Zefanja
1-2 Onderzoek uzelf, voordat … 3 Zoek de HEERE en wat bij Hem hoort 4-5 Het oordeel over de Filistijnen 6-7 Juda krijgt het bezit van de Filistijnen 8-10 Het oordeel over Moab en Ammon 11 Het oordeel over de afgoden 12 Het oordeel over de Cusjieten 13-15 Het oordeel over Assyrië en Ninevé
Onderzoek uzelf, voordat …

1Onderzoek uzelf nauwkeurig, ja onderzoek uzelf,
volk zonder verlangen,
2voordat het besluit het licht ziet
– een dag gaat als kaf voorbij –
voordat over u komt
de brandende toorn van de HEERE,
voordat over u komt
de dag van de toorn van de HEERE.

Na een oordeel dat zo radicaal en definitief is, lijkt alles over en uit. Maar God kondigt geen definitief oordeel aan zonder een uitweg open te houden en aan te bieden. Daarom klinkt er een indringende oproep aan het volk om tot inkeer te komen (vers 11Onderzoek uzelf nauwkeurig, ja onderzoek uzelf,
volk zonder verlangen,
)
. Dat twee keer wordt gezegd dat ze zichzelf moeten onderzoeken, geeft aan hoe nadrukkelijk de oproep is. De oproep wordt dan ook gedaan aan een volk dat door de profeet een “volk zonder verlangen [naar God]” wordt genoemd. Het geeft de onverschilligheid of zelfs de verharding van hun hart aan. Ze zijn gevoelloos voor wat God wil.

Dat de oproep dringend is, blijkt wel uit vers 22voordat het besluit het licht ziet
– een dag gaat als kaf voorbij –
voordat over u komt
de brandende toorn van de HEERE,
voordat over u komt
de dag van de toorn van de HEERE.
. Er is geen tijd te verliezen. De tijd is kort. De dag om tot bekering te komen is een heerlijke dag, maar hij is zo voorbij, net zo snel als kaf verdwijnt dat door de wind wordt meegenomen. Kaf is daarbij ook een beeld van het goddeloze volk dat door de toorn van de HEERE verdwijnt (vgl. Mt 3:1212Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer door en door zuiveren en Zijn tarwe in de schuur samenbrengen, maar het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.). Er moet direct op de oproep worden gereageerd. Uitstel is fataal.


Zoek de HEERE en wat bij Hem hoort

3Zoek de HEERE, alle zachtmoedigen van het land,
die Zijn recht uitvoeren.
Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid,
misschien zult u [dan] verborgen worden
op de dag van de toorn van de HEERE.

Bekering moet blijken uit werken, die hier bestaan uit het zoeken van de HEERE en doen wat Hij zegt. Ze moeten “de HEERE”, “gerechtigheid” en “zachtmoedigheid” zoeken. Die oproep lijkt gericht te zijn tot het overblijfsel, dat “alle zachtmoedigen van het land” omvat (Ps 76:99U liet een oordeel uit de hemel horen;
de aarde vreesde en werd stil,
; Js 11:44Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid
en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen.
Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond
en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.
; Am 8:44Hoor dit, [u,] die de armen vertrapt, en [erop uit bent] om de zachtmoedigen van het land weg te doen,)
. Zij hebben zich bekeerd. Hoewel ze zachtmoedig zijn, worden ze aangespoord zachtmoedigheid te zoeken, dat wil zeggen dat ze worden opgeroepen daarin nog toe te nemen.

Zachtmoedigheid is het kenmerk van de Heer Jezus (Mt 11:2929Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;). Een overblijfsel wordt eraan herkend dat het Zijn kenmerken vertoont. Zij zijn niet bezig met zichzelf en hun trouw, maar met Hem tot Wie zij de toevlucht hebben genomen. De HEERE verbergt hen dan en beschermt hen tegen het oordeel. Hij is de ark die behoudenis biedt tegen de wateren van de zondvloed. Dit sluit aan bij de betekenis van de naam van de profeet. Zefanja betekent immers ‘Jahweh verbergt’.


Het oordeel over de Filistijnen

4Want Gaza zal verlaten worden
en Askelon tot woestenij zijn;
Asdod, midden op de dag zal men het verdrijven,
en Ekron zal ontworteld worden.
5[Wee u,] bewoners van het gebied aan de zee,
volk van Kretenzers!
Het woord van de HEERE is tegen u,
Kanaän, land van de Filistijnen!
Ik zal u verdelgen, zodat er geen inwoner meer is.

Als de HEERE Zijn volk oordeelt om hun zonden, wil dat niet zeggen dat Hij de zonden van de omringende heidenvolken negeert of door de vingers ziet. De steden van de Filistijnen in het westen krijgen het eerst het oordeel aangezegd. Filistijnen zijn een beeld van de verdorven christenheid. Zij drukken hun naam op het land: Palestina. In hen zien we de godsdienstige aanmatiging die tracht alles van God te controleren en te beheersen naar menselijke normen.

De vier voornaamste steden worden genoemd: Gaza, Askelon, Asdod en Ekron. Gath ontbreekt (vgl. Am 1:6-86Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van Gaza,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat zij [Mijn volk] volkomen in ballingschap gevoerd hebben
om hen uit te leveren aan Edom.
7Daarom zal Ik vuur werpen binnen de muren van Gaza;
dat zal zijn paleizen verteren.
8Ik zal de inwoner uitroeien uit Asdod,
en de scepterdrager uit Askelon.
Ik zal Mij tegen Ekron keren,
zodat de rest van de Filistijnen zal omkomen,
zegt de Heere HEERE.
)
. Als reden voor het niet vermelden van Gath is wel geopperd dat deze stad zich niet heeft hersteld van de verwoesting die koning Uzzia over haar heeft gebracht (2Kr 26:66Hij trok eropuit en streed tegen de Filistijnen. Hij sloeg een bres in de muur van Gath, de muur van Jabne en de muur van Asdod, en bouwde steden bij Asdod en in [het gebied van] de Filistijnen.). Ook in enkele andere lijsten van de Filistijnse steden komt Gath niet voor (Jr 25:2020aan alle mensen van allerlei herkomst en al de koningen van het land Uz, aan al de koningen van het land van de Filistijnen, aan Askelon, Gaza, Ekron en het overblijfsel van Asdod,; Zc 9:5-65Askelon zal het zien en bevreesd zijn,
evenals Gaza, en het zal hevig beven,
[ook] Ekron, omdat zijn verwachting wordt beschaamd.
De koning zal uit Gaza verdwijnen
en Askelon zal onbewoond zijn.
6De bastaard zal in Asdod wonen;
Ik zal de trots van de Filistijnen uitroeien.
)
.

Asdod zal “midden op de dag”, dat is op het heetst van de dag, verdreven worden. Dat betekent dat die stad een extra zwaar oordeel krijgt, want de inwoners zullen moeten vluchten op een tijd waarop men in het oosten gewoonlijk rust vanwege de grote hitte. Tevens houdt het in dat het gebeurt op het moment dat men het minst verwacht aangevallen te worden (2Sm 4:55De zonen van Rimmon, uit Beëroth, Rechab en Baëna, gingen [op weg] en kwamen in het huis van Isboseth, toen de dag heet geworden was. Hij lag die middag op bed.; Jr 6:44Verklaar haar de oorlog!
Sta op, laten we midden op de dag oprukken!
Wee ons, want de dag is [bijna] verstreken,
want de avondschaduwen worden langer.
)
. Aanvallen verwacht men meestal in de nacht, niet overdag en zeker niet op het heetst van de dag.

De Filistijnen worden “Kretenzers” genoemd (vers 55[Wee u,] bewoners van het gebied aan de zee,
volk van Kretenzers!
Het woord van de HEERE is tegen u,
Kanaän, land van de Filistijnen!
Ik zal u verdelgen, zodat er geen inwoner meer is.
)
, vanwege hun relatie met Kreta (Jr 47:44vanwege de dag die komt
om alle Filistijnen te verdelgen,
om elke overgebleven helper
van Tyrus en Sidon uit te roeien.
Want de HEERE zal de Filistijnen verdelgen,
het overblijfsel van het kustland van Kaftor.
; Am 9:77Bent U niet als de Cusjieten
voor Mij, Israëlieten?
spreekt de HEERE.
Heb Ik Israël niet weggeleid
uit het land Egypte,
de Filistijnen uit Kaftor
en de Syriërs uit Kir?
; Ez 25:1616daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga Mijn hand uitstrekken tegen de Filistijnen en zal de Kretenzers uitroeien, en wie overblijft aan de zeekust ombrengen.)
. Het is een volk dat Gods land onrechtmatig in bezit heeft genomen. Ook nu zijn er godsdienstige, geestelijke machten die het volk van God, de gemeente, uit zijn erfenis willen verdrijven. God zal die machten verslaan en Zijn volk in het bezit van hun erfdeel stellen. Om het erfdeel nu al te verdedigen en te genieten heeft Hij ons de wapenrusting gegeven (Ef 6:12-1812Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke [machten] van de boosheid in de hemelse [gewesten].13Neemt daarom de hele wapenrusting van God op, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, na alles volbracht te hebben, stand te houden.14Houdt dan stand, uw lendenen omgord met [de] waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,15en de voeten geschoeid met [de] toerusting van het evangelie van de vrede,16terwijl u bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.17En neemt de helm van de behoudenis en het zwaard van de Geest, dat is [het] Woord van God,18terwijl u te allen tijde bidt in [de] Geest met alle gebed en smeking, en daartoe waakt met alle volharding en smeking voor alle heiligen,).


Juda krijgt het bezit van de Filistijnen

6Het gebied aan de zee zal worden
tot weiden met putten voor herders
en kooien voor kleinvee.
7En het gebied zal zijn
voor het overblijfsel van het huis van Juda,
zodat zij daarin zullen weiden.
's Avonds zullen zij in de huizen van Askelon neerliggen,
want de HEERE, hun God, zal naar hen omzien
en een omkeer in hun gevangenschap brengen.

Wanneer het land is ontdaan van de Filistijnen, zal het land, dat zij onrechtmatig voor zichzelf hebben opgeëist, worden bewoond door het overblijfsel van het huis van Juda. Zij hebben er recht op. Het hoort bij wat God oorspronkelijk aan Abraham heeft beloofd. “Het overblijfsel” is “heel Israël” dat behouden zal worden (Rm 11:2626en zó zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat: ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal [de] goddeloosheden van Jakob afwenden.). Het is het nieuwe Israël dat alle zegeningen krijgt die God aan Zijn volk heeft beloofd.


Het oordeel over Moab en Ammon

8Ik heb de smadelijke [woorden] van Moab gehoord
en de beschimping door de Ammonieten,
waarmee zij Mijn volk gesmaad hebben,
zich verheven hebben tegen hun gebied.
9Daarom, [zo waar] Ik leef, spreekt de HEERE van de legermachten,
de God van Israël:
Voorzeker, Moab zal als Sodom worden
en de Ammonieten als Gomorra:
een distelveld, een zoutgroeve
en een woestenij tot in eeuwigheid!
De rest van Mijn volk zal hen plunderen,
het overblijfsel van Mijn volk zal hen in erfelijk bezit nemen.
10Dit overkomt hun vanwege hun trots, omdat zij zich al honend verheven hebben tegen het volk van de HEERE van de legermachten.

Moab en Ammon worden door Zefanja, zoals ook veel andere profeten dat doen, met elkaar verbonden (vers 88Ik heb de smadelijke [woorden] van Moab gehoord
en de beschimping door de Ammonieten,
waarmee zij Mijn volk gesmaad hebben,
zich verheven hebben tegen hun gebied.
)
. Zij kenmerken zich door grote arrogantie tegenover Israël. Die is groter geworden naarmate het verval in Israël en Juda is toegenomen. Zij bespotten het volk van God en trachten zichzelf te verrijken en hun voordeel te doen met de tucht die God over Zijn volk brengt.

In de christenheid stellen zij mensen voor die de naam hebben te leven, maar ze zijn dood. Het zijn belijders die belijden bij de familie van God te horen, terwijl zij in ontucht verwekte kinderen zijn. Het zijn de trotse christelijke belijders, die met verachting neerkijken op ieder die zich alleen door Gods Woord wil laten leiden en de nieuwe geboorte benadrukken als enige mogelijkheid om eeuwig leven te krijgen. Hun trots wordt veroordeeld door Jesaja en Jeremia in hun profetieën (Js 16:66Wij hebben gehoord van de trots van Moab,
[dat] zeer hoogmoedig is,
van zijn hoogmoed, zijn trots en zijn overmoed;
zijn holle praat is niet gepast!
; 25:1111Hij zal Zijn handen te midden van hem uitspreiden,
zoals een zwemmer [ze] uitspreidt om te zwemmen,
en Hij zal zijn hoogmoed vernederen, ondanks zijn listige handelingen.
; Jr 48:29-3029Wij hebben gehoord van de trots van Moab,
[dat] zeer hoogmoedig is,
van zijn hoogheid, zijn trots, zijn hoogmoed,
en zijn hooghartigheid.
30Ík ken zijn overmoed, spreekt de HEERE,
zijn holle praat is niet gepast,
zij doen wat niet gepast is!
)
.

De vergelijking van Moab en Ammon met Sodom en Gomorra (vers 99Daarom, [zo waar] Ik leef, spreekt de HEERE van de legermachten,
de God van Israël:
Voorzeker, Moab zal als Sodom worden
en de Ammonieten als Gomorra:
een distelveld, een zoutgroeve
en een woestenij tot in eeuwigheid!
De rest van Mijn volk zal hen plunderen,
het overblijfsel van Mijn volk zal hen in erfelijk bezit nemen.
)
hoeft geen verbazing te wekken als we denken aan hun oorsprong (Gn 19:30-3830En Lot vertrok uit Zoar en ging met zijn twee dochters in het bergland wonen, want hij was bevreesd om in Zoar te [blijven] wonen. Hij woonde in een grot, samen met zijn twee dochters.31Toen zei de eerstgeborene tegen de jongste: Onze vader is oud en er is geen man in dit land om bij ons te komen op de manier die op de hele aarde gebruikelijk is.32Kom, laten we onze vader wijn te drinken geven en met hem slapen, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.33Zij gaven die nacht hun vader wijn te drinken. De eerstgeborene kwam en sliep met haar vader. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.34En het gebeurde de volgende dag dat de eerstgeborene tegen de jongste zei: Zie, ik heb de afgelopen nacht met mijn vader geslapen; laten we hem ook vannacht wijn te drinken geven. Kom, slaap met hem, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.35Zij gaven hun vader ook die nacht wijn te drinken en de jongste stond op en sliep met hem. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.36Zo werden de twee dochters van Lot zwanger van hun vader.37De eerstgeborene baarde een zoon en gaf hem de naam Moab. Hij is de vader van de Moabieten, tot op deze dag.38De jongste, ook zij, baarde een zoon en gaf hem de naam Ben-Ammi. Hij is de vader van de Ammonieten, tot op deze dag.). Zij zijn voortgekomen uit een incestueuze relatie tussen Lot en zijn dochters, nadat hij door hen dronken is gevoerd. Dat is gebeurd nadat hij en zijn dochters uit Sodom zijn weggevlucht. Maar ze mogen dan uit Sodom zijn weggegaan, Sodom is niet uit hen weggegaan en is kenmerkend voor hun nakomelingen.

Hun nageslacht, de Moabieten en de Ammonieten, hebben zich net zo goddeloos gedragen als Sodom en Gomorra. Daarom zal het oordeel over hen hetzelfde zijn als dat over Sodom en Gomorra. Zij zullen worden als “een distelveld, een zoutgroeve”, wat verlatenheid, onvruchtbaarheid en eeuwige rampzaligheid symboliseert (Dt 29:2323zeggen dat heel zijn land zwavel en zout, een brandplek, is; dat het niet wordt bezaaid, er niets op groeit en er geen enkel gewas opkomt, zoals bij de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboïm, die de HEERE omgekeerd heeft in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid –; vgl. Gn 19:2626Zijn vrouw, [die] achter hem [liep], keek achter zich en werd een zoutpilaar.; Nm 18:1919Alle hefoffers van de geheiligde [gaven] die de Israëlieten de HEERE moeten brengen, geef Ik u, en uw zonen, en uw dochters met u, als een eeuwige verordening. Het is een eeuwig, [met] zout [bekrachtigd] verbond, voor het aangezicht van de HEERE, voor u en voor uw nageslacht met u.; Ri 9:4545Die hele dag streed Abimelech tegen de stad. Hij nam de stad in, en het volk dat daarin was, doodde hij. Hij brak de stad af en bestrooide die met zout.; Ps 107:3434vruchtbaar land tot een zoutvlakte,
vanwege de slechtheid van zijn bewoners.
; Ez 47:1111Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven.)
.

Omdat Moab en Ammon in trots tegen Gods volk hebben gehandeld, zullen zij door God worden geoordeeld. Geen volk dat Gods volk schade toebrengt, hetzij door overheersing, hetzij door bespotting, heeft er besef van hoezeer God daardoor gegriefd wordt en hoe Hij hen daarvoor zal straffen. Voor het uitvoeren van die straf zal Hij Zijn volk gebruiken. Israël zal het gebied van Moab en Ammon, gelegen ten oosten van het land, in erfelijk bezit nemen.


Het oordeel over de afgoden

11Ontzagwekkend zal de HEERE voor hen zijn, want Hij zal alle goden van de aarde doen verschrompelen. Alle kustlanden van de heidenvolken zullen zich voor Hem neerbuigen, ieder vanuit zijn [eigen woon]plaats.

Door oordeel te brengen over de heidenvolken velt God ook het oordeel over de goden die deze volken aanbidden. Afgoden hebben geen reden van bestaan zonder volken die hen aanbidden en dienen (1Ko 8:4-64wat dan het eten van de afgodenoffers betreft, wij weten dat een afgod niets is in [de] wereld, en dat er geen God is dan Eén.5Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in [de] hemel, hetzij op aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn),6dan is er toch voor ons maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem; en één Heer, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem.). Dan zal elk volk de enige ware God aanbidden, elk op de plaats waar dat volk leeft, waardoor die aanbidding algemeen zal zijn, universeel (Ml 1:1111Want vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenvolken; in elke plaats zal aan Mijn Naam een reukoffer gebracht worden, en een rein graanoffer. Voorzeker, Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenvolken, zegt de HEERE van de legermachten.). Nu is het nog niet algemeen, hoewel het overal gebeurt waar aanbidders zijn (Jh 4:21-2421Jezus zei tot haar: Geloof Mij, vrouw, er komt een uur dat u noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.22U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de behoudenis is uit de Joden.23Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; immers, de Vader zoekt zulke [personen] die Hem aanbidden.24God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.). Universeel zal het pas zijn als de Heer Jezus als Messias zal regeren, tijdens het vrederijk.


Het oordeel over de Cusjieten

12Ook u, Cusjieten!
Gevallen door Mijn zwaard zijn zij!

Na het oordeel over de volken ten westen en ten oosten van Israël, vestigt Zefanja de aandacht op Cusj, waaronder Ethiopië, ten zuiden van Israël. Met “Mijn zwaard” wordt Nebukadnezar bedoeld, die als een zwaard in de hand van de HEERE voor Zijn volk wordt gebruikt (Jr 46:99Kom op, paarden,
raas, strijdwagens,
laten de helden uittrekken,
de Cusjieten, de Puteeërs, die het schild hanteren,
de Lydiërs, die de boog hanteren [en] spannen.
; Ez 30:24-2524Ik zal de armen van de koning van Babel sterk maken en Ik zal Mijn zwaard in zijn hand geven, maar de armen van de farao zal Ik breken, zodat die voor zijn [ogen] kermen zal, zoals een dodelijk gewonde kermt.25Ik zal de armen van de koning van Babel sterk maken, maar de armen van de farao zullen [slap] neervallen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel geef en hij het over het land Egypte uitstrekt.)
. Cusj stelt de mens voor in de zwartheid van zijn zondige natuur, voor wie het onmogelijk is daaraan zelf iets te veranderen (Jr 13:2323Kan ook een Cusjiet zijn huid veranderen,
of een luipaard zijn vlekken?
Zou ook u [dan] goed kunnen gaan doen,
gewend [als u] bent om kwaad te doen?
)
. God zal Zijn oordeel daarover voltrekken, zoals Hij het voor allen die geloven heeft gedaan door Zijn Zoon op het kruis voor hen te oordelen.


Het oordeel over Assyrië en Ninevé

13Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het noorden
en Assyrië doen ondergaan.
Hij zal Ninevé tot een woestenij maken,
dor als een woestijn.
14In het midden ervan zullen kudden neerliggen,
allerlei in groepen [levende] dieren.
Zowel kauw als nachtuil
zal op zijn kapitelen overnachten.
Een stem zal door het venster zingen,
puin zal op de drempel liggen,
want het cederwerk is blootgelegd.
15Dit is de uitgelaten stad, die zo onbezorgd woonde,
die in haar hart zei:
Ik en verder niemand.
Hoe is zij tot een woestenij geworden,
een rustplaats voor de wilde dieren!
Ieder die erdoorheen trekt,
sist [van afschuw] en gebaart met zijn hand.

Als laatste volgt het oordeel over Assyrië (vers 1313Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het noorden
en Assyrië doen ondergaan.
Hij zal Ninevé tot een woestenij maken,
dor als een woestijn.
)
, gelegen ten noorden van Israël. Het oordeel over Ninevé wordt in het boek Nahum uitvoerig beschreven. Ninevé valt in 612 v.Chr. na een belegering door de Meden en de Babyloniërs. In Assyrië en Ninevé zien we de hoogmoed, die niets en niemand nodig heeft en volkomen onverschillig tegenover God staat. Dat Ninevé “dor als een woestijn” zal worden, toont wel aan hoe drastisch het oordeel zal zijn, omdat Ninevé een enorm irrigatiesysteem heeft waardoor het zichzelf van een overvloed aan water voorziet.

Ninevé, een grote stad met een groot aantal inwoners, zal een troosteloze en verlaten aanblik bieden (vers 1414In het midden ervan zullen kudden neerliggen,
allerlei in groepen [levende] dieren.
Zowel kauw als nachtuil
zal op zijn kapitelen overnachten.
Een stem zal door het venster zingen,
puin zal op de drempel liggen,
want het cederwerk is blootgelegd.
)
. In plaats van marcherende legers en een welvarende bevolking zullen er, naar de voorspelling van de profeet, allerlei soorten dieren een woonplaats vinden die zich in een verwoest gebied thuis voelen.

Ninevé beroemt zich in zijn eigen voldaanheid, alsof hij van niets en niemand afhankelijk is (vers 1515Dit is de uitgelaten stad, die zo onbezorgd woonde,
die in haar hart zei:
Ik en verder niemand.
Hoe is zij tot een woestenij geworden,
een rustplaats voor de wilde dieren!
Ieder die erdoorheen trekt,
sist [van afschuw] en gebaart met zijn hand.
)
. Babylon doet hetzelfde (Js 47:88Nu dan, hoor dit, genotzuchtige,
die zo onbezorgd woont,
die in haar hart zegt:
Ik ben het, en niemand anders dan ik,
ik zal niet als weduwe neerzitten
of verlies van kinderen kennen.
; vgl. Op 3:1717Omdat u zegt: Ik ben rijk en verrijkt en heb aan niets gebrek, en u weet niet dat u de ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte bent,)
. God is de Enige Die het recht heeft te zeggen wat Ninevé hier in hoogmoed zich aanmatigt: “Buiten Mij is er geen andere God … er is niemand behalve Ik. … want Ik ben God en niemand anders” (Js 45:21-2221Maak bekend en breng naar voren,
ja, beraadslaag samen:
Wie heeft dit van oudsher doen horen?
[Wie] heeft dat van toen af bekendgemaakt?
Ben Ik het niet, de HEERE?
Buiten Mij is er geen andere God,
een rechtvaardig God, een Heiland;
er is niemand behalve Ik.22Wend u tot Mij, word behouden,
alle einden der aarde,
want Ik ben God en niemand anders.
)
. Ninevé wordt vanwege deze aanmatiging ten zeerste vernederd en een woonplaats van alleen wild gedierte. Ieder die het ziet, zal duidelijk laten blijken dat het haar eigen schuld is. Medelijden zal niemand met haar hebben, maar in plaats daarvan haar bespotten.


Lees verder