Nahum
1 De last van Ninevé 2 De HEERE is een Wreker 3 De schuldige wordt gestraft 4 Droogte, verdrogen en verwelken 5 Bergen, heuvels, aarde, mensen 6 Niemand kan de HEERE weerstaan 7 De HEERE is goed 8 Het deel van de vijanden 9 Het oordeel is definitief 10 Ninevé wordt volledig verteerd 11 Een verderfelijke raadsman 12 Vernedering van de Assyriërs 13 Het juk wordt verbroken 14 Het einde van Ninevé 15 De goede boodschap voor Juda
De last van Ninevé

1De last van Ninevé. Het boek van het visioen van Nahum uit Elkos.

Het onderwerp van dit boek, de inhoud ervan, is “de last van Ninevé”, dat wil zeggen een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd. Het woord ‘last’ komt van ‘optillen’, ‘dragen’. De last is de dreigspreuk over Ninevé. De naam van de stad wordt in dit vers genoemd en verder nog in Nahum 2 en Nahum 3 (Na 2:88Ninevé is als een watervijver,
vanaf de dagen [dat] het [bestaat],
maar [nu] slaan zij op de vlucht!
Blijf staan, blijf staan!
Maar niemand keert zich om!
; 3:77Dan zal het gebeuren dat allen die u zien,
bij u vandaan zullen vluchten
en zeggen: Ninevé is verwoest!
Wie zal haar zijn medeleven betuigen?
Waar zal ik troosters voor u zoeken?
)
. Assyrië, waarvan het de hoofdstad en vertegenwoordiger is, wordt genoemd in Nahum 3 (Na 3:1818Uw herders sluimeren, koning van Assyrië,
uw machtigen liggen terneer.
Uw volk is verstrooid over de bergen
en niemand zal het bijeenbrengen.
)
.

Ninevé betekent ‘woonplaats’. Die betekenis zegt ons dat daar mensen wonen die hun verblijfplaats op aarde hebben. Ze hebben hun hele bestaan op aarde opgebouwd, zonder plaats voor God. We zien ze in de mensen die in het boek Openbaring steeds aangeduid worden als mensen “die op de aarde wonen”. Het zijn mensen die op aarde hun thuis hebben en voor wie geen ander leven bestaat. Dat staat tegenover de gelovigen, die weten dat hun thuis niet op aarde, maar in de hemel is (Fp 3:2020Want ons burgerschap is in [de] hemelen, waaruit wij ook [de] Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,). Ze zijn vreemdelingen en bijwoners op de aarde (1Pt 2:1111Geliefden, ik vermaan [u] dat u zich als bijwoners en vreemdelingen onthoudt van de vleselijke begeerten die strijd voeren tegen uw ziel,).

Vervolgens wordt gezegd hoe deze last wordt meegedeeld en door wie. De last wordt meegedeeld in een boek. Wat in het boek wordt opgeschreven, is het visioen waarin de last is meegedeeld. Nahum is de man aan wie het visioen van wat met Ninevé gaat gebeuren door de HEERE is gegeven en die het heeft opgeschreven. Het lijkt erop dat Nahum zijn profetie niet mondeling heeft bekendgemaakt. “Het boek van het visioen” is, anders gezegd, een ‘profetisch geschrift’.

Dan volgen nog als afsluiting van de inleiding de naam van de profeet en de naam van de plaats waar hij vandaan komt. De profeet heet Nahum, dat betekent ‘troost’. Het is niet bekend waar Elkos, de plaats waar Nahum vandaan komt, heeft gelegen.


De HEERE is een Wreker

2Een na-ijverig God en een Wreker is de HEERE, /aleph/
een Wreker is de HEERE, en zeer grimmig.
Een Wreker is de HEERE voor Zijn tegenstanders,
en Hij handhaaft [Zijn toorn] jegens Zijn vijanden.

Tegenover de verwoestende kracht van Assyrië die Gods volk zo benauwt, plaatst Nahum eerst de majesteit en almacht van God. Hij doet dat om Gods volk te bemoedigen. Dit is ook altijd voor ons de weg als we met onoverkomelijke moeilijkheden te maken krijgen. We moeten onze moeilijkheden niet vergelijken met onze krachten maar met onze almachtige God. Nahum roept niet op tot een gewapende opstand, tot een guerrillaoorlog of politieke inspanningen, maar om naar boven te kijken, naar God, de HEERE. In het licht van Wie God is, ziet Nahum wat er met Ninevé, het kwaad, zal gebeuren.

God is in de eerste plaats na-ijverig, waarin de gedachte van een brandende ijver of jaloersheid zit. Het gaat om een gevoel van gekwetst recht en een sterk verlangen naar het voldoen aan recht. God heeft een exclusief recht op de gehoorzaamheid van Zijn volk (Dt 4:2424Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God.; 5:99U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, en aan het derde en aan het vierde [geslacht] van hen die Mij haten;). Dit recht ligt vast in het verbond dat Hij met Zijn volk heeft gesloten. Daarmee verplicht Hij Zich ook aan Zijn volk. Wie daarom Zijn volk benadeelt, krijgt ook met Hem in Zijn na-ijver te maken. Hij wreekt dan Zichzelf in toorn.

God is jaloers op Zijn volk. Hij is als een jaloerse man die zijn vrouw tegen elke opdringerigheid van vreemden zal beschermen. Het gaat in deze jaloersheid niet om het aspect van haar ontrouw, maar om wat anderen haar dreigen aan te doen. Hij kan het niet hebben dat vreemdelingen Zijn volk kastijden. Voor de vijanden van Zijn volk is Hij een Wreker.

Hij is de HEERE. Zo wordt Hij drie keer in dit vers genoemd. Die Naam herinnert eraan dat God een relatie met Zijn volk heeft. Hij zal het voor Zijn volk opnemen tegen “Zijn tegenstanders” en “Zijn vijanden”, dat zijn de Assyriërs. We zien hier hoe de tegenstanders en vijanden van Zijn volk Zijn tegenstanders en Zijn vijanden zijn. Nahum heeft de verwoesting in gedachten die de Assyriërs hebben aangericht in 722 v.Chr., toen zij de tien stammen wegvoerden, terwijl hij nu hun invasie in Juda ziet.

De bron van Gods na-ijver is Zijn grote liefde voor Zijn volk. Drie keer spreekt Nahum erover dat de HEERE een Wreker is. Dit legt de klemtoon op deze kant van God, dat Hij in Zijn Goddelijke kracht het kwaad zal wreken dat Zijn volk wordt aangedaan. De wraak behoort aan God (2Th 1:6-76daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden,7en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van [de] hemel met [de] engelen van Zijn kracht, in vlammend vuur,; Rm 12:1919Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn; want er staat geschreven: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden, zegt [de] Heer’.). Het is het uitgangspunt voor deze hele profetie. Alles wat volgt, is geworteld in deze openbaring van gerechtigheid en brandende ijver van de HEERE ten gunste van Zijn volk.

Omdat de vijanden van Zijn volk Zijn vijanden zijn, maakt Hij het tot Zijn eigen zaak om met de vijanden af te rekenen. Bij de volken leeft niet de gedachte aan het feit dat God alle onrecht dat Zijn volk wordt aangedaan, al hun mishandeling, zal wreken. Voor hen bestaat de God van Israël niet, of ze zien Hem als een lokale god. Maar ze zullen met Hem te maken krijgen op een manier dat ze Zijn majesteit zullen moeten erkennen.


De schuldige wordt gestraft

3De HEERE is geduldig, maar groot van kracht
en Hij houdt [de schuldige] zeker niet voor onschuldig.
De weg van de HEERE is in wervelwind en in storm, /beth/
wolken zijn het stof van Zijn voeten.

Dat de HEERE een Wreker is, wil niet zeggen dat Hij snel tot toorn is, want Hij is “geduldig” (vgl. Nm 14:1818De HEERE is geduldig en rijk aan goedertierenheid, Hij vergeeft de ongerechtigheid en de overtreding, Hij houdt [de schuldige] zeker niet voor onschuldig en vergeldt de ongerechtigheid van de vaderen aan de kinderen, tot in het derde en het vierde [geslacht].). Hij vermaant ons in Zijn Woord dat wij “traag tot toorn” moeten zijn (Jk 1:1919Weet dit, mijn geliefde broeders; laat ieder mens echter snel zijn om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.; vgl. Pr 7:99Wees niet te snel geërgerd in uw geest,
want ergernis rust in de boezem van dwazen.
)
. Zou Hij dan snel tot toorn zijn? Dat Hij geduldig is, heeft Hij ruim een eeuw geleden wel laten zien, toen Hij Zijn profeet Jona naar deze stad Ninevé stuurde om de stad het oordeel aan te zeggen (Jn 3:1010Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.; 4:22Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woord[en] niet toen ik nog in mijn [eigen] land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.). Hij geeft mensen de tijd om zich te bekeren. In de dagen van Jona was dat een periode van veertig dagen. Als de volgende generaties van Ninevé God vergeten en steeds goddelozer worden, heeft God nog eens meer dan een eeuw geduld.

Zijn geduld is geen zwakke toegeeflijkheid, maar vloeit voort uit de kracht van Zijn liefde en barmhartigheid (2Pt 3:99[De] Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen.). Hij verliest nooit Zijn geduld. Dat is een gelukkige wetenschap voor wie Hem kent. Maar Zijn geduld kent wel een einde. Dat is een ernstige gedachte voor wie de spot met Hem drijft. Zijn terughoudendheid om te toornen wil niet zeggen dat het Hem aan kracht ontbreekt en Hij daardoor de schuldige ongestraft moet laten. Hij is groot van kracht in Zijn goedheid. Hij is ook groot van kracht in oordeel. Hij gebruikt Zijn kracht altijd op de juiste tijd, op de juiste wijze en in de juiste vorm (Nm 14:1717Nu dan, laat toch de kracht van de Heere groot worden, zoals U gesproken hebt:).

In Zijn kracht zal Hij de schuldige niet ongestraft laten, maar hem oordelen. Een openbaring van Zijn kracht zien we “in wervelwind en in storm”. Daarin zien we behalve Zijn kracht ook het plotselinge van Zijn optreden. In Zijn optreden wordt Hij door wervelwind en storm begeleid. Zij staan Hem ten dienste in de uitoefening van Zijn oordeel (vgl. Ps 83:1515Zoals vuur een woud verbrandt,
zoals de vlam de bergen verzengt,
; Js 29:66Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden
met donder, aardbeving en groot geluid,
wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
)
. “Hij vermorzelt … door een storm” (Jb 9:17a17Want Hij vermorzelt mij door een storm,
en maakt mijn wonden talrijk, zonder reden.
; Js 29:66Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden
met donder, aardbeving en groot geluid,
wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
; Ps 83:1616achtervolg hen zó met Uw storm,
jaag hun schrik aan met Uw wervelwind.
)
.

Nahum voegt nog een aspect aan Zijn majesteit toe en dat is dat de wolken “het stof van Zijn voeten” zijn. Zoals de mens op het stof loopt en het stof opwaait waar hij loopt, zo loopt de HEERE op de wolken die Hem begeleiden waar Hij gaat. Zo worden Gods majesteit en verhevenheid hier getekend. Dit gebeurt op een manier dat we worden herinnerd aan de openbaring van God bij de Sinaï, toen Hij de wet gaf.

Tegelijk biedt deze tekening van Gods majesteit en verhevenheid troost voor ieder in wiens leven wolken de zon bedekken. God is boven de wolken van verdriet. Hij loopt erop, Hij beweegt Zich erop voort om Zijn werk te volbrengen, al is door de wolken soms verborgen hoe Zijn weg is en dat het Zijn weg is. Zijn voetstappen zijn soms niet door de mens waar te nemen of te onderscheiden. Toch mag het geloof erop vertrouwen dat Zijn voetstappen in de richting van de zegen gaan.

Als we wolken in ons leven zien, is Hij niet ver weg. Een wolk is voor ons groot en verheven, maar voor God is hij niet meer dan een stofje. Onze moeilijkheden en angsten zijn voor Hem niet groot. Met een handbeweging zou Hij ze kunnen verwijderen. We mogen erop vertrouwen dat Hij ze bestuurt, ook als Hij ze niet direct wegvaagt.


Droogte, verdrogen en verwelken

4Hij bestraft de zee en maakt die droog, /gimel/
al de rivieren laat Hij verdrogen.
Basan en Karmel zijn verwelkt, /daleth/
de bloesem van Libanon is verwelkt.

De beschrijving van de kracht van de HEERE wordt uitgebreid met het beeld van de ontreddering van de natuur. Zijn bevel, “Hij bestraft”, is voldoende om de loop van de natuur te veranderen (vgl. Js 50:22Waarom was er niemand toen Ik kwam?
[Waarom] gaf niemand antwoord toen Ik riep?
Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen?
Of is er in Mij geen kracht om te redden?
Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog.
Ik maak rivieren [tot] een woestijn.
Hun vissen stinken, omdat er geen water is,
en ze sterven van dorst.
)
. We zien droogte, waardoor bronnen van water verdwijnen met als gevolg het verwelken van vruchtbare gebieden. Hij heeft in het verleden de Rode Zee en de Jordaan drooggelegd (Js 51:1010Bent u het niet die de zee heeft drooggelegd,
de wateren van de grote watervloed,
die de diepten van de zee gemaakt heeft tot een weg,
zodat de verlosten erdoor konden gaan?
; Ps 106:99Hij bestrafte de Schelfzee, zodat ze droogviel;
Hij deed hen door de diepe wateren gaan als [door] een woestijn.
; 114:3-53De zee zag het en vluchtte,
de Jordaan deinsde achteruit,
4de bergen sprongen op als rammen,
de heuvels als lammeren.
5Wat was er, zee, dat u vluchtte,
Jordaan, dat u achteruit deinsde?
; Js 42:1515Ik zal bergen en heuvels woest maken
en al hun gras zal Ik doen verdorren.
Ik zal van rivieren eilanden maken
en [water]poelen doen opdrogen.
)
en zo kan Hij doen met elke zee en rivier. Zo kwetsbaar is alles voor Hem. Ook de Heer Jezus – Hij is Jahweh – toonde Zijn macht over de zee (Mt 8:2626En Hij zei tot hen: Waarom bent u angstig, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er ontstond een grote stilte.).

De HEERE kan de weelderige groei en rijkdom ontnemen aan gebieden die daarvoor bekendstaan zoals Basan, Karmel en Libanon (Js 33:99Het land treurt, verkommert.
De Libanon staat beschaamd, hij is verwelkt,
Saron is geworden als de Vlakte,
en Basan en Karmel schudden [hun bladeren] af.
)
. Als de heerlijkheid van de natuur voor Hem verschrompelt, hoeveel te meer dan de trots van de mens.


Bergen, heuvels, aarde, mensen

5De bergen beven voor Hem, /he/
de heuvels smelten weg,
de aarde rijst op voor Zijn aangezicht, /waw/
de wereld met al zijn bewoners.

Ook de vaste, machtige delen van de schepping, “de bergen”, blijven niet onbewogen, maar “beven voor Hem” als Hij ze met een vinger aanraakt. “De heuvels” smelten weg, wat wijst op een intense hitte die de HEERE veroorzaakt, mogelijk door vulkanische uitbarstingen (Ps 97:3-53Vuur gaat voor Zijn aangezicht uit
en zet rondom Zijn tegenstanders in vlam.
4Zijn bliksemflitsen verlichten de wereld,
de aarde ziet ze en beeft.
5De bergen smelten als was
voor het aangezicht van de HEERE,
voor het aangezicht van de Heere van heel de aarde.
; Mi 1:3-43Want zie, de HEERE komt uit Zijn [woon]plaats,
Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde.4De bergen smelten onder Hem weg,
de dalen splijten
als was voor het vuur,
als water dat langs een helling vloeit.
)
. Het zijn de begeleidende verschijnselen als Hij naar de aarde komt (Zc 14:3-5,103Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.4Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten [er]van. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de [ene] helft van de berg naar het noorden zal wijken en de [andere] helft ervan naar het zuiden.5Dan zult u vluchten [door] het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!10Heel het land zal als de Vlakte worden, van Geba tot Rimmon, ten zuiden van Jeruzalem. Maar [Jeruzalem] zal verheven worden en op zijn plaats bewoond blijven, van de poort van Benjamin af tot de plaats van de vroegere poort toe, tot aan de Hoekpoort, en [van] de Hananeëltoren [af] tot aan de perskuipen van de koning.). Er zullen geografische veranderingen plaatsvinden, niet door evolutie, maar plotseling, bij de komst van Christus.

Als Christus komt, zal de aarde oprijzen voor Zijn aangezicht en sidderen (Op 16:17-19a17En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht, en er kwam een luide stem uit de tempel vanaf de troon, die zei: Het is gebeurd!18En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er een mens op de aarde is geweest: zo’n aardbeving, zo groot!19En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van Zijn toorn te geven.). De majesteit van God zal de wereld en alle mensen, al wat leeft, vervullen met ontzag. Geen enkel onderdeel van de wereld staat buiten de sfeer waarin Hij werkzaam is, hier in oordeel. Alle mensen staan onder Zijn controle.


Niemand kan de HEERE weerstaan

6Wie kan standhouden voor Zijn gramschap? /zain/
Wie kan te midden van Zijn brandende toorn opstaan?
Zijn grimmigheid is uitgegoten als vuur, /cheth/
de rotsen worden door Hem stukgebroken.

Nahum gebruikt verschillende uitdrukkingen om de indrukwekkendheid van het optreden van God in oordeel weer te geven. Hij spreekt over “gramschap”, “toorn”, “grimmigheid”. Na de beschrijving van de kracht van God kunnen de vragen wel worden gesteld wie tegen Zijn gramschap kan standhouden en wie er nog kan opstaan van onder Zijn brandende toorn als die woedt. Het antwoord is: niemand, ook het machtige Ninevé niet.

Als God zo de hele natuur en alle mensen onder de indruk kan brengen van Wie Hij is, dan is het ook duidelijk dat geen mens de toorn van de HEERE kan weerstaan (Jl 2:1111En de HEERE laat Zijn stem klinken
voor Zijn leger uit,
want Zijn leger is zeer groot,
ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt.
Groot is immers de dag van de HEERE
en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?
; Jr 10:1010De HEERE God is echter de Waarheid,
Hij is de levende God, een eeuwig Koning.
Voor Zijn grote toorn beeft de aarde,
de heidenvolken kunnen Zijn gramschap niet verdragen.
; Ml 3:22Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen?
Wie zal bij Zijn verschijning standhouden?
Want Hij is als vuur van een edelsmid,
en als zeep van de blekers.
; Op 6:1717want de grote dag van Hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?)
. Nog minder zal iemand kunnen opstaan als de toorn van de HEERE als een vuur over hem heen is gegaan. Niets is tegen Zijn macht bestand (Dt 4:2424Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God.; 1Kn 19:1111Maar Hij zei: Ga naar buiten en ga op de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE. En zie, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, die bergen spleet en rotsen in stukken brak, voor het aangezicht van de HEERE uit. [Maar] de HEERE was niet in de wind. Na deze wind kwam er een aardbeving, [maar] de HEERE was [ook] niet in de aardbeving.; Jr 23:2929Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE,
of als een hamer [die] een rots verplettert?
)
. Hij verheft Zich hier tegen de tegenstanders van Zijn volk en ten gunste Zijn volk.

Dat de rotsen door Hem worden stukgebroken, doet denken aan wat er gebeurde toen God Zijn Zoon oordeelde voor de zonden van allen die in Hem geloven. Toen Christus gestorven was, gebeurde het dat “de aarde beefde en de rotsen scheurden” (Mt 27:51b51En zie, het voorhangsel van het tempelhuis scheurde van boven naar beneden in tweeën; en de aarde beefde en de rotsen scheurden.). Wie het offer van Christus afwijst, zal zelf met deze machtige God te maken krijgen.


De HEERE is goed

7De HEERE is goed, /teth/
Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid.
Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen. /jod/

De uitvoerige beschrijving van de oordeelskracht van de HEERE is bedoeld om Israël te verzekeren van hun veiligheid bij Hem wanneer de Assyriërs het land binnenvallen. Na de beschrijving van de majesteit van God tegenover de vijanden van Zijn volk spreekt Nahum hier ineens over de goedheid van de HEERE voor Zijn volk. Dat Hij goed is, zal als loflied in het vrederijk klinken (Ps 107:11Loof de HEERE, want Hij is goed,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
)
.

Zijn goedheid – die even werkelijk is als Zijn macht om te oordelen – blijkt daaruit dat Hij voor de Zijnen “tot een vesting op de dag van de benauwdheid” is. Dit is een algemene waarheid, die niet is begrensd tot een bepaalde tijd in de geschiedenis. Hizkia heeft dat ervaren en tallozen voor en na hem.

Je kunt van een vesting weten, maar je moet er ook de toevlucht nemen (Ps 46:22God is ons een toevlucht en kracht;
Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.
; Jr 16:1919HEERE, mijn kracht en mijn burcht,
mijn toevlucht op de dag van de benauwdheid,
tot U zullen de heidenvolken komen
van de einden der aarde, en zeggen:
Onze vaderen hebben enkel leugen in erfelijk bezit gekregen,
[en] nietige [dingen], niets ervan is van nut.
)
. Dat doen alleen zij die Hem vertrouwen. Hij is hun toevlucht waar ze zich veilig en geborgen weten tegen het gevaar. Hij kent hen die dat doen. Het kennen van de Zijnen betekent dat Hij Zich hun lot aantrekt en hen helpt vanwege de intieme relatie die er is (vgl. Ex 2:2525En God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen.; Gn 18:1919Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de HEERE in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de HEERE over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.; Am 3:22Alleen u heb Ik gekend
uit alle geslachten op de aarde.
Daarom zal Ik u vergelden
al uw ongerechtigheden.
; Jh 10:1414Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijne en de Mijne kennen Mij,)
.


Het deel van de vijanden

8En door een overstromende vloed
zal Hij een [vernietigend] einde maken aan zijn plaats /kaph/
en duisternis achtervolgt Zijn vijanden.

Weer verandert Nahum ineens van onderwerp. Het deel van Zijn vijanden is totaal anders dan Zijn goedheid voor de Zijnen van het vorige vers. Deze twee zijden van Gods handelen worden door Paulus “[de] goedertierenheid en [de] gestrengheid van God” genoemd (Rm 11:2222Zie dan [de] goedertierenheid en [de] strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, maar goedertierenheid van God over u, als u in de goedertierenheid blijft; anders zult ook u worden afgehouwen.).

God bewijst Zijn goedheid ook in de openbaring van Zijn toorn. Het strafgericht bewerkt de uitroeiing van de bozen ten gunste van hen die Hem vrezen, die op Hem vertrouwen. Het gevolg voor hen is bevrijding uit de benauwdheid, waarin ze door de boosheid van de wereld zijn terechtgekomen.

Ninevé zal letterlijk door een overstroming van de Tigris aan zijn einde komen. Door die overstroming zal de HEERE de stad overweldigen en openen voor de legers van de Meden en de Babyloniërs die Hij gebruikt om als “een overstromende vloed” het oordeel over Ninevé te brengen (vgl. Js 8:7-87daarom, zie, doet de Heere over hen opkomen
de machtige, geweldige wateren van de rivier [de Eufraat],
[namelijk] de koning van Assyrië met al zijn luister.
Deze zal buiten al zijn stroom[beddingen] treden,
en over al zijn oevers heenstromen.
8Hij dringt door tot in Juda, overspoelt het, trekt [er] doorheen,
hij reikt tot aan de hals,
en zijn uitgebreide vleugels
zullen de volle breedte van Uw land innemen, Immanuel!
)
. Zij vertegenwoordigen de “duisternis” die de Assyriërs achtervolgt en zal inhalen en overrompelen. Ze kunnen de duisternis niet ontvluchten. Het einde van Gods vijanden is de duisternis van de hel, het eeuwig zonder God zijn.


Het oordeel is definitief

9Wat u ook bedenkt tegen de HEERE,
Hij Zelf maakt er een [vernietigend] einde aan.
Geen tweede keer zal de benauwdheid opkomen.

De profeet spreekt deze woorden tot de Assyriërs, maar ze zijn bedoeld als geruststelling voor het Godvrezende deel van Gods volk, dat bang is voor een nieuwe invasie van de Assyriërs. Nahum stelt hen gerust met de mededeling dat de HEERE niet alleen hun vijandige uitingen kent, maar ook hun zondige overleggingen die daaraan voorafgaan. Wat de volken bedenken, wordt door de HEERE beoordeeld als iets “wat zonder inhoud is” (Ps 2:11Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
; Hd 4:25-2625Die <door [de] Heilige Geest> bij monde van <onze vader> David, Uw knecht, hebt gezegd: ‘Waarom hebben [de] naties gewoed en [de] volken ijdele dingen bedacht?26De koningen van de aarde zijn opgestaan en de oversten zijn samen bijeenverzameld tegen de Heer en tegen Zijn Gezalfde’.)
.

Wat zij bedenken, is in hun opvattingen wel tegen Juda gericht, maar in feite is het tegen de HEERE gericht. Daarom zullen ze van al hun bedenksels niets kunnen uitvoeren, want de HEERE zal Zelf een vernietigend einde aan deze vijand maken (Sp 21:3030Er is geen wijsheid, er is geen inzicht,
en er is geen raad tegen de HEERE.
)
. Als extra bemoediging zegt Hij tegen Zijn volk dat ze niet nog eens in de benauwdheid terecht zullen komen. De eerste benauwdheid is in vers 77De HEERE is goed, /teth/
Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid.
Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen. /jod/
genoemd. Zijn oordeel over Ninevé is definitief, zonder mogelijkheid dat deze vijandige macht nog eens over hen komt (vgl. Js 37:23-2923Wie hebt u gehoond en gelasterd?
Tegen Wie hebt u de stem verheven
en uw ogen hoog[moedig] opgeheven?
Tegen de Heilige van Israël!
24Door uw dienaren hebt u de Heere gehoond
en gezegd: Met mijn talrijke strijdwagens
heb ík de hoge bergen bestegen,
de flanken van de Libanon.
Ik hak zijn statige ceders, zijn mooiste cipressen om.
Ik kom tot op zijn hoogste top, [tot in] zijn weelderig groeiend woud.
25Ík heb gegraven en water gedronken,
ik heb met mijn voetzolen alle rivieren van de belegerde plaatsen drooggelegd.
26Hebt u [dan] niet gehoord dat Ik, [de Heere,] dit lang tevoren gedaan heb,
en dat Ik dit vanaf de dagen van weleer heb bewerkstelligd?
Nu heb Ik het doen komen:
u bent er om de versterkte steden tot puinhopen te verwoesten.
27Daarom waren hun inwoners machteloos,
waren zij ontsteld en beschaamd,
werden zij [als] gras op het veld
of groene grasscheutjes,
[als] gras op de daken, of een veld koren
voordat het overeind staat.
28Maar uw zitten,
uw uitgaan, uw [thuis]komen ken Ik,
en uw tekeergaan tegen Mij.
29Omdat u tegen Mij tekeer bent gegaan,
en uw hoogmoed is opgeklommen [tot] in Mijn oren –
zal Ik Mijn haak in uw neus slaan
en Mijn bit tussen uw lippen,
en Ik zal u doen terugkeren
langs de weg waarover u bent gekomen.
)
.

“De benauwdheid” is een uitdrukking die de gebeurtenissen uit de dagen van het oordeel over Ninevé verbindt met de tijd van de grote verdrukking in de eindtijd (Mt 24:2121Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er niet geweest is van [het] begin van [de] wereld af tot nu toe en er ook geenszins meer zal komen.) die genoemd wordt “een tijd van benauwdheid voor Jakob” (Jr 30:77Wee!
Want die dag is groot,
er is er geen als hij.
Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob,
toch zal hij daaruit verlost worden.
)
. De blik wordt hier verplaatst van de historische verwoesting van Ninevé naar de dagen die vlak aan de verschijning van Christus voorafgaan. Christus zal dan persoonlijk bij Zijn terugkeer naar de aarde de Assyriërs ofwel de koning van het noorden verdelgen (Dn 11:4545En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.). Er zal voor Israël na de eerste aanval van en verwoesting door de Assyriërs geen tweede benauwdheid zijn.


Ninevé wordt volledig verteerd

10Omdat zij vervlochten zijn als dorens,
en dronken als dronkaards,
zullen zij volledig verteerd worden, als dorre stoppels.

De Assyriërs worden voorgesteld als vervlochten of verwarde dorens (2Sm 23:66Maar verdorven [mannen] zijn alle als doornstruiken,
die weggeworpen worden;
want met de hand kan men ze niet pakken.
)
. Dat wijst zowel op hun waardeloze karakter dat anderen alleen maar schade en leed toedient (Mi 7:44De beste van hen is als een doornstruik,
de oprechtste [erger] dan een doornhaag.
De dag van uw wachters is gekomen, [de dag] van uw vergelding.
Nu zal er bij hen ontreddering zijn.
)
als op hun verdiende verdelging. Hetzelfde beeld van waardeloosheid is dat van de dronkaard die geen besef heeft van wat hij doet.

Het beeld van de vervlochten dorens zegt dat, ook al beschermen ze zich nog zo goed dat ze een ondoordringbare dorenstruik lijken, ze voor het oordeelsvuur geen probleem, maar er juist voedsel voor zijn. Het beeld van de dronkaard zegt dat, al zijn ze nog zo nat door overvloedig alcoholgebruik, ze voor het oordeel van God als dorre stoppels zijn die door Zijn oordeel volkomen verteerd worden.

Beide beelden geven ook hun hulpeloosheid weer. Wie vastzit in vervlochten dorens, is onmogelijk in staat zichzelf te verdedigen. Wie als een dronkaard zijn weg gaat, is een gemakkelijke prooi omdat hij zich heeft overgegeven aan brassen en dronkenschap. De HEERE zal hen in het vuur werpen, tegen Wie zij geen kracht hebben zich te verzetten. Ze worden volledig verteerd, er blijft niets van over.


Een verderfelijke raadsman

11Uit u is iemand voortgekomen
die kwaad bedenkt tegen de HEERE,
een verderfelijke raadsman.

“Uit u”, dat is uit Ninevé, is een boosaardig individu voortgekomen. Het is iemand van wie opstand uitgaat, iemand “die kwaad bedenkt tegen de HEERE”. Deze vijand wordt nog nader gekarakteriseerd als “een verderfelijke raadsman”, letterlijk een Belialsman of nietswaardige. Daarmee is hij wel een duidelijk beeld van de satan (2Ko 6:15a15En welke overeenstemming heeft Christus met Belial? En welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?).

De persoon die wordt bedoeld, is “de koning van Assyrië” (Na 3:1818Uw herders sluimeren, koning van Assyrië,
uw machtigen liggen terneer.
Uw volk is verstrooid over de bergen
en niemand zal het bijeenbrengen.
)
. Het lijkt erop dat het hier om Sanherib gaat, de machtige, wrede aanvaller die uit Ninevé komt om Juda aan te vallen. De verwoestingen die hij aanricht, zijn wreed en omvangrijk (2Kn 18:1313In het veertiende jaar van koning Hizkia trok Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen alle versterkte steden van Juda en nam ze in.; 19:88Toen keerde de commandant terug en trof de koning van Assyrië aan, in strijd gewikkeld met Libna. Hij had namelijk gehoord dat hij uit Lachis was vertrokken.). Hij is degene die boosaardige plannen beraamt tegen de HEERE. In de toespraak die van hem staat opgetekend, legt hij de gezindheid bloot die deze wereldmacht altijd heeft gehad tegenover wat van God is (2Kn 18:19-2219Daarop zei de commandant tegen hen: Zeg toch tegen Hizkia: Dit zegt de grote koning, de koning van Assyrië: Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert?20U zegt (maar het is lippentaal): Er is beraad en [gevechts]kracht voor de oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt?21Nu, zie, u vertrouwt voor uzelf op die geknakte rietstaf, op Egypte. Maar als iemand daarop leunt, dringt hij in zijn hand en doorboort die. Zo is de farao, de koning van Egypte, voor allen die op hem vertrouwen.22En als u tegen mij zegt: Wij vertrouwen op de HEERE, onze God – is Hij het niet van Wie Hizkia de [offer]hoogten en altaren verwijderd heeft? En heeft [Hizkia] niet tegen Juda en tegen Jeruzalem gezegd: Voor dit altaar in Jeruzalem moet u zich neerbuigen?; Js 36:14-2014Dit zegt de koning: Laat Hizkia u niet bedriegen, want hij zal u niet kunnen redden.15Laat Hizkia u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de koning van Assyrië.16Luister niet naar Hizkia, want dit zegt de koning van Assyrië: Geef u aan mij over, kom uit [de stad] naar mij toe. Dan mag ieder eten van zijn [eigen] wijnstok en ieder van zijn [eigen] vijgenboom, en ieder water drinken uit zijn [eigen] put,17totdat ik kom en u meevoer naar een land als uw [eigen] land, een land van koren en nieuwe wijn, een land van brood en wijngaarden.18Laat Hizkia u niet misleiden door te zeggen: De HEERE zal ons redden. Hebben de goden van de volken, ieder zijn [eigen] land, gered uit de hand van de koning van Assyrië?19Waar zijn de goden van Hamath en Arpad? Waar zijn de goden van Sefarvaïm? Hebben zij Samaria dan soms uit mijn hand gered?20Wie onder al de goden van deze landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de HEERE Jeruzalem dan wél uit mijn hand redden?). De vijand achter deze vijand, de satan, wil altijd alles verwoesten wat van God is, of dat nu Israël is of de gemeente.

Deze machthebber die uit het machtige Ninevé is “voortgekomen”, vormt wel een groot contrast met Hem van Wie wordt geprofeteerd dat Hij uit het nederige Bethlehem-Efratha zal “voortkomen”, dat is de Messias (Mi 5:1a1En u, Bethlehem-Efratha,
[al] bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,
uit u zal Mij voortkomen
Die een Heerser zal zijn in Israël.
Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.
)
. “Zijn oorsprongen zijn van eeuwige dagen af” (Mi 5:1b1En u, Bethlehem-Efratha,
[al] bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,
uit u zal Mij voortkomen
Die een Heerser zal zijn in Israël.
Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.
)
. Ninevé zal door Hem vallen en Hij zal Zijn troon tot in eeuwigheid vestigen (Lk 1:3333en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn koningschap zal geen einde zijn.). Hij die uit Ninevé voortkwam, wordt vernederd. Hij Die uit Bethlehem-Efratha voortkwam, wordt verhoogd. Hij krijgt een Naam die boven alle naam is. Voor Hem zal elke knie zich buigen.


Vernedering van de Assyriërs

12Zo zegt de HEERE:
Al gaat het hun goed en al zijn zij talrijk,
toch zullen zij worden weggeschoren: hij zal voorbijgaan!
Ik heb u wel vernederd,
[maar] Ik zal u niet meer vernederen.

Dit vers begint met ”zo zegt de HEERE”, woorden die de boodschapper gebruikt als inleiding op een boodschap van de HEERE. Assyrië is op het moment dat Nahum profeteert op het toppunt van zijn macht. Maar al hebben ze voorspoed – of: bondgenoten, zoals ook wel wordt vertaald – en is hun aantal indrukwekkend (2Kr 32:77Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en niet ontsteld vanwege de koning van Assyrië, en [ook] niet vanwege heel de troepenmacht die met hem is, want met ons is er meer dan met hem.), het zal hun niet lukken het volk van God te overwinnen. Zoals Assyrië een scheermes is voor anderen (Js 7:2020Op die dag zal de Heere met een scheermes,
ingehuurd aan de overzijde van de rivier [de Eufraat, namelijk] de koning van Assyrië,
het hoofd- en het schaamhaar afscheren;
en het zal ook de baard wegnemen.
)
, zo zal het zelf geschoren (gemaaid) worden. In één nacht doodt een engel honderdvijfentachtigduizend soldaten (2Kn 19:35-3635Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE [ten strijde] trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neersloeg. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.36Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde [naar zijn land] terug; en hij bleef in Ninevé.; Js 37:37-3937Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde [naar zijn land] terug; en hij bleef in Ninevé.38Het gebeurde nu, toen hij zich in het huis van Nisroch, zijn god, neerboog, dat Adrammelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard doodden. Zij ontkwamen naar het land Ararat, en Esar-Haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.).

In de eindtijd zullen de Assyriërs nog een keer op het wereldtoneel verschijnen en dan als tuchtroede voor de grote massa van de afvallige Joden onder de antichrist. Ze zullen erin slagen Jeruzalem te veroveren en te verwoesten. Dat betekent het einde van de regering van de antichrist. Daarna zullen de Assyriërs doortrekken naar Egypte. Als ze horen van geruchten uit het noorden en het oosten, keren ze terug naar Jeruzalem. Ze zullen over een groot leger beschikken en denken voorspoed te hebben, maar plotseling zullen ze “worden weggeschoren” door de verschijning van de HEERE (Dn 11:40-4540Dan zal in de tijd van het einde de koning van het zuiden hem [met de horens] stoten. En de koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen. Hij zal de landen binnentrekken, [ze] overspoelen en [er] doorheen trekken.41Hij zal het sieraadland binnentrekken, en vele [landen] zullen struikelen. Maar deze [zijn het die] aan zijn hand zullen ontkomen: Edom, Moab en de voornaamsten van de zonen van Ammon.42Hij zal zijn hand tegen de landen uitstrekken. Ook voor het land Egypte is er geen ontkomen aan.43Hij zal heersen over de verborgen schatten van goud en zilver en al de kostbaarheden van Egypte. De Libiërs en de Cusjieten zullen in zijn voetstappen [treden].44Maar de geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem schrik aanjagen. Daarom zal hij in grote grimmigheid uittrekken om velen weg te vagen en met de ban te slaan.45En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.)

Dan verandert Nahum ineens weer van onderwerp. De uitspraak “Ik heb u wel vernederd”, slaat op Israël en ziet terug op de lange en pijnlijke onderdrukking van Israël door Assyrië. God vertroost hen met de toezegging dat Hij hen na het verslaan van de Assyriërs “niet meer vernederen” zal. Hier zien we ook weer Gods oordeel over de vijand en zegen voor Zijn volk die beide in de eindtijd hun volle vervulling zullen vinden.


Het juk wordt verbroken

13Nu dan, Ik zal zijn juk van u stukbreken
en uw banden verscheuren.

De HEERE zegt verder tegen Juda dat Hij het juk van Assyrië, waaronder zij hebben gezucht, van hen zal stukbreken (vgl. Lv 26:1313Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land van de Egyptenaren geleid heeft, zodat u niet [meer] hun slaven bent. Ik heb de stangen van uw juk gebroken en u rechtop laten gaan.; Jr 27:22Zo heeft de HEERE tegen mij gezegd: Maak u banden en jukken en leg die op uw nek,; 28:1010Toen nam de profeet Hananja het juk van de nek van de profeet Jeremia af en brak het.; Ez 34:2727De bomen op het veld zullen hun vrucht geven, het land zal zijn opbrengst geven, en ze zullen onbezorgd in hun land [wonen]. Dan zullen ze weten dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik de stangen van hun juk breek en ze red uit de hand van hen die zich door hen lieten dienen.). Het juk is de belasting die moet worden betaald (2Kn 18:1414Toen stuurde Hizkia, de koning van Juda, [deze boodschap] naar de koning van Assyrië, naar Lachis: Ik heb gezondigd, keer van mij af; wat u mij zult opleggen, zal ik dragen. Toen legde de koning van Assyrië Hizkia, de koning van Juda, driehonderd talent zilver en dertig talent goud op.; vgl. Js 10:2727Op die dag zal het gebeuren
dat zijn last van uw schouder zal afglijden
en zijn juk van uw hals; en [dat] juk zal te gronde gericht worden
omwille van de Gezalfde.
)
. God wil ons van elk juk bevrijden waardoor we in slavernij worden gehouden en niet vrij zijn om Hem te dienen.


Het einde van Ninevé

14Maar wat u betreft heeft de HEERE geboden:
Uw naam zal zich niet meer voortplanten.
Uit het huis van uw god zal Ik
de gesneden en gegoten beelden uitroeien.
Ik zal uw graf toebereiden, want u bent verachtelijk.

Na het woord over het verbreken van het juk voor Juda richt Nahum het woord weer tot de koning van Assyrië. De HEERE heeft ten aanzien van hem niet alleen gesproken, maar “geboden”. Krachtens Zijn gebod zal de naam van de koning van Assyrië niet blijven voortbestaan. Dat betekent dat er een einde komt aan zijn dynastie. Hij zal geen nakomelingen, geen opvolgers, hebben (vgl. Js 14:4,20-234dat u dit spotlied zult aanheffen op de koning van Babel, en u zult zeggen:
Hoe houdt de onderdrukker op;
opgehouden is de onderdrukking!
20U zult in het graf niet met hen verenigd worden,
want u hebt uw land te gronde gericht
en uw volk gedood.
Voor eeuwig zal niet [meer] genoemd worden
het nageslacht van de kwaaddoeners.
21Maak de slachtbank voor zijn kinderen gereed
vanwege de ongerechtigheid van hun vaders,
zodat zij niet [meer] opstaan, de aarde in bezit nemen
en het wereldoppervlak vullen met steden.22Zo zal Ik tegen hen opstaan,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Ik zal van Babel naam en overblijfsel uitroeien,
zoon en kleinzoon, spreekt de HEERE.
23Ik zal het maken tot een bezit voor nachtuilen
en [tot] waterpoelen;
Ik zal het wegvagen met de veger van het verderf,
spreekt de HEERE van de legermachten.
)
.

Ook zijn godsdienst wordt verwoest. Assyrische koningen beweren te regeren bij de gunst en het gezag van hun goden. Omdat hun gezag daarop berust, zal God aan al dit valse eerbetoon een einde maken. Hij zal de afgoden totaal uitroeien. Hij doet dat in “het huis van uw god” wat eens te meer de volkomen waardeloosheid van een afgod aantoont. Een god die zich uit zijn eigen huis laat uitroeien, is een waardeloze god.

God maakt zelfs het graf van de koning van Assyrië klaar, omdat hij verachtelijk is, geheel in tegenstelling tot wat hij van zichzelf denkt (vgl. 1Sm 2:30b30Daarom spreekt de HEERE, de God van Israël: Ik had duidelijk gezegd: Uw huis en uw familie zullen voor eeuwig voor Mijn aangezicht wandelen. Maar nu spreekt de HEERE: Er is bij Mij geen sprake van, want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij verachten, zullen [zelf] veracht worden.). Hier voorzegt de HEERE de nationale uitdelging van Assyrië. De tempel van zijn afgoden waar hij zich voor zijn afgoden neerbuigt, wordt de plaats van zijn dood. Daar wordt hij door zijn zonen vermoord (2Kn 19:3737Het gebeurde nu, toen hij zich in het huis van Nisroch, zijn god, neerboog, dat Adrammelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard doodden. Zij ontkwamen naar het land Ararat, en Esar-Haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.; Js 37:3838Het gebeurde nu, toen hij zich in het huis van Nisroch, zijn god, neerboog, dat Adrammelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard doodden. Zij ontkwamen naar het land Ararat, en Esar-Haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.).

“U bent verachtelijk” kan ook worden weergegeven met: ‘U bent te licht bevonden.’ In Gods weegschaal is hij te licht bevonden (vgl. Dn 5:2727TEKEL: u bent gewogen in de weegschaal en u bent te licht bevonden.). Dit is het einde van Ninevé. Het ziet vooruit naar het einde van de wereld, waarboven God ook schrijft: ‘Te licht bevonden’. Dat moeten wij ons goed bewust zijn. Zo hebben wij het profetische woord als een lamp. Als we dit woord ‘eten’ zodat het ons hele leven doortrekt, zullen we door de wereld gaan als pelgrims en vreemdelingen.


De goede boodschap voor Juda

15Zie op de bergen
de voeten van hem die het goede boodschapt,
die vrede laat horen!
Vier uw feestdagen, Juda,
kom uw geloften na,
want de verderfelijke [man] zal voortaan niet meer
door u heen trekken,
hij is helemaal uitgeroeid.

Nahum richt zich weer tot Juda. Terwijl de koning van Assyrië en zijn goden worden begraven (vers 1414Maar wat u betreft heeft de HEERE geboden:
Uw naam zal zich niet meer voortplanten.
Uit het huis van uw god zal Ik
de gesneden en gegoten beelden uitroeien.
Ik zal uw graf toebereiden, want u bent verachtelijk.
)
, leeft de godsdienst van Juda op. De afgang en het einde van de vijand zijn een feit. De val van Ninevé vindt plaats enkele tientallen jaren na de profetie van Nahum. Daaroverheen ziet deze val op de verdelging van de Assyriërs in de toekomst. Het goede dat wordt geboodschapt, heeft te maken met de komst van de Messias Die de vijand heeft verdelgd. Zijn komst is een goede boodschap, een boodschap dat de vrede is gekomen (vgl. Js 52:77Hoe lieflijk zijn op de bergen
de voeten van hem die het goede boodschapt,
die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede,
die heil laat horen,
die tegen Sion zegt:
Uw God is Koning.
; Rm 10:1515En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden zijn? Zoals geschreven staat: ‘Hoe liefelijk zijn de voeten <van hen die vrede verkondigen,> van hen die <het> goede verkondigen’.)
.

Naar aanleiding van het goede nieuws klinkt de oproep tot feestvieren. Het volk zal weer kunnen optrekken naar de tempel om de feesten te vieren. De beloften die ongetwijfeld tijdens de bezetting voor de bevrijding zijn gedaan, kunnen worden ingelost. Er hoeft geen angst te zijn voor verstoring van de vrede en de vreugde. De reden is dat Sanherib, die “verderfelijke [man]”, niet meer zal terugkomen. Dat kan onmogelijk, want “hij is helemaal uitgeroeid”, er is niets van hem over.

Zoals al is opgemerkt, zal de volle vervulling ervan plaatsvinden in de eindtijd. Wanneer de Messias in macht en heerlijkheid verschijnt, zal Hij het Assyrische leger op de bergen van Israël verdelgen (Dn 11:4545En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.). Dat nieuws zal door boodschappers naar Jeruzalem worden gebracht. Het is tegelijk de aankondiging van het vrederijk waarin de feesten van de HEERE weer worden gevierd.

God kondigt vreugde aan, terwijl de directe aanleiding voor de vreugde er nog niet is. Het gebeurt vaker in de Schrift dat het volle resultaat van Gods handelingen wordt gevierd vanaf het moment dat Hij die handelingen begint en ze dus nog (lang) niet voltooid zijn (Lk 2:13-1413En plotseling was er met de engel een menigte van een hemelse legermacht, die God prees en zei:14Heerlijkheid zij God in [de] hoogste [hemelen], en vrede op aarde, in mensen van [Zijn] welbehagen.; Op 11:15-1715En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid.16En de vierentwintig oudsten die vóór God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God17en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, Die is en Die was, dat U Uw grote kracht hebt aangenomen en Uw koningschap hebt aanvaard.; 12:1010En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht vóór onze God aanklaagde, is neergeworpen.).


Lees verder