Zacharia
Inleiding 1 Een geopende bron 2 Afgoden en hun profeten uitgeroeid 3-4 De valse profeet gedood 5-6 De ware Profeet 7 God slaat Zijn Herder 8-9 Twee derde deel en een derde deel
Inleiding

Zacharia 13 sluit chronologisch aan op Zacharia 12. In Zacharia 12 spreekt Zacharia eerst over een verbond van volken die oprukken tegen Jeruzalem om daar hun einde te vinden (Zc 12:1-91De last, het woord van de HEERE over Israël. De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt.2Zie, Ik ga Jeruzalem maken [tot] een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem.3Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.4Op die dag, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schichtigheid slaan en hun ruiters met krankzinnigheid. Maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openhouden en alle paarden van de volken zal Ik met blindheid slaan.5Dan zullen de leiders van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen voor mij een [bron van] kracht zijn door de HEERE van de legermachten, hun God.6Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in [een stapel] hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem.7En de HEERE zal de tenten van Juda het eerst verlossen, opdat de luister van het huis van David en de luister van de inwoners van Jeruzalem niet groter zijn dan [die] van Juda.8Op die dag zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschermen. Wie onder hen wankelt, zal op die dag als David zijn, en het huis van David zal zijn als goden, als de Engel van de HEERE voor hun [ogen].9Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen.). Het overblijfsel krijgt van de HEERE de kracht om de vijand te bestrijden, terwijl Hij Zelf niet zichtbaar is. Juda zal de bezettende macht (Assyrië) kunnen verdrijven voordat de hoofdmacht ervan terugkeert uit Egypte.

Dan wordt de tweede fase beschreven, waarbij de HEERE wel verschijnt (Zc 12:10-1410Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.11Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.12Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,13het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,14al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.). Zij zullen Hem aanschouwen Die zij doorstoken hebben. Toen God als Mens in vernedering aanwezig was, hebben ze Hem doorstoken. Die vernederde Jezus zal terugkeren om Zich aan Zijn volk te vertonen.

Het eerste effect is rouwklacht. In Hem hebben ze God Zelf op de kaak geslagen (Mi 4:1414Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende!
Zij gaan een belegering tegen ons opzetten.
Zij zullen met een stok
de rechter van Israël op de kaak slaan.
)
. Waarachtig geestelijk herstel begint met een rouwklacht over de eigen zonden tegenover God. Dit is een algemeen geldend beginsel. Zij zullen de Heer Jezus zien en Hem herkennen als de door hen Verworpene. Maar ze zullen Hem ook zien als Degene Die God heeft gesteld als een genadetroon.


Een geopende bron

1Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.

Op berouw en bekering van de mens – hoewel bewerkt door Gods Geest – in Zacharia 12 volgt nu Gods werk in ontzondiging en reiniging. Alles is een werk van God als Zijn genade, zonder iets tekort te doen aan de verantwoordelijkheid van de mens. Zoals God Zelf de Geest van de gebeden over Israël uitstort, zo voorziet Hij ook in de middelen voor de reiniging van de zonden. “Het huis van David” en “de inwoners van Jeruzalem” vertegenwoordigen hier het hele volk, net als in van het vorige hoofdstuk (Zc 12:1010Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.).

Hier vindt plaats wat in de grote Verzoendag wordt voorgesteld. Door het kruis is Christus de bron van verzoening geworden; op het kruis is die bron geopend. Het volk heeft Hem naar het kruis verwezen, maar God heeft er deze bron van gemaakt. Het is een bron waaruit reinigingswater komt.

Er is onderscheid tussen reiniging door water en reiniging door bloed. Beide zijn uit de zijde van de Heer Jezus gekomen toen Hij werd doorstoken (Jh 19:3737En weer een ander Schriftwoord zegt: ‘Zij zullen zien op Hem Die zij hebben doorstoken’.). Bloed vormt de rechtvaardige grondslag naar God toe om ons de zonden te vergeven. Water is naar de mens toe. Het Woord van God, dat met water wordt vergeleken (Jh 15:33U bent al rein om het woord dat Ik tot u heb gesproken. Blijft in Mij, en Ik in u.; Ef 5:2626opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigend door de wassing met water door [het] Woord,), wordt gebruikt om ons te overtuigen van zonden waardoor we tot belijdenis van onze zonden komen. Het water komt uit de zijde van de Heer Jezus. Wat zou het Woord anders baten als de Heer Jezus niet was gestorven, opdat wij een rein leven zouden kunnen leiden?

De reinigende stroom van het water gaat het hele vrederijk lang door (Jl 3:18b18Op die dag zal het gebeuren
dat de bergen van jonge wijn zullen druipen,
de heuvels van melk zullen stromen,
en alle waterstromen van Juda
zullen overlopen van water.
Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen,
die het dal van Sittim zal bevochtigen.
; Ez 47:1-121Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar.2Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort, in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water.3Toen de Man [naar] het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in Zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de enkels.4Hij mat [weer] duizend [el] en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieën. Toen mat Hij er [weer] duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen.5[Nog eens] mat Hij duizend [el]: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was [heel] hoog – water waar men [alleen] zwemmend [door kon], een beek waar men [anders] niet door kon gaan.6Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek.7Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant.8Hij zei tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond.9Het zal gebeuren [dat] alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven.10Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaïm. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee.11Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven.12En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.)
. Een bron blijft steeds fris water geven. We hebben dit water niet alleen nodig bij onze bekering, waardoor we helemaal gereinigd zijn van onze zonden, maar we hebben het ook nodig als de dagelijkse reiniging. Dit laatste gebeurt door het lezen van het Woord van God. We zijn eenmaal opnieuw geboren, maar hebben telkens een nieuwe toepassing van het water nodig.


Afgoden en hun profeten uitgeroeid

2Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden. Ja, ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen.

In dit vers staat een van de resultaten van de altijd stromende bron van het vorige vers. In hun leven en land zullen ze niets meer kunnen verdragen wat het licht van Gods Woord niet kan verdragen. Het wegdoen van de namen van de afgoden wil zeggen dat hun gezag, macht en invloed wordt tenietgedaan (Ex 23:1313Bij alles wat Ik tegen u gezegd heb, moet u op uw hoede zijn. U mag niet aan de naam van andere goden denken, die mag niet uit uw mond gehoord worden!; Jz 23:6-76Wees daarom zeer sterk door alles wat geschreven is in het wetboek van Mozes, in acht te nemen en na te leven, zodat u daarvan niet afwijkt, naar rechts of naar links,7[en] zodat u zich niet inlaat met deze volken, deze [hier] die bij u overgebleven zijn. U mag niet aan de naam van hun goden denken en er niet bij laten zweren. U mag ze niet dienen en u niet voor ze neerbuigen.; Ps 16:44Groot wordt het leed van hen die andere [goden] geschenken geven;
ik [echter] giet geen plengoffers van bloed voor ze uit
en neem de namen ervan niet op mijn lippen.
)
. De aanbidding van God zal volledig vrij zijn van vermenging met afgoderij. De HEERE zegt in Hosea van die tijd: Dan zal Ik de namen van de Baäls uit haar mond wegdoen en aan hun namen zal niet meer gedacht worden” (Hs 2:1616Dan zal Ik de namen van de Baäls uit haar mond wegdoen
en aan hun namen zal niet meer gedacht worden.
)
.

Afgoderij is alles wat in de plaats komt van Gods gezag waaruit blijkt dat we iets belangrijker vinden dan de Heer Zelf. Dat kan zelfs de gemeente zijn. Wij worden ervoor gewaarschuwd de afgoden geen plaats in ons leven te geven (Ko 3:55Doodt dan uw leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die afgodendienst is,; 1Jh 5:2121Kinderen, wacht u voor de afgoden.).

Ook alle valse “profeten”, die tot het volk spreken en het tot de afgoden voeren, zullen uit het land worden weggedaan, samen met “de onreine geest”. De uitdrukking “onreine geest” komt alleen hier in het Oude Testament voor en staat in scherp contrast met de Geest van de genade en de gebeden.


De valse profeet gedood

3En het zal gebeuren, wanneer iemand [toch] nog profeteert, dat zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, tegen hem zullen zeggen: Jij mag niet blijven leven, want je hebt leugens gesproken in de Naam van de HEERE. Zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert. 4Op die dag zal het gebeuren dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert. Zij zullen geen haren mantel aantrekken om te liegen.

Hier wordt de mogelijkheid geopperd dat er nog een valse profeet rondloopt (vers 33En het zal gebeuren, wanneer iemand [toch] nog profeteert, dat zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, tegen hem zullen zeggen: Jij mag niet blijven leven, want je hebt leugens gesproken in de Naam van de HEERE. Zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert.). Maar die profeet zal niet lang leven (Dt 13:6-106Wanneer uw broer, de zoon van uw moeder, of uw zoon, of uw dochter, of uw innig geliefde vrouw, of uw boezemvriend u in het geheim aanspoort door te zeggen: Laten we andere goden gaan dienen, die u niet kent, u niet en [ook] uw vaderen niet,7uit de goden van de volken die rondom u zijn, dicht bij u of ver bij u vandaan, van het [ene] einde van de aarde tot het [andere] einde van de aarde,8bewillig er dan niet in en luister niet naar hem! Laat uw oog hem niet ontzien, heb geen medelijden en houd hem niet verborgen.9Integendeel, u moet hem zeker doden. Eerst moet uw [eigen] hand zich tegen hem keren om hem ter dood te brengen, daarna de hand van heel het volk.10U moet hem met stenen stenigen zodat hij sterft, omdat hij heeft geprobeerd u af te brengen van de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft geleid.; 18:2020Maar de profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven.). Hij zal door zijn eigen vader en moeder worden aangeklaagd (vgl. Mt 10:3737Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard;). De liefde voor God en Zijn waarheid gaat de dierbaarste natuurlijke band te boven. Hoezeer Godvrezende ouders hun kinderen ook liefhebben, hun liefde voor God en Zijn eer gaat daar bovenuit.

Zijn vader en moeder zullen in geestelijke kracht het oordeel over hem voltrekken. Dat doen zij door hem te doorsteken. Als de ware Profeet wordt gezien en ze hebben beleden wat ze met Hem hebben gedaan, zal er geestelijke kracht zijn tot het uitoefenen van tucht zoals God het wil.

De boodschap van valse profeten is er bij goddeloze koningen altijd goed ingegaan. Maar die profeten zullen beschaamd komen te staan als blijkt dat er niets uitkomt van hun leugens (vers 44Op die dag zal het gebeuren dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert. Zij zullen geen haren mantel aantrekken om te liegen.). Ze hebben de indruk gegeven profeten te zijn door een haren mantel te dragen (1Kn 19:13,1913En het gebeurde, toen Elia [dat] hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem [kwam] tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?19Hij ging daarvandaan en trof Elisa, de zoon van Safat, aan. Deze was aan het ploegen met twaalf span [runderen] voor zich uit, en hij bevond zich bij het twaalfde. Elia ging op hem af en wierp zijn mantel naar hem toe.; 2Kn 1:88Zij zeiden tegen hem: Het was een man met een haren [mantel] en een leren gordel om zijn middel gebonden. Toen zei hij: Dat is Elia, de Tisbiet.; 2:8,138Toen nam Elia zijn mantel, rolde [hem] op en sloeg het water. Dat werd naar beide zijden verdeeld, en zij gingen er beiden door, over het droge.13Hij pakte de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, op, keerde terug en bleef aan de oever van de Jordaan staan.; Mt 3:44Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.), maar ze zijn valse profeten geweest.

We kunnen wat onze tijd betreft, denken aan verschillende leerstellingen van het rooms-katholicisme, zoals het vagevuur, de sacramenten en de biecht. De paus en de priesters trekken hun ‘haren mantel’ aan en geven de menigte daarmee de indruk van een superieure heiligheid. Als de Heer Jezus regeert, zal Hij met die aanmatiging definitief afrekenen.


De ware Profeet

5Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet. Ik ben een man die het land bewerkt, omdat iemand mij [daarvoor] heeft geworven vanaf mijn jeugd. 6Als men tegen hem zegt: Wat betekenen deze wonden aan uw handen? Dan zal hij zeggen: Dat ik geslagen ben [in] het huis van hen die mij liefhebben.

Wat in vers 55Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet. Ik ben een man die het land bewerkt, omdat iemand mij [daarvoor] heeft geworven vanaf mijn jeugd. staat, vormt een groot contrast met de voorgaande verzen. Daar gaat het over de valse profeten, maar hier over de Heer Jezus. Hij neemt een uiterst nederige positie in. Bij Hem is niets van de aanmatiging te vinden die de valse profeten zo kenmerkt. Hij verklaart Wie Hij is en wat er met Hem is gedaan. Hij spreekt zoals Hij is, in uiterste nederigheid.

Hij zegt: “Ik ben geen profeet” (vgl. Am 7:1414Toen antwoordde Amos en zei tegen Amazia: Ik ben geen profeet en ik ben geen profetenzoon, maar ik ben veehouder en moerbeikweker.). Hij is door God als Slaaf naar de aarde gezonden. Dat is noodzakelijk geworden omdat de mens een slaaf van de zonde is geworden. Om de mens vrij te kopen uit de macht van de zonde is het noodzakelijk geworden dat Hij Zichzelf vernederde en Mens en Slaaf werd. In die zin heeft de mens Hem daarvoor geworven vanaf Zijn jeugd, vanaf Zijn komst op aarde. Hij is als de Hebreeuwse slaaf door de mens gekocht en heeft een volkomen periode gediend (Ex 21:22Wanneer u een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij zes jaar dienen, maar in het zevende mag hij zonder te betalen als vrij [man] vertrekken.).

Hij werd als Slaaf van God de Slaaf van de mens. Nooit heeft Hij Zijn eigen eer gezocht (Jh 8:5050Maar Ik zoek Mijn heerlijkheid niet; er is Een die haar zoekt en oordeelt.). Hij heeft Zich volkomen voor de mens ingezet. Hij was in ons midden als Een Die dient. Hij is door het land getrokken om vrucht voor God te zoeken en in de wereld het zaad te zaaien. Zijn eigen leven was één volmaakte vrucht voor God. En de resultaten van Zijn werk zijn ook volmaakt tot eer van God.

De waardering van de mens voor Zijn dienst is Zijn verwerping. De mensen die Hij was komen dienen, hebben Hem vele verwondingen toegebracht en Hem doorstoken in Zijn zijde en handen (Ps 22:17b17Want honden hebben mij omsingeld,
een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven;
zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.
)
. Als Hij terugkomt in Zijn verheerlijkt lichaam als een glorieuze verschijning, zal er naar de wonden worden gevraagd die Hem in het huis van Israël zijn toegebracht. Het huis van Israël wordt hier “het huis van hen die mij liefhebben” genoemd. Het zijn de wonden die Hem door Zijn vijanden in dat huis zijn toegebracht en die ook in Zijn verheerlijkt lichaam zichtbaar zullen blijven.


God slaat Zijn Herder

7Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

De Heer Jezus is eerst door mensen geslagen in het huis van Zijn vrienden (vers 66Als men tegen hem zegt: Wat betekenen deze wonden aan uw handen? Dan zal hij zeggen: Dat ik geslagen ben [in] het huis van hen die mij liefhebben.), maar wordt vervolgens geslagen door God (vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
)
. Als op vers 66Als men tegen hem zegt: Wat betekenen deze wonden aan uw handen? Dan zal hij zeggen: Dat ik geslagen ben [in] het huis van hen die mij liefhebben. niet vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
zou volgen, zou aan de rouwklacht van Israël geen einde gekomen zijn en had deze nooit veranderd kunnen worden in een jubelzang.

Wij zijn niet verzoend door wat mensen de Heer Jezus hebben aangedaan, of het nu de Joden of de heidenen zijn. Niet de striemen van de geselslagen van Pilatus hebben genezing voor onze zonden gebracht, maar de striemen van Gods oordeel (1Pt 2:2424Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door Zijn striemen bent u gezond geworden’.). Daarvan spreekt het zwaard. Alles wat wij, mensen, Hem hebben aangedaan, heeft onze schuld alleen maar groter gemaakt. Wat ons verzoening heeft gebracht, is niet door wat de mens heeft gedaan, maar door wat God Hem toebracht. “Het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen” (Js 53:1010Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt.
Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben,
zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;
het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
)
.

In vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
neemt de HEERE het gesprek over. Hij spreekt echter niet tot Zijn Zoon en ook niet tot de mens, maar tot het zwaard van het oordeel. Toen Abraham zijn zoon moest offeren, werd het oordeelsmes tegengehouden (Gn 22:9-129En zij kwamen op de plaats die God hem genoemd had. Abraham bouwde daar het altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Izak en legde hem op het altaar, boven op het hout.10Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.11Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik.12Toen zei Hij: Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt.). Toen God Zijn Zoon moest offeren, gaf Hij Hem prijs aan het zwaard van het oordeel.

Hier spreekt Hij, Die de Herder gezonden heeft. Hij noemt die Herder “Mijn Metgezel”. Die Herder is de Metgezel van God. Dat kon van geen mens op aarde gezegd worden. Hoe kan God zeggen “Mijn Herder” en direct daarop “sla die Herder” laten volgen? Het is ter wille van de schapen en nog wel van schapen die verstrooid worden. Als vervulling van dit vers zijn de discipelen weggevlucht (Mt 26:31,5631Toen zei Jezus tot hen: U zult allen over Mij ten val komen in deze nacht; want er staat geschreven: ‘Ik zal de Herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden’.56Dit alles is echter gebeurd opdat de Schriften van de profeten vervuld worden. Toen verlieten alle discipelen Hem en vluchtten.), wat ook ziet op de verstrooiing van Israël.

Maar de gevolgen gaan veel verder. Er zal ook een ogenblik komen dat Hij Zijn hand weer tot de kleinen zal wenden. Dat zal gebeuren als Hij de beloften die Hij aan Israël heeft gedaan, zal gaan vervullen. Hij zal Zijn volk verzamelen van de einden van de aarde en hen in Zijn land brengen. Alleen op geestelijke wijze, dat wil zeggen na berouw en bekering, worden door God de banden met Israël weer aangeknoopt en dat gebeurt met een overblijfsel. Daarvan staat dat Hij Zijn hand zal wenden tot “de kleinen”, het overblijfsel, de kleine kudde (Js 40:1111Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:
Hij zal de lammetjes in Zijn arm[en] bijeenbrengen
en in Zijn schoot dragen;
de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
)
. Omdat Zijn hand in toorn op Zijn Herder is neergekomen, kan Hij Zijn hand in genade tot de kleinen wenden.


Twee derde deel en een derde deel

8Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.

De verzen 7-97Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.8Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
beslaan de periode vanaf het kruis tot in het duizendjarig vrederijk. Maar er is een groot gat in de tijd tussen vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
en vers 88Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
. Vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
ziet terug op de kruisdood van de Heer Jezus en de gevolgen daarvan voor de Zijnen, Zijn schapen. Vers 88Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
ziet vooruit naar de toekomst. “Twee [derde]” is de goddeloze massa van het volk. Zij komen om in de eindoordelen. “Een derde ervan” is het overblijfsel, de kleinen van vers 77Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder
en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Sla die Herder
en de schapen zullen overal verspreid worden.
[Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
.

Het overblijfsel, “dat derde [deel]”, zal in het vuur van de beproeving, dat is de grote verdrukking, komen (vers 99Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
)
. Gelouterd komen ze uit de grote verdrukking om dan het vrederijk binnen te gaan. Goud en zilver worden gesmolten omdat deze metalen alleen dan gereinigd kunnen worden van het onreine, zodat er zuiver zilver en zuiver goud overblijft waarvan de edelsmid iets moois kan maken (Sp 25:44Doe het schuim van het zilver weg,
en er zal een voorwerp voor de edelsmid uit komen.
)
. Het kan alleen gereinigd worden als het gesmolten wordt.

In de vuuroven van de beproeving vindt een louteringsproces plaats dat door de Heer Zelf bij Zijn komst wordt voltooid (Ml 3:2-3a2Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen?
Wie zal bij Zijn verschijning standhouden?
Want Hij is als vuur van een edelsmid,
en als zeep van de blekers.
3Hij zal zitten [als iemand] die zilver smelt en reinigt:
Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver.
Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.
)
. Petrus gebruikt dit beeld in zijn eerste brief voor de loutering van het geloof en dat met het oog op de openbaring van de Heer Jezus (1Pt 1:77opdat de beproefdheid van uw geloof, veel kostbaarder dan die van goud, dat vergankelijk is en door vuur beproefd wordt, blijkt te zijn tot lof en heerlijkheid en eer bij [de] openbaring van Jezus Christus.; Ps 66:1010Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
)
.

Uit de nood van de beproeving zullen zij de Naam van de HEERE aanroepen en Hij zal hen verhoren. Dan is het resultaat van het reinigingsproces bereikt, het herstel van de betrekking tussen God en Zijn volk. De HEERE zal hen weer als Zijn volk erkennen (Hs 1:99En Hij zei:
Geef hem de naam Lo-Ammi,
want u bent niet Mijn volk
en Ík zal er voor u niet zijn.
; Jr 30:18-2218Zo zegt de HEERE:
Zie, Ik ga een omkeer brengen in de gevangenschap van de tenten van Jakob
en zal Mij ontfermen over zijn woningen.
De stad zal herbouwd worden op haar ruïne
en het paleis zal op zijn rechtmatige [plaats] gelegen zijn.
19Van hen zal dankzegging uitgaan,
en het geluid van vrolijke [mensen].
Ik zal hen talrijk maken, ze zullen niet [in aantal] verminderen.
Ik zal hen tot aanzien brengen, ze zullen niet veracht worden.
20Zijn zonen zullen zijn als vanouds,
en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden.
Ik zal al zijn onderdrukkers straffen.
21Zijn Machtige zal één van hem zijn,
zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen.
Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen.
Want wie is hij die met zijn hart borg wordt
om tot Mij te naderen? – spreekt de HEERE.
22En u zult Mij tot een volk zijn
en Ík zal u tot een God zijn.
; Ez 11:19-2019Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit hun vlees wegdoen en hun een hart van vlees geven,20zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn.)
en zij zullen erkennen dat de HEERE hun God is.


Lees verder