2 Petrus
1-6 Voorbeelden van Gods oordeel 7-16 De onrechtvaardigen en hun werken 17-22 Zich afwenden van de bekende weg
Voorbeelden van Gods oordeel

1Er waren echter ook valse profeten onder het volk, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke sekten heimelijk zullen invoeren en de Meester Die hen gekocht heeft, zullen verloochenen en een spoedig verderf over zichzelf brengen. 2En velen zullen hun losbandigheden navolgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden. 3En door hebzucht met verzonnen woorden zullen zij koopwaar van u maken; het oordeel rust niet voor hen van oudsher en hun verderf sluimert niet. 4Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot [het] oordeel bewaard te worden; 5en als Hij [de] oude wereld niet gespaard, maar Noach, een prediker van [de] gerechtigheid, een van de acht, behoed heeft toen Hij [de] zondvloed over [de] wereld van [de] goddelozen bracht; 6en als Hij [de] steden Sodom en Gomorra tot as verbrand en <tot omkering> veroordeeld, en ze tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven;

V11Er waren echter ook valse profeten onder het volk, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke sekten heimelijk zullen invoeren en de Meester Die hen gekocht heeft, zullen verloochenen en een spoedig verderf over zichzelf brengen.. Tegenover hen die door God werden gedreven (2Pt 1:2121Want niet door [de] wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar <heilige> mensen van Godswege hebben, door [de] Heilige Geest gedreven, gesproken.), de echte profeten, wijst Petrus nu op profeten die door de duivel worden gedreven, de “valse leraars”. Alles wat van God komt en daarom goed is, wordt door de duivel nagedaan. De valse profeten zijn het onkruid dat zoveel op de tarwe lijkt (Mt 13:24-2524Een andere gelijkenis hield Hij hun voor en zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.25Terwijl echter de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide dolik midden tussen de tarwe en ging weg.). Zij bevinden zich onder het volk van God, waaronder Petrus zijn dienst heeft. Hij waarschuwt de gelovigen voor hen. Valse profeten en valse leraren zijn geen nieuw verschijnsel. Ze waren er ook vroeger onder Gods volk (Jr 23:11-2111Want zowel profeet als priester pleegt heiligschennis,
zelfs in Mijn huis heb Ik hun slechtheid gevonden,
spreekt de HEERE.
12Daarom zal hun weg voor hen worden
als spiegelgladde plaatsen in het donker.
Zij zullen voortgeduwd worden
en daarin vallen,
want Ik zal over hen onheil brengen
in het jaar van hun vergelding,
spreekt de HEERE.13Bij de profeten van Samaria
heb Ik wel ongerijmde dingen gezien:
zij profeteerden namens de Baäl
en misleidden Mijn volk Israël.
14Maar bij de profeten van Jeruzalem
heb Ik iets afschuwelijks gezien:
zij plegen overspel, met leugen gaan zij [hun weg]
zij bemoedigen de kwaaddoeners,
zodat niemand zich bekeert
van zijn slechtheid.
Zij allen zijn voor Mij als Sodom,
en zijn inwoners als Gomorra.
15Daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten over deze profeten:
Zie, Ik ga hun alsem te eten geven
en galwater te drinken,
omdat van de profeten van Jeruzalem
heiligschennis is uitgegaan over heel het land.16Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Luister niet naar de woorden van die profeten die tot u profeteren.
Zij geven u ijdele hoop.
Zij spreken een visioen [uit] hun [eigen] hart,
niet uit de mond van de HEERE.
17Steeds zeggen zij tegen hen die Mij verwerpen: De HEERE heeft gesproken:
U zult vrede hebben;
en [tegen] ieder die in zijn verharde hart voortgaat:
Geen onheil zal over u komen.
18Want wie heeft in de raad van de HEERE gestaan, en Zijn woord gezien en gehoord,
wie heeft op Zijn woord acht geslagen en [ernaar] geluisterd?
19Zie, een storm van de HEERE, grimmigheid is uitgegaan,
een wervelende storm:
op het hoofd van de goddelozen stort hij neer.
20De toorn van de HEERE zal zich niet afwenden,
tot Hij gedaan en tot Hij tot stand gebracht heeft
de gedachten van Zijn hart.
In later tijd
zult u dat duidelijk begrijpen.
21Ik heb die profeten niet gezonden,
toch zijn zij zelf gaan lopen.
Ik heb niet tot hen gesproken,
toch zijn zij zelf gaan profeteren.
)
. Ze zetten hun werk voort in de vele valse leraren die de christenheid inmiddels rijk is.

Er zijn vandaag niet weinig mensen die zich voor profeet uitgeven en zich daarbij als leraar voordoen. Valse leraren hebben toegang onder de christenen gekregen omdat Gods Woord niet of nauwelijks wordt gelezen. Dat komt omdat veel christenen geen leven uit God hebben en zij die wel leven uit God hebben, Gods Woord maar moeilijk vinden. Dit geldt vooral voor het profetische woord. Daarom wordt er geen acht op gegeven (2Pt 1:1919En [zo] hebben wij het profetische woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat [de] dag aanbreekt en [de] morgenster opgaat in uw harten.).

Wie niet weet wat Gods Woord over de toekomst zegt, is een gemakkelijke prooi voor valse leraren die wel een fraaie toekomst weten te schilderen. Daar laten ze zich ook voor betalen (Mi 3:55Zo zegt de HEERE
tegen de profeten die Mijn volk misleiden,
die, [als] zij met hun tanden [kunnen] bijten,
vrede verkondigen.
Wie hun echter niets in hun mond geeft,
aan hem verklaren zij de oorlog.
)
. Valse leraren verdraaien Gods Woord en geven een andere betekenis aan bijbelse woorden. Ze spreken wat mensen graag horen (Jr 5:3131de profeten profeteren leugens,
de priesters heersen door hun handen,
en Mijn volk heeft het graag zo.
Maar wat zult u doen aan het einde hiervan?
)
. Hun boodschap sluit helemaal aan bij mensen die alleen leven voor hier-en-nu, zij luisteren daar graag naar (2Tm 4:3-43Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen;4en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden.).

Deze valse leraren zijn erop uit om “verderfelijke sekten heimelijk” in te voeren (vgl. Hd 5:1717De hogepriester nu stond op en allen die bij hem waren, dat is de sekte van de sadduceeën, en zij werden vervuld met jaloersheid;; 26:55daar zij van vroeger, van de eerste tijd af, van mij weten (als zij het willen getuigen) dat ik naar de strengste sekte van onze godsdienst heb geleefd: als farizeeër.; 1Ko 11:1818Want ten eerste hoor ik, dat er, wanneer u als gemeente samenkomt, scheuringen onder u zijn, en ten dele geloof ik het.). Hun leringen zaaien altijd onenigheid en verdeeldheid omdat niet de Heer Jezus, maar zijzelf in het middelpunt staan. Ze zijn altijd uit op hun eigen eer en roem. Ze zoeken onstandvastige zielen en winnen deze voor hun verderfelijke leringen. Zo verzamelen ze mensen om zich heen en maken deze mensen los van de gemeenschap van gelovigen waarvan zij eerst deel uitmaakten. Sektevorming is een werk van het vlees en niet van de Geest (Gl 5:2020afgodendienst, toverij, vijandschappen, twist, jaloersheid, toorn, partijzucht, tweedracht, sekten,). Daarin bevindt zich de kiem van het verderf.

Valse leraren gaan niet openlijk te werk, maar in het geheim. Dat laat zien dat ze bezig zijn met werken die bij de duisternis horen. Zulke werken kunnen het licht niet verdragen. Zodra je merkt dat iemand probeert jou op een geheimzinnige manier mee te krijgen in zijn ideeën, bijvoorbeeld over gemeentevorming, wees dan op je hoede. Toets wat er op je afkomt aan Gods Woord.

Vraag je ook af of het voorstel recht doet aan het gezag van de Heer Jezus. Een volgend kenmerk van een valse leraar is namelijk dat hij de Meester door Wie hij is gekocht, verloochent. Hij doet het eerst voorkomen dat hij doet wat de Meester zegt, maar spoedig zal blijken dat hij in het geheel geen rekening met Hem houdt.

Dat hij door de Meester is gekocht, betekent niet dat hij een gelovige is. Hij is wel gekocht, maar niet verlost. De Heer Jezus is Eigenaar van het heelal en alles wat zich daarin bevindt, ook de mensen. Hij heeft door Zijn werk op het kruis de wereld gekocht. Hij kocht de wereld om de schat te bezitten die daarin verborgen was (Mt 13:38,4438de akker is de wereld, het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk,44Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die een mens vond en verborg; en vanwege zijn blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker.). Op gelijke wijze heeft Hij macht over alle vlees, dat zijn alle mensen. Van die macht maakt Hij gebruik door eeuwig leven te geven aan hen die de Vader Hem heeft gegeven (Jh 17:22zoals U Hem macht hebt gegeven over alle vlees, opdat alles wat U Hem hebt gegeven, Hij hun eeuwig leven geeft.).

Het gezag van de Heer Jezus is onbeperkt, maar daar houden deze verdorven lieden geen rekening mee. Hun verdorven handelen zal snel en onverwachts een daarbij passend oordeel van verderf over hen brengen. Het is een verderf dat ze voor zichzelf bereiden (Rm 9:2222Als nu God, daar Hij Zijn toorn wilde betonen en Zijn macht bekendmaken, met veel lankmoedigheid verdragen heeft [de] vaten van [de] toorn, tot [het] verderf toebereid;). Ze trekken het oordeel als het ware naar zich toe. Hij Die hen zal oordelen, is Degene van Wie ze nu nog de rechten verloochenen die Hij over hen heeft.

V22En velen zullen hun losbandigheden navolgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden.. In hun kielzog op de weg van het verderf gaan “velen” mee. Hun losbandige levensvisie en levenswijze is voor de massa aantrekkelijk. Je hoeft nergens rekening mee te houden. Je kunt je lusten volgen en ze de vrije teugel geven. Het voorbeeld van de valse leraren laat het zien. Dit is de waarheid zoals ze die graag horen en willen beleven. Weg met dat bekrompen denken van kleinzielige christenen die de Bijbel als knechtende norm voor hun leven hebben. Ze kunnen zelf ook wel lezen en dan lezen ze nergens dat God verbiedt dat je jezelf heerlijk kunt uitleven. De liefde is uit God en grenzeloos te genieten. Beperkingen zijn menselijke bedenksels. De mens is een vrij wezen.

Dat door deze denk- en handelwijze “de weg van de waarheid gelasterd” wordt (vgl. Rm 2:2424Want om u wordt de Naam van God onder de volken gelasterd, zoals geschreven staat.), komt niet bij hen op of ze hebben er geen boodschap aan. Met ‘de weg van de waarheid’ wordt de hele christelijke waarheid bedoeld, zowel in leer als in leven. Ongelovigen moeten niets van Gods waarheid hebben en spotten ermee omdat christenen die de mond vol hebben van normen en waarden, Gods waarheid met voeten treden.

V33En door hebzucht met verzonnen woorden zullen zij koopwaar van u maken; het oordeel rust niet voor hen van oudsher en hun verderf sluimert niet.. Hun losbandige leven komt voort uit hun “hebzucht”. Niet alleen hun daden zijn verdorven, ook innerlijk zijn ze vol verderf. Ze zijn erop uit hun volgelingen al het geld uit de zak te kloppen. Door prachtige redeneringen die volkomen uit hun duim gezogen zijn, maken zij hun slachtoffers. Deze argeloze mensen worden systematisch ontdaan van hun persoonlijkheid en bezit.

Voor valse leraren bestaat geen menselijkheid. Het zijn roofdieren die mensen slechts als koopwaar zien waaraan ze kunnen verdienen. In het grote Babylon, dat staat voor de rooms-katholieke kerk in de eindtijd, is het roofdier tot volwassenheid gekomen (Op 18:12-1312koopwaar van goud, van zilver, van edelgesteente en van parels; van fijn linnen, van purper, van zijde en van scharlaken; allerlei welriekend hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout; van koper, van ijzer en van marmer;13kaneel, specerij, reukwerken, balsem, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe; lastdieren en schapen; van paarden en wagens; van lichamen en zielen van mensen.). Het oordeel staat allang vast en zal onherroepelijk komen. Van sluimering, van indutten, alsof het wel zal meevallen en misschien wel voorbij zal gaan, is geen sprake.

V44Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot [het] oordeel bewaard te worden;. Dat God absoluut zeker het verderf zal oordelen, illustreert Petrus met drie voorbeelden uit het verleden. Het eerste voorbeeld betreft engelen die gezondigd hebben. Door wat in Job staat (Jb 1:66Het gebeurde [op] een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken bij de HEERE, dat ook de satan in hun midden kwam.; 2:11[Opnieuw] was er een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken bij de HEERE, dat ook de satan in hun midden kwam om zijn opwachting te maken bij de HEERE.; 38:77toen de morgensterren samen vrolijk zongen,
en al de kinderen van God juichten?
)
te vergelijken met wat in Genesis 6 staat (Gn 6:22dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen, dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden.) blijkt dat de zonde van de engelen de zonde is, die in de brief van Judas beschreven staat (Jd 1:66En engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij tot [het] oordeel van [de] grote dag met eeuwige boeien onder duisternis bewaard.). Deze engelen hebben een menselijke gedaante aangenomen en hebben met vrouwen gemeenschap gehad. Daardoor hebben zij de plaats verlaten die God hun had gegeven. Dit is een vreselijke ongehoorzaamheid die God moet straffen. Hij heeft hen dan ook niet gespaard.

Wie van God afvalt, bewijst welbewust en doelbewust tegen Hem in te gaan en Hem te tarten in Zijn Wezen. Hij was het aan Zijn gerechtigheid verplicht om deze engelen “in de afgrond” te werpen, weg van de aarde en weg uit de hemel. Ze hadden voor de duisternis gekozen en die hebben ze als een gevangenis gekregen. Ze bevinden zich tot op deze dag in verzekerde bewaring in het voorportaal van de hel, in afwachting van het definitieve vonnis. Dit zal worden voltrokken aan het einde van het vrederijk, wanneer alle kwaad voor eeuwig zal worden opgesloten in de hel, de poel van vuur.

V55en als Hij [de] oude wereld niet gespaard, maar Noach, een prediker van [de] gerechtigheid, een van de acht, behoed heeft toen Hij [de] zondvloed over [de] wereld van [de] goddelozen bracht;. Het tweede voorbeeld is de zondvloed die over de “oude wereld” is gekomen. God heeft ook de oude wereld niet kunnen sparen. De oorzaak is het hardnekkig in de slechtheid volharden van de mens. Steeds bedacht de mens het slechte, totdat de hele aarde ervan vervuld was (Gn 6:5-125En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.6Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart.7En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb.8Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE.9Dit zijn de afstammelingen van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde met God.10En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.11Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vol met geweld.12Toen zag God de aarde, en zie, zij was verdorven; want alle vlees had een verdorven levenswandel op de aarde.). God heeft er wel lang geduld mee gehad, liefst honderdtwintig jaar (Gn 6:33Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.). In die tijd heeft God in Zijn genade de mensen gewaarschuwd.

Door Noach heeft Hij de mensen Zijn gerechtigheid voorgehouden, dat Hij de zonde moet oordelen. Hij heeft tevens de weg tot behoud gegeven in de ark die Noach moest bouwen. Elke hamerslag van Noach was een waarschuwing voor het naderende oordeel. De prediking van Noach is helaas zonder resultaat gebleven, maar zonder dat dit iets aan de inhoud van zijn boodschap veranderde. Het bewijs, de zondvloed, kwam. Noach werd als enige behoed voor deze alles verdelgende ramp, samen met de leden van zijn gezin, die ook in de ark waren gegaan (Hb 11:77Door [het] geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke aanwijzing ontvangen had over de dingen die nog niet gezien werden, eerbiedig een ark gereed gemaakt tot behoudenis van zijn huis, waardoor hij de wereld veroordeelde en een erfgenaam werd van de gerechtigheid die naar [het] geloof is.).

V66en als Hij [de] steden Sodom en Gomorra tot as verbrand en <tot omkering> veroordeeld, en ze tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven;. Het derde voorbeeld is het oordeel over de steden Sodom en Gomorra. Deze steden stonden bol van de gruwelijkste zonden. Het leven van de mensen in deze steden bestond uit het voldoen aan alle lichamelijke behoeften en lusten, van eten en drinken tot een algemene beleving van homoseksuele gemeenschap (Lk 17:28-2928Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;29op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van [de] hemel en verdelgde hen allen.; Gn 19:4-54Nog voor zij zich te slapen legden, omsingelden de mannen van die stad, de mannen van Sodom, van jong tot oud, het huis; heel het volk, niemand uitgezonderd.5Zij riepen naar Lot en zeiden tegen hem: Waar zijn die mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten, naar ons toe, zodat wij gemeenschap met hen kunnen hebben.). Deze diep verdorven leefwijze roept Gods oordeel over zich af. Gods handelen in oordeel wordt in het oordeel over deze steden wel het meest nadrukkelijk vermeld (Gn 18:20-2120Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar.21Ik zal nu afdalen en zien of zij [werkelijk] alles gedaan hebben zoals de roep luidt die over haar tot Mij gekomen is. En zo niet, Ik zal het weten.; 19:2424Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. [Het kwam] van de HEERE uit de hemel.).

Ook de radicaliteit van het oordeel is indrukwekkend. Petrus spreekt over “tot as verbrand” worden. Het is onmogelijk van as nog iets te maken. Ook heeft God deze steden omgekeerd. Deze steden hadden de orde die God in de schepping heeft gelegd, door hun homoseksuele gedrag omgekeerd en ontvingen daarvoor een overeenkomstige straf.

Er is nog een aspect verbonden aan dit oordeel, namelijk dat het als een afschrikwekkend voorbeeld dient voor ieder die het in zijn hoofd haalt om een dergelijk goddeloos leven te gaan leven. Je zondigt tegen je leven als je het leven van de steden Sodom en Gomorra in hun zondige levenspraktijk navolgt.

Ik denk dat Amsterdam de geest van Sodom en Gomorra ademt. Ook de hele Nederlandse samenleving is daarheen hard op weg omdat die geest haar doordrenkt. Laat je waarschuwen door dit voorbeeld en blijf trouw aan God en Zijn Woord.

Lees nog eens 2 Petrus 2:1-6.

Verwerking: Waarvoor waarschuwt Petrus?


De onrechtvaardigen en hun werken

7en als Hij [de] rechtvaardige Lot gered heeft die zwaar te lijden had door de wandel in losbandigheid van de zedelozen; 8(want deze rechtvaardige heeft, toen hij in hun midden woonde, dag aan dag [zijn] rechtvaardige ziel door [het] zien en horen gekweld met [hun] wetteloze werken) 9dan weet [de] Heer Godvrezenden uit [de] verzoeking te redden, maar onrechtvaardigen te bewaren tot [de] dag van [het] oordeel om gestraft te worden; 10en vooral hen die in onreine begeerte [het] vlees achterna gaan en [de] heerschappij verachten. Vermetel, aanmatigend, schromen zij niet [de] heerlijkheden te lasteren, 11terwijl engelen, die in sterkte en macht groter zijn, geen lasterend oordeel tegen hen <vanwege [de] Heer> uitbrengen. 12Dezen echter, als redeloze dieren, die van nature voortgebracht zijn om gevangen en omgebracht te worden, zullen ook, daar zij lasteren in dingen die zij niet begrijpen, in hun eigen verderf omkomen, 13en [het] loon van [de] ongerechtigheid ontvangen. Zij achten de zwelgpartij overdag een genot; zij zijn vlekken en smetten en zwelgen in hun bedriegerijen, als zij bij u brassen. 14Zij hebben overspelige ogen, die niet ophouden te zondigen; zij verlokken onstandvastige zielen en hebben een hart geoefend in hebzucht, kinderen van [de] vervloeking. 15Door [de] rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, [de zoon] van Bosor, die [het] loon van [de] ongerechtigheid liefhad, 16maar een berisping voor zijn eigen wetteloosheid kreeg: [het] stomme lastdier dat met mensenstem sprak, verhinderde de dwaasheid van de profeet.

V77en als Hij [de] rechtvaardige Lot gered heeft die zwaar te lijden had door de wandel in losbandigheid van de zedelozen;. Dezelfde God Die oordeel over de goddelozen brengt, is de God Die de rechtvaardigen uitredt. Als je de geschiedenis van Lot kent, zoals die in Genesis wordt beschreven (Gn 13:5-135Lot, die met Abram meeging, had ook kleinvee en runderen en tenten.6En dat land liet het niet toe dat zij bij elkaar woonden, want zij hadden veel bezittingen, zodat zij niet bij elkaar konden wonen.7Er ontstond [dan ook] onenigheid tussen de herders van het vee van Abram en de herders van het vee van Lot. Bovendien woonden in die tijd de Kanaänieten en de Ferezieten in dat land.8En Abram zei tegen Lot: Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en jou, en tussen mijn herders en jouw herders. Wij zijn immers mannen [die] broeders zijn!9Ligt heel het land niet voor je open? Scheid je toch van mij af: als jij naar links [gaat], dan zal ik naar rechts gaan, en als jij naar rechts [gaat], dan zal ik naar links gaan.10En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was; voordat de HEERE Sodom en Gomorra te gronde gericht had, was zij in de richting van Zoar als de hof van de HEERE, als het land Egypte.11Daarom koos Lot voor zichzelf heel de Jordaanvlakte en Lot trok naar het oosten; en zij werden van elkaar gescheiden.12Abram woonde in het land Kanaän; en Lot woonde in de steden in de vlakte en zette zijn tenten op tot bij Sodom.13De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE.; 14:8-168Toen trok de koning van Sodom [ten strijde] met de koning van Gomorra, de koning van Adama, de koning van Zeboïm en de koning van Bela – het [tegenwoordige] Zoar – en zij stelden zich op [voor de] strijd tegen hen in het Siddimdal,9tegen Kedor-Laomer, de koning van Elam, Tideal, de koning van de volken, Amrafel, de koning van Sinear, en Arioch, de koning van Ellasar; vier koningen tegen vijf.10Het Siddimdal nu was vol asfaltputten; de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten en vielen daar[in]; en de overgeblevenen vluchtten naar het bergland.11Zij namen al de bezittingen van Sodom en Gomorra en al hun voedsel mee en trokken weg.12Ook namen zij Lot, de zoon van Abrams broer, en zijn bezittingen mee, en trokken weg; hij woonde namelijk in Sodom.13Toen kwam er iemand die ontkomen was en vertelde het aan Abram, de Hebreeër; die woonde bij de eiken van de Amoriet Mamre, de broer van Eskol en Aner. Zij waren bondgenoten van Abram.14Toen Abram hoorde dat zijn broeder als gevangene weggevoerd was, bewapende hij zijn geoefende [mannen], die in zijn huis geboren waren, driehonderd achttien [man], en hij achtervolgde hen tot aan Dan.15Hij verdeelde zich 's nachts tegen hen [in groepen], hij en zijn manschappen, en versloeg hen; en hij achtervolgde hen tot aan Hoba, dat links van Damascus ligt.16En hij bracht alle bezittingen terug, en ook zijn broeder Lot en zijn bezittingen bracht hij terug, evenals de vrouwen en het volk.; 19:1-381De twee engelen kwamen 's avonds in Sodom aan, terwijl Lot in de poort van Sodom zat. Toen Lot [hen] zag, stond hij op om hun tegemoet te gaan, en boog hij zich met [zijn] gezicht ter aarde.2Hij zei: Zie toch, mijne heren, wijk toch af [van uw weg en kom] naar het huis van uw dienaar en overnacht [daar] en was uw voeten; [morgen]vroeg kunt u opstaan en uw reis vervolgen. Maar zij zeiden: Nee, wij zullen wel op het plein overnachten.3Hij drong echter sterk bij hen aan, zodat zij [van hun weg] afweken, naar hem toe, en zijn huis binnengingen. Hij richtte een maaltijd voor hen aan. Hij bakte ongezuurde [broden] en zij aten.4Nog voor zij zich te slapen legden, omsingelden de mannen van die stad, de mannen van Sodom, van jong tot oud, het huis; heel het volk, niemand uitgezonderd.5Zij riepen naar Lot en zeiden tegen hem: Waar zijn die mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten, naar ons toe, zodat wij gemeenschap met hen kunnen hebben.6Toen ging Lot naar buiten, naar hen toe, bij de deuropening, en sloot de deur achter zich,7en hij zei: Mijn broeders, doe toch geen kwaad!8Zie toch, ik heb twee dochters, die met geen man gemeenschap gehad hebben; laat mij die toch bij u brengen en doe met hen wat goed is in uw ogen. Alleen, deze mannen moet u niets aandoen, want om die reden zijn ze onder de bescherming van mijn dak gekomen.9Toen zeiden zij: Ga opzij! Ook zeiden ze: Deze ene is gekomen om [hier] als vreemdeling te verblijven en [nu] wil hij zeker rechter [over ons] zijn! Nu zullen we u meer kwaad aandoen dan hun. Zij drongen erg op de man, op Lot, aan en kwamen dichterbij om de deur open te breken.10Maar die mannen staken hun hand uit, trokken Lot naar zich toe het huis in en sloten de deur.11Zij sloegen de mannen die bij de deuropening van het huis waren, van klein tot groot, met blindheid, zodat zij tevergeefs moeite deden om de deuropening te vinden.12Toen zeiden die mannen tegen Lot: Wie hebt u hier verder nog? Een schoonzoon, uw zonen, of uw dochters: breng allen die u in de stad hebt uit deze plaats naar buiten.13Want wij gaan deze plaats te gronde richten, omdat de roep [van haar zonden] groot geworden is voor het aangezicht van de HEERE. Daarom heeft de HEERE ons gezonden om haar te gronde te richten.14Toen ging Lot naar buiten en sprak tot zijn schoonzoons, die zijn dochters [tot vrouw] zouden nemen en zei: Sta op! Ga naar buiten, uit deze plaats! Want de HEERE gaat deze stad te gronde richten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand die grappen maakte.15Toen de dageraad aangebroken was, drongen de engelen bij Lot aan. Zij zeiden: Sta op! Neem uw vrouw en uw twee dochters, die zich [hier] bevinden, anders wordt u om de ongerechtigheid van de stad weggevaagd.16[Lot] aarzelde echter; daarom grepen die mannen zijn hand, de hand van zijn vrouw en de hand van zijn twee dochters, omdat de HEERE hem wilde sparen. Zij brachten hem naar buiten en leidden hem buiten de stad.17En het gebeurde, toen zij hen buiten [de stad] gebracht hadden, dat Hij zei: Vlucht voor uw leven, kijk niet achter u en blijf nergens op heel deze vlakte staan; vlucht naar het bergland, anders wordt u weggevaagd.18Maar Lot zei tegen hen: Nee toch, Heere.19Zie toch, Uw dienaar heeft genade gevonden in Uw ogen, en U hebt Uw grote goedertierenheid aan mij bewezen door mijn ziel in leven te houden. Ik kan echter niet naar het bergland vluchten, anders haalt het onheil mij in en sterf ik.20Zie toch, deze stad is dichtbij [genoeg] om erheen te vluchten en zij is klein; laat me daar toch heen vluchten (zij is immers klein!), zodat mijn ziel in leven zal blijven.21Toen zei Hij tegen hem: Zie, Ik ben u ook in dit opzicht ter wille en zal deze stad, waarover u gesproken hebt, niet ondersteboven keren.22Haast u! Vlucht daarheen! Want Ik kan niets doen, totdat u daar bent aangekomen. Daarom gaf men deze stad de naam Zoar.23De zon kwam op boven de aarde, toen Lot in Zoar aankwam.24Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. [Het kwam] van de HEERE uit de hemel.25Hij keerde deze steden en heel de vlakte ondersteboven, met alle inwoners van de steden en het gewas op het land.26Zijn vrouw, [die] achter hem [liep], keek achter zich en werd een zoutpilaar.27En Abraham stond 's morgens vroeg op en [ging] naar de plaats waar hij voor het aangezicht van de HEERE had gestaan.28Hij keek uit over Sodom en Gomorra en over heel het gebied van de vlakte. En zie, hij zag dat er rook van dat land opsteeg, zoals de rook van een oven.29En het gebeurde, toen God de steden van deze vlakte te gronde richtte, dat God aan Abraham dacht. Daarom leidde Hij Lot uit het midden van de verwoesting, toen Hij de steden waarin Lot gewoond had, ondersteboven keerde.30En Lot vertrok uit Zoar en ging met zijn twee dochters in het bergland wonen, want hij was bevreesd om in Zoar te [blijven] wonen. Hij woonde in een grot, samen met zijn twee dochters.31Toen zei de eerstgeborene tegen de jongste: Onze vader is oud en er is geen man in dit land om bij ons te komen op de manier die op de hele aarde gebruikelijk is.32Kom, laten we onze vader wijn te drinken geven en met hem slapen, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.33Zij gaven die nacht hun vader wijn te drinken. De eerstgeborene kwam en sliep met haar vader. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.34En het gebeurde de volgende dag dat de eerstgeborene tegen de jongste zei: Zie, ik heb de afgelopen nacht met mijn vader geslapen; laten we hem ook vannacht wijn te drinken geven. Kom, slaap met hem, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.35Zij gaven hun vader ook die nacht wijn te drinken en de jongste stond op en sliep met hem. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.36Zo werden de twee dochters van Lot zwanger van hun vader.37De eerstgeborene baarde een zoon en gaf hem de naam Moab. Hij is de vader van de Moabieten, tot op deze dag.38De jongste, ook zij, baarde een zoon en gaf hem de naam Ben-Ammi. Hij is de vader van de Ammonieten, tot op deze dag.), dan wrijf je toch je ogen nog eens uit om er zeker van te zijn dat je goed leest wat hier van Lot staat: hij was een “rechtvaardige”. Het staat er zelfs tot drie keer toe.

Hij was allesbehalve een Noach, die gerechtigheid predikte. De rechtvaardigheid van Lot werd niet zichtbaar, ze kwam niet tot uiting, niet in zijn woorden en ook niet in zijn daden. Toch was hij een rechtvaardige en wel innerlijk. Daarom moest het ons ook door de Schrift zelf worden meegedeeld, anders hadden we het nooit geweten. Het strekt Lot uiteraard niet tot eer. Zo strekt het jou ook niet tot eer als niemand van jou zou weten dat je een gelovige bent of als andere gelovigen een vraagteken bij jouw geloof moeten zetten omdat ze er niets van zien.

V88(want deze rechtvaardige heeft, toen hij in hun midden woonde, dag aan dag [zijn] rechtvaardige ziel door [het] zien en horen gekweld met [hun] wetteloze werken). Dat Lot toch een gelovige was, blijkt uit het feit dat hij zwaar leed door wat hij om zich heen zag. Hij zag zedeloze mensen in losbandigheid leven. Hij woonde in hun midden en kwam er dag aan dag mee in aanraking. Hij hoorde hun smerige praat en hij zag hun vuile gedrag. Dat sneed hem allemaal door zijn ziel. Wat hij zag en hoorde, vervulde hem met walging. Wat dat betreft, is hij een voorbeeld voor christenen die zeggen dat het hun niets doet als ze bijvoorbeeld seksueel getinte scènes in een film zien. Snijdt het jou ook door je ziel als je de zedeloze billboards langs de weg ziet of de vuile taal om je heen hoort?

V99dan weet [de] Heer Godvrezenden uit [de] verzoeking te redden, maar onrechtvaardigen te bewaren tot [de] dag van [het] oordeel om gestraft te worden;. De voorbeelden die Petrus heeft genoemd, maken duidelijk dat de Heer onderscheid weet te maken tussen “Godvrezenden” en “onrechtvaardigen”. Dat blijkt uit Zijn handelen met hen. Zijn handelen met de Godvrezenden blijkt uit hun uitredding; Zijn handelen met de onrechtvaardigen blijkt uit het oordeel dat Hij over hen brengt.

Hij weet met welke verzoekingen mensen te maken hebben die eerbied voor Hem hebben. Deze verzoekingen zijn geloofsbeproevingen, het zijn uiterlijke omstandigheden waarin gelovigen zich kunnen bevinden waardoor hun geloof op de proef wordt gesteld. Daaruit weet de Heer de Zijnen te redden. Hij is in staat de omstandigheden te veranderen of er doorheen te helpen of zelfs ook, zoals in het geval van Lot, de gelovige uit die omstandigheden weg te halen.

De onrechtvaardigen worden bewaard voor het oordeel. Geen enkele onrechtvaardige ontkomt aan het oordeel. Niemand kan weglopen voor God. Voor hen die zich niet buigen voor God, wordt de donkerheid van de duisternis bewaard (vers 1717Dezen zijn waterloze bronnen en nevelen door [de] storm voortgedreven, voor wie de donkerheid van de duisternis bewaard wordt.). Dit vormt een grote tegenstelling met de gelovigen die worden bewaard voor de erfenis, terwijl de erfenis bewaard wordt voor hen (1Pt 1:4-54tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in [de] hemelen weggelegd voor u,5die in [de] kracht van God door [het] geloof bewaard wordt tot [de] behoudenis, die gereed is om in [de] laatste tijd geopenbaard te worden.).

V1010en vooral hen die in onreine begeerte [het] vlees achterna gaan en [de] heerschappij verachten. Vermetel, aanmatigend, schromen zij niet [de] heerlijkheden te lasteren,. Na de voorbeelden die de onontkoombaarheid aan Gods oordeel hebben aangetoond, gaat Petrus verder met het aan de kaak stellen van de valse leraren. Onder hen bevindt zich een categorie die nog dieper verdorven handelt dan valse leraren al in het algemeen doen. Het is een categorie lieden die zich overgeeft aan de onreine begeerten van hun vlees en in mateloze arrogantie alle door God gegeven gezag met verachting behandelen. Vooral zij zullen door Gods oordeel worden getroffen.

Het gaat vandaag om ‘christelijke’ leraren die, om te voldoen aan hun eigen onreine begeerten, leren dat je seks kunt hebben met wie je wilt. Daarvoor weten zij de waarheid van Gods Woord zo te manipuleren, dat ze anderen van hun vrijheid overtuigen en op die manier hun lusten kunnen botvieren.

Ze hebben de euvele moed om elk gezag te tarten waardoor zij zich een beperking opgelegd voelen. Ze zijn zo arrogant en hoogmoedig, dat ze geen enkele verhindering voelen om Gods gezag te belasteren en te verwerpen. Lasteren is het vals beschuldigen en met opzet kwaadspreken van iets of iemand, om de ander verachtelijk te maken. Een voorbeeld daarvan heb je in de feministische theologie die de orde die God in de schepping heeft gelegd, afwijst en ontkracht en weigert over God als Vader te spreken.

V1111terwijl engelen, die in sterkte en macht groter zijn, geen lasterend oordeel tegen hen <vanwege [de] Heer> uitbrengen.. In hun vermetelheid en aanmatiging gaat dit soort lieden zover, dat ze zich zelfs boven de machtigste engelen verheffen. Engelen die deze nietige en door en door verdorven mensen in kracht en heiligheid ver te boven gaan (Ps 103:2020Loof de HEERE, [u,] Zijn engelen,
sterke helden, die Zijn woord uitvoeren,
gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
; 2Kn 19:3535Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE [ten strijde] trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neersloeg. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.)
, durven niet te doen wat deze lieden wagen te doen (Jd 1:99De aartsengel Michaël echter durfde, toen hij met de duivel redeneerde en redetwistte over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uitbrengen, maar zei: Moge [de] Heer u bestraffen!; Zc 3:22De HEERE zei echter tegen de satan: De HEERE zal u bestraffen, satan! De HEERE, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze [Jozua] niet een stuk brandhout [dat] aan het vuur ontrukt [is]?). Hun grootspraak en lastering wordt door de houding van deze vele malen grotere machten als volkomen verwerpelijk aangetoond.

V1212Dezen echter, als redeloze dieren, die van nature voortgebracht zijn om gevangen en omgebracht te worden, zullen ook, daar zij lasteren in dingen die zij niet begrijpen, in hun eigen verderf omkomen,. De lieden die zich daaraan schuldig maken, zijn ongelovigen die zich aanmatigend christenen noemen. Ze gedragen zich als “redeloze dieren” en worden daarom daarmee op één lijn gesteld. Bileam wordt zelfs nog onder de dieren gesteld, want hij wordt door een dier terechtgewezen (vers 1616maar een berisping voor zijn eigen wetteloosheid kreeg: [het] stomme lastdier dat met mensenstem sprak, verhinderde de dwaasheid van de profeet.).

Net zomin als redeloze dieren kunnen valse leraren met inzicht over dingen nadenken. Ze begrijpen domweg niet waarover ze het hebben, al gebruiken ze nog zulke geleerde woorden. Net zoals de redeloze dieren naar hun natuur ertoe bestemd zijn om gevangen en omgebracht te worden, worden de valse leraren gevangengenomen en omgebracht. Zij handelen naar hun boze natuur en ontvangen het resultaat van hun handelen.

Ze zijn niet geschapen tot het verderf, alsof ze ertoe bestemd zijn, maar ze komen “in hun eigen verderf” om. Ze brengen zichzelf onder het verderf. Zo zal iemand die er een vrije seksuele leefwijze op na houdt, zich AIDS op de hals kunnen halen en op deze wijze het loon ontvangen dat hoort bij zijn leven in ongerechtigheid.

V1313en [het] loon van [de] ongerechtigheid ontvangen. Zij achten de zwelgpartij overdag een genot; zij zijn vlekken en smetten en zwelgen in hun bedriegerijen, als zij bij u brassen.. Ze oefenen hun activiteiten uit voor loon en dit is de manier waarop God hun dat zal betalen. Ik bedoel hiermee niet dat alle mensen die bijvoorbeeld AIDS hebben, deze ziekte hebben als loon voor hun leven in de ongerechtigheid. Iemand kan deze ziekte ook krijgen door onnauwkeurig handelen van anderen. Ik hoorde van iemand die besmet bloed toegediend kreeg. Iemand kan die ziekte ook oplopen bij het verplegen van deze zieken.

Een “zwelgpartij overdag”, als normale mensen aan het werk zijn, is voor hen het toppunt van genot. In plaats van vrijgevig zijn ze inhalig en schrokkerig. En bedenk daarbij dat Petrus het niet heeft over hun gedrag in de wereld. Hij spreekt over mensen die zich te midden van het christelijke gezelschap bevinden. Ze brassen “bij u”. Ze hebben hun plaats weten in te nemen te midden van de christenen om zich met hen te vermengen. Daar doen ze mee met eten en drinken op een manier die duidelijk maakt waaruit hun leven bestaat.

Juist vanwege dit soort mensen is afzondering noodzaak. Als we hen hun gang laten gaan, ‘bevlekken en besmetten’ ze de christelijke gemeenschap. “Vlekken en smetten” zijn geen sieraad, maar bederven wat mooi en schoon is. Daarom moeten ze verwijderd worden zodra ze zichtbaar worden.

V1414Zij hebben overspelige ogen, die niet ophouden te zondigen; zij verlokken onstandvastige zielen en hebben een hart geoefend in hebzucht, kinderen van [de] vervloeking.. Terwijl ze hun buik tegoeddoen, zwerven hun ogen rusteloos heen en weer om zoveel mogelijk van het vrouwelijk schoon in zich op te slokken (vgl. Jb 31:11Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen;
hoe kan ik dan [begerig] naar een jonge vrouw kijken?
)
. In hun gedachten plegen ze overspel (Mt 5:2828Maar Ik zeg u, dat ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart.). Er is geen rem op hun schransen en er is geen rem op hun seksuele begeerten. Mensen die zich niet kunnen beheersen als het gaat om eten en drinken, kunnen zich vaak ook niet beheersen op andere terreinen. Zij zondigen constant, zonder ook maar een moment pauze.

Ze zoeken hoe ze “onstandvastige zielen”, dat zijn mensen die hun vastheid niet in de Schrift hebben (vgl. Ko 2:77terwijl u geworteld bent en opgebouwd wordt in Hem en bevestigd wordt in het geloof, zoals u is geleerd, <daarin> overvloeiend met dankzegging.), aan zich kunnen binden om er voordeel van te hebben. Dit gedrag komt voort uit “een hart” dat getraind is “in hebzucht”. Ze hebben een gevoel ontwikkeld waardoor ze precies weten wie ze tot prooi van hun hebzuchtige verlangens kunnen maken.

Petrus noemt hen kort en krachtig ”kinderen van [de] vervloeking”. Ze komen voort uit een vloek en zijn een vloek voor allen die zich met hen inlaten. Hun einde is ermee in overeenstemming, want de Heer Jezus zal hen als vervloekten naar het eeuwige vuur verwijzen (Mt 25:4141Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan Zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid;).

V1515Door [de] rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, [de zoon] van Bosor, die [het] loon van [de] ongerechtigheid liefhad,. Dwaalleraren hebben de rechte weg gekend (vgl. 1Sm 12:20-2420Toen zei Samuel tegen het volk: Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad [wel] gedaan, maar wijk niet [langer] van achter de HEERE af, en dien de HEERE met uw hele hart.21Wijk niet af door de nietige [afgoden] na [te volgen], die niet van nut zijn en niet kunnen redden, want zij zijn nietigheden.22Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de HEERE behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken.23En wat mij betreft, er is bij mij geen sprake van dat ik tegen de HEERE zou zondigen door op te houden voor u te bidden; maar ik zal u de goede en juiste weg leren.24Vrees alleen de HEERE, en dien Hem trouw met uw hele hart, want zie welke grote dingen Hij bij u gedaan heeft.; Hs 14:1010Wie is [zo] wijs, dat hij deze dingen begrijpt,
en [zo] verstandig dat hij ze kent?
De wegen van de HEERE zijn immers recht.
De rechtvaardigen zullen daarop wandelen,
maar de overtreders zullen erop struikelen.
)
, dat is de weg van gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord, maar die verlaten. Vervolgens verdraaien ze ook nog de rechte wegen van de Heer (Hd 13:1010O jij, vol van alle bedrog en alle schurkerij, zoon van [de] duivel, vijand van alle gerechtigheid, zul je niet ophouden de rechte wegen van <de> Heer te verdraaien?). Na de dwaling van Bileam (Jd 1:1111Wee hun, omdat zij de weg van Kaïn gegaan zijn en voor loon zich aan de dwaling van Bileam overgegeven hebben en in de tegenspreking van Korach omgekomen zijn.) en de leer van Bileam (Op 2:1414Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u daar hebt die aan de leer van Bileam vasthouden, die Balak leerde de zonen van Israël een strik te spannen, om afgodenoffers te eten en te hoereren.) komen ze terecht op de weg van Bileam en volgen die.

Door te spreken over “de weg van Bileam” stelt Petrus Bileam als hét voorbeeld van het gaan van een weg die van godsdienst handelswaar maakt. Je vindt zijn geschiedenis in Numeri 22-24. Daar blijkt dat hij zich uitgaf voor een profeet van God, terwijl hij Gods volk wilde vervloeken omdat hem daarvoor veel geld werd aangeboden. Dit geld wordt door God aangemerkt als “[het] loon van [de] ongerechtigheid”. Het is loon dat verdiend wordt met het doen van boze werken.

V1616maar een berisping voor zijn eigen wetteloosheid kreeg: [het] stomme lastdier dat met mensenstem sprak, verhinderde de dwaasheid van de profeet.. God verhinderde op bijzondere wijze de dwaasheid van de profeet om Zijn volk te vervloeken. Hij gaf het “stomme lastdier” waarop Bileam reed, het vermogen om “met mensenstem” te spreken. De ezelin berispte Bileam “voor zijn eigen wetteloosheid”. Hij had de ezelin tot drie keer toe geslagen, terwijl de ezelin hem alleen maar had gedragen en hem had beschermd tegen onheil (Nm 22:22-3322De toorn van God ontbrandde echter, omdat hij op weg ging, en een Engel van de HEERE ging hem in de weg staan als [zijn] tegenstander. [Bileam] reed op zijn ezelin, en twee van zijn knechten waren bij hem.23Toen de ezelin de Engel van de HEERE op de weg zag staan, met het getrokken zwaard in Zijn hand, week de ezelin van de weg af en ging het veld in. Toen sloeg Bileam de ezelin om haar [weer] naar de weg terug te drijven.24Maar de Engel van de HEERE ging [nu] op een nauw pad tussen de wijngaarden staan, [met] een muur aan de ene en een muur aan de andere [kant].25Toen de ezelin de Engel van de HEERE zag, drukte ze zich tegen de muur aan en drukte Bileams voet tegen de muur; daarom ging hij door met haar te slaan.26De Engel van de HEERE ging nog verder en ging op een nauwe plaats staan, waar geen weg was om naar rechts of links af te wijken.27Toen de ezelin de Engel van de HEERE zag, ging ze liggen, onder Bileam. Toen ontstak Bileam in woede en hij sloeg de ezelin met een stok.28Toen opende de HEERE de mond van de ezelin en ze zei tegen Bileam: Wat heb ik u misdaan, dat u mij nu driemaal geslagen hebt?29Toen zei Bileam tegen de ezelin: Omdat jij de spot met me drijft. Had ik maar een zwaard in mijn hand, dan zou ik je nu doden!30De ezelin zei tegen Bileam: Ben ik niet uw ezelin, waarop u gereden hebt sinds u [mijn heer] werd, tot op deze dag? Was ik ooit gewend u zo te behandelen? Hij zei: Nee!31Toen ontsloot de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de Engel van de HEERE zag staan op de weg, met zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand. En hij knielde en boog zich neer met zijn gezicht [ter aarde].32De Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom hebt u uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben zelf uitgegaan als [uw] tegenstander, want deze weg wijkt van Mij af.33Maar de ezelin heeft Mij gezien en driemaal is ze voor Mij uitgeweken. Als ze niet voor Mij was uitgeweken, zou Ik u nu zeker hebben gedood, maar haar zou Ik hebben laten leven.). Hij bewees hiermee dat hij blind was voor waarschuwingen en volhardend doorging op zijn zelfgekozen weg. Door de ezelin tot hem te laten spreken maakte God duidelijk hoe dwaas de profeet was. In aansluiting daarop liet God Bileam toe zijn weg te vervolgen, terwijl Hij hem dwong om Zijn volk te zegenen.

Ook vandaag heeft God Zijn methoden om tot dwaalleraren te spreken en vaak doet Hij dat ook op een wijze die hardnekkige, geldbeluste dwaalleraren verachtelijk maakt. Het zou goed zijn als zij daarnaar zouden luisteren tot hun behoudenis, anders zullen ze delen in het lot van Bileam (Nm 31:88Behalve hen die door hen verslagen werden, doodden zij ook de koningen van Midian: Evi, Rekem, Zur, Hur en Reba, de vijf koningen van Midian; ook doodden zij Bileam, de zoon van Beor, met het zwaard.).

Lees nog eens 2 Petrus 2:7-16.

Verwerking: Welke kenmerken worden in deze verzen van valse leraren gegeven?


Zich afwenden van de bekende weg

17Dezen zijn waterloze bronnen en nevelen door [de] storm voortgedreven, voor wie de donkerheid van de duisternis bewaard wordt. 18Want door vruchteloze gezwollen taal te uiten verlokken zij door vleselijke begeerten, door losbandigheden hen die sinds kort ontvlucht waren aan hen die in dwaling wandelen. 19Zij beloven hun vrijheid, terwijl zijzelf slaven van het verderf zijn; want door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men geworden. 20Want als zij door [de] kennis van <onze> Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. 21Want het was beter voor hen geweest de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben zich af te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd. 22Hun is overkomen wat het ware spreekwoord zegt: ‘[De] hond is teruggekeerd naar zijn eigen braaksel’, en: ‘[De] gewassen zeug tot [het] wentelen in [de] modder’.

V1717Dezen zijn waterloze bronnen en nevelen door [de] storm voortgedreven, voor wie de donkerheid van de duisternis bewaard wordt.. Valse leraren zijn gelijk aan “waterloze bronnen”. Ze beloven verkwikking aan mensen die daaraan behoefte hebben, maar in plaats daarvan geven ze niets. Er komt geen levend water uit de bron die zij voorgeven te zijn, maar de dood. Dat staat lijnrecht tegenover de bron van water die de Heer Jezus is. Hij geeft water dat in ieder die het ontvangt tot een bron van water wordt waarmee ze anderen kunnen verkwikken (Jh 4:1414maar ieder die drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in [het] eeuwige leven.; 7:38-3938Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.39Dit nu zei Hij van de Geest, Die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want [de] Geest was [er] nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.). Van die bron hebben dwaalleraren nooit gedronken, want ze willen niet geloven in Hem Die de bron is. Zij zijn te vergelijken met gebroken bakken die geen water houden (Jr 2:1313Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan:
Mij, de bron van levend water,
hebben zij verlaten,
om zich bakken uit te hakken,
lekkende bakken,
die geen water houden.
)
.

Deze lieden zijn ook te vergelijken met “nevelen door [de] storm voortgedreven”. Als iemand in nevelen is gehuld, weet hij niet waar hij is en kan hij ook onmogelijk iemand anders de weg wijzen. Nevel biedt geen enkel houvast en geen enkele oriëntatie. Zo is hun taalgebruik mistig, hun uitspraken zijn zweverig, de toon is zalvend. Ze spreken alleen tot het gevoel.

Ze worden genadeloos en rusteloos met grote kracht voortgedreven door ongrijpbare machten (vgl. Jk 3:44Zie, ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn en door harde winden worden voortgedreven, worden door een zeer klein roer gestuurd waarheen de opzet van de stuurman wil.). Je kunt ervoor bewaard blijven heen en weer bewogen te worden door elke wind van leer als je acht geeft op het onderwijs van de gaven die door de Heer gegeven zijn aan Zijn gemeente (Ef 4:14-1514opdat wij niet meer onmondigen zijn, heen en weer bewogen en rondgedreven door elke wind van de leer, door de bedriegerij van de mensen, door [hun] sluwheid om door listen te doen dwalen,15maar terwijl wij de waarheid vasthouden in liefde, in alles opgroeien tot Hem Die het hoofd is, Christus,).

De nevelen waarin de dwaalleraren gehuld zijn en waarin zij anderen hullen die naar hun leringen luisteren, zullen overgaan in volledige “donkerheid van de duisternis”. In de nevelen hebben ze zichzelf en anderen gehuld, terwijl de donkerheid van de duisternis wordt door God voor hen bewaard. Daar komen ze terecht omdat God hen daar zal brengen.

Het is de plaats waar alle licht afwezig is. God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis (1Jh 1:55En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.). In de donkerheid van de duisternis ontbreekt elk spoortje van Gods aanwezigheid. Er is voor een mens niets wat erger is dan dat God Zijn handen van hem aftrekt en hem volledig prijsgeeft aan dat waarvoor hij heeft gekozen.

V1818Want door vruchteloze gezwollen taal te uiten verlokken zij door vleselijke begeerten, door losbandigheden hen die sinds kort ontvlucht waren aan hen die in dwaling wandelen.. Dwaalleraren praten veel, maar zeggen niets. Het is allemaal gebakken lucht, opgeblazen, hol en zonder inhoud. Tallozen laten zich erdoor in de maling nemen en vertrouwen en bouwen op die nietszeggende woorden. Hun taal staat bol van woorden die de “vleselijke begeerten” actief maken. Hun valse leer spreekt aan omdat het mensen het lekkere gevoel geeft dat ze aan hun seksuele begeerten op losbandige wijze kunnen voldoen en zich ook aan allerlei ander kwaad ongeremd kunnen overgeven.

Hun woorden vinden ingang bij hen die nog steeds op zoek zijn naar de ware zin van het leven omdat ze die niet vonden in het gezelschap van dwalende mensen waartoe ze eerst behoorden. Op hun zoektocht hebben ze ook hun oor te luisteren gelegd bij deze dwaalleraren. Omdat ze zelf geen enkel houvast aan de waarheid van Gods Woord hebben en ook naïef zijn in het persoonlijk onderzoeken daarvan, vallen ze in de grijpgrage handen van deze boze lieden.

V1919Zij beloven hun vrijheid, terwijl zijzelf slaven van het verderf zijn; want door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men geworden.. Het aas dat de valse leraren onstabiele zielen voorhouden, is de belofte van “vrijheid”. Vrijheid in elk opzicht is het hoogste goed voor de autonome mens. Ook in de gemeente van God moet vrijheid zijn, vinden ze. We moeten geen slaven van tradities zijn. Je moet je eigen invulling aan het leven met God kunnen geven. Hoe je dat doet, daar heeft een ander niets mee te maken. Gezag erken je niet, je bepaalt zelf wat je wilt. Die boodschap gaat erin als zoete koek. Verantwoordelijkheid wordt niet gevraagd. Het gaat om genot, om mijn genot welteverstaan.

Maar de mensen die dit prediken, zijn zelf “slaven van het verderf” (Jh 8:3434Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: ieder die de zonde doet, is een slaaf <van de zonde>.; Rm 6:1616Weet u niet, dat voor wie u zich als slaven stelt om te gehoorzamen, u slaven bent van hem die u gehoorzaamt, of van [de] zonde tot [de] dood, of van [de] gehoorzaamheid tot gerechtigheid?). Ze zijn “overmeesterd” door de duivel en aan hem onderworpen. Ze laten zich door hem gebruiken, maar zijn er blind voor dat ze niets anders zijn dan zijn handlangers. In hun luid proclameren van vrijheid beseffen ze niet dat ze als slaaf van de duivel zijn spreekbuis zijn.

Jij bent daarentegen een slaaf van God geworden (Rm 6:12-1412Laat dan de zonde niet regeren in uw sterfelijk lichaam om aan zijn begeerten te gehoorzamen.13En stelt uw leden niet voor de zonde tot werktuigen van [de] ongerechtigheid, maar stelt uzelf voor God als uit [de] doden levend [geworden], en uw leden voor God tot werktuigen van [de] gerechtigheid.14Want [de] zonde zal over u niet heersen; want u bent niet onder [de] wet, maar onder [de] genade.) omdat God jou daartoe heeft overmeesterd door Zijn liefde. Dat heeft je in de ware vrijheid gebracht. Ware vrijheid wil zeggen dat je onder de gehoorzaamheid van God bent met daarbij een nieuwe natuur die niets liever wil dan Hem gehoorzaam zijn. Zolang een mens niet onder de heerschappij van de Heer Jezus is, is hij niet vrij, want alleen de Heer Jezus kan werkelijk vrijmaken (Jh 8:3636Als dan de Zoon u zal vrijmaken, zult u werkelijk vrij zijn.).

V2020Want als zij door [de] kennis van <onze> Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.. Het gaat om hen die eerst de weg van de christen zijn gegaan, maar afvallig geworden zijn. Ze hebben eerst beleden christen te zijn, maar zijn weer teruggekeerd naar de uiterlijke onreinheid van de wereld, “de bevlekkingen van de wereld”, waaraan ze eerst, door christen te worden, ontkomen waren (2Pt 1:44waardoor Hij ons de kostbare en zeer grote beloften geschonken heeft, opdat u daardoor deelgenoten van [de] Goddelijke natuur zou worden, ontkomen aan het verderf dat door [de] begeerte in de wereld is.). Het is duidelijk dat bij de mensen om wie het hier gaat, alles slechts uiterlijke schijn geweest is. Hun kennis blijkt niet anders dan alleen een uiterlijke, verstandelijke, kennis te zijn.

Mensen kunnen tot de conclusie komen dat het christendom van alle wereldgodsdiensten de beste papieren heeft. Het is een godsdienst van verdraagzaamheid en zorgzaamheid en vrijheid. Dat kan aanspreken en iemand tot een aanhanger daarvan maken. Van enige overtuiging van zonde en berouw daarover, van de noodzaak van bekering tot God en van redding door het bloed van Christus is geen sprake. Innerlijk is er dan ook niets veranderd.

Wat hen in het christendom heeft aangetrokken, wordt slechts in egoïstische zin beleefd: anderen moeten mij verdragen, anderen moeten ervoor zorgen dat ik aan mijn trekken kom, ik ben vrij om te doen waar ik zin in heb. Ze belijden Jezus als Heer en Heiland, maar niet op de manier die de Bijbel aangeeft. Hun belijdenis dat Hij Heer is, is slechts een lippenbelijdenis (Mt 7:21-2321Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van Mijn Vader Die in de hemelen is.22Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door Uw Naam geprofeteerd en door Uw Naam demonen uitgedreven en door Uw Naam vele krachten gedaan?23En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid!; Lk 6:4646En waarom noemt u Mij Heer, Heer, en doet niet wat Ik zeg?). Hun belijdenis dat Hij Heiland is, is niet meer dan de belijdenis dat Hij een ‘Heelmaker’ – die betekenis zit ook in het woord ‘Heiland’ – is van situaties waar ze zelf geen weg meer mee weten.

Zodra zulke mensen met dwaalleraren te maken krijgen, blijken ze in hoge mate vatbaar te zijn voor wat deze lieden uitkramen. De valse voorstelling die ze van de Heer Jezus hebben, is een prima toebereide bodem voor het ontvangen van nog meer verderfelijke voorstellingen over Hem. Als ze eenmaal in het kielzog van de valse leraren zijn terechtgekomen, worden ze onweerstaanbaar meegesleurd naar “de bevlekkingen van de wereld” waarin ze vroeger vastzaten en raken opnieuw daarin “verstrikt”. Eenmaal verstrikt is er geen verweer meer en worden ze erdoor “overmeesterd”. De wereld heeft hen weer volledig in haar greep. Hun situatie wordt dan erger dan toen ze zich uiterlijk bekeerden (vgl. Mt 12:4545Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht.).

V2121Want het was beter voor hen geweest de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben zich af te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd.. Hoe groter de voorrechten zijn die een mens heeft, des te groter is zijn verantwoordelijkheid om daarmee in overeenstemming te leven. Daarom zal iemand die de wil van God heeft gekend en die niet heeft gedaan met dubbele slagen worden geslagen (Lk 12:47-4847Die slaaf nu, die de wil van zijn heer heeft gekend, en [zich] niet bereid en niet naar zijn wil gedaan heeft, zal met vele [slagen] worden geslagen;48maar wie die niet gekend en dingen gedaan heeft die slagen waard zijn, zal met weinige worden geslagen. Ieder nu wie veel gegeven is, van hem zal veel worden geëist; en wie veel is toevertrouwd, van hem zal men des te meer vragen.). Het lijkt net alsof het maar gevaarlijk is om veel van Gods Woord te weten en dat het veiliger is om je maar van de domme te houden. Een dergelijke opvatting getuigt echter niet van liefde voor de Heer Jezus en Gods Woord.

Petrus zegt dit met het oog op hen die zich met de borst vooruit uitgeven als christenen die het allemaal weten en bij wie iedereen terecht kan om de waarheid te leren kennen. Je moet er wel voor betalen natuurlijk. Zulke mensen zijn veel meer verantwoordelijk dan mensen die niet met de Bijbel zijn opgegroeid. Zij hebben lak gehad aan “het heilige gebod” van de Heer, dat is het woord van de Heer om heilig te zijn (1Pt 1:1616want er staat geschreven: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’.). Zij zijn slechts uiterlijk heilig geweest, zonder een heilige natuur te bezitten als gevolg van bekering en geloof.

V2222Hun is overkomen wat het ware spreekwoord zegt: ‘[De] hond is teruggekeerd naar zijn eigen braaksel’, en: ‘[De] gewassen zeug tot [het] wentelen in [de] modder’.. Zij die bekend zijn geweest met de betekenis van het christendom en daar zelfs een tijd in hebben meegelopen en dan toch weer kiezen voor het verderf van de wereld, lijken op een hond en een varken. Petrus gebruikt een spreekwoord of beeldspraak met twee beelden die beide een waarheidsgetrouwe uiting zijn van wat er gebeurt als iemand het christelijk geloof heeft beleden en vervolgens terugkeert naar de wereld.

Het eerste beeld is dat van een hond. Een hond is een onrein dier dat zonder gevoel zich vraatzuchtig en schaamteloos volvreet met wat hij vindt of krijgt (Js 56:1111Deze honden zijn vraatzuchtig,
zij kennen geen verzadiging.
Ja, zij zijn herders
die niet tot inzicht weten te komen.
Zij allen keren zich naar hun [eigen] weg,
ieder [is uit] op eigen gewin, niemand uitgezonderd.
)
. Een hond kent geen maat. Als hij te veel heeft gevreten, braakt hij het uit. Als hij weer honger krijgt, vreet hij zijn eigen braaksel op. Dit beeld is van toepassing op mensen die eerst de wereld vaarwel hebben gezegd en daar, aangespoord door dwaalleraren, weer naar terugkeren. Ze hadden geen innerlijke voldoening gevonden in de wereld en waren daaruit weggegaan. Nu keren ze er toch weer naar terug. Hieruit blijkt dat zij innerlijk niet werkelijk zijn veranderd. De hond is een hond gebleven.

Ze zijn niet alleen innerlijk tot de wereld, het braaksel, teruggekeerd. Het is ook te zien aan hun leven. Uiterlijk zijn ze als het varken dat terugkeert tot het wentelen in de modder. Je kunt een varken schoonspuiten en lekker laten ruiken, maar zodra het dier de kans krijgt zich weer in de modder te wentelen, zal het dat doen. Het voelt zich thuis in de modder. Dat is het grote verschil met een schaap, die een beeld is van de gelovige. Een schaap kan in de modder vallen, maar voelt zich er niet thuis en zal er weer uit weg willen.

Lees nog eens 2 Petrus 2:17-22.

Verwerking: Om wat voor soort mensen gaat het hier?


Lees verder