Kolossenzen
1-5 Al de schatten van de wijsheid en kennis 6-10 Tot volheid gebracht in Christus 11-15 In Hem, met Hem 16-23 Vasthouden aan het Hoofd
Al de schatten van de wijsheid en kennis

1Want ik wil dat u weet, wat een strijd ik heb voor u en voor hen in Laodicéa, en voor allen die mijn aangezicht in [het] vlees niet hebben gezien; 2opdat hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in liefde en tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot kennis van de verborgenheid van God <[de] Vader>, <Christus>, 3in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn. 4Dit zeg ik, opdat niemand u met overredende taal misleidt. 5Want al ben ik ook naar het lichaam afwezig, toch ben ik in de geest bij u en verblijd mij bij het zien van uw orde en de vastheid van uw geloof in Christus.

V11Want ik wil dat u weet, wat een strijd ik heb voor u en voor hen in Laodicéa, en voor allen die mijn aangezicht in [het] vlees niet hebben gezien;. Paulus hecht er veel belang aan dat de Kolossenzen weten dat hij met een grote, geestelijke strijd voor hen strijdt, evenals voor het naburige Laodicéa. Hij voegt eraan toe: “En voor allen die mijn aangezicht in [het] vlees niet hebben gezien.” Daarmee breidt hij de kring uit tot al Gods kinderen door de eeuwen heen. Hij wil dat bij allen, ook bij jou en mij, doordringt dat hij ook voor ieder van hen in grote strijd is. Hij strijdt ervoor dat allen die tot de gemeente behoren zich ten volle bewust zullen worden en blijven dat zij een zijn met het Hoofd in de heerlijkheid. Hij wil dat het volle besef daarvan in hun harten zal werken.

Hij strijdt voor hen omdat hij de gevaren van dwaalleraren ziet, waardoor ze dit besef zouden kunnen verliezen. De strijd die hij hier in gevangenschap heeft, is die van het gebed. Hij strijdt daarin niet tegen de dwaalleraren, maar voor de gelovigen. Als de gelovigen leven naar wat ze in Christus zijn geworden en hebben ontvangen, zullen dwaalleraren geen vat op hen krijgen. Het is van niet te overschatten belang dat we zo voor elkaar bidden en zo met Paulus meestrijden.

V22opdat hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in liefde en tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot kennis van de verborgenheid van God <[de] Vader>, <Christus>,. Het is goed tegen iemand te zeggen dat je voor hem of haar bidt. Het is een troost, een weldaad voor het hart van de ander. Die voelt zich gesteund. Zo wordt het gebed een geweldig middel dat God ons mede heeft gegeven om anderen te troosten. Ook al ben jij iemand die (misschien) geen openlijke dienst in de gemeente heeft, dan zie je hier een voorbeeld ervan hoe je tot troost en bemoediging kunt zijn. Deze dienst ligt open voor ieder kind van God en kan op elke plaats gebeuren. Paulus doet het tijdens zijn gevangenschap, jij kunt het in je binnenkamer doen (Mt 6:66Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader Die in het verborgen is; en uw Vader Die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden.). Je moet niet gering denken over het vertroosten van een hart, alsof het een onbeduidende bijkomstigheid zou zijn. Het is de vrucht van gebedsstrijd.

Troost is nodig als er onvrede en angst komen vanwege opkomende dwalingen, want troost verschaft versterking en vastheid aan het hart. Als iemands hart vertroost is, heeft dat zijn uitwerking op alle aspecten van het leven, want vanuit het hart zijn de uitingen van het leven (Sp 4:2323Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.
)
.

Er is nóg een vrucht van deze gebedsstrijd. De gelovigen worden tegen opkomende vijanden met hun dwalingen “samengevoegd”, ze worden vast aaneengesloten, met als bindmiddel de “liefde”. Samengevoegde, aaneengesloten gelovigen die liefde hebben onder elkaar, zijn een onneembare vesting. Let er wel op dat het om een gemeenschappelijke beleving gaat. Je kunt niet in je eentje tot een beleving van deze dingen komen.

Als jij je zou isoleren, kun je de Bijbel bestuderen en geestelijk inzicht krijgen, maar het is niet mogelijk door ervaring bevestigd te worden. Je kunt dan misschien uitleggen wat ‘samengevoegd zijn in liefde’ betekent, maar dat is wel iets anders dan het te beleven. Je kunt nooit werkelijk iets begrijpen als je niet beleeft wat het betekent. Zo kun je bijvoorbeeld, als je niet getrouwd bent, er misschien van alles over weten omdat je er veel over hebt gelezen. Maar wat het echt betekent, weet je pas als je betrouwd bent.

Gelovigen die samengevoegd zijn, worden niet alleen beschermd tegen het kwade, maar staan ook open voor het goede. Paulus komt steeds dichter bij de kern van de inzet van zijn strijd. Hij wil de gelovigen meenemen naar de schatkamer van het geloof. Die schatkamer is de Persoon van Christus. In Hem is alle rijkdom te vinden. Paulus wenst dat ze daarin inzicht zullen krijgen.

Als je inzicht hebt gekregen in de verborgenheid van God, heb je volle zekerheid, of weet je volmaakt zeker, dat hieraan niets is toe te voegen. Zolang er nog enig verlangen is naar heidense wijsbegeerte of Joodse overleveringen, mis je die volle zekerheid. Je doet jezelf tekort en je doet vooral Christus tekort. Hij is alles. Dat wil Hij voor jou zijn en met minder kan Hij niet tevreden zijn. Jij toch ook niet? Daarom is Paulus er alles aan gelegen dat je komt “tot kennis van de verborgenheid van God <[de] Vader>”.

V33in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn.. En waar is die kennis te vinden? In Christus, want in Hem zijn “al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen”. Christus is de grote schatkamer van de Goddelijke rijkdommen. Er is niets buiten Hem wat dit aanvult. Niemand kan iets aan Hem toevoegen. Alles is in Hem verborgen en dat nodigt tegelijk uit die kostbaarheden op te diepen. Al die schatten zijn voor iedere gelovige toegankelijk.

Er wordt wel inspanning gevraagd. Schatten worden verborgen vanwege hun kostbaarheid. Ze liggen niet aan de oppervlakte. Maar je weet waar je moet graven: ‘in Christus’. De grote vraag is hoeveel die schat jou waard is. Jouw waardering ervan zal jouw inspanning bepalen. Twijfel je nog aan de waarde? Kijk nog eens goed: “Al de schatten van de wijsheid en kennis.” Het woord ‘al’ laat geen uitzondering toe.

Job stelt in een indrukwekkende vergelijking met de edelste metalen, die ook alleen met veel inspanning tevoorschijn gehaald kunnen worden, al die kostbaarheden in de schaduw van de wijsheid (Jb 28:1-281Voorzeker, er is voor het zilver een plaats waar het tevoorschijn gebracht wordt,
en een plaats voor het goud [waar] het gezuiverd wordt.
2Het ijzer wordt uit de aarde gehaald,
en [uit] gesteente wordt koper gesmolten.
3[De mens] bepaalt het einde voor de duisternis,
en elke grens onderzoekt men,
het gesteente [in] het donker en de schaduw van de dood.
4Hij hakt een [mijn]schacht uit, ver van [de plaats] waar hij verblijft;
zonder steun van de voet hangen zij,
ver van de sterveling zweven zij.
5Uit de aarde komt het brood voort,
en onder in haar wordt zij veranderd, als [door] vuur.
6Haar gesteente is de plaats van saffier,
en zij bevat goudstofjes.7De roofvogel kent het pad [erheen] niet,
en het oog van de kiekendief heeft het niet waargenomen.
8De trotse jonge dieren hebben het niet betreden,
geen felle leeuw is er overheen gegaan.
9[De mens] slaat zijn hand aan het harde gesteente,
hij keert de bergen vanaf de wortel om.
10In de rotsen hakt hij gangen uit,
zijn oog ziet alles wat kostbaar is.
11Hij damt de rivieren af, zodat er geen druppel doorheen komt,
en wat verborgen is, brengt hij naar buiten in het licht.12Maar de wijsheid, waar wordt die gevonden?
En waar is de plaats van het inzicht?
13De sterveling kent haar waarde niet,
zij wordt niet gevonden in het land van de levenden.
14De watervloed zegt: In mij is zij niet;
en de zee zegt: Bij mij is zij niet.15Fijn goud kan niet in ruil voor haar gegeven worden,
en haar prijs kan niet met zilver worden afgewogen.
16Zij kan met het fijne goud van Ofir niet betaald worden,
[en evenmin] met de kostbare onyx en saffier.
17Haar waarde kan niet met goud of kristal gemeten worden,
en zij is [niet] in te ruilen voor een kleinood van zuiver goud.
18Aan koraal en kristal wordt niet [meer] gedacht,
want de prijs van de wijsheid is hoger dan die van robijnen.
19Haar waarde kan niet met die van een topaas uit Cusj gemeten worden;
en met het fijne zuivere goud kan zij niet betaald worden.20De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?
21Zij is bedekt voor de ogen van alle levenden,
en voor de vogels in de lucht is zij verborgen.
22Het verderf en de dood zeggen:
Met onze oren hebben wij [slechts] een gerucht over haar gehoord.23God begrijpt haar weg,
en Híj kent haar plaats.
24Want Híj ziet tot aan de einden der aarde,
Hij ziet onder heel de hemel,
25terwijl Hij de kracht van de wind bepaalt,
en de wateren meet met een maat.
26Toen Hij een verordening maakte voor de regen,
en een weg voor het weerlicht van de donder –
27toen zag Hij haar, en peilde haar.
Hij stelde haar vast en ook onderzocht Hij haar.28Maar tegen de mens heeft Hij gezegd:
Zie, de vreze des Heeren, dat is wijsheid,
en zich afkeren van het kwade is inzicht.
)
. Job vraagt zich af: “Maar de wijsheid, waar wordt die gevonden?” (Jb 28:1212Maar de wijsheid, waar wordt die gevonden?
En waar is de plaats van het inzicht?
)
. Hier lees je het antwoord: in Christus.

Gods wijsheid in Christus wordt op een bijzondere manier geopenbaard door het bestaan van de gemeente. In de gemeente is Gods veelvoudige wijsheid te zien (Ef 3:1010opdat nu aan de overheden en de machten in de hemelse [gewesten] door de gemeente de veelvoudige wijsheid van God bekendgemaakt wordt,). Dat Christus Zich met mensen die van nature zondaren zijn, zou verbinden en hen zou laten delen in Zijn heerlijkheid, dat heeft alleen de wijsheid van God kunnen bedenken.

In Christus is ook alles wat van God gekend kan worden door jou te kennen. Buiten Christus is er geen ware kennis. Mensen kunnen interessante ideeën hebben of veronderstellingen uiten, zowel over het ontstaan van de schepping als over het in verbinding komen met God. Maar of het nu gaat om de oorsprong van hemel en aarde of dat het gaat om de gemeente, alleen in Christus leer je zowel het een als het ander kennen.

V44Dit zeg ik, opdat niemand u met overredende taal misleidt.. Paulus zegt dit allemaal omdat het juiste zicht daarop een grote bescherming tegen misleidende leringen is. Het kennen van de verborgenheid zal je ervoor bewaren dat je ontvankelijk wordt voor dwalingen. Als dan mensen je pad kruisen die overredende taal gebruiken en mooie retoriek ten beste geven, zul je daarvan niet onder de indruk raken. Mooi en vloeiend spreken en een gloedvol betoog zijn geen garantie dat de waarheid wordt gesproken. Paulus heeft zelf geen gebruikgemaakt van overredende taal. In hem is de kracht van Gods Geest waarneembaar (1Ko 2:4-54en mijn woord en mijn prediking [bestond] niet in overredende woorden van wijsheid, maar in betoon van [de] Geest en van kracht,5opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid van mensen, maar in [de] kracht van God.).

Wat opvalt bij mensen die je geloof onderuit willen halen, is dat zij hun argumenten op waarschijnlijkheden bouwen en dat hun leersysteem op afleidingen van veronderstellingen berust. Maar de waarheid heeft geen argumenten nodig. Je hoeft de waarheid niet te verdedigen. Spreek de waarheid, en de verdediging is een feit.

V55Want al ben ik ook naar het lichaam afwezig, toch ben ik in de geest bij u en verblijd mij bij het zien van uw orde en de vastheid van uw geloof in Christus.. Ook al hebben Paulus en de Kolossenzen elkaar nog nooit gezien, toch is Paulus steeds met deze gelovigen bezig. Hij neemt de zorg voor hen op zich omdat zij ook tot de gemeente behoren en daarvan is hij een dienaar. Dagelijks overvalt hem de zorg voor al de gemeenten (2Ko 11:2828behalve wat van buiten [komt], overvalt mij dagelijks de bezorgdheid over al de gemeenten.). De bewijzen van zijn zorg voor hen zie je in zijn voortdurend gebed voor hen, in het schrijven van deze brief aan hen en dat hij Tychicus naar hen toe zendt.

Toch is er niet alleen zorg. Voordat hij verder over de misleiders gaat spreken, noemt hij enkele dingen die hij bij de Kolossenzen ziet waarover hij zich verblijdt. Hun orde en de vastheid van hun geloof in Christus zijn hem levendig voorgesteld, zodat hij ze met zijn geestesoog ziet. Bij hun uiterlijke orde is er ook een innerlijke vastheid en die bestaat uit hun geloof in Christus. Christus is het voorwerp van hun geloofsvertrouwen. Uiterlijke orde en innerlijke vastheid versterken elkaar. Ze zijn beide nodig om te verhinderen dat het geloof je afhandig wordt gemaakt.

Maar wees op je hoede! De vijand kan ook via andere wegen proberen de vastheid van je geloof te ondergraven. Als hij je niets kan afnemen, wil hij je er graag iets bij geven, zogenaamd om je geloof te verdiepen. De werkelijkheid is dat hij je geloof wil uithollen en krachteloos wil maken. Dat zullen de volgende verzen duidelijk maken.

Lees nog eens Kolossenzen 2:1-5.

Verwerking: Welke schatten heb jij in Christus ontdekt?


Tot volheid gebracht in Christus

6Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, ontvangen hebt, wandelt in Hem, 7terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging. 8Kijkt u uit, dat er niemand zal zijn die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus. 9Want in Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk, 10en u bent voleindigd in Hem, Die het Hoofd is van alle overheid en gezag.

De vijand is onvermoeibaar bezig de gelovigen in hun wezen, dat is hun geloof, aan te vallen. Hij wil hun vertrouwen op God – dat is de betekenis van geloven – zoveel mogelijk schade toebrengen. Hij zal proberen je aan het twijfelen te brengen over bepaalde geloofswaarheden. Hij stelt je bijvoorbeeld voor dat God het allemaal niet zo bedoeld heeft. Als je daar niet op ingaat en deze aanval afslaat, zal hij het op een andere manier proberen. Je iets afnemen lukt niet? Dan zal hij proberen je er iets bij te geven, dat is dingen toevoegen aan wat je gelooft. Hij levert er ook nog een aansprekend motief bij. Je wilt toch graag meer en beter geloven, je geloof verdiepen? Wel, daar heeft hij nu precies de oplossing voor.

V66Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, ontvangen hebt, wandelt in Hem,. Om het gevaar van toevoegingen aan het geloof het hoofd te bieden neemt Paulus je mee terug naar het begin. Toen je Christus aannam, Hem ontving, nam je toch ook niets anders aan dan Christus? Je bent toch niet, net zomin als de Kolossenzen, door Joodse of Griekse wijsheden behouden of door Christus plus een bijdrage van deze wijsheden? Het moet duidelijk zijn, en het wordt dik onderstreept, dat Christus voldoende is voor je wandel als christen zoals Hij ook voldoende is om behouden te worden. Alles wat daarvoor nodig is, komt uit Hem voort.

Daarbij komt nog dat je Hem als “de Heer” hebt ontvangen. Je hebt Hem als absolute, soevereine Heerser over jouw leven aanvaard. Onderhandelen is er niet bij. Dat wilde je toen helemaal niet. Dat geldt nog steeds.

Het gebiedende “wandelt in Hem!” betekent dat het verboden is je op andere ‘wandelpaden’ te begeven. Wandelen in Hem wil zeggen dat je in praktijk brengt wat je weet van Hem en dat je Zijn wil met betrekking tot jouw leven doet.

V77terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging.. Omdat je “geworteld bent … in Hem”, trek je uit Hem je levenskracht en niet uit bijvoorbeeld filosofie. Daardoor word je standvastig, zoals een boom die tegen stormen bestand is. ‘Geworteld … in Hem’ ziet op wat er gebeurde toen je je bekeerde. Het wordt voorgesteld alsof Christus de grond is in Wie jij bij je bekering je wortels hebt geslagen. Sindsdien krijg je al je voedsel van Hem. Daarom is het belangrijk diep geworteld te zijn, je wortels steeds dieper in Hem te slaan.

Bij “opgebouwd … in Hem” kun je denken aan een huis. Hier kun je Christus zien als de hoeksteen op Wie jij je levenshuis bouwt. De structuur van de bouw is afhankelijk van Hem, de bouw gebeurt ‘in Hem’. Daarom zul je je op Hem moeten richten, zodat Hij aan je kan laten zien hoe de bouw moet verlopen.

Als jij je wortels diep in Hem slaat en je op Hem richt voor de opbouw van je geloofsleven, zul je bevestigd worden in het geloof. “Het geloof” is de geloofswaarheid, dat wat je gelooft. Het geloof vindt zijn centrum in Christus. Het geloof betreft Hem. Bevestigd worden in het geloof wil dan ook zeggen bevestigd worden in Christus. Je ziet dat alles om Hem gaat. Ook in je geloofsleven zijn alle dingen uit Hem en door Hem en tot Hem.

Dit zijn voor de Kolossenzen geen nieuwe dingen. Het is hun geleerd. Of het bij jou zo is, weet ik niet. Je hebt in elk geval de toetssteen in handen om daaraan het onderwijs, dat je bij je bekering en daarna hebt ontvangen, te toetsen. Misschien moet je enkele dingen in je leven veranderen en anders gaan zien. Dan ga je er ook naar verlangen ze toe te passen en te doen zoals ze hier staan. Je zult, nadat je het juiste onderwijs hebt ontvangen én hebt aangenomen, zeker overvloeien van “dankzegging”.

Wat is er veel reden tot dankzegging als je op je laat inwerken wat je in Christus bent geworden en hebt ontvangen en als je daarbij bedenkt hoe volmaakt genoeg dat is voor nu en voor eeuwig. Dankbaarheid tegenover God is tegelijk een bescherming tegen verzoekingen tot twijfels aan het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd. Als je hart vol is van de wonderbare waarheden van het evangelie, zal er dank uit opstijgen tot God. Dankzegging is een goed werkende antistof tegen het gif van de dwaalleraren.

V88Kijkt u uit, dat er niemand zal zijn die u tot prooi maakt door de wijsbegeerte en door ijdel bedrog volgens de overlevering van de mensen, volgens de elementen van de wereld, en niet volgens Christus.. Kijk uit! Paulus roept het je indringend toe. Denk niet dat jij immuun bent voor de listen van de vijand. Iedere gelovige ziet en besluipt hij als een prooi. Hij heeft zijn zinnen erop gezet ook jou als buit weg te voeren, weg bij de Heer Jezus vandaan. De middelen waarvan hij zich bedient, zijn “wijsbegeerte” en “ijdel bedrog”.

‘Wijsbegeerte’, filosofie, is bijna net zo oud als de wereld, maar heeft nooit een mens kunnen redden uit zijn ellende en verdriet die zijn veroorzaakt door de zonde. Dat komt omdat wijsbegeerte van de wereld voorbijgaat aan de zonde, doet alsof die niet bestaat. Elke oplossing die de wijsbegeerte aanbiedt, is dan ook ‘ijdel bedrog’. Dat kan ook niet anders, want wijsbegeerte is een product van “de overlevering van de mensen” en sluit naadloos aan op de “elementen van de wereld”. Bij de ‘elementen van de wereld’ moet je denken aan alle onderdelen waaruit het wereldsysteem is samengesteld. God heeft in dit systeem geen plaats.

Als ‘de overlevering van mensen’, ofwel de traditie, naast Christus enige waarde krijgt voor het kennen van God, kom je in aanvaring met de Schrift (vgl. Mt 15:3-93Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood eten. Hij echter antwoordde en zei tot hen: Waarom overtreedt ook u het gebod van God ter wille van uw overlevering?4Want God heeft gezegd: ‘Eer uw vader en moeder’ en: ‘Wie vader of moeder vloekt, moet [de] dood sterven’.5Maar u zegt: ‘Wie tot zijn vader of moeder zegt: [Het is] een gave, wat u ook van mij ten nutte zou kunnen komen’, – die zal zijn vader <of zijn moeder> geenszins eren.6En u hebt [zo] het Woord van God krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering.7Huichelaars, treffend heeft Jesaja over u aldus geprofeteerd:8‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;9en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.). Als je waardering krijgt voor de overleveringen in plaats van de Bijbel, betekent dit dat je gaat kiezen voor twijfel in plaats van zekerheid. Overlevering komt voort uit de mens en niet uit God. Waar overlevering een plaats heeft gekregen, is de deur opengezet voor de elementen van de wereld.

Op vele manieren zijn overleveringen doorgedrongen in de dienst aan God. Je herkent overleveringen waar uiterlijk vertoon de maatstaf is voor het geestelijk gehalte van de dienst. De Geest van God wordt verdrongen door een orde die door mensen is opgesteld. Denk bijvoorbeeld aan situaties waar alleen gediplomeerde, welbespraakte personen mogen preken en waar een altaar, kleding, iconen en muziek het geheel moeten opsieren.

Met één pennenstreek, beter gezegd, met één Naam, Christus, zet Paulus dat hele systeem opzij. Het tweevoudige gevaar, filosofie en menselijke traditie, staat in tegenstelling tot Christus. Wie Hem heeft, heeft alles en heeft daarnaast niets nodig.

V99Want in Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk,. Wat heb je nog nodig als je Hem hebt, in Wie “de hele volheid van de Godheid lichamelijk” woont? Het is bijna dezelfde uitdrukking die in Kolossenzen 1 staat (Ko 1:1919Want het behaagde de hele Volheid in Hem te wonen). Daar ziet het op de tijd dat Christus op aarde was en staat het in verbinding met de raadsbesluiten van God. Hier ziet het op het heden en staat het in verbinding met het volbrachte werk van de verlossing.

In beide uitdrukkingen samen zie je wat Christus werd toen Hij op aarde kwam, en wat Hij nog steeds is en tot in eeuwigheid zal blijven. Hij heeft een lichaam aangenomen om dat nooit weer af te leggen. Hij werd Mens om dat tot in eeuwigheid te blijven. Het wonen van de volheid van de Godheid in Hem is een tegenwoordig en voortdurend verblijven van de volheid van de Godheid in de verheerlijkte Zoon van God aan Gods rechterhand.

In Christus wonen niet slechts bepaalde aspecten van de Godheid, maar het geheel van al Gods eigenschappen en wezenskenmerken, want Hij is Zelf God. Zijn Goddelijke macht en majesteit deelt Hij met geen enkel schepsel. Het lichaam dat Hij heeft aangenomen, is een lichaam dat tot in eeuwigheid onvergankelijk is.

V1010en u bent voleindigd in Hem, Die het Hoofd is van alle overheid en gezag.. De conclusie die Paulus vervolgens trekt, is natuurlijk adembenemend. Hij zegt dat jij in Hem, in Wie de hele volheid van de Godheid lichamelijk woont, ook tot volheid bent gebracht. Er ontbreekt je helemaal niets. Je bent volmaakt in Hem voor God.

Je ziet dat in Hem God in al Zijn volheid volmaakt wordt voorgesteld (vers 99Want in Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk,). Je ziet ook dat jij in Hem volmaaktheid en volkomenheid voor God bezit. Het ontbreekt je aan niets wat betreft je positie voor God. Er is niets of niemand die zich een plaats kan aanmatigen tussen Christus en jou, omdat je in Hem bent.

Aan die volmaakte positie kunnen wijsbegeerte en overleveringen niets bijdragen. Integendeel, alles wat je daarvan zou overnemen, verwijdert je van God. Dat wil je toch niet? En bedenk daarbij dat Hij niet alleen alle mensen te boven gaat, maar ook alle door Hem geschapen engelenmachten.

In die Persoon ben je volledig gemaakt. Wat wens je nog meer?

Lees nog eens Kolossenzen 2:6-10.

Verwerking: Welke tegenstellingen vind je in deze verzen?


In Hem, met Hem

11In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, 12met Hem begraven in de doop. In Hem bent u ook mee opgewekt door het geloof in de werking van God, Die Hem uit [de] doden heeft opgewekt. 13En u, toen u dood was in de overtredingen en in de onbesnedenheid van uw vlees, u heeft Hij mee levend gemaakt met Hem, terwijl Hij ons alle overtredingen vergeven heeft; 14de schuldbrief die tegen ons [getuigde] door zijn inzettingen [en] die onze tegenstander was, heeft Hij uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen. 15En Hij heeft de overheden en de machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en door het [kruis] over hen getriomfeerd.

V1111In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus,. Het is inderdaad verbazingwekkend dat je zo compleet bent in Hem. Het is ook begrijpelijk dat de vraag opkomt: ‘Hoe ben ik nu eigenlijk in Hem gekomen?’ Dat verklaart Paulus in de verzen die we voor ons hebben. Je bent namelijk met de Heer Jezus vereenzelvigd in Zijn dood en opstanding. Door het geloof mag je weten, dat wat met Hem is gebeurd toen Hij stierf en opstond, op datzelfde ogenblik ook met jou is gebeurd.

Het woord “besnijdenis” verwijst naar een gebruik van het volk Israël in het Oude Testament. Dit gebruik is door God ingesteld als een teken van het verbond dat Hij met Abraham en zijn nageslacht heeft gesloten (Gn 17:9-14,23-279Verder zei God tegen Abraham: En wat uzelf betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, [al] hun generaties door.10Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden.11U moet het vlees van uw voorhuid laten besnijden en [dat] zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en u.12Elk kind bij u van acht dagen [oud], al wie mannelijk is, moet besneden worden, [al] uw generaties door: degene die in [uw] huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort.13Degene die in uw huis geboren is én degene die met uw geld gekocht is, moeten zeker besneden worden. Zo zal mijn verbond in uw vlees tot een eeuwig verbond zijn.14Maar hij die mannelijk [en] onbesneden is, van wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, die persoon zal uitgeroeid worden uit zijn volk; hij heeft Mijn verbond verbroken.23Toen nam Abraham zijn zoon Ismaël, allen die in zijn huis geboren waren en allen die hij met zijn geld gekocht had, al wie mannelijk was onder de leden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees van hun voorhuid op diezelfde dag, zoals God tegen hem gezegd had.24Abraham was negenennegentig jaar oud toen het vlees van zijn voorhuid bij hem besneden werd,25en Ismaël, zijn zoon, was dertien jaar oud toen het vlees van zijn voorhuid bij hem besneden werd.26Op dezelfde dag werd Abraham besneden, en [ook] Ismaël, zijn zoon.27Ook werden alle mannen van zijn huis gelijk met hem besneden, zowel zij die in [zijn] huis geboren waren als zij die voor geld van vreemdelingen gekocht waren.). Wat toen letterlijk gebeurde, gebeurt hier niet letterlijk – “niet met handen verricht” –, maar heeft een geestelijke betekenis. Deze besnijdenis heeft zich voltrokken “in het uittrekken van het lichaam van het vlees” en wel op het moment dat “de besnijdenis van Christus” plaatsvond.

Besnijdenis houdt in dat iets grondig wordt weggesneden. Bij Israël is dat het wegsnijden van de voorhuid, dat is het verwijderen van de voorhuid van het mannelijk lid. Dit gebeurt bij Joodse jongetjes wanneer ze acht dagen oud zijn. In de geestelijke betekenis houdt het in dat ‘het lichaam’ – dat is een verzamelnaam voor alles waarvan het zondige vlees zich bedient om zich door te uiten – grondig wordt weggesneden. Dit wegsnijden is gebeurd in het oordeel dat Christus op het kruis onderging.

De besnijdenis van Christus kan natuurlijk onmogelijk zien op wat met Hem gebeurde op de achtste dag nadat Hij was geboren (Lk 2:2121En toen acht dagen waren vervuld om Hem te besnijden, ontving Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot was ontvangen.). Die besnijdenis gebeurde namelijk wel met handen. Nee, de geestelijke betekenis van de besnijdenis is het oordeel over het vlees. God heeft in Christus de zonde in het vlees geoordeeld (Rm 8:33Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was – God heeft, doordat Hij Zijn eigen Zoon in een [gedaante] gelijk aan [het] vlees van [de] zonde en voor [de] zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld;).

Je bent in Hem “besneden”. In het oordeel dat Hem trof, zie je het oordeel dat jou trof. Dat Hij het voor jou droeg, verandert niets aan de waarheid dat het over jou is heengegaan. Alleen, jij was in Hem toen God jou oordeelde.

V1212met Hem begraven in de doop. In Hem bent u ook mee opgewekt door het geloof in de werking van God, Die Hem uit [de] doden heeft opgewekt.. Hiermee houdt jouw vereenzelviging met Hem echter niet op. Op de dood volgt de begrafenis. De begrafenis is de bevestiging en geldigheidsverklaring van de dood. Daarvan spreekt de doop. Je doop is als het ware je handtekening onder die verklaring. Als je je laat dopen, erken je openlijk de waarheid dat Christus ook voor jou het oordeel droeg. Je laat hiermee uiterlijk zien, wat er innerlijk met jou is gebeurd. Door je te laten dopen, trek je de volle consequentie uit je vereenzelviging met Christus, want je verbreekt op het moment van je doop elke band met de wereld. Er is geen radicalere breuk met de wereld te bedenken dan gestorven en begraven te zijn. Als je daaraan denkt, zal het je bewaren terug te willen naar de wereld of iets ervan toe te laten in je leven.

Door je bekering en doop, door je dood en begrafenis, besta je niet meer voor de wereld. Dat markeert wel het einde van je oude leven, maar het is ook het begin van een nieuw leven in een nieuwe wereld. Deze nieuwe wereld ben je binnengegaan door “het geloof in de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt”. Het feit dat God de Heer Jezus uit de doden heeft opgewekt, is het bewijs dat het werk volmaakt is volbracht. Alles is in orde. Of je dat nu voelt of niet, het feit blijft hetzelfde. De vraag is ook niet of je iets ‘voelt’, de vraag is of je gelooft. Net zo goed als jij in het oordeel dat Hem trof jouw oordeel hebt gezien, mag jij in Zijn opwekking door God jouw opwekking zien. Besef je wel hoe groot de gevolgen zijn van je verbinding met Christus?

V1313En u, toen u dood was in de overtredingen en in de onbesnedenheid van uw vlees, u heeft Hij mee levend gemaakt met Hem, terwijl Hij ons alle overtredingen vergeven heeft;. Goed, je weet nu hoe je in Hem gekomen bent, maar hoe zit het met alles wat je voor die tijd was, met al de zonden die je hebt gedaan? Kunnen die je toch niet nog eens voor de voeten worden geworpen? Ook daarop komt een afdoende antwoord. Daarmee wordt alles wat zich verzet tegen jouw volmaaktheid in Christus het zwijgen opgelegd.

Je stemt er volledig mee in dat je “dood was in de overtredingen”. ‘Dood’ is hier de volstrekte afwezigheid van enige beweging naar God toe. In deze dood is ook niets aanwezig waarnaar het welwillende verlangen van God kon uitgaan. Je was dood voor God, terwijl jij je niets aantrok van Gods geboden, maar ze overtrad. Dat vloeide voort uit het feit dat je ook dood was “in de onbesnedenheid van uw vlees”. Je volgde namelijk de neigingen van je zondige, niet geoordeelde vlees (Rm 8:6-76want wat het vlees bedenkt, is [de] dood, maar wat de Geest bedenkt, is leven en vrede;7omdat wat het vlees bedenkt, vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet.).

In die toestand van de dood en de boze leefwijze en gezindheid die daarbij horen, heeft God leven gebracht door je te verbinden met Zijn Zoon. God heeft volmaakte genoegdoening in Zijn werk gevonden. Hij heeft dat bewezen door de Heer Jezus op te wekken uit de doden. Zijn opwekking en jouw levend worden met Hem zijn de zekerheid van de vergeving van je zonden.

Alle overtredingen zijn vergeven, zonder één uitzondering. Het leven van de Zoon en jouw leven in Hem geven geen enkel aanknopingspunt voor een vraag over de zonden die je eens beging. Als je levend gemaakt bent met Hem, zijn alle overtredingen jou vergeven. Het bezit van het leven bewijst dat de zonde is weggedaan, want het is het leven van de opstanding. Op het terrein van de opstanding kan de zonde niet binnenkomen.

V1414de schuldbrief die tegen ons [getuigde] door zijn inzettingen [en] die onze tegenstander was, heeft Hij uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen.. Aan het eind van vers 1313En u, toen u dood was in de overtredingen en in de onbesnedenheid van uw vlees, u heeft Hij mee levend gemaakt met Hem, terwijl Hij ons alle overtredingen vergeven heeft; is Paulus overgegaan van ‘u’ op ‘ons’. Hij gaat nu iets zeggen wat vooral voor de Joden is bedoeld. Dit betekent niet dat het niet voor jou geschreven zou zijn. Je zult zien dat je naast leven en vergeving ook vrijheid hebt ontvangen. Maar om de kracht van zijn woorden aan te voelen is het belangrijk in gedachten te houden over wie hij in eerste instantie spreekt.

De schuldbrief is een schuldbekentenis waarbij iemand zich door zijn handtekening verplicht om aan de inhoud te voldoen. Dat is precies wat Israël heeft gedaan. Wanneer God de Israëlieten bij de Sinaï de wet – hier “inzettingen” genoemd – geeft, verklaren zij: “Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen” (Ex 19:88Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.; 24:3,73Mozes kwam [terug] en vertelde al de woorden van de HEERE en al de bepalingen aan het volk. Toen antwoordde heel het volk eenstemmig en zij zeiden: Al de woorden die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.7Hij nam het boek van het verbond en las [dit] ten aanhoren van het volk voor. En zij zeiden: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en [Hem] gehoorzamen.). Deze verklaring is al snel hun “tegenstander” geworden. Al spoedig bleek dat hun gedrag volledig in strijd was met de inzettingen, waarvan zij gezegd hadden ze te zullen houden. De wet is een ondraaglijk juk (Hd 15:1010Nu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen, dat noch onze vaderen noch wij in staat zijn geweest te dragen?). Hun schuld werd steeds groter, onbetaalbaar groot.

Toen kwam Christus. Hij betaalde de schuld voor ieder die gelooft, waardoor Hij deze uitwiste. Hij ruimde de schuldbrief uit de weg, verscheurde die. Uit de weg ruimen doe je iets wat je hindert in je wandel of werk. Letterlijk betekent het: het totaal doen verdwijnen, geen enkele rol meer laten spelen. Dat vond plaats op het kruis. En daar zie je dat dit niet is gebeurd door ‘iets’ aan het kruis te nagelen, maar door Iemand aan het kruis te nagelen. Dit zelfde woord ‘nagelen’, vastspijkeren, komt terug in “het teken van de nagels” dat na Zijn opstanding in Zijn handen te zien is (Jh 20:2525De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: Als ik in Zijn handen niet het teken van de nagels zie en mijn vinger steek in het teken van de nagels en mijn hand steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.).

Voor iedere Jood die in Christus gelooft, mag duidelijk zijn dat de dood van Christus elke aanspraak van de wet krachteloos heeft gemaakt. Wat kan hij opgelucht ademhalen! De dreiging van de dood die van de wet uitgaat, is voorbij. Hij is met Christus levend gemaakt en mag het leven beleven dat hij in Hem heeft gekregen en dat op geen andere manier verkregen kon worden.

Wat is het een dwaasheid om dat prijs te geven door zich toch weer onder de wet te willen plaatsen. Als jij geen Jood bent, ben jij nooit onder de wet geweest. Maar voor jou geldt hetzelfde. Wat een dwaasheid zou het zijn als jij je, al was het uit goedbedoelde dankbaarheid, zou onderwerpen aan wat door Christus uit de weg is geruimd.

V1515En Hij heeft de overheden en de machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en door het [kruis] over hen getriomfeerd.. Je bent bevrijd van de wet, want je bent gestorven. Je bent verlost van de dood, want je bent met Christus levend gemaakt. En je bent ook verlost van de macht van de satan en al zijn demonen, want het kruis is ook de overwinning over de boze machten. In Christus is leven, vrijheid en overwinning je deel. Juist door in de dood te gaan heeft Hij hem, die de macht over de dood had, ontwapend (Hb 2:1414Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood teniet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel,). Hij behaalde de overwinning voor aller oog. De vijand is niet alleen uitgeschakeld, hij is ook vernederd. Er is geen enkele reden hem nog enig eerbetoon te geven.

Alle eer komt Hem toe Die in zwakheid gekruisigd is en op die manier overwon. Wat is zwakker en meer vernederend dan aan het kruis te hangen? Maar daardoor behaalde Hij de totale overwinning. De triomf is compleet.

Lees nog eens Kolossenzen 2:11-15.

Verwerking: Noem alles op waarin je met Christus vereenzelvigd bent en wat Hij voor je heeft gedaan. Dank Hem daarvoor.


Vasthouden aan het Hoofd

16Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten, 17die een schaduw zijn van wat zou komen, maar het lichaam is van Christus. 18Laat niemand u de prijs ontzeggen, doordat hij behagen schept in nederigheid en engelenverering, ingewijd in wat hij gezien heeft, zonder reden opgeblazen door het denken van zijn vlees, 19terwijl hij niet vasthoudt aan het Hoofd, uit Wie het hele lichaam, door zijn gewrichten en banden ondersteund en verbonden, opgroeit met de groei van God. 20Als u met Christus aan de elementen van de wereld bent afgestorven, waarom onderwerpt u zich, alsof u in de wereld leeft, aan inzettingen: 21raak niet en smaak niet en roer niet aan? 22(dingen die alle door het gebruik tenietgaan), naar de geboden en leringen van de mensen, 23(dingen die wel een schijn van wijsheid hebben in eigenwillige verering en nederigheid en gestrengheid tegen [het] lichaam, [daaraan] geen enkele eer bewijzend) tot bevrediging van het vlees.

V1616Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten,. Paulus heeft je positie in Christus duidelijk gemaakt. Je hebt leven. Het is Gods bedoeling dat je dit leven in vrijheid leeft en dat het een overwinningsleven is. Buitenstaanders zullen je leven beoordelen. Dat mag. Maar er zijn soms van die buitenstaanders die jou willen vertellen dat je je aan bepaalde inzettingen moet houden. Daar mag je geen millimeter aan toegeven. Bedenk dat godsdienstige inzettingen geen zeggenschap meer hebben over iemand die met Christus verbonden is.

Weet je wat het inhoudt als je die dingen toelaat in je leven? Dat je daardoor de volmaaktheid van het werk van Christus en de heerlijke gevolgen daarvan voor jou persoonlijk loochent. De vijand mag dan wel ontwapend zijn, zijn listen is hij nog niet kwijt. Zijn sterkste wapen, de dood, houdt geen bedreiging meer in. Hij wil echter wel je geloofsleven verwoesten. Hij weet hoe effectief Joodse en andere godsdienstige inzettingen zijn. Als hij je ertoe kan brengen die te gaan onderhouden, is hij geslaagd.

De vijf dingen die worden genoemd, kenmerken het godsdienstig systeem dat de dwaalleraren aanhangen. Niets ervan is geestelijk, het is allemaal materieel, aards. Er is niets mis met eten en drinken, maar als het een godsdienstige lading krijgt, is het een verminking van de ware dienst aan God. In Israël hadden de spijswetten hun plaats, evenals speciale (jaarlijkse) feestdagen, de (maandelijkse) nieuwe maan en de (wekelijkse) sabbat. Als deze dingen worden overgeheveld naar de tijd van het christendom, gaat de ware betekenis van het christendom verloren.

V1717die een schaduw zijn van wat zou komen, maar het lichaam is van Christus.. De inzettingen van het Oude Testament zijn “een schaduw” van “het lichaam”. Het lichaam wil zeggen de werkelijkheid die zou komen. Die werkelijkheid is Christus (Jh 5:4646Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven, want hij heeft over Mij geschreven.). Christus is de vervulling van alle oudtestamentische schaduwen. Hij is ons ware voedsel en onze ware drank. Hij is de vervulling van alles wat in de verschillende feesten wordt voorgesteld. Iets van de schaduw in het christendom invoeren werpt een schaduw over Christus.

Je kunt het vergelijken met het kijken naar een foto, terwijl de persoon zelf aanwezig is. Genoegen nemen met een foto en de persoon negeren komt neer op een afwijzing van de persoon. Ook het heen en weer bewegen van je aandacht tussen foto en persoon houdt een belediging van de persoon in. Er wordt mee gezegd dat de persoon niet voldoende is. Het verlangen naar een vermenging van de schaduw met de werkelijkheid betekent dat Christus niet voldoende is.

Steeds weer is er discussie over het houden van de sabbat. Steeds weer klinken stemmen die de sabbat in enigerlei vorm onderdeel van het christelijk leven willen maken. Die discussie is in het licht van wat hier staat volkomen nutteloos en ook gevaarlijk. Het is trouwens de enige keer dat in de eenentwintig nieuwtestamentische brieven naar de sabbat wordt verwezen. Om die te houden? Nee, juist om die niet te houden. Is dat niet veelzeggend?

V1818Laat niemand u de prijs ontzeggen, doordat hij behagen schept in nederigheid en engelenverering, ingewijd in wat hij gezien heeft, zonder reden opgeblazen door het denken van zijn vlees,. In de verzen 16-1716Laat dan niemand u oordelen inzake eten en drinken of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbatten,17die een schaduw zijn van wat zou komen, maar het lichaam is van Christus. wijst Paulus op het gevaar dat hen van Joodse kant bedreigt, de inzettingen. In vers 1818Laat niemand u de prijs ontzeggen, doordat hij behagen schept in nederigheid en engelenverering, ingewijd in wat hij gezien heeft, zonder reden opgeblazen door het denken van zijn vlees, wijst hij op het gevaar van de ten onrechte zo genoemde kennis in de vorm van mysticisme. Misschien ken je ze wel, mensen die beweren dat ze visioenen hebben gehad. Ze willen indruk maken door hun bewering dat ze dingen hebben gezien die anderen niet hebben gezien. Daardoor presenteren ze zichzelf als geestelijker dan anderen en beschouwen ze zichzelf als een soort middelaar. Je moet bij hen zijn om bijzondere dingen over God te ervaren. Hun opstelling is heel nederig, alsof ze geen eigen eer zoeken. Nee, ze zoeken geen eigen eer, zo huichelen ze, maar ze vereren engelen, want die wezens bevinden zich in Gods onmiddellijke tegenwoordigheid; via hen kunnen zij meer over God te weten komen.

Als je je openstelt voor zulke mensen en hun ideeën, loop je gevaar de prijs te missen. Het ontzeggen van de prijs betekent dat je beroofd wordt van een kroon na je christelijke wedloop. De enige engelen die aanbidding van mensen willen, zijn boze engelen. Heilige engelen wijzen die aanbidding af (Op 19:1010En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden; en hij zei tegen mij: Zie toe, [doe dit] niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie.; 22:99En hij zei tegen mij: Zie toe, [doe dit] niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God!). Een andere verderfelijke vorm van verering is die van Maria als middelares, alsof zij nodig zou zijn om tot de Heer Jezus of God te naderen. Dit is geen nederigheid waarin Gods eer wordt gezocht. Het is een valse nederigheid en de verering van een schepsel en daarachter van demonen (1Ko 10:2020[Nee], maar dat wat <de volken> offeren, zij dat aan [de] demonen <offeren> en niet aan God; en ik wil niet, dat u gemeenschap hebt met de demonen.).

Paulus ontmaskert deze lieden door te zeggen dat hun ideeën voortkomen uit hun eigen verdorven denken, het denken van het zondige vlees. Er is geen enkele basis voor aanwezig.

V1919terwijl hij niet vasthoudt aan het Hoofd, uit Wie het hele lichaam, door zijn gewrichten en banden ondersteund en verbonden, opgroeit met de groei van God.. Wie zich met hen inlaat, houdt dan ook niet langer vast aan het Hoofd, Christus. Jij, en ieder lid van de gemeente, bent persoonlijk met het Hoofd verbonden, zonder enige tussenpersoon in welke hoedanigheid dan ook. Jouw groei vloeit voort uit jouw directe verbinding met het Hoofd, Christus, zonder enige middelaar. Zo heeft God het geregeld. Op die manier groeien is opgroeien “met de groei van God”.

Sta niet toe dat iets of iemand zich tussen jou en Christus indringt. Ieder lid van het lichaam staat in rechtstreekse verbinding met het Hoofd voor het vervullen van zijn eigen functie. Met al die andere leden ben je via het Hoofd verbonden en samen groei je op. Realiseer je wel dat toegeven aan dwalingen of overleveringen van mensen niet alleen je eigen groei verstoort, maar ook die van de andere leden.

V2020Als u met Christus aan de elementen van de wereld bent afgestorven, waarom onderwerpt u zich, alsof u in de wereld leeft, aan inzettingen:. Om te ontkomen aan de gevaren van het Joodse en het filosofische systeem word je weer gewezen op de dood van Christus. Als je met Christus gestorven bent, wil dat zeggen dat je voor het systeem van deze wereld, de elementen ervan, dood bent. Hoe zou je je dan nog aan bepaalde inzettingen onderwerpen? Als je gestorven bent, kun je niet meer doorleven alsof je er nog wel deel van uitmaakt. Omdat je gestorven bent, zijn allerlei wetten en regels en andere dingen niet meer op jou van toepassing. Er is immers niets wat nog macht over een dode kan uitoefenen? Een dode is toch niet aanspreekbaar? Er kunnen toch geen handelingen van hem verwacht worden?

In het christendom gaat het niet meer om het houden van allerlei geboden of verboden. Daarvan ben je bevrijd omdat je met Christus gestorven bent. Het weer in acht nemen van deze dingen betekent dat je terugkeert naar de wereld ten opzichte waarvan je gestorven bent.

V21-2221raak niet en smaak niet en roer niet aan?22(dingen die alle door het gebruik tenietgaan), naar de geboden en leringen van de mensen,. De inzettingen, die samengevat worden in “raak niet en smaak niet en roer niet aan”, zijn dingen die aards en materieel zijn. Zoals alle wetticisme gaan ze gepaard met verboden (vgl. Mk 7:1-231En tot Hem verzamelden zich de farizeeën en sommigen van de schriftgeleerden die van Jeruzalem waren gekomen;2en toen zij zagen dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is met ongewassen handen brood aten,3– want de farizeeën en al de Joden eten niet tenzij zij hun handen grondig wassen, daar zij de overlevering van de ouden houden;4en als zij van de markt [komen], eten zij niet tenzij zij zich hebben gereinigd; en er zijn vele andere dingen die zij hebben aanvaard om zich daaraan te houden: reinigingen van drinkbekers en kannen en koperen vaten <en rustbanken> –5vroegen de farizeeën en schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet volgens de overlevering van de ouden, maar eten het brood met onreine handen?6Hij zei echter tot hen: Treffend heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd, zoals geschreven staat: ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;7en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.8Terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u de overlevering van de mensen.9En Hij zei tot hen: Treffend doet u het gebod van God teniet, opdat u uw overlevering bewaart.10Want Mozes heeft gezegd: ‘Eer uw vader en uw moeder’, en: ‘Wie vader of moeder vloekt, moet [de] dood sterven’.11Maar u zegt: ‘Als een mens tot zijn vader of zijn moeder zegt: [Het is] korban (dat is: een gave), wat u ook van mij ten nutte zou kunnen komen’, –12dan laat u hem niet meer toe iets voor zijn vader of zijn moeder te doen,13terwijl u het Woord van God krachteloos maakt door uw overlevering die u hebt overgeleverd; en vele dergelijke dingen doet u.14En toen Hij opnieuw de menigte bij Zich had geroepen, zei Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat.15Er is niets dat van buiten de mens in hem gaat dat hem kan verontreinigen; maar wat uit de mens naar buiten gaat, dat is het wat de mens verontreinigt. <16Als iemand oren heeft om te horen, laat hij horen!>17En toen Hij van de menigte in huis was gekomen, vroegen Zijn discipelen Hem naar de gelijkenis.18En Hij zei tot hen: Bent u ook zo onverstandig? Begrijpt u niet, dat alles wat van buiten in de mens gaat, hem niet kan verontreinigen?19Want het gaat niet in zijn hart, maar in de buik en gaat in het toilet naar buiten, – waardoor Hij alle spijzen rein verklaarde.20Hij nu zei: Wat uit de mens naar buiten gaat, dat verontreinigt de mens.21Want van binnen uit het hart van de mensen gaan naar buiten de kwade overleggingen, hoererijen,22diefstallen, moorden, overspel, hebzucht, boosheden, bedrog, losbandigheid, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand;23al deze boze dingen komen van binnen uit voort en verontreinigen de mens.). Ze zijn niet op jou van toepassing. Het zou ook dwaas zijn je ermee in te laten. Het zijn dingen die geen enkele blijvende waarde hebben. Heb je ze gebruikt, dan zijn ze verdwenen. Dat komt omdat het “geboden en leringen van mensen” zijn. Wat een mens bedenkt, houdt niet lang stand. Alleen God bedenkt dingen die van eeuwige duur zijn (1Pt 1:24-2524Want: ‘Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van [het] gras. Het gras verdort en de bloem valt af,25maar het Woord van [de] Heer blijft tot in eeuwigheid’. Dit nu is het Woord dat u verkondigd is.).

V2323(dingen die wel een schijn van wijsheid hebben in eigenwillige verering en nederigheid en gestrengheid tegen [het] lichaam, [daaraan] geen enkele eer bewijzend) tot bevrediging van het vlees.. Wat de mens bedenkt, lijkt soms heel wat waard te zijn. Toch is het slechts schijn, de werkelijkheid is leeg. Hun gepraat lijkt wijs, de inhoud is dwaas. De eigen wil voert de boventoon. Het ‘ik’ staat centraal. Er is geen buigen voor God en Zijn Woord. Ze buigen wel, ze doen zich wel nederig voor, maar dat is niet hun houding tegenover God. Het is hun houding tegenover schepselen tegen wie zij opzien, misschien buitengewoon begaafde mensen, misschien zien ze op tegen engelen.

Op geestelijk terrein vereren zij hun meerderen, maar op het terrein van de door God geschapen materie is er geen respect. Zo werd het lichaam door de Grieken beschouwd als een kerker waarin de geest gevangenzat, alsof het slechts stof was, zonder betekenis. Om de geest tot ontplooiing te laten komen werd het lichaam getuchtigd met zelfkastijding en vasten. Aan de behoeften van het lichaam mocht niet worden toegegeven. De trots van de mens wil alles beheersen, ook de door God ingeschapen behoeften van het lichaam. Deze inspanning dient tot niets anders dan tot bevrediging van het zondige vlees.

Als je in gedachten houdt dat je met Christus gestorven bent, zal de vijand bij jou tevergeefs proberen een opening te vinden voor zijn dwalingen.

Lees nog eens Kolossenzen 2:16-23

Verwerking: Heb jij naar aanleiding van dit gedeelte in jouw geloofsleven ‘leringen en geboden van mensen’ ontdekt? Wat moet je daarmee doen?


Lees verder