaar luisteren
Wat ik over Lordship Salvation en de verschillende standpunten die daarover worden ingenomen, heb gelezen, geeft mij de indruk van een min of meer theologische discussie. Daarin wil ik mij niet mengen. Ik wil proberen te luisteren naar een ander, met wie ik van inzicht verschil, om te begrijpen hoe hij denkt. Dat kan ik alleen doen als ik ervan overtuigd ben dat die ander ook oprecht buigt voor het gezag van Gods Woord. Daardoor krijg ik begrip voor zijn standpunt, zonder dat het me ook maar enigszins doet opschuiven in de richting van zijn standpunt. Wat ik wil proberen, is die ander te overtuigen van wat de Bijbel zegt, want ik ben ervan overtuigd dat hij de Bijbel verkeerd begrijpt en daardoor verkeerd uitlegt en toepast op zijn leven en op dat van anderen. De ander vanwege zijn m.i. verkeerde opvatting tot tegenstander of zelfs lasteraar van Gods waarheid te verklaren is uit de boze, de duivel.