Joël
Inleiding
Inleiding

Vooraf

Wie een beetje thuis is in de Bijbel, weet dat Joël een van de bijbelschrijvers is. Ook is dan bekend dat hij behoort tot de twaalf kleine profeten van wie we de boeken aan het einde van het Oude Testament kunnen vinden. Ondanks dat kost het toch nog vaak moeite zijn boek te vinden. Vaak lukt het beter de elf spelers van de favoriete voetbalclub op te noemen, zelfs mét de plaats die ze in het elftal innemen, dan de namen van de twaalf kleine profeten in de goede volgorde op te zeggen.

We hebben immers van Joël slechts negen bladzijden in de Bijbel. Op een totaal van de ruim negentienhonderd die de HSV telt, is dat niet veel. Geen wonder dat je Joël gemakkelijk over het hoofd ziet als je de bijbelboeken niet uit je hoofd kent.

Toch is de boodschap die Joël doorgeeft onze aandacht ten volle waard, wat natuurlijk voor elk bijbelboek geldt. Zijn boek telt drieënzeventig verzen. Dat is niet veel en het geeft de schijn dat de inhoud beperkt is. Maar we zullen zien hoe rijk de inhoud is van wat Joël namens de HEERE aan Zijn volk doorgeeft. We zullen ook zien hoe hij, na een beschrijving van alle ellende die hij in zijn dagen beleeft, een prachtig vergezicht toont van de heerlijke toekomst die Israël wacht.

Ger de Koning
Middelburg, mei 2002 / herzien maart 2018

Inleiding op het boek Joël

Van Joël is niet meer bekend dan zijn naam en de naam van zijn vader. Joël heeft van zijn ouders een naam gekregen die ‘Jahweh is God’ betekent. In de HSV is de naam ‘Jahweh’ vertaald met 'HEERE’, met hoofdletters geschreven. In het Hebreeuws, de taal waarin het Oude Testament oorspronkelijk grotendeels is geschreven, staat er voor deze Naam van God ‘JHWH’.

Als zijn ouders hem die naam bewust hebben gegeven, is hij vast en zeker opgegroeid in een gezin dat de HEERE vreesde. De betekenis van de naam van zijn vader Pethuel is niet zeker. Volgens sommigen betekent hij ‘jongeling Gods’ of ‘de door God overrede’; volgens anderen ‘openhartigheid van God’ of ‘eenvoud van God’.

Wat we ook van Joël weten, is dat het woord van de HEERE tot hem komt met het doel dat tot het volk te spreken. Dat zegt iets over zijn omgang met God en zijn verhouding tot het volk. God maakt Zijn gedachten niet zomaar en aan ieder willekeurig lid van Zijn volk bekend. God zegt wat Hem bezighoudt tegen mensen die met Hem en voor Hem leven. Uit de betekenis van de naam Joël blijkt dan ook niet alleen het geloof van zijn ouders, maar ook dat Joël zelf leeft naar de betekenis van zijn naam. Hij is een Godvrezende eenling te midden van een afvallig volk.

De roeping van Joël

Van zijn roeping weten we ook niet veel. Een standaardprocedure, die je zou kunnen raadplegen om te zien hoe je als profeet dienst moet doen, bestaat niet. Maar als we mogen afgaan op de betekenis van zijn naam en op grond daarvan veronderstellen dat hij omgang heeft met God, mogen we toch wel aannemen dat op zeker moment de Geest van God vaardig is geworden over Joël.

De aanleiding voor zijn optreden moeten we zoeken in de omstandigheden. Hij wordt in de nood geboren, geroepen door de HEERE. Plotseling treedt hij in de openbaarheid, maar wel pas nadat hij door God op zijn taak is voorbereid. Hij deelt in het verdriet van God over Zijn volk omdat dit Hem ontrouw is geworden. Met bewogenheid kondigt hij, namens God, het oordeel aan, maar zonder zich erover te verheugen dat God Zijn ontrouwe volk zal oordelen.

Hij gooit hun niet het verwijt voor de voeten: ‘Hadden jullie maar naar God moeten luisteren!’, maar hij roept op tot terugkeer naar de HEERE. Het dreigende oordeel is voor hem de aanleiding om op dat moment het Woord van God aan het volk te brengen, en ook om als voorbidder tot de HEERE te roepen (Jl 1:1919Tot U, HEERE, roep ik,
want een vuur heeft de weiden van de woestijn verteerd,
en een vlam heeft alle bomen van het veld verzengd.
)
. Bij hem is een brandende liefde aanwezig voor de HEERE en ook voor het volk waarvan hij deel uitmaakt.

Joël en Elia

We vinden bij Joël enkele zaken die ons aan Elia doen denken. In de eerste plaats is er de betekenis van zijn naam. In de naam Elia zitten dezelfde namen van God als in Joël, waaraan het persoonlijke ‘mijn’ is toegevoegd. Alleen de volgorde is anders. Elia betekent ‘mijn God is Jahweh’, dat is het omgekeerde van Joël.

In de tweede plaats zien we de verbinding tussen de naam en de boodschap die beiden brengen. De naam Joël, ‘Jahweh is God’, past bij de boodschap die de HEERE hem toevertrouwt. Joël moet door zijn prediking het volk weer tot de erkenning brengen dat het echt waar is dat de HEERE God is. God wijst er Zelf ook op dat Zijn volk zal weten dat “Ik, de HEERE, uw God ben” (Jl 2:2727Dan zult u weten dat Ik te midden van Israël ben,
[dat] Ik, de HEERE, uw God ben, en niemand anders:
Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden!
; 3:1717Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben,
Die op Sion, Mijn heilige berg, woont.
Jeruzalem zal een heiligdom zijn
en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken.
)
. Elia brengt door zijn optreden op de Karmel het volk tot de belijdenis: “De HEERE is God, de HEERE is God!” (1Kn 18:3939Toen heel het volk [dat] zag, wierpen zij zich met hun gezicht [ter aarde] en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!).

Een derde overeenkomst tussen beide profeten zien we in de aanleiding voor hun optreden. De aanleiding van de prediking van Joël is een natuurramp. Dit is ook het geval bij wat Elia op de Karmel doet, want die aanleiding is een droogte. Het getuigenis van Elia op die berg, een getuigenis voor de Naam van de HEERE, maakt een eind aan drieënhalf jaar droogte. Elia heeft God om deze droogte gevraagd (Jk 5:17a17Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde.), opdat het volk daardoor weer tot God terugkeert.

Naast de overeenkomsten in de betekenis van hun naam, hun boodschap en de aanleiding van hun optreden, is er nog een vierde overeenkomst tussen deze profeten. Bij allebei speelt ‘de dag van de HEERE’, de ‘yom JHWH’, een rol. In Joël wordt vijf keer over deze dag gesproken. In Maleachi wordt Elia ook genoemd in verband met de dag van de HEERE (Ml 4:55Zie, Ik zend tot u
de profeet Elia,
voordat de dag van de HEERE komt,
die grote en ontzagwekkende [dag].
)
. Wat die dag inhoudt, zullen we in het vervolg van onze studie van deze profeet zien.

De aanleiding van zijn prediking

Zoals gezegd is de aanleiding van de prediking van Joël een natuurramp. Feitelijk zijn het er twee: sprinkhanen en droogte. In deze rampen, die als plagen worden ervaren, moet de stem van God worden gehoord. Hij spreekt tot Zijn volk om hen ertoe te brengen tot Hem terug te keren (2Kr 7:1515Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkzaam zijn op het gebed van deze plaats.; 1Kn 8:3737Als er honger in het land is, als er pest is, als er korenbrand, meeldauw, veldsprinkhanen [en] zwermsprinkhanen komen, als zijn vijand hem benauwt in het land met zijn steden, [als] er enige plaag of enige ziekte komt,). Het doel van Joëls optreden is dat het volk de boodschap van God door middel van deze rampen zal verstaan en zich zal bekeren tot Hem.

We zullen ook de relatie zien die Joël legt tussen de natuurrampen van zijn dagen – de plagen van sprinkhanen en droogte – en de toekomstige dag van de HEERE. Door de rampen aan te wijzen als een voorbode van of een verwijzing naar de komende dag van de HEERE, roept de profeet Joël zijn tijdgenoten op de ‘tekenen der tijden’ niet alleen te zien, maar ze ook ter harte te nemen. Als prediker van de dag van de HEERE is Joël een profeet die zijn hoorders confronteert met het naderende oordeel.

In algemene zin geldt dit ook voor ons, christenen. Ook wij moeten de mensen hiermee confronteren: “Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij [de] mensen” (2Ko 5:1111Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij [de] mensen; maar voor God zijn wij openbaar geworden, en ik hoop dat wij ook in uw gewetens openbaar zijn geworden.). Joël dringt hiermee aan – ook wij moeten dat doen – op een ingrijpende beslissing: die van bekering tot God.

Bekeren waarvan?

We horen niet uit de mond van Joël van welke zonden Israël zich moet bekeren. Over het dienen van afgoden of het plegen en gedogen van sociaal onrecht rept Joël niet. De enige zonde waarover hij spreekt, is die van dronkenschap (Jl 1:55Ontwaak, dronkaards, en ween.
Weeklaag, alle wijndrinkers,
over de jonge wijn, want die is van uw mond weggenomen.
)
. Als we daarbij de oproep betrekken die in Joël 2 gedaan wordt (Jl 2:1212Ook nu echter, spreekt de HEERE,
bekeer u tot Mij met heel uw hart,
namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht.
)
, kunnen we zeggen dat het volk leeft voor eigen plezier. Juda is een volk geworden dat leeft voor vermaak.

Waartoe misbruik van wijn voert, horen we ook uit de mond van andere profeten. Hosea wijst erop dat overmatig gebruik van wijn het hart in beslag neemt (Hs 4:1111Hoererij, wijn en nieuwe wijn nemen het hart [in beslag].). Amos schildert hoe het gebruik van wijn een uiting is van een luxe en decadente levenswijze (Am 6:66[u,] die wijn uit sprengbekkens drinkt
en u zalft met de beste olie,
maar om de ondergang van Jozef bekommert u zich niet.
)
. En als we Jesaja beluisteren, horen we hoe hij het gebruik van wijn aanmerkt als een middel dat blind maakt voor “de daden van de HEERE” en “het werk van Zijn handen” (Js 5:11-1211Wee hun die 's morgens vroeg opstaan
[en] op sterkedrank uit zijn,
daarmee doorgaan tot de schemering,
[totdat] de wijn hen heeft verhit.
12Harp en luit, tamboerijn en fluit,
en wijn – [dat] zijn hun drinkgelagen,
maar voor de daden van de HEERE hebben zij geen oog;
het werk van Zijn handen zien zij niet.
)
.

Het is Joël er om te doen dat het volk wakker wordt en weer oog krijgt voor ‘de daden van de HEERE’ die in de rampen zichtbaar zijn. Hun hart is de HEERE niet volkomen toegewijd. Van een volk dat door Hem bevrijd is uit de macht van de vijand, mag Hij anders verwachten. Hij heeft hen bevrijd, opdat ze Zijn volk zijn, een volk dat Hem dient met alles wat in hen is en met alles wat ze bezitten. Als het volk daaraan niet beantwoordt, zal Hij geen middel onbeproefd laten om hen weer aan Zich te binden. Daarmee heeft Hij ook hun geluk en welzijn op het oog. De mens die niet volkomen voor Hem leeft, kan niet gelukkig zijn.

Verschil met Hosea

Anders dan Hosea, die zich tot het tienstammenrijk richt – hoewel hij ook een enkele keer Juda noemt –, richt Joël zich alleen tot Juda en vooral tot de Joden in Jeruzalem. Hij verwijst vaak naar Juda en Jeruzalem (Jl 2:3232Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden.
Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn,
zoals de HEERE gezegd heeft,
namelijk bij hen die ontkomen zijn,
die de HEERE roepen zal.
; 3:1,17,18,201Want zie, in die dagen en in die tijd,
als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem,17Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben,
Die op Sion, Mijn heilige berg, woont.
Jeruzalem zal een heiligdom zijn
en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken.18Op die dag zal het gebeuren
dat de bergen van jonge wijn zullen druipen,
de heuvels van melk zullen stromen,
en alle waterstromen van Juda
zullen overlopen van water.
Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen,
die het dal van Sittim zal bevochtigen.20Maar Juda zal voor eeuwig blijven,
Jeruzalem van generatie op generatie.
)
, naar hun inwoners (Jl 3:6,8,196U hebt de Judeeërs en de inwoners van Jeruzalem
aan de Grieken verkocht,
om hen ver weg te voeren
uit hun [eigen] gebied.8Ik zal uw zonen en uw dochters verkopen
in de hand van de Judeeërs.
Zij zullen hen aan de inwoners van Sjeba verkopen,
aan een volk ver weg,
want de HEERE heeft [het] gesproken.19Egypte zal worden tot een woestenij,
Edom zal worden tot een woeste wildernis
vanwege het geweld tegen de Judeeërs:
in hun land hebben zij onschuldig bloed vergoten.
)
, naar Sion (Jl 2:1,151Blaas de bazuin in Sion,
sla alarm op Mijn heilige berg,
laat alle inwoners van het land sidderen,
want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!15Blaas de bazuin in Sion,
kondig een vasten[tijd] af,
roep een bijzondere samenkomst bijeen.
; 3:17,2117Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben,
Die op Sion, Mijn heilige berg, woont.
Jeruzalem zal een heiligdom zijn
en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken.21Ik zal hun bloed voor onschuldig houden,
[dat] Ik niet voor onschuldig gehouden had.
En de HEERE zal wonen in Sion.
)
en haar kinderen (Jl 2:2323En [u,] kinderen van Sion,
verheug u en wees blij
in de HEERE, uw God,
want Hij zal u geven
de Leraar tot gerechtigheid.
Die zal regen op u doen neerdalen,
vroege regen en late regen in de eerste [maand].
; 3:6,8,206U hebt de Judeeërs en de inwoners van Jeruzalem
aan de Grieken verkocht,
om hen ver weg te voeren
uit hun [eigen] gebied.8Ik zal uw zonen en uw dochters verkopen
in de hand van de Judeeërs.
Zij zullen hen aan de inwoners van Sjeba verkopen,
aan een volk ver weg,
want de HEERE heeft [het] gesproken.20Maar Juda zal voor eeuwig blijven,
Jeruzalem van generatie op generatie.
)
. Ook maakt hij verschillende keren melding van de tempel of de tempeldienst, waarmee hij zeer vertrouwd is (Jl 1:9,13,14,169Graanoffer en plengoffer zijn weggenomen
van het huis van de HEERE.
De priesters treuren,
de dienaren van de HEERE.13Omgord u en bedrijf rouw, priesters,
weeklaag, dienaren van het altaar.
Kom, overnacht in rouwgewaden,
dienaren van mijn God,
want graanoffer en plengoffer
zijn aan het huis van uw God onthouden.14Kondig een vasten[tijd] af,
roep een bijzondere samenkomst bijeen,
verzamel de oudsten
en alle inwoners van het land
[in] het huis van de HEERE, uw God,
en roep tot de HEERE.16Is niet voor onze ogen
het voedsel weggenomen,
uit het huis van onze God
blijdschap en vreugde?
; 2:14,1714Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben,
zodat Hij een zegen achter Zich overlaat:
een graanoffer en een plengoffer
voor de HEERE, uw God.17Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen
tussen de voorhal en het altaar,
en laten zij zeggen:
Ontzie Uw volk, HEERE,
geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad,
zodat de heidenvolken over hen zouden heersen.
Waarom zouden ze onder de volken zeggen:
Waar is hun God?
; 3:1818Op die dag zal het gebeuren
dat de bergen van jonge wijn zullen druipen,
de heuvels van melk zullen stromen,
en alle waterstromen van Juda
zullen overlopen van water.
Een bron zal uit het huis van de HEERE ontspringen,
die het dal van Sittim zal bevochtigen.
)
.

Het verschil met Hosea komt ook tot uiting in de wijze van prediken. Hosea uit zich meer in korte, krachtige uitspraken, met plotselinge wendingen en veel verschillende handelingen. Joël is gelijkmatiger in zijn prediking; hij heeft een afgerond onderwerp.

De taal en stijl van deze profeet tonen een sterk vermogen om zich in te leven in de toestand van mensen die lijden onder de plagen van sprinkhanen en droogte. Zijn stijl is helder en vloeiend, taalkundig fraai.

De profetie

Joël kondigt het oordeel van ‘de grote dag van de HEERE’ aan. Die noemt hij vijf keer genoemd in zijn profetie; daarom zou hij ook wel ‘de profeet van de dag van de HEERE’ genoemd kunnen worden. Hij kondigt ook de uiteindelijke bevrijding van Juda en Jeruzalem en Israël aan.

Het optreden van een profeet veronderstelt meestal dat het volk van God, als gevolg van hun ontrouw aan Hem, in een toestand van verval is terechtgekomen. Profetie is dan Gods bijzondere tussenkomst. In de profetie toont Hij aan waarin de mens specifiek heeft gezondigd en waarom zijn oordeel moet komen. Maar er klinkt in de profetie ook het getuigenis van een herstel dat door Gods genade zal plaatsvinden en waarbij er zegen zal zijn voor Zijn volk.

Joël brengt Gods boodschap aan de mensen van Juda als een scherp waarnemer van de tijd waarin hij leeft. De bewoordingen waarin hij dat doet, leveren veel profetische bouwstenen. Dat wil zeggen dat in zijn korte profetie veel aanwezig is waardoor we inzicht kunnen krijgen in de gebeurtenissen van de eindtijd.

Onderwerp van zijn prediking

Het thema waaromheen zijn prediking zich beweegt, is de inval van de Assyriërs. In Joël 1 wordt het binnenvallen van sprinkhanen beschreven en de verwoesting die daarvan het gevolg is. Dit binnenvallen en de verwoesting zijn de aankondiging van die nog veel vreselijker inval van de Assyriërs en de verwoesting die zij zullen aanrichten. Dit wordt in Joël 2 beschreven (Jl 2:1-111Blaas de bazuin in Sion,
sla alarm op Mijn heilige berg,
laat alle inwoners van het land sidderen,
want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!2[Het is] een dag van duisternis en donkerheid,
een dag van wolken en donkerheid.
Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt,
[verspreidt zich] een groot en machtig volk,
zoals er niet geweest is
van oude tijden af,
en er hierna niet meer zal zijn,
jarenlang, van generatie op generatie.3Ervóór verteert een vuur,
en erachter verzengt een vlam;
ervóór is het land als de hof van Eden,
en erachter is het een woeste wildernis.
Ook is er geen ontkomen aan.4Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk,
en als [ren]paarden, zo rennen zij voort.5Als het geluid van wagens
springen zij over de toppen van de bergen,
als het geluid van een vuurvlam
die stoppels verteert,
als een machtig volk
opgesteld voor de strijd.6Bij die aanblik krimpen de volken ineen,
alle gezichten verschieten van kleur.7Als helden rennen zij,
als strijdbare mannen
klimmen zij tegen de muren op;
ieder gaat op zijn eigen weg
en zij wijken niet van hun paden af.
8Zij verdringen elkaar niet,
ieder gaat zijn [eigen] weg.
Al stuiten zij op weerstand,
zij zijn niet tegen te houden.
9Zij stormen op de stad af,
zij rennen op de muren,
zij klimmen tegen de huizen op.
Als een dief komen zij
door de vensters binnen.10Bij die aanblik siddert de aarde,
beeft de hemel.
Zon en maan worden in het zwart gehuld
en de sterren trekken hun licht in.11En de HEERE laat Zijn stem klinken
voor Zijn leger uit,
want Zijn leger is zeer groot,
ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt.
Groot is immers de dag van de HEERE
en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?
)
. De hand van de HEERE is te zien, zowel bij de sprinkhanenplaag als bij de inval van de Assyriërs.

Beide invallen en de daaropvolgende verwoestingen worden door Joël dan ook verbonden met de op handen zijnde dag van de HEERE als een dag waarop het oordeel komt over Zijn afvallige volk. Maar in het vervolg van Joël 2 en in Joël 3 zien we hoe dit oordeel ook komt over de Assyriërs en alle volken die zich ten opzichte van Israël vijandig hebben gedragen.

Historisch moeten we de invasie van de Assyriërs plaatsen in de tijd van koning Hizkia (2 Koningen 18-19). Profetisch betreft het de koning van het noorden, die in de toekomst Israël zal denken te kunnen vernietigen, maar die dan zelf door de Heer Jezus zal worden vernietigd (Dn 11:40-4540Dan zal in de tijd van het einde de koning van het zuiden hem [met de horens] stoten. En de koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen. Hij zal de landen binnentrekken, [ze] overspoelen en [er] doorheen trekken.41Hij zal het sieraadland binnentrekken, en vele [landen] zullen struikelen. Maar deze [zijn het die] aan zijn hand zullen ontkomen: Edom, Moab en de voornaamsten van de zonen van Ammon.42Hij zal zijn hand tegen de landen uitstrekken. Ook voor het land Egypte is er geen ontkomen aan.43Hij zal heersen over de verborgen schatten van goud en zilver en al de kostbaarheden van Egypte. De Libiërs en de Cusjieten zullen in zijn voetstappen [treden].44Maar de geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem schrik aanjagen. Daarom zal hij in grote grimmigheid uittrekken om velen weg te vagen en met de ban te slaan.45En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.).

Wanneer heeft Joël geprofeteerd?

Joël is een van de profeten waarbij de meningen over de datering sterk uiteenlopen. Joël noemt geen enkele naam of een andere gebeurtenis die heeft plaatsgevonden die een aanwijzing zou kunnen geven over de tijd waarin hij profeteert.

Het meest waarschijnlijk is dat Joël heeft geprofeteerd in de dagen van Uzzia (792-740 v.Chr.). Hij is dan een tijdgenoot van Hosea en Amos, die beiden in de dagen van Uzzia hebben geprofeteerd (Hs 1:11Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Hosea, de zoon van Beëri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkia, de koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël.; Am 1:11De woorden van Amos, die behoorde tot de veehouders uit Tekoa, die hij gezien heeft over Israël in de dagen van Uzzia, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël, twee jaar voor de aardbeving.). Joël zou zijn plaats in de canon van het Oude Testament, tussen Hosea en Amos, niet voor niets hebben gekregen.

Als Amos naar dezelfde plaag verwijst (Am 4:99Ik heb u geslagen met korenbrand en met meeldauw.
De sprinkhanen vraten uw talrijke tuinen, wijngaarden,
vijgenbomen en olijfbomen op.
Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd,
spreekt de HEERE.
)
als Joël doet in zijn eerste hoofdstuk, zou dat een extra aanwijzing zijn dat Joël en Amos tijdgenoten zijn geweest. Ten tijde van Uzzia beleven Israël en Juda een tijd van grote voorspoed. Een sprinkhanenplaag heeft tot gevolg dat al die voorspoed in korte tijd teniet wordt gedaan.

Toch heeft God het beter gevonden de tijd waarin hij profeteert niet bekend te maken. Hierdoor komt nog meer de nadruk op de tijdloosheid van zijn boodschap te liggen. We zullen zien dat zijn profetie ook voor de tijd waarin wij leven van groot belang is.

Doel van de sprinkhanenplaag

Een ongekende sprinkhanenplaag heeft Juda getroffen, waardoor de totale oogst is vernietigd. Hierdoor is de hele economie van het land ontwricht. Maar dat niet alleen. Het ergste van alles is dat door dit agrarische verlies niet langer graan- of spijsoffers en plengoffers in de tempel kunnen worden gebracht (Jl 1:1313Omgord u en bedrijf rouw, priesters,
weeklaag, dienaren van het altaar.
Kom, overnacht in rouwgewaden,
dienaren van mijn God,
want graanoffer en plengoffer
zijn aan het huis van uw God onthouden.
)
. In deze catastrofale omstandigheden herkent Joël het oordeel van God over Juda. Hoewel God Juda overvloedig heeft gezegend in de dagen van Uzzia, heeft het volk Zijn zegen als vanzelfsprekend aangenomen.

Nadat Damascus door Assyrië in 802 v.Chr. is vernietigd, komt Uzzia aan de macht. Hij bouwt een machtig leger en bevordert de handelsbetrekkingen. In het noorden is Jerobeam II aan de macht. Hij verovert meerdere gebieden die tevoren in handen van Syrië zijn gevallen. Deze omstandigheden zijn er de oorzaak van dat er nu een gouden periode aanbreekt voor Juda en Israël, die alleen te vergelijken is met de periode van koning Salomo.

Economisch gaat het voor de wind, maar de luxe en overdaad hebben Juda en Israël innerlijk verzwakt. Van enige dankbaarheid tegenover de HEERE is geen sprake. Hun geloof is verworden tot een holle vorm, het verrichten van louter godsdienstige handelingen. Hun leven is gericht op bevrediging van eigen behoeften. Geleid door Gods Geest vertelt Joël het volk dat de sprinkhanenplaag een waarschuwing is voor een groter oordeel dat zich aandient. Hieraan is alleen te ontkomen als zij zich bekeren tot volle gemeenschap met God.

Evenals de meeste andere profeten mogen we ook van Joël aannemen dat hij een actuele gebeurtenis als aanleiding voor zijn profetie neemt. Hij doet dat om het geweten van het volk op het tijdstip van de gebeurtenis te doen ontwaken. Hij doet het nog meer om die gebeurtenis als beeld te gebruiken van nog ingrijpender gebeurtenissen die in de laatste dagen zullen plaatsvinden, om precies te zijn: bij het aanbreken van de dag van de HEERE. De Geest van God waarschuwt voor het toekomstige oordeel juist in een tijd dat zulke rampen land en volk treffen. Hierop zou het volk acht moeten geven.

Gods stem in rampen

In natuurrampen toont God Zijn almacht. Hij heeft “macht over deze plagen” (Op 16:99en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.). God zendt niet zomaar willekeurig zulke rampen of andere catastrofen. Hem staat daarbij altijd een bepaald doel voor ogen, namelijk dat de mens zich bekeert van zijn slechte en heilloze weg (Op 16:8-98En de vierde goot zijn schaal uit op de zon, en haar werd gegeven de mensen met vuur te verbranden;9en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.).

Het handelen van God is vaak niet door mensen na te rekenen. Het is daarom zeker niet juist om te oordelen in de zin van: wie door een ramp wordt getroffen, deugt niet, en aan wie deze voorbijgaat, is goed. Voor een dergelijke, onchristelijke opvatting waarschuwt de Heer Jezus (Lk 13:1-51Nu waren er in diezelfde tijd enigen bij Hem, die Hem berichtten over de Galileeërs wier bloed Pilatus met hun offers had vermengd.2En [Jezus] antwoordde en zei tot hen: Denkt u dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle [andere] Galileeërs, omdat zij dit hebben geleden?3Nee, zeg Ik u, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.4Of die achttien op wie de toren in Silóam viel en hen doodde, denkt u dat zij schuldiger waren dan alle [andere] mensen die in Jeruzalem wonen?5Nee, zeg Ik u, maar als u zich niet bekeert, zult u allen op dezelfde wijze omkomen.). De Heer maakt duidelijk dat de gebeurtenissen die dan nieuws zijn, geen recht geven tot beoordeling van de getroffenen, maar dat ze een oproep tot bekering inhouden aan allen die ervan horen.

Voor Nederland kunnen we dit vergelijken met de vuurwerkramp op 13 mei 2000 in Enschede en een cafébrand in Volendam tijdens de jaarwisseling van 2000 naar 2001. Aan de datum van 11 september 2001 en de naam World Trade Center hoeft niets te worden toegevoegd evenmin als aan de tsunami op 26 december 2004. Nationaal en internationaal zijn allen die ervan hebben gehoord geschokt door deze gebeurtenissen. Hieraan kan de ramp worden toegevoegd die tijdens een herziening van dit commentaar heeft plaatsgevonden, die met vlucht MH17, op 17 juli 2014. En welke tot de verbeelding sprekende rampen zullen er nog meer gebeuren na het verschijnen van dit commentaar?

In Enschede is als gevolg van de ontploffing van een vuurwerkfabriek een woonkern volledig weggevaagd. Tientallen mensen zijn omgekomen; anderen hebben blijvende lichamelijke en/of geestelijke schade opgelopen. In een Volendams café heeft een plotseling ontstane vlammenzee dood en verderf gezaaid en onherstelbaar lichamelijk en geestelijk letsel veroorzaakt onder oud- en nieuw vierende feestgangers, merendeels jongeren. In New York hebben duizenden de dood gevonden. Bij de tsunami zijn meer dan tweehonderdduizend mensen omgekomen. Bij de ramp die vlucht MH17 trof, vonden tweehonderdachtennegentig mensen de dood.

De gedachte dat al die mensen de ramp die hen trof op de een of andere manier ‘hebben verdiend’, is verwerpelijk. Wat wel goed is, is dat iedereen die ervan hoort, zich realiseert hoe betrekkelijk het leven is. Wat je niet voor mogelijk hebt gehouden, kan zo ineens je leven binnenkomen. De gevolgen zijn dramatisch. De vraag die ieder zich moet stellen, is: ‘Als een ramp mij treft, hoe sta ik dan tegenover God?’ Van rampen en ongelukken hebben Godvrezende mensen evenzeer te lijden als goddelozen, net zo goed als goddelozen ook profiteren van Gods goedheid op aarde.

Indeling van het boek Joël

Na deze inleidende opmerkingen zijn we toe aan een indeling van dit bijbelboek. Het boek kan in zeven gedeelten worden verdeeld.
1. Sprinkhanenplaag, droogte en oproep tot boete (Joël 1:1-20).
2. Inval van de Assyriërs (Joël 2:1-11).
3. Hernieuwde oproep tot bekering en boete (Joël 2:12-17).
4. Antwoord van de HEERE op boetedoening (Joël 2:18-27).
5. Uitstorting van de Geest in de eindtijd (Joël 2:28-32)
6. Oordeel over de vijanden van Israël (Joël 3:1-16).
7. Zegen voor Israël (Joël 3:17-21).

Een interessante indeling geeft Van Leeuwen in zijn commentaar De Prediking van het Oude Testament. Die sluit bijna volledig aan bij de zojuist gegeven indeling. Het interessante is de structuur die Van Leeuwen ziet, de zogenaamde concentrische structuur, en de toelichting daarbij.
A Het land door sprinkhanen en droogte verwoest, Joël 1:4-20.
  B Het oprukkende leger op de dag van de HEERE, Joël 2:1-11.
    C Oproep tot bekering, Joël 2:12-14.
      D Allen bijeengeroepen tot boetedoening, Joël 2:15-17.
    C Verhoring door de HEERE, zegen en behoud, Joël 2:18-32.
  B De oprukkende volken en de dag van de HEERE, Joël 3:1-17.
A Het land vruchtbaar en veilig, Joël 3:18-21.

Toelichting: Hier zien we dat het samenroepen tot een dag van vasten en gebed in het centrum (D) staat. Verder zien we dat de letters C, B en A onder het centrum de tegenhangers zijn van die letters boven het centrum. Met (D) treedt de wending in van oordeel naar behoudenis voor Gods volk. De opbouw is dus: eerst is er oordeel voor Gods volk door middel van plagen en vijanden (A - C), maar door bekering en boetedoening (D) komt er zegen voor Gods volk en oordeel over de vijanden (C - A).

Inleiding op Joël 1

Jeruzalem en Juda worden opgeroepen de sprinkhanenplaag die het land heeft getroffen ter harte te nemen (Joël 1:2-4).
1. De profeet roept als eersten de dronkaards op om over dit onheil te weeklagen (Joël 1:5-7).
2. Vervolgens roept hij allen die direct door de plaag zijn getroffen, de landbouwers en wijngaardeniers, op tot een weeklacht (Joël 1:8-12).
3. Ten slotte richt hij diezelfde oproep tot de priesters, aan wie hij tevens opdraagt het volk bijeen te roepen om zich voor de HEERE te verootmoedigen (Joël 1:13-18).
In Joël 1:19-20 geeft de profeet zelf het voorbeeld en roept tot de HEERE.


Lees verder