2 Johannes
1-2 Afzender en geadresseerden 3-7 Wandelen in waarheid en liefde 8-13 De leer van Christus
Afzender en geadresseerden

1De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen, 2ter wille van de waarheid die in ons blijft en met ons zal zijn tot in eeuwigheid:

V11De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen,. De schrijver, Johannes, stelt zich, zonder zijn naam te noemen, aan de lezers voor als “de oudste”. Dit betekent dat hij op eerbiedwaardige leeftijd is en als ervaren gelovige zijn brief schrijft. Hij schrijft niet als apostel, hoewel hij dat is. Je proeft hierin het hart van de herder die bezorgd is voor de schapen van de kudde van de Heer Jezus.

Hij schrijft deze brief, met daarin de waarschuwing zich te hoeden voor de antichristelijke leer, “aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen”. Dat is niet voor niets. Een vrouw laat zich namelijk snel misleiden, zoals al in het paradijs is gebleken (1Tm 2:1414en Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding.). De zonde kwam in de wereld doordat de satan Eva wist te verleiden. Paulus heeft het over valse leraren, die zich vooral tot vrouwen wenden (2Tm 3:6-76Want onder hen zijn er, die de huizen binnensluipen en vrouwspersonen inpalmen die met zonden beladen zijn en gedreven worden door allerlei begeerten,7[vrouwen] die altijd leren en nooit tot kennis van [de] waarheid kunnen komen.). Sekteleiders bezoeken meestal overdag de huizen, als de mannen veelal niet thuis zijn. Ook kinderen kunnen de deur opendoen. Daarom worden ook zij in deze brief gewaarschuwd voor de verleiders.

Johannes noemt de vrouw “uitverkoren”. Hoe kan hij dat weten? Niet omdat hij in de boeken van God heeft gekeken, maar omdat haar leven een open boek is. Haar leven getuigt ervan dat zij een gelovige en daarom een uitverkorene is (vgl. 1Th 1:4-54daar wij weten, door God geliefde broeders, dat u uitverkoren bent.5Want ons evangelie kwam tot u niet alleen in woord, maar ook in kracht en in [de] Heilige Geest en <in> zeer volle zekerheid; u weet immers hoe wij onder u geweest zijn ter wille van u.). Door haar met deze woorden aan te spreken geeft hij uiting aan zijn achting voor haar, zonder dat hij in vleierij vervalt. Het moet de vrouw goed hebben gedaan en haar blij hebben gemaakt. Het doet jou toch ook goed als iemand tegen je zegt dat aan je leven te zien is dat je christen bent? Het is niet iets om trots op te worden, maar je mag het wel met dankbaarheid als een bemoediging van de Heer aannemen.

Het is niet ondenkbaar dat de uitverkoren vrouw een weduwe is. Er wordt geen man aangesproken of genoemd. Als die er was geweest, was het wel onfatsoenlijk en onhoffelijk geweest om haar aan te spreken en hem te negeren. De man is immers het hoofd van het gezin. Het is ook opmerkelijk dat Johannes het woord ‘geliefde’ in deze brief niet gebruikt. Dit begrip gebruikt hij wel in de eerste en de derde brief. Hier doet hij dat niet, om verkeerde gedachten over zijn verhouding tot haar uit te sluiten. Hij spreekt ook de kinderen aan en laat hen in zijn liefde delen.

Zijn liefde voor de vrouw en haar kinderen is een liefde “in waarheid”. Liefhebben in waarheid wil zeggen dat het een waarachtige liefde is, een liefde zonder vleselijke bijbedoelingen. Het is een liefde die door de waarheid wordt gedragen en erdoor wordt omgeven. In zijn liefde voor hen delen “allen die de waarheid kennen”. ‘De waarheid kennen’ betekent God kennen, zoals Hij Zich in Christus heeft geopenbaard. De Heer Jezus is de waarheid over en aangaande God (Jh 14:6-106Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.7Als u Mij had gekend, zou u ook Mijn Vader hebben gekend; en van nu aan kent u Hem en hebt Hem gezien.8Filippus zei tot Hem: Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg.9Jezus zei tot hem: Ben Ik zo lange tijd bij u en heb je Mij niet gekend, Filippus? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: Toon ons de Vader?10Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet vanuit Mijzelf, maar de Vader Die in Mij blijft, Die doet de werken.). Ook de Geest is de waarheid (1Jh 5:66Deze is het Die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus; niet door het water alleen, maar door het water en door het bloed. En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.). Door de Geest leren we de volle waarheid kennen van Wie God is. Wie de waarheid kent, heeft ook de broeders lief, want ook zij zijn uit de waarheid.

V22ter wille van de waarheid die in ons blijft en met ons zal zijn tot in eeuwigheid:. De liefde van Johannes is niet alleen waarachtig, in waarheid (vers 11De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen,), maar zijn liefde is ook “ter wille van de waarheid”. Zijn liefde komt niet alleen tot uiting in een waarachtig handelen, een handelen vanuit de waarheid, maar is tegelijk ook een handelen dat getuigenis geeft van de waarheid. Dat handelen houdt de waarheid hoog.

De waarheid, zegt Johannes tot de vrouw en haar kinderen, verblijft in ons. Hij geeft daarmee aan dat Jezus Christus, Die de waarheid is, in je verblijft. Hij zal ook met je zijn tot in eeuwigheid. Je hebt Hem als je leven ontvangen. Dat heeft Johannes je in zijn eerste brief duidelijk laten zien. Dat leven zul je nooit kwijtraken. Tegelijk is het een leven dat met je is. Je zult Hem ook altijd als Persoon, als het Voorwerp van je bewondering, bij je hebben (Mt 28:2020En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw.; vgl. Jh 14:16-1716En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Voorspraak geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid:17de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; u kent Hem, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn.).

Lees nog eens 2 Johannes 1:1-2.

Verwerking: Waar gaat het in deze brief om? Waarom is hij aan een vrouw en haar kinderen geschreven?


Wandelen in waarheid en liefde

3genade, barmhartigheid, vrede zal met ons zijn van God [de] Vader en van <[de] Heer> Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde. 4Ik heb mij zeer verblijd, dat ik [sommigen] van uw kinderen heb gevonden die in [de] waarheid wandelen, zoals wij een gebod ontvangen hebben van de Vader. 5En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schreef, maar dat wat wij van [het] begin af hebben gehad: dat wij elkaar zouden liefhebben. 6En dit is de liefde, dat wij naar Zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, zoals u van [het] begin af hebt gehoord dat u daarin zou wandelen. 7Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in [het] vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.

V33genade, barmhartigheid, vrede zal met ons zijn van God [de] Vader en van <[de] Heer> Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.. In de twee brieven gericht aan Timotheüs, dus ook aan een persoon, ben je in de aanhef ook de woorden “genade, barmhartigheid, vrede” tegengekomen (1Tm 1:22aan Timotheüs, [mijn] echt kind in [het] geloof: genade, barmhartigheid en vrede van God <de> Vader en van Christus Jezus, onze Heer.; 2Tm 1:22aan Timotheüs, [mijn] geliefd kind: genade, barmhartigheid, vrede van God [de] Vader en van Christus Jezus, onze Heer.). Alleen is het daar meer een wens – ‘zij met u’ –, terwijl het hier als een verzekering gegeven wordt, “zal met ons zijn”. Het is ook niet iets wat Johannes alleen voor de vrouw en haar kinderen vaststelt, maar ook voor zichzelf, wat je ziet aan het woord “ons”.

“Genade” is een prachtige en zekerheid gevende uiting van de liefde van God. God betoont genade, zonder dat daarop een beroep wordt gedaan. Goddelijke liefde gaat in genade uit naar mensen zonder hoop. “Barmhartigheid” heeft meer te maken met de omstandigheden waarbij je de ontferming van God zo nodig hebt. Het is het persoonlijke medeleven van God in je leven op aarde, waarbij Hij voorziet in de persoonlijke behoeften in tijden van zwakheid en beproeving. Een direct gevolg van het kennen van de genade en barmhartigheid van God is dat je “vrede” in je hart hebt in de omstandigheden waarin je bent.

Deze drie zegeningen komen van Goddelijke Personen Die op een bijzondere wijze worden voorgesteld en op bijzondere wijze met elkaar in verbinding staan. Dat maakt het zo rijk en vast. Het woord “van” staat zowel voor ‘God de Vader’ als voor ‘de Heer Jezus Christus’. Dat toont de gelijkheid van de beide Goddelijke Personen aan. Bij ‘God de Vader’ voel je je geborgen. Bij ‘de Heer Jezus Christus’ – Hij wordt hier met Zijn volle naam genoemd – denk je aan drie verhoudingen waarin je tot Hem staat. Hij is je ‘Heer’, dat is Degene Die gezag over je heeft; Hij is ook ‘Jezus’ dat is de Mens op aarde Die jou van je zonden heeft verlost (Mt 1:2121Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden.); tevens is Hij ‘Christus’, dat is Hij in Wie God al Zijn welbehagen heeft gevonden en in Wie jij gezegend bent met alle geestelijke zegening in de hemelse gewesten (Ef 1:33Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemelse [gewesten] in Christus,).

Een extra bijzonderheid is de aanduiding “de Zoon van de Vader”. Die komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. Deze naam past dan ook volledig bij het karakter van deze brief, waarin het over de uiterst belangrijke waarheid van Zijn Persoon gaat. De Zoon is volmaakt God en volmaakt Mens en tevens is Hij de eeuwige Zoon. De Heer Jezus is dé Zoon van dé Vader. Er is maar één Zoon en maar één Vader. Dat is de waarheid. Alles wat daar anders over wordt gezegd, is leugen. Alle waarheid van de brieven van Johannes heeft deze waarheid tot kern- en uitgangspunt.

Het slot van de groet, “in waarheid en liefde”, geeft de sfeer aan waarin de verhouding tussen Johannes en de vrouw en tussen de gelovigen onderling wordt genoten. Er zijn geen oneerlijke of duistere en leugenachtige elementen in aanwezig. Waar de waarheid de liefde vergeet, wordt het hart koud en is de kennis slechts hoofdkennis. Waar de liefde ten koste van de waarheid gaat, heeft liefde niets met Gods liefde te maken, maar is ze verworden tot een menselijke, vleselijke emotie.

V44Ik heb mij zeer verblijd, dat ik [sommigen] van uw kinderen heb gevonden die in [de] waarheid wandelen, zoals wij een gebod ontvangen hebben van de Vader.. Johannes spreekt zijn grote blijdschap uit over enkele kinderen van de vrouw die, naar het lijkt, niet meer thuis wonen. Het lijkt erop dat Johannes hen elders heeft getroffen. Dit getuigenis over haar kinderen moet de moeder ook goed hebben gedaan. Al haar inspanning is erop gericht geweest hen van de waarheid te overtuigen en hen daarin te doen wandelen. Haar inspanningen hebben blijkbaar resultaat, want nu ze uit huis zijn, laten zij in hun leven de uitwerking zien van wat ze van huis uit hebben meegekregen. Zij zal net zoveel zorg hebben gehad over haar uitwonende kinderen als Job dat lang geleden had (Jb 1:55Het gebeurde dan, als de dagen van de maaltijden voorbij waren, dat Job [hen] bij zich riep en hen heiligde. Hij stond 's morgens vroeg op en bracht brandoffers, voor ieder van hen één, want Job zei: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart vaarwel gezegd. Zo deed Job alle dagen.). Wat Johannes haar meedeelt, is de beloning voor het trouw uitstrooien van het zaad in de harten van haar kinderen. Het toont haar instelling ten opzichte van haar kinderen.

Het voorgaande hoeft niet te betekenen dat de vrouw andere kinderen had die niet in de waarheid wandelden. Er staat “[sommigen] van uw kinderen”. Mogelijk kent Johannes niet alle kinderen, hoewel hij zich in vers 11De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen, wel tot alle kinderen richt. Het kan zijn dat ze nog jongere kinderen thuis heeft. Wandelen in de waarheid wil zeggen dat je dagelijks leeft in de sfeer van de waarheid, dat is in wat God van Zichzelf in Christus heeft laten zien. Elk facet van je leven behoort dat kenmerk te dragen.

Voordat Johannes de vrouw gaat zeggen dat ze haar deur moet sluiten en vergrendelen voor dwaalleraren, spreekt hij eerst over het gebod van de liefde. Hij plaatst het wandelen in de waarheid op hetzelfde niveau als het gebod van de liefde. Het is niet mogelijk in de waarheid te wandelen als er geen liefde is. Het is “een gebod … van de Vader” dat je in het leven van de Heer Jezus waargemaakt ziet. De Vader bepaalde de voetstappen van de Heer Jezus. Vanuit Zijn liefde voor de Vader ging Hij de weg die de Vader Hem toonde. Het gebod is dat van de liefde en de liefde brengt tot het houden van de geboden.

V55En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schreef, maar dat wat wij van [het] begin af hebben gehad: dat wij elkaar zouden liefhebben.. Over het gebod van de liefde heeft Johannes een vraag aan de vrouw en dat is dat het elkaar liefhebben ook werkelijk in praktijk wordt gebracht. Hij geeft geen nieuwe versie van het gebod, hij voegt er niets aan toe, hij verandert er helemaal niets aan. Het kan natuurlijk wel beter begrepen worden, meer in praktijk worden gebracht. Dat is wat hij de vrouw vraagt. Het liefdegebod vraagt om een praktische uitwerking die altijd beter kan. Je kunt nooit zeggen: ‘Nu betoon ik genoeg liefde, meer hoeft niet’ (vgl. 1Th 4:1010want u doet dat ook jegens alle broeders in heel Macedonië. Maar wij vermanen u, broeders, daarin nog overvloediger te zijn).

Het betreft “niet … een nieuw gebod”, want de Heer Jezus heeft het al gegeven (Jh 13:3434Een nieuw gebod geef Ik u: dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u heb liefgehad, dat ook u elkaar liefhebt.). De Heer spreekt wél over een nieuw gebod. Dat is omdat het op een nieuwe wijze, Zijn wijze, wordt waargemaakt. Het is ook nieuw omdat het ook waargemaakt kan worden door Zijn discipelen, want zij hebben Hem als hun leven. Het is een nieuw gebod vanaf het begin, dat wil zeggen vanaf het optreden van de Heer Jezus als Mens op aarde.

V66En dit is de liefde, dat wij naar Zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, zoals u van [het] begin af hebt gehoord dat u daarin zou wandelen.. Het oude gebod was opgelegd aan de mens in het vlees en was bedoeld om daardoor leven te krijgen. Het nieuwe gebod hoort bij het nieuwe leven, dat is Christus. Het is niet bedoeld om leven te krijgen, maar om het leven te leven. Jij hebt nieuw leven en je hebt de Heilige Geest ontvangen. Daardoor kun je dat nieuwe gebod waarmaken. Je kunt zeggen dat het nieuwe gebod nieuw is ten opzichte van het oude gebod in de volgende aspecten:
1. het wordt niet gegeven als een voorwaarde om te leven;
2. het is in Christus volmaakt verwerkelijkt;
3. het is gericht tot mensen die nieuw leven bezitten;
4. deze mensen staan in relatie tot God als kinderen tot de Vader;
5. de norm is nieuw, want liefhebben kan nu gebeuren ‘zoals Ik u heb liefgehad’.

De ware liefde wordt getoetst aan het feit of er naar de geboden van God wordt gewandeld. Er kan wel worden gezegd dat men elkaar liefheeft, maar dat is alleen waar als blijkt dat de geboden van God het leven bepalen. Elkaar liefhebben is met elkaar omgaan in overeenstemming met Gods geboden. De liefde van de christen is niet in de eerste plaats een gevoel, maar een daad van gehoorzaamheid.

V77Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in [het] vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.. De activiteiten van de “vele verleiders” die in de wereld zijn uitgegaan, maken het noodzakelijk dat de gelovigen in waarheid en liefde wandelen. Omdat de vrouw gastvrij is en werkers voor de Heer ontvangt en zij hun voedsel en onderdak aanbiedt, moet ze gewaarschuwd worden voor deze verleiders, die haar goedheid zouden misbruiken.

Hoe moet zij er nu achter komen of zij met een verleider te maken heeft, die de huizen binnensluipt en vrouwtjes gevangenneemt (2Tm 3:66Want onder hen zijn er, die de huizen binnensluipen en vrouwspersonen inpalmen die met zonden beladen zijn en gedreven worden door allerlei begeerten,)? Verleiders zullen niet zeggen dat zij dienaars van de satan zijn en dat zij erop uit zijn de heiligen te misleiden (2Ko 11:13-1513Want zulke [mensen] zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.14En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.15Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van [de] gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken.). De apostel vertelt haar dat de verleiders zijn te herkennen aan wat ze niet belijden. Niet belijden betekent in werkelijkheid loochenen (1Jh 2:2222Wie is de leugenaar dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.).

Een verleider is iemand die een ander op een verkeerde weg voert. Het woord is afgeleid van ‘doen dwalen’ of ‘doen zwerven’. Het zijn mensen die zijn uitgegaan om de christenheid te verderven met boze leringen. Zij belijden Jezus Christus, maar “niet … als in [het] vlees gekomen”. In het vlees gekomen houdt in dat Hij bij Zijn komst vlees geworden is, dat wil zeggen Mens geworden is en dat altijd zal blijven. Vanaf Zijn komst in het vlees behoort Zijn Mens zijn evenzeer tot Zijn Persoon als Zijn Godheid.

De loochening van het waarachtig Mens zijn van de Heer Jezus heeft ernstige consequenties voor het geloof. Als Hij namelijk niet waarachtig mens zou zijn geweest, zouden wij nooit behouden hebben kunnen worden. Door een mens was de zonde in de wereld gekomen en alleen een mens kon de zonde wegnemen. Dat heeft de Mens Jezus Christus gedaan.

De vele verleiders worden geïnspireerd door “de verleider en de antichrist”. De geest van die boze persoon is in veel personen werkzaam. Ieder van de vele verleiders heeft persoonlijk een directe verbinding met dé verleider en dé antichrist. Een verleider is een voorafschaduwing en voorloper van die ene verleider en antichrist en bereidt voor hem de weg. Door deze verleiders wordt het fundament van het christelijk geloof aangetast. Dat gebeurt door het loochenen van de komst van Christus in het vlees.

Lees nog eens 2 Johannes 1:3-7.

Verwerking: Waarom is het belangrijk om in waarheid en liefde te wandelen?


De leer van Christus

8Let op uzelf, opdat u niet te gronde richt wat wij bewerkt hebben, maar een vol loon ontvangt. 9Ieder die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet. Wie in de leer blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. 10Als iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en begroet hem niet. 11Want wie hem begroet, heeft gemeenschap met zijn boze werken. 12Hoewel ik u veel te schrijven heb, wilde ik het niet doen met papier en inkt, maar ik hoop tot u te komen en van mond tot mond te spreken, opdat onze blijdschap volkomen zal zijn. 13De kinderen van uw uitverkoren zuster groeten u.

V88Let op uzelf, opdat u niet te gronde richt wat wij bewerkt hebben, maar een vol loon ontvangt.. De oproep “let op uzelf” leidt de grote waarschuwing in die Johannes voor deze zuster heeft met het oog op de antichristelijke verleiders. Deze lieden vallen de Zoon aan en leren dingen over Hem die lasterlijk zijn. Die mensen komen aan de deur om hun valse leringen te brengen. De vrouw moet zich niet met hen inlaten en mag ze niet ontvangen. Je hoeft niet alle valse leringen over de Heer Jezus te kennen. Het is voldoende als je de leer van de Schrift over Hem kent.

Johannes spreekt over zichzelf en zijn medewerkers. Zij die door hen tot geloof zijn gekomen, moeten erop letten dat zij het werk van de apostelen niet tenietdoen door het oor te lenen aan de verleider. Wie niet op zichzelf let en meent met dwaalleraren contact te kunnen hebben, zal het loon moeten missen dat hij anders zou hebben gekregen. Als de vrucht van de arbeid blijft bestaan tot het einde, wordt dat de ontvanger van het onderwijs toegerekend. Dat is zo als de gelovigen zich niet openstellen voor verleiders.

V99Ieder die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet. Wie in de leer blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon.. “De leer van Christus” is niet de leer die Christus heeft gebracht, eerst Zelf en later door Zijn apostelen. Het is de leer waarvan Hij het onderwerp is, de leer die Hem betreft. De belangrijke kenmerken van de leer van Christus worden door ieder kind van God van harte geloofd en beleden, terwijl de duivel zijn uiterste best doet om daarover valse leringen te verbreiden. De leer van Christus betreft in elk geval: Zijn eeuwige Godheid, Zijn maagdelijke geboorte, Zijn volmaaktheid als Mens, Zijn zondeloosheid, de onmogelijkheid om te zondigen, Zijn plaatsvervangend lijden, Zijn lichamelijke opstanding, verheerlijking en wederkomst.

Elke afwijking van deze leer moet door jou met kracht van de hand worden gewezen. Het verschil tussen de leer van Christus en wat daarvan afwijkt en hoe je dat ontdekt, is als volgt te illustreren. Het is ermee als met iemand die wordt opgeleid om valse bankbiljetten van echte bankbiljetten te onderscheiden. Zo iemand wordt tot in de kleinste bijzonderheden onderwezen over de samenstelling, het aanzien en het gevoel van het echte bankbiljet. Als hij na zijn opleiding een stapel bankbiljetten in handen krijgt met enkele valse ertussen, haalt hij de valse er zo uit. Heeft hij die valse bestudeerd? Nee, hij heeft de echte bestudeerd, waardoor hij de afwijkingen herkent. De vervalsingen kunnen vele zijn en er komen steeds meer variaties. Alle vervalsingen hebben als overeenkomst dat ze op enig onderdeel afwijken van het echte biljet.

Pas dit maar toe op de stem van de goede Herder en de stem van de huurling van de duivel. Als je de stem van de goede Herder kent, zal elke andere stem die van een huurling van de duivel zijn (Jh 10:4-54Wanneer hij al zijn eigen [schapen] heeft uitgedreven, gaat hij voor hen uit; en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen.5Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zij zullen van hem vluchten, omdat zij de stem van de vreemden niet kennen.).

Het gaat hier over dwaalleraren, mensen die weten wat ze zeggen en die trachten om hun dwaalleer ingang te doen vinden. Het gaat niet over mensen die misleid zijn of zelfs in onwetendheid uitdrukkingen gebruiken die de eer van de Heer naar beneden halen. Zulke mensen zullen direct bereid zijn het verkeerde in te zien als zij daarop worden gewezen.

De omschrijving in vers 99Ieder die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet. Wie in de leer blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. gaat verder dan alleen de loochening die in vers 77Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in [het] vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist. is genoemd – de loochening van de Mensheid van de Heer Jezus. De leer van Christus houdt de hele geopenbaarde waarheid over de Heer Jezus in, alles wat Zijn persoonlijke heerlijkheid betreft. Met “ieder die verder gaat” worden de dwaalleraren bedoeld, die beweren meer licht te bezitten en te brengen, nieuwe openbaringen, iets nieuws dat voorheen onbekend was. Velen zijn door hun geloofwaardige maar bedrieglijke taal verstrikt geraakt in hun dwalingen.

‘Verder gaan’ is het overschrijden van een door God gestelde grens. Wat ‘verder gaat’, gaat boven de Goddelijke openbaring uit en wijkt daarmee af van wat God bekendgemaakt heeft. Het is een toevoegen aan Gods Woord, wat ten enenmale door God veroordeeld wordt (Op 22:1818Ik betuig aan een ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn;). Zulk verder gaan is geen vooruitgang, maar afval. Wie niet tevreden is met de waarheid van God in Christus en daarom verder gaat dan die waarheid, verliest haar. Verder gaan dan het geïnspireerde Woord door het in te ruilen voor verzinselen van de menselijke geest betekent het niet hebben van God. Wie daarentegen in de leer blijft, heeft de hoogste, diepste en innigste openbaring van de Godheid.

V1010Als iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en begroet hem niet.. Johannes wijst erop dat zij iemand die bij haar aan de deur komt en de leer van Christus niet brengt, niet in huis moet ontvangen en hem ook niet mag begroeten. Hij verbiedt hier elke ondersteuning aan allen die in hun leer loochenen dat de Heer Jezus de Mens geworden Zoon van God is. Zulke personen onderdak en voedsel geven, betekent dat zij haar tijd en krachten en middelen inzet tot het verbreiden van dwaalleer. Op die manier helpt ze de duivel bij zijn verwerpelijke werk. Voor een dwaalleraar mag je huis dan ook niet openstaan. Je mag niet toelaten dat jouw huis als uitvalsbasis dient voor wat de christenheid verderft. Het gaat er niet zozeer om wat de dwaalleraar brengt, met welke dwaalleer hij komt, maar wat hij niet brengt. Hij brengt niet de Zoon van de Vader. Met zo iemand is geen enkele omgang geoorloofd.

De begroeting waarover Johannes spreekt, is niet de simpele groet ‘goede morgen’ die je tegen iemand zegt die je tegenkomt en van wie je niet eens weet dat hij een dwaalleraar is, bijvoorbeeld een Jehova’s getuige. Als je weet dat je buurman of collega tot de dwaalsekte van de Jehova’s getuigen behoort, zal je houding zeer gereserveerd zijn. Je zult de noodzakelijke contacten hebben, maar ook niet meer dan dat.

Als je buurman of collega hulp nodig heeft, zul je hem niet in de kou laten staan. Maar zodra je buurman of collega of een onbekende aan je deur komt om zijn dwaallering aan je op te dringen, moet je radicaal zijn en hem zeker geen ‘goede morgen’ wensen. De man is op pad om verderfelijke leringen te verspreiden. Als je hem dan een ‘goede morgen’ wenst, wens je hem voorspoed in zijn boze werken en heb je daar zelf deel aan. Ik neem aan dat je dit niet wilt. Je mag niets doen wat de indruk geeft dat een valse leer een onbeduidend iets is. Je moet je ver houden van wat de dwaalleraar de mogelijkheid geeft anderen te beïnvloeden.

V1111Want wie hem begroet, heeft gemeenschap met zijn boze werken.. Je kunt een persoon niet scheiden van zijn boze werken. Een boze leer brengen is een boos werk doen en een boze leer heeft boze werken tot gevolg. Gemeenschap met de persoon is gemeenschap met de werken. Een groet betekent gemeenschap hebben met zijn persoon en met alles wat in hem is, in dit geval ook met zijn boze werken.

Het zal duidelijk zijn dat in de gemeente zowel de dwaalleraar als degene die hem ontvangt of begroet, niet kan deelnemen aan de christelijke gemeenschap en zeker niet aan het avondmaal. Wie deel uitmaakt van een gemeenschap waar dwaalleer wordt verkondigd of waar boze praktijken voorkomen, zonder dat dit kwaad door die gemeenschap wordt geoordeeld en uit het midden wordt weggedaan (1Ko 5:13b13Maar hen die buiten zijn, zal God oordelen. Doet de boze uit uw midden weg.), kan niet worden ontvangen aan de tafel van de Heer. Eerst moet zo iemand zich daarvan reinigen door zich eraan te onttrekken (2Tm 2:19-2219Evenwel, het vaste fundament van God staat en heeft dit zegel: [De] Heer kent hen die de Zijnen zijn; en: Laat ieder die de Naam van [de] Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid.20In een groot huis nu zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden; en sommige wel tot eer, maar andere tot oneer.21Als dan iemand zich van deze [vaten] reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, tot alle goed werk toebereid.22Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd en jaag naar gerechtigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart.) en dan kan hij meedoen aan het avondmaal.

Wie meent in een gemeenschap te kunnen blijven en er zelfs deel te kunnen nemen aan het avondmaal waar deze dingen voorkomen, geeft aan onverschillig te zijn tegenover het kwaad. Het kan zijn dat hij er zelf niet aan meedoet, het zelfs afkeurt, er mogelijk zelfs tegen protesteert. Als men echter met het kwaad niets doet en het laat bestaan, kan iemand daar niet met een vrij geweten blijven. Voor hem geldt de oproep: “Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt” (Op 18:44En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt;).

V1212Hoewel ik u veel te schrijven heb, wilde ik het niet doen met papier en inkt, maar ik hoop tot u te komen en van mond tot mond te spreken, opdat onze blijdschap volkomen zal zijn.. Johannes had nog wel meer te schrijven, maar hij heeft zich beperkt tot het meest noodzakelijke, wat van direct belang is. Gods Geest heeft ervoor gezorgd dat hij heeft opgeschreven wat voor de gemeente in alle tijden noodzakelijk is om te weten. Wat hij verder op zijn hart heeft, wil hij graag met haar delen als hij haar zal ontmoeten (vgl. 1Ko 11:3434Als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat u niet tot een oordeel samenkomt. – De overige dingen nu zal ik ordenen als ik kom.). Johannes verlangt ernaar haar te zien en zich samen met haar te verblijden in de zegeningen van het christelijk geloof die in Christus hun deel zijn geworden. De blijdschap die daarin gevonden wordt, is volkomen (1Jh 1:44En deze dingen schrijven wij <u>, opdat onze blijdschap volkomen is.). In tijden van nood en verwarring, een eindtijd, is juist de gedachte aan blijdschap zo bemoedigend. Met het oog op die tijd schrijft Johannes (1Jh 2:1818Kinderen, het is [het] laatste uur; en zoals u hebt gehoord dat [de] antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het [het] laatste uur is.).

V1313De kinderen van uw uitverkoren zuster groeten u.. Johannes besluit zijn brief met de vrouw de groeten te doen van haar neven en nichten die blijkbaar bij hem zijn. De neven en nichten hebben een goede band met hun tante. Dit is trouwens een bewijs dat het om personen gaat en dat met de geadresseerde vrouw niet in bedekte termen een gemeente wordt bedoeld. De zuster is, evenals de vrouw aan wie Johannes schrijft, uitverkoren (vers 11De oudste aan [de] uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid kennen,). Die uitverkiezing is geen verborgen zaak. Johannes ziet ook in haar leven de bewijzen ervan.

Zo mogen anderen over jou en mag jij over anderen spreken. Dat voert niet tot hoogmoed, maar tot ootmoed. Het betekent het besef dat God iets met je heeft gedaan wat vóór de grondlegging van de wereld al vastlag (Ef 1:44zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren vóór [de] grondlegging van [de] wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn vóór Hem in [de] liefde,). Was daar in jou enige aanleiding voor? Het geeft ook grote zekerheid dat Hij je kent, ondanks wat je in jezelf bent. Je kunt alleen maar in grote dankbaarheid Hem de eer daarvoor geven.

Lees nog eens 2 Johannes 1:8-13.

Verwerking: Wat is ‘de leer van Christus’?